Afscheid Faeröer

Tussen de eilanden door
Donderdag 18 juni verlaten we vroeg Torshavn. Martin van de Onwo Onoc is nota bene ook vroeg opgestaan en staat ons uit te zwaaien. Voorgaande avond hebben we iedereen die we hier in de haven hebben leren kennen al gedag gezegd (ook de bemanning van de Anna Caroline en de Timpete).

Zodra je de haven uit vaart zit je meteen in de Atlantische swell. Dat is na bijna twee weken land toch weer even inslingeren. We varen met een zonnetje tussen de eilanden door naar Klaksvik, waarvandaan we willen vertrekken naar IJsland. Ideaal met de RAK-app om de enorme getijdenstromingen op elk tijdstip te vinden, zodat we de stroomversnellingen aan ons voorbij kunnen laten gaan.

In Klaksvik zijn we met de auto al geweest. Hier hadden we de aanrijding. We weten dus hoe de haven er uit ziet. We meren af en kunnen bij de supermarkt nog wat vers brood kopen voor de oversteek. In de middag lopen we nog een ommetje door het bos bij Klaksvik. Dit is aangelegd langs twee riviertjes die samenkomen in het dal. Vroeger hadden zie hier natuurlijke zwembaden gemaakt en kregen de kinderen les in dit ijskoude water. Nu staat er een overdekt zwembad en zijn de baden niet meer in gebruik.

De oversteek
Vrijdag 19 juni gooien we om 6.00 uur los en verlaten Klaksvik. Het is mistig en het voelt enigszins spooky aan als we zo door de mist langs het eiland Kalsoy varen. Maar het is ook gaaf om Kalsoy nu vanaf het water te zien, het James Bond eiland.
We zien nu ook de zeemeermin staan langs de kust (op de rug), een mooi beeld, waarover een zeer bekende sage gaat:
Aan land deden de meerminnen hun vissenhuid af en konden ze lopen en feesten. Iemand wilde de zeemeermin houden en heeft haar vissenhuid verstopt. Ze zijn getrouwd en hebben kinderen gekregen, maar de meermin wilde heel graag terug naar zee. Dat is haar uiteindelijk gelukt toen ze haar vissenhuid weer terug vond.

De James Bond vuurtoren ziet er maar heel klein uit vanaf het water, maar de klif en de enorme grot zijn wel goed zichtbaar. We moeten nodig de film “No time to die” terug gaan kijken.

Daarna worden de Faeröer steeds kleiner en opgeslokt door de wolken als we verder varen richting IJsland. De oversteek is 260 mijl (bijna twee dagen varen) en het weergaatje was afgelopen dagen stabiel. We varen heel relaxed met de Code zero. Dit grote zeil houd ons met weinig wind stabiel op de golven en geeft voortgang.
Onderweg zien we enkele visserboten. De meeuwen volgen ons en spelen met de wind en de golven, Het lijkt me heerlijk als je zo kan vliegen.

Zaterdag 20 juni is de zee een klotsbak en hebben we zoals voorspeld wat gekke weerwisselingen met wind uit alle hoeken. Helaas gaat de wind ook nog tegen staan. Vanaf 50 mijl voor de kust zien we IJsland al aan de horizon verschijnen. Hoe dichterbij we komen hoe imponerender de hoge bergen met sneeuw op de toppen zijn.
Op 30 mijl van IJsland worden we opgeroepen op de marifoon door de kustwacht. Roelofs had al bij vertrek uit Klaksvik een mail gestuurd om te melden dat we vandaag in Djúpivogur zouden aankomen. De uiterst vriendelijke dame die ons oproept zoekt de mail van Roelof maar kan deze niet vinden. Ze zegt dat we eigenlijk naar een aankomst haven (“Port of entry”) moeten. Ze overlegt nog even met de douane die de mail wel kunnen vinden en geeft dan alsnog toestemming om naar Djupivogur te gaan. Na een half uurtje roept ze ons opnieuw op op de marifoon. We moeten toch naar het nabijgelegen Eskifjordur om in te klaren. De immigratiepolittie moet ook nog goedkeuren dat we niet naar een “Port of Entry” varen, maar heeft daar nu geen tijd voor. Dus zetten we dan alsnog koers naar Eskifjordur… Nou ja, een kleine 20 mijl extra kunnen we er ook nog wel bij hebben. Helaas in het begin wel tegen de wind in maar die gaat snel uit. Dan motoren we verder het prachtige fjord binnen naar Eskifjordur met aan weerszijden enorme bergkammen met sneeuw.

Aankomst in Eskifjordur
Zondagochtend om ca 3.00 uur komen we aan in Eskifjordur maar gelukkig wordt het hier niet donker. Altijd spannend om, ook al hebben we de boeken goed gelezen, te kijken hoe we moeten aanmeren. We zien een plekje tegen een dubbele rij autobanden langs de kademuur en leggen de Beluga vast. Direct staat daar de iemand van de douane, die heeft dus 24 uur dienst en komt onze formulieren checken. Hij is uiterst vriendelijk, is tevreden met de formulieren die we eerder via de mail hadden verstuurd en komt verder niet in de boot. We vieren trots onze oversteek met een drankje. Daarna gaan we moe en voldaan naar bed.

PS. De motor heeft geen problemen meer, hij start en loopt weer als een zonnetje, dus dat probleem lijkt voor nu echt opgelost.

Te veel stroom

Hoe kan het ook anders met Roelof als kapitein, dat je te veel stroom aan boord hebt!

We zijn zondag 7 juni en maandag 8 juni overgestoken van de Shetlands (Balta Harbour op eiland Unst) naar Faraoer eilanden Torshaven (ca 200 mijl oversteek).

We trokken het anker al vroeg op om 6.30 uur, tegelijk met de Onwo Onoc die ook in de Balta Harbour voor anker lag. Door een nauwe geul voeren we naar buiten en heel ruim om de Noord-kaap van Unst heen. Daar staan zoveel golfjes op de kaart en wordt voor gewaarschuwd dat je er ruim omheen moet. Dat hebben we ook maar gedaan.

Met een straffe bries van bijna 20 knopen liepen we hard (8-9 knopen). We lieten Onwo Onoc bij de noord kaap al achter ons. Maar het was toch weer even leuk samen met een ander schip even op te trekken.

