Nachttocht naar Vlissingen


We hebben anderhalve week vakantie en willen naar Zeeland. Lekker na drie weken al weer anderhalve weer vakantie, zo is het goed te doen! We maken slim gebruik van Koningsdag en Hemelvaartsdag en zo kunnen we met zes vrije dagen mooi anderhalve week weg. Vanuit Scheveningen is Zeeland relatief dichtbij en we zijn er pas één keer eerder geweest. Ons plan is om op Koningsdag naar Vlissingen te varen en dan binnendoor terug te varen via Middelburg, Veere, Zierikzee, Willemstad en dan weer terug naar Scheveningen, maar ja niets zo onbetrouwbaar als het plan van een zeiler…

Op Koningsdag staat er nog mooi een Noordwesten wind. De dag daarna krimt de wind nar het zuidwesten, en dat is minder als je van Scheveningen naar Vlissingen wil varen. Maar als we het weerbericht bekijken zien we dat op Koningsdag ter hoogte van Stellendam bijna 30 knopen wind staat met windstoten van meer dan 40 knopen onder buien, en dat uit het noordwesten over de zandbanken voor de Zeeuwse kust. Aranka en ik kijken elkaar eens aan en hebben hier niet zoveel trek in. Maar goed wat dan…, in ieder geval Koningsdag vieren in Scheveningen. We halen Oranjebollen bij de Jumbo en lopen via Scheveningen dorp naar de Pier waar ook en vrijmarkt is. Het valt ons op dat in Scheveningen nog volop hondenpoep op de stoep ligt terwijl dat op andere plaatsen toch vrijwel uit het straatbeeld is verdwenen. Blijkbaar is deze ontwikkeling aan de Scheveningse hondenbezitter voorbij gegaan. Maar het is wel een gezellig dorpje in een stad. En als we op de boulevard komen hebben we een prachtig uitzicht over zee met de branding en de donkere wolken erboven. Wouter vindt nog een Skylander Swapforce mannetje op de vrijmarkt en Myrthe koop nog maar weer eens een knuffel.

Van Meivakantie Zeeland

‘s Middags gaan we naar het Museon waar onze zintuigen weer mooi in het ooitje worden genomen. We hebben inieder geval veel lol en overleggen ondertussen hoe we nu het best in Vlissingen kunnen komen. ‘s Nachts gaat de wind al een stuk liggen en vanaf één uur wordt het ook helder, dus we besluiten dat we ‘s avonds rond een uur of acht vertrekken. Na het eten maken we de boot klaar en gooien we de trossen los. Het eerste stuk is het nog licht en krijgen we ook meteen een flinke bui ever ons heen. Van het ene op het andere moment neemt de wind toe van 15 knopen naar 30 knopen. We hadden al twee riffen gezet in het grootzeil dus we hoeven alleen de genau in te draaien, en dan nog schieten we met meer dan negen knopen door het water. Dan begint het ook te plensen en even later zitten we midden in een sneeuwbui. Brrr…. Gelukkig is de bui voorbij als we bij de Maasmonding komen. We kunnen mooi achter een paar grote jongens, die voor ons langs varen, de geul oversteken. Als een vrachtschip buiten de vaargeul wat al te dicht in de buurt komt roep ik toch nog maar even sector Maasmond op, we kunnen er voor langs en onze koers aan houden. Vanaf de Maasmonding tot kort bij Vlissingen varen we langs geankerde zeeschepen, er komt geen eind aan. Het weer knapt op, maar de wind valt zo nu en dan ook weg, dus stukjes moet de motor aan.

Het laatste stuk door het Oostgat hebben we een fikse stroom mee en proberen we net buiten de vaargeul te varen Gelukkig liggen de boeien goed op hun plek want er zijn er een paar onverlicht en die zien we pas op het laatste moment aan ons voorbij schuiven. De verkeerscentrale Vlissingen roept ons op, en wil wel weten waar wij zo midden in de nacht naar toe varen. Daarna houden ze ons keurig op de hoogte van uitgaande vaart vanuit Vlissingen. We varen door een smalle doorgang (zes meter terwijl ons schip ruimt vier eter breed is) de haven in. Ik had al even gebeld en de voetgangers bruggetjes staan keurig open zodat we de Michiel de Ruyter haven in kunnen. Dit is inderdaad ook de haven van waaruit Michiel de Ruyter vroeger vaak naar zee vertrok. Hij was in zijn jonge jaren in dienst bij de reder Cornelis Lampsins en vertrok voor menige reis vanaf de steiger voor het Lampsinshuis dat pal tegenover ons ligt en waar nu het muZEEum in is gevestigd. Samen met Aranka drinken we nog een borrel op de goede aankomst en dan gaan we lekker slapen.

Van Meivakantie Zeeland

Donderdag slapen we lekker uit, dat wil zeggen dat Aranka en ik dat proberen. Myrthe en Wouter zijn gewoon op tijd naar bed gegaan en proberen op hun geheel eigen wijze erg stil te doen… Om tien uur geef ik het op en na een lekker ontbijt genieten we van het gezellige Vlissingen. Zowel Aranka als ik zijn hier eigenlijk nog nooit echt geweest. We hebben hier wel ons schip opgehaald en ik heb een keer een bootreisje gemaakt over de Westerschelde, maar we hebben nooit echt het centrum bekeken. En dat terwijl het toch echt een erg leuk stadje is, zeker als je zo midden in het centrum ligt! We lopen langs de Kazematten en daarna een stuk langs de dijk en dan via het centrum weer terug naar de haven. Het muZEEum en de Kazematten bewaren voor vrijdag want dan komt de volgende depressie over. ‘s Avonds eten we heerlijk gebakken aardappelen met zalm en sla. Wouter en Myrthe vinden het toch wel zielig voor de dieren, dat ze alleen maar leven om door ons te worden opgegeten. Ja, tegen die kinder logica is niet zo veel opgewassen. We komen tot een compromis dat we nog maar om de dag vlees of vis eten. Ik ben benieuwd hoe lang we het vol gaan houden.

Van Meivakantie Zeeland

Vrijdag gaan we eerst naar het muZEEum, in het Lampsinshuis, een prachtig oud stadspaleis uit de gouden eeuw. Er wordt verteld hoe wrakken zijn geborgen in de Schelde, hoe het loodswezen zich heeft ontwikkeld en hoe er strijd was tussen de Belgische loodsen en de Nederlandse loodsen om als eerste bij een zeeschip aan te komen. Bovenop het Lampsisnshuis is een torentje van waar Cornelis Lampsins zijn schepen kon zien aankomen. Nu heb je er nog steeds een mooi uitzicht over de stad en de Schelde. We zien ook modellen van de VOC e WIC schepen en lezen we over de handel en hoe belangrijk Walcheren was in die tijd. Er wordt alleen weer opvallend weinig over de slavernij vertelt, wat toch een belangrijke rol speelde in de handels driehoek van de WIC. Des te leuker is het dat mijn oom Roelof ‘s middags belt dat hij ons kan rondleiden door het Zeeuws Archief in Middelburg waar hij heeft gewerkt. Dat is leuk omdat hij ons veel kan vertellen over de de tijd van de Gouden Eeuw en ook van de rol van de Nederlanders in de slavenhandel. OP de bovenste verdieping van het muZEEum wordt verteld hoe Walcheren aan het eind van de tweede wereldoorlog onder water werd gezet door de Engelsen die de dijken bombardeerden om zo de Duitsers te verdrijven. Wist ik eigenlijk helemaal niets van, blijkbaar niet opgelet op school… Maar wel ongelofelijk dat grote delen van Walcheren dus in tien jaar tijd twee maal geevacueerd zijn en langere tijd onder water hebben gestaan. Na het muZEEum gaan we naar de Kazematten, die overigens nog steeds regelmatig onder water lopen omdat ze buitendijks liggen.

Van Meivakantie Zeeland

De volgende ochtend vertrekken we rond acht uur uit de Michiel de Ruyterhaven en varen we de Schelde weer op, maar een heel klein stukje tot we bij de zeesluis weer naar binnen varen. We zijn ruim op tijd voor de “blauwe golf” van bruggen over het Kanaal door Walcheren richting Middelburg, zo zeer zelfs dat we een brug eerder halen. Als we de brug in Middelburg willen halen moeten we wel flink doorvaren,maar dan zijn we ook zo in Middelburg. We krijgen een prachtig plekje in Eerste Binnenhaven.

Aangezien de motor nog goed warm is, kan ik mooi even de olie verversen. De olie is nu goed vloeibaar en kan ik makkelijk via de peilstok opening uit de motor zuigen met een tank die je vacuum pompt en een slangetje. Dat lukt prima en ik kan de oude olie achterlaten bij Jos Boone. Waar ik minder blij mee ben is dat er weer ens koelvloeistof inder de motor staat. Blijkbaar is de druk in het koelwater te hoog geworden en is het koelwater in het interne koelsysteem gekomen. Dit probleem hebben we nu al zo vaak gehad dat ik er wel een beetje een punthoofd van krijg, maar goed het is zoetwater, dat valt nog mee. Moeten we thuis maar weer zien op te lossen. Als de olie ververst is, lopen we Middelburg in en komen we langs prachtige gebouwen, de Abdij, het Stadhuis en Kloveniersdoelen. Op de terugweg komen we ook nog langs het Zeeuws Archief, maar daarover later meer.

Van Meivakantie Zeeland
Van Meivakantie Zeeland

Paradijsje midden in de Oceaan!


  • De overtocht van St. Maarten naar Bermuda is heel relaxed. Eigenlijk steeds met ruime wind en ca. 15 knopen wind. We hebben een paar dagen wat minder wind gehad en daarom één dag met de gennaker gevaren en ook ongeveer vijftien uur gemoterd. Elke dag was het SSB netje weer een hoogtepunt met als special de Batjar Kids Quiz waarbij Myrthe en Wouter, Thomas en Jesper elke dag weer vijf vragen krijgen die ze voor het avondeten moeten beantwoorden. Al met al een heerlijke overtocht. Als we aankomen bij Bermuda roepen we Bermuda radio op ca. dertig mijl afstand al via de SSB op om ons aan te kondigen. Op Sint Maarten hebben we al via internet aangekondigd dat we eraan kwamen en ze weten ook direct wie we zijn. Op ca. tien mijl moeten we ze nog een keer oproepen, dan via de marifoon. Ze vertellen ons keurig hoe we de lagoon in moeten varen maar het kost toch nog even moeite om de douane steiger te vinden. Na het inklaren ankeren we in de lagoon met een prachtig uitzicht op St. Georges.

Het is super Brits met een Caraïbische saus erover. De mensen zijn ontzettend vriendelijk en ook erg beleefd (b.v. bij het instappen en verlaten van de bus niet dringen). Ze zijn zeer hulpvaardig als je iets zoekt of nodig hebt. Ook de wegen zijn net zoals op de kanaaleilanden of in Engeland; met stenen muurtjes aan weerszijden en smal, zodat het verkeer net langs elkaar kan. De huizen zijn leuk, ze hebben allemaal een andere kleur, maar hebben wel allemaal een wit dak met aan elke zijde een hoge schoorsteen. Het dak is met speciale witte verf behandeld (speciaal recept van Bermuda), zodat het regenwater opgevangen kan worden en onder elk huis staat een tank met regenwater om te filteren tot drinkwater.
Ze lopen in nette kleding, de mannen in pak met een korte broek, De Bermuda, en lange kniekousen eronder. Ziet er erg grappig uit, en is door de Britten vanuit India meegenomen naar Bermuda en hier in het verleden ingeburgerd. Dat het toch ook Caribisch aandoet komt door het azuurblauwe water en het (noordelijkste) koraalrif waar het hele eiland vrijwel volledig door wordt omgeven en waardoor in het verleden zoveel schepen langs deze kusten zijn vergaan; de mix van blanke en donkere bevolking die hier geïntegreerd samen leven; de palmbomen en de bloemenzee. Het is echt prachtig.

