Oude familiebanden op de Orkney Eilanden

Donderdag middag (6 augustus) komen we aan in Kirkwall, de “hoofdstad” van de Orkney Eilanden. We zijn moe van de oversteek omdat we de laatste 220 mijl met de hand hebben moeten sturen en blij dat we er zijn. De havenmeester Euan is ontzettend vriendelijk en behulpzaam en gaat op zoek naar een telefoonnummer van een engineer die kan helpen om de stuurautomaat te fixen.

“s Avonds halen we Fish & Chips bij een druk bezochte afhaalrestaurant en dan slapen we het klokje rond. Vrijdag 7 aug. schroef ik het rek waar de opbergkratten in staan uit elkaar zodat je beter bij de stuurautomaat kan. Al snel komt engineer Neil langs en even later ontdekt hij de versleten koolborstels van de stuurautomaat. Fijn dat we weten wat het euvel veroorzaakte, maar hier hebben ze dit type niet. Wel heeft Neil oude koolstofborstels, die als een voorzetstukje ertussen worden gezet. Na een paar keer proberen doet de stuur automaat het weer. Hier zouden we mee thuis moeten kunnen komen. Dan kunnen we in NL nieuwe koolborstels bestellen.

‘‘s Middags gaan we Kirkwall in, we bekijken de -zeker voor Kirkwall met nog geen 8000 inwoners- enorme “St Magnus Cathedral”. De Kathedraal is in 1137 gebouwd door Graaf Rognvald, neef van de vermoorde Graaf Magnus Erlendson. Begin 1100 deelde deze Magnus Erlendson het graafschap met een andere neef Hakon. Ze kregen ruzie en tijdens een bijeenkomst op Eglisay om dit op te lossen, werd hij in opdracht van deze neef Hakon vermoord door de kok van deze neef Hakon. Na zijn dood begonnen de inwoners van de Orkney’s te geloven dat Magnus Erlendson een heilige was. Graaf Earl Rognvald claimde het graafschap van de Orkney’s en beloofde de inwoners van de Orkneys een bedevaartsoort ter nagedachtenis van Magnus Erlendson. Zo is deze Kathedraal er gekomen. In de kathedraal ligt onder andere een beeld van de ontdekker van de Northwest Passage, John Rae. Zijn graf ligt op het kerkhof naast de Kathedraal.

Het beeld van John Rae in de St Magnus Cathedral. Hiernaast het graf van John Rae op het kerkhof bij de St Magnus Cathedral.

Zaterdag (8 aug) krijgen we een rondleiding op de Highland Park Whisky destilleerderij, de meest noordelijke whisky destilleerderij van Schotland waar ze lokale gerst en turf gebruiken. In de 18e eeuw begon “Mansie” Eunson, de plaatselijke koster, hier illegaal met whisky destilleren. Hij verstopte jarenlang flessen onder de preekstoel maar kreeg in 1798 een vergunning voor het stoken van whisky. Als we naar buiten komen staat er een grote groep “Vikingen”, die “The Shetland Guys” worden genoemd. Het is de “Shetland Jarl Squad” die een hoofdrol spelen tijdens het vuurfestival op Shetland Up Helly A. Nu zijn ze in Kirkwall als ander deel van het County Farm Festival.

Shetland Jarl Squad komt ook even langs bij Highland Park Whisky Destilleerderij

Na de proeverij zo vroeg in de ochtend lopen we vrolijk terug richting het centrum. Onderweg komen we langs het enorme County Farm Festival waar we uiteraard kijken naar de mooiste koeien, een enorme verscheidenheid aan schapen, hoe een schaap geschoren wordt en enorme landbouwmachines. Voor de Orcadians (inwoners van de Orkney’s) is dit een belangrijk festival en het is er dan ook enorm druk en gezellig.

Zondag (9 aug) kijken we bij de Riding of the Marches, een traditioneel jaarlijks evenement, waarbij paarden en pony’s met een vaandel door de straten van Kirkwall rijden. Het is een prachtig schouwspel om de paarden en ruiters, vanuit Tankerness Lane Broad Street op te zien komen en zich te verzamelen voor de St. Magnus Cathedral. Het is duidelijk dat tradities en gebruiken hier belangrijk zijn en in ere worden gehouden. ‘s Avonds eten we heerlijk in Helgi’s Pub, een aanrader!

Riding of the Marches
Heerlijk eten in Helgi’s Pub

Aranka heeft inmiddels contact met een achter-achter-achter nicht Louise (5 generaties terug hebben we eenzelfde “over-over-overgrootvader). Louise woont op de Orkney’s en heeft Aranka ooit op een familie reünie ontmoet. Louise is getrouwd met Arthur, een boer op het eiland Hoy. Aranka heeft afgesproken om daar vandaag (maandag 10 aug) langs te gaan. Eerst met de bus naar Houton en dan met de ferry naar Hoy, waar Louise en Arthur ons al staan op te wachten. Wat een ontzettend vriendelijke mensen en wat leuk om zo het leven op de Orkney’s van binnenuit te zien. Ze wonen in een prachtig huisje bovenop een berg met een prachtig uitzicht over het eiland. Ze zijn inmiddels met pensioen en hebben de boerderij verkocht. We wandelen naar een stukje land dat ze verderop nog hebben en waar Arthur nog druk aan oude tractors knutselt. Hier heeft Louise toen Arthur vijftig werd vijftig bomen gepland. Het is inmiddels tot een bos uitgegroeid, één van de weinige op de Orkney’s. Daarna krijgen we nog een heerlijk uitgebreide lunch. (Met beacon, beans, eggs, zelf gebakken brood etc). De tijd vliegt om met verhalen over de Orkney’s het verleden en ook het verhaal hoe ze twee afgedankte stoelen uit het Nederlandse parlement meenam naar de Orkney’s. Voor we het weten is het al tijd om naar het Scapa Flow Museum in Lyness (ook op Hoy) te gaan.

