Reykjavík en afscheid nemen

Zaterdag 25 juli slapen we enigszins uit tot een uur of negen, maar dan begint het toch te kriebelen en willen we de stad in. We wandelen door het centrum. Aranka en Myrthe willen zoveel mogelijk winkeltjes in terwijl Wouter en ik juist lekker willen doorlopen. We spreken af bij de boot. Als Myrthe hoort dat Wouter en ik een IJsje hebben gehad is ze uiteraard heel jaloers…

Ingólfur Arnarson, de eerste Noorse permanente bewoner van IJsland

‘s Middags bezoeken we de bekende Hallgrímskirkja (kerk) in het centrum en daarna gaan we op zoek naar de Kolaportið rommelmarkt. Onderweg komen we langs het Ausurvöllur park waar het gezellig druk is en een band optreed met een grappige liedje over ChatGPT en met een doventolk.

Aranka kijkt iets te goed op google maps waardoor we de halve stad af lopen voordat we -vlak bij de haven- bij de rommelmarkt aankomen. s’ Avonds gaan we naar de Lavashow. We zijn nog bijna te laat want nu had ik iets te goed op google maps gekeken en meende ik dat de show vlak naast de haven was. Toen het gebouw dicht bleek en we nog 10 minuten hadden om aan de andere kant van de stad te komen hield Aranka snel een taxi aan zodat we toch nog net op tijd waren. De show was indrukwekkend en ook interessant. We zagen vloeibare lava lopen door een stenen geul in de zaal, van meer dan 1100 graden. We voelden de hitte (ook al zaten we achterin) en de presentator liet ons zien hoe lava van binnen vloeibaar blijft als het van buiten afkoelt. Ook liet hij zien hoe je pseudo kraters in lava krijgt als je het snel afkoelt met ijs (wat wordt omgezet in stoom). Als we terugkomen zijn we hartstikke moe en vallen als een blok in slaap.

Vloeibare lava in de Lavashow

Zondagochtend gaan we naar het Perlan natuurmuseum. In een soort Omniversum bioscoop, met de film geprojecteerd op een koepel om ons heen, is het alsof we afdalen in een vulkaan wat echt heel gaaf is. Ook lopen we door een IJsgrot en zien een prachtige film over het noorderlicht en leren we weer van alles over de bizarre natuurverschijnselen van IJsland.

Höfði House

‘s Middags gaan Myrthe, Aranka en ik naar de Botanische tuin van Reykjavík waar Myrthe weer van alles vertelt over alle planten en planten families. Bovendien is het ook een prachtige tuin en is het heerlijk weer. We wandelen terug naar de boot en komen dan ook langs het beroemde Höfði House uit 1909 waar Reagan en Gorbatsjov in 1986 de basis lengte voor het beëindigen van de “koude oorlog”. De rest van de dag worden tassen in gepakt, auto opgehaald en haal ik diesel (met de auto) zodat de boot weer volgetankt is voor te terugtocht. ’s Avonds hebben we als laatste gezamenlijk maaltijd een uitgebreide BBQ met champagne om de gezelligheid met elkaar te vieren.

Afscheid-BBQ in Reykjavík

Maandag 27 juli nemen we afscheid en breng ik Myrthe, Wouter Inge en Lieke om half zes ‘s ochtends naar het vliegveld in Keflavík met de huurauto. Als ik alleen terug rij voelt het leeg, zo zonder Wouter en Myrthe, maar het was ook ontzettend fijn en gezellig dat ze twee weken aan boord waren.

Terug in Reykjavík gaan we samen met Ronne en Bouke met de auto op pad om nog meer van het schiereiland Reykjanes te zien. We komen langs het prachtige Kleifarvath meer en stoppen bij het Seltun geothermisch park, met heetwaterbronnen en bubbelende modderpoelen. Het blijft fascineren, waarbij de kleuren van de aarde (rood, geel, oranje en wit) ook buitenaards aandoen. We maken een wandeling naar de top van een bergje met een prachtig uitzicht.

Even verderop lunchen we bij een schattig kerkje, “Krýsuvíkurkirkja” in the middle of nowhere, ik vraag me af wie hier nu zondags naar de kerk toe gaat, maar het is heerlijk weer en een prachtige plek om te lunchen.

