Oude familiebanden op de Orkney Eilanden

Donderdag middag (6 augustus) komen we aan in Kirkwall, de “hoofdstad” van de Orkney Eilanden. We zijn moe van de oversteek omdat we de laatste 220 mijl met de hand hebben moeten sturen en blij dat we er zijn. De havenmeester Euan is ontzettend vriendelijk en behulpzaam en gaat op zoek naar een telefoonnummer van een engineer die kan helpen om de stuurautomaat te fixen.

“s Avonds halen we Fish & Chips bij een druk bezochte afhaalrestaurant en dan slapen we het klokje rond. Vrijdag 7 aug. schroef ik het rek waar de opbergkratten in staan uit elkaar zodat je beter bij de stuurautomaat kan. Al snel komt engineer Neil langs en even later ontdekt hij de versleten koolborstels van de stuurautomaat. Fijn dat we weten wat het euvel veroorzaakte, maar hier hebben ze dit type niet. Wel heeft Neil oude koolstofborstels, die als een voorzetstukje ertussen worden gezet. Na een paar keer proberen doet de stuur automaat het weer. Hier zouden we mee thuis moeten kunnen komen. Dan kunnen we in NL nieuwe koolborstels bestellen.

‘‘s Middags gaan we Kirkwall in, we bekijken de -zeker voor Kirkwall met nog geen 8000 inwoners- enorme “St Magnus Cathedral”. De Kathedraal is in 1137 gebouwd door Graaf Rognvald, neef van de vermoorde Graaf Magnus Erlendson. Begin 1100 deelde deze Magnus Erlendson het graafschap met een andere neef Hakon. Ze kregen ruzie en tijdens een bijeenkomst op Eglisay om dit op te lossen, werd hij in opdracht van deze neef Hakon vermoord door de kok van deze neef Hakon. Na zijn dood begonnen de inwoners van de Orkney’s te geloven dat Magnus Erlendson een heilige was. Graaf Earl Rognvald claimde het graafschap van de Orkney’s en beloofde de inwoners van de Orkneys een bedevaartsoort ter nagedachtenis van Magnus Erlendson. Zo is deze Kathedraal er gekomen. In de kathedraal ligt onder andere een beeld van de ontdekker van de Northwest Passage, John Rae. Zijn graf ligt op het kerkhof naast de Kathedraal.

Het beeld van John Rae in de St Magnus Cathedral. Hiernaast het graf van John Rae op het kerkhof bij de St Magnus Cathedral.

Zaterdag (8 aug) krijgen we een rondleiding op de Highland Park Whisky destilleerderij, de meest noordelijke whisky destilleerderij van Schotland waar ze lokale gerst en turf gebruiken. In de 18e eeuw begon “Mansie” Eunson, de plaatselijke koster, hier illegaal met whisky destilleren. Hij verstopte jarenlang flessen onder de preekstoel maar kreeg in 1798 een vergunning voor het stoken van whisky. Als we naar buiten komen staat er een grote groep “Vikingen”, die “The Shetland Guys” worden genoemd. Het is de “Shetland Jarl Squad” die een hoofdrol spelen tijdens het vuurfestival op Shetland Up Helly A. Nu zijn ze in Kirkwall als ander deel van het County Farm Festival.

Shetland Jarl Squad komt ook even langs bij Highland Park Whisky Destilleerderij

Na de proeverij zo vroeg in de ochtend lopen we vrolijk terug richting het centrum. Onderweg komen we langs het enorme County Farm Festival waar we uiteraard kijken naar de mooiste koeien, een enorme verscheidenheid aan schapen, hoe een schaap geschoren wordt en enorme landbouwmachines. Voor de Orcadians (inwoners van de Orkney’s) is dit een belangrijk festival en het is er dan ook enorm druk en gezellig.

Zondag (9 aug) kijken we bij de Riding of the Marches, een traditioneel jaarlijks evenement, waarbij paarden en pony’s met een vaandel door de straten van Kirkwall rijden. Het is een prachtig schouwspel om de paarden en ruiters, vanuit Tankerness Lane Broad Street op te zien komen en zich te verzamelen voor de St. Magnus Cathedral. Het is duidelijk dat tradities en gebruiken hier belangrijk zijn en in ere worden gehouden. ‘s Avonds eten we heerlijk in Helgi’s Pub, een aanrader!

Riding of the Marches
Heerlijk eten in Helgi’s Pub

Aranka heeft inmiddels contact met een achter-achter-achter nicht Louise (5 generaties terug hebben we eenzelfde “over-over-overgrootvader). Louise woont op de Orkney’s en heeft Aranka ooit op een familie reünie ontmoet. Louise is getrouwd met Arthur, een boer op het eiland Hoy. Aranka heeft afgesproken om daar vandaag (maandag 10 aug) langs te gaan. Eerst met de bus naar Houton en dan met de ferry naar Hoy, waar Louise en Arthur ons al staan op te wachten. Wat een ontzettend vriendelijke mensen en wat leuk om zo het leven op de Orkney’s van binnenuit te zien. Ze wonen in een prachtig huisje bovenop een berg met een prachtig uitzicht over het eiland. Ze zijn inmiddels met pensioen en hebben de boerderij verkocht. We wandelen naar een stukje land dat ze verderop nog hebben en waar Arthur nog druk aan oude tractors knutselt. Hier heeft Louise toen Arthur vijftig werd vijftig bomen gepland. Het is inmiddels tot een bos uitgegroeid, één van de weinige op de Orkney’s. Daarna krijgen we nog een heerlijk uitgebreide lunch. (Met beacon, beans, eggs, zelf gebakken brood etc). De tijd vliegt om met verhalen over de Orkney’s het verleden en ook het verhaal hoe ze twee afgedankte stoelen uit het Nederlandse parlement meenam naar de Orkney’s. Voor we het weten is het al tijd om naar het Scapa Flow Museum in Lyness (ook op Hoy) te gaan.

Samen met Arthur en Louise Budge, verre familie van Aranka
Het bos van Louise

Het museum gaat over de rol die de Orkney’s en specifiek de beschutte “Scapa Flow” baai had in de eerste en tweede wereldoorlog. De Engelse vloot lag hier beschermd totdat op 14 oktober 1939 de Duitse onderzeeër U-47 onder commando van Günther Prien de Scapa Flow binnenvoer en Britse oorlogsschip HMS Royal Oak met twee torpedo’s liet zinken, waarbij 833 opvarenden omkwamen. Hierna besloot Winston Churchill deze ondiepe ingangen in het oosten van Scapa Flow definitief met een dam “ de Churchill barriers” af te sluiten, die door Italiaanse krijgsgevangenen (gevangen genomen in Noord Afrika) werd aangelegd. 

Een deel van de Churchill Barriers

Dinsdag 11 aug hebben we een auto gehuurd en Aranka heeft weer een uitermate efficient schema gemaakt waarmee we alle bezienswaardigheden in een record tempo kunnen zien, met dank aan de blog van de Anna Caroline. Het lukt zelfs om een plekje te reserveren voor het opgegraven dorpje Skara Brae en de tombe Maes Howe, beide ca 5000 jaar oud!

Nadat we de auto hebben opgehaald rijden we eerst over de Churchill Barriers naar het zuidelijke puntje van “Mainland” bij Burwick. Onderweg stoppen we bij de Italian Chapel, een prachtig klein kerkje dat door de Italiaanse krijgsgevangenen die werkte aan de Churchill Barriers van afval/overtollig materiaal is gebouwd. Toen de krijgsgevangenen op 9 september 1944 het kamp verlieten, beloofde Patrick Neale Sutherland Graeme (Lord Lieutenant van Orkney) hen plechtig dat de inwoners van Orkney hun kapel zouden koesteren en beschermen. De Churchill Barriers zijn in vergelijking met de afsluitdijk niet heel indrukwekkend, maar zeker met de oorlogswrakken, die er nog liggen, geeft het wel een indruk van het militaire belang dat dit gebed in het verleden had.

Italian Chapel

Hierna rijden we door naar Skara Brae, een dorpje uit het stenen tijdperk dat tot 1850 begraven lag onder een met gras begroeide heuvel. In 1850 werden tijdens een storm delen van dit dorp zichtbaar waarna verschillende gebouwen verder werden uitgegraven. Inmiddels is het onderdeel van het Unesco Wereld Erfgoed.

Skara Brae

Hierna rijden we door naar Brough of Birsay, een eiland waar je met laag water naartoe kan lopen en wat vol ligt met opgravingen van oude nederzettingen uit de 6e-8e eeuw. In de 7e en 8e eeuw was op Brough of Birsay een Pictisch fort. Eind 8e eeuw werden de Picten verdreven door Noorse Vikingen.

Overblijfselen van een kerk uit 1100
Dit was ooit een Noorse smederij rond 800-900

Tot nu toe hebben we ons aan het schema van Aranka gehouden, maar we moeten door naar Maes Howe. We rijden ernaartoe maar zien alleen een grafheuvel in het land. Dan zien we bordjes naar het visitor center vanwaar me met een bus naar deze grafheuvel worden gebracht, en die een hele lage ingang (ca 90 cm) heeft waarmee we binnen in een open ruimte komen waar weer drie andere ruimtes (grafkamers?) aan grenzen. Ook Maes Howe is ca 5000 jaar oud en men weet niet helemaal zeker of het een tombe is of een gebouw met een andere rituele functie. Wel is het gebouw zo ontworpen dat het directe licht van de ondergaande zon een paar dagen voor en na de kortste dag precies de kamer binnenvalt door de ingang en de tegenover liggende ruimte fel verlicht. De Noren die Maes Howe in de 12e eeuw herontdekten hebben er allerlei inscripties achtergelaten. Hierna gaan we nog kijken bij de Standing Stones of Stenness (een soort Stonehenge), nog een oud opgegraven dorpje “The Ness of Brodgar” en een nog veel grotere ring met staande stenen “The Ring of Brodgar”. Hierna zitten we wel vol met indrukken, maar mission completed, Aranka’s schema is volbracht! Op de terugweg rijden met nog langs Stromness, een leuk havenstadje aan de zuidzijde van Mainland.

Maes Howe
Standing Stones of Stenness
Ring of Brodgar

Woensdag (12 aug) doen we ‘s ochtends nog boodschappen met de auto bij de Lidl (hoe vertrouwd…) en leveren daarna de auto weer in. ‘s Middags gaan we met de ferry naar het eiland Shapinsay, tegenover Kirkwall. Hier maken we een lange wandeling naar het oosten van het eiland. Het pad dat hier had moeten zijn, is er overduidelijk niet meer en we struinen kilometers door hoge graspollen langs de kliffen van Shapinsay, maar met prachtige uitzichten en met heerlijk weer. Bij de kliffen is er een “Grijze Jager” (soort grote meeuw) die het duidelijk niet heel leuk vind dat ik daar loop en me een keer of 10 aanvalt door met hoge snelheid op ooghoogte op me af te vliegen. Ik ontwijk hem door snel weg te duiken. Blijkbaar ben ik daarna ver genoeg weg van zijn nest en dan laat hij met verder met rust.

De Grijze Jager die mij later probeerde aan te vallen

Als we terug lopen naar de ferry over een small weggetje, vinden we het wel mooi geweest en liften we terug naar het haventje in Balfour waar de Out of Hours Ferry om half negen vertrekt. we moeten dan nog twee uur wachten. Helaas is het bewolkt en gaat de zonsverduistering aan ons voorbij. Even later komt een oudere man, die naast het haventje woont, Andrew, wat tomaten en een komkommer brengen die hij in zijn tuin heeft gekweekt. Andrew is vroeger boer geweest maar is nu met pensioen en hij nodigt ons uit voor een kop koffie. We moeten nog meer dan een uur wachten dus we hebben nog uitgebreid met Andrew en zijn Poolse vrouw Anna over het leven op Shapinsay en hoe het is om in zo’n kleine gemeenschap (er wonen ca 300 mensen op Shapinsay) te wonen en hoe zij de corona tijd zijn doorgekomen. Dan moeten we al weer gaan om de ferry te halen, als we die missen zitten we hier tot morgenochtend vast.

Donderdag doe ik wat klusjes aan de boot als voorbereiding op het vertrek naar Nederland. Tot mijn schrik breekt de (andere) borgkap van de ankerpin af. Gelukkig heb ik hem vast en valt ie niet in het water. Samen met Aranka demonteer ik het ankerbeslag en met pin en afgebroken kap ga ik op zoek naar een werkplaats, waar ze dit kunnen fixen. Op ongeveer een half uurtje lopen vind ik een uitstekende werkplaats met een allervriendelijkste man die de as in de draaibank zet, het einde even “glad slijpt”, er een gat in boort, m6 draad in tapt en vervolgens een gaatje boort in het kapje dat eraf gevallen is zodat ik de kap keurig kan vastzetten met een m6 boutje. Wat is het toch fijn werken als je goed gereedschap hebt (en je weet hoe je het moet gebruiken). Hij hoeft er niets voor te hebben, maar ik ben hem zeer dankbaar! Als ik ‘s middags de stuurautomaat wil kalibreren doet hij het helemaal niet meer, diepe zucht. Na een paar keer proberen en wat rommelen komt er toch weer leven in. Geeft niet heel veel vertrouwen, maar we zullen het ermee moeten doen.

