Samen met de kids verwaaid in Isafjordur

Vrijdag 10 juli varen we vroeg het Hesteyrarfjordur uit (Het Hornstrandir National Park, helemaal in het noord westen). Van dit fjord is twee blogjes terug een drone filmpje gemaakt.

Er komt helaas komende dagen veel wind aan uit het zuiden. Dus we proberen tijdig in Isafjordur te liggen, om de kids op te halen uit Reykjavik.
Isafjordur ligt op een soort schiereiland, met de binnenhaven voor yachten helemaal aan de binnenzijde. Het ligt dus super beschut tussen enorme bergkammen. In één van de bergkammen zit nog een enorme trollenzitje. Als je het ziet kan je het je helemaal voorstellen.
Eerst gaan we aan een mooring liggen. Maar we spreken de havenmeester (ook een zeiler en geweldig aardige vent) en met de windverwachting komende dagen liggen we in de haven toch beter beschut. Dus daar gaan we aan de hoge kade liggen aan de banden, met Isuma naast ons, beschut achter een paar grote visserschepen. Het getijverschil is 1,5-2 meter toenemend richting springtij op 16 juli.

We verkennen het stadje. Er is een zwembad (voor het socializen met IJslanders in de hot tub). We hebben op loopafstand een Netto supermarkt (en een Bonus in het volgende dorpje, maar dan moet je stukje liften). Elke dag ligt er een ander Cruise-schip (soms zelfs 4 tegelijk) en lopen de vakantiegangers langs, we hebben een hoop bekijks en sommige Nederlanders vinden het geweldig leuk te zien dat we hier zeilend zijn gekomen.
De oude huisjes zijn schattig en dateren nog uit de 19e eeuw, vaak van echt hout gemaakt. Maar veel huisjes hebben gewoon geschilderde golfplaat aan de buitenzijde. Aan het einde van de straat ligt een museum, waar wordt uitgelegd hoe de IJslanders hier vroeger leefden. Het filmmateriaal wat ze laten zien maakt het levensecht. Isafjordur is commercieel groot geworden door de visserij, waar iedereen een rol in had. Vroeger werd de vis vooral gedroogd, totdat invriezen mogelijk werd.
We wandelen rond het fjord en Roelof en ik maken nog een schitterende fietstocht, over een oude weg, die nu is afgesloten voor verkeer, naar Bolungarvík. Prachtig langs de kust, langs hele steile kliffen met enorm veel broedende meeuwen, maar de weg is op veel plekken weggeslagen door vallende rotsblokken. Begrijpelijk dat er nu een tunnel is aangelegd, waar al het autoverkeer nu door rijdt. Terug krijgen we een lift van Oekraïners, zodat we niet tegen de wind terug hoeven te zwoegen.

Zondag 12 juli hebben we een auto gehuurd om de kinderen op te halen, groot genoeg voor 3 kids op de achterbank en alle bagage. Roelof en Ronne vertrekken zondagmiddag richting Reykjavik. Ze doen ca 3-4 uur om de fjorden uit te rijden naar de ringweg 1. Onderweg waait de zee over de weg heen (enorme harde wind). Bouke en ik zijn ondertussen vooral bezig om onze schepen heel te houden, want nu slingeren ze heen en weer door de harde valwinden.
Ronne en Roelof overnachten ergens in de buurt van Reykjavik, omdat de kids heel vroeg landen op het vliegveld.
Achteraf horen we dat onze kinderen afgelopen nacht dwars door de wekker zijn geslapen. Ze logeerden bij onze buren in Leiden en om 03:00 uur zijn ze gewekt en zelfs afgezet op Schiphol. Wat een mazzelaars, hierdoor hebben ze hun vlucht gehaald.
Onderweg door IJsland (ca 6-7 uur rijden van Reykjavik naar Isafjordur) hebben ze helaas veel regen, maar komen ze ook langs een paar unieke locaties, zoals een natuurlijke warme waterbron en langs de Dynjandi watervallen. Toch vast wat mooie eerste indrukken.
Gezellig dat ze allemaal zijn gekomen en een deel van onze avonturen gaan meebeleven.