Waar je wel van schrikt zijn de prijzen in de winkels en in de supermarkten. Echt nog een factor hoger dan op de BVI. Toen we net aankwamen haalde Roelof een pak melk en een broodje en betaalde 10 dollar. Voor een pak toiletrollen betaal je hier zo 15 dollar. Dat maakt dat de Nederlandse enclave hier druk voorraden uitwisselt waar op de ene boot tekorten van zijn terwijl op andere boten er nog voldoende aan boord is. Maar ja, de verse waren zullen we toch op een gegeven moment moeten aanvullen (vlees, groente, fruit en melkproducten). En zoals iemand mij in de winkel al adviseerde: “Get used to it”.

Inmiddels zijn we hier een aantal dagen en liggen er 7 Nederlandse schepen (Volonté, Batjar, Ojala, Sark en nog 2 voor ons onbekenden). De Balans hebben we ook aangetroffen, die hebben we ontmoet in Suriname, maar zijn inmiddels alweer vertrokken naar de Azoren. Ook de ARC is aangekomen en dat maakt het wel een beetje druk op de ankerplek en in de haven. De ARC vertrekt maandag 18 mei richting Amerika en woensdag 20 mei naar de Azoren, zoals ik begrijp ongeacht het weer, maar verder zijn ze heel goed bezig met de veiligheid hoor… Wij volgen het weer elke dag en zoeken een gaatje. Het weer is nog instabiel; vanuit Amerika komen, om de zoveel dagen, lage luchtdrukgebieden deze kant op met soms veel wind of vervelende troggen. Ook is er op de route naar de Azoren een fiks hoog luchtdrukgebied waar geen wind in zit. Van beide willen wij eigenlijk niet te veel, dus het blijft goed zoeken en analyseren en afwegen.

In de tussentijd vermaken we ons uitstekend. Eerst hebben we St. George, de plaats waar we ankeren, bekeken. Het is een prachtig historisch oud stadje, wereld erfgoed en leuk om in rond te lopen. Regelmatig zitten we op een bank op het plein, bij het Visitor Center, om wifi te ontvangen en te kunnen internetten. De asfaltweg rond het pleintje is ideaal voor de kinderen om hun skateboard weer eens te gebruiken. In het World Heritage Centre zien we een film hoe hier rond 1600 alles is begonnen. Hoe de Sea Venture op het rif lek is geslagen en de bemanning is aangespoeld en de plaats St. George hebben gesticht. Ook de nooit afgebouwde Kathedraal van grijze steen bepaalt het uitzicht. De kinderen werken de eerste dag nog hard aan hun tekening die de laatste opdracht is van de Batjar Kids Quiz en die ze in moeten leveren als de Batjar aan komt in St. Georges.

Verder socializen we gezellig bij elkaar. Eerst een keertje eten bij ons aan boord. Vervolgens is de uitslag van de kinderquiz op de Batjar, want ze hebben met een beeldverhaal en tekeningen en alle moeilijke vragen die zijn beantwoord het de jury erg moeilijk gemaakt. Maar ze vinden dat de kinderen erg hun best hebben gedaan, veel hebben geleerd en heel creatief zijn met alle antwoorden en tekeningen. Daarom heeft Marjolein voor allemaal een muffin gebakken met een marsepeinen figuurtje erop. En de einduitslag was heel spannend, want Thomas, Jesper en Myrthe liggen met puntenaantal heel dicht bij elkaar. Myrthe blijkt toch nipt te winnen. Wat kan ze dan trots kijken. Maar eigenlijk zijn ze dat allemaal als ze van hun lekkere muffin smullen.

Dan komt ook de Ojala op de ankerplaats en gaan we allemaal bij hen borrelen. En op 15 mei is Marjolein jarig en is er weer taart en koffie/thee op de Batjar. Ook zien we op de kant een toneelstukje hoe vroeger mensen werden veroordeeld en gestraft. Het leukste deel is als een vrouw met een stoeltje op een lange stang het water in wordt gekieperd. Kortom we vermaken ons prima en hebben het goed en gezellig.
In de tussentijd regelen de kinderen het ook goed met elkaar. Zo hebben ze een keer een kinderfeest bij de Volonté, als wij op de Ojala borrelen. En ze logeren dan weer bij ons en dan weer bij de Volonté. Onderhand zijn ze ook best wel moe, het schoolwerk gaat daardoor ook langzamer, maar we houden streng vol en met nog 3 volle weken school zijn ze klaar met het officiële deel. Dat zullen we dus wel afsluiten op de Azoren, verwacht ik.

Dinsdag maken we een wandeling langs drie forten die door de Engelsen zijn gebouwd om Bermuda te beschermen en die samen met St.George UNESCO wereld erfgoed zijn. Het is een mooie wandeling door een glooiend landschap. Heel bijzonder dat je zo’n vriendelijk landschap hebt terwijl je toch op een 6000 meter hoge berg staat want de zeebodem rondom Bermuda is ruim 6000 meter diep. We zien eerst het Fort St. Catherine en daarna komen we langs de Alexanora Battery en nog een kleiner fort. Het is duidelijk dat de Britten in het verleden veel hebben geïnvesteerd om het eiland te verdedigen tegen de Fransen en de Spanjaarden.

We gaan woensdag 13 mei met de hele groep een bus tour maken over het eiland. Eerst reizen we naar de hoofdstad Hamilton. Dat ligt op ongeveer 20 km afstand. Het is leuk om ook deze stad te bekijken. Hier liggen diverse cruiseschepen, waaronder ook de “Veendam” van de Holland Amerika Line. We bezoeken een museum, waar een Engelsman van alles uit het verleden heeft verzameld en tentoonstelt. Er zit niet echt een lijn in en daardoor komt het wat rommelig over. De kids zijn echter heel erg in hun nopjes, want ze hebben van de eigenaar een echte munt van Bermuda gekregen. Een penny met Queen Elizabeth, die ze beloven op school aan hun klasgenoten te zullen laten zien. De munt is er medio 1970 uit gegaan toen de Bermudian dollar is ingevoerd. We bezoeken nog een kerk en een park en dan is onze tijd alweer om en reizen we met de bus door naar het strand.

We stappen uit bij Horseshoe Bay. Dit blijkt een zeer geliefde baai te zijn en het is dus allerminst rustig. We schrikken zelfs een beetje, verwend als we zijn door alle mooie strandjes die we hebben gezien, van de parasolletjes die hier vlak naast elkaar staan en de badgasten die hier hutje mutje zitten. Maar toch nemen we een duik samen met Anna en Maarten van de Ojala. De bemanning van de Volonté en de Batjar vinden het te druk en gaan direct met de bus door naar de Dockyard. Het water is verfrissend en de kinderen spelen heerlijk in de golven. We klimmen nog even op de rots bij deze baai met een prachtig uitzicht langs de kust en over het rif en de zee.

Daarna reizen we met de bus door naar het eindpuntje van Bermuda, Dockyard. Daar genieten we van de prachtige Clocktower Mall en kijken onze ogen uit bij een glasblazerij, waar iemand in ongeveer drie kwartier met het zweet op het voorhoofd een prachtige schaal maakt. Het is echt vakwerk hoe dit handwerk gaat en ook de kinderen kijken hun ogen uit. Daarna drinken en eten we nog wat. Niet lang daarna stappen we op een kleine ferry en worden het hele stuk van 40 km weer terug gebracht naar St. George. Op de ferry ontmoeten we Miquel, gepensioneerd, maar nog vol passie over zijn eiland Bermuda. In het verleden was hij politiek actief en nu probeert hij toeristen iets meer over het eiland te vertellen. Super leuk en zo ontzettend gastvrij heb ik nog zelden iemand meegemaakt.

De dagen erna doen we wat klusjes op de boot en lezen en houden het weer in de gaten. Marjolein houdt een knip dag en knipt ook Myrthe en Wouter, en dat is inmiddels ook wel nodig. Wouter heeft bedacht dat hij lang haar wil en wil dus niet geknipt worden. Daar weet Marjolein wel raad mee, ze vertelt hem dat zijn haar harder gaat groeien als ze er eerst een stuk(je) vanaf knipt. Nou, daar heeft hij wel oren naar.

Zondag gaan we nog samen met Anna en Maarten naar Bermuda Radio waar ze alle scheepvaart rondom Bermuda begeleiden, de weersverwachting uitzenden en optreden als Rescue Center. Het is erg goed georganiseerd en ze hebben een prachtig uitzicht over Bermuda en de zee rondom.

Het lijkt nu dat er een weer gaatje is waarmee we op maandag 18 of dinsdag 19 mei kunnen vertrekken, maar we blijven nog goed naar het weer kijken, want erg stabiel is het allemaal niet.

Tijd vliegt voorbij op Tobago


Klinkt oorlogszuchtig
We liggen op Tobago bij een dorpje Charlotteville in de Man of War Bay, vlak voor piratesbay. Dat klinkt allemaal behoorlijk oorlogszuchtig, maar niets is minder waar. Wel is hier in het verleden ook flink gevochten door verschillende Europese landen om hier de baas te kunnen spelen, uiteraard heeft Nederland daar ook zijn steentje aan bijgedragen. Het eiland is volgens Wikipedia 22 keer gewisseld van eigenaar voornamelijk door Frankrijk, Nederland en Groot-Brittannië. Bij de verschillende wisselingen van de wacht vierde de piraterij hier hoogtij, vandaar ook de naam Pirates Bay waar wij liggen.
Maar goed, nu is het een heerlijk rustige baai waar nog een stuk of tien zeilboten liggen met een schattig klein dorpje aan het eind van de baai waar een paar eethuisjes staan, maar waar de tijd ook stil heeft gestaan. Na een paar dagen begin je al heel wat mensen te herkennen. Het is er gezellig en er lopen veel rasta mannen met de één nog een fraaier kapsel dan de ander. Er wordt gevist voor de kost en er is een bakkersvrouw met heerlijk brood (na alle plakkerige witte brood van afgelopen maanden is dat een verademing). De supermarkt verkoopt niet zo heel veel, maar voldoende groente en fruit voor ons om ook af en toe op de boot te eten. Het favoriete cafeetje is dat van Jaba, waar je zelf je drankjes uit een koelkast pakt en waar elke week ook live muziek is. Heel gezellig, iedereen staat er omheen, buiten op straat lekker te luisteren of wat te dansen en wat te drinken.

Pirates Bay
Links van ons schip kijken we uit op het prachtige strand van Pirates Bay, waar we bijna elke dag wel even met de dinghy naar toe gaan om te zwemmen en te snorkelen. Het leuke van Pirates Bay is dat er helemaal geen bebouwing is, het is dus een mooi strand met daarachter het regenwoud. Wel met een mooi pad er doorheen, maar verder is het jungle. Het lijkt wel een stukje paradijs op aarde. Sowieso is het noorden van Tobago nog prachtig groen en niet aangetast door hotels of andere lelijke grote betonnen flatgebouwen. Het leven hier is dan ook ronduit genieten, en als je geniet dan vliegt de tijd voorbij. Toen we deze blog wilden schrijven wisten we ook eigenlijk niet meer precies welke dag we nu wat gedaan hebben want we zijn hier echt alle gevoel voor tijd kwijtgeraakt. Maar met de foto’s die allemaal een datum hebben konden we het toch nog een beetje terug filmen.

