About Roelof Crevecoeur

Roelof Crevecoeur, geboren in Eindhoven op 22 december 1965

Rondom Húsavík

Haven van Húsavík

Woensdag 1 juli komen we aan het eind van de middag aan in Húsavík, een ruimte haven die toch al vrij vol is, ook omdat de drijvende pontonbrug gereserveerd lijken voor de bootjes die met toeristen naar walvissen in het Skjálfandi fjord gaan kijken wat vol met zalm zit.

De havenmeester probeert ons vriendelijk in de buitenhaven waar je vrij onbeschut aan een pontoon te laten afmeren, maar wij kiezen er voor om langszij van de Tilvera (oude naam Anne-Margareta), een Nederlands schip, nu eigendom van Heimir, een hele aardige IJslander uit Húsavík die met de Tilvera rond IJsland, Groenland en Noorwegen vaart. Voor ons ligt ook de Anna-Caroline. Het is lekker weer dus we steken de barbecue aan en eten gezellig samen met de bemanning van de Isuma. Na het eten komen Wietze en Janneke van de Anna-Caroline ook nog gezellig koffie drinken en ervaringen uitwisselen.

Donderdag en vrijdag hebben we samen met de bemanning van de Isuma een auto gehuurd er en rijden naar de meest fantastische plekken toe. We zien de Grjótagjá grot, een smalle lavagrot met een prachtige blauwe bron die nu te heet is om in te baden. Hier zijn ook opnamens voor de “Game of Thrones” gemaakt. Ernaast ligt ook een indrukwekkende breuk in de aardkorst (een fysieke afstand tussen de tectonische platen van Europa en Amerika, die elk jaar iets toeneemt).

Grjótagjá grot
Breuklijn in de aarde tussen de tektonische platen van Europa en Amerika

Hierna gaan we naar Hverir, een gebied vol met kokende en stomende bronnen en gorgelende en kokende modderpoelen. Het stinkt er enorm naar zwavel. De aarde die oranje, geel, rood en groen is, is prachtig om te zien. Het doet een beetje denken aan plekken in Yellow Stone park en het lijkt wel of je op een andere planeet bent. We kijken onze ogen uit naar dit mooie maar ook bizarre gebied. Het is echt bijzonder hoe verschillende gebieden in IJsland er steeds weer heel anders uitzien.

We rijden verder het gebied in van de Krafla vulkaan, met onderweg een prachtig blauw meer, waar andere toeristen een ware fotoshoot maken. Maar toegegeven het is ook echt een fotogeniek uitzicht. Er staan hier ook twee geo-thermische centrales waar door stoom onder druk uit boorgaten in de aarde elektriciteit wordt gemaakt. Daarna rijden we door naar de Víti crater, een prachtig gezicht, maar we waaien letterlijk van onze sokken. Last van muggen hebben we hier dan ook niet ;-).

Dimmuborgir is een doolhof van lavapilaren, grotten en steile torens die er surrealistisch eruitzien. De naam Dimmuborgir betekent dan ook heel passend “Donker Kasteel“. Deze lava-formaties zijn ongeveer drie duizend jaar geleden ontstaan toen een meer van lava zich over moerassige grond verspreidde. De stoom die door de hitte in het moeras ontstond vond een weg omhoog door de lava, waardoor holle schoorstenen en gedraaide kolommen ontstonden. Toen de lava was afgekoeld en het moeras was weggespoeld stortte het “lava dak” in en bleef dit landschap achter. Ik wandel samen met Aranka door dit prachtige doolhof en al snel zijn we de weg kwijt. Volgens de bordjes die naar de parkeerplaats wijzen moeten we terug, maar een rondje lopen is zoveel leuker. Gelukkig draaien na een tijdje lopen de boordjes om en lopen we in de goede richting. Het is een heerlijke tocht, er is veel luwte waardoor we niet weggeblazen worden maar wel genoeg wind om de muggen weg te blazen. We zien ook nog de grot waar volgens een lokale legende Yule Lads wonen – de 13 ondeugende kersttrollen van IJsland, maar we zien ze niet…