Vrijdag ochtend (14 aug) vertrekken we om zeven uur. Gelukkig doet de stuurautomaat het…, hopen dat ie het volhoudt. Vanuit Kirkwall draaien we “the String” in en hebben we de komende uren stroom mee. Bij de kaap van Mull Head staan wat brekende golven, waar ook op de kaart voor gewaarschuwd wordt, dus die passeren we ruim aan stuurboord. Daarna varen we met een ruime wind richting Nederland, ca 140º. ‘s Avonds om een uur of elf, “piep” zitten we weer zonder stuurautomaat. Ik vermoed dat er een klein beetje van de koolborstel is afgesleten en dat de veer de koolborstel onvoldoende aandrukt, om goed contact te houden tussen het “verlengstukje” en de “afgesleten” koolborstel. We varen op dat moment met de code-0, dus ik pak het roer en roep Aranka die sliep. Als zij aangekleed is en het roer heeft, tik ik voorzichtig op de koolborstels in de hoop dat ze dan weer contact maken. Gelukkig werkt dat en kunnen we weer verder op de automaat. De tocht verloopt verder rustig, de stuurautomaat stopt er nog ca 6 keer mee (liefst in het donker of als je net voor een groot vrachtschip vaart) maar met wat liefde en wat geklop krijgen we hem steeds weer aan de praat. Zaterdag is er weinig wind en moeten we grotendeels motoren. We halen het grootzeil naar beneden om te voorkomen dat het zeil heen en weer slaat door het schommelen van de boot. Dat geeft rust maar ook meer geschommel. Zondag hebben we lekker wind en kunnen we goed zeilen. We moeten zelfs een rif zetten als er een buitje over komt. De zee is glad als een spiegel dus dat is heerlijk zeilen. We merken elke dag dat het een paar graden warmer wordt. De korte broek komt zelfs weer tevoorschijn. Maandag neemt de wind weer af tot ongeveer onze vaarsnelheid en draait naar het noordwesten zodat de ie pal van achteren komt… Dus dan maar weer de motor starten. Het laatste stuk wordt de zee wal knobbeliger en moeten we diverse TSS-en (een soort snelwegen op zee) oversteken. Het trekt ook weer om naar huis te gaan, hoe heerlijk het ook de afgelopen maanden was, het is ook fijn familie, vrienden en collega’s weer te zien en natuurlijk onze hond Fay. Maandag lopen we met het rijzende tij rond het middaguur Vlieland binnen.

Voldaan na een prachtige reis naar de Shetlands, de Faeröer, een rondje om IJsland, de Westman Islands en de Orkney’s. We hebben er van genoten, soms was het spannend maar over het algemeen hebben we vooral prachtige indrukken en ervaringen opgedaan. Nu nog lekker een paar dagen genieten van Vlieland en het lekkere weer met wandelen en fietsen over het eiland (lijkt wel vakantie…). Daarna varen we rustig richting Enkhuizen. Dit is daarmee het inde van de blog van onze IJsland reis.

Reykjavík en afscheid nemen

Zaterdag 25 juli slapen we enigszins uit tot een uur of negen, maar dan begint het toch te kriebelen en willen we de stad in. We wandelen door het centrum. Aranka en Myrthe willen zoveel mogelijk winkeltjes in terwijl Wouter en ik juist lekker willen doorlopen. We spreken af bij de boot. Als Myrthe hoort dat Wouter en ik een IJsje hebben gehad is ze uiteraard heel jaloers…

Ingólfur Arnarson, de eerste Noorse permanente bewoner van IJsland

‘s Middags bezoeken we de bekende Hallgrímskirkja (kerk) in het centrum en daarna gaan we op zoek naar de Kolaportið rommelmarkt. Onderweg komen we langs het Ausurvöllur park waar het gezellig druk is en een band optreed met een grappige liedje over ChatGPT en met een doventolk.

Aranka kijkt iets te goed op google maps waardoor we de halve stad af lopen voordat we -vlak bij de haven- bij de rommelmarkt aankomen. s’ Avonds gaan we naar de Lavashow. We zijn nog bijna te laat want nu had ik iets te goed op google maps gekeken en meende ik dat de show vlak naast de haven was. Toen het gebouw dicht bleek en we nog 10 minuten hadden om aan de andere kant van de stad te komen hield Aranka snel een taxi aan zodat we toch nog net op tijd waren. De show was indrukwekkend en ook interessant. We zagen vloeibare lava lopen door een stenen geul in de zaal, van meer dan 1100 graden. We voelden de hitte (ook al zaten we achterin) en de presentator liet ons zien hoe lava van binnen vloeibaar blijft als het van buiten afkoelt. Ook liet hij zien hoe je pseudo kraters in lava krijgt als je het snel afkoelt met ijs (wat wordt omgezet in stoom). Als we terugkomen zijn we hartstikke moe en vallen als een blok in slaap.

Vloeibare lava in de Lavashow

Zondagochtend gaan we naar het Perlan natuurmuseum. In een soort Omniversum bioscoop, met de film geprojecteerd op een koepel om ons heen, is het alsof we afdalen in een vulkaan wat echt heel gaaf is. Ook lopen we door een IJsgrot en zien een prachtige film over het noorderlicht en leren we weer van alles over de bizarre natuurverschijnselen van IJsland.

Höfði House

‘s Middags gaan Myrthe, Aranka en ik naar de Botanische tuin van Reykjavík waar Myrthe weer van alles vertelt over alle planten en planten families. Bovendien is het ook een prachtige tuin en is het heerlijk weer. We wandelen terug naar de boot en komen dan ook langs het beroemde Höfði House uit 1909 waar Reagan en Gorbatsjov in 1986 de basis lengte voor het beëindigen van de “koude oorlog”. De rest van de dag worden tassen in gepakt, auto opgehaald en haal ik diesel (met de auto) zodat de boot weer volgetankt is voor te terugtocht. ’s Avonds hebben we als laatste gezamenlijk maaltijd een uitgebreide BBQ met champagne om de gezelligheid met elkaar te vieren.

Afscheid-BBQ in Reykjavík

Maandag 27 juli nemen we afscheid en breng ik Myrthe, Wouter Inge en Lieke om half zes ‘s ochtends naar het vliegveld in Keflavík met de huurauto. Als ik alleen terug rij voelt het leeg, zo zonder Wouter en Myrthe, maar het was ook ontzettend fijn en gezellig dat ze twee weken aan boord waren.

Terug in Reykjavík gaan we samen met Ronne en Bouke met de auto op pad om nog meer van het schiereiland Reykjanes te zien. We komen langs het prachtige Kleifarvath meer en stoppen bij het Seltun geothermisch park, met heetwaterbronnen en bubbelende modderpoelen. Het blijft fascineren, waarbij de kleuren van de aarde (rood, geel, oranje en wit) ook buitenaards aandoen. We maken een wandeling naar de top van een bergje met een prachtig uitzicht.

Even verderop lunchen we bij een schattig kerkje, “Krýsuvíkurkirkja” in the middle of nowhere, ik vraag me af wie hier nu zondags naar de kerk toe gaat, maar het is heerlijk weer en een prachtige plek om te lunchen.

Daarna rijden we naar kliffen bij Krýsuvík die vol met vogels zitten. We komen ook nog spontaan langs een plek, waar je de gestolde lava van de uitbarstingen van de afgelopen 2023 kan zien. De jonge zwarte lava steekt scherp af tegen de bergen en lijkt op een slecht geasfalteerde weg. Er wordt gewaarschuwd dat lava die pas een of enkele jaren oud is gevaarlijk kan zijn omdat die onder een harde korst nog vloeibaar kan zijn (zoals we ook tijdens de lavashow hebben gezien). Als laatste rijden we naar het desolate stadje Grindavik waar het overgrote deel van de huizen verlaten is. Na de vulkaanuitbarstingen van de Sundhnúkagígar in 2023 en opvolgende uitbarstingen heeft de overheid de huizen opgekocht en is het plaatsje nu grotendeels verlaten. Maar er is nog wel een zwembad dat gewoon open is….

Veel inwoners in Grindavik waren afkomstig uit Heimaey op de Westman Islands toen daar in 1973 een vulkaan uitbarsting was en ze besloten niet naar de Westman Islands terug te keren. Dubbel pech…

In het centrum is een indrukwekkende foto tentoonstelling over de vulkaan uitbarstingen. De foto’s laten zien hoe de lava in de stak komt, hoe die geëvacueerd werd en hoe ze geprobeerd hebben met heel veel water de lava te laten stollen en zo te stoppen. Toevallig schrijft het FD er ook te een artikel over: “Het IJslandse dorp waar lava zowel gevreesd als gekoesterd wordt”

‘s Avonds eten we met zijn vieren de befaamde hotdogs van “Bæjarins Beztu Pylsur”. Eén klein hotdog-tentje, waar een lange rij voor staat, maar die allemaal worden voorzien van een hotdog.

Op de terugweg komen we langs het Harpa concertgebouw. Voor het gebouw staan een enorme hoeveelheid “Muscle Cars” en er komen er ook nog steeds heel veel meer aan met een ronkende motor. Dit had Wouter natuurlijk graag gezien.

Dinsdag (28 juli) hebben we de auto nog tot 13:00 uur en stelt Ronne voor om nog een tocht met f-wegen te maken. Dat zijn wegen waar je alleen met een 4×4 mag en kan rijden. Dat lijkt ons ook leuk en we vinden een route die net past en waarbij we ook nog een geiser kunnen bekijken. We rijden eerst de geplande route totdat wegen er op de kaart wel zijn maar in werkelijkheid niet. Uiteindelijk komen we op een slechtere f-weg terecht die achteraf ook gesloten bleek te zijn… Maar goed het is wel een prachtige tocht over een hoogvlakte, dwars door totaal verlaten gebied door as en over lava, met uitzicht op de Langjökull-gletsjer. Daar op weg van nowhere naar nowhere komen we een verdwaalde fietser tegen (die overigens loopt omdat er niet te fietsen valt). We moeten ook nog een beek oversteken wat bij Ronne tot een grote grijns leidt.

Aan het einde van de f-weg zagen we dat deze gesloten was…

Daarna moeten we opschieten om de auto nog op tijd in te leveren. Maar we stoppen toch even bij de Geysir geiser, want Aranka en ik hadden nog geen geiser gezien, dus dat laten we niet schieten. Daarna moeten we flink doorrijden en leveren de auto tenslotte een kwartiertje te laat in, maar IJslanders zijn cool, dus geen probleem. De rest van de dag maken we ons klaar voor vertrek naar de Westman eilanden. We nemen ook afscheid van Ronne en Bouke die vanaf Reykjavìk naar Groenland varen. We zullen de gezelligheid missen want de afgelopen vijf weken samen optrekken met de Isuma was ontzettend leuk en gezellig! Vanaf nu zijn we weer met zijn tweeën en beginnen we echt aan de terugweg naar Nederland.

Rondom Ísafjörður

Het is heel fijn en gezellig dat Myrthe en Wouter aan boord zijn. Woensdag (15 juli) gebruiken ze om Ísafjörður te bekijken en gaan we zwemmen in het lokale zwembad. ‘s Middags lunchen we heerlijk in het Tjöruhúsið visrestaurant, volgens internet het beste visrestaurant van IJsland, en dat zou zo maar waar kunnen zijn, want we eten er echt verrukkelijk. We beginnen met een heerlijke vissoep en daarna staan er verschillende schotels met heerlijke vers gevangen vis. ‘s Avonds hoeven we niet meer veel te eten want ons buikje zit nog vol. Als je ooit in Ísafjörður bent en van vis houdt is dit een aanrader.

De harde wind is donderdag (16 juli) voorbij, maar de wind staat wel nog uit het zuiden. We besluiten dat we hier niet tegenin willen varen richting Reykjavik, met stroom, golven en wind tegen, die dan om de kapen toch weer staat te poeieren. We overwegen zelfs om via het noorden (via dezelfde route als we gekomen zijn) terug te varen, maar uiteindelijk kiezen we ervoor om op een weergat te wachten en zo lang in het natuurpark Hornstrandir mooie ankerplekjes op te zoeken. Als het nog een week uit het zuiden blijft waaien kunnen we altijd alsnog via het noorden terug of de Wouter en Myrthe vanuit Ísafjörður op het vliegtuig zetten. En Hornstrandir is een van de mooiste gebieden in IJsland, dus hier nog wat langer blijven is helemaal prima. We krijgen nog een heleboel tips van de lokale IJslandse Captain Siggi van het zeiljacht “Byr” over mooie ankerplekjes. Siggi herkende ons schip omdat hij eerder op een Bestevaer heeft gepast die in Ísafjörður heeft overwinterd.