Scarborough ooit gesticht als Nieuw Vlissingen
Vrijdag ochtend zien we de Wildeman van Coen en José op de AIS verschijnen en even later lopen ze de baai binnen en ankeren een stukje achter ons. Ze komen een bakje koffie drinken, en het is leuk om hun verhalen over de tocht en Suriname te horen. Ze zijn ook in Botopasi geweest en zijn vrij snel daarna richting Tobago vertrokken. De rest van de ochtend doen we school en aan het begin van de middag gaan we naar Charlotteville. Als we daar geld willen pinnen, blijkt de geldautomaat leeg te zijn. Het is op zich al goed nieuws dat we hier in Charlotteville uberhaubt kunnen pinnen want in de pilot van Chris Doyle stond nog dat je hier niet met een westerse bankpas terecht kon en genoeg cash geld mee moest nemen. Gelukkig las ik dat pas toen we er al waren en blijken tegenwoordig de geldautomaten alle westerse passen ook te accepteren. Maar goed de automaat is leeg en we hebben nog net genoeg geld voor de bus dus we gaan vrijdag naar de hoofdstad Scarborough van Tobago. Met een minibusje rijden we van noord naar zuid en krijgen zo een mooie indruk van het eiland. Scarborough is totaal anders dan Charlotteville, staat vol met lelijke gebouwen en is weinig bijzonder, maar ze hebben er wel een bank met gevulde geldmachine. Nog leuk te vermelden is dat Scarborough ooit gesticht werd als Nieuw Vlissingen door Zeeuwse migranten nadat Jan de Moor eerder een Nederlandse kolonie op het eiland had gesticht. We halen heerlijke roti die we opeten in een parkje waar ook de Nederlandse rol in de geschiedenis van Tobago op een bord beschreven staan. Met name de gevechten met de Fransen die we hier gevoerd hebben worden toegelicht:

Uit Wikipedia “Op 3 maart 1677 vielen de Fransen tijdens de Eerste Slag bij Tobago Lampsinsburg en de Nederlandse schepen aan. De Nederlandse bevelvoerende commandant, commandeur Jacob Binckes wist onderbemand en met grote verliezen de Fransen een strategische nederlaag te bezorgen. Maar omdat Nederlandse versterkingen te laat kwamen, werd Tobago op 6 december tijdens de Tweede Slag bij Tobago opnieuw door een nieuwe Franse vloot aangevallen en veroverd, waarbij commandeur Binckes op 12 december sneuvelde. Met de Vrede van Nijmegen (1678) kwam een definitief einde aan Nieuw Walcheren, en werd geheel Tobago Frans gebied.” Weer een stukje vaderlandse geschiedenis waar ik niets van af wist…

wordt er luid gejammerd
‘s Middags lopen we nog naar het fort St. George, dat in de 18e eeuw is gebouwd door de Britten. Het is nog in goede staat en we hebben er een prachtig uitzicht op Scarborough en het eiland richting het noorden. Helaas is het museum dicht dat in het fort gevestigd is omdat de stroom het niet doet… Dat missen we dus. Als we terug lopen valt Myrthe tijdens het rennen op de weg met een bloedende voet als gevolg. Met wat water van de kaartjes verkoper bij het fort maken we het onder luid gejammer van Myrthe zo goed als het gaat weer schoon. Zeker als we er sterilon op doen wordt er luid gejammerd, ik kan me dat van vroeger toch niet zo herinneren, zal ze wel van Aranka hebben ;-)….

Na wat zoeken vinden we een busje terug en ‘s Avonds eten we bij Sharon en Phebe’s, wat in de pilot goed staat aangeschreven, maar wat wij tegen vinden vallen (alles uit de frituur…). Toch zijn we heel tevreden, we hebben weer een hoop gezien en geleerd.


smalle passage met veel stroming
We komen erachter dat je op Tobago ook prachtig kan duiken, en Aranka wil ook nog graag haar duikbrevet halen. We kijken bij een paar duikscholen, ERIC (Enviromental Research Institute Charlotteville) in Charlotteville is gecombineerd met een onderzoeks instituut, dat lijkt ons erg leuk, maar ze gaan voorlopig niet duiken. In Speyside, net over de berg aan de westkant van het eiland zitten nog twee duikscholen en Aranka kiest voor Extra Divers, die komt relaxed over en met vriendelijke mensen. Aranka kan al direct de volgende dag (zondag) beginnen. Vanaf dat moment zit Aranka vier dagen in de duikcursus stress, maar ik geloof dat ze er ook erg van genoten heeft. De eerste dag maakt ze al meteen een duik in de stroming waarbij ze ook nog door een smalle passage met veel stroming heen gaat. Verder gaat ze al vroeg naar de duikschool en komt pas weer laat in de middag terug. Als ze een dagje vrij heeft zit ze in haar duikboek gedoken en lijkt ze met haar gedachten nog wel verder weg dan Speyside. In ieder geval vinden Wouter, Myrthe en ik het wel weer prima als de cursus voorbij is en ze weer terug is. Ondertussen hebben wij een programma om ‘s ochtends school te doen, en als dat klaar is te gaan zwemmen bij het strand van Pirates Bay. Je kan bij Pirates Bay ook heerlijk snorkelen en je ziet allerlei mooie vissen om je heen, het is net een aquarium waar je in zwemt.

…en dat wist ik nou ook weer niet
‘s Maandags krijg ik hulp van Coen die de kinderen nog een aardrijkskunde les op het strand van Pirates Bay geeft. Na een uurtje weten ze hoeveel mensen er op de wereld wonen, en dat de 85 rijkste mensen even veel hebben als de armste 3,5 miljard mensen, kijk en dat wist ik nou ook weer niet, weer wat geleerd, maar ook wel bizar toch?
‘s avonds nodigt de bemanning van de Synergi, een Noorse boot, ons uit om mee te doen met een barbeque. Zij hebben ook twee kinderen, Linea is zeven en Madeline is 13. Het duurt even maar na een half uurtje is het ijs gebroken en rennen onze kinderen met Linea en Madelin in het rond. Er liggen in Man of War Bay verschillende Noorse schepen voor anker en het wordt dan ook een erg gezellige barbecue.


opent hij frontaal de aanval met zijn houten zwaard
Dinsdag ochtend vroeg zien we een prachtig zeilschip (tweemaster) binnenlopen. Wouter ziet er meteen een gevaarlijk piratenschip in en bedenkt al een aanvalsplan. Even later komt eerst Coen langs om een boormachine te lenen en als we net aan de koffie zitten vaart de kapitein van de tweemaster langs. Hij is op weg naar de kant in zijn dinghy en blijkt ook Nederlands te zijn. We bieden hem ook een kop koffie aan, maar als hij aan bord klimt zit Wouter nog steeds volledig in zijn piraten fantasie en opent hij frontaal de aanval met zijn houten zwaard op onze gast. De kapitein heet Arjan en is gelukkig goed gemutst. Het schip is de Très Hombres, een traditionele schoener van 32 meter. Het is het enige zeilende vrachtschip dat zonder motor op traditionele wijze goederen (met name rum en chocolade) vervoert. De Très Hombres ligt hier een paar dagen voor anker en Arjen nodigt ons uit om aan boord te komen kijken. Dat is natuurlijk erg leuk. Arjen vertelt met veel passie over de Très Hombres en de laatste reis waarbij ze naar Noorwegen zijn geweest om daarna via Frankrijk af te zakken en naar de Carib te varen. Ik vind het indrukwekkend om met zo’n schip vracht te vervoeren zonder motor, dat betekent ook havens in manoeuvreren op de zeilen met een schip wat deels dwars getuigd is en niet hoog aan de wind kan varen. Petje af!

Ik kijk tegen brekers op die soms bijna twee meter hoog zijn
Alhoewel Aranka vandaag geen cursus heeft, moet ze nog wel het duikboek doorspitten, dus ga ik met Myrthe en Wouter naar het strand op Pirates Bay. De Noren zouden ‘s middag ook komen, maar als we bij het strand komen zien we wel grote brekers, maar verder alleen een heel klein leeg strandje. Het is springtij en hoog water, dus het strand is grotendeels verdwenen onder water. Het lukt om net achter een breker het strand op te varen maar er komt wel een flinke breker de dinghy in. Myrthe en Wouter vinden het prima want in zo’n grote branding kan je wel heel leuk spelen, alhoewel je soms behoorlijk het strand op wordt meegesleurd. Ik kijk tegen brekers op die soms bijna twee meter hoog zijn en vraag me af hoe we hier ooit weer van het strand af komen. Voordeel is wel dat we het strandje wat er nog is helemaal voor ons zelf hebben. Ik probeer nog te snorkelen, maar het water is te wild om dicht bij de rotsen en het rif te komen en door de grote golven is het ook troebel, dus je kan ook niet zo ver zien. Als na een uurtje zwemmen het strand nog kleiner wordt en de brekers nog groter vind ik het mooi geweest en gaan we terug. Ik zwem als het net even rustig is snel met de dinghy door de branding heen en klim er dan in, Myrthe en Wouter zwemmen zelf door de branding. Wouter lukt het in één keer, maar Myrthe wordt door een grote golf gepakt en belandt in een grote wasmachine en wordt weer het strand op gespoeld, de tweede keer lukt het wel en achter de branding hijs ik ze allebei aan boord.

met een echte manchet het want in als echte piraten
De volgende dag (woensdag) breng ik Aranka weer vroeg naar de kant. Ze moet vandaag haar examen doen en ook nog twee duiken, dus een vol programma. Ik werk het gebruikelijke programma af, school doen, wat overigens erg moeizaam gaat sinds de vakantie in Suriname, maar we worstelen ons er weer door heen. Met name Wouter heeft er helemaal geen zin in en gooit zeker twee keer per uur zijn “kont tegen de krib”. Ben heel benieuwd hoe dat gaat als hij weer in Leiden in de schoolbankjes zit… Maar ik heb vandaag een mooie stok achter de deur, als school klaar is kunnen we naar het strand, maar daarna ook nog op bezoek bij de Très Hombres. Dat helpt en bovendien is het woensdag dus hebben we minder werk en om twaalf uur zijn we klaar. Nadat we geluncht hebben gaan we naar het strand. De Noren zijn er ook, maar die gaan net weg. Gelukkig voor Wouter en Myrthe blijft Linea met haar grootouders nog wel even zodat ze samen kunnen spelen. Als Linea met haar grootouders ook opstapt gaan wij naar de Très Hombres, dat is erg leuk. We krijgen een uitgebreide rondleiding en zien hoe de bemanning slaapt in het vooronder, dat is vergeleken met onze boot echt spartaans! Als het er wat ruiger aan toe gaat is het ook niet dicht en loopt er water de bedden in. Ze slapen er met een man of zes in een kleine ruimte en die doet dan ook wel een beetje muf aan… De kombuis staat voor op het schip, maar daar kan het ook flink te keer gaan, lijkt me lastig koken! Ook krijgen we het ruim te zien waar al vaten met wijn liggen uit Frankrijk, maar waar nog voldoende ruimte is voor een lading rum uit Grenada. Ook is er een koelcel voor de chocolade die in Grenada wordt ingeladen. Verder wordt er door de bemanning hard geklust, want er zit veel staal op het schip en dat moet regelmatig in de verf gezet worden. Myrthe en Wouter klimmen nog met een echte manchet het want in als echte piraten.