Samen met Arthur en Louise Budge, verre familie van Aranka
Het bos van Louise

Het museum gaat over de rol die de Orkney’s en specifiek de beschutte “Scapa Flow” baai had in de eerste en tweede wereldoorlog. De Engelse vloot lag hier beschermd totdat op 14 oktober 1939 de Duitse onderzeeër U-47 onder commando van Günther Prien de Scapa Flow binnenvoer en Britse oorlogsschip HMS Royal Oak met twee torpedo’s liet zinken, waarbij 833 opvarenden omkwamen. Hierna besloot Winston Churchill deze ondiepe ingangen in het oosten van Scapa Flow definitief met een dam “ de Churchill barriers” af te sluiten, die door Italiaanse krijgsgevangenen (gevangen genomen in Noord Afrika) werd aangelegd. 

Een deel van de Churchill Barriers

Dinsdag 11 aug hebben we een auto gehuurd en Aranka heeft weer een uitermate efficient schema gemaakt waarmee we alle bezienswaardigheden in een record tempo kunnen zien, met dank aan de blog van de Anna Caroline. Het lukt zelfs om een plekje te reserveren voor het opgegraven dorpje Skara Brae en de tombe Maes Howe, beide ca 5000 jaar oud!

Nadat we de auto hebben opgehaald rijden we eerst over de Churchill Barriers naar het zuidelijke puntje van “Mainland” bij Burwick. Onderweg stoppen we bij de Italian Chapel, een prachtig klein kerkje dat door de Italiaanse krijgsgevangenen die werkte aan de Churchill Barriers van afval/overtollig materiaal is gebouwd. Toen de krijgsgevangenen op 9 september 1944 het kamp verlieten, beloofde Patrick Neale Sutherland Graeme (Lord Lieutenant van Orkney) hen plechtig dat de inwoners van Orkney hun kapel zouden koesteren en beschermen. De Churchill Barriers zijn in vergelijking met de afsluitdijk niet heel indrukwekkend, maar zeker met de oorlogswrakken, die er nog liggen, geeft het wel een indruk van het militaire belang dat dit gebed in het verleden had.

Italian Chapel

Hierna rijden we door naar Skara Brae, een dorpje uit het stenen tijdperk dat tot 1850 begraven lag onder een met gras begroeide heuvel. In 1850 werden tijdens een storm delen van dit dorp zichtbaar waarna verschillende gebouwen verder werden uitgegraven. Inmiddels is het onderdeel van het Unesco Wereld Erfgoed.

Skara Brae

Hierna rijden we door naar Brough of Birsay, een eiland waar je met laag water naartoe kan lopen en wat vol ligt met opgravingen van oude nederzettingen uit de 6e-8e eeuw. In de 7e en 8e eeuw was op Brough of Birsay een Pictisch fort. Eind 8e eeuw werden de Picten verdreven door Noorse Vikingen.

Overblijfselen van een kerk uit 1100
Dit was ooit een Noorse smederij rond 800-900

Tot nu toe hebben we ons aan het schema van Aranka gehouden, maar we moeten door naar Maes Howe. We rijden ernaartoe maar zien alleen een grafheuvel in het land. Dan zien we bordjes naar het visitor center vanwaar me met een bus naar deze grafheuvel worden gebracht, en die een hele lage ingang (ca 90 cm) heeft waarmee we binnen in een open ruimte komen waar weer drie andere ruimtes (grafkamers?) aan grenzen. Ook Maes Howe is ca 5000 jaar oud en men weet niet helemaal zeker of het een tombe is of een gebouw met een andere rituele functie. Wel is het gebouw zo ontworpen dat het directe licht van de ondergaande zon een paar dagen voor en na de kortste dag precies de kamer binnenvalt door de ingang en de tegenover liggende ruimte fel verlicht. De Noren die Maes Howe in de 12e eeuw herontdekten hebben er allerlei inscripties achtergelaten. Hierna gaan we nog kijken bij de Standing Stones of Stenness (een soort Stonehenge), nog een oud opgegraven dorpje “The Ness of Brodgar” en een nog veel grotere ring met staande stenen “The Ring of Brodgar”. Hierna zitten we wel vol met indrukken, maar mission completed, Aranka’s schema is volbracht! Op de terugweg rijden met nog langs Stromness, een leuk havenstadje aan de zuidzijde van Mainland.

Maes Howe
Standing Stones of Stenness
Ring of Brodgar

Woensdag (12 aug) doen we ‘s ochtends nog boodschappen met de auto bij de Lidl (hoe vertrouwd…) en leveren daarna de auto weer in. ‘s Middags gaan we met de ferry naar het eiland Shapinsay, tegenover Kirkwall. Hier maken we een lange wandeling naar het oosten van het eiland. Het pad dat hier had moeten zijn, is er overduidelijk niet meer en we struinen kilometers door hoge graspollen langs de kliffen van Shapinsay, maar met prachtige uitzichten en met heerlijk weer. Bij de kliffen is er een “Grijze Jager” (soort grote meeuw) die het duidelijk niet heel leuk vind dat ik daar loop en me een keer of 10 aanvalt door met hoge snelheid op ooghoogte op me af te vliegen. Ik ontwijk hem door snel weg te duiken. Blijkbaar ben ik daarna ver genoeg weg van zijn nest en dan laat hij met verder met rust.

De Grijze Jager die mij later probeerde aan te vallen

Als we terug lopen naar de ferry over een small weggetje, vinden we het wel mooi geweest en liften we terug naar het haventje in Balfour waar de Out of Hours Ferry om half negen vertrekt. we moeten dan nog twee uur wachten. Helaas is het bewolkt en gaat de zonsverduistering aan ons voorbij. Even later komt een oudere man, die naast het haventje woont, Andrew, wat tomaten en een komkommer brengen die hij in zijn tuin heeft gekweekt. Andrew is vroeger boer geweest maar is nu met pensioen en hij nodigt ons uit voor een kop koffie. We moeten nog meer dan een uur wachten dus we hebben nog uitgebreid met Andrew en zijn Poolse vrouw Anna over het leven op Shapinsay en hoe het is om in zo’n kleine gemeenschap (er wonen ca 300 mensen op Shapinsay) te wonen en hoe zij de corona tijd zijn doorgekomen. Dan moeten we al weer gaan om de ferry te halen, als we die missen zitten we hier tot morgenochtend vast.