Zodra we (donderdag 16 juli) Ísafjörður verlaten, zien we direct midden in het Ísafjarðardjúp fjord spuiten van walvissen (Bultruggen). We varen er naartoe en op weg erheen zien we een paar walvissen vlak bij onze boot, eerste rij zeg maar. Daarna varen we door naar het eilandje Æðey waar het vol met Puffins zit. We ankeren met een prachtig uitzicht op de bergen die nog deels met sneeuw bedekt zijn. Als we aankomen staan er nog best wat golven, maar ’s avonds wordt het heerlijk rustig zodat we goed slapen.

Stuurvrouw Myrthe

Vrijdag 17 juli varen we naar het nabijgelegen eilandje Vigur waar het ook weer vol met Puffins zit. Helaas kunnen we het eiland vandaag niet bezoeken, maar we hebben een heerlijk ankerplekje voor de lunch. Wouter en Inge doen nog een dinghy expeditie naar Vigur toe om de Puffins van dichtbij te zien. Een zeehond komt nog even kijken wat we daar doen en ook een klein groepje dolfijnen zwemt langs.

‘s Middags varen we verder het Ísafjarðardjúp fjord in. Vanuit een bepaalde hoek tussen de bergen, krijgen we prachtig zicht op de Drangajökul gletsjer. We varen richting het “Sundlaugin á Reykjanesi” zwembad met natuurlijk warm water uit een geothermische heetwaterbron. Het zwembad ligt bij een hotel (en camping), wat er qua bouw oud en weinig gezellig uit ziet. Echter vanuit het warme zwembad hebben we een geweldig uitzicht op het fjord en op onze boten en vliegen de Noordse sterntjes met visjes boven ons hoofd. Voor de kust dampt de zee doordat het heet water daar het fjord in stroomt wat een bijzonder uitzicht geeft.

Zaterdag (18 juli) blijven we liggen en maken we een wandeling met mooie uitzichten over het fjord waarbij Myrthe de talloze IJslandse bloemetje determineert en honderduit verteld over alle plantjes, leuk zo’n bioloog in het gezin! ‘s Middags trekt de wind behoorlijk aan en gieren we achter ons anker dat gelukkig muurvast is ingegraven. Even later waait de dinghy van de Isuma weg zonder iemand erin. In een record tempo laten we onze dinghy in het water, takelen de motor naar beneden en dan gaan Wouter en ik op dingy rescue. Gelukkig is de dinghy nog niet heel ver weg en kunnen we de dinghy nog zien. Even later zijn we wel wat natter maar is de dinghy veilig terug bij de Isuma.

Even lekker scheuren met de dinghy…., waar zijn de zwemvesten?

We zien in de weersverwachting een mogelijkheid om donderdag 23 juli naar Reykjavík te varen, nog op tijd voor de kinderen om Reykjavík te zien voordat ze maandag terugvliegen naar Nederland. In Hornstandir gaat het de komende dagen harder waaien, terwijl wie hier ook al een enorme puist wind hadden. We kiezen er daarom voor om terug te varen naar Ísafjörður ipv naar een volgend ankerplekje waarvan we niet precies weten hoe beschut het is.

Onderweg zien we opnieuw walvissen, eentje vlak naast de boot. Dat blijft toch ontzetten imponerend, zo’n enorm beest dat vlak naast je boot langs zwemt. We hebben het idee dat ze ook wel nieuwsgierig zijn, maar misschien is hier de wens ook wel de vader van de gedachte….

We liggen in Ísafjörður opnieuw 4 nachten van zondag 19 juli t/m donderdag 23 juli. Gelukkig blijven de vooruitzichten goed om donderdag naar Reykjavík te varen. De reserveringen voor een AIR B&B en auto om de kids met een busje naar Reykjavík te rijden kunnen we dus wel cancelen.
We brengen de dagen lummelend, lezend, zwemmend (soms met sauna), koekjes bakkend, motor controlerend en BBQ-end door. De Isuma heeft 3 enorme kabeljauwen gevangen in het fjord bij binnenkomst, die heerlijk zijn voor 2 BBQ’s.

Dinsdag 21 juli maken we een lange schitterende wandeling in het dal tegenover Ísafjörður. Het is zo zonnig dat we allemaal in t-shirt lopen en Ranka zelfs in korte broek. We lopen door bos, langs de bergkammen en maken een klim naar het langlauf gebied. Langs een waterval maken we een steile afdaling naar beneden en kopen een ijsje bij de Bonus. IJslanders eten het hele jaar door ijsjes, maar wij koppelen het toch nog aan dit warme weer.

Donderdag 23 juli vertrekken we om vier uur ‘s middags naar Reykjavík. De golven vallen erg mee, het is meer deining dan echte golven. Het eerste stuk moeten we nog redelijk wat motoren, maar na de laatste kaap hebben we een heerlijke koers, weliswaar aan de wind maar zonder golven. Met twee reven en de kleine kotterfok lopen we ruim 7 kts. Vrijdag nacht iets na middernacht komen we aan in Reykjavík. Het is voor het eerst weer echt donker, maar er is gelukkig voldoende ruimte in de haven. De Isuma meert gezellig naast ons af in de haven.

Oeps de stuurautomaat doet het niet meer!

Maandag 1 augustus gaan we met de trein en de bus vanuit Fredrikstad 🇳🇴 een dagje naar Oslo met de trein en bus samen met de bemanning van de Hasta Luego en de Bo. We bekijken het Fram museum waar de reizen en schepen van ontdekkingsreizigers naar de zuid- en Noordpool te zien zijn. Wat een luxe en techniek zijn wij gewend tov een paar honderd jaar geleden. Daarna loop ik nog door “Akershus Festning” en eten we met zijn allen bij Salt, een leuk terras met diverse barretjes en foodtrucks.

Dinsdag vetrekken we uit Fredrikstad om 13:09 als de bruggen draaien en steken we het Oslo-fjord pal naar het westen over naar de inham boven Mågerø en ankeren net ten zuiden van het schiereiland Langøya. Als we op de motor Fredrikstad uitvaren de Beluga op de stuurautomaat staat koop ik naar voren. Plotseling draait de BELUGA sterk naar stuurboord richting een ondiepte. Aranka komt ook kijken wat er aan de hand is. De stuurautomaat geen een foutmelding “no response”, als we zeilen komt de fout steeds vaker. We sturen daarom verder op de hand, kunnen we dat ook eens oefenen met een helmstok. Maar lastig is het wel want we moeten ook weer terug naar NL ??. Bovendien is het slecht weer en varen we in de regen en dan is lekker warm binnen zitten veel lekkerder.

Woensdag zoek ik een handleiding van de “drive-unit” en bedenken we samen met Ronne dat het waarschijnlijk te weinig olie is is de hydrofiele van de stuurautomaat. Gelukkig heeft Ronne ook deze olie gewoon aan boord en nadat het opberg systeem in de bakskist deels is verwijderd kan ik bij het vul dopje van de stuurautomaat. Er gaan twee kopjes olie in, en daarna lijkt hij weer beter te reageren, morgen gaan we het zien.

‘s Middags wordt het mooi weer en maken we een wandeling bij de ankerbaai, het is weer een prachtig plekje nu het gestopt is met regenen.

Nachttocht naar Vlissingen


We hebben anderhalve week vakantie en willen naar Zeeland. Lekker na drie weken al weer anderhalve weer vakantie, zo is het goed te doen! We maken slim gebruik van Koningsdag en Hemelvaartsdag en zo kunnen we met zes vrije dagen mooi anderhalve week weg. Vanuit Scheveningen is Zeeland relatief dichtbij en we zijn er pas één keer eerder geweest. Ons plan is om op Koningsdag naar Vlissingen te varen en dan binnendoor terug te varen via Middelburg, Veere, Zierikzee, Willemstad en dan weer terug naar Scheveningen, maar ja niets zo onbetrouwbaar als het plan van een zeiler…

Op Koningsdag staat er nog mooi een Noordwesten wind. De dag daarna krimt de wind nar het zuidwesten, en dat is minder als je van Scheveningen naar Vlissingen wil varen. Maar als we het weerbericht bekijken zien we dat op Koningsdag ter hoogte van Stellendam bijna 30 knopen wind staat met windstoten van meer dan 40 knopen onder buien, en dat uit het noordwesten over de zandbanken voor de Zeeuwse kust. Aranka en ik kijken elkaar eens aan en hebben hier niet zoveel trek in. Maar goed wat dan…, in ieder geval Koningsdag vieren in Scheveningen. We halen Oranjebollen bij de Jumbo en lopen via Scheveningen dorp naar de Pier waar ook en vrijmarkt is. Het valt ons op dat in Scheveningen nog volop hondenpoep op de stoep ligt terwijl dat op andere plaatsen toch vrijwel uit het straatbeeld is verdwenen. Blijkbaar is deze ontwikkeling aan de Scheveningse hondenbezitter voorbij gegaan. Maar het is wel een gezellig dorpje in een stad. En als we op de boulevard komen hebben we een prachtig uitzicht over zee met de branding en de donkere wolken erboven. Wouter vindt nog een Skylander Swapforce mannetje op de vrijmarkt en Myrthe koop nog maar weer eens een knuffel.

Van Meivakantie Zeeland

‘s Middags gaan we naar het Museon waar onze zintuigen weer mooi in het ooitje worden genomen. We hebben inieder geval veel lol en overleggen ondertussen hoe we nu het best in Vlissingen kunnen komen. ‘s Nachts gaat de wind al een stuk liggen en vanaf één uur wordt het ook helder, dus we besluiten dat we ‘s avonds rond een uur of acht vertrekken. Na het eten maken we de boot klaar en gooien we de trossen los. Het eerste stuk is het nog licht en krijgen we ook meteen een flinke bui ever ons heen. Van het ene op het andere moment neemt de wind toe van 15 knopen naar 30 knopen. We hadden al twee riffen gezet in het grootzeil dus we hoeven alleen de genau in te draaien, en dan nog schieten we met meer dan negen knopen door het water. Dan begint het ook te plensen en even later zitten we midden in een sneeuwbui. Brrr…. Gelukkig is de bui voorbij als we bij de Maasmonding komen. We kunnen mooi achter een paar grote jongens, die voor ons langs varen, de geul oversteken. Als een vrachtschip buiten de vaargeul wat al te dicht in de buurt komt roep ik toch nog maar even sector Maasmond op, we kunnen er voor langs en onze koers aan houden. Vanaf de Maasmonding tot kort bij Vlissingen varen we langs geankerde zeeschepen, er komt geen eind aan. Het weer knapt op, maar de wind valt zo nu en dan ook weg, dus stukjes moet de motor aan.

Het laatste stuk door het Oostgat hebben we een fikse stroom mee en proberen we net buiten de vaargeul te varen Gelukkig liggen de boeien goed op hun plek want er zijn er een paar onverlicht en die zien we pas op het laatste moment aan ons voorbij schuiven. De verkeerscentrale Vlissingen roept ons op, en wil wel weten waar wij zo midden in de nacht naar toe varen. Daarna houden ze ons keurig op de hoogte van uitgaande vaart vanuit Vlissingen. We varen door een smalle doorgang (zes meter terwijl ons schip ruimt vier eter breed is) de haven in. Ik had al even gebeld en de voetgangers bruggetjes staan keurig open zodat we de Michiel de Ruyter haven in kunnen. Dit is inderdaad ook de haven van waaruit Michiel de Ruyter vroeger vaak naar zee vertrok. Hij was in zijn jonge jaren in dienst bij de reder Cornelis Lampsins en vertrok voor menige reis vanaf de steiger voor het Lampsinshuis dat pal tegenover ons ligt en waar nu het muZEEum in is gevestigd. Samen met Aranka drinken we nog een borrel op de goede aankomst en dan gaan we lekker slapen.

Van Meivakantie Zeeland

Donderdag slapen we lekker uit, dat wil zeggen dat Aranka en ik dat proberen. Myrthe en Wouter zijn gewoon op tijd naar bed gegaan en proberen op hun geheel eigen wijze erg stil te doen… Om tien uur geef ik het op en na een lekker ontbijt genieten we van het gezellige Vlissingen. Zowel Aranka als ik zijn hier eigenlijk nog nooit echt geweest. We hebben hier wel ons schip opgehaald en ik heb een keer een bootreisje gemaakt over de Westerschelde, maar we hebben nooit echt het centrum bekeken. En dat terwijl het toch echt een erg leuk stadje is, zeker als je zo midden in het centrum ligt! We lopen langs de Kazematten en daarna een stuk langs de dijk en dan via het centrum weer terug naar de haven. Het muZEEum en de Kazematten bewaren voor vrijdag want dan komt de volgende depressie over. ‘s Avonds eten we heerlijk gebakken aardappelen met zalm en sla. Wouter en Myrthe vinden het toch wel zielig voor de dieren, dat ze alleen maar leven om door ons te worden opgegeten. Ja, tegen die kinder logica is niet zo veel opgewassen. We komen tot een compromis dat we nog maar om de dag vlees of vis eten. Ik ben benieuwd hoe lang we het vol gaan houden.