of ik het soms direct van Jacques Cousteau heb overgenomen
Donderdag gaan we met zijn allen naar de duikschool. Aranka moet nog een laatste duik maken voor brevet, maar ik kan mee op haar laatste duik en de kinderen kunnen dan bij de bootsman op de boot blijven. Ik heb de afgelopen dagen ook nog ijverig in mijn duikboek zitten studeren, want het is sinds ik mijn brevet twee jaar geleden heb gehaald allemaal behoorlijk weggezakt. Er zijn nog twee andere duikers die mee gaan en twee duiken maken. Tijdens hun eerste duik kunnen wij dan lekker met de kinderen snorkelen. Zo gezegd zo gedaan, maar Wouter vind het maar niets, met een vreemde man die hij niet verstaat op een boot achterblijven. Het kost ons twee paar zwemvliezen die we Wouter en Myrthe beloven maar dan zijn ze ook accoord. Vast niet pedagogisch verantwoord, maar wel effectief. Uiteindelijk gaat het prima, valt Wouter in slaap terwijl wij duiken. Ik vind het erg leuk om nu samen met Aranka te kunnen duiken, en het is ook prachtig, we zwemmen midden in een prachtig aquarium. We zien onder andere een grote mureen, een schildpad en een schorpioenvis die je beter niet kan aanraken. Ik kan meteen mijn duikpak uittesten dat ik op markplaats had gekocht voor we vertrokken om eventuele visnetten uit de schroef te kunnen halen. Gelukkig heb ik het nog niet nodig gehad, dus het is de eerste keer dat ik het gebruik. De duikinstructeur vraagt nog of ik het soms direct van Jacques Cousteau heb overgenomen. Desalniettemin voldoet het prima! Aranka moet nog een paar oefeningen doen die ik maar even mee doe, goede herhaling, en verder genieten we er enorm van. Als we terug zijn boeken we voor zondag ook nog een duik. We eten nog een hapje bij de duikschool en worden netjes teruggebracht naar Charlotteville, scheelt weer een nachtelijke lift…


Dom, dom, dom…
In het weekend van zeven en acht februari gaan we op zaterdag naar de Argyle watervallen. We gaan met de bus naar Roxborough waar het pad naar de watervallen begint. Bij het begin worden we aangesproken door iemand die zich voordoet als gids, en omdat de kinderen gratis zijn en hij ons een prachtige route door de jungle heeft voorgeschoteld gaan we met hem in zee. Dom, dom, dom… We worden een auto in geloodst, dat is raar want het is maar een half uurtje lopen… Een stukje verder gaan we de auto weer uit en lopen inderdaad over een prachtig pad met mooie uitzichten en bamboe aan beide zijden van het pad. Het valt wel op dat onze gids haast heeft. Ik wordt gemaand Myrthe -die inderdaad wel erg treuzelt- toch vooral aan te sporen een beetje door te lopen. De haast wordt steeds groter, we lijken zelfs geen tijd voor een fotootje te hebben… Het pad naar de watervallen wordt ook steeds avontuurlijker waarbij ik Myrthe en Aranka maar bij de steile afstappen help, want van onze “gids” hoeven we niet veel te verwachten. Bij de watervallen geeft onze gids aan dat hij nu weer terug moet, maar dat pikken we niet en we laten hem eerst één van zijn andere prachtige routes aanwijzen. Dat leidt tot nog een klauterpartij naar beneden langs de watervallen totdat hij ons bij een mooi poeltje achterlaat. Wel met de opmerking dat we weg moeten wezen als er twee jongens van boven komen want die zijn niet te vertrouwen en beroven toeristen…, ja ja, maar heel lekker zit je dan ook weer niet.

Maar de watervallen zijn echt prachtig en liggen midden in de jungle met oneindig veel kleuren groen. We nemen een heerlijke frisse douche onder de waterval en zwemmen in het poeltje wat nog zes meter diep blijkt te zijn. Als we teruglopen vinden we al snel een goed pad en zo komen we bij de officiële ingang waar je ook geacht wordt een kaartje te kopen. Wij zijn door onze “gids” via een omweggetje naar de watervallen gebracht en hebben zo de entree omzeild. Daarom waren we ook de auto in geloodst, zodat ze ons niet voorbij zagen lopen…, heel goochem! Aranka is boos, maar ik vind het ook wel weer slim bedacht. Anyway we hebben een mooie wandeling gemaakt en hebben lekker gezwommen, terug krijgen we een lift en worden we in één keer tot bijna in Charlotteville gebracht. Het laatste stukje lopen we, wat een paar prachtige uitzichten oplevert van de baai waar we in liggen en waar ook de Très Hombres ligt die op het punt staat te vertrekken. ‘s Avonds hebben we gereserveerd bij een restaurantje langs het strand waar we heerlijke vis eten, samen met Coen en José. Het is erg gezellig, even later komen ook de Belgen die naast ons voor anker liggen hier eten. Wouter zit al snel bij hen aan tafel en praat mee alsof hij er al jaren aan tafel zit.

twee Rif Haaien die vlak langs ons zwemmen
Zondag staan we vroeg op, om kwart voor negen zijn we met een lift bij de duikschool. We gaan samen met twee mannen die eerst naar een wrak gaan duiken. In die tijd gaan wij samen met de kinderen snorkelen, we zien weer prachtige vissen. Daarna is er pauze en kunnen we nog meer snorkelen. Dan maken Aranka en ik samen met de andere twee duikers een duik langs een prachtig koraal, het heet heel toepasselijk Coral Garden. we zien prachtig koraal, o.a. hersenkoraal van meters groot en grote “bladeren” die wuiven in de stroom. Ook zien we weer een grote groene Mureen en ook twee Rif Haaien die vlak langs ons zwemmen. Dat is leuk want die zie je niet zo vaak.
‘s Middags gaan we samen met de bootsman naar Little Tobago. Dit is ooit privé eigendom geweest van Sir William Ingram die het hier zo mooi vond dat hij het eiland kocht en er jaren gewoond heeft. Hij heeft er ook de Birds of Paradise uitgezet die er tot 1963 hebben geleefd, toen de orkaan Flora een einde maakte aan deze vogelsoort op Little Tobago. Sir William Ingram heeft het eiland terug gegeven aan de Staat, met de voorwaarde dat het een natuurreservaat werd en er niemand op mocht wonen. Tot op heden is dat zo en het is een heerlijk eiland met mooie wandelpaden en prachtige uitzichten over zee. ‘s Avonds worden we weer netjes terug gebracht naar Charlotteville en eten we wat aan boord.

lukt het om de pincode te achterhalen
Maandag krijgen Myrthe en Wouter nog een laatste aardrijkskundeles van Coen. Ze leren dat ze op Tobago zijn en naar Grenada gaan en wat de verschillen met thuis zijn. En waar Tobago en Grenada op de wereldkaart liggen. ‘s Middags doen we boodschappen en ‘s avonds eten we heerlijk bij Gail’s. Daarna is er nog live muziek bij Jaba’s, het is er druk maar ook erg gezellig. Het is een leuke mix van vissers, andere locals en zeilers. Er loopt iemand rond met een ID-kaart van een Nederlander die Clemens heet. De eigenaar heeft hem samen met zijn telefoon en een bankpas in een winkeltje laten liggen. Wij vermoeden dat hij van een bemanningslid van de Très Hombres is,die nu in Grenada ligt, aangezien hier verder weinig Nederlanders zijn geweest. Aangezien wij morgen (dinsdag) naar Grenada vertrekken nemen wij de spullen maar mee. ‘s Avonds op de boot lukt het om de pincode te achterhalen en kan ik in het adresboek van zijn telefoon het nummer van Arjen (de kapitein van de Très Hombres) vinden en SMS hem dat we de spullen van Clemens gevonden hebben. Gelukkig liggen zij nog tot woensdagmiddag in Grenada en we spreken af dat Clemens woensdag ochtend naar onze ankerplek toe zal komen om zijn spullen op ter halen.


dus maar gewoon ouderwets peilen
Dinsdag halen we de was op, klaren we uit en maken we onze boot gereed om net voor het donker wordt te vertrekken. Het is wel jammer om hier te vertrekken, het is zo’n heerlijk plekje, met het prachtige strand van Pirates Bay en het gezellige plaatsje Charlotteville. Maar dat is nou eenmaal hoe het is, net als je je thuis begint te voelen is het ook weer tijd om te vertrekken. Het is geen lange afstand maar voorlopig wel de laatste nachttocht die we maken, want na Grenada zijn de afstanden korter en prima overdag te doen. Naar Grenada is het 85 mijl en we hebben 1-2 knopen stroom mee, dus het is maximaal 12 uur varen. Als we te vroeg vertrekken komen we nog in het donker aan. we varen samen met de Synergi, de Noorse boot. Zij zijn iets eerder weg, maar wij zijn sneller, en nadat we de genua over de andere boeg hebben uitgeboomd varen we ze al snel voorbij. We zien veel scheep(jes?) onderweg, maar geen van alle heeft AIS, dus maar gewoon ouderwets peilen. Gelukkig varen ze allemaal langs ons zodat we nauwelijks onze koers hoeven aan te passen. Het is verder een heerlijke rustige oversteek en we komen keurig met de dageraad aan bij Prickly Bay in het zuiden van Grenada. Het ligt er vol met moorings maar we weten toch nog een mooi ankerplekje te vinden dicht bij de dinghy steiger en dicht bij het strand.

Heerlijk wandelen op La Gomera

Genieten van oerbossen op La GomeraWat is La Gomera een prachtig eiland. Onze vroegere buurvrouw Bep Lamers ging hier elk jaar graag naar toe en was hier zo enthousiast over. Maar nu we hier zelf zijn begrijpen we dat veel beter.

Maar laat ik beginnen bij het begin. We liepen vrijdag 31 oktober de haven in terwijl er 25 knopen (6 Bft) over het dek vlogen. Ik stond in de schemering in mijn blote zomerjurk en had het niet eens koud met de gierende wind om mijn oren. Ook kwamen er af en toe een paar golven, die tegen de voorpunt aansloegen, zodat ik een douche van spuitwater over me heen kreeg. Lekker warm water, rare gewaarwording, want normaal zouden we in Nederland met dit soort weer echt in vol ornaat staan met zeilpakken en laarzen. En eigenlijk wilde ik zo graag een foto maken, maar ik durfde het roer niet los te laten. Het was ineens actief zeilen, met alle aandacht. Maar de achtergrond met rode wolken van de ondergaande zon en El Teide, de vulkaan op Tenerife, prachtig in beeld, staat in mijn geheugen gegrift.
En dan ben je op La Gomera. De plaats San Sebastián de La Gomera, waar de haven is, ligt altijd in de zon. De rest van het eiland is min of meer in wolken gehuld. De service in de haven is geweldig. Ze spreken goed Engels (wat op de rest van het eiland niet zo is) en zijn ons steeds vriendelijk van dienst met alle vragen, en hulp die we nodig hebben, kortom prettig aankomen!

Het is hier gemoedelijk. Columbus is hier medio 15e eeuw geweest en heeft hier in één van de huizen gewoond en zijn schietgebedjes voor een goede oversteek naar Amerika in de kerkjes vlakbij gedaan. De huizenbouw is relatief laag en je ziet hier niet van die toeristische flatgebouwen. Midden in Sebastián de la Gomera is een heerlijk pleintje waar kinderen spelen onder grote oude bomen, en wat een heerlijke rust uitstraalt. Wij voelen ons hier direct thuis.
De wegen zijn knap gebouwd en slingeren door het eiland en zijn eigenlijk al een bijzonderheid op zich met alle uitzichtpunten. Ze gaan in tegenstelling tot op Tenerife niet langs de kust, maar dwars over de berg (en door wolken) heen. De hoogte is hier ca. 1480 meter, dus het is niet zo hoog als Tenerife. Maar het eiland La Gomera heeft al heel lang geen vulkanische activiteit meer, dus er is veel meer erosie geweest dan op Tenerife. En dat merk je aan de steile wegen en de enorme kliffen en bergdalen, waar de wegen doorheen slingeren.