We hadden de Watt@Sea, onze stroomgenerator in het water hangen. En we liepen zo ontzettend hard, dat we geen zin hadden om hem er uit te halen. Maar we hadden dus te veel stroom en brood had Roelof op vrijdag al gebakken. De koelkast en de stuurautomaat zijn de grote stroom verbruikers. Maar Roelof had weer een ander creatief idee om de boiler op te warmen (40 liter warm water). Normaal warmt de boiler alleen op aan de walstroom of als we op de motor varen. Maar nu met een verlengsnoer gekoppeld aan de stroom van de Watt@Sea, benutten we de overbodige stroom ook. Handig voor de afwas.

Middernacht ging helaas de wind liggen. Toen moesten we alsnog een flink aantal uren op de motor varen. Roelof had tijdens zijn wacht al een zwaluw aan boord gehad.
En tijdens mijn wacht dook er ineens een kwikstaartje uit het vak achter de bank op. Hij schrok van mij, maar ik ook van hem. Ik wist niet eens dat ie aan boord was al die tijd.
Hij heeft alle oude muggen die nog in de kajuit liggen opgegeten. Daarna vloog hij verder naar binnen, haha. Ook de slaapkamer in waar Roelof sliep. Die werd wakker van het gefladder. Daarna vloog kwikstaart tot 4x toe weg uit de boot en kwam later weer terug. We zitten nog op 40 mijl afstand van faroer eilanden en je kan ze inmiddels zien liggen. Ik hoop opnieuw dat kwikstaart na het rust momentje aan boord het lukt om alsnog land te bereiken.

Ik was nog even gaan slapen na mijn wacht. Maar Roelof riep mij wakker. De motor wil niet starten. Hebben we daarvoor die nieuwe startaccu gekocht!
Jemig dat is wel schrikken hoor. Maar we lagen nog ruim voor het vaste land, dus we konden even prutsen. En ja hoor gelukkig gaat hij ineens weer aan. Oefff.
Als we mobiel bereik hebben krijgen we bericht dat de Onwo Onoc ook opnieuw motorproblemen heeft. Zij hebben hun koers van Zuidereiland naar Torshaven verlegd. Zij zullen middernacht aankomen. Balen zeg en we kunnen ons geheel in hen verplaatsen, nadat we zojuist de motor ook niet konden starten.

De aantocht bij Torshaven is met de kentering. We hebben dus geen last van een enorme racebak. We hebben prachtig zonnig weer en het ziet er ontzettend gaaf uit.
Even gedoe om in de haven aan te leggen met ons grote schip, maar we liggen. Nu nog wachten tot de douane langs komt. Dan mogen we van boord. Zin in……..

Fog patches en Lerwick

Wat een eind zeg de Shetlands.
Maar we zijn aangekomen in Lerwick. In 4 dagen (en 3 nachten).

Starlink werkte uitstekend onderweg, dus we haalden meermaals weerberichten op en hebben zelfs even gebeld met Myrthe.
De laatste dag was het erg mistig. We hoorden in de mist wel de seinen van de boortorens (stay away; belsignaal kort kort lang). Heel unheimisch. We zagen de enorme vrachtboten niet die langskwamen en moesten afgaan op de kaartplotter en AIS, want de radar begaf het ineens.
Het is nog een lange nacht gelukt om te zeilen, maar de woensdag was de wind op en hebben we de motor aan gezet. Zo kwamen we aan bij de Shetlands. Zo blij eindelijk land in zicht en nog maar 15 mijl te varen. En floep ineens weer weg en vol in de mist. En dat terwijl ineens alle ferries vertrokken, waar wij naar binnen wilden varen. Na 4 dagen stilte en nauwelijks iets te zien op zee een drukte van jewelste. En ook de roeiers hier varen in de miezer (net als mijn team vanavond, las ik in de 34 appjes van de Kaagspetters). Maar alles ging goed en we liggen nu in een kleine haven aan een pontonnetje, naast een ander zeilschip.

Lerwick ziet er uit alsof de tijd hier heeft stilgestaan, als een middeleeuws dorpje. Overal pubs. We mogen bij de Boating club douchen. Roelof heeft nog twee 1 pond munten, waarmee we 10 minuten warm water krijgen. Dat is echt wel genieten na 4 dagen. Daarna een fish en chips halen en dan zijn we echt geland.
Morgen lekker rondkijken.

Halverwege Lerwick

Nog 150 Nm naar Lerwick; di-avond 19 uur UTC+1.

We hebben een rustig weergat. Maar dat betekent wel dat we af en toe weinig winddruk in de zeilen hebben staan en de zeilen klapperen en de boot op de golven rolt als een malle. Zo ook maandagavond rond de tijd dat ik wilde gaan koken. Ik werd er katterig van. Het 3 gangenmenu is dus vervangen door een uiensoepje met brood.

Van maandag op dinsdag voeren we als een melkmeisje. En dat lijken we nog steeds vol te houden.
het gaat niet hard, maar wel de goede kant op en vooral: we zeilen (geen motor).

In de ochtend hadden we een hele kleine verstekeling. Ik denk een tapuit. Ze heeft alle spinnetjes op de boot gezocht die er nog waren. Daarna schuilde ze voor de regen onder de kajuit. Ze kwam ook even bij me zitten in de deuropening, maar ik heb mijn haar niet gekamd, dus ik zie er uit als een vogelverschrikker. Later vloog ze door, met de wind mee richting Noorwegen. Ik hoop dat ze het haalt.1

We varen nu door dichte mist, fijn als dat weer eens optrekt.
Aankomst wordt hopen we nog woensdag.

Champagnezeilen

150 NM gevaren sinds Molengat (Texel), nog 350 NM naar Lerwick (Shetlands) te gaan.

Na het Molengat vol jagende visdiefjes en een enorme groep aalscholvers, zaten we echt op de Noordzee. We moeten eerst drie TSS-en oversteken (verkeersscheidingstelsels).
Ook moeten we laveren tussen alle boorplatformen door. Eén was gekoloniseerd met meeuwen en aalscholvers, dus ik was het met de verrekijker aan het gadeslaan. Toen zag ik ineens een paar vinnen boven water komen van enkele bruinvissen.
Op de route zitten geen windmolenvelden.