Als laatste geologische bijzonderheid rijden we om het Mývatn meer. Dit betekent “muggen meer” maar we waaien nog steeds van onze sokken en dus is er geen mug te zien. We maken een wandeling langs het meer bij Skútustaðir en lopen langs de pseudo kraters die ontstaan zijn toen hete lava over een gletcher stroomde. De stoom die ontstond door het smeltende ijs bouwde een enorme druk op en stroomt dan met enorme kracht, waardoor er een wal of ring van gestolde lava ontstaat.

We zitten zo langzamerhand wel aan onze taks met indrukken, maar gaan ‘s middags nog even rond kijken in Akureyri, ook wel de hoofdstad van het noorden genoemd. Een gezellige stad met een aantal cruise schepen en dus ook behoorlijk wat toerisme en toerisme winkeltjes waar Aranka (meer dan ik…) van geniet.

Op de terugweg stoppen we nog bij de Goðafoss watervallen. Het is een prachtige waterval in een half ronde boog waar het water ruim 10 meter naar beneden stort. Volgens de lokale legende zou rond het jaar 1000 ene Þorgeir Þorkelsson, stamhoofd, de heidense goden in deze watervallen hebben gegooid waarmee IJsland overging van de Noorse mythologie naar het christendom.

Moe en voldaan rijden we terug naar Húsavík waar Inge op de Isuma heerlijk kookt.

Vrijdag vertrekken we iets later zodat we beetje kunnen uitslapen. We rijden samen met Ronne en Bouke naar Jökulsárgljúfur (kloof van gletcherrivier). Hier is een uitgebreid bezoekerscentrum waarin wordt uitgelegd hoe deze kloof ca. 8000 jaar geleden is ontstaan na een vulkaanuitbarsting onder de Jökulsá á Fjöllum rivier. Door de enorme explosies van de hete lava met het water werden de bergen rond de vulkaan letterlijk weggeblazen waarna het huidige national-park ontstond.

We rijden een stukje verder het national-park in naar Ásbyrgi, een kloof met steile hoge rotswanden in de vorm van een hoef van een paard. Deze kloof is volgens de informatie in het bezoekerscentrum waarschijnlijk ruim 2000 jaar geleden -in slechts een aantal dagen- ontstaan toen bij een gletsjer-doorbraak onder de ijskap een gigantische hoeveelheid water vrijkwam. We maken hier een prachtige wandeling door het bos. We zien wel wat muggen en Aranka doet snel haar hoed met muggengaas op, maar dat blijkt later toch niet nodig. Langs de steile kliffen broeden verschillende vogels en ook in het bos waar we doorheen lopen zien we veel vogels.

Hierna rijden we langs de Jökulsá á Fjöllum river met prachtige watervallen. We stoppen bij de Hafragilsfoss waterval, en bij de Dettifoss waterval vanwaar we een wandeling maken van wandeling maken naar de Selfoss waterval. Door de wandeling en het klauteren over rotsblokken, het lawaai van het stromende water krijg je een betere indruk van de grootsheid, de watermassa die erdoorheen gaat en van wat er allemaal leeft (muggen, bloemetjes, etc). Hierna rijden we dezelfde weg door langs de rivier, zodat we niet dezelfde route terug hoeven, maar een rondje kunne maken en langs de andere kant van de rivier terug kunnen. Echter is de gravel weg ineens heel slecht en rammelt de auto bijna uit zijn voegen door de ribbeltjes. Ronne test de theorie dat als je er harder overheen rijdt het gerammel en geschud minder wordt. Dat lijkt te werken. We stoppen nog vlak bij Húsavík bij kliffen waar Puffins broeden.