Na een dagje lanterfanten (we hadden afgesproken een dagje “niks” te doen, maar het kostte mij meer moeite dan de kinderen (film kijken) en Roelof, om een dag rust te houden), huren we een auto om meer van het eiland te kunnen zien (bussen rijden niet vaak genoeg voor ons doel om van de ene plek naar de andere te reizen binnen 1 dag). Dit keer is het een Renault Clio, die we schoon en wit meekrijgen, en modderig teruggeven na twee dagen. De wegen zijn behoorlijk steil en het is nog een kunst om op de steile hellingen met de motor te remmen zodat ze niet oververhit raken.


We rijden op zondag en maandag 2 en 3 november langs enkele plaatsjes op La Gomera (Hermigua, Agulo, Vallehermoso en Alajero). Bij Agulo is een natuurlijk zwembad wat gevuld wordt als er een grote breker uit zee over de rotsen slaat. Wouter en Myrthe genieten van het schouwspel. Wouter zoekt steeds weer het meest spannende plekje op waar hij net (niet?) nat wordt. Een stukje verderop loopt een weggetje langs de zee waar zo nu en dan ook een golf overheen spoelt. En ja hoor…, hier krijgt Wouter het wederom voor elkaar. Hij krijgt de volle golf over zich heen en is kletsnat, maar het kan hem niet schelen, hij vindt het prachtig! (En wij eigenlijk ook wel…)
Hierna gaan we langs “Visitor Centre” van het “National Parc Garajonay” midden op het Eiland en midden in het National Parc. Dat is zeer de moeite waard, want hier komen we veel te weten over de bewoners, geschiedenis en de flora en fauna.
Ondanks de steile hellingen hebben de bewoners hier knap werk verricht om landbouw te plegen. Er zijn op de hellingen steeds terrasjes gemaakt en er worden druiven verbouwd (ze maken ook lekkere wijn) en er zijn veel bananen plantages en andere fruitsoorten en gewassen. Maar omdat je op al die terrasjes op de steile helling geen tractor kan gebruiken is het hard werken en kunnen ze natuurlijk nooit commercieel op tegen de landbouw en kassen in Europa.
De oude bewoners hebben door de omstandigheden waarin ze leefden een manier ontwikkeld om van de ene helling naar de andere te communiceren (de geitenhoeders). Deze Silva fluittaal, is behoorlijk complex en je kan er heel veel mee vragen en antwoorden. Om te voorkomen dat deze fluittaal uitsterft wordt deze nu ook op de basisscholen aan de kinderen geleerd. Ik denk dat dat heel goed is om het cultureel erfgoed in stand te houden, maar ik weet niet of het leren van Engels hen economisch gezien misschien niet meer zou helpen….


Ook zien we in de tuin van dit informatiecentrum al iets van de flora die het eiland heeft. Het eiland is maar 100 km in omtrek, maar heeft bij elkaar veel meer diversiteit in planten dan het grote Frankrijk kan bieden. In de oertijd had je bijvoorbeeld de Laurisilva of laurierbossen in heel Zuid Europa, maar tegenwoordig bestaan die alleen nog maar op het kleine eiland La Gomera (en nog wat op Madeira en Azoren).
Laurisilva oerbosDit zijn bossen en bomen, met een soort korstmossen of mossen die erop groeien en het vocht uit wolken kunnen opvangen. Dit druppelt dan van de mossen op de grond en gebruiken de bomen om van te groeien. La Gomera is relatief droog er valt weinig regen (behalve in november, precies als wij er zijn, hihi). Maar doordat het eiland het hele jaar door een standaard temperatuur heeft en de wolken het eiland vaak bedekken is dit een hele handige truc van de planten en zorgt ervoor dat het eiland zo groen is als wat. Er zijn ook prachtige bloemen en bijzondere planten, waarvan ik helaas de namen niet ken, maar wel van onder de indruk ben. Wouter en Myrthe vinden ook met name de planten en bloemen prachtig en zien de tuin verder ook als prima speeltuin. We kunnen ze al van verre horen.

Wat verder opvalt is dat de bewoners heel zuinig zijn op wat La Gomera biedt. Het wordt allemaal goed behouden en onderhouden. De wandelpaden zijn wisselend in moeilijkheidsgraad (er zijn ook GR routes), zodat er voor iedereen iets aantrekkelijks is, en je niet de behoefte hebt om van de paden af te wijken en daardoor de flora of fauna te beschadigen.
Wij doen 3 verschillende wandelingen, 2 door het oerbos en 1 over een berg naar een stuwdam toe. De stuwdam is niet om energie te maken, maar dient vooral om water te verzamelen en te bewaren. Water is hier ondanks dat het zo ontzettend groen is toch behoorlijk schaars. De bossen zijn hier echt heerlijk. Je waant je in een soort oertijd en de omgeving doet aan als een sprookje met de wolken-mist die tussen de bomen hangt. Echt genieten.

Het is echter helaas wel november, regentijd. En dat merken we wel. Het zijn tropische, korte buien, en het regent over het hele eiland, behalve bij ons in de haven. Dat maakte extra wandeltochten dan toch weer iets onaantrekkelijker, ook al is de temperatuur zodanig, dat je die regenjas het liefst zo snel mogelijk weer uittrekt en ook weer snel opdroogt. Jammer, want we hadden graag nog meer van deze oerbossen gezien.

Maar een stranddagje is ook helemaal niet verkeerd. Vlak bij de haven kan je door een tunneltje en heb je ineens een prachtig uitzicht op El Teide en Tenerife aan de andere kant van de berg en aan de overkant. Er is een mooi strand met zwart lavazand. We gaan zwemmen, maar het is nog best spannend. Er staat 1 breker, maar die is behoorlijk heftig en gooit Myrthe ook nog met hoofd en schouders onder water en in het zand. Dat levert wat schaafwonden op. Dus toch maar naar een ander strand, zonder branding, naast de haven, alleen ziet het er daar iets minder schoon uit. Er drijft veel plantenafval. Dat is waarschijnlijk de afgelopen dagen met de harde wind losgekomen. Wouter vindt dat gekriebel van planten aan zijn benen maar niets en gaat al gauw samen met Myrthe in het zand spelen. Grappig dat met wit zand het niet zo opvalt als je onder zit, met zwart zand geeft dat echt een heel andere indruk!

Inmiddels zijn we weer een nieuw toetsenbord rijker. Het was zowaar het goede toetsenbord wat Acer ons heeft toegestuurd en dankzij het verzenden door onze buren Eric en Saskia ligt het hier keurig op ons te wachten in de haven van La Gomera. Roelof heeft het vastgezet en heeft niet eens één van de 50 super kleine schroefjes over gehouden. Hij heeft tijdens de geduldklus geen lelijk woord gezegd. Knap werk. Als het goed is zien jullie nu minder foute aanslagen en foutjes dan in eerdere blogs (klopt dat ?).
Nu is het nog wachten op de sleepgenerator. Die is ons door Rob Wink toegestuurd. Maar die ligt nu al bijna een week ergens op Tenerife of Gomera bij een lokaal transport bedrijfje dat weer ingehuurd is door UPS. Elke dag beloven ze weer dat hij vandaag afgeleverd wordt…, Nou ja, Manjana dan maar. Zodra deze is aangekomen (met hulp van het bemiddelen door de mensen uit de haven), vertrekken we. We gaan nog even terug naar Tenerife om de Volonté te ontmoeten en meteen goedkoop in te slaan voor de oversteek (het is hier allemaal duurder dan in NL).
Bovendien is de harde wind inmiddels ook hier weer voorbij. In de haven hebben we nachten met 35 knopen (8 Bft) gezien. Maar inmiddels is alles weer rustiger en durven wij de acceleratiezone nabij Gomera wel weer in, en zien we er naar uit om de Volonté op te zoeken op Tenerife.

Elk nadeel heb zijn voordeel…

Elk-nadeel-heb-zijn-voordeel

Vandaag (31 okt) vertrekken we vroeg vanuit de ankerbaai Bahia de Abona (Tenerife) richting La Gomera. Er is weinig wind en we proberen zoveel mogelijk te zeilen, waardoor we vaak niet meer dan 2-3 knopen lopen. Zo komen we niet voor het donker aan, dus motor aanzetten, of doorvaren met de wind die er is… We kiezen voor het laatste en pakken elk knoopje wind dat we kunnen vinden.

Al met al een relaxt dagje varen, al komen we dan wel in het donker aan. Aranka meldt nog dat de “acceleratiezone” tussen Tenerife en La Gomera met name bij La Gomera wel eens 10 knopen wind extra kan geven. Nou ja, denken we, met 5 knopen kunnen er best 10 bij… Onderweg zien we verschillende keren walvissen, een keer van dichtbij. Het lijkt erop alsof er hier veel rondzwemmen…

Zo varen we verder, deels zeilend, deels motorend, totdat we wat witte kopjes voor ons op het water zien. Zou deze acceleratiezone dan toch echt veel wind geven? Tot nu toe zijn we er al diverse gepasseerd, maar hebben we er niets van gemerkt, waarschijnlijk omdat er te weinig wind stond.

Het begint nu toch een beetje te waaien, we hebben 10 knopen wind! Motor uit, genua uitgerold, hé het is al 15 knopen… Een gewaarschuwd mens telt voor twee, dus we kijken het deze keer maar niet aan, en zetten meteen maar een tweede rif. Nog voor ik bij de mast sta zet de wind lekker door en hebben we dik 20 knopen en is de windrichting veranderd van pal voor de wind naar aan de wind. De boot schiet met zeven knopen over de golven. Als we dichter bij de haven komen waait het nog wat harder tot 25 knopen, en draaien we de genua nog wat verder weg, voor de snelheid maakt het niet uit.

Zo met de invallende duisternis is dit toch wel weer wat veel van het goede… Maar ja, ieder nadeel heb zijn voordeel want met deze snelheid zijn we net met de schemering bij de haven, en dat is dan wel weer prettig. In de haven laten we het zeil zakken en daar neemt in de luwte van de rotsen ook de wind verder af. Nog net met het laatste beetje daglicht meren we af. Die acceleratiezones bestaan dus echt!

Aranka tovert in no-time een heerlijke maaltijd op tafel, en als we ‘s avonds nog even het plaatsje willen verkennen staan er een dozijn kinderen bij de boot… Of we mee willen doen met ‘trick or treat!” Wouter en Myrthe sluiten zich zonder bedenken aan bij de “United kids of Halloween” en met het snoep dat ze ophalen lijken de taal barrières tussen Frans, Deens, Nederlands, Noors en Engels ook opgelost.

Cruising Maroc per… auto

Het ziet er naar uit dat we nog zeker tot volgend weekend (18-19 okt) in Rabat liggen. Enerzijds doordat de wind nu uit het zuidwesten komt ipv het gewenste noorden, en anderzijds doordat de haven de komende dagen op slot gaat ivm te hoge golven en bijbehorende brekers bij de ingang.
Het is nog steeds herfst vakantie bij ons en we besluiten om nog een tocht door Marokko te maken naar het noorden, en in ieder geval naar Chefchaouen. We huren een auto wat hier wel erg gemakkelijk gaat. Je belt een verhuurbedrijf, 5 minuten later wordt je opgehaald in de haven en een kwartiertje later heb je een auto mee. Krassen en deukjes worden niet opgeschreven, die worden gezien als normale gebruikssporen in het Marokkaanse verkeer.

Dinsdag avond (14 okt) is er nog een borreltje bij de Win2Win die vandaag ook in Rabat zijn aangekomen. Zij hebben een zware tocht gehad, veel wind, hoog aan de wind en zeeziekte. Blijkt maar weer hoe het kan verschillen met het weer want wij hadden een heerlijke tocht naar Rabat toe. Het is gezellig om bij te kletsen en we krijgen nog een hoop tips van Leon en Frieda die eerder ook naar Chefchaouen zijn geweest.