Donderdag doe ik wat klusjes aan de boot als voorbereiding op het vertrek naar Nederland. Tot mijn schrik breekt de (andere) borgkap van de ankerpin af. Gelukkig heb ik hem vast en valt ie niet in het water. Samen met Aranka demonteer ik het ankerbeslag en met pin en afgebroken kap ga ik op zoek naar een werkplaats, waar ze dit kunnen fixen. Op ongeveer een half uurtje lopen vind ik een uitstekende werkplaats met een allervriendelijkste man die de as in de draaibank zet, het einde even “glad slijpt”, er een gat in boort, m6 draad in tapt en vervolgens een gaatje boort in het kapje dat eraf gevallen is zodat ik de kap keurig kan vastzetten met een m6 boutje. Wat is het toch fijn werken als je goed gereedschap hebt (en je weet hoe je het moet gebruiken). Hij hoeft er niets voor te hebben, maar ik ben hem zeer dankbaar! Als ik ‘s middags de stuurautomaat wil kalibreren doet hij het helemaal niet meer, diepe zucht. Na een paar keer proberen en wat rommelen komt er toch weer leven in. Geeft niet heel veel vertrouwen, maar we zullen het ermee moeten doen.

Vrijdag ochtend (14 aug) vertrekken we om zeven uur. Gelukkig doet de stuurautomaat het…, hopen dat ie het volhoudt. Vanuit Kirkwall draaien we “the String” in en hebben we de komende uren stroom mee. Bij de kaap van Mull Head staan wat brekende golven, waar ook op de kaart voor gewaarschuwd wordt, dus die passeren we ruim aan stuurboord. Daarna varen we met een ruime wind richting Nederland, ca 140º. ‘s Avonds om een uur of elf, “piep” zitten we weer zonder stuurautomaat. Ik vermoed dat er een klein beetje van de koolborstel is afgesleten en dat de veer de koolborstel onvoldoende aandrukt, om goed contact te houden tussen het “verlengstukje” en de “afgesleten” koolborstel. We varen op dat moment met de code-0, dus ik pak het roer en roep Aranka die sliep. Als zij aangekleed is en het roer heeft, tik ik voorzichtig op de koolborstels in de hoop dat ze dan weer contact maken. Gelukkig werkt dat en kunnen we weer verder op de automaat. De tocht verloopt verder rustig, de stuurautomaat stopt er nog ca 6 keer mee (liefst in het donker of als je net voor een groot vrachtschip vaart) maar met wat liefde en wat geklop krijgen we hem steeds weer aan de praat. Zaterdag is er weinig wind en moeten we grotendeels motoren. We halen het grootzeil naar beneden om te voorkomen dat het zeil heen en weer slaat door het schommelen van de boot. Dat geeft rust maar ook meer geschommel. Zondag hebben we lekker wind en kunnen we goed zeilen. We moeten zelfs een rif zetten als er een buitje over komt. De zee is glad als een spiegel dus dat is heerlijk zeilen. We merken elke dag dat het een paar graden warmer wordt. De korte broek komt zelfs weer tevoorschijn. Maandag neemt de wind weer af tot ongeveer onze vaarsnelheid en draait naar het noordwesten zodat de ie pal van achteren komt… Dus dan maar weer de motor starten. Het laatste stuk wordt de zee wal knobbeliger en moeten we diverse TSS-en (een soort snelwegen op zee) oversteken. Het trekt ook weer om naar huis te gaan, hoe heerlijk het ook de afgelopen maanden was, het is ook fijn familie, vrienden en collega’s weer te zien en natuurlijk onze hond Fay. Maandag lopen we met het rijzende tij rond het middaguur Vlieland binnen.

Voldaan na een prachtige reis naar de Shetlands, de Faeröer, een rondje om IJsland, de Westman Islands en de Orkney’s. We hebben er van genoten, soms was het spannend maar over het algemeen hebben we vooral prachtige indrukken en ervaringen opgedaan. Nu nog lekker een paar dagen genieten van Vlieland en het lekkere weer met wandelen en fietsen over het eiland (lijkt wel vakantie…). Daarna varen we rustig richting Enkhuizen. Dit is daarmee het inde van de blog van onze IJsland reis.

Piep zei de stuurautomaat… en toen deed ie het niet meer

Op 2 augustus vertrekken we in het begin van de middag vanuit Vestmannaeyjar (of in het Engels de Westman Islands), nadat we nog even langs zijn gelopen bij de Anna Caroline, die rond het middaguur vanuit Reykjavik aankwamen. We krijgen nog wat tips over de Orkney eilanden (erg handig zo’n zeilende reisgids die overal net is, als wij er ook zijn, thanks Janneke en Wietze!).

Bij het vertrek is er vrijwel geen wind, dat is fijn want we lagen aan lagerwal en als het dan poeiert is het lastig loskomen. De Noorse boot de Isbjorn die een dag voor ons is vertrokken, werd daarom met een sleepboot van de steiger getrokken en natuurlijk net toen er helemaal geen wind was… Maar voor ons dus geen probleem en we varen eenvoudig weg met een achterspring. Bij het uitvaren van de havenbaai varen we weer tussen de imposante hoge lavakliffen door, die hier loodrecht uit zee omhoog komen.

Het is een prachtig gezicht om Vestmannaeyjar achter ons te zien verdwijnen en de gletsjer op IJsland in de verte te zien. Het voelt nu ook echt wel alsof de terugtocht definitief is begonnen. Na een paar mijl begint het te waaien en kunnen we de zeilen hijsen en de motor uitzetten. We zetten de code-0 (een extra groot voorzeil) en zeilen de eerste dag met een snelheid tussen de 5 en 7 kts.

‘s Nachts gaat de motor een paar uur aan, maar daarna kunnen we weer zeilen. We zien dolfijnen en een enorme kabellegger, maar verder is het verlaten op zee. IJsland verdwijnt langzaam uit zicht. Aan het eind van de middag op 3 aug worden de golven hoger terwijl de wind steeds verder afneemt. Dat is een slechte combinatie voor een zeilboot. De zeilen staan te klapperen door het heen weer schommelen van de boo. Door het schommelen komt er meer druk in de zeilen dan door de wind. Om te voorkomen dat de zeilen kapot slaan halen we alles naar beneden, waardoor we wel wat harder schommelen, maar wat vooral ook veel rust brengt. Zo motoren we heel rustig de tweede nacht door.