Daarna rijden we naar kliffen bij Krýsuvík die vol met vogels zitten. We komen ook nog spontaan langs een plek, waar je de gestolde lava van de uitbarstingen van de afgelopen 2023 kan zien. De jonge zwarte lava steekt scherp af tegen de bergen en lijkt op een slecht geasfalteerde weg. Er wordt gewaarschuwd dat lava die pas een of enkele jaren oud is gevaarlijk kan zijn omdat die onder een harde korst nog vloeibaar kan zijn (zoals we ook tijdens de lavashow hebben gezien). Als laatste rijden we naar het desolate stadje Grindavik waar het overgrote deel van de huizen verlaten is. Na de vulkaanuitbarstingen van de Sundhnúkagígar in 2023 en opvolgende uitbarstingen heeft de overheid de huizen opgekocht en is het plaatsje nu grotendeels verlaten. Maar er is nog wel een zwembad dat gewoon open is….

Veel inwoners in Grindavik waren afkomstig uit Heimaey op de Westman Islands toen daar in 1973 een vulkaan uitbarsting was en ze besloten niet naar de Westman Islands terug te keren. Dubbel pech…

In het centrum is een indrukwekkende foto tentoonstelling over de vulkaan uitbarstingen. De foto’s laten zien hoe de lava in de stak komt, hoe die geëvacueerd werd en hoe ze geprobeerd hebben met heel veel water de lava te laten stollen en zo te stoppen. Toevallig schrijft het FD er ook te een artikel over: “Het IJslandse dorp waar lava zowel gevreesd als gekoesterd wordt”

‘s Avonds eten we met zijn vieren de befaamde hotdogs van “Bæjarins Beztu Pylsur”. Eén klein hotdog-tentje, waar een lange rij voor staat, maar die allemaal worden voorzien van een hotdog.

Op de terugweg komen we langs het Harpa concertgebouw. Voor het gebouw staan een enorme hoeveelheid “Muscle Cars” en er komen er ook nog steeds heel veel meer aan met een ronkende motor. Dit had Wouter natuurlijk graag gezien.

Dinsdag (28 juli) hebben we de auto nog tot 13:00 uur en stelt Ronne voor om nog een tocht met f-wegen te maken. Dat zijn wegen waar je alleen met een 4×4 mag en kan rijden. Dat lijkt ons ook leuk en we vinden een route die net past en waarbij we ook nog een geiser kunnen bekijken. We rijden eerst de geplande route totdat wegen er op de kaart wel zijn maar in werkelijkheid niet. Uiteindelijk komen we op een slechtere f-weg terecht die achteraf ook gesloten bleek te zijn… Maar goed het is wel een prachtige tocht over een hoogvlakte, dwars door totaal verlaten gebied door as en over lava, met uitzicht op de Langjökull-gletsjer. Daar op weg van nowhere naar nowhere komen we een verdwaalde fietser tegen (die overigens loopt omdat er niet te fietsen valt). We moeten ook nog een beek oversteken wat bij Ronne tot een grote grijns leidt.

Aan het einde van de f-weg zagen we dat deze gesloten was…

Daarna moeten we opschieten om de auto nog op tijd in te leveren. Maar we stoppen toch even bij de Geysir geiser, want Aranka en ik hadden nog geen geiser gezien, dus dat laten we niet schieten. Daarna moeten we flink doorrijden en leveren de auto tenslotte een kwartiertje te laat in, maar IJslanders zijn cool, dus geen probleem. De rest van de dag maken we ons klaar voor vertrek naar de Westman eilanden. We nemen ook afscheid van Ronne en Bouke die vanaf Reykjavìk naar Groenland varen. We zullen de gezelligheid missen want de afgelopen vijf weken samen optrekken met de Isuma was ontzettend leuk en gezellig! Vanaf nu zijn we weer met zijn tweeën en beginnen we echt aan de terugweg naar Nederland.

Rondom Ísafjörður

Het is heel fijn en gezellig dat Myrthe en Wouter aan boord zijn. Woensdag (15 juli) gebruiken ze om Ísafjörður te bekijken en gaan we zwemmen in het lokale zwembad. ‘s Middags lunchen we heerlijk in het Tjöruhúsið visrestaurant, volgens internet het beste visrestaurant van IJsland, en dat zou zo maar waar kunnen zijn, want we eten er echt verrukkelijk. We beginnen met een heerlijke vissoep en daarna staan er verschillende schotels met heerlijke vers gevangen vis. ‘s Avonds hoeven we niet meer veel te eten want ons buikje zit nog vol. Als je ooit in Ísafjörður bent en van vis houdt is dit een aanrader.