Met zijn allen samen eten en voetbal kijken (Frankrijk-Spanje). Een deel werd vrolijk en een deel erg treurig.

Onderstaand een paar mooie huisjes uit Isafjordur en omgeving.

Omdat we de auto voor twee dagen hebben gehuurd, kunnen we dinsdag nog wat rondrijden en de omgeving bekijken. We gaan in ieder geval langs het kleine visserplaatsje Flateyri. Behalve een hele oud boekenwinkeltje, heeft een artiest (Jean Larsson) op veel van de huizen een schildering gemaakt. merendeel zijn van de hier veel voorkomende vogels).
Het dorp is in 1995 door een grote lawine getroffen, waarbij 20 inwoners zijn gestorven. dat moet echt impact hebben gemaakt in zo’n kleine gemeenschap. In 2020 is het dorp weer door een grote lawine getroffen. En we zien op de steile hellingen rondom dat er heel hard wordt gewerkt aan een lawinedam, om het dorp beter te beschermen.
We rijden ook nog naar een hoog uitzichtpunt bij Bolungarvik. De gravel-weg loopt heel steil omhoog (10%), maar we zien niets behalve veel sneeuw en wolken. Toch indrukwekkend om even te doen….

Onze meest noordelijke ankerplek

Zondag 5 juli zijn we in de avond uit Húsavík vertrokken voor een tocht van 135 mijlen naar het Noord Westen van IJsland. Het doel is naar de baai bij Hornvík, in het Hornstrandir National Reserve.
Eerst gingen we wat spelevaren in de baai bij Húsavík. Er worden daar zoveel walvisvaarten per dag gedaan, dat wij ook wilden proberen om iets te spotten, maar dan op eigen kiel. Doordat er zoet water via de rivier bij Husavik (ook vanuit de gletsjer met veel sediment en vooral nutriënten), de zee in loopt, zou juist deze baai een geweldige voedselbron bieden voor diverse soorten walvissen. Zodoende gingen we heel goed ingepakt (het was ijskoud) de baai in en toerden 1,5 uur rond tot ver na 23.00 uur. We zagen wel twee joekels van zwarte ruggen langskomen met een vinnetje boven water (Minke Whale?). Maar daarna waren we zo koud, dat we op weg zijn gegaan voor het einddoel van de tocht. Voor het eerst hebben we tijdens het zeilen de kachel aan gezet, zo koud was het. Maar we hadden een prachtig windje pal van achter. Als melkmeisje (met aan elke kant een zeiltje uit) voeren we over het water. We hadden met opzet deze nacht uitgezocht omdat er weinig golfslag stond.

Maandag 6 juli (bijna een etmaal later) kwamen we zoals gepland om 22 uur bij de kaap van Hornvik aan. Gewaarschuwd door de blog van De Verleiding wisten we dat er bij de kaap veel wind kon staan. Wij zagen vooral veel wolken en hoopten dat er geen mist in de voor ons onbekende baai zou staan. We deden het zeil naar beneden, want de hoge bergen gaven inderdaad een tunnel effect en verdubbelden het aantal knopen wind. En dan vaar je het hoekje om de baai in….. Ongelofelijk wat is dit een mooie baai. Het was helder in de baai, maar de wolken liepen als een soort dekentje over de bergtoppen. Hoge toppen met sneeuw en aan beide kanten enorme kapen. En aan het einde van de baai een stuk of 5 watervallen. De zeebodem is aan het einde van de baai niet goed in kaart gebracht, maar de pilots en noforeignland geven heel goed aan waar je op ca 8-9 meter diepte kan ankeren. Even samen een ankerborrel op de Isuma om samen dit moois te delen en daarna gauw slapen (of voetbal België tegen Amerika kijken).