Op 4 aug begint het rond één uur weer een beetje te waaien. De code-0 hebben we al opgeborgen want we varen nu een depressie in, die net voor ons wegtrekt (als het goed is…) en waarvoor ook een stormwaarschuwing windkracht 8 wordt afgegeven. We moeten de tocht goed plannen zodat we enerzijds niet te snel de depressie invaren en in de storm terecht komen en anderzijds niet te langzaam varen, want dan missen we het tij bij de Orkney’s waar het enorm hard stroomt tussen de eilanden (tot wel 7 kts). Voor nu moeten we vooral afremmen en dat is nog best lastig met halve wind, want de Beluga heeft er zin in en loopt tussen de 7 en 8 kts, waarmee we echt te hard gaan. We zetten daarom 2 riffen en de kotterfok, waarmee we de snelheid voldoende uit de boot halen. De wind en de golven nemen langzaam maar zeker toe, tot ruim 20 kts wind en golven van ruim 2 meter, maar met halve wind vaart de Beluga prachtig. Om de Beluga nog verder af te remmen zetten we ook het derde rif. Het is voor het eerst dat we dat gebruiken. Soms neemt de wind even af en dan zetten we de grote fok (Yankee) erbij en zo kunnen we onze snelheid goed afstemmen op de planning.

‘s Nachts, als we samen net bezig zijn met het trimmen van de zeilen, geeft de stuurautomaat een korte piep en loeft de boot op. Snel pakken we het roer en brengen de boot terug op koers. Op het schermpje van de autopilot staat “Rudder Response Failure”, dit komt wel op een heel ongelegen moment… 23 kts wind, ruim 2 meter hoge golven, nog ruim 220 mijl te gaan en dan geen stuurautomaat!

Aranka stuurt de Beluga van 19 ton met de helmstok, wat eigenlijk makkelijker en beter gaat dan we dachten. Ik probeer ondertussen de olie in de hydrauliek van de stuurautomaat bij te vullen. Eerder in Noorwegen heeft dat eenzelfde probleem immers ook opgelost. Hiervoor moet ik wel eerst het rek met opbergkratten achterin de boot, op een nogal hobbelende schip, demonteren. Maar dat lukt, en ook het bijvullen van de olie lukt. Helaas is het probleem hiermee niet opgelost, ook niet nadat we het systeem ontluchten. Heel even lijkt ie het nog te doen, maar dan piept ie toch weer… Vervolgens check ik de zekeringen, maar ook die zijn goed…

Langzaam begint het tot ons door te dringen dat we nog ruim 220 mijl moet sturen op de hand… en zo varen we de vroege ochtend van van 5 aug in. De moed zinkt ons wel in de schoenen, of nog verder tot ergens diep onderin de kiel van het schip… We overwegen om naar de Faeröer te varen, die dichterbij zijn, maar we weten niet of het probleem eenvoudig opgelost kan worden en dan zijn we toch liever in de Orkney eilanden vanwaar je ook in kleinere etappes naar huis kan varen, dus voorlopig houden we koers op de Orkney’s, koers 120°, dat vergeten we voorlopig niet meer ;-).

Aranka denkt het sturen wel 3 uur vol te kunnen houden en we spreken daarom af om de drie uur te wisselen. In de drie uur dat je niet hoeft te sturen proberen zoveel mogelijk slaap te pakken, waarbij we de 2 handmarifoons gebruiken om vanaf het roer de ander wakker te maken als dat nodig is. Als je roer-shift begint moet je zorgen dat je voldoende gegeten en gedronken hebt en dat je naar de wc bent geweest, want daarna zit je drie uur te sturen. Gelukkig wordt het al heel vroeg licht en gaat het veel beter dan we ooit hadden durven dromen en we krijgen er ook wel lol in. Gaandeweg begint er langzaam enig geloof te ontstaan dat we zo inderdaad wel de Orkney eilanden moeten kunnen halen.

Om de beurt sturen we drie uur terwijl de ander probeert wat te slapen.

We checken elke 6 uur het weer om onze snelheid aan te passen op de depressie die voor ons zit en die ons goede wind geeft, maar ook rotgolven. We moeten nu eerst niet te snel varen en de laatste dag juist een gemiddelde van 6,5 knoop halen.

De volgende nacht wordt het echt donker en ik merk dat ik het kompas steeds minder goed kan lezen. De kompas verlichting staat aan, maar ik zie de getallen “120” “150” “90” door elkaar heen dansen en kan er geen chocola meer van maken. Als het echt niet meer lukt roep ik Aranka via de marifoon. Met een wako-wako lampje gericht op het kompas in de ene hand en de helmstok in de andere hand, maak ik mijn shift af. Maar dit gaat zo niet, dat is zo geen drie uur vol te houden…

We overleggen even en kiezen er dan voor om het grote deklicht in de kuip maar aan te zetten. Dat is een soort bouwlamp, die de hele kuip en boot vol in het licht zet. Heerlijk dat je het kompas weer goed ziet, maar verder zie je niets meer om je heen… Eén voordeel…, er is ook niets om ons heen en gelukkig heeft tot nu toe ieder schip ook AIS gehad wat we op de plotter zien. We moeten er maar het beste van hopen, veel keus hebben we niet. Wel zetten we nog een bulletalie (een lijn van het einde van de giek naar de voorpunt) zodat we geen klapgijp krijgen als iemand tijdens het roeren in slaap sukkelt. Deze laatste wachten in het donker worden wel zwaar en daarom krijgen we bij iedere wacht een half uurtje cadeau van elkaar.

‘s nachts hebben we de verlichting in de kuip aan zodat we het kompas goed kunnen lezen. Verder zie je daardoor niets om je heen.

Heerlijk als het weer licht wordt, de afstand wordt nu ook overzichtelijke nog 50 mijl te gaan, ieder nog 2 shifts. Vandaag komen we aan! We twijfelen nog even welke route we naar Kirkwall volgen, de hoofdroute door de Westray Firth en de Stronsay Firth of de smallere doorgang door de Eynhallow Sound. Deze laatste route gaat door de Burgar Roost (hoge steile golven met brekers) die berucht is, maar vooral met stroom naar het westen. Wij zijn daar -als onze planning klopt- met stroom naar het oosten en dan is er geen “roost”. En de route door de Eynhallow Sound is ook 5 mijl korter en leuker om te navigeren, dus we kiezen daarvoor.