De harde wind is donderdag (16 juli) voorbij, maar de wind staat wel nog uit het zuiden. We besluiten dat we hier niet tegenin willen varen richting Reykjavik, met stroom, golven en wind tegen, die dan om de kapen toch weer staat te poeieren. We overwegen zelfs om via het noorden (via dezelfde route als we gekomen zijn) terug te varen, maar uiteindelijk kiezen we ervoor om op een weergat te wachten en zo lang in het natuurpark Hornstrandir mooie ankerplekjes op te zoeken. Als het nog een week uit het zuiden blijft waaien kunnen we altijd alsnog via het noorden terug of de Wouter en Myrthe vanuit Ísafjörður op het vliegtuig zetten. En Hornstrandir is een van de mooiste gebieden in IJsland, dus hier nog wat langer blijven is helemaal prima. We krijgen nog een heleboel tips van de lokale IJslandse Captain Siggi van het zeiljacht “Byr” over mooie ankerplekjes. Siggi herkende ons schip omdat hij eerder op een Bestevaer heeft gepast die in Ísafjörður heeft overwinterd.

Zodra we (donderdag 16 juli) Ísafjörður verlaten, zien we direct midden in het Ísafjarðardjúp fjord spuiten van walvissen (Bultruggen). We varen er naartoe en op weg erheen zien we een paar walvissen vlak bij onze boot, eerste rij zeg maar. Daarna varen we door naar het eilandje Æðey waar het vol met Puffins zit. We ankeren met een prachtig uitzicht op de bergen die nog deels met sneeuw bedekt zijn. Als we aankomen staan er nog best wat golven, maar ’s avonds wordt het heerlijk rustig zodat we goed slapen.

Stuurvrouw Myrthe

Vrijdag 17 juli varen we naar het nabijgelegen eilandje Vigur waar het ook weer vol met Puffins zit. Helaas kunnen we het eiland vandaag niet bezoeken, maar we hebben een heerlijk ankerplekje voor de lunch. Wouter en Inge doen nog een dinghy expeditie naar Vigur toe om de Puffins van dichtbij te zien. Een zeehond komt nog even kijken wat we daar doen en ook een klein groepje dolfijnen zwemt langs.

‘s Middags varen we verder het Ísafjarðardjúp fjord in. Vanuit een bepaalde hoek tussen de bergen, krijgen we prachtig zicht op de Drangajökul gletsjer. We varen richting het “Sundlaugin á Reykjanesi” zwembad met natuurlijk warm water uit een geothermische heetwaterbron. Het zwembad ligt bij een hotel (en camping), wat er qua bouw oud en weinig gezellig uit ziet. Echter vanuit het warme zwembad hebben we een geweldig uitzicht op het fjord en op onze boten en vliegen de Noordse sterntjes met visjes boven ons hoofd. Voor de kust dampt de zee doordat het heet water daar het fjord in stroomt wat een bijzonder uitzicht geeft.

Zaterdag (18 juli) blijven we liggen en maken we een wandeling met mooie uitzichten over het fjord waarbij Myrthe de talloze IJslandse bloemetje determineert en honderduit verteld over alle plantjes, leuk zo’n bioloog in het gezin! ‘s Middags trekt de wind behoorlijk aan en gieren we achter ons anker dat gelukkig muurvast is ingegraven. Even later waait de dinghy van de Isuma weg zonder iemand erin. In een record tempo laten we onze dinghy in het water, takelen de motor naar beneden en dan gaan Wouter en ik op dingy rescue. Gelukkig is de dinghy nog niet heel ver weg en kunnen we de dinghy nog zien. Even later zijn we wel wat natter maar is de dinghy veilig terug bij de Isuma.

Even lekker scheuren met de dinghy…., waar zijn de zwemvesten?

We zien in de weersverwachting een mogelijkheid om donderdag 23 juli naar Reykjavík te varen, nog op tijd voor de kinderen om Reykjavík te zien voordat ze maandag terugvliegen naar Nederland. In Hornstandir gaat het de komende dagen harder waaien, terwijl wie hier ook al een enorme puist wind hadden. We kiezen er daarom voor om terug te varen naar Ísafjörður ipv naar een volgend ankerplekje waarvan we niet precies weten hoe beschut het is.

Onderweg zien we opnieuw walvissen, eentje vlak naast de boot. Dat blijft toch ontzetten imponerend, zo’n enorm beest dat vlak naast je boot langs zwemt. We hebben het idee dat ze ook wel nieuwsgierig zijn, maar misschien is hier de wens ook wel de vader van de gedachte….