Zaterdag en zondag rommelen we rond de boot, zaterdag bekijken we het walvis museum in Húsavík en zondag hebben we heerlijk gezwommen in het buiten zwembad. Zonnen in je badkleding bij 15 graden met je voeten in 41 graden water bungelend is een geheel nieuwe ervaring. ‘s Avonds vertrekken we 22:00 richting Hornvík waar we maandag rond 21:00 zullen aankomen.

Een verkoelend blogje vanuit IJsland

Vandaag samen met Ronne en Bouke op pad geweest met een auto naar de gletsjer in Zuid-Oost IJsland. Prachtig!

Hoe leuk is dat?

Vandaag is de Isuma met Ronne, Bouke en Inge ook in Eskifjörður 🇮🇸 aangekomen vanuit een lange oversteek vanaf de Azoren. Wat ontzettend leuk en bijzonder om elkaar hier in IJsland weer te zien!

Alle kleuren groen op Faeröer

‘s Ochtends vroeg maandag 8 juni 2026 als ik wakker wordt trekt de wind weer wat aan en kunnen we weer zeilen. We lopen lekker en de laatste tientallen mijlen tikken langzaam weg richting Faeröer. Tot ca. 10 mijl voor de kust de wind weer helemaal ophoudt. Hebben we toch verreweg het grootste deel heerlijk kunnen zeilen. Als ik de motor wil starten gebeurt er wederom helemaal niets… Zucht! We hebben hier wel een motor nodig om binnen te lopen want het stroomt behoorlijk tussen de eilanden. We proberen het nog een keer en nog een keer, maar helemaal niets zelfs geen klikje. We proberen van alles, maar nee hij doet het echt niet. Totdat…. Als we tegen beter weten in, toch nog maar een keer op het knopje drukken de motor aanspringt en dan ook loopt als een zonnetje. Voor nu opgelost, maar daar moet wel een betere oplossing voor komen. Al met al wel een heerlijke overtocht met een heel relaxed bakstag windje.

Als we aangekomen zijn in Torshavn (Faraoes), mogen we pas van boort als de politie langs is geweest om onze paspoorten te scannen. Daarna verkennen we het stadje. Torshavn is een levendig en heel gezellig stadje. Ook omdat de economie van de Faeröer vooral draait op visserij en in mindere mate op schapen, en nauwelijks toerisme voelen we de bedrijvigheid. Het doet echt Scandinavisch aan en is daarmee toch weer heel anders dan Lerwick op de Shetlands. We vinden ook een Volvo Penta winkel maar die is al gesloten. We krijgen ook nog een berichtje van de OnWo OnOc dat zij ook problemen met hun motor hebben en daarom ook naar Torshavn komen. Zij worden midden in de nacht de haven binnen gesleept. Gelukkig wordt het hier niet meer echt donker.

Dinsdag 9 juni gaan we eerst op zoek naar iemand die kan helpen met de motor. Na wat heen en weer gevraag krijgen we via via het nummer van Kjartan van HH Service, die ‘s avonds langs kan komen. Tot de avond dus alle tijd om te genieten van de omgeving.

Wij gaan aan de wandel en een stuk door de stad en lopen een stuk langs het riviertje Sandá, waarlangs een prachtig wandelpad is aangelegd.

‘s Middags maken we nog een wandeling te noorden van het centrum. We komen door het Viðarlundin park (met bomen die hier verder vrij zeldzaam zijn) en lopen door richting Hoyvík door een prachtig groen natuurpark met watervalletje en lopen dan langs de kust weer terug. ‘s Avonds komt Kjartan en blijkt onze motor voor het starten een tweede “hulprelais” te hebben. Dat relais is dan ook verdacht en Kjartan neemt het mee om te testen. Hij komt alleen ‘s avonds want overdag zit hij helemaal volgeboekt. ‘s Avonds eten me samen met Martin van OnWo OnOc en Marianne van Timpete heerlijk in de Irish Pub (tip van Kjartan).

Woensdag 10 juni nemen we de bus naar het plaatsje Kirkjubøur met het oudste nog bewoonde houten huis aan het andere kant van het eiland (11e eeuw). We kijken er even rond en lopen dan via een prachtig wandelpad terug over de bergkam naar Torshavn. De ruigheid van het gebergte, de enorme steile wanden en het groen is echt indrukwekkend!