Als we 25 mijl voor de kust zijn worden we welkom geheten door een grote groep dolfijnen die een tijd lang met ons mee zwemmen. Als we de laatste uurtjes tussen de eilanden komen is het heerlijk varen, de bewolking is weggetrokken en het uitzicht op de groene heuvels van de Orkney eilanden is prachtig. Tussen de eilanden zijn de golven ook weg, van de “roost” merken we niets behalve dat we opeens 13 kts lopen. Alhoewel we doodop zijn kunnen we ook enorm genieten van het mooie uitzicht en de laatste mijlen. In de haven van Kikwall meren we af langs een lange steiger en ik geloof niet dat ik eerder zo opgelucht en blij was dat we aangekomen waren. Heerlijk om er te zijn. De alleraardigste havenmeester Euan komt langs en geeft ons een warm welkom. Lekker douchen, Champagne om aankomst te vieren, Fish & Chips halen en dan lang en diep slapen!

Terug kijkend was deze tocht tegelijkertijd een dieptepunt en hoogtepunt. Een dieptepunt omdat we best even in de penarie zaten, hoe we zonder stuurautomaat en met weer dat ook niet veel ruimte gaf om bij te liggen, weer in een haven zouden komen, maar anderzijds ook een hoogtepunt omdat ik trots ben hoe we het samen toch maar weer mooi hebben gefixed!

Eén van de koolstofborstels die versleten is. Achteraf vond ik op internet dat ze volgens Simrad ca 1000 uur mee zouden gaan. Maar dat had Simrad natuurlijk niet in de handleiding gezet… Deze heeft al ruim 2200 uur dienst gedaan.

Vrijdag in Kirkwall, samen met een lokale engineer, gekeken naar het probleem en het bleek dat de koolstofborstels van de roermotor versleten zijn. Helaas hadden ze dit type hier niet, maar wel oude die we er als verlengstukje tussen hebben gezet zodat de stuurautomaat het nu weer goed lijkt te doen.

Reykjavík en afscheid nemen

Zaterdag 25 juli slapen we enigszins uit tot een uur of negen, maar dan begint het toch te kriebelen en willen we de stad in. We wandelen door het centrum. Aranka en Myrthe willen zoveel mogelijk winkeltjes in terwijl Wouter en ik juist lekker willen doorlopen. We spreken af bij de boot. Als Myrthe hoort dat Wouter en ik een IJsje hebben gehad is ze uiteraard heel jaloers…

Ingólfur Arnarson, de eerste Noorse permanente bewoner van IJsland

‘s Middags bezoeken we de bekende Hallgrímskirkja (kerk) in het centrum en daarna gaan we op zoek naar de Kolaportið rommelmarkt. Onderweg komen we langs het Ausurvöllur park waar het gezellig druk is en een band optreed met een grappige liedje over ChatGPT en met een doventolk.

Aranka kijkt iets te goed op google maps waardoor we de halve stad af lopen voordat we -vlak bij de haven- bij de rommelmarkt aankomen. s’ Avonds gaan we naar de Lavashow. We zijn nog bijna te laat want nu had ik iets te goed op google maps gekeken en meende ik dat de show vlak naast de haven was. Toen het gebouw dicht bleek en we nog 10 minuten hadden om aan de andere kant van de stad te komen hield Aranka snel een taxi aan zodat we toch nog net op tijd waren. De show was indrukwekkend en ook interessant. We zagen vloeibare lava lopen door een stenen geul in de zaal, van meer dan 1100 graden. We voelden de hitte (ook al zaten we achterin) en de presentator liet ons zien hoe lava van binnen vloeibaar blijft als het van buiten afkoelt. Ook liet hij zien hoe je pseudo kraters in lava krijgt als je het snel afkoelt met ijs (wat wordt omgezet in stoom). Als we terugkomen zijn we hartstikke moe en vallen als een blok in slaap.

Vloeibare lava in de Lavashow

Zondagochtend gaan we naar het Perlan natuurmuseum. In een soort Omniversum bioscoop, met de film geprojecteerd op een koepel om ons heen, is het alsof we afdalen in een vulkaan wat echt heel gaaf is. Ook lopen we door een IJsgrot en zien een prachtige film over het noorderlicht en leren we weer van alles over de bizarre natuurverschijnselen van IJsland.

Höfði House

‘s Middags gaan Myrthe, Aranka en ik naar de Botanische tuin van Reykjavík waar Myrthe weer van alles vertelt over alle planten en planten families. Bovendien is het ook een prachtige tuin en is het heerlijk weer. We wandelen terug naar de boot en komen dan ook langs het beroemde Höfði House uit 1909 waar Reagan en Gorbatsjov in 1986 de basis lengte voor het beëindigen van de “koude oorlog”. De rest van de dag worden tassen in gepakt, auto opgehaald en haal ik diesel (met de auto) zodat de boot weer volgetankt is voor te terugtocht. ’s Avonds hebben we als laatste gezamenlijk maaltijd een uitgebreide BBQ met champagne om de gezelligheid met elkaar te vieren.

Afscheid-BBQ in Reykjavík

Maandag 27 juli nemen we afscheid en breng ik Myrthe, Wouter Inge en Lieke om half zes ‘s ochtends naar het vliegveld in Keflavík met de huurauto. Als ik alleen terug rij voelt het leeg, zo zonder Wouter en Myrthe, maar het was ook ontzettend fijn en gezellig dat ze twee weken aan boord waren.

Terug in Reykjavík gaan we samen met Ronne en Bouke met de auto op pad om nog meer van het schiereiland Reykjanes te zien. We komen langs het prachtige Kleifarvath meer en stoppen bij het Seltun geothermisch park, met heetwaterbronnen en bubbelende modderpoelen. Het blijft fascineren, waarbij de kleuren van de aarde (rood, geel, oranje en wit) ook buitenaards aandoen. We maken een wandeling naar de top van een bergje met een prachtig uitzicht.

Even verderop lunchen we bij een schattig kerkje, “Krýsuvíkurkirkja” in the middle of nowhere, ik vraag me af wie hier nu zondags naar de kerk toe gaat, maar het is heerlijk weer en een prachtige plek om te lunchen.