Na een nachtje slapen, konden we de baai gaan verkennen. Met de dinky naar het strandje en lekker gewandeld naar 1 van de watervallen. Er blijkt een campsite in de baai te zijn. We zien ook groepjes wandelaars lopen in de baai en langs de bergen en langs het strand (in korte broek en blote voeten, want ze moesten het riviertje van één van de watervallen doorwaden om over te steken). Ze worden hier vanuit Isafjordur gebracht en je kan hier 1-7 daagse wandeltreks doen. Ik kan me voorstellen dat dit hier echt geweldig is. Het is hier zo ongerept mooi. Het gebied staat ook bekend om zijn poolvossen, waarvan de wandelaars aangeven ze regelmatig te zien.

We wandelen wat rond, kijken nieuwsgierig in de reddingshut die hier sinds 1985 staat en is voorzien van wat slaapzakken, eten en een marifoon. En er staat ook een driehoekig gebouwtje wat een toilet blijkt te zijn. Alleen als ik deze nieuwsgierig open, zien we ineens twee schattige jonge poolvosjes verschrikt opkijken naast het toilet. Ze zijn niet heel schuw en spelen wat of rollen zich als een poes op met hun snuit in hun staartje voor een dutje.
Later spreken we de ranger van het gebied. Hij adviseert ons om afstand te houden van de vosjes en max 20 minuutjes te kijken en dan weg te gaan. Op die manier krijgt mamma vos de ruimte om voedsel wat ze heeft gevangen bij haar kleintjes te droppen. Het nest blijkt ook uit vijf jonge vosjes te bestaan. Ze zijn 2 maandjes oud. Mamma heeft er denk ik veel werk aan.

Rondom Húsavík

Haven van Húsavík

Woensdag 1 juli komen we aan het eind van de middag aan in Húsavík, een ruimte haven die toch al vrij vol is, ook omdat de drijvende pontonbrug gereserveerd lijken voor de bootjes die met toeristen naar walvissen in het Skjálfandi fjord gaan kijken wat vol met zalm zit.

De havenmeester probeert ons vriendelijk in de buitenhaven waar je vrij onbeschut aan een pontoon te laten afmeren, maar wij kiezen er voor om langszij van de Tilvera (oude naam Anne-Margareta), een Nederlands schip, nu eigendom van Heimir, een hele aardige IJslander uit Húsavík die met de Tilvera rond IJsland, Groenland en Noorwegen vaart. Voor ons ligt ook de Anna-Caroline. Het is lekker weer dus we steken de barbecue aan en eten gezellig samen met de bemanning van de Isuma. Na het eten komen Wietze en Janneke van de Anna-Caroline ook nog gezellig koffie drinken en ervaringen uitwisselen.

Donderdag en vrijdag hebben we samen met de bemanning van de Isuma een auto gehuurd er en rijden naar de meest fantastische plekken toe. We zien de Grjótagjá grot, een smalle lavagrot met een prachtige blauwe bron die nu te heet is om in te baden. Hier zijn ook opnamens voor de “Game of Thrones” gemaakt. Ernaast ligt ook een indrukwekkende breuk in de aardkorst (een fysieke afstand tussen de tectonische platen van Europa en Amerika, die elk jaar iets toeneemt).

Grjótagjá grot
Breuklijn in de aarde tussen de tektonische platen van Europa en Amerika

Hierna gaan we naar Hverir, een gebied vol met kokende en stomende bronnen en gorgelende en kokende modderpoelen. Het stinkt er enorm naar zwavel. De aarde die oranje, geel, rood en groen is, is prachtig om te zien. Het doet een beetje denken aan plekken in Yellow Stone park en het lijkt wel of je op een andere planeet bent. We kijken onze ogen uit naar dit mooie maar ook bizarre gebied. Het is echt bijzonder hoe verschillende gebieden in IJsland er steeds weer heel anders uitzien.