Van Meivakantie Zeeland

Vrijdag gaan we eerst naar het muZEEum, in het Lampsinshuis, een prachtig oud stadspaleis uit de gouden eeuw. Er wordt verteld hoe wrakken zijn geborgen in de Schelde, hoe het loodswezen zich heeft ontwikkeld en hoe er strijd was tussen de Belgische loodsen en de Nederlandse loodsen om als eerste bij een zeeschip aan te komen. Bovenop het Lampsisnshuis is een torentje van waar Cornelis Lampsins zijn schepen kon zien aankomen. Nu heb je er nog steeds een mooi uitzicht over de stad en de Schelde. We zien ook modellen van de VOC e WIC schepen en lezen we over de handel en hoe belangrijk Walcheren was in die tijd. Er wordt alleen weer opvallend weinig over de slavernij vertelt, wat toch een belangrijke rol speelde in de handels driehoek van de WIC. Des te leuker is het dat mijn oom Roelof ‘s middags belt dat hij ons kan rondleiden door het Zeeuws Archief in Middelburg waar hij heeft gewerkt. Dat is leuk omdat hij ons veel kan vertellen over de de tijd van de Gouden Eeuw en ook van de rol van de Nederlanders in de slavenhandel. OP de bovenste verdieping van het muZEEum wordt verteld hoe Walcheren aan het eind van de tweede wereldoorlog onder water werd gezet door de Engelsen die de dijken bombardeerden om zo de Duitsers te verdrijven. Wist ik eigenlijk helemaal niets van, blijkbaar niet opgelet op school… Maar wel ongelofelijk dat grote delen van Walcheren dus in tien jaar tijd twee maal geevacueerd zijn en langere tijd onder water hebben gestaan. Na het muZEEum gaan we naar de Kazematten, die overigens nog steeds regelmatig onder water lopen omdat ze buitendijks liggen.

Van Meivakantie Zeeland

De volgende ochtend vertrekken we rond acht uur uit de Michiel de Ruyterhaven en varen we de Schelde weer op, maar een heel klein stukje tot we bij de zeesluis weer naar binnen varen. We zijn ruim op tijd voor de “blauwe golf” van bruggen over het Kanaal door Walcheren richting Middelburg, zo zeer zelfs dat we een brug eerder halen. Als we de brug in Middelburg willen halen moeten we wel flink doorvaren,maar dan zijn we ook zo in Middelburg. We krijgen een prachtig plekje in Eerste Binnenhaven.

Aangezien de motor nog goed warm is, kan ik mooi even de olie verversen. De olie is nu goed vloeibaar en kan ik makkelijk via de peilstok opening uit de motor zuigen met een tank die je vacuum pompt en een slangetje. Dat lukt prima en ik kan de oude olie achterlaten bij Jos Boone. Waar ik minder blij mee ben is dat er weer ens koelvloeistof inder de motor staat. Blijkbaar is de druk in het koelwater te hoog geworden en is het koelwater in het interne koelsysteem gekomen. Dit probleem hebben we nu al zo vaak gehad dat ik er wel een beetje een punthoofd van krijg, maar goed het is zoetwater, dat valt nog mee. Moeten we thuis maar weer zien op te lossen. Als de olie ververst is, lopen we Middelburg in en komen we langs prachtige gebouwen, de Abdij, het Stadhuis en Kloveniersdoelen. Op de terugweg komen we ook nog langs het Zeeuws Archief, maar daarover later meer.

Van Meivakantie Zeeland
Van Meivakantie Zeeland

Pasen in Enkhuizen

Vandaag hebben we de zeilen gehesen, dat had nog wel wat voeten in de aarde want het woei nog behoorlijk met de wind dwars op de steiger waar wij lagen aangemeerd. Aranka werd bijna met zeil en al de plomp in geblazen en ik moest de mast nog in omdat er een onderdeel van de rolfok uit de mast was gevallen toen ik aan het klussen was. Ik heb dat eerder in mijn eentje geprobeerd, maar als je met één hand moet vasthouden en met de andere hand en een boutje moet losdraaien en een moertje moet vasthouden zodat het niet naar beneden valt en een boutje moet pakken, dan kon zelfs ik bedenken dat dat niet heel vel kans van slagen had. Nu Aranka erbij was kon ik met een bootsmanstoeltje omhoog en dan “rustig” zitten het klusje klaren wat ook goed lukt. Kortom, je moet er wat voor over hebben als je zeilend van het paasweekend wilt genieten.

De afgelopen winter hebben we toch weer heel wat geklust aan de boot: de rolfok van nieuwe lagers voorzien, een nieuw fornuis, nieuwe vlaggen inclusief het vlaggetje op de joon, nieuwe reddingsboeien, anodes geplaatst, boot in de was, onderwaterschip in de anti fouling gezet, bieslijntjes opnieuw geschilderd, kapotte radio vervangen, nieuw gordijn gemaakt, nieuw hoeslaken gemaakt, gashandel vervangen, kortom het was maar goed dat ik de afgelopen geen baan had, anders had ik er nooit genoeg tijd voor gehad. Dat was ook de reden dat we de boot voor 1 april graag weer in het water wouden hebben liggen want per 1 april ga ik beginnen bij Alliander, ook een netwerkbedrijf maar dan voor elektriciteit en gas in plaats van telecom. Ik heb er ontzettend veel zin in en het leek ons leuk om nog zeilend van mijn laatste vrije weekend te genieten.

Hiervoor was ik de afgelopen week wel drie dagen Lelystad om de laatste klussen te doen zodat we weer konden zeilen. En dan is zo’n schip toch wel groot, als je er eerst met de polijst machine overheen gaat, dan in de was zetten. Bieslijntjes aftapen (ruim 80 meter schilderstape) en ‘s avonds is het ook koud. Als je ‘s nachts naar het toilet moet, moet je eerst in de regen van een ladder klimmen, kortom afzien, maar het was het meer dan waard! Gisterochtend gingen de White Witch weer het water in en… ja gelukkig zij bleef drijven en er liep nergens water naar binnen! En de motor deed het zowaar ook nog nadat hij een grote roetpluim uit had geblazen als protest tegen deze ruwe verstoring van zijn winterslaap.

Gisteravond kwamen Aranka en de kinderen ook naar Lelystad nadat Wouter zijn eerste schaatswedstrijd had gereden. Weer “ouderwets” gezellig met zijn allen aan boord, heerlijk dan komen ook snel de herinneringen van een jaar geleden weer terug. En vanochtend werden we wakker met prachtig weer, nadat we door de Noordersluis waren en weer op NAP nivo waren beland konden we ook zo de Houribsluizen invaren. Daarna voeren we met een dikke 5 beaufort van achter op alleen de genua al dik zeven knopen onder een prachtige blauwe lucht, heerlijk genieten dus. Als snel zagen we voor ons de Agape opdoemen die tegen dezelfde wind in worstelde, we hebben gezwaaid en getoeterd. We gaan deze zomer samen met de Agape en de Dixbay richting zweden, leuk om samen op te varen. Maar nu waren we ook zo weer uit zicht van elkaar. Op de AIS zagen we de Ojala achter ons varen, we hadden al gehoord dat zij vandaag ook richting Enkhuizen zouden gaan. Kortom een hoop gezelligheid zo op het IJsselmeer. Ondertussen wakkerde de wind nog wat verder aan en stoven we met een heerlijk ruime wind richting Enkhuizen. We zijn afgemeerd in de Buitenhaven waar we de boot een weekje laten liggen. Maandag is er ruim 30 knopen wind uit het zuidwesten voorspeld en om daar tegenin te beuken richting Scheveningen zien we niet zo zitten. Morgen gaan we lekker naar het Zuiderzee museum en paaseieren zoeken op de boot.

Nadat we goed en wel zijn afgemeerd en we net een frietje (jaja niet gezond, maar wel erg lekker!) hebben gekocht loopt daar… jawel de Dixbay binnen. We bekijken natuurlijk elkaars boot en kletsen bij. ‘s Avonds komen Anna en Maarten van de Ojala langs die we het laatst op de Azoren hebben gezien. Erg leuk om bij te kletsen en te horen hoe we allemaal op onze eigen manier weer “geland” zijn.

Het blijft mij verbazen dat je op zo’n zeilboot zo makkelijk en leuk contact hebt met andere zeilers. Kortom een heerlijk dagje varen waarin we al na een dag het vakantie gevoel hebben. En dan moet het nog Pasen worden!

Zeilend op alleen de Genua vanuit Lelystad richting Enkhuizen

White Witchin blue in de Buitenhaven van Enkhuizen

 

Weer thuis…


Veel sneller dan verwacht
Zaterdag zien we dat we al ergens ‘s nachts voor de Nederlandse kust zullen aankomen. We gaan veel sneller dan we van te voren hadden verwacht. De wind staat lekker door van achteren en we lopen continu 7 knopen en in het begin nog sneller met de stroom mee. Blijkbaar kan je dus prima in een nacht en twee dagen van Whitby naar Scheveningen varen, of als je liever ‘s-nachts vaart in één dag en twee nachten. Leuk voor als we nog eens een weekje willen zeilen…

Ze kust nog net niet de grond…
We besluiten nu eerst naar IJmuiden te varen en daar een paar uurtjes te slapen, dan kunnen we ‘s ochtends rustig naar Scheveningen varen en daar om 12 uur aankomen. Als we ten zuiden van het laatste TSS bij Texel varen wordt het drukker. Het is inmiddels donker en een wirwar van lichtjes tekent zich af langs de horizon. Windmolens, boorplatforms, schepen die we ook op de AIS zien en schepen die we niet op de AIS zien. Eerst komen er drie slepers met een boorplatform op ons af. Wij verleggen onze koers wat naar het zuiden zodat ze ongehinderd ten noorden van ons langs kunnen varen. Als we daarna net ten zuiden van het verkeersvak naar het noorden willen oversteken komen er acht schepen op ons af waar we tussendoor moeten varen. De eerste drie gaan voorlangs, maar met de vierde liggen we op ‘collision course’. Hij kan makkelijk achter ons langs maar als ik hem oproep wil hij toch voorlangs en hij geeft aan bij te sturen naar stuurboord. Nou wij hebben ook een lekker gangetje en hij moet een hele omweg maken om voor ons langs te varen. Hij mist bijna de ingang van het TSS… Maar goed, dat zit er ook weer op. We varen nog een paar uur door voordat we rond twee uur bij de haveningang van IJmuiden aankomen. Na een paar dagen noord-westen wind staan er behoorlijke golven tussen de havenhoofden. We volgen netjes de lichtenlijn en na een paar minuten heen en weer geschud te zijn, zijn we erdoorheen. Vlak bij de haven strijken we de zeilen. De passantensteiger ligt helemaal vol en we meren af langszij bij een vriendelijke Belg die ook even komt kijken en een praatje komt maken. Hij wil ook langer weg met zijn schip en is zich aan het voorbereiden en vindt het -zelfs midden in de nacht- interessant om te horen waar we geweest zijn. Myrthe komt ook nog uit haar bed gekropen, ze wil weer even op Nederlandse bodem staan. Ze kust nog net niet de grond… Dan gaan we allemaal snel naar bed, morgen moeten we wel weer op tijd op zodat we om twaalf uur in Scheveningen zijn. Wat voelt het vreemd om weer in Nederland te zijn. We betrappen ons erop dat we nog steeds verbaasd en enthousiast reageren op elke Nederlandse vlag die we zien, “Hé kijk daar ligt ook een Nederlander…”.

We proberen zo langzaam mogelijk te zeilen
Zondag waait het wat harder dan voorspeld in de grib-files. We lopen weer het risico te vroeg aan te komen, en dat is natuurlijk niet leuk want misschien zijn er wel mensen die komen zwaaien. We proberen zo langzaam mogelijk te zeilen (hele nieuwe ervaring…) en zetten twee riffen in het grootzeil en drie in de rol-genua. Toch blijven we tussen de zes en zeven knopen lopen. Een ander scheepje dat met vol tuig vaart loopt ons maar nauwelijks op. We zien de vertrouwde kust van Holland. Eerst Zandvoort, dan Noordwijk en Katwijk en tenslotte Scheveningen. We krijgen een SMS-je dat Geoffrey, Tessa en Bob ons per kano tegemoet komen varen. We spreken af bij de uiterton, maar als we daar komen is er nog geen kanoër te zien dus gaan we maar even bijliggen. Als het bijna twaalf uur is varen we langzaam richting de haven en dan zien we door de verrekijker drie kleine stipjes bij het havenhoofd. Even later zijn Geoffrey, Tessa en Bob naast de boot. Wat ontzettend leuk dat ze ons zo tegemoet varen en wat fijn om ze na een jaar weer te zien! Er is iets te veel deining om koffie voor de kanoërs te serveren dus dat houden ze tegoed voor in de haven.