‘s Avonds komt Kjartan langs, hij heeft het relais getest en toen deed ie het prima. Als hij het relais weer inbouwt en de motor start doet het relais het echter toch weer niet. Echt zo’n ellendig probleem dat soms wel maar meestal niet optreedt. Hij gaat dus op zoek naar een vervangend relais.

Donderdag en vrijdags (11 en 12 juni) hebben we een auto. Aranka heeft een heel schema gemaakt wat we allemaal moeten zien en laat ook geregeld weten dat we achter lopen op haar schema. Maar wat we zien is prachtig. We rijden eerst naar het eiland Vágar en maken een wandeling langs het “floating lake” dat vlak naast de oceaan ligt maar wel 32 meter hoger met steile kliffen tussen het meer en de zee. Vanuit een bepaalde hoek schijnt het dat het meer boven de zee “zweeft” (denk met wat verbeelding). We hebben in ieder geval prachtige vergezichten en spectaculaire kliffen vol met nestelende meeuwen en we zien ook een aantal puffins.

Daarna rijden we terug door de tunnel naar het eiland Streymoy waar we oa naar het afgelegen dorpje Saksun rijden, een oud dorpje of gehucht dat ligt aan een lagoon die met hoog water vol loopt vanuit zee en met laag water vrijwel afgesloten is van de zee door een drempel van zand voor de ingang. Als we naar de uitgang lopen zien we het randje strand waarlangs we lopen steeds smaller worden door het rijzende tij. De dorpjes die we bekijken zijn allemaal een soort musea van oude huisjes. Een beetje vergelijkbaar met Marken of Hindeloopen in Nederland.

Vrijdag (12 juni) bekijken we eerst nog wat dorpjes en rijden langs een spectaculair smal weggetje langs hoge kliffen van Eiði naar Gjógv. Zeker als de zon door een open plek in de wolken schijnt is het een prachtig gezicht, deze steile bergen en kliffen. Hierna rijden we door naar Klaksvik. Ik stop netjes voor een zebrapad, waarop de auto achter ons met een flinke dreun op ons inrijdt. Onze auto schiet hierdoor naar voren en ik kan nog net op tijd de rem weer intrappen anders had ik de jongen op zebra aangereden. Meisje van 18 in de auto van haar vader en nog meer geschrokken dan wij. Gelukkig zijn we allemaal ok en valt de bureaucratie erg mee. Naam, nummerplaat en contact gegevens noteren en wat foto’s maken is voldoende. De IPhone doet zijn werk ook, belt automatisch 112, begint mijn broer te appen zonder dat dit nog uit te zetten is. Helaas rijdt de auto niet meer zo goed, er piept van alles en de achterwielen lopen in elke bocht tegen de spatborden aan. We besluiten daarom dat het mooi is geweest en rijden via de Eysturoytunnel (met een onderzeese rotonde) terug.

Zaterdag (13 juni) komt Kjartan opnieuw langs met een nieuw relais en daarna start de motor weer zoals het hoort. Hopelijk is het probleem met het starten van de motor hiermee nu opgelost. Verder lummelen we een beetje, doen de was, kletsen uitgebreid bij met Janneke en Wietze van de Anna Caroline, die ons uitgebreid vertellen over hun vele reizen. ‘s Avonds eten we samen met Marianne en Martin heel gezellig pizza op de Timpete die Marianne heeft gebakken.

Zondag 14 juni huren we opnieuw een auto om onze tocht die eerder abrupt werd afgebroken af te maken en gaan we naar het eiland Kalsoy. We rijden met de auto naar Klaksvik en laten deze daar bij de ferry naar het eiland Kalsoy staan. Op Kalsoy nemen we nog de bus naar het noordelijkste puntje waar we een wandeling maken naar adembenemende kliffen. Hier zijn ook opnames gemaakt van de James Bond film “No time to die”. Het is een prachtige wandeling en mooie uitzichten.