De nacht was helder met een volle maan.
We voeren halve wind met de Code 0, zo’n 5-7 knopen snelheid (ook af en toe de motor bij).
Onze wacht is simpel, na het avondeten duik ik een bed in en houd Roelof wacht. ergens rond 02.00 uur doen we een wissel. Overdag proberen we beiden wat extra uren slaap te maken.
Roelof heeft nog een sextant oefening met zonpeiling gedaan. Gelukt.

We lopen nu 8 knoopjes in een windveldje wat van UK naar Noorwegen trekt. Heerlijk.

Expeditie IJsland

Het was een hectische week.
De kinderen voor 7 weken gedag zeggen, het huis leegruimen (1 kamer staat vol dozen) en schoonmaken voor de verhuur, op het werk dingen afronden, Fayetje naar het vakantieadres brengen bij Monica en nog even de verse boodschappen doen. De boot hebben we vorig weekend al vol gestopt met 3 maanden houdbare boodschappen. Het schip ligt zeker 2 cm dieper in het water en de luiken staan op springen, maar alles zit er in.
Na een korte vrijdagnacht vertrekken we op zaterdag uit Enkhuizen. Moe maar voldaan varen we met heerlijk relaxt zeilwindje naar Den Oever.

De verrassing is dat achter ons de Hasta Luego en de ZsaZsa varen. Zij zeilen met 4 boten in wisselende samenstelling naar de Baltische Zee. Gezellige groep. Toch gaan we voor de uitdaging en het avontuur IJsland. Morgenochtend gaan we door de sluis en kiezen we het ruime zoute sop. We zien een goed weergaatje naar de Shetlands.

To the Scillies wordt uiteindelijk eerst maar naar Vlieland!

 

Het was een lange tijd onduidelijk waar we naar toe zouden gaan deze vakantie.
Al maanden lang bereiden we ons voor (o.a. via de Whats-app-groep “to the Scillies”) op Plan A was om in ca. 4 dagen naar de Scillies te varen en Rob en Conny met de Agape uit te zwaaien op hun reis naar de Carieb. Helaas hebben we dit lot uit de loterij niet gewonnen (voorlopig alleen wind uit het westen). Dat is natuurlijk jammer.

Gelukkig hebben we nog van donderdag avond tot zaterdag ochtend in het kommetje bij Enkhuizen kunnen ankeren met 4 zeilschepen. De DIXBAY, Black Pearl, Agape en onze White Witch. Dat voelde precies hoe de vakantie bedoeld was en de kids spelen heerlijk samen en krijgen we alleen uit het water voor een hapje eten.

Maar zaterdag was toch echt het afscheid. Terwijl Conny nog druk met haar hoofd in de bakskisten gedoken zat om op te ruimen en overbodig materiaal op te duikelen, hebben we ze toch maar los gegooid. Zij moeten vertrekken, eerst naar Amsterdam en dan zo snel mogelijk naar het zuiden. Natuurlijk tranen, we gaan ze een jaar niet zien en het is en blijft stoer zo’n reis.
Daarna gaan wij met 3 schepen richting Harlingen. We gaan eerst op weg naar Vlieland en kijken daarvandaan wanneer we een goed weergat treffen naar ofwel Noorwegen of richting de Oostzee. Zelfs het Götakanaal is langsgekomen als idee voor plan D.

De tocht naar Harlingen is relaxed, met zon en wind van achteren. Als we de sluis door de Afsluitdijk uit varen is het nog een klein stukje tussen de drooggevallen zandbanken door. Dan komen we in Harlingen. Het ligt helemaal vol achter de brug, maar er zijn nog wel gaatjes. De DIXBAY weet een plek te vinden en wij kunnen naast ze liggen. De Black Pearl ligt vlak achter ons. Uiteraard gaan we in de avond nog even de het stadje in en een ijsje scoren. Grappige is dat ik heel vaak de havens vergeet en weer helemaal opnieuw kan beleven. Maar de ijswinkel, die herkende ik nog, met de ronddraaiende bakken met diverse smaken.

Zondag varen we naar Vlieland. We hebben schitterend weer en kunnen alles zeilen. Maar vlak bij Vlieland komt er toch een zwarte lucht aan. We halen alle zeilen weg en doen zelfs de huikjes erover. Dan blijft het mooi droog. Het is hoogwater en het stroomt hard langs de ingang van de haven. Het is dus listig sturen bij het naar binnen varen. Het ligt helemaal vol in Vlieland, reserveren doen we natuurlijk niet, maar de havenmeester weet nog wel gaatjes te vinden. We parkeren naast de Black Pearl met nog een meter ruimte voor en achter ons tussen de schepen in de boxen, aan de steiger. Het is hier heerlijk kneuterig. Kinderen zijn krabbetjes aan het vangen in het water en het is een gezellige boel van veel verschillende schepen. Helaas past de DIXBAY hier niet tussen en heeft een plak achter de grote pretpoepers gevonden. We hopen voor Idris dat zij ‘s nachts de generatoren niet aan zetten. De kids zijn lekker aan het spelen en we wandelen nog even naar het dorp.

Voorlopig gaan we ons op Vlieland vermaken. Er lijkt woensdag pas een weergaatje om te vertrekken naar Noorwegen.
In de tussentijd gebeurt er van alles. We fietsen een rondje om het eiland, vermaken ons in de winkeltjes en restaurantjes, ankeren voor de vuurtoren en wadlopen naar de kant, cobben met zijn allen een lekkere barbecue en duimen dat de eerste toch van Rob en Conny op zee goed en soepel verloopt zodat de kop er voor hun af is. Enzovoort. Het is een heerlijk vakantie eiland.