We rijden verder het gebied in van de Krafla vulkaan, met onderweg een prachtig blauw meer, waar andere toeristen een ware fotoshoot maken. Maar toegegeven het is ook echt een fotogeniek uitzicht. Er staan hier ook twee geo-thermische centrales waar door stoom onder druk uit boorgaten in de aarde elektriciteit wordt gemaakt. Daarna rijden we door naar de Víti crater, een prachtig gezicht, maar we waaien letterlijk van onze sokken. Last van muggen hebben we hier dan ook niet ;-).

Dimmuborgir is een doolhof van lavapilaren, grotten en steile torens die er surrealistisch eruitzien. De naam Dimmuborgir betekent dan ook heel passend “Donker Kasteel“. Deze lava-formaties zijn ongeveer drie duizend jaar geleden ontstaan toen een meer van lava zich over moerassige grond verspreidde. De stoom die door de hitte in het moeras ontstond vond een weg omhoog door de lava, waardoor holle schoorstenen en gedraaide kolommen ontstonden. Toen de lava was afgekoeld en het moeras was weggespoeld stortte het “lava dak” in en bleef dit landschap achter. Ik wandel samen met Aranka door dit prachtige doolhof en al snel zijn we de weg kwijt. Volgens de bordjes die naar de parkeerplaats wijzen moeten we terug, maar een rondje lopen is zoveel leuker. Gelukkig draaien na een tijdje lopen de boordjes om en lopen we in de goede richting. Het is een heerlijke tocht, er is veel luwte waardoor we niet weggeblazen worden maar wel genoeg wind om de muggen weg te blazen. We zien ook nog de grot waar volgens een lokale legende Yule Lads wonen – de 13 ondeugende kersttrollen van IJsland, maar we zien ze niet…

Als laatste geologische bijzonderheid rijden we om het Mývatn meer. Dit betekent “muggen meer” maar we waaien nog steeds van onze sokken en dus is er geen mug te zien. We maken een wandeling langs het meer bij Skútustaðir en lopen langs de pseudo kraters die ontstaan zijn toen hete lava over een gletcher stroomde. De stoom die ontstond door het smeltende ijs bouwde een enorme druk op en stroomt dan met enorme kracht, waardoor er een wal of ring van gestolde lava ontstaat.

We zitten zo langzamerhand wel aan onze taks met indrukken, maar gaan ‘s middags nog even rond kijken in Akureyri, ook wel de hoofdstad van het noorden genoemd. Een gezellige stad met een aantal cruise schepen en dus ook behoorlijk wat toerisme en toerisme winkeltjes waar Aranka (meer dan ik…) van geniet.

Op de terugweg stoppen we nog bij de Goðafoss watervallen. Het is een prachtige waterval in een half ronde boog waar het water ruim 10 meter naar beneden stort. Volgens de lokale legende zou rond het jaar 1000 ene Þorgeir Þorkelsson, stamhoofd, de heidense goden in deze watervallen hebben gegooid waarmee IJsland overging van de Noorse mythologie naar het christendom.

Moe en voldaan rijden we terug naar Húsavík waar Inge op de Isuma heerlijk kookt.

Vrijdag vertrekken we iets later zodat we beetje kunnen uitslapen. We rijden samen met Ronne en Bouke naar Jökulsárgljúfur (kloof van gletcherrivier). Hier is een uitgebreid bezoekerscentrum waarin wordt uitgelegd hoe deze kloof ca. 8000 jaar geleden is ontstaan na een vulkaanuitbarsting onder de Jökulsá á Fjöllum rivier. Door de enorme explosies van de hete lava met het water werden de bergen rond de vulkaan letterlijk weggeblazen waarna het huidige national-park ontstond.