Maandag (15 juni) gaan we naar Vestmanna waar we een soort vleugels zien die in de zee worden gelaten en door de stroming een achtje gaan maken en zo stroom opwekken. De grootste zee vleugel kan zo ongeveer 2 MWatt opwekken. Indrukwekkend om te zien en geen goede plek om ta ankeren als zo’n vleugel onderwater voorbij komst suizen. Zie ook deze site. ‘s Middag gaan we mee op een rondvaart met een toch best grote boot voor ca 40 passagiers die echt tussen de kliffen door vaart en ook twee maal onder een natuurlijk gevormde rots boog of arch doorvaart. Heel spectaculair en we zien ontzetten veel vogels die op de kliffen broeden. ‘s Avonds gaan we heerlijk uit eten in Katrina Christiansen, er zitten hier verschillende ontzettend goede restaurantjes bij elkaar en we genieten enorm van het Faeröerse eten.

Dinsdag 16 juni plannen we een rustdag in en woensdag 17 juni varen we door naar Klaksvik. Donderdag ochtend 18 juni willen we dan als het weer er nog steeds goed uit ziet de oversteek naar IJsland beginnen waar we dan ergens zaterdag vroeg in de ochtend aankomen in Djúpivogur. We hebben ook even contact met Ronne op de Isuma. Zij varen van de Azoren naar IJsland waar we samen verder varen om IJsland heen. Ze zijn inmiddels ter ongeveer ter hoogte van Brest. Dus we verheugen ons er al op om ze hopelijk ergens volgende week in IJsland weer te zien. Al met al hebben we enorm genoten van de Faeröer, op naar IJsland!

Shetlands Islands

Na vier dagen en drie nachten komen we woensdag aan het einde van de dag in dichte mist aan in Lerwick. In de mist heeft onze radar het helaas begeven (scherm werd helemaal rood en daarna was er alleen nog “sneeuw” te zien…). Er komen verschillende schepen vanuit Lerwick die via de misthoorn hun positie kenbaar maken. Gelukkig heeft vrijwel iedereen hier AIS waardoor we toch een goed beeld hebben van wat er om ons heen vaart. Eén schip komt recht op ons af met achttien knopen. Aranka is overtuigd dat het een douane boot is. De paspoorten liggen al klaar… Even later zien we ook de lengte en blijkt het toch een groot vrachtschip te zijn dat vanuit de Faeröer eilanden richting Denemarken vaart. Ik roep hem op 5 NM. Nadat er gevraagd werd wat onze positie was, werden we opgemerkt en konden we netjes “port to port” passeren.

Gelukkig trekt de mist op als we het havengebied van Lerwick binnenvaren, Er staat een stroom van 2 knopen mee en er komt nog één enorm cruiseschip naar buiten en daarna is het verder rustig. In het eerste haventje (Small boat harbour) dat we proberen liggen aan de buitenzijde overal kleinere bootjes. Om daar nu met 19 ton aan af te meren is minder handig. Gelukkig is er aan de andere zijde van de pier in het “Albert Dock” nog plek langszij de “ONWO ONOC” een 40 ft Ovni. Het havenkantoor is inmiddels gesloten maar van onze buren kunnen we de sleutel lenen van de Lerwick Boating Club waar we heerlijk kunnen douchen. In de bar ontmoeten we ook nog een Brit die hier ook rondvaart en ook onlangs een Bestevaer heeft geschipperd en het erg leuk vind dat hij hier nu ook een Betevaer uit Makkum ziet. ‘s-Avonds lekker Fish & Chips gesnackt en daarna heerlijk gaan slapen op een boot die stil ligt in de haven.