We liggen in Ísafjörður opnieuw 4 nachten van zondag 19 juli t/m donderdag 23 juli. Gelukkig blijven de vooruitzichten goed om donderdag naar Reykjavík te varen. De reserveringen voor een AIR B&B en auto om de kids met een busje naar Reykjavík te rijden kunnen we dus wel cancelen.
We brengen de dagen lummelend, lezend, zwemmend (soms met sauna), koekjes bakkend, motor controlerend en BBQ-end door. De Isuma heeft 3 enorme kabeljauwen gevangen in het fjord bij binnenkomst, die heerlijk zijn voor 2 BBQ’s.

Dinsdag 21 juli maken we een lange schitterende wandeling in het dal tegenover Ísafjörður. Het is zo zonnig dat we allemaal in t-shirt lopen en Ranka zelfs in korte broek. We lopen door bos, langs de bergkammen en maken een klim naar het langlauf gebied. Langs een waterval maken we een steile afdaling naar beneden en kopen een ijsje bij de Bonus. IJslanders eten het hele jaar door ijsjes, maar wij koppelen het toch nog aan dit warme weer.

Donderdag 23 juli vertrekken we om vier uur ‘s middags naar Reykjavík. De golven vallen erg mee, het is meer deining dan echte golven. Het eerste stuk moeten we nog redelijk wat motoren, maar na de laatste kaap hebben we een heerlijke koers, weliswaar aan de wind maar zonder golven. Met twee reven en de kleine kotterfok lopen we ruim 7 kts. Vrijdag nacht iets na middernacht komen we aan in Reykjavík. Het is voor het eerst weer echt donker, maar er is gelukkig voldoende ruimte in de haven. De Isuma meert gezellig naast ons af in de haven.

Sneeuw, watervallen en wandelingen rondom Eskifjörður

We waren al onder de indruk van de Farao’s, echter IJsland verrast en imponeert ons nog meer. Alleen het uitspreken van al die verschillende plaatsnamen en woorden, die we totaal niet kennen, daar moeten we nog wat aan wennen.

Verkennen van Eskifjörður
Nadat we zondag 21 juni zijn aangekomen blijven we hier een weekje in de haven liggen.
Uiteraard verkennen we het vissersplaatsje, daarna wachten we op de Isuma en maken samen met de Isuma nog een Road trip van twee dagen.

In Eskifjordur treffen we in een oud pakhuis uit 1816 een museum. Eigenlijk zijn de drie pensionado’s die ons ontvangen het leukst. Ze zijn ‘verrast’ door onze komst, want ze waren samen net een spel aan het spelen, maar springen in de actiemodus en zetten de bijpassende muziek aan in het museum, bieden ons het Engelse informatieformulier aan, etc. Het museum is ook schattig met alle historische verzamelingen van visserij en van enkele beoefende beroepen (timmerman, tandarts, snoepjesfabriek, etc). Geweldig is de poster aan de muur waar exact op staat welke vis je waar rondom IJsland kan vangen. Wie weet…

Ook fietsen we langs het fjord over een grindweggetje met onze vouwfietsjes naar Helgustaðir. Een oude “transparant calciet” groeve. Tot de 20e eeuw is deze mijn commercieel in gebruik geweest, de kristallen zijn gebruikt in veel instrumenten (zoals microscopen) en Huygens heeft met het materiaal uit deze mijn de werking van licht bestudeert.
Enthousiast wandelen we de grot/mijn in, gewapend met een zaklamp. Roelof loopt voor mij uit met de zaklamp maar ik zie toch geen hand voor ogen. Ik zet mijn zaklamp van mijn telefoon ook aan, want ik struikel over de grote stenen. Water druipt overal langs de grotwand, van het plafond naar beneden en stroomt over de bodem. Het spettert mij nat en mijn niet-waterdichte telefoon. En dan stuiten we op een trappetje van ijzer met 3 treetjes, waar een waterval langs stroomt, waarboven je gebukt nog verder de grot in kan klimmen. Daar haak ik af, terwijl ik Roelof verder over de stenen het gangetje in loopt en ik het lichtje langzaam zie verdwijnen….

Het buiten-zwembad op 10 minuten lopen is ook een beleving. Ze hebben verschillende warmwaterbaden rond de 40 graden, een sauna, een dompelbad van 8 graden en uitzicht op de prachtige besneeuwde bergen om ons heen. Hier worden we weer fris en lekker schoon totdat onze huid gerimpeld is.