Daarna rijden we naar kliffen bij Krýsuvík die vol met vogels zitten. We komen ook nog spontaan langs een plek, waar je de gestolde lava van de uitbarstingen van de afgelopen 2023 kan zien. De jonge zwarte lava steekt scherp af tegen de bergen en lijkt op een slecht geasfalteerde weg. Er wordt gewaarschuwd dat lava die pas een of enkele jaren oud is gevaarlijk kan zijn omdat die onder een harde korst nog vloeibaar kan zijn (zoals we ook tijdens de lavashow hebben gezien). Als laatste rijden we naar het desolate stadje Grindavik waar het overgrote deel van de huizen verlaten is. Na de vulkaanuitbarstingen van de Sundhnúkagígar in 2023 en opvolgende uitbarstingen heeft de overheid de huizen opgekocht en is het plaatsje nu grotendeels verlaten. Maar er is nog wel een zwembad dat gewoon open is….

Veel inwoners in Grindavik waren afkomstig uit Heimaey op de Westman Islands toen daar in 1973 een vulkaan uitbarsting was en ze besloten niet naar de Westman Islands terug te keren. Dubbel pech…

In het centrum is een indrukwekkende foto tentoonstelling over de vulkaan uitbarstingen. De foto’s laten zien hoe de lava in de stak komt, hoe die geëvacueerd werd en hoe ze geprobeerd hebben met heel veel water de lava te laten stollen en zo te stoppen. Toevallig schrijft het FD er ook te een artikel over: “Het IJslandse dorp waar lava zowel gevreesd als gekoesterd wordt”

‘s Avonds eten we met zijn vieren de befaamde hotdogs van “Bæjarins Beztu Pylsur”. Eén klein hotdog-tentje, waar een lange rij voor staat, maar die allemaal worden voorzien van een hotdog.

Op de terugweg komen we langs het Harpa concertgebouw. Voor het gebouw staan een enorme hoeveelheid “Muscle Cars” en er komen er ook nog steeds heel veel meer aan met een ronkende motor. Dit had Wouter natuurlijk graag gezien.

Dinsdag (28 juli) hebben we de auto nog tot 13:00 uur en stelt Ronne voor om nog een tocht met f-wegen te maken. Dat zijn wegen waar je alleen met een 4×4 mag en kan rijden. Dat lijkt ons ook leuk en we vinden een route die net past en waarbij we ook nog een geiser kunnen bekijken. We rijden eerst de geplande route totdat wegen er op de kaart wel zijn maar in werkelijkheid niet. Uiteindelijk komen we op een slechtere f-weg terecht die achteraf ook gesloten bleek te zijn… Maar goed het is wel een prachtige tocht over een hoogvlakte, dwars door totaal verlaten gebied door as en over lava, met uitzicht op de Langjökull-gletsjer. Daar op weg van nowhere naar nowhere komen we een verdwaalde fietser tegen (die overigens loopt omdat er niet te fietsen valt). We moeten ook nog een beek oversteken wat bij Ronne tot een grote grijns leidt.

Aan het einde van de f-weg zagen we dat deze gesloten was…

Daarna moeten we opschieten om de auto nog op tijd in te leveren. Maar we stoppen toch even bij de Geysir geiser, want Aranka en ik hadden nog geen geiser gezien, dus dat laten we niet schieten. Daarna moeten we flink doorrijden en leveren de auto tenslotte een kwartiertje te laat in, maar IJslanders zijn cool, dus geen probleem. De rest van de dag maken we ons klaar voor vertrek naar de Westman eilanden. We nemen ook afscheid van Ronne en Bouke die vanaf Reykjavìk naar Groenland varen. We zullen de gezelligheid missen want de afgelopen vijf weken samen optrekken met de Isuma was ontzettend leuk en gezellig! Vanaf nu zijn we weer met zijn tweeën en beginnen we echt aan de terugweg naar Nederland.

Rondom Ísafjörður

Het is heel fijn en gezellig dat Myrthe en Wouter aan boord zijn. Woensdag (15 juli) gebruiken ze om Ísafjörður te bekijken en gaan we zwemmen in het lokale zwembad. ‘s Middags lunchen we heerlijk in het Tjöruhúsið visrestaurant, volgens internet het beste visrestaurant van IJsland, en dat zou zo maar waar kunnen zijn, want we eten er echt verrukkelijk. We beginnen met een heerlijke vissoep en daarna staan er verschillende schotels met heerlijke vers gevangen vis. ‘s Avonds hoeven we niet meer veel te eten want ons buikje zit nog vol. Als je ooit in Ísafjörður bent en van vis houdt is dit een aanrader.

De harde wind is donderdag (16 juli) voorbij, maar de wind staat wel nog uit het zuiden. We besluiten dat we hier niet tegenin willen varen richting Reykjavik, met stroom, golven en wind tegen, die dan om de kapen toch weer staat te poeieren. We overwegen zelfs om via het noorden (via dezelfde route als we gekomen zijn) terug te varen, maar uiteindelijk kiezen we ervoor om op een weergat te wachten en zo lang in het natuurpark Hornstrandir mooie ankerplekjes op te zoeken. Als het nog een week uit het zuiden blijft waaien kunnen we altijd alsnog via het noorden terug of de Wouter en Myrthe vanuit Ísafjörður op het vliegtuig zetten. En Hornstrandir is een van de mooiste gebieden in IJsland, dus hier nog wat langer blijven is helemaal prima. We krijgen nog een heleboel tips van de lokale IJslandse Captain Siggi van het zeiljacht “Byr” over mooie ankerplekjes. Siggi herkende ons schip omdat hij eerder op een Bestevaer heeft gepast die in Ísafjörður heeft overwinterd.

Zodra we (donderdag 16 juli) Ísafjörður verlaten, zien we direct midden in het Ísafjarðardjúp fjord spuiten van walvissen (Bultruggen). We varen er naartoe en op weg erheen zien we een paar walvissen vlak bij onze boot, eerste rij zeg maar. Daarna varen we door naar het eilandje Æðey waar het vol met Puffins zit. We ankeren met een prachtig uitzicht op de bergen die nog deels met sneeuw bedekt zijn. Als we aankomen staan er nog best wat golven, maar ’s avonds wordt het heerlijk rustig zodat we goed slapen.