Bijzonder en welkom gevoel
Als we langzaam verder varen richting de haven ontwaren we een hoop vrienden en familie op de zuid-pier. Wat leuk dat al die vrienden en familie gekomen zijn. Een heel bijzonder en welkom gevoel om zo terug te komen. Dan zien we op de noord-pier ook nog mensen staan, vriendjes van Wouter en Myrthe met hun ouders en roeimaatjes van Aranka. Even later zien we op de oude pieren van de buitenhaven ook nog onze buren Eric, Saskia, Dante, Anna en Issa staan. Wat gaaf zo! We strijken onze zeilen in de eerste haven en als we door “de Pijp” varen ziet Wouter zijn beste vriend Bas op de kant staan. Uitzinnig van vreugde begint hij te roepen en te toeteren. Ook Ellen en Herbert staan hier te zwaaien. We genieten volop van deze vrolijke en welkome ontvangst. De haven is erg vol, onder andere ook vanwege Sail Amsterdam dat over drie dagen begint en omdat de staande mastroute gestremd is vanwege het ongeluk met de brug bij Alphen aan de Rijn. Gelukkig heb ik een paar dagen geleden al de havenmeester gebeld en heeft hij een box voor ons vrij gehouden zodat we niet vijf dik ingebouwd hoeven te liggen.


De boot ligt een stuk dieper
Al snel stroomt de boot vol, Inger en Wouter en Marja hebben koffie en cake meegenomen. Erg gezellig zo met zijn allen op de boot. De boot ligt een stuk dieper wat je goed kan zien aan de stootwillen die nu op het water drijven. Fijn om iedereen weer live te zien. Van Inger en Wouter krijgen we ook nog een Nederlands thuiskom pakket vol met Nederlandse lekkernijen. Iedereen super bedankt voor deze mooie thuiskomst!

Myrthe gaat mee met onze buren om te spelen en te logeren bij Anna. Wouter gaat mee met zijn grote vriend Bas en mag daar ook blijven logeren. Zo hebben wij opeens een heerlijk rustig avondje samen. We lopen langs de kade als we opeens onze naam horen. Op een terrasje zien we Harry en Jantine zitten, de vorige eigenaren van ons schip. Ze hebben net mosselen besteld en vragen of wij een hapje mee willen eten. Het is leuk ze weer te zien en ze zijn erg geïnteresseerd hoe het tijdens onze reis allemaal is gegaan. Ze hebben erg meegeleefd en vinden het na afloop leuk om nog even op hun oude schip te kijken.

Myrthe vindt ons huis maar klein…
Maandag is het een regenachtige dag. Ik huur een busje en vanaf dat moment begint het sjouwen en inpakken. ‘s Ochtends halen we de boot leeg en pakken alles in tassen. Dan rijden we naar huis, een raar gevoel om na een jaar weer terug te komen in het zo vertrouwde huis. Enerzijds is er voor je gevoel heel veel gebeurd in het afgelopen jaar en anderzijds voelt alles weer zo als vanouds dat het ook wel lijkt alsof je niet weg bent geweest. Gelukkig hebben de huurders alles keurig achtergelaten. Van de buren staat er ook nog een welkoms pakket met lekkere dingen en voor de kinderen liggen er kadootjes van de buurmeisjes. Myrthe had al even in het huis gekeken en vertelt ons dat ze het huis maar klein vindt….blijkbaar is ze flink gegroeid het afgelopen jaar…

Eng om alleen zonder Myrthe te slapen
Als de bus leeg is rij ik samen met Aranka door naar de garagebox waar al onze spullen staan opgeslagen. In drie keer rijden lukt het om alle spullen weer naar de Rijn en Schiekade te verhuizen. Wat een hoop spullen hebben we toch, en ik heb niets van dat alles ook maar één minuut gemist. We nemen ons voor om weer veel weg te doen. De rest van de dag zijn we bezig met verhuizen en uitpakken. ‘s Avonds weer eens pizza gegeten. ‘s Avonds gaat Myrthe in haar eigen bed slapen en Wouter op de logeerkamer omdat zijn bed nog in elkaar gezet moet worden. Nadat ze en half uurtje op bed liggen komt Wouter weer naar beneden, hij vindt het eng om alleen zonder Myrthe te slapen. Even later staat Myrthe ook beneden, ze vind het ook ongezellig zo zonder Wouter. Ze vinden samen snel een oplossing, ze slepen een matras naar Myrthe haar kamer zodat ze toch bij elkaar kunnen slapen. Sinds dat moment heeft Wouter helemaal geen haast meer met het in elkaar zetten van zijn bed, sterker nog hij maakt zich zorgen dat ie dan alleen op zijn eigen kamer moet gaan slapen… Dan zijn wij ook moe en gaan met een vreemd gevoel naar bed. Nu is het wel echt helemaal voorbij.

Dinsdag gaan we verder met uitpakken en breng ik ‘s-ochtends het busje terug. ‘s Middags gaan we met de trein en de bus terug naar de boot. Aranka en ik vinden het wel lekker om nog even op de boot te zijn. Op de één of andere manier is het leven op zo’n schip heel eenvoudig. Je hoeft bijvoorbeeld nooit ver van huis te zijn, want je huis vaart gewoon daar naartoe waar je moet zijn. Als je iets nodig hebt, wacht je gewoon tot je in een haven bent waar je het makkelijk kan krijgen. En sjouwen met spullen hoeft sowieso niet want daar heb je helemaal geen plaats voor. Nu we thuiskomen stapelen de actielijstjes zich alweer op. Maar goed we gaan woensdag lekker meevaren met de Sail-In Parade. Wouter, Inger en Marja, de moeder van Aranka, varen ook mee. Gezellig!

Een schotel kibbeling waar Wouter’s hoofd nauwelijks bovenuit komt
Als we dinsdag aankomen in Scheveningen begint het net te plenzen. Het is al laat en we moeten nog wat eten en dus besluiten we vis te gaan eten bij Simonis. Aranka gaat vanuit de tram met Myrthe en Wouter direct naar Simonis en ik breng eerst nog even wat spullen naar de boot. Daarna kan ik met een leenfiets ook weer snel naar de andere kant van de haven fietsen. We zijn nog net op tijd en omdat we de laatste bestelling doen krijgen we enorme hoeveelheden vis. Zonder meer veel te veel om op te eten. Wouter zit achter een schotel kibbeling waar zijn hoofd nauwelijks bovenuit komt. We nemen wat overblijft maar mee, is ook lekker morgen tijdens de Sail-In Parade. Woensdag vertrekken we wat later dan gepland. We werden pas na acht uur wakker, blijkbaar hadden we wat slaap nodig. Er staat niet veel wind (2-3 Bft) maar als we de spinnaker zetten lopen we toch met vijf tot zes knopen naar IJmuiden. We varen op met een paar andere zeilboten die ook naar de Sail-In Parade lijken te gaan, maar die op de motor varen. Langzaam lopen we op ze uit en we halen ook andere op de motor varende zeilboten in. Toch lekker zo’n Spinnaker! Rond half één pikken we in IJmuiden Inger, Wouter en Marja op bij de jachthaven. We liggen aan lagerwal in een kommetje, mooi om eens met een loeflijn af te varen. Terwijl een aantal opvarenden nog zit te puzzelen hoe je hier nou weg moet komen draait de White Witch heel rustig bijna 180 graden tot ze mooi in de richting van de uitgang van de haven is gekeerd. Bij de sluizen is het erg rustig, we maken ons al zorgen dat de Sail-In parade al voorbij is. Alle grote tallships zijn tussen acht en twaalf uur vanochtend door de sluizen geschut die toen voor het overige verkeer gestremd waren. Maar als we voorbij het sluizencomplex zijn komen we gelukkig midden in de Sail-In parade terecht. We kijken onze ogen uit, naar de prachtige tallships. Veel schepen hebben hun zeilen op, wat het nog indrukwekkender maakt. Leuk zijn ook de schepen waar de bemanning op de zalingen staat. Inger en Wouter hebben taart meegenomen en tijdens de koffie halen we ook onze seinvlaggetjes tevoorschijn en maken een mooie pavoiseerlijn met vlaggetjes, dat ziet er feestelijk uit!

We genieten volop
We varen wat langzamer dan de grote tall-ships zodat de een na de ander voorbij komt varen. Alhoewel het wel druk is, is er voldoende ruimte om te varen en de sfeer is erg gezellig, kortom we genieten volop. Het weer werkt ook nog mee en in de loop van de middag breekt het zonnetje door. Halverwege zien we Susanne Duin van de Bruynzeelhaven waar we vorig jaar een paar maanden konden liggen. Ze nodigt ons uit om even langs te komen op de haven. Als we een paar uur later langs de Bruynzeelhaven komen meren we af in een box die nog vrij is en kletsen bij. Ze hebben onze voorbereidingen voor de reis meegemaakt en vinden het leuk om te horen hoe het gegaan is. Ook horen we nu van degene die met de Antares is meegevaren naar Suriname hoe het hun vergaan is. Leuk en gezellig weerzien. Na een uurtje gaan wij verder, hopelijk is de Oranjehaven (normaal IJ-haven) nu niet meer gesperd en kunnen we langs alle tallships varen.


Bij het station gaan Inger en Wouter van boord. Een sloepje met een paar vrolijke lui wil ze wel even aan de kant zetten. Marja blijft aan boord en vaart mee naar Lelystad waar de White Witch morgen de kant op gaat. Een vroege winterstalling, want we verwachten eigenlijk niet dat we dit jaar nog veel gaan zeilen. We hebben er wel voldoende mijlen op zitten en Myrthe en Wouter hebben nu ook wel zin in andere leuke uitstapjes.

Laatste tallships is afgemeerd
Wij varen met Marja door en moeten nog even wachten bij de Oranjehaven totdat één van de laatste tallships is afgemeerd. Bij dat wachten is het wel echt druk en is het goed dat we fenders uit hebben gehangen. Aranka moet ook nog een paar keer met de fenderbal een andere bootje afhouden, maar de sfeer is heel gemoedelijk. En dan is de Oranjehaven vrij en kunnen we in een gezellige drukte langs alle tallships varen. Indrukwekkend als je ze zo bij elkaar ziet liggen. We zien ook nog een duikboot en als we weer uit de Oranjehaven varen komt net het laatste tallship binnenvaren. Je moet het maar doen, tussen die honderden bootjes zo’n enorm schip afmeren.

In de verte zien we het vuurwerk
Het is inmiddels rond achten als we de Oranjehaven verlaten en we varen richting de Oranjesluizen. We hoorden dat het daar ‘s middags heel erg druk was, maar wij kunnen nu zo de sluis invaren en ook de Schellingwouderbrug draait net als we aan komen varen. We motoren nog tot we echt op het Markermeer zijn en dan kunnen we zeilen. Het water is spiegelglad en het is opmerkelijk hoe rustig het hier is, maar een half uurtje varen van de enorme drukte in Amsterdam. Er staat maar zeven knopen wind, maar de wind komt gunstig in waardoor de schijnbare wind wat meer is en we toch vier knopen lopen. Na anderhalf uur varen we de haven bij de Blocq van Kuffeler in en gooien ons ankertje uit. Het is een prachtige avond en de kids en Marja slapen al. Samen met Aranka kletsen we nog wat na met een glas wijn. In de verte zien we het vuurwerk dat bij Sail Amsterdam wordt afgestoken, maar verder is het stil en rustig. Prachtig! Het was vandaag een drukke, maar ook ontzettend leuke dag. Zo met de Sail-In parade mee te varen voelt als een mooie afsluiting van Onze Zeilreis. Het blijft een vreemd gevoel om terug te zijn. Enerzijds is het fijn om iedereen weer te zien en weer in ons huis te wonen, maar we missen ook het lekker ongecompliceerde leventje op de boot. Het is ook voor ons tijd om maar eens naar bed te gaan. Morgen zetten we de boot op de kant en dan is het echt helemaal over en uit!