 

route naar Zweden

Dinsdag (26/7) hebben we een hele relaxte dag gevaren. Met de Agape vlak achter ons konden we goed contact houden. Maar het is nog zo’n eind, dat stuk omhoog langs Denemarken. Maar we zitten in een luxe positie. Dinsdagnacht is de wind opgestoken. Hij staat vol in de rug met 15-20 knoopjes (4-5 Bft). De golven rollen weer lekker onder ons door en af en toe spurten we met een surf wel 8 knopen snelheid. Zo schiet het op.
Wel hebben we enkele kleine dingetjes die kapot zijn gegaan. De rail van de boom is stuk en de boom ligt vastgemaakt op het dek. En vorig jaar hebben we de rolfoksysteem gerepareerd. Die is een stukje korter geworden. Echter het zeil is niet korter, waardoor één van de buizen van het rolfoksysteem is losgekomen. We hebben dit provisorisch kunnen repareren, maar moeten hier in Zweden nog wel goed naar kijken. Het gaf wel te denken toen ook de sleepgenerator geen stroom wou leveren, maar gelukkig heeft onze handige schipper het losse contact gevonden. Dus die doet het weer en dat is toch wel praktisch nu het bewolkt is. Het windmolentje trekt het niet om zowel de stuurautomaat, de koelkast en de radio voor de kids allemaal van stroom te voorzien.
De Dixbay spreken we nu op de korte golf radio (SSB). Dan lijkt het wel of Idris naast ons zit. We denken dat hij ons oploopt. Gisteren liep hij 100 NM achter ons, maar dat wordt dus minder.
Deze woensdag scheuren we langs de kop van Jutland en dan gaan we het Skagerak op. We verwachten donderdagavond aan te komen in Zweden.

Honderd zeehonden en zwanen!


Honderden zwanen in Berwick upon Tweed:
We varen van Peter Head naar Berwick upon Tweed (105 mijl) gedurende de donderdagnacht en komen vrijdag ochtend 7 augustus aan om 9.00 uur in de ochtend. De nacht was prachtig met sterren en een lekker windje. Maar vlak voor Berwick upon Tweed vraag ik me af of we daar echt wel naar binnen moeten varen. In de Reeds (de zeilbijbel) staat dat je er alleen binnen kan varen met lokale kennis, omdat de zandbanken zo vaak verplaatsen. Roelof lijkt niet zo onder de indruk omdat het hoog water is. Dus wij gaan toch maar, ook al hebben we geen lokale kennis. Er staat een beschrijving in de pilot hoe je rotsen kan ontwijken en dat je vlak langs de damwand moet varen en welke bochten je moet maken om alle zandbanken te ontwijken. Als de lichtenlijn wel erg dicht langs een zandbank gaat wijken we maar een stukje uit, blijkbaar zijn de bakens nog niet aangepast na de laatste verschuivingen van de zandbanken. Mooi dat we met hoog water aankomen anders was het af en toe wel weinig water geweest onder de kiel. We komen in het bassin terecht, niet echt een haven, maar een bak met hoge wanden waar met name vissers liggen en een heleboel zwanen zwemmen. Er licht één ander Nederlands schip de “Come Di”, maar de bewoners zijn niet thuis. De havenmeester is een druk baasje en geeft aan dat we het beste aan deze andere zeilboot kunnen aanmeren. Dat doen we dan maar. De kinderen weten oud brood in de koelkast te vinden en lokken zo mogelijk alle honderd zwanen naar de boot toe. Ze knorren en grommen en het is verbazingwekkend hoe lang de meeuwen het aandurven om tussen deze sierlijke dieren proberen mee te dingen voor een paar korrels brood. Er wordt wel naar ze gehapt en als er te veel zwanen om ze heen zitten durven de meeuwen toch echt niet meer.
Als wij denken dat ons schip goed ligt met lange lijnen naar de kade, zodat we nog 4 meter omhoog en omlaag kunnen zakken gaan we direct het dorpje in op zoek naar het treinstation. Het is een klein uurtje naar Edinburgh en we zien voor zover we niet in slaap dommelen het prachtige glooiende goudkleurige landschap met halmen langs ons heen trekken.

Edingburgh:

In Edingburgh is het heel druk, want er is toevallig een international festival gaande. Er staan allemaal artiesten op straat om hun kunsten te laten zien, zodat mensen een ticket kopen voor een optreden in de middag of avond. Wij wandelen wat rond en genieten van de gezellige sfeer en de statige en oude gebouwen. Het is een leuke stad.
Omdat het al middag is en we echt het Edingburgh castle willen zien gaan we daar eerst naar toe. Voor het castle vertelt Roelof nog een verhaal over vroeger van zijn fietsvakantie. Toen is hij hier ook met zijn ouders geweest. kennelijk was er toen een groen grasveld voor het Edingburgh castle, maar dat is er helaas niet meer. Zijn vader is toen in het gras zijn trouwring verloren. Het was zo druk dat zoeken niet echt wat opleverde. En ze zijn later in de avond terug gegaan om nog eens te zoeken. Iemand van het kasteel vroeg toen “Kan ik u ergens mee helpen” en Kees legde uit dat hij zijn trouwring was verloren. En de man wees in het gras en zei: “Daar zie ik hem”. Wat een mazzel zeg, want dat moet zoeken naar een speld in een hooiberg zijn geweest.

We bekijken het kasteel en de kinderen spelen samen weer riddertje en prinses. Maar ze zijn heel erg onder de indruk van de kroonjuwelen, die hier liggen van de Schotse troon. Het gaat om een kroon, een scepter en een zwaard. En ze kunnen zich helemaal een voorstelling maken van hoe het kronen zou moeten gaan en hoe die juwelen al die jaren bewaard zijn gebleven, zelfs honderden jaren verborgen in een kist.
Die middag gaan we ook nog naar een internetcafé. We hebben een afspraak met juf Ineke Hoffies van de wereldschool om te skypen. Het onderdeel spreekvaardigheid kunnen we daarmee afronden en dan is de wereldschool echt klaar. De kinderen hebben ieder apart een heel erg leuk gesprek met hun juf en het is jammer dat we juf Ineke Hoffies eigenlijk niet ook een keer in het echt ontmoeten. Ze is best nauw met ons bezig geweest en ook heel erg betrokken bij onze reis; bijzonder wetende dat we alleen digitaal contact hebben gehad via mail en skype.
Daarna gaan we Edingburgh nog even in en de kinderen mogen hier een laatste kado van onze reis uitzoeken. Myrthe heeft eigenlijk vrij snel haar keuze laten vallen op een schots rokje. Maar wat heeft Wouter moeite met het maken van een keuze. Hij is bang dat hij iets verkeerds kiest. Maar hij wil al een tijd graag een doedelzak en warempel vinden we hier eentje. En hij besluit dat hij dat mee gaat nemen, om thuis in een reismuseum aan iedereen te laten zien en als herinnering aan Schotland.