Stuurvrouw Myrthe

Vrijdag 17 juli varen we naar het nabijgelegen eilandje Vigur waar het ook weer vol met Puffins zit. Helaas kunnen we het eiland vandaag niet bezoeken, maar we hebben een heerlijk ankerplekje voor de lunch. Wouter en Inge doen nog een dinghy expeditie naar Vigur toe om de Puffins van dichtbij te zien. Een zeehond komt nog even kijken wat we daar doen en ook een klein groepje dolfijnen zwemt langs.

‘s Middags varen we verder het Ísafjarðardjúp fjord in. Vanuit een bepaalde hoek tussen de bergen, krijgen we prachtig zicht op de Drangajökul gletsjer. We varen richting het “Sundlaugin á Reykjanesi” zwembad met natuurlijk warm water uit een geothermische heetwaterbron. Het zwembad ligt bij een hotel (en camping), wat er qua bouw oud en weinig gezellig uit ziet. Echter vanuit het warme zwembad hebben we een geweldig uitzicht op het fjord en op onze boten en vliegen de Noordse sterntjes met visjes boven ons hoofd. Voor de kust dampt de zee doordat het heet water daar het fjord in stroomt wat een bijzonder uitzicht geeft.

Zaterdag (18 juli) blijven we liggen en maken we een wandeling met mooie uitzichten over het fjord waarbij Myrthe de talloze IJslandse bloemetje determineert en honderduit verteld over alle plantjes, leuk zo’n bioloog in het gezin! ‘s Middags trekt de wind behoorlijk aan en gieren we achter ons anker dat gelukkig muurvast is ingegraven. Even later waait de dinghy van de Isuma weg zonder iemand erin. In een record tempo laten we onze dinghy in het water, takelen de motor naar beneden en dan gaan Wouter en ik op dingy rescue. Gelukkig is de dinghy nog niet heel ver weg en kunnen we de dinghy nog zien. Even later zijn we wel wat natter maar is de dinghy veilig terug bij de Isuma.

Even lekker scheuren met de dinghy…., waar zijn de zwemvesten?

We zien in de weersverwachting een mogelijkheid om donderdag 23 juli naar Reykjavík te varen, nog op tijd voor de kinderen om Reykjavík te zien voordat ze maandag terugvliegen naar Nederland. In Hornstandir gaat het de komende dagen harder waaien, terwijl wie hier ook al een enorme puist wind hadden. We kiezen er daarom voor om terug te varen naar Ísafjörður ipv naar een volgend ankerplekje waarvan we niet precies weten hoe beschut het is.

Onderweg zien we opnieuw walvissen, eentje vlak naast de boot. Dat blijft toch ontzetten imponerend, zo’n enorm beest dat vlak naast je boot langs zwemt. We hebben het idee dat ze ook wel nieuwsgierig zijn, maar misschien is hier de wens ook wel de vader van de gedachte….

We liggen in Ísafjörður opnieuw 4 nachten van zondag 19 juli t/m donderdag 23 juli. Gelukkig blijven de vooruitzichten goed om donderdag naar Reykjavík te varen. De reserveringen voor een AIR B&B en auto om de kids met een busje naar Reykjavík te rijden kunnen we dus wel cancelen.
We brengen de dagen lummelend, lezend, zwemmend (soms met sauna), koekjes bakkend, motor controlerend en BBQ-end door. De Isuma heeft 3 enorme kabeljauwen gevangen in het fjord bij binnenkomst, die heerlijk zijn voor 2 BBQ’s.

Dinsdag 21 juli maken we een lange schitterende wandeling in het dal tegenover Ísafjörður. Het is zo zonnig dat we allemaal in t-shirt lopen en Ranka zelfs in korte broek. We lopen door bos, langs de bergkammen en maken een klim naar het langlauf gebied. Langs een waterval maken we een steile afdaling naar beneden en kopen een ijsje bij de Bonus. IJslanders eten het hele jaar door ijsjes, maar wij koppelen het toch nog aan dit warme weer.

Donderdag 23 juli vertrekken we om vier uur ‘s middags naar Reykjavík. De golven vallen erg mee, het is meer deining dan echte golven. Het eerste stuk moeten we nog redelijk wat motoren, maar na de laatste kaap hebben we een heerlijke koers, weliswaar aan de wind maar zonder golven. Met twee reven en de kleine kotterfok lopen we ruim 7 kts. Vrijdag nacht iets na middernacht komen we aan in Reykjavík. Het is voor het eerst weer echt donker, maar er is gelukkig voldoende ruimte in de haven. De Isuma meert gezellig naast ons af in de haven.

Rondom Húsavík

Haven van Húsavík

Woensdag 1 juli komen we aan het eind van de middag aan in Húsavík, een ruimte haven die toch al vrij vol is, ook omdat de drijvende pontonbrug gereserveerd lijken voor de bootjes die met toeristen naar walvissen in het Skjálfandi fjord gaan kijken wat vol met zalm zit.

De havenmeester probeert ons vriendelijk in de buitenhaven waar je vrij onbeschut aan een pontoon te laten afmeren, maar wij kiezen er voor om langszij van de Tilvera (oude naam Anne-Margareta), een Nederlands schip, nu eigendom van Heimir, een hele aardige IJslander uit Húsavík die met de Tilvera rond IJsland, Groenland en Noorwegen vaart. Voor ons ligt ook de Anna-Caroline. Het is lekker weer dus we steken de barbecue aan en eten gezellig samen met de bemanning van de Isuma. Na het eten komen Wietze en Janneke van de Anna-Caroline ook nog gezellig koffie drinken en ervaringen uitwisselen.

Donderdag en vrijdag hebben we samen met de bemanning van de Isuma een auto gehuurd er en rijden naar de meest fantastische plekken toe. We zien de Grjótagjá grot, een smalle lavagrot met een prachtige blauwe bron die nu te heet is om in te baden. Hier zijn ook opnamens voor de “Game of Thrones” gemaakt. Ernaast ligt ook een indrukwekkende breuk in de aardkorst (een fysieke afstand tussen de tectonische platen van Europa en Amerika, die elk jaar iets toeneemt).