Mc Crevy en Mc Myr


Miljoenen gouden munten
Als we aankomen op Mull in Tobermory is het al laat in de middag. We zien een rijtje kleurige en vrolijke huisjes langs het water staan die er vrolijk uitzien. Volgens een de overlevering ligt hier in de modder het wrak van een Spaans oorlogsschip dat hier na een explosie gezonken is en waar nog miljoenen gouden munten aan boord moeten liggen. Er is er nog nooit een gevonden…

Als we afgemeerd zijn en de haven betaald hebben loop ik met Aranka het plaatsje in. Wouter en Myrthe hebben in analogie met het Dolfje Weerwolfje boek “Meermonster” een schotse naam verzonnen. Ze heten nu McCrevy en McMyr. McCrevy en McMyr blijven als wij een wandelingetje maken liever op de boot. Tobermory is een leuk plaatsje, we proberen een autootje te huren voor woensdag maar de autoverhuurder is al dicht, dan maar morgen ochtend proberen. We lopen langs wat toeristenwinkeltjes die een onuitputtelijke aantrekkingskracht hebben op Aranka, en doen nog een paar boodschappen bij de supermarkt. Ik moet hier vroeger toen ik de leeftijd had van McMyr ook geweest zijn toen ik samen met mijn ouders en broers door Schotland fietste, maar ik kan met dit plaatsje niet voor de geest halen, wel kan ik me nog rotsen vol met vogels herinneren en dat ik een net nieuw jack had laten liggen (maar dat kan ook op een ander eiland geweest zijn) wat toen natuurlijk een groot drama was. Ik ben benieuwd wat McCrevy en McMyr zich later van Mull herinneren.


Single lane roads
Woensdag 29 juli sta ik vroeg op om een autootje te huren. We hoorden al dat er een cruiseschip was vandaag en dat de auto´s wel eens allemaal verhuurd zouden kunnen zijn. Als ik op de steiger stap zie ik inderdaad al hele drommen toeristen die met kleine bootjes naar de kant gebracht worden. Als ik -nog net voor de drommen toeristen- bij de autoverhuurder kom zijn alle auto’s inderdaad al verhuurd. Dan maar voor donderdag want we willen Mull wel graag zien. Als ik vraag of ik de auto ook al woensdag avond kan ophalen vertelt een van de toeristen dat ze de auto al voor twaalf uur ‘s-middags weer inlevert omdat het cruiseschip om twaalf uur alweer vertrekt. Dat is pas echt een bliksem bezoek… Maar voor ons prima dan hebben we de hele middag en avond om rond te kijken.

Daarna lekker verse croissantjes gehaald bij de Co-op en nadat iedereen wakker is en ontbeten heeft doen we een paar blokken Geobas voordat we samen het plaatsje inlopen. Om twaalf uur staat de auto klaar en dan vertrekken we ook meteen. We rijden eerst richting Loch Tuath over een mooi smal weggetje. Ze hebben hier single lane roads wat betekent dat als je een tegenligger tegenkomt één van de twee moet wachten bij een passeerpunt of als er geen meer is je even achteruit moet rijden. Grappig en ook geen probleem want er rijden hier maar heel weinig auto’s. We stoppen op een paar mooie uitzichtpunten met prachtige uitzichten over ruige heuvels begroeid met gras en bomen. We ontdekken al snel dat het “rondje Mull” wel wat ver wordt en stellen ons plan bij. We rijden door naar Loch Scridain en slaan het eiland Iona dan over en rijden door naar Duart Castle een prachtig oud kasteel waarvan veel ruimtes zijn ingericht zoals ze vroeger ook waren. Kleden aan de muur en meubels. Dat geeft toch een heel ander beeld dan de grijze stenen kastelen die je normaal ziet. Zo kan ik me wel voorstellen dat het hier goed toeven moet zijn geweest. Gisteren waren we hier ook al langs gevaren. Het kasteel ligt prachtig op een punt waar verschillende Loch’s bij elkaar komen. Het valt op hoe leeg de rest van Mull nog steeds is. Ik kan me zo voorstellen hoe hier vroeger mensen van kasteel naar kasteel trokken door de bergen en het doet me denken aan het boek “Een Brief voor de Koning” wat McCrevy en McMyr als luisterboek hebben.


Heuveltje op, heuveltje af
Daarna rijden we door naar het andere kasteel van Mull, Glengorm Castle. Dit is nog privé eigendom en wordt gebruikt als hotel en trouwlocatie. We kunnen het dus niet van binnen bekijken, maar we maken er een mooie wandeling met uitzicht op de westkust van Schotland. Het is prachtig weer en met de lage zon is het een prachtig gezicht. We komen langs de Glengorm Standing Stones, grote stenen die rechtop staan in een cirkel vanuit de tijd van de eerste bewoners van Mull. McCrevy en McMyr kunnen heerlijk door het gras rennen en rennen heuveltje op heuveltje af. Daarna lopen we langs de heuvel waarop ooit Dun Ara Castle stond en waar vroeger de scheepvaart rondom Mull in de gaten werd gehouden. Er is niet veel meer van over, maar het uitzicht is prachtig. Daarna lopen we door en lopen rond het Glengorm Castle terug naar de auto. Als we weer terug zijn in Tobermory wandelen we even door het plaatsje en eten we heerlijk in een Pub. Om tien uur ‘s Avonds moeten we weg, want kinderen mogen na tien uur niet meer in de pub. Goed want het is de hoogste tijd voor McCrevy en McMyr om naar bed te gaan.


Typisch Britse humor
De volgende ochtend (donderdag 30 juli) gaan wij ook weer verder naar Corpach waar het Caledonisch Kanaal begint. Via het kanaal varen we van west naar oost Schotland. Het eerste stuk kunnen we deels zeilen maar we moeten ook stukjes motoren. We zien Duart Castle nog in de verte liggen als we vanuit de Sound of Mull Loch Linnhe invaren. Bij Corran Point is een versmalling in het Loch waar het hard stroomt. Gelukkig hebben we stroom mee en spuiten we met vijf knopen stroom mee door de versmalling heen. Als we voorbij de versmalling zijn zie ik de keerstromen goed en ik zorg dat we in de hoofdstroom blijven zodat we zo lang mogelijk de stroom mee hebben. Hier draait de wind ook naar pal van achteren en ik zet de spinnaker zodat we nog een uurtje heerlijk kunnen zeilen voordat we bij Corpach aankomen. Het is dan al na vijven en de zeesluis wordt pas weer morgenochtend bediend. Er ligt al een Engels schip aan de wachtsteiger en dus moeten we langszij. Als we vragen wanneer zij weg gaan blijken zij al door het kanaal heen te zijn geweest en morgen ochtend om zes uur te vertrekken. We wisselen dan maar even van plek zodat wij aan de steiger liggen en zij langszij zodat ze ‘s ochtends makkelijk kunnen wegvaren en wij nog even kunnen doorslapen. ‘s Avonds drinken we nog wat samen met onze buren en genieten van de typisch Britse humor voordat we naar bed gaan.

Verse croissantjes en een stokbrood
Vrijdag ochtend sta ik om zeven uur op. Er is dan nog niemand bij de sluis maar er komt wel een Noors schip, een 49 foot Ovni, aanvaren die ik help met afmeren. Aan boord is een Noors gezin met drie kinderen. Als ik het plaatsje Corpach inloop is de supermarkt al open en ik koop verse croissantjes, een stokbrood en nog een gewoon brood. Dat hebben de Engelsen dan weer wel van de Fransen overgenomen, goede croissants en lekker vers stokbrood. Als ik terug kom is er al iemand van de sluizen en 10 minuten later kunnen we de zeesluis in. In de zeesluis gaan we nog niet veel omhoog, deze is er vooral om het eb en vloed verschil te compenseren. In ze zeesluis moeten we een half uurtje wachten want er komt nog een (ook Noors) jacht aan. Als ik betaal voor het kanaal krijgen we een forse korting omdat we ook al door het Crinan Canal zijn geweest. Er is nog voldoende tijd over, kan ik nog mooi even douchen. Er zijn hier net zo als bij de meeste sluizen keurige toiletten en douches voor als je er overnacht.

Neptune´s Staircase
Nadat we door de zeesluis heen zijn, varen we nog door een dubbele sluis voordat we beginnen aan “Neptune´s Staircase”, acht aaneengeschakelde sluizen waarbij er tussen twee sluizen maar een paar sluisdeuren zit. Er kan dus maar een richting tegelijkertijd door de sluizen. Neptune’s Staircase heeft acht sluizen achterelkaar. McMyr en McCrevy helpen mee door met de landvasten over de kant van de ene sluis naar de andere sluis mee te lopen en ze daar weer vast te zetten. Dat gaat prima, al moet er wel om de drie sluizen een tegen prestatie aangeboden worden. Maar met de nodige koekjes en drinken en een heus punten systeem waarmee ze een ijsje kunnen verdienen hebben we er met zijn allen een hoop lol in. Op de kant kijken een hoop toeristen die het allemaal erg interessant vinden. Vooral de Chinese toeristen zijn vermakelijk, ze willen allemaal weten wat het kost, als je dan vraagt wat ze bedoelen hebben ze geen idee, door het kanaal varen of een schip, het maakt ze niet uit als ze maar een bedrag horen.

Typisch Schots weertje
Na Neptune´s Staircase varen we door, het weer is bewolkt, maar het is droog, dus dat is al helemaal niet slecht. We varen samen met de twee Noorse boten en nog een onderhouds schip dat de sluizen onderhoudt, een vierkante bak met drie erg vrolijke Schotten erop. Om drie uur zijn we door de sluizen en de brug van Gairlochy en vinden we het wel mooi geweest. We meren af en dan begint het vrijwel direct te regenen en daar houdt het de rest van de dag ook niet meer mee op. Nou ja, typisch Schots weertje wat ons Hollanders ook niet vreemd is. De rest van de middag doen we nog een paar blokken Geobas en daarna gaan we Monopoly spelen. Helaas duurt dat altijd zo lang dat we voordat het is afgelopen alweer moeten stoppen omdat we aan dezelfde tafel ook moeten eten. Aranka kookt lekkere Chili Con Carne en ’s avonds spelen we nog een spel Monopoly totdat McCrevy het niet meer leuk vindt en we stoppen, want het is tenslotte voor de lol.

Zaterdag vertrekken we rond negen uur en we kunnen een heel stuk zeilen over Loch Lochy. Dat is lekker, bovendien is het weer ook een stuk beter dan gisteren. Er valt nog wel af en toe een buitje, maar de zon laat zich ook vaak zien en dan is het meteen lekker warm. Het is een prachtige tocht om zo over het meer te varen.

Het Caledonisch Kanaal is in totaal 60 mijl lang, maar het grootste gedeelte (38 nm) bestaat uit Lochs of meren die gevormd zijn door een gletsjer. Het hoogste punt is Loch Oich en is slechts 32 meter boven zee nivo. Bijzonder dat je dwars door Schotland heen kan, wat nou niet bepaalt vlak is, en daarvoor maar 32 meter hoeft te stijgen! Het had dus niet veel gescheeld of Noord Schotland was een eiland geweest.

Tijdens een fietsvakantie
Na Loch Lochy gaan we verder omhoog door een sluis en dan komen we na een stukje kanaal op Loch Oich waar we ook weer een heel stuk kunnen zeilen. We varen nog steeds op met de Noren die sneller motoren dan wij, maar als wij zeilen lopen we weer op ze uit. Na Loch Oich is er nog een prachtig stuk kanaal voordat we bij Fort Augustus aankomen. Hier meren we tijdelijk aan de kade totdat we met de laatste lichting van 17:00 uur mee naar beneden kunnen. Omdat er erg veel bootjes zijn, worden er twee sluizen achter elkaar gevuld, die dan het trappetje van deze keer “slechts” vijf sluizen naar beneden gaan. De eerste lichting zijn alle huurbootjes die de sluiswachter liefst apart in de sluis heeft van de privé jachten, omdat er nog wel eens wat schade ontstaat met de huurboten. Als ik kijk hoe de huurboten de sluis in varen krijg ik wel een aardig beeld van wat de sluiswachter daarmee bedoelt… In Fort Augustus is het ook weer erg toeristisch maar ook wel gezellig. Het kan goed zijn dat ik ook hier al een keer eerder ben geweest tijdens een fietsvakantie. We zijn toen ook bij Loch Ness geweest en er staat me vaag iets van bij dat we toen van dit soort sluizentrappen hebben gezien. Grappig dat we er nu zelf met ons schip doorheen varen.

Als wij de sluizentrap afdalen helpen McCrevy en McMyr weer goed mee. Onderaan de sluizen meren we af aan het begin van Loch Ness. Toen we aankwamen waren de steigers waar je aan kan meren nog vrijwel leeg, maar nu is er nog maar beperkt ruimte. Wij liggen vooraan in de sluis en nadat we uit de sluis zijn maken we een mooie 180 draai en meren zo met de kop in de wind aan bij een van de laatste vrije plekjes. Samen met Aranka gaan we diesel halen bij de pomp die hier vlakbij onze steiger ligt. Nu moeten we wel genoeg hebben om weer naar Nederland te varen. Na het eten ga ik nog een ijsje kopen met McCrevy en McMyr, dat hebben ze met al het helpen wel verdiend!