Overal zeehonden, het lijkt wel de waddenzee!
Zaterdag 8 augustus leggen we in de ochtend de 15 mijl af naar Holy Island. Het is niet ver en je ziet het al liggen. Maar het is net niet bezeild en we moeten met 1 slag kruisend er naar toe varen. Bij Holy Island is een ankerplek, waar je via een geultje naar toe kan komen. We hebben flinke stroom tegen (3 knopen) en bedenken hoe we hier gaan ankeren. Ons Rockna anker houd weer in één keer goed, maar we leggen er toch ook ons tweede anker neer, zodat we als de stroomrichting draait daar op hangen en het Rockna anker niet steeds 180 graden hoeft te draaien in de bodem.

Wat een leuk plekje is dit. De zeehonden zwemmen om ons heen en op het eiland zie je een kasteel liggen op de enkele rotsen in het verder vlakke landschap. We maken dus snel de dinghy klaar en gaan eens kijken. We wandelen in het zonnetje door het graslandschap, maar helaas is het kasteel al gesloten. Maakt niet uit, dan kijken we even bij het Engelse tuintje met uitzicht op het kasteel. De kinderen vinden het heerlijk in het hoge gras en rollen en dollen er doorheen. Daarna gaan we via het dorpje terug. Naast het dorpje ligt nog een oude ruïne van St. Mary’s Chapel Belfry, waar monniken leefden.

Het grappige is dat Holy Island best toeristisch is. Echter is het een soort schiereiland, waarvan de toegangsweg alleen bij Laagwater en enkele uren daaromheen toegankelijk is. Het is er dus uiterst rustig met Hoogwater en dan zijn wij er wel en de toeristen niet!!

We kijken steeds of ons schip er nog goed bij ligt, want de stroom is gedraaid terwijl wij op de kade staan. Maar alles gaat goed en als we terug komen bij de dinghy liggen er nota bene 3 Nederlanders in het baaitje. Onder andere ook het schip, Come Di, waar wij langszij lagen in Berwick upon Tweed en Perjan en Linde nodigen ons uit om na het eten even iets te komen drinken. Nou dat doen we. Gezellig langs bij vader en dochter Moors.’s Nachts hoor je de hele tijd de zeehonden rond de boot. Het lijkt een soort huilen en klinkt bijna als het ruisen van de wind door de bomen. Alleen staan er geen bomen, maar liggen er wel veel zandplaten. Het geeft Holy Island een heel uniek sfeertje.


Wouters wilde haren zijn weg!
Zondag knipt Roelof Wouter zijn haren. Het wordt best weer kort en zo lijkt hij weer op zijn neef Tijn. Helaas doet Wouter er een dagje later nog een duitje bovenop. Hij ziet dat zijn kruin rechtovereind staat en knipt het zelf nog even wat bij!!! Nu heeft ie een gekke kale plek op zijn hoofd. Maar is zeer tevreden met het resultaat.
Verder doen we de zondag niet veel. We zijn moe van het steeds maar doorvaren (sinds we vertrokken van het eiland Mull) en zijn blij om nu even een pauze te hebben. De nacht doorvaren van 6 augustus heeft op mij ook altijd wel zo zijn effect. Daarnaast werkt het idee dat we steeds dichter bij huis komen en de reis bijna voorbij is ook wel een beetje beklemmend. Heus ik kijk echt uit om iedereen terug te zien. Maar ik begin al bijna weer actielijstjes te maken, wetende dat we een heleboel dingen moeten doen als we weer thuis zijn. Maar gelukkig weet Roelof me nog tegen te houden. Kortom een rustdag, veel lezen en we zijn Holy Island nog op geweest en hebben het castle van binnen bekeken. Dat was erg leuk, want nadat het vroeger een fort is geweest, is het een hele lange tijd bewoond geweest tot ca. 40 jaar geleden. Alles is nog geheel ingericht zoals het 40 jaar geleden is achtergelaten. Leuke stap terug in de tijd.

Regen en 30 knopen wind:
Maandag 10 augustus is een regendag en gaan we niet eens van boord. We willen vertrekken om 21.00 uur in de avond naar Whitby. We zien een mooi weergaatje om de nacht droog te varen en de 80 mijlen af te leggen met wind uit het Zuidwesten (halve wind). Echter overdag twijfelen we of het een goed weergat is, want er staan plotseling 30 knopen wind op onze ankerplek (= 7 Bft). Dat is niet voorspeld. We gaan eerst maar eens even avondeten en gelukkig zakt daarna de wind. Dan durven we wel te vertrekken.
Het was heerlijk zo’n paar dagen rust bij dit heerlijke eiland. We zullen de zeehonden en hun gehuil missen. Toen Roelof het anker ophaalde kwamen de zeehonden nog nieuwsgierig kijken en ééntje ging zelfs met het ankerbolletje spelen. Wat een leuke dieren zijn dat toch.
We varen met zonsondergang langs de Farne eilanden en daarna gaan onze wachten in. Roelof neemt zoals altijd de eerste wacht (en mazzelt met een bezoek van dolfijnen) en ik neem het heel vroeg in de ochtend over. Best lastig om te slapen, terwijl ons schip zo schuin vaart. Myrthe en ik liggen samen in het achteronder. Uiteindelijk ga ik tegen de schuine kant liggen en komt Myrthe tegen mij aan liggen. Dan vallen we eindelijk allebei in slaap. Om 3.00 uur neem ik het van Roelof over. Inmiddels zijn alle riffen uit het zeil en vaart het schip met 7 knopen op het doel af. Om 8.00 uur valt echter de wind weg. Dan is het nog maar een paar mijlen. We maken geen haast, want de brug gaat pas om 12.45 uur open. De entree van Whitby is erg leuk, het ziet er heel gezellig uit. Om 10.00 uur liggen we te wachten aan de steiger voor de brug tot die open gaat. De brug gaat alleen open met HW +/- 2 uur, omdat het een hele oude brug van meer dan 100 jaar is en verzekeren bij vaker open en dichtgaan niet lukt!

We lopen even rond in het plaatsje Whitby, doen wat boodschappen en bespreken met de havenmeester waar we kunnen liggen als we onder de brug door zijn. Een goed plekje aan de steiger. En wat leuk als we daar weer Perjan en Linde van de Come Di aantreffen. Dat is gezellig.