Onderweg naar de Shetland eilanden wou de motor weer eens niet starten… zucht! Eerder hebben we dat probleem ook gehad, toen hielp -tijdelijk- het vervangen van de start accu. Inmiddels heb ik afgelopen winter ook het startrelais vervangen, maar er is dus blijkbaar nog een ander probleem. Vrijdag haal ik daarom de startaccu los die we op de fiets meenemen naar DH Marine, die de accu doormeten. Conclusie: de accu is nog goed. Had eigenlijk liever gehad dat ie slecht was, dan had ik tenminste een oorzaak… Nu blijft het gissen, meestal doet de motor het prima, maar soms niet en als je hem dan net echt nodig hebt…. Dus onder het motto een nieuwe start accu is altijd beter dan een van 5 jaar oud vervang ik de accu toch maar. We hoeven hem niet op onze vouwfietsjes mee te zeulen want hij wordt in de haven afgeleverd. Nu maar hopen dat het helpt.

‘s Middags gaan we naar het museum van Lerwick. De Shetland eilanden hebben een rijke geschiedenis. Wat ik niet wist is dat de Shetland eilanden lang-lang geleden bij de Zuidpool lagen, vast aan America (laat Trump het maar niet horen ;-)). Heel veel later in de pré-historie waren de Picten de eerste bekende inwoners van de Shetland Eilanden die in de 8e en 9e eeuw werden verdreven door de Vikingen. Ik begrijp dat er weinig is overgebleven van de Picten… Rond 800 verschijnen de eerste Noorse nederzettingen. Later worden de Shetland eilanden eigendom van Denemarken en weer later wordt ze door de Deense koning als onderpand gegeven aan Schotland voor het huwelijk van zijn dochter met koning Jacobus III van Schotland. Schotland heeft het daarna nooit meer teruggeven en dus is het nu nog steeds onderdeel van de Schotland (UK).

Na het museum fietsen we naar de westkant van het Eiland naar Scalloway. Het is heerlijk weer en we zien alle kleuren groen om ons heen. Alhoewel de haven aan de westkant van het eiland een gunstiger plek is om naar de Faeröer eilanden te vertrekken zijn we toch blij dat we in Lerwick liggen. In Scalloway is echt heeel weinig te doen. Als we bij de haven zijn zien we dat over 10 minuten de bus naar Lerwick vertrekt, fietsjes opgevouwen en dan zijn we ook weer zo terug.

Vrijdag vertrekken we om 9:00 uit de haven. Gelukkig let Aranka beter op dan ik zodat we nog net de betonde geul in kunnen varen voor we door de stroom op een ondiepte worden gezet. We ankeren om het hoekje in de baai “Aith Voe” op het eiland Bressay waar we samen met een ander niet bemand jachtje liggen omringt door heuvels, weilanden en enkele boerderijen. Zeker met de zonnen stralen die door de wolken komen is het echt een prachtige ankerplek met alleen gefluit van de vogels en het ruisen van de wind. We laten de bijboot in het water en laden onze vouw-fietsjes erin en varen naar de kant om naar het vogel eiland Noss te gaan waar de grootste kolonie Jan van Genten van de UK schijnt te broeden. Na ca drie kwartier heuveltje op – heuveltje af zijn we bij de veerboot (rubberbootje) naar Noss. Aan de overkant wappert een rode vlag, daarom vaart het bootje niet. Of het nou komt door de golven of de wind, ik weet het niet maar het water is zo vlak als een spiegel. Samen met wat andere teleurgestelde vogelaars lopen we terug naar onze fietsjes waar we onze meegenomen lunch dan maar met uitzicht op Noss opeten. De rest van de dag luieren we een beetje aan.

Zaterdag vertrekken we vroeg om 5:30. We varen eerst alsnog naar Noss, misschien te veel golven en wind voor het veerbootje, maar niet voor ons. We motoren een paar mijl tegen de wind en hebben dan een prachtig uitzicht op de kliffen van Noss die inderdaad vol met vogels zitten. We worden omringt door Jan van Genten die mooi fotogeniek om onze boot heen cirkelen. Ik weet niet of ze ons nu net zo interessant vinden als wij hen met interesse bekijken of dat ze ons gewoon weg willen jagen. Hoe dan ook mooie gelegenheid om foto’s te maken.