Nog een heel eind
Zondag vertrekken we vroeg en varen het beroemde Loch Ness op. Het is prachtig weer. Maar er is helaas geen wind. Halverwege Loch Ness ankeren we bij Drumnadrochit waar ook weer een oud kasteel staat. Het is lastig om een goed plekje te vinden, als we net liggen blijken we toch een beetje dicht bij de vaarroute van een veerbootje te liggen dat toeristen naar het kasteel brengt. We zoeken een ander plekje maar vinden het niet. Net als we het opgegeven hebben varen we over een ondiepte van zes meter waar we het anker laten vallen. Aranka, McCrevy en McMyr gaan het kasteel bekijken en ik doe een klusje op de boot. De buitenboord motor zit vast op de hekstoel en sinds we hem daar hebben vast gezet op Bermuda is hij er niet meer vanaf geweest. Nu zit een van de klemmen muur en muur vast. Ik demonteer de motor van de motorsteun en dan kan ik de klem los wurmen. Ik had de klem al proberen te smeren met kruipolie (WD40) maar dat hielp niet. Door de klem te verwarmen op het fornuis en de bout die er doorheen loopt met water te koelen komt er ietsje ruimte en beweging in. Ik moet dezelfde truc nog en paar keer doen, voordat ik eindelijk de bout uit de steun los krijg. Als alles schoongemaakt is en gesmeerd loopt het weer als een zonnetje zodat we de buitenboord motor een volgende keer weer kunnen gebruiken. Nu moeten Aranka, McCrevy en McMyr nog terug peddelen. ’s Middags varen we verder over Loch Ness, we kijken nog uit naar Nessie, maar we zien alleen ons eigen monster McCrevy met zijn woeste haren. Na Loch Ness varen we nog een klein stukje verder tot Lock Dochgarroch waar we nog doorheen gaan en daarna afmeren aan een steiger. Het is prachtig hier en eigenlijk zou ik nog wel een dagje willen blijven liggen. Maar het is inmiddels 2 augustus en het begin van het schooljaar komt alweer dichtbij en we moeten nog een heel eind dus we besluiten toch maar om de volgende ochtend door te varen naar Inverness en dan ’s middags met hoogwater naar buiten te gaan en door te varen naar Lossiemouth. Als ik rondloop zie ik het Oakwood Restaurant dat allerlei prijzen heeft gewonnen. Daar wil ik wel meer van weten en het lukt nog om een tafeltje te reserveren. Om acht uur gaan we erheen en we eten heerlijk. Als toetje krijgen we stijf geslagen room met frambozen en natuurlijk… whisky er doorheen, zalig!

Halve meter in de bodem zakken
Maandag moeten we ook bij tijds op om door de volgende brug te kunnen. Die draait om acht uur en dan pas weer na tien uur. We komen keurig op tijd bij de brug en kunnen zo doorvaren. Dan is het nog maar een klein stukje naar Inverness waar we in de Seaport Marina afmeren. Hier doen we een paar blokken GeoBas (aardrijkskunde). Het is leuk dat veel van wat McCrevy en Mc Myr leren we ook in het echt zien, zoals een open mijn, verschillende landschappen en kwelders. We doen boodschappen in een enorme supermarkt en maken de boot klaar om weer echt te zeilen. Om twee uur ’s middags kunnen we door de zeesluis naar buiten. We hebben goede wind schuin van achteren. Het is nog 40 mijl varen, maar we hebben geen haast. We kunnen de haven van Lossiemouth pas om 23:30 in want anders is het nog te ondiep. We varen samen op met de Pilgrim waarmee we ook al het laatste stuk door het Caledonische Kanaal opgevaren zijn. Na het eten gaan McCrevy en McMyr slapen. We schieten al lekker op maar het laatste stuk gaat het langzaam als we tegenwind en tegenstroom hebben. Omdat we toch nog niet de haven in kunnen kruisen we het laatste stukje toch maar netjes op. Om half twaalf varen we de haven in door een smalle doorgang. We meren af aan het Visitor’s Pontoon en zien al direct dat we wel zo’n halve meter in de bodem zullen zakken met laag water. We worden nog uitgenodigd op de Pelgrim bij Pete en John. John is 77 jaar oud en een oud-collega van Pete en zeilt nog vrolijk mee. Ze zijn allebei loods (geweest) en kennen alle havens aan de oostkust en geven ons nog en heleboel nuttige tips. Rond twee uur gaan we terug naar onze boot en gaan we heerlijk slapen.

doe maar alsof ik precies weet wat ik doe
Dinsdag ochtend doe ik eerst school met McCrevy en McMyr terwijl Aranka lekker vers brood en scones haalt. Zien we ons schip steeds hoger uit het water komen. Blijkbaar is de ondergrond toch niet zo zacht als de havenmeester denkt. De voorpunt komt zeker veertig centimeter hoger te liggen maar achter blijft de boot drijven, zodat hij voldoende stabiliteit houdt en gelukkig niet omvalt of scheef gaat liggen. Als het weer hoogwater is varen we samen met de Pilgrim uit naar White Hills, dat 25 mijl verderop naar het oosten ligt. We hebben zuiden wind en schieten lekker op. Eind van de middag varen we White Hills binnen, een erg leuk klein haventje. We hebben de fenders aan bakboord hangen en er wordt ons door de vriendelijke havenmeester een plekje in de binnenhaven aangewezen. Er is hier erg weinig ruimte en de fenders hangen verkeerd om langs de kade af te meren. Bovendien moeten we er ook nog een keer uit en komt de wind van achteren dus ik besluit toch maar te keren terwijl er eigenlijk geen plek voor is. Door de voorpunt in een zij-kanaaltje te prikken probeer ik om, tegen de wind in en tegen de schroefwerking in, de boot te keren. Ik lach vriendelijk naar de havenmeester, die enigszins bezorgd naar ons kijkt en doe maar alsof ik precies weet wat ik aan het doen ben… Gelukkig gaat alles goed en liggen we even later netjes langs de kade. Aan de kade zit The Galley Waterfront Restaurant van een Nederlandse vrouw uit IJmuiden. Dat is bijzonder en we kunnen nog samen met de bemanning van de Pilgrim een tafeltje reserveren voor half acht. Voor de rest is het al vol. Eerst wandel ik nog even met Aranka door het plaatsje met prachtige goudkleurige graanvelden op glooiende heuvels om het plaatsje heen. We hebben een mooi uitzicht over de haven en over de graanvelden. ‘s Avonds eten we heerlijk samen met Pete en John van de Pilgrim. Later kijken we nog naar het weer en er staat morgen een zuiden wind. Dat betekent dat we het eerste stuk naar het oosten goed kunnen varen. Vanaf Lackie Head zullen we de wind steeds meer tegen krijgen. We kunnen dan wat verder naar het oosten de zee in steken om zo om Rattray Head heen te kruisen. Bij Rattray Head staan vervelende golven bij stroom tegen wind wat wij morgen ook hebben. We besluiten wel te gaan en vertrekken om 12 uur, 2 uur voor hoogwater als er genoeg water staat om de haven uit te varen. Het eerste stuk gaat inderdaad heerlijk snel, we lopen meer dan zeven knopen door de gunstige wind en de stroom die we mee hebben. Als we bij Lackie Head komen worden de golven langzaamaan wat ruiger. Bij Rattray Head staan brekers midden op zee, maar we zeilen er goed doorheen. Als we overstag gaan richting Peterhead is het al beter bezeild dan we dachten en zo varen we toch soepel naar Peter Head. Omdat er nog veel golven staan vragen we toestemming om de zeilen pas in het beschutte water van de commerciële haven te strijken, dat is akkoord als we het vlak voor de jachthaven doen. Even later worden we vriendelijk ontvangen door de havenmeester en liggen we netjes aan de steiger. Alhoewel we de laatste dagen flink zijn opgeschoten is het nog een flink eind naar Nederland met iets meer dan een week te gaan. We besluiten daarom een nachtje door te varen en in een keer naar Berwick upon Tweet te varen, ruim honderd mijl zuidelijker. Vandaar kunnen we ook met de trein naar Edinburgh. Het alternatief is om naar Port Edgar in Edinburgh te varen, maar dat is wel een heel stuk om. We kiezen daarom om morgen te vertrekken naar Berwick upon Tweet. ‘s Avonds nodigen we de bemanning van de Pilgrim uit voor het eten. Het is erg gezellig samen. Morgen gaan zij ook verder maar zij varen waarschijnlijk geen nacht door. Wel krijgen we nog een uitnodiging om bij John thuis te komen eten als we in de buurt van Whitby komen.

Van Kerry Gold tot Guinness


Na vier dagen pal naar het noorden varen zie ik vrijdag ochtend vroeg weer land in zicht. We varen tussen Rams Head en Fort Davis door naar het beschutte binnenmeer bij de monding van de River Lee. Het is nog vroeg en we zijn ruim op tijd om met het opgaande tij de River Lee op te varen naar het centrum van Cork. Dan zijn we ook mooi op tijd voor Ellen en Herbert die dit weekend langskomen.

Van Justin en Trish van de Ierse zeilboot de Selkie hebben we gehoord dat je het leukst in de Cork City Marina kan liggen. Dit is een steiger vlak bij het centrum. Het alternatief is Crosshaven wat vlak bij de zee ligt, maar veel minder leuk is dan Cork zelf. Wij varen dus door naar Cork en de tocht over de River Lee is ook prachtig. We komen langs het stadje Cobh dat er bijzonder fraai uitziet met allemaal gekleurde arbeidershuisjes en een enorm hoge kerktoren ertussen. De Titanic maakte zijn laatste stop in Cobh voordat zij aan haar eerste en enige Atlantische oversteek begon. Als we verder de rivier de Lee opvaren kunnen we sommige stukjes zelfs nog zeilen. We komen langs een oud kasteeltje en langs verschillende container terminals waar echt grote schepen liggen die door hetzelfde smalle kanaaltje in de rivier zijn gekomen als waar wij nu door varen. Gelukkig komen we niet zo’n groot gevaarte tegen…

Als we rond één uur ‘s middags aankomen bij de Cork ligt de steiger al vol, en gaan we langszij bij een ander schip. De Ieren die hierop varen komen uit Kilmore Quay, een haventje verderop richting Dublin. We raken met verschillende andere boten die hier liggen aan de praat en het valt op hoe vriendelijk en behulpzaam de Ieren zijn. Het maakt dat we ons hier ook snel thuis voelen. Ik ben nog op zoek naar een digitale kaart van Engeland en Ierland. In Coruña kon ik die niet krijgen. In de eerste winkel die we proberen vlak bij de haven hebben ze ook geen Navionics kaarten. Onze buurman biedt spontaan aan om ons later in de middag even naar een andere winkel te rijden waar ze deze kaart wel zouden moeten hebben. Dar is erg fijn, maar ik check toch nog even op Internet en vindt nog een Navionics dealer vlak bij de haven. Als ik erheen loop is het een soort woonhuis, dat dicht zit, maar er hangt wel een telefoonnummer op de deur. Dus maar gebeld en ja hoor, ik krijg iemand aan lijn die inderdaad Navionics kaarten verkoopt, sterker nog als ik mijn oude actieve kaart inlever krijg ik ook nog vijftig procent korting. Dat is mooi want aan een kaart van de Caraïben hebben we helaas niet meer zoveel…. De man is er over een kwartiertje, dus ik loop even terug naar de boot, haal het kaartje met de kaart van de Carieb op en als ik terug kom is de man die ik gesproken heb er ook al. Binnen is het een soort reparatie werkruimte voor elektronica. Het mannetje begint druk te bellen met Navionics. Het valt op dat alles via Engeland gaat, alle prijslijsten zijn in pond Sterling en de prijzen worden omgerekend naar euros. Na een kwartiertje krijg ik inderdaad de Navionics kaart van Engeland en Ierland mee. Dat is fijn want het vaart wel veel lekkerder met een kaart op de plotter zodat je precies ziet waar je bent. Ik bel onze buurman nog even op, dat het ritje niet meer nodig is. Wel weet hij nog een leuk restaurant in Cork.