We rijden een stukje verder het national-park in naar Ásbyrgi, een kloof met steile hoge rotswanden in de vorm van een hoef van een paard. Deze kloof is volgens de informatie in het bezoekerscentrum waarschijnlijk ruim 2000 jaar geleden -in slechts een aantal dagen- ontstaan toen bij een gletsjer-doorbraak onder de ijskap een gigantische hoeveelheid water vrijkwam. We maken hier een prachtige wandeling door het bos. We zien wel wat muggen en Aranka doet snel haar hoed met muggengaas op, maar dat blijkt later toch niet nodig. Langs de steile kliffen broeden verschillende vogels en ook in het bos waar we doorheen lopen zien we veel vogels.

Hierna rijden we langs de Jökulsá á Fjöllum river met prachtige watervallen. We stoppen bij de Hafragilsfoss waterval, en bij de Dettifoss waterval vanwaar we een wandeling maken van wandeling maken naar de Selfoss waterval. Door de wandeling en het klauteren over rotsblokken, het lawaai van het stromende water krijg je een betere indruk van de grootsheid, de watermassa die erdoorheen gaat en van wat er allemaal leeft (muggen, bloemetjes, etc). Hierna rijden we dezelfde weg door langs de rivier, zodat we niet dezelfde route terug hoeven, maar een rondje kunne maken en langs de andere kant van de rivier terug kunnen. Echter is de gravel weg ineens heel slecht en rammelt de auto bijna uit zijn voegen door de ribbeltjes. Ronne test de theorie dat als je er harder overheen rijdt het gerammel en geschud minder wordt. Dat lijkt te werken. We stoppen nog vlak bij Húsavík bij kliffen waar Puffins broeden.

Zaterdag en zondag rommelen we rond de boot, zaterdag bekijken we het walvis museum in Húsavík en zondag hebben we heerlijk gezwommen in het buiten zwembad. Zonnen in je badkleding bij 15 graden met je voeten in 41 graden water bungelend is een geheel nieuwe ervaring. ‘s Avonds vertrekken we 22:00 richting Hornvík waar we maandag rond 21:00 zullen aankomen.

Onderweg naar Húsavík

Dinsdag 30 juni vertrekken we om 16 uur uit de baai Bakkagerði naar Húsavík (Noordzijde IJsland) ongeveer 140 mijl varen.
Door het rollen van de boot op de swell is er een onderdeel van de ankerrol losgeraakt. Dat hadden we niet in de gaten, dus die plonsde in zee, bij het ophalen van het anker. Roelof weet snel en creatief een oplossing te maken met een houtje en reserveboutje, zodat alles weer vast zit tijdens de tocht. Weer een onderdeeltje wat we Myrthe zullen vragen voor ons mee te nemen.

We hebben prachtig weer en hoe gaaf is het om dan foto’s te maken van elkaar onderweg langs de indrukwekkende kapen.

We hebben goed uitgerekend hoe laat we langs de meest uitstekende kaap heen moeten varen, de kaap van Langanes. We willen daar zijn met zo min mogelijk stroom en moeten dicht langs de kaap varen (10 meter dieptelijn staat in de gids) om nare golfslag te vermijden. Middernacht ronden we de kaap “de eendenkop”, zoals we die zelf noemen op basis van de vorm op de kaart.

Ik had mazzel en mijn wacht verliep relatief rustig van te weinig wind (motor) naar kunnen zeilen. Het zeilen lukte redelijk bij weinig wind (zonder dat alles klappert), omdat er nauwelijks golfslag was. Ook kwam er nog een hele grote dolfijn bij de boot. Ik zag hem vooral langszij, maar niet echt spelen bij de voorpunt. Maar wat een lengte had dat dier (wel 3 meter schatte ik). Later ging de dolfijn terug naar zijn groep die schuin achter ons aan het jagen waren (je zag ze plonsen en druk bezig).
In de ochtend toen Roelof weer wacht nam, maakten de wisselingen in wind het relatief druk. Roelof begon met de Code Zero (ons grootste zeil voor weinig wind), maar moest in no time switchen naar dubbel gereefde zeilen vanwege 22 knopen wind, die ineens opstak. Als we de meest noordelijke kaap ronden varen we door de poolcirkel.
Uiteindelijk gaat in de baai bij Húsavík de wind uit.