Woensdag ochtend is het de bedoeling vroeg te vertrekken, maar voordat we alles ingepakt hebben is het toch weer elf uur, maar dan zijn we ook op pad. We tanken eerst, want anders dan in Nederland krijg je de huurauto hier leeg mee en lever je hem ook weer leeg in. Dan rijden we eerst naar Moulay Bousselham, waar een rivier in een prachtige delta loopt voordat hij de zee in stroomt. Op goed geluk gaan we met een gids mee die ons de delta per boot laat zien. Dat pakt erg goed uit, onze gids Ahmed weet heel veel van vogels en heeft zelfs een Nederlandse vogelgids waar hij ons de vogels die we zien in aanwijst. Zo weten we nu dat we de Witte en Blauwe reiger, de Scholekster, de Grutto, de Regenwulp, de Juveniel, de Steenloper en de strandplevier met 3 tenen en gewone strandlopertjes hebben gezien. Helaas zijn er nu geen flamingo’s die hier ook vaak te zien zijn, maar dat wordt meer dan goed gemaakt door het prachtige uitzicht over de delta.
We zien ook vissers die naar krabbetjes vissen met grote netten die ze over de bodem trekken. De krabbetjes worden weer gebruikt als lokaas bij het vissen op zee. Vandaag liggen overigens alle vissersbootjes op de rivier want de branding die ervoor zorgt dat de haven in Rabat gesloten is zorgt er ook voor dat de vissers hier niet kunnen uitvaren.

Na ons boottochtje rijden we verder naar Chefchaouen via binnenwegen door het Rifgebergte. We lezen in de gids dat hier cannabis in grote hoeveelheden wordt geteeld waar maar liefst 800.000 mensen werkzaam in zijn. Er wordt geprobeerd om mensen om te scholen naar gids, maar 800.000 gidsen… Maar het Rifgebergte is ook prachtig om te zien en we genieten van het uitzicht terwijl de hellingen steeds steiler worden. Ons autootje (Citroën C1) heeft het er maar zwaar mee. In Chefchaouen zoeken we naar het hotelletje Dar Dalia dat ons door Leon en Frieda is aangeraden. Iedereen die we het vragen weet ons met grote stelligheid te vertellen waar het is, maar ze wijzen allemaal een andere richting op. Helaas hebben we alleen een kaartje in de Lonely Planet waar nauwelijks straatnamen op staan en na een paar rondjes te hebben gereden vinden we gelukkig een goede kaart op straat. (De telefoon met Marokkaanse simkaart is ermee opgehouden, dus geen GoogleMaps). Nu we weten waar we zijn, hebben we het snel gevonden. Het is een leuk hotelletje, vlak bij de medina van Chefchaouen. Wouter en Myrthe vinden vooral de schildpadjes bij de fontein erg leuk. Als we terug zijn van onze reis willen ze als huisdier nu geen hond meer maar schildpadden, ratten en een poes…

Chefchaouen wordt ook wel de blauwe stad genoemd. De huizen in de medina zijn wit en aan de onderkant blauw geverfd. Ook de straten zijn deels blauw geverfd, wat een gezellige en frisse aanblik geeft van de oude medina. Als we het hotel gevonden hebben begint het al donker te worden, en we gaan snel op zoek naar restaurant Aladdin, waar je lekker kan eten met een prachtig uitzicht over de stad. Het stadje doet zijn reputatie eer aan, want de medina is inderdaad erg leuk.
Donderdag bekijken we nog de burcht van Chefchaouen en slenteren we door de medina voordat we de auto instappen die natuurlijk goed bewaakt is…, zo heeft Marokko zijn eigen betaald parkeren. We rijden richting Tanger en Aranka zoekt in de gids een volgende leuke bestemming. Tétouan blijkt een prachtige plaats, zie onderstaand stukje uit Wikipedia:

De medina (oude stad) van Tétouan staat op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO. De binnenstad is zeer karakteristiek en traditioneel. Men vindt hier bijvoorbeeld veel oude witte huizen, enkel laagbouw (zie foto). Overal in de stad ziet men mensen die oude ambachten beoefenen, zoals wevers, juweliers en leerbewerkers. Toeristen probeert men hier ook vaak tapijten te verkopen. Verder lopen er veel dieren rond in de medina.

Nou, dat kunnen we niet laten lopen en we zoeken een leuk hotelletje in de Lonely Planet. Als we het hotel El Reducto proberen te vinden, komen we langs erg steile weggetjes, waar onze C1 het bijna begeeft, maar in de eerste versnelling met een slippende koppeling komen we toch de helling op. Even later lopen we helemaal vast als we midden op de plaatselijke markt terecht zijn gekomen. Dan is zo’n klein autootje wel weer een voordeel… Na twee rondjes hoor ik toevallig Nederlands praten, en snel vragen we de weg aan een familie Nederlandse Marokkanen of Marokkaanse Nederlanders… We zetten de auto neer en lopen verder naar het hotel wat in de medina ligt en waar je inderdaad helemaal niet met de auto komen kan (dat hadden we niet gezien op het Lonely Planet kaartje…)
Het is een prachtig hotel, met mooi mozaïek en een heerlijk dakterras. We weten nog wat van de prijs af te praten, gaat nu ook makkelijker nu het geen hoogseizoen is. De kinderen vinden het een geweldig hotel, want ze hebben 2 hele jonge katjes en in de hotelkamer een soort eigen zoldertje waar ze knus met zijn tweeën slapen.
De Medina is inderdaad heel authentiek en we zien er nauwelijks toeristen. We verdwalen zoals gewoonlijk maar vinden na een tijdje ook weer de weg terug. We zien hier ook meer Spaanse invloed zo ver in het Noorden. Ook zien we Berber vrouwen uit het Rif gebergte, meestal herkenbaar aan een strooien hoed.

De enorme hoeveelheden groente en fruit die zijn uitgestald zijn opvallend, zeker omdat je maar heel zo nu en dan iets verkocht ziet worden. En zo in de zon uitgestald zal het ook niet heel lang goed blijven…. Het ziet er in ieder geval allemaal heel vers uit.
Verder staat dit gebied bekend om zijn cannabis-teelt. Echter zien wij er behalve plastic zakjes met gedroogde blaadjes te koop, verder weinig van. Wel zagen we onderweg bananenteelt.

Vrijdag hebben we een heerlijk ontbijt in het hotel, als Wouter probeert zijn sinaasappelsap in een eigen beker over te schenken, wordt het (uiteraard) een grote bende. De vrolijke hotelbaas neemt Wouter mooi beet en doet alsof hij boos wordt en vraagt aan Wouter een euro om het weer schoon te maken. Eerst snapt Wouter het niet, maar dan kleurt hij diep rood, en rent dan naar boven om een euro uit zijn portemonnee te halen. Later krijgt hij de euro terug, hij is er bedremmeld van en heeft zijn lesje wel geleerd. Als we weg gaan zijn de Hotelbaas en Wouter dikke maatjes.


Vandaag rijden we terug via Assilah aan de kust. Hier vallen ons de brekers op die in de haveningang staan. Hier wil je niet tussen varen en ook hier valt het op dat alle vissersbootjes in de haven liggen. Assilah zelf is een leuk plaatsje, maar omdat het vrijdag is is alles dicht, dus dat is jammer. Er is mooie kunst op de muren en hier zijn de meeste huizen wit geverfd. Maar alle winkeltjes met traditionele nijverheid zijn er vandaag dus niet. We gaan nog op het piepende geluid af van poesjes. En ja hoor, even later zien we 2 kittens, nog met dichte oogjes piepend over de stoep rollen. Ze kunnen nog nauwelijks lopen en roepen om hun moeder. Het liefst willen de kinderen ze meenemen net zoals de Batjar heeft gedaan. Maar dat zien wij niet zitten en het kost enige overredingskracht om de kinderen weer mee te krijgen…


We rijden terug naar Rabat en doen nu we toch een auto hebben nog even goed boodschappen in één van de zeldzame supermarkten van Rabat. Compleet afgeladen brengt de C1 ons weer netjes in de haven. Ik tank ook nog even alle Jerrycans vol met diesel en dan leveren we de auto weer in, wat zo mogelijk nog soepeler gaat dan het huren. Ik bel het verhuurbedrijf en vijf minuten later is dezelfde vriendelijke meneer in de haven, vraagt of we een prettige reis gehad hebben en neemt de auto weer mee. ‘s Avonds eten we lekker in een restaurantje bij de haven en dan slapen we weer “thuis” op onze eigen boot.

De haven is de komende dagen nog gesloten en we kunnen dus niet weg. Zoals het er nu naar uit ziet kunnen we maandag de 20ste of dinsdag weg. We hebben dan ook een paar dagen goede wind richting de Canarische eilanden. Zaterdag drinken we met de bemanning van de Win2Win, de Ojala, de Puff en de Symina waarop een Turkse vrouw solo vanuit Istanboel is komen zeilen. Verder doen we klusjes aan de boot zoals het vastsjorren van extra dieseltanks op het dek en strak zetten van de verstaging. Verder beginnen we ons voor te bereiden op de tocht naar de Canarische eilande, die naar verwachting ca. 4 dagen duurt. Nu maar hopen dat de haven inderdaad weer open gaat, en er een beetje gunstige wind staat.

Lagos


Een beetje uitgeslapen liggen we aan de steiger voor de brug bij Lagos. Het is mooi 1 oktober, dus nu zijn de haventarieven met 60% gezakt. We kunnen dus rustig naar binnen door de brug, om 9.00 uur en een plekje zoeken, want nu kost het iets meer dan 20 euro voor een nacht.

In de haven vliegt de tijd voorbij. Even school doen, de zeilen beschermen met huikje en rolfokhoes (tegen de zon). Roelof gaat nog zoeken naar een ankerboeitje wat we afgelopen nacht zijn kwijtgeraakt. Als de kinderen klaar zijn met school neemt hij ze mee naar het strand om te helpen zoeken.
Ondertussen maak ik gebruik van de leegte aan boord en gooi alle bedden op zijn kop en verzamel alle wasgoed voor maar liefst vier wassen. Voordat ik die in de machine heb is het al ver in de middag. En dan kan ik even douchen! Je kan het er allemaal maar druk mee hebben.

De middag is al zowat om, maar dan gaan we Lagos in. Vol verwachting, want we waren hier per slot helemaal speciaal naar terug gekomen. Het is een schattig plaatsje, en als we naar het centrum lopen zien we een replica van het type schip waarmee Bartomoleu Dias in 1488 als eerste Europeaan Kaap de Goede Hoop rondde. Van de kinderen hoor ik dan dat ze van pappa al geschiedenisles hebben gehad. En dan wordt me haarfijn uitgelegd waarom Lagos zo bijzonder is. De ontdekkingsreizigers hebben vanuit Lagos als eerste slaven uit Afrika meegenomen en de eerste Europese slavenmarkt was hier. Niet iets om trots op te zijn, en daar had wel wat meer aandacht aan besteed mogen worden (ipv aan alle Europese miljoenenprojecten die hier de afgelopen jaren gebouwd zijn).
Ook voerde hij zijn ontdekkingsreizen vanuit Lagos uit. Hij vestigde zich in Sagres, en richtte een zeevaartschool op, waar het driehoekige zeil werd uitgevonden i.p.v. de rechthoekige zeilen. Hiermee kon je ook aan de wind varen, en het zeilde ook veel sneller, en dat hebben we nu nog.