Daarna varen we door naar Balta Harbour op het meest noordelijke eiland Unst. De wind van achteren, stroom mee varen we tussen de 7 en negen knopen met een heerlijk zonnetje. We hebben te veel stroom, als de accu’s vol zitten draait de Watt&Sea stroom generator die achter de Beluga hangt “in zijn vrij” en begint geluid te maken. Omdat ook het brood op is een mooi moment om de broodbakmachine te voorschijn te halen en een brood te bakken. Kortom aan boord van de Beluga geen last van netcongestie. Als we rond 12:00 de ankerplek opvaren zien we de ONWO ONOC ook weer liggen. Ze blijken een probleem met de motor te hebben. Als we even later naar de kant toe gaan vragen we naar een engineer en appen het telefoon nummer door. Daarna bekijken het beroemde bushokje van Baltasound geheel in “Alice in Wonderland” stijl. We krijgen een lift naar Haroldswick waar we het museum “Unst Boat Haven” bekijken met klassieke bootjes uit Unst. Daarna drinken we -veel te zoete- chocomel met wel een lekker gebakje in “Victoria’s Vintage Tea Rooms” en krijgen een lift terug naar Baltasound. Daar bekijken we nog een Botanic Desert Garden “Keen op Hamar Nature Reserve” met allerlei bijzondere woestijn plantjes waaronder de Cerastium Nigrescens ook wel bekend Shetland-muisoor dat alleen op Unst voorkomt. Het lukt ook nog om was verse melk en vlees te kopen voordat we met het bijbootje weer terug varen naar de Beluga.

Het valt ons op hoe ontzettend vriendelijk en relaxed de mensen hier zijn. Iedereen neemt rustig de tijd voor je en probeert je oprecht te helpen. Past mooi bij onze onthaasting na een week alles nog even snel snel snel alles regelen voor vertrek.

Bij de ONWO ONOC zijn de motorproblemen gelukkig opgelost. Ik help ze nog even met een oliepomp. Zij vertrekken net als wij morgen ochtend (7 juni) richting de Faeröer eilanden. Het weer ziet er goed uit, wat regen in het begin, maar later klaart het op.

Vandaag Starlink aan het installeren…

Komende zomer willen we drie maanden gaan zeilen naar IJsland. Omdat de SSB toch een beetje gedateerd wordt ook maar een Starlink gekocht die we in de Radarmast hangen. Daarom vandaag de radarmast naar beneden gehaald.

Weekendje Marken

Het weekend van 11 november wordt het na heel veel regen best lekker weer. Vrijdag gaan Aranka en ik met Fay (hond) naar de boot. Ik kan er bijna niet meer opklimmen, zo hoog ligt de Beluga door het hoge water. Het heeft de afgelopen periode echt heel veel geregend, later horen we dat de Sassluis in Enkhuizen dicht zit vanwege het hoge water. Gelukkig liggen wij daar niet achter. Het kacheltje gaat aan het al snel is het lekker warm.

Zaterdag haal ik nog even lekker vers brood e dan varen we met een toch wel zuidelijkere wind dan voorspeld het Markermeer op. Alhoewel we in de Naviduct sluis ongeveer een halve meter zakken is ook het water in het Markermeer nog altijd een stuk hoger dan normaal. We overleggen nog even waar we naar toe gaan, Marken moeten we met dit hoge water wel kunnen aanlopen, daar staat normaal ca 2 meter water in de geul en wij steken 2.15 meter, maar met de hoge water moet dat wel lukken. We zetten koers naar Marken, de wind draait nog iets verder naar het zuiden, waardoor de ingang van de Gouwzee net niet bezeild is. Met een kort slagje kunnen we de Gouwzee invaren en strijken we het grootzeil. Op de fok varen we dor tot de ingang van de haven. We hebben een diepte van minimaal 2,5 meter dus dat gaat prima.