In Húsavík haven is de havenmeester wat gespannen. Hij heeft normaal maar 20 zeilboten per jaar. En nu heeft hij er in één keer 6 tegelijk, waarvan vier Nederlandse zeilschepen. Ook de Anna Caroline zien we hier terug. We mogen met 3 boten naast elkaar liggen, ook al is de havenmeester dat hier duidelijk niet gewend.
We liggen aan een oerdegelijk schip Tilvera, dus we denken dat zit wel goed. Maar de volgende ochtend komt de wind uit een andere hoek en is het ineens een hoger wal. Dat betekent dat de schepen een stuk van de kant afliggen, hangend in de landvasten. Dan moeten we de meter afstand tussen de boot en de kade op creatieve wijze zien te overbruggen, door over de landvasten te lopen. Best spannend met bagage en met korte benen.

Nog wat foto’s van onderweg, dankzij Ronne

Onze eerste walvissen

We hebben met de Isuma afgesproken om naar Bakkagerði te varen. We vertrekken zondag (28 juni) om 15 uur, zodat we nog maximaal stroom mee hebben langs de kust, maar ook na de tocht nog een nacht kunnen slapen. De nieuwe radar werkt uitstekend. Handig, want er blijkt op zee een dikke mist te staan. Het wordt een flinke motortocht van 60 mijl, want er is niet veel wind. Helaas staan er nog wel aardig wat golven, waardoor het een onrustige zee is.

Na twee onrustige kapen die we passeren (zonder iets te zien) trekt toch de mist eventjes op. En ja hoor ineens zien we een walvis spuiten, en nog meer op enige afstand. Een grote met jong zien we naar ons toe onder water duiken met de rugvin boven water. Ook zien we ergens zo’n ruige lange zijvin uit zee opsteken. We zijn zo overrompeld, dat ook een foto maken er niet in zit.
Even later laat ik Roelof weer erg schrikken als ik weer “walvis” roep, deze keer naast onze boot op twee bootlengtes afstand.

De mist trekt plotseling op als we de baai van Bakkagerði bereiken. Van geen zicht zien we ineens enorme bergen om ons heen. Best wel imponerend. Achterin de baai is een mooi strandje, waar we kunnen ankeren in 8 meter diep water. We schommelen wel wat als we dwars op de swell liggen, maar dat is prima te doen. Het is dan al 01.00 uur in de nacht dus we gaan gauw slapen.

De volgende ochtend (maandag 29 juni) racen we met de dinky naar de vogelrots vol met puffins. Met vlonders is er voor mensen een route gemaakt waar je op het eiland kan lopen. Maar de puffins zijn dat kennelijk helemaal gewend. Ze zitten overal om ons heen en vliegen af en aan. Zo dichtbij heb ik ze nog nooit gezien.
Eéntje kwam met een bek vol sardientjes aanvliegen en werd achterna gezeten door een meeuw. De landing ging met nogal een smak met de meeuw erbovenop. Maar de puffin liet zijn vangst niet los en rende onder de vlonder door naar zijn holletje.
Puffins blijven levenslang samen een stelletje vormen. Elk jaar hebben ze 1 jong. Die zit in een holletje in de grond. Die krijgt van pa en ma visjes tot hij groot genoeg is geworden. Dan komen pa en ma gewoon niet meer terug naar het nest. Door de honger komt het jong dan pas voor het eerst het holletje uit en dan moet ie naar zee en zelf leren visjes vangen.
De puffins zijn super koddig van zo dichtbij.

In de middag gaan we nog even met de dinky naar het plaatsje. Er zijn schattige hobbithuisjes, volledig groen begroeid. Er is ook een elfenrots, een hoge rots midden in het dorp, waar je bovenop kan klimmen. Dat geeft een prachtig uitzicht op de baai. Uiteraard, IJsland kennende, zit er ook een heel verhaal aan vast, maar die weet ik niet meer zo goed.