Een verwenavond
We bellen ook Peter en John (van het zeilschip Pilgrim) om te vertellen dat we zijn aangekomen en hun uitnodiging om te komen eten is nog steeds van kracht. Ze komen ons om 16.00 uur ophalen en we rijden naar Middlesbrough nar het huis van Peter en Cathy. Het is erg leuk om de lieve vrouw Cathy te ontmoeten van Peter. De kinderen voelen zich direct bij hen thuis en spelen met het speelgoed wat zij hebben liggen voor hun kleinkinderen. Ook rennen ze als dollen door de tuin en zitten vrijwel meteen hoog in de boom en in de boomhut. Wat een leuk dorp zo midden in het groen waar Peter en Cathy wonen.
Als John en Shirley klaar zijn met de voorbereidingen gaan we naar ze toe. Ze hadden een reparatie aan de waterleiding en badkamer en hadden de hele dag geen water gehad. Toch hadden ze het klaargespeeld om een heerlijke maaltijd voor ons allemaal te maken. Het was ontzettend gezellig en John en Sylvia verwennen ons zeer. Wat een lief echtpaar is dat en wat ondernemend nog met hun leeftijden. John had met zijn 77 jaar al indruk op ons gemaakt terwijl hij met Peter meezeilde. Maar Sylvia doet er niet voor onder, ze maakt allemaal schilderijen en speelt piano, gitaar en harp. En op Myrthe’s verzoek laat ze wat horen van de harpmuziek. Een heerlijk verwende avond, waarna John en Sylvia ons ook weer de 45 minuten naar huis/White Witch rijden in Whitby. Wat een lieverds.

Harry Potter spelen:
Woensdag 12 augustus willen we iets meer van Whitby zien. Er rijdt een stoomtrein en daar hebben we wel zin in. We nemen een retourticket naar Goathland. De kinderen vinden het geweldig met deze stoomtrein, want deze is gebruikt in de Harry Potter film. Als de conducteur is langs geweest mogen ze van ons in een lege coupe, eerste klas zitten en uiteraard spelen ze Harry Potter. We rijden door een prachtig glooiend Moors landschap met weilanden en kleine dorpjes en een rivier, waar elk jaar in november en december de zalm nog eitjes legt.
In Goathland stappen we na een uurtje uit en lopen het kleine dorpje in. Het dorpje is heel schattig en pittoresk en is ook gebruikt in een zeer geliefde televisieserie in Engeland “Heartbeat”. Het is wel toeristisch en niet meer dan een paar huizen in één straat, maar het heeft een heel gemoedelijke sfeer. Ook het perronnetje herkennen de kinderen uit Harry Potter film 1 en is schattig. En alle medewerkers die hier werken om deze stoomtrein op de rails te houden en alle toeristen iedere dag te helpen doen hun werk met veel plezier. Een traditie die de Engelsen met verve in stand houden!


Met dezelfde stoomtrein gaan we 2 uur later weer terug naar Whitby. Daar lopen we nog even rond door het plaatsje. Het is behoorlijk druk, maar dat heeft misschien ook wel te maken met het festival wat vanaf 14 augustus begint (zeilraces). Precies de dag dat wij plannen om te vertrekken. Er is ook een actieve roeiclub en ik zie de pilot-gigs over het zeewater glijden en krijg prompt heimwee naar mijn sport in Nederland.
We halen heerlijke fish and chips bij een drukke zaak die John en Sylvia hebben aanbevolen. Er zijn hier Fish & Chips zaken waaronder twee restaurants die hiermee in de prijzen zijn gevallen als beste van Engeland. En het is zo’n mooie avond dat we het meenemen en lekker achter in de kuip oppeuzelen.
Die avond komen PerJan en Linde nog even langs (en wordt er kwartet gespeeld), totdat onze kinderen zo ongedurig zijn en giechelen, springen en klieren dat ik ze het liefst in bed stop zodat de stilte terugkeert.

Laatste lessen Geobas, Natuur en Bij de Tijd:
Roelof houdt het nog steeds vol om de Aardrijkskunde, Geschiedenis en Biologie van groep 6 met de kinderen door te nemen. Het is “het pretpakket” en iedere dag doen ze zeker 1,5 tot 2 uur. Doordat we zelf nu ook zo betrokken zijn bij de inhoud van deze lessen kunnen we de kinderen op de route die we varen ook in de praktijk dingen laten zien die in hun leerboeken staan. Zo hebben ze b.v. open mijnen kunnen zien en de sporen van varens. Als je niet weet wat er in hun leerboeken staat is het lastig om met de praktijk aan te sluiten, een leuk voordeeltje dus van homeschooling. Ze hebben echt bijna alles af. En wat kijken ze uit naar een laatste week echt vrij.
Maar de kinderen zijn bijna niet meer van de boot af te krijgen. Ze hebben heel veel zin om naar huis te gaan. Wouter wil niet zozeer naar huis, maar gewoon naar Bas. Myrthe is wat ingetogener, maar wat kijkt ook zij er naar uit. En dat terwijl Roelof en ik zo lang mogelijk proberen te genieten van onze omgeving en Whitby. We hebben nog één laatste dag om die te besteden en gaan in de middag dan maar samen op pad. We lopen de heuvel op en gaan naar de kerk en de ruïne van een klooster. En we leren dat op deze locatie belangrijke bestuurders van de Engelse kerk al in 600 na Christus samen kwamen en besluiten namen. Het is ook een hele mooie locatie waar het klooster staat en de kerk maakt indruk door de oude grafstenen die eromheen staan en al heel oud zijn.

Daarna lopen we over de brug en gaan naar de hele andere kant van Whitby en zien het monument van Captain Cook. In Whitby is ook een Captain Cook museum, want hij heeft vanaf zijn negende jaar hier gewoond en zijn opleiding tot schipper genoten. De schepen waarmee hij zijn drie zeilreizen heeft gemaakt, zijn in de werf van Whitby gebouwd. En zijn ontdekkingsreizen, medio 1777, naar Australië, Nieuw Zeeland en Canada hebben de geschiedenis mede gevormd. Het monument vinden wij leuk om even te zien, met prachtig uitzicht op Whitby en op zee. Maar het museum slaan we even over, dat bewaren we voor een andere keer. Whitby is echt een veel te leuk plaatsje om niet nog eens terug te komen.
We dachten de laatste avond gaan we uit eten. Maar uiteindelijk doen we boodschappen en eten gewoon aan boord. De kinderen zijn toch niet meer van de boot af te plukken. Als we terug zijn staat Wouter wel op het dek “Zijn jullie daar eindelijk weer”, “Het is wel een beetje een troep hoor binnen, want we hebben een beetje gestoeid”. Wat een understatement, maar we hebben een gezellige laatste avond aan boord in Whitby. En we hopen dat de wind vrijdag 14 augustus afneemt, naar het Noorden draait en dat wij onze reis naar Nederland kunnen aanvangen.
Continue reading