Een andere dag fietsen we richting Reyðarfjörður (plaatsje om de hoek, met een aluminiumfabriek) en maken een wandeling. De heide of mosgroen is hier prachtig van kleur en veert als een malle als je er over loopt, het stikt van de kleine bloemetjes die we niet kennen en we zien vele vogels (eidereenden met jongen en broedende meeuwen) en de uitzichten met het prachtige weer op de Vienetta besneeuwde bergen benemen ons de adem.

Road trip samen met Isuma
Voor de donderdag en vrijdag (25 en 26 juni) hebben we een auto gehuurd.
Op donderdag rijden we samen met Ronne en Bouke naar het Zuiden (Diamond beach).
Eigenlijk wil je om elke bocht weer een foto nemen, zo mooi, weids en prachtig zijn de landschappen. Rijden over de ringroad nummer 1 gaat uitstekend.
Ons eerste doel is Höfn (spreek uit Hub hebben we van onze havenmeester geleerd). Daar ligt een nieuwe radar, die we vanuit de Faeröer in IJsland hebben besteld en hier bezorgd zou moeten zijn. De grijns en opluchting op Roelof zijn gezicht bij het in ontvangst nemen van het pakket spreken boekdelen. Het is een grote doos, maar gelukkig past het in de achterbak van de auto.
Volgende doel is Diamond Beach. Wel toeristisch, met alle parkeerplaatsen en bussen die er staan. Inmiddels staat er 36 knopen wind (WK 8) en worden we door het zwarte zand gezandstraald. Maar zo prachtig om de Vatnajökul gletsjer te zien liggen, achter het gigantische gletsjermeer Jökulsárlón (wat wel 190 meter diep is) en de grote afgebrokkelde stukken ijs van allerlei blauw kleuren te zien drijven (10% steekt boven water). En dat terwijl in Nederland de mussen van het dak vallen door de hitte daar.
Het is een lange rijdag en op de terugweg zien we nog rendieren en eten we een hapje in het plaatsje Djúpivogur, met uitzicht op de haven.

De volgende dag rijden we door de besneeuwde bergen naar het binnenland, het glooiende Jökuldalsheiði. Vandaag is Inge ook mee op stap en is de rij afstand gelukkig minder, met zijn vijven in de auto.
Eerst komen we langs de Rjúkandi watervallen, waar we naar boven klimmen. Volgende stop is de kloof Stuðlagil. Deze kloof met prachtige basaltformaties is pas in 2017 ontdekt in de rivier, nadat er 2/3 minder water door de rivier loopt, omdat het water wordt opgeslagen in grote meren voor een waterkrachtcentrale. Via een prachtige wandeling langs de rivier kom je bij de kloof. Verborgen is het zeker niet meer gezien de hoeveelheid toeristen hier. Maar IJsland doet duidelijk zijn best om het toerisme over paden te leiden en zo de omgeving zo veel mogelijk onaangeroerd te laten. Lastig, want voor de mooiste foto’s wordt overal overheen geklommen.
Daarna rijden we terug naar Egilsstaðir en rijden om het enorme meer Lagarfljót naar de Hengifoss waterval. Hier maken we ook weer een wandeling met een stevige klim naar de waterval die 120 meter recht naar beneden valt. Prachtig gezicht met basalt en rode kleistrepen erachter. Door de hete lava is de rode klei ertussen gebakken.
We rijden weer terug naar Egilsstaðir door hectares bos (loofbomen) en paarse lupine velden. Wat een prachtig land is dit. In Egilsstaðir is een grote (minder dure) Bonus supermarkt, en kunnen we vers eten inslaan voor komende week. Ze hebben in de super een koelruimte voor groeten (allemaal afkomstig uit Nederland, haha) en een nog koelere ruimte voor alle zuivel en vlees. Daar moet je niet te lang in staan, dan raak je snel onderkoeld. We sluiten de dag af met een BBQ.

Rustdag
We verwachten zondag 28 juni een stukje verder te kunnen varen richting het noorden van IJsland. Hierdoor hebben we nog een zaterdag om allerlei klussen te klaren, zoals het plaatsen van de nieuwe radar. Dan kunnen we in de mist ook weer om ons heen “kijken”.

Een verkoelend blogje vanuit IJsland

Vandaag samen met Ronne en Bouke op pad geweest met een auto naar de gletsjer in Zuid-Oost IJsland. Prachtig!

Hoe leuk is dat?

Vandaag is de Isuma met Ronne, Bouke en Inge ook in Eskifjörður 🇮🇸 aangekomen vanuit een lange oversteek vanaf de Azoren. Wat ontzettend leuk en bijzonder om elkaar hier in IJsland weer te zien!