‘s Middags wordt het weer steeds beter en gaan we heerlijk met Fay wandelen naar de vuurtoren (Het Paard van Marken). Op de terugweg komen we Elsa Vermeer tegen, van de Sark die we al in de haven zagen liggen en die op Marken wonen. Nadat we bij gekletst hebben met een kopje thee lopen we samen naar de haven waar Jaap op de Sark met de buitenboordmotor bezig is. Ze komen nog een borrel halen op de Beluga, erg gezellig.

Zondag ga ik hardlopen met Fay en daarna varen we vrijwel pal voor de wind terug naar Enkhuizen met de spinaker. Heerlijk tochtje! We worden nog Bas de Ouden gefotografeerd en zien onszelf terug op ElkaarsBootjesSchieten.

Zwemmen op zee op weg naar Vlieland 🇳🇱

Zondag varen we van de ankerplek naar de haven van Lillesand om nog wat inkopen te doen, te wassen en te douchen. De kids varen in de bij potjes mee. ‘s Avonds eten we met zijn allen (Bo, Hasta Luego en BELUGA) in een restaurantje aan de haven voor we losgooien richting Vlieland. De Helena, onze buren uit ee Buyshaven liggen hier ook en besluiten ook op vandaag te vertrekken omdat er volgende week wei ig wind is. Zo vetrekken we zondag avond dus met vier Nederlandse schepen richitng Vlieland vanuit Lillesand.

Het eerste stuk va Lillesand tot Thyborøn varen we hoog aan de wind maar schieten we ook lekker op. Daarna wordt de wind minder maar tot maandag avond kunnen we wel zeilen. ‘s Nachts is het deels motoren deels een stukje zeilen. Dinsdag is de wind echt helemaal uit en als we tussen de twee TSS en de Hasta de boot stillegt en gaat zwemmen varen we ernaar toe zetten de motor uit en springen ook over boord en zwemmen naar de Hasta toe. Wouter houdt wacht aan boord. Er worden ook nog brownies van de Hasta naar de BELUGA. Nadat we het laatste TSS overzien trekt de wind weer aan en kunnen we tot Vlieland zeilen. We komen te vroeg aan waardoor we het laatste stukje tegenstroom hebben. Om één uur ‘s Nachts (woensdag) komen we op de ankerplek. Gelukkig schijnt de maan want een oaar bootjes hebben geen ankerlicht (ja dat is lekker slim…) en laten we ons anker vallen naast de Bo die al eerder was aangekomen en de Hasta Luego die er ook net ligt.

BELUGA bij vertrek uit Lillesand ?? (© Peter vd Haar)

Woensdag wandelen we over Vlieland, de kids gaan samen op drie tandems het eiland rond. ‘s Avonds Coppen we op de Bo. Donderdag gaan we met een zwager van Anita en zijn broer die op Vlieland woont en heel veel kids naar een strand er wordt gezwommen, gevist, gevliegerd en ge-skimboard. Heel gezellig! En super gastvrij van Joost, Christine, Thijs en Nienke om ons allemaal mee te nemen!

Eind van de middag gaan we terug naar de BELUGA. We nemen afscheid van de Hasta Luego en halen we samen met de Bo het anker op en gaan we met een noodgang (regelmatig meer dan 11 kn over de grond) richting Harlingen. Op de Boontjes gaat het langzamer (tegenstroom, en pal voor de wind). We gaan soepel door de Lorentzsluisen bij Kornwerderzand en gaan daar op om de hoek voor de kust van Makkum voor anker. We halen nog een afzakkertje bij de Bo.

Vrijdag varen we Makkum in en halen we bij UK De Vries Sails onze nieuwe Code Zero die in de vakantie was binnengekomen (wordt in Turkije ?? gemaakt). Even ontdekken hoe het werkt en een uurtje later gooien we los en kunnen we hem gelijk uittesten ?. Hij staat prima! Om zeven uur meren we weer af in de Buyshaven en is de vakantie weer voorbij….