15 sluizen en 7 bruggen in het Crinan kanaal


“The Basking Shark”
Samen met de Tequilla en drie Engelse bemanningsleden (Bob, David en Michael), waren we vrijdag 24 juli naar binnen geschut het eerste bassin van het Crinan kanaal in, bij de plaats Ardishaig. De bemanning van de Tequilla zijn erg vrolijke lui en de gezellige humor van schipper Bob spreekt ons enorm aan en we blijven dus onderling contact zoeken.
Op zaterdagochtend (25 juli) wachten we eerst tot de andere jachten uit het bassin zijn weggeschut het kanaal in en gaan daarna zelf. De kinderen helpen mee met de sluizen openen en dicht doen, want dat gaat allemaal nog op eigen kracht. Vorig jaar was alles buiten de zeesluizen (de begin en eind eindsluis) nog gewoon zelfbediening, maar we zijn wel blij dat er bij elke sluis een helpende hand is. Het zijn veelal studenten. Het is nog best wat werk, bepaald niet saai. Het Kanaal is ongeveer 10-12 meter breed en de omgeving is prachtig groen. Het kanaal is eigenlijk maar 8 mijl lang en je wordt door 15 sluizen geschut, 7 omhoog (ca. 20 meter) en 8 naar beneden.
We hebben een waanzinnig mooie dag en genieten volop van de zon en de sluizen en de omgeving. Bij Cairnsbaan maken we een wandelingetje en treffen dan in een van de vorige sluizen de Tequilla weer, die hun motorprobleem waar we ze eerder mee aan de kant zagen liggen hebben kunnen oplossen. Ze vragen waar wij gaan aanmeren. En ze stellen voor ergens bij Dunardry te gaan liggen, dan mogen we bij hun aan boord komen eten. Nou dat klinkt natuurlijk erg gezellig en aanlokkelijk en kunnen we niet laten liggen. We kijken hoe ver we komen en bij sluis 11 gaan we aan een pontoon, waar even later Tequilla langszij komt liggen. We liggen net voor het hoogste niveau t.o.v. de zee, dat is 2 sluizen verder bij Dunardry.

We mogen Bob die gaat koken niet helpen. Hij gaat wat lekkers maken. het wordt macaroni met heerlijk vlees, tomaten en kaas erover. Erg lekker.
We kletsen en lachen heel wat af en David blijkt een hele goede tekenaar te zijn. Hij gaat met de kinderen aan de slag en krijgt hun volle aandacht te pakken. Het is heel leuk hoe de kinderen samen met hem proberen om dingen te tekenen. Het raakt Myrthe ook om zo samen met zo’n goede en aardige tekenaar bezig te zijn, want de dagen daarna probeert ze meer met tekenen te oefenen en geeft aan het leuk te vinden als ze daar wat meer in zou kunnen leren in Nederland. Dat past wel bij haar en ook David was onder de indruk van Myrthes talent om met veel details een tekening zo leuk te kunnen maken.
Ze noemen zichzelf en de Tequilla “the basking shark” (reuzenhaai) als grapje, omdat ze ook 10 meter lang zijn en evenveel wegen (5 ton) en ook zo’n enorme grote mond hebben (Bob). Maar de humor van Bob is niet op papier weer te geven, zo subtiel en zo geestig en heerlijk om zo’n avond zo te lachen.

Het Nederlandse zeilschip Aquilla:
Op zondag (26 juli) gaan we, zodra de sluizen in Dunardry weer starten, mee verder het Crinan kanaal af. De route verder gaat langs een prachtig natuurreservaat , wat we over de dijk heen in de diepte zien liggen. De rivier slingert zich door het landschap en af en toe wordt het heel smal. Gelukkig is er net als we een tegenligger krijgen een extra breed stukje in de rivier waar we elkaar net kunnen passeren. Dan liggen we voor de laatste twee sluisen naar buiten. Het is een gezellig plekje en we zijn er al om 12.00 uur. Dan begint het ook te regenen, zoals voorspeld en dat maakt verder trekken heel onaantrekkelijk.
Maar we ontdekken een andere Nederlands gezin met het jacht Aquilla in het bassin en we raken heel gezellig aan de praat en blijven hangen. Joep en Rick gaan Myrthe en Wouter ophalen en ondanks het leeftijd verschil hebben ze samen wel lol. Ik bak wat pannenkoeken en het is al snel 16.00 uur, dus dan kunnen we ook echt niet meer weg. Maar samen met Bram kijken we naar de route door diverse Whirlpools die ons buiten het Crinan kanaal staan te wachten en kijken goed naar de route en gevaren die we onderweg tegen kunnen komen en bedenken wanneer vertrek gunstig is om het getij mee te hebben. Is leuk om dat samen een beetje uit te dokteren.
De kinderen zijn zo blij weer een Nederlands schip met kinderen te treffen dat ze niet schromen om het logeren meteen op te rakelen. De jongens willen eigenlijk liefst op hun eigen Aquilla slapen, maar onze kinderen mogen bij hen aan boord slapen. En ze worden ook nog voor het avondeten uitgenodigd. Stelletje bofferts, dat ze het weer voor elkaar krijgen.
In dat geval betekent dat een avondje vrij voor Roelof en mij samen en wij gaan samen uit eten bij het lokale restaurantje. We eten een heerlijke vispot en mosselen.