Terug op de boot hangen we snel de was te drogen. De kinderen stimuleren we om eens kennis te maken met de Gavroche. Die hebben we ook al vaker gezien, en ze varen ook richting Carieb. Ondanks de verlegenheid en de taalbarriere weten ze een afspraak te maken. Morgen om 13.00 uur na schooltijd gaan ze samen spelen.
Het schemert al. En terwijl de muggen ons lek prikken zoeken we snel een plekje in een restaurant aan de kade. Heerlijk gegeten.

Donderdag 2 oktober.
Vandaag spelen Myrthe en Wouter met Anna (7) en Luka (4) van de Gavroche. Uiteraard na schooltijd. Maar we rekenen het wel als een Engelse les. Het lukt ze uiteindelijk toch om leuk samen te spelen. Ze varen ook wat rond in de dinghy in de haven en worden door het jacht naast ons uitgenodigd voor een bezoek. Het is een schip van zeker 70 voet, wit met hout en gouden afwerking. Als de kinderen aan boord stappen doe ik mee, want dit wil ik ook wel even zien. De zoon van de eigenaar beheert het schip nu even. De elektronica en navigatieapparatuur aan boord (6 grote schermen) is al indrukwekkend. De kinderen valt het vooral op dat er een TV in zit zo groot als thuis. En dan mogen we de keuken zien. Ze hebben gewoon een inloopvriezer, mega koffiezetapparaat, afwasmachine, magnetron en een stoomoven. Ik kijk mijn ogen uit. En dan gaan we nog naar de slaapkamer van de eigenaar. Het lijkt wel een luxe hotelkamer. De luxe imponeert de kinderen minder, die vinden het gewoon gaaf dat je langs de schuine wanden van het schip kan glijden. Met de waarschuwing niet aan knopjes te zitten mogen we ook de machinekamer in. Die is bijna groter dan het totale ruim in ons schip. Ben ik even blij dat ik op een gewoon zeiljacht zit, want om te snappen hoe dit allemaal werkt gaat echt heel ver. Maar als je dit enorme luxe jacht kan kopen, kan je waarschijnlijk ook het salaris van een mecanicien betalen en een dienstmeisje wat in het achteronder alle wassen aan boord kan doen en zelfs ook drogen, en die bereid is om uren per dag al dat goud te poetsen en het dek te boenen. Heerlijk om te zien en me aan te vergapen.

Wouter heeft inmiddels Anna en Luka ook voor het avondeten uitgenodigd. Hij is wel super sociaal en regelt echt op zijn manier deze leuke contacten waar wij ook lol van hebben. Ook de Win2Win komt nog langs. Ze zijn vandaag 6 jaar bij elkaar. Ze hebben limoen-ijs meegenomen. Nou dat komt wel op bij ons aan boord.
Later in de avond gaan we ook nog even bij hen langs. Kan ik zien hoe Eltjo met de i-pad leuke filmpjes van het zeilen heeft gemaakt. Nou als ik goed heb opgelet zien jullie wellicht nog een keer een zeilfilmpje van ons op de blog. Ik ga het eens proberen.

Langs de Algarve


Sagres is een prachtige ankerbaai, met hoge kliffen rondom. Als we ‘s ochtends wakker worden is het een prachtig gezicht met het opkomende zonlicht. Omdat er gisteren toen we naar Sagres toe voeren niet zo heel veel van school terecht is gekomen moeten Wouter en Myrthe vandaag een volle dag doen (vier blokken terwijl we normaal op de woensdag maar twee blokken doen). Maar doordat de Volonté en de Antares hier ook liggen en ze graag met Jesper, Thomas en Quirijn willen spelen maken ze hun school toch redelijk snel af. Rond één uur vaart Aranka met de dinghy en alle kids naar het strand, waar ze de hele middag heerlijk spelen.
Ik ben nog aan het klussen aan het dek (pluggen vervangen in het teak dek waar de schroeven op sommige plaatsen door het teak heen komen). Als ik klaar ben heb ik ook wel zin om te zwemmen en zwem ik naar het strand, toch wel een eindje, maar na een kwartier zwemmen ben ik heerlijk opgefrist. ‘s Middags past Walewijn op de kinderen terwijl ze zandboten en jet-skies in het zand maken. Zo kunnen Aranka en ik samen even het plaatsje bekijken (waar we overigens wel snel mee klaar mee zijn) en boodschappen doen. Wouter mag met Ron mee in de dinghy vanaf het strand op en neer naar de Verleiding en in planee varen, zo horen we later. Wouter vindt het prachtig, hij heeft het er de hele avond nog over…
Het is opvallend hoe het klimaat en de sfeer veranderd op het moment dat je de zuidwest punt van Portugal (Cabo de São Vicente) om vaart. Het klimaat is veel droger, het is veel warmer waardoor je op een dag ook veel minder doet en er zijn heeeel veeeeel Nederlanders die of met pensioen zijn of op een andere manier hier zijn blijven “hangen”. We ontmoeten een zeiler die al een paar keer naar Carib is geweest en hier nu is blijven hangen omdat zijn vrouw niet meer mee wil, een ouder echtpaar dat in Ferragudo (vlak bij Portimão) woont en hier langs de kust vaart, maar ook in elke supermarkt kom je Nederlanders tegen (erg makkelijk als je iets zoekt en niet weet hoe het in het Portugees heet). Waarschijnlijk valt het extra op omdat het hoogseizoen inmiddels echt voorbij is en nu alleen de “eeuwige toeristen” over zijn. In ieder geval zijn wij blij dat wij nog een hele reis en daarmee een doel voor ons hebben, want om hier te blijven hangen trekt mij eerlijk gezegd niet zo. Toch moeten we hier maar niet te lang blijven, anders weet je maar nooit…

Donderdag varen we naar het plaatsje Alvor dat aan de gelijknamige rivier ligt. We varen rond negen uur weg van Sagres, iets na de Verleiding en de Volonté, zodat we rond één uur bij de monding van de Alvor zijn. De Alvor is een rivier die erg ondiep is en die niet betont is, dus we willen met opgaand tij de rivier opvaren. Als we dan vastlopen, komen we vanzelf weer los met het opgaand tij. Alhoewel er niet veel wind is, kunnen we heerlijk zeilen en schieten we goed op. We trimmen de zeilen tot de laatste millimeter om zo veel mogelijk snelheid uit de wind te halen. We lopen de Volonté en de Verleiding op wat mooie foto en film momenten oplevert (Zie ook eerdere blog ) en Wouter speelt met een speelgoedboot die hij achter ons schip trekt en ik probeer te vissen, maar we vangen wederom niets (ook wel gemakkelijk want ik heb geen idee wat ik precies met een vis moet doen die wel bijt….)

Als we de Alvor naderen zakt de wind verder in en laten we het grootzeil zakken. Op de Genua varen we de Alvor op, maar het stroomt behoorlijk en samen met de Genua die nu weer goed wind vangt lopen we meer dan zes knopen. Dat lijkt ons niet zo’n goed plan want als we nu op een van de vele zandbanken lopen is het wel een harde knal. We draaien de Genua weg en Aranka gaat op de voorpunt kijken om de zandbanken te ontwijken. Het gaat goed en we houden overal een meter speling. Bij het plaatsje Alvor is het druk met schepen in het smalle vaargeultje, maar het lukt de Verleiding en ons wel om een plekje te vinden. De andere Nederlandse schepen die achter ons varen blijven bij de ingang van de Alvor liggen waar je ook prachtig ligt en waar meer ruimte is. ‘s Middags lopen we door het plaatsje Alvor, wat gezellig, maar ook wel heel toeristisch is. Het is echt een en al restaurantjes en toeristen winkeltjes. Maar de baai waar we liggen is prachtig. ‘s avonds komen Ron en José van de Verleiding nog even gezellig koffie drinken.

Vrijdag wandelen we door de rand van duinen die tussen de zee en de Alvor liggen. Het is een prachtig gebied wat met (spring) vloed onder loopt en met eb droog valt. Met de vloed zien we allerlei krabbetjes en vissen tevoorschijn komen. Als we bij het eind van de duinenrij komen zien we de Puff, de Antares en de Volonté liggen. Wouter heeft al snel contact met de Volonté, waarbij hij over de baai schreeuwt “Volonté Volonté, hier de White Witch, over” alsof hij door de Marifoon praat. Maar goed, zijn geschreeuw wordt gehoord en even later zitten we bij de Volonté aan boord met een lekkere kop koffie. Leuke pauze van onze wandeling! Als we terug lopen langs het strand is het bloedje heet en ziet de zee er wel erg aantrekkelijk uit. Stom dat we onze zwemspullen niet hebben meegenomen. Gelukkig is het strand vrijwel verlaten dus we zwemmen lekker in onze onderbroek. Een handdoek heb je ook niet echt nodig want je bent zo droog in de warme wind. Het koelt heerlijk af en Wouter en Myrthe gooi ik een paar keer met een grote plons in het water. Wouter wordt dan heel boos, maar wil meteen nog een keer…

Zaterdag ochtend hebben we afgesproken op het strand bij de Puff, de Antares en de Volonté om samen koffie te drinken. Inmiddels is de Ojala hier ook aangekomen. Wouter en Myrthe spelen samen met Quirijn, Jesper en Thomas in het water en vermaken zich prima.
‘s Middags varen we naar Portimão waar we aan een mooring gaan liggen vlak voor Ferragudo, een aardig vissersdorpje tegenover Portimão. Volgens de bemanning van de Leti Leti (die we ‘s-ochtends ook op het strand ontmoet hadden bij het koffie drinken en ja,… ook weer Nederlands) kunnen we de mooring gebruiken. Een andere Nederlander die er ook ligt en woont op zijn bootje en hier bij een werf werkt, is de mooring van het restaurant tegenover de ankerbaai, en volgens hem is dit ook een uitstekend restaurant. We besluiten direct hier dan maar ter ere van Aranka’s verjaardag (zondag is ze jarig) te gaan eten. De eigenaar vind het prima dat we zijn mooring gebruiken en we mochten ook zijn Internet gebruiken, water halen etc. En… we hebben heerlijk vis gegeten!

Filmpje van de White Witch in blue

Vandaag hadden we een heerlijke zeildag toen we van Sagres naar Alvor zeilden. Ron van de Verleiding maakte dit filmpje toen we naast hem voeren. Let op: De kwaliteit van het filmpje wordt door youtube automatisch aangepast aan de verbinding die je hebt. Rechts onder met het tandwieltje kan je de kwaliteit aanpassen.

Dag Taag… Hallo Sines!


We zijn vertrokken uit Lissabon (vrijdag 19 september) en zijn 50 mijl zuidelijker naar Sines gevaren. We hadden redelijk westelijke wind en voor het eerst dus een mogelijkheid om weer zeilend naar het zuiden verder te gaan (zonder tegen de wind in te kruisen).

De Taag uitvarend stond er even deining van 3 meter hoog. Door de ondiepte (5-20 meter) was het nog best even rommelig varen in de oceaandeining en we houden zolang de motor ook nog even erbij om er met voldoende vaart doorheen te komen. We varen met 4 zeilschepen in rij de haven uit en we hebben duidelijk allemaal hetzelfde doel. Een lekker tochtje naar Sines.

Op enige afstand zien we stevige regenbuien en bewolking en mooie regenbogen. Gelukkig blijven wij in de zon varen en waaien de buien achter ons langs weg. Maar helaas is er één buitje dat ons wel gaat raken. Snel het regenpak helemaal aangetrokken en het begint onstuimig te waaien, dus toch maar even de fok weggehaald. Grappig, midden in de bui totaal geen wind en dan, als je denkt dat hij verder overwaait en weg is, krijg je nog een staartje wind.
Ron en Jose varen met de Verleiding vlakbij, maar waren in de bui even volledig uit zicht (mist door de regen). Na de bui hebben we even contact via de marifoon. Ron en Roelof zitten qua humor volledig op dezelfde golflengte, dus er wordt op kanaal 77 even gekletst en grapjes gemaakt. Altijd goed teken dat het overal oke is.
En verder de hele route gewoon lekker zon en wind uit de goede hoek (13 knopen dus windkracht 3-4). We varen gemiddeld 6-7 mijl per uur en zo is deze afstand heel vlot te overbruggen. Onderweg zien we ook het zeiljacht Ojala bij Sesimbra uit de haven varen. Ook zij gaan op weg naar Sines. We hebben straks dus weer een Nederlandse enclave in Sines liggen!!!!!!