Grjótagjá grot
Breuklijn in de aarde tussen de tektonische platen van Europa en Amerika

Hierna gaan we naar Hverir, een gebied vol met kokende en stomende bronnen en gorgelende en kokende modderpoelen. Het stinkt er enorm naar zwavel. De aarde die oranje, geel, rood en groen is, is prachtig om te zien. Het doet een beetje denken aan plekken in Yellow Stone park en het lijkt wel of je op een andere planeet bent. We kijken onze ogen uit naar dit mooie maar ook bizarre gebied. Het is echt bijzonder hoe verschillende gebieden in IJsland er steeds weer heel anders uitzien.

We rijden verder het gebied in van de Krafla vulkaan, met onderweg een prachtig blauw meer, waar andere toeristen een ware fotoshoot maken. Maar toegegeven het is ook echt een fotogeniek uitzicht. Er staan hier ook twee geo-thermische centrales waar door stoom onder druk uit boorgaten in de aarde elektriciteit wordt gemaakt. Daarna rijden we door naar de Víti crater, een prachtig gezicht, maar we waaien letterlijk van onze sokken. Last van muggen hebben we hier dan ook niet ;-).

Dimmuborgir is een doolhof van lavapilaren, grotten en steile torens die er surrealistisch eruitzien. De naam Dimmuborgir betekent dan ook heel passend “Donker Kasteel“. Deze lava-formaties zijn ongeveer drie duizend jaar geleden ontstaan toen een meer van lava zich over moerassige grond verspreidde. De stoom die door de hitte in het moeras ontstond vond een weg omhoog door de lava, waardoor holle schoorstenen en gedraaide kolommen ontstonden. Toen de lava was afgekoeld en het moeras was weggespoeld stortte het “lava dak” in en bleef dit landschap achter. Ik wandel samen met Aranka door dit prachtige doolhof en al snel zijn we de weg kwijt. Volgens de bordjes die naar de parkeerplaats wijzen moeten we terug, maar een rondje lopen is zoveel leuker. Gelukkig draaien na een tijdje lopen de boordjes om en lopen we in de goede richting. Het is een heerlijke tocht, er is veel luwte waardoor we niet weggeblazen worden maar wel genoeg wind om de muggen weg te blazen. We zien ook nog de grot waar volgens een lokale legende Yule Lads wonen – de 13 ondeugende kersttrollen van IJsland, maar we zien ze niet…

Als laatste geologische bijzonderheid rijden we om het Mývatn meer. Dit betekent “muggen meer” maar we waaien nog steeds van onze sokken en dus is er geen mug te zien. We maken een wandeling langs het meer bij Skútustaðir en lopen langs de pseudo kraters die ontstaan zijn toen hete lava over een gletcher stroomde. De stoom die ontstond door het smeltende ijs bouwde een enorme druk op en stroomt dan met enorme kracht, waardoor er een wal of ring van gestolde lava ontstaat.

We zitten zo langzamerhand wel aan onze taks met indrukken, maar gaan ‘s middags nog even rond kijken in Akureyri, ook wel de hoofdstad van het noorden genoemd. Een gezellige stad met een aantal cruise schepen en dus ook behoorlijk wat toerisme en toerisme winkeltjes waar Aranka (meer dan ik…) van geniet.

Op de terugweg stoppen we nog bij de Goðafoss watervallen. Het is een prachtige waterval in een half ronde boog waar het water ruim 10 meter naar beneden stort. Volgens de lokale legende zou rond het jaar 1000 ene Þorgeir Þorkelsson, stamhoofd, de heidense goden in deze watervallen hebben gegooid waarmee IJsland overging van de Noorse mythologie naar het christendom.

Moe en voldaan rijden we terug naar Húsavík waar Inge op de Isuma heerlijk kookt.

Vrijdag vertrekken we iets later zodat we beetje kunnen uitslapen. We rijden samen met Ronne en Bouke naar Jökulsárgljúfur (kloof van gletcherrivier). Hier is een uitgebreid bezoekerscentrum waarin wordt uitgelegd hoe deze kloof ca. 8000 jaar geleden is ontstaan na een vulkaanuitbarsting onder de Jökulsá á Fjöllum rivier. Door de enorme explosies van de hete lava met het water werden de bergen rond de vulkaan letterlijk weggeblazen waarna het huidige national-park ontstond.

We rijden een stukje verder het national-park in naar Ásbyrgi, een kloof met steile hoge rotswanden in de vorm van een hoef van een paard. Deze kloof is volgens de informatie in het bezoekerscentrum waarschijnlijk ruim 2000 jaar geleden -in slechts een aantal dagen- ontstaan toen bij een gletsjer-doorbraak onder de ijskap een gigantische hoeveelheid water vrijkwam. We maken hier een prachtige wandeling door het bos. We zien wel wat muggen en Aranka doet snel haar hoed met muggengaas op, maar dat blijkt later toch niet nodig. Langs de steile kliffen broeden verschillende vogels en ook in het bos waar we doorheen lopen zien we veel vogels.

Hierna rijden we langs de Jökulsá á Fjöllum river met prachtige watervallen. We stoppen bij de Hafragilsfoss waterval, en bij de Dettifoss waterval vanwaar we een wandeling maken van wandeling maken naar de Selfoss waterval. Door de wandeling en het klauteren over rotsblokken, het lawaai van het stromende water krijg je een betere indruk van de grootsheid, de watermassa die erdoorheen gaat en van wat er allemaal leeft (muggen, bloemetjes, etc). Hierna rijden we dezelfde weg door langs de rivier, zodat we niet dezelfde route terug hoeven, maar een rondje kunne maken en langs de andere kant van de rivier terug kunnen. Echter is de gravel weg ineens heel slecht en rammelt de auto bijna uit zijn voegen door de ribbeltjes. Ronne test de theorie dat als je er harder overheen rijdt het gerammel en geschud minder wordt. Dat lijkt te werken. We stoppen nog vlak bij Húsavík bij kliffen waar Puffins broeden.

Zaterdag en zondag rommelen we rond de boot, zaterdag bekijken we het walvis museum in Húsavík en zondag hebben we heerlijk gezwommen in het buiten zwembad. Zonnen in je badkleding bij 15 graden met je voeten in 41 graden water bungelend is een geheel nieuwe ervaring. ‘s Avonds vertrekken we 22:00 richting Hornvík waar we maandag rond 21:00 zullen aankomen.