Puilladobhrain, de poel van otters:
Maandag (27 juli) vertrekken we met de eerste sluis en schutten samen met de Tequilla naar buiten. Dat is heel gunstig voor ons om zo snel mogelijk buiten te komen en maximaal aantal uren stroom mee te hebben op de route. We willen 20 mijl verderop naar een ankerbaai varen Puilladobhrain, de pool van otters.
We roepen snel de kinderen, die nog logeren op de Aquila, want we hebben niet verwacht dat we om 8.30 uur al met de eerste sluis mee zouden kunnen. Ze hebben het heerlijk naar hun zin gehad en allemaal lekker geslapen. Eigenlijk heel erg jammer om weer zo’n leuk ander gezin te gaan verlaten, waar we in zo korte tijd zo leuk kennis mee hebben kunnen maken.
Buiten op zee is het rustig weer. Van de voorspellingen 5 Bft met uitschieters naar 6 Bft merken we echt weinig. We hebben wind en daar zijn we allang gelukkig mee. Zo’n 10-12 knopen wind uit het Noordoosten en we moeten dus aan de wind varen. Samen met de Tequilla varen we richting Dorus Mor, de eerste whirlpool voor vandaag. Maar gelukkig blijkt deze helemaal niet spannend. Het is wel grappig dat je aan het wateropervlak wel kan zien dat er enorme stroom staat; je ziet ook eddy’s die de andere kant op stromen en paddestoelen. Maar niets verstoort onze richting of onze reis, het werkt allemaal zelfs enorm mee. Na Doris Mor varen we langs de beruchte Corrywreckan. Maar we worden er niet ingezogen, want het is rustig vandaag en wij zeilen door naar de Sound op Luing en daar stroomt het nog een tikkeltje harder. We zeilen op een gegeven moment zelfs met 10 knopen vaart doordat we meer dan 4 knopen stroom mee hebben. Echt gaaf. En het lukt zelfs om de hele route te blijven zeilen. Twee keer moeten we even om een rots te ontwijken overstag en een klein stukje oploeven, waarna we onze route gewoon steeds hoog aan de wind kunnen vervolgen. Tot we bij de Puilladobhrain zijn. De ingang zien we maar net liggen, een smalle doorgang vlak langs de kust.
Op twee hopen stenen achter elkaar is met witte verf een lichtenlijn gemaakt die je naar binnen kan volgen. Erg handig, want het is ondiep, smal en je moet de kust bakboord echt op 2 meter afstand passeren. daarachter ligt werkelijk een hele mooie ankerbaai. We varen zoals de Tequilla ons heeft geadviseerd helemaal door naar achteren, zo ver als het kan. Daar ligt ook nog een grote boei in het water. We gooien het anker uit en genieten van dit plekje. Jammer dat er nu net weer drizzle begint. Even verderop zitten 10 zeekanoërs, die net weer instappen en vertrekken met een zeehond nieuwsgierig in het kielzog. Leuk hoor om hier te zeekanoën in dit gebied. We zien even later de Tequilla binnenkomen en zij gaan lekker aan de boei/mooring liggen. Allemaal maken we de dinghy klaar, want die is hier wel handig. Onze dinghy is na het opruimen in Bermuda toch wat achteruit gegaan. Hij zit vol schimmel en heeft een lekje door het schuren in de bakskist. Dat kunnen we nog repareren, maar de motor voor de dinghy krijgen we niet meer losgedraaid. Die is kennelijk echt door erosie helemaal vastgeroest. De WD40 olie helpt om één kant los te krijgen, maar de andere weigert. Nou dan wordt het maar peddelen.

Het eerste echte avontuur van Myrthe en Wouter na 1 jaar reizen:
Even later peddelen we naar de kant en wandelen het zompige veen/moerasgebied in. Het stikt er van de kleine steekbeestjes. Maar even later vinden we het pad naar de pub even over de heuvel (0,5 mijl). Het is een leuke wandeling over het eiland Seil. In de pub werd vroeger gewisseld van kilt naar broek, omdat op het vaste land een kilt niet was toegestaan. En tegenover de pub ligt het riviertje, dat in verbinding staat met de Atlantische Oceaan. Over de rivier is een mooie brug gebouwd; “bridge over the Atlantic” genaamd. Dat is nu al de derde keer dat we de Atlantic dus oversteken en het gaat zo een stuk sneller!!!
In de pub komen we de bemanning van de Tequilla weer tegen en we leren een spel Devils legs. Zij gaan later op de boot eten, maar wij blijven in de pub en eten fish and chips. Daarna gaan we terug wandelen. Echter op de terugweg horen we iemand heel erg hard help roepen. We snappen niet waar het vandaan komt, maar het lijkt bij de schepen vandaan te komen. Wouter is helemaal ongerust en rent vooruit, bang dat er iemand verdrinkt en dat we te laat komen. We vermoeden dat een man op een schip wat er ligt heeft geroepen. Er vaart nu ook een dinghy naar toe. Wij stappen ook snel in en gaan poolshoogte nemen. In de tussentijd zien we dat de man ook nog in het water valt en aan zijn boot hangt. De andere man weet hem in de dinghy te krijgen. En als wij aankomen kunnen we helpen om de man weer aan boord te krijgen. De telefoon in zijn broekzak zal het wel niet meer doen. En als ik naast hem sta begrijp ik ook wat het probleem is, drank. De man is niet helder en de andere hulp die er nu ook bij is checkt of zijn anker wel goed ligt. Dat is niet het geval, dus ze ankeren de boot opnieuw. De eigenaar heeft wat droogs aangedaan en misschien dat de val in het koude water hem toch wat heeft ontnuchterd. De kinderen zijn helemaal onder de indruk van het gebeuren. Ook al zijn we al een jaar aan het reizen, dit is volgens hen echt hun eerste “echte avontuur” wat ze hebben beleefd.

Drizzle, Cats and Dogs, showers………………:
Het is een drizzle dag. We zwaaien de Tequilla uit bij vertrek en volgen zelf even later ook. We varen vandaag ca 30 mijl naar het eiland van Mull, naar de plaats Tobermory. Roelof is daar vroeger al eens geweest, fietsend met zijn ouders. Het lukt om kleine stukjes te zeilen, maar verder hebben we of te weinig wind of tegenwind en vooral veel regen.
Langs het eiland van Mull zien we het kasteel Duart, één van de toeristische attracties. Het ziet er groots uit, maar past geheel in het rotsachtige landschap. Ineens krijgen we via de marifoon een oproep van de Aquilla. Dat is leuk, we zien ze op de AIS en zij varen net naar de ankerbaai waar wij hebben gelegen.
In de middag komen we aan bij Tobermory. Het ziet er schattig uit met rijtjes gekleurde huisjes. Alleen de regen wil vandaag maar niet stoppen. Zelfs de Schotten zeggen dat het jaren niet zo erg is geweest in de zomer.