De diepte loopt onderweg weer tot 1000 meter diep net uit de kust en hier zaten dus ook weer leuke dolfijntjes. ze sprongen weer met dolle sprongen uit het water, maar ze bleven niet lang bij de boot. Verschillende groepjes dolfijnen zijn wel langsgeweest. Ook een vis sprong nog uit het water. Op de vlucht voor dolfijnen?

Bij Sines aagekomen ziet het er uit als een drukke industriele haven. Er voer ook een megatanker naar buiten. Maar gelukkig is het kommetje waar de jachthaven is, vlak bij het plaatsje en ziet het er heel gezellig uit. Het is een kleine haven, met een mooi zandstrand in de kom waar we op uit kijken en tegen de berg aan de witte huizen met rode daken en een kasteeltje.
Als Roelof van de anderen hoort dat het inschrijven in deze haven best lang duurt, stuurt hij mij op pad om dat eens te ervaren. Dus ik op pad, gewapend met paspoorten, zeebrief, verzekering en crewlist en de instructies dat ons schip echt niet langer is dan 12 meter. Maar de bureaucratie valt mij nog best mee. Alleen de borg van 30 euro voor een havenpas daar schrik ik nog wel van. Laten we hopen dat we deze niet vergeten in te leveren, zoals is gebeurd in Porto, of dat we ermee struikelen op de steiger en dit kleine stukje plastic naar de zeebodem verdwijnt.

Het is eigenlijk vrijdag en de kinderen hebben school. Maar tijdens het zeilen is het ons niet echt gelukt om ofwel les te geven of zelfstandig in de werkboeken te werken. Dus in de haven even snel een lesblok afgerond en dan zwemmen. We lopen nog steeds 3 weken voor (vergeleken met de scholen uit Leiden), dus we hoeven niet alle lessen perse vandaag af te ronden. Heerlijk die flexibiliteit, dat we zelf kunnen bepalen wanneer we de lesblokken uitvoeren. Maar ja, we gaan wel proberen de kinderen te motiveren om deze zevende lesweek dan op zaterdag/ zondag af te ronden. Kijken of dat weer gaat lukken.

Knisperende geluiden in het water:
Zaterdagochtend (20 september) zijn onze kinderen zoals gewoonlijk om 8 uur in de ochtend wakker. En als Wouter wakker is, is hij ook echt heel erg wakker. In zijn enthousiasme over lekker eten heeft hij bedacht dat we vandaag maar eens een feestje moeten houden. En vrolijk rent hij van boot naar boot om te vertellen dat er om drie of vier uur in de middag taart is bij ons. Hij rent in alle vroegte over de steiger; en zijn de anderen daar nog niet wakker van geworden, dan klopt hij wel enthousiast op de schepen om aandacht te krijgen voor zijn plan. Er komen wat slaperige hoofden naar buiten. Maar gelukkig lijkt niemand boos, en wordt het plan van Wouter in goede aarde ontvangen. Er wordt ook gevraagd of er iemand jarig is, maar nee hoor, dat is niet noodzakelijkerwijs nodig voor Wouter om een feest te organiseren (dat heeft hij in Leiden van Anna, ons buurmeisje geleerd).
We liggen hier met 5 Nederlandse schepen, De Zwerver, de Verleiding, Windoversea, Ojala en wij. We moeten dus toch wel wat regelen om om 4 uur taart te hebben met 13 personen. Dus we duiken de diepten van onze voorraadluiken in en jawel hoor; score = een Oetker kwarktaart en een pak cakemix. Daarmee moet het vandaag lukken.

Gauw gaan de kinderen aan de slag met een rekentoets (school) die eerst moet worden afgerond. Terwijl zij aan de slag zijn, bak ik wentelteefjes van ons oude brood. Als iedereen klaar is gaan we om 12.00 uur eens naar het dorpje toe. We lopen langs het strand over een soort boulevard. Midden op de boulevard zijn trainingsapparaten geplaatst. Kan je mooi je conditie trainen met uitzicht werkelijk prachtig uit de haven de oceaan op. Geweldige plek. En even verderop is er zelfs een lift gebouwd om de berghelling op te komen. Het bouwwerk is zo gek dat Roelof dat absoluut wil uitproberen. Maar helaas, deze hele dure installatie van een lift aan het strand met 4 verdiepingen, en geheel afgewerkt met natuursteen, is niet functioneel. We vermoeden dat dit een typisch Europees projectje is geweest van een paar miljoen waarbij het onderhoud is vergeten. De lift is erg fraai, maar wordt nu gebruikt als plashok, want hij doet het niet. Gelukkig kunnen we wel met de trap omhoog, ons er nog steeds over verbazend waarom die lift er nou toch zou zijn geplaatst.

Het dorpje is heel aardig. Witte huizen, beetje Grieks aandoend met de donkerblauwe kleuren erbij en de rode dakpannen. Het is vrij stil voor een zaterdag. We wandelen wat rond en vinden een supermarkt om boodschappen te doen voor het feestje. Op zoek naar de noodzakelijke ingrediënten zoutvrije roomboter en slagroom. Dat blijkt in Portugal minder makkelijke producten dan in Nl om snel mee te slagen. Myrthe en Wouter hebben rood-wit-blauwe snoepjes ontdekt en willen daar de taart mee versieren voor het NL-feestje. Met alles wat we hebben gevonden gaan we terug naar de haven en aan de slag met de taart. Tenminste, Roelof en ik zijn hard aan het werk, de kinderen duiken in het water. De taart zou 2,5 uur moeten opstijven in de koelkast (maar we hebben maar een uur) en de cake die Roelof bakt zou een uurtje in de broodbak machine moeten. We maken alles klaar en nemen dan net als de kinderen nog even een verfrissende duik in het water. De Windoversea heeft een opblaasbare surfplank en de kinderen zijn er ook mee aan het spelen. Dolle pret hebben ze, en ze varen alsof het een standup plank is met de dinghypeddels door de haven.
En daarna feest. Erg gezellig. Weer in een heel andere nl-setting dan de andere borrels, en dit keer dankzij Wouters plan met thee/ koffie en taart.
Maar ondanks alle ervaring en kennis die we bij elkaar hebben, weet niemand wat het knisperende geluid is, wat je in het water hoort. Het lijkt net of er water in de bilge loopt of dat de kakkerlakken zich inmiddels in ons schip hebben gevestigd…….Misschien is het geluid van de mosselen?
Als iemand het weet horen we het graag, we zijn hier met heel veel nieuwsgierige vertrekkers!!!!!!!!!!!!

Aanval van een trekkersvis?:
Zondag 21 september maken we een relaxdag. We wandelen nog een keer naar het dorpje Sines om toch nog het kasteel te bekijken. Maar meer dan een mooi uitzichtpunt is het eigenlijk niet. Dat viel een beetje tegen. Nog even plaatselijke lekkernijen geproefd in het café en daarna gaan we ons weer vermaken bij de boot.
De kinderen duiken in het water en maken dolle pret met Martijn van de “Zwerver”, en zwemmen een heel stuk met hem mee rond de haven.
Roelof maakt dankbaar gebruik van de aanwezige kennis en maakt voor het eerst een lier open, voor onderhoud. Het zit vol radartjes en veertjes en het is dus even goed opletten. Maar met wat handige tips van Ron (van de Verleiding) weet Roelof wat hij moet doen. Het is best een klus, maar aan het einde van de dag draait de eerste lier alweer soepel.
In de haven is het net een groot aquarium. Het is heel helder en er zwemmen behalve harders (de vissen die onze boot schoon eten) ook andere tropische vissen. We zien Dorades (lekker), maar er zitten bij de mosselen ook vissen van 20-30 cm lang met hele mooie blauw/paarse vinnen, zoeloelippen met tanden erin. Ze hebben bolle ogen, ook blauw gekleurd. Ze bewaken hun territorium goed, want zodra ik mijn camera erin houd wordt deze aangevallen. Maar ze zijn vooral ook niet echt schuw, dus alle tijd om ze te bewonderen en te fotograferen. Erg mooi zijn ze. Zoekend in een visboekje wat het voor soort is, kom ik niet verder dan trekkersvis. Maar ik weet niet zeker of ik dat goed heb.
Einde van de dag maak ik pannenkoeken. Dat is de kinderen beloofd als ze allebei 10 lesblokken Rekenen goed hebben gemaakt. En inmiddels hebben we bijna het hele rekenboekje weer klaar, dus dat is wel iets waar ze nu recht op hebben.

Onweer:
Maandag 22 september liggen we nog altijd in Sines. “De Zwerver” is in alle vroegte vertrokken naar de volgende bestemming. Maar er is nog altijd niet veel wind. Wel komt er een flinke onweersbui langs, met opnieuw de nodige regen (fijn dat we nu in de haven liggen, voelt toch iets veiliger). Helaas drupt het ook binnen in de boot, en we moeten nodig bij de ramen weer eens lekkages en kieren dichten (gelukkig is dit zoet water). Als we de gribfiles en het weer bekijken worden we ook niet heel erg blij. Het lage luchtdrukgebied wat normaal boven Spanje zou moeten hangen, hangt boven zee, en geeft hier veel te weinig wind, en vooral nog steeds uit de verkeerde hoek. Ook vandaag gaan wij nog niet verder. Maar we hebben het hier wel gezien en plannen ons vertrek uiterlijk morgen, zo nodig een lange tocht op de motor naar Lagos.
Gedurende de dag maken de kinderen hun schoolwerk. Topo doen ze op de computer, want we hebben hier goed internet. Wouter leert inmiddels alle landen van Europa tot en met Oekraïne, Moldavië, Letland, Litouwen, enz. Erg knap dat hij het onthoudt, want mij lukt het niet allemaal. Maar ineens zijn de vogels tijdens een pauze gevlogen. Ik kijk naar buiten en zie ze nog net weg peddelen met de dinghy. Duidelijk geen zin in taal en spelling zo te zien! Nou dan maken we maar even gebruik van hun tocht en we gaan benzine en diesel inslaan. Ze kunnen dan mooi de gevulde tanks weer met de dinghy naar de boot varen, dat scheelt sjouwen.
In de middag mogen we even de fietsen lenen van “De Verleiding”. Dat is leuk want even Noordelijker is een heel mooi leeg strand. Daar fietsen we naar toe. Er staat één golf op het strand. Maar die is zo indrukwekkend, daar wil je niet in zwemmen. Hij is echt hoog en stort zich met een hele lading zand op het strand en spoelt dan helemaal uit. Ongelofelijk wat een geweld. De kinderen kunnen het natuurlijk niet laten en gooien hun kleren in het zand en willen er wel in. Met enige overredingskracht hebben we ze op het strand kunnen houden en gewaarschuwd voor de golven. Leuk is dat op de achtergrond in zee de Verleiding, de Puff, de Antares en de Gavroche er aan komen zeilen. Dus we blijven niet te lang op het strand en fietsen weer terug. Dan kan Wouter mooi nog net op tijd de Volonté ontvangen door er met de dinghy naar toe te varen. Wij maken rustig het schip weer klaar voor vertrek morgenochtend heel vroeg.