‘s Middags gaan we zwemmen bij het Clarion Hotel waar we als gasten van de Cork City Marina voordelig in mogen. En na een weekje op zee is het ook wel lekker om even te douchen en te zwemmen. Na een klein halfuurtje worden we naar de kant geroepen omdat we geen badmutsen op hebben. Gelukkig kunnen we er twee lenen zodat Myrthe en Wouter nog even door kunnen zwemmen. Al springen hun lange haren overal onder de badmuts vandaan en ligt de badmuts vaker in het water dan dat ie op hun hoofd staat. Aranka en ik vinden het wel mooi geweest en gaan even internetten, kijken naar alle mailtjes en reacties op onze site van de afgelopen week. Er is een snelle verbinding dus ik kan ook meteen de elektronische kaart die ik gekocht heb updaten, staan alle nieuwe boeitjes er ook weer op. ‘s Avonds gaan we op advies van onze buurman eten bij het restaurant Marketlane waar onze buurman ook met zijn gezin zit. Was een goede tip want we eten heerlijke Ierse stoofpot. De bediening is ontzettend vriendelijk en ze kunnen ook goed met Myrthe en Wouter omgaan en regelen kleurpotloden en kleurplaten van marsmannetjes met enorme breinen waar even later druk in gekleurd wordt.

Zaterdag komen Ellen en Herbert, we verheugen ons erop! ´s Ochtends ga ik brood halen maar het valt niet mee een bakker te vinden. Uiteindelijk vind ik een bakker op de overigens beroemde English Market aan de andere kant van het centrum. Ik loop ook nog even langs de toeristeninformatie om te kijken wat je hier allemaal kan doen, als Herbert belt dat ze net geland zijn. Als ik bij de boot terugkom zie ik Ellen en Herbert al over de steiger lopen. Het is ontzettend leuk om ze na een jaar weer te zien. We worden erg door ze verwend met Stroopwafels, spelletjes, de Ruijter broodbeleg en Donald Duck pockets voor Myrthe en Wouter. Wat een leuke en geslaagde kado’s, Herbert en Ellen nogmaals bedankt!

Het is meteen als vanouds gezellig en we kletsen honderd uit om een jaar in te halen. Als we net aan de koffie zitten komt de havenmeester langs, of we even kunnen losgooien zodat een grote tweemaster die aan het begin van de steiger ligt eruit kan varen. Ook vertelt hij dat er die middag een grote zwemwedstrijd is in de rivier die eindigt vlak naast de haven, dus we hebben eersterangs uitzicht! Zo varen Herbert en Ellen ook nog een klein stukje mee op ons schip. Nadat de tweemaster is uitgevaren kunnen wij mooi op de vrijgekomen plaats liggen. Als dank voor de hulp krijgen we van de havenmeester een prachtig boek met oude Ierse schepen en een Ierse USB geheugenstick. Was niet nodig geweest maar is wel heel erg vriendelijk!

´s Middags wandelen we door het centrum dat erg levendig is. Het valt ons wel op hoe verschillend het hier is tov van de landen waar we hiervoor zijn geweest. In de Carib was je al blij als er überhaupt een kleren- of schoenenwinkel was, hier zijn er straten vol met schoenen- en klerenwinkels, echt… het houdt niet op! We kijken bij de Saint Mary and Saint Anne’s Cathedral waar je de toren in kan klimmen en zelf de klokken kan luiden. Wouter en Myrthe trakteren de buurt op een “modern” klokkenspel, ik kon er in ieder geval geen enkele melodie in ontdekken. Daarna gaan we nog naar het botermuseum. Dit gebied van Ierland “Kerry” produceert veel boter (Kerry Gold) en het museum vertelt de geschiedenis van de boterproductie. Opvallend is hoe positief en trots ze zijn op hun lidmaatschap van de EU, eens een positief geluid in plaats van alle negatieve berichten die je hierover in Nederland leest. Als we uit het museum komen willen we die boter ook wel eens echt proeven, naast het museum is een restaurantje waar ze heerlijke sandwiches hebben die inderdaad heerlijk smaken. Het moet wel de Kerry Gold zijn die er opgesmeerd is!

Terug bij de haven zien we allemaal zwemmers in het water i.v.m. het festival. Het is koud en niet iedereen draagt een surfpak. En de afstand is flink. We zien jonge mensen en oudere, gelukkig allemaal wel geoefend. Op de boot hebben we eerste rang, want daar komen ze allemaal langs naar de finish, vlakbij. Er zijn ook veel kanoërs bij die opletten of alles goed gaat met de zwemmers. De laatste heeft het zwaar, omdat er ook tegenstroom staat. Maar wat een enthousiast publiek en daarna staan ze allemaal onder de douches bij de brandweerauto. Is vast ook niet erg warm.

‘s Avonds kookt Herbert samen met Wouter. Het wordt een heerlijke pastaschotel. Als Myrthe en Wouter op bed liggen gaan we nog wat drinken in een Ierse pub. Myrthe heeft ons telefoonnummer en kan bellen als er iets is, maar we horen niets. Cork is ‘s avonds ook vol leven en drukte. We vinden een pub waar we nog buiten kunnen zitten en rustig kunnen bijkletsen als vanouds. Zondag ontbijten we met wentelteefjes die Herbert samen met Myrthe en Wouter maakt. Daarna doet Herbert nog ochtend gymnastiek met de kids, wat ze machtig interessant vinden. Het is vandaag prachtig weer en we maken nog een wandeling door de stad. We lopen naar het Fitgerald’s Park. Onderweg zien we nog dat een cricket wedstrijd wordt gespeeld. Erg Brits, maar erg veel snelheid zit er niet in… Gezellig om zo samen door Cork te wandelen. Als we ‘s middags terugkomen bij de boot is het alweer tijd om afscheid te nemen. Herbert en Ellen stappen in een taxi richting vliegveld. Wij vonden het erg leuk en het voelt een beetje leeg dat ze weer weg zijn.

We hebben nog een deel van de middag en de avond en we besluiten een bus naar Kinsale te nemen, een pittoresk stadje ten westen van Cork. Het is ruim een half uur rijden naar Kinsale wat inderdaad prachtig is. Mooie gekleurde huisjes die aan het water liggen met een hoop toeristenwinkeltjes. Aranka moet zich inhouden… ‘s Avonds kopen we Fish & Chips die we in een parkje opeten voordat we de bus terug nemen naar Cork.



Maandag 13 juli vertrekken we weer uit Cork. We varen vandaag de rivier af naar de Crosshaven zodat we morgen ochtend vroeg aan de tocht naar Kilmore Quay kunnen beginnen. Dat ligt 70 nm naar het oosten. De tocht langs de River Lee is weer leuk al is het weer minder goed dan op de heenreis, maar ja we zijn tenslotte in Ierland en niet meer in de Carib! Als we aankomen in Crosshaven waait het nog behoorlijk hard maar we komen toch netjes tussen de vingersteigers terecht. Het dorpje is wel aardig maar niet heel bijzonder. Er is een speeltuintje, een pub met internet en een supermarkt en een lekkere douche, dus prima om een nachtje te liggen.

Dinsdag staan we om vijf uur ‘s ochtends op. Het is lekker dat het nu zomer is en de dagen zo lang zijn. Een half uur later gooien we de trossen los. We hebben pal tegenwind en het is koud. Het is mistig en het regent. Onze buurman uit Cork vertrekt ook vandaag richting Kilmore Quay, wat zijn thuishaven is. We vertrekken tegelijkertijd uit Crosshaven, maar hij geeft meer gas en we verliezen hem al snel uit het oog. Het is 65 mijl naar Kilmore Quay, naar het oosten en vlak voor de bocht aan de Ierse zuidkust. Achteraf hadden wij beter ook wat meer gas kunnen geven, in het begin kunnen we nog goed tegen de wind in motorzeilen maar als het harder gaat waaien en de zee steeds ruwer wordt gaat het ook steeds langzamer. We proberen nog stukken te kruisen maar het gaat allemaal erg langzaam en dan is 70 mijl een hele afstand. Naarmate de dag vordert wordt het steeds spannender of we nog wel op tijd in Kilmore Quay aankomen. Van onze “buurman” weten we dat er een zand drempel ligt in de ingang en we er alleen rond hoogwater in kunnen varen. Op ruim 20 mijl roep ik de haven op, en het blijkt dat we nog tot drie uur na hoogwater de haven in kunnen, dat is weer een uurtje extra. Bij Swines Head vlak voor Dunmore East moeten we besluiten wat we doen, varen we door of gaan we naar Dunmore East en daar voor anker? We besluiten door te varen en het er maar op te wagen. Als we het niet halen moeten we weer terug varen want na Kilmore Quay is er een hele tijd niets. We hebben geluk want na Swines Head draait de wind iets gunstiger en komen we in beschutter water. We zetten de motor ook nog ietsje harder en lopen dan al motor zeilend een paar knopen harder. Uiteindelijk komen we toch nog rond acht uur aan bij Kilmore Quay, een uur voordat we de haven niet meer in kunnen. De aanloop gaat via een lichtenlijn omdat je vlak langs een ondiepte vaart, St Patrick Bridge. Dit is een soort natuurlijke dam die vanaf het vaste land naar de Saltees Islands loopt. Met springtij laag water schijnen ze hier zelfs met een tractor over gereden te hebben naar Little Saltee. St. Patrick Bridge is berucht vanwege de vele schepen die erop stuk gelopen zijn. De aanloop gaat verder prima en we zijn blij dat we er zijn. We komen onze buurman tegen die er al vier uur eerder was! Hij heeft dan ook wel een wat sterkere motor. We ontmoeten ook Paul Neale, één van de vijf eigenaars van Great Saltee die net in een bootje aan komt varen. Ze adviseren ons om naar Great Saltee toe te gaan omdat er nu heel veel vogels (Jan van Genten, Puffins en Aalscholvers) zitten. Over twee weken zijn alle Puffins weer weg, dus dit is het moment om te gaan kijken. Eigenlijk hebben we geen tijd, we willen door naar Dublin en naar Isle of Man want medio augustus komt hard dichterbij en we moeten nog zo’n duizend mijl varen… ‘s Avonds eten we heerlijke vers gevangen Fish & Chips.

De volgende ochtend maken we de boot klaar, maar we kunnen pas weg uit de haven van Kilmore Quay rond twee uur ‘s middags wanneer het hoogwater wordt en we over de drempel kunnen om het tij mee te pakken naar Arklow, zo’n 50 nm naar het noorden. Dus we beginnen met klusjes aan de boot, ik span de verstaging aan die aan de lij-zijde slap hangt als we hoog aan de wind varen, er komt een nieuwe harp aan de onderlijkstrekker die los was gesprongen tijdens de oversteek naar Cork, de grootzeilval wordt ingekort zodat een geschavield stuk eraf kan, de genua vier wordt weer netjes opgevouwen (lag al sinds de overtocht van Coruña naar Cork opgefrommeld in de bakskist) en Aranka doet nog een was en boodschappen. Als we klaar zijn zien we een bootje vertrekken naar Great Saltee, Aranka rent er naar toe en we kunnen nog mee als we direct instappen. Ze zijn rond één uur weer terug dus dat past precies. We varen met een snelle boot met nog een aantal andere vogelaars naar het eiland en we kunnen erg dicht bij de rotsen komen waardoor we een prachtig zicht hebben op de duizenden vogels die er op het eiland zitten. Er zijn rotsen die ingenomen zijn door de puffins en weer andere rotsen zien helemaal wit van de Jan van Genten. Ook zien we een tiental zeehonden die vlak om de boot nieuwsgierig naar ons komen kijken. Wouter heeft toevallig zijn puffin t-shirt aan en wijst alle puffins aan die we op de rosten zien of die langs zwemmen of over vliegen. Myrthe en Wouter zijn laaiend enthousiast en vinden het prachtig. Ik kan me nog herinneren dat ik vroeger, toen we met mijn ouders en broers fietstochten maakten door Engeland en Schotland, ook een boottocht maakte langs een vogeleiland dat ook wit zag van de Jan van Genten, ergens in de buurt van Skye. Ik hoop dat Myrthe en Wouter zich dit later ook nog kunnen herinneren.

Als we terugkomen in de haven zien we nog een zeehond in de haven zwemmen, en dan maken we ons klaar voor vertrek. Om twee uur varen we weg, het is mooi weer en er is een klein beetje tegenwind. Omdat het hoogwater is kunnen we over St. Patrics Bridge varen. Bij Carnsore Point, de Zuid-Oost punt van Ierland, krijgen we 3 knopen stroom mee. Helaas blijft de wind om de kaap tegen staan terwijl we toch ruim negentig graden naar het noorden zijn gedraaid. Maar we kunnen motorzeilen en schieten wel op. Ondanks de tegenwind is het een mooie vaardag met een prachtige ondergaande zon en een heerlijk rustige zee. We proberen nog voor het donker aan te komen, maar dat lukt niet. Als we bij Arklow de rivier opvaren is het donker en we zien dat de rivier vol ligt met boten aan moorings. We gaan niet de marina in omdat deze te klein is voor ons schip. Er is verderop een steiger in de rivier waar we wel aan kunnen liggen maar die ziet er -voor zover we dat kunnen zien in het donker- vol uit. Er is een smal stukje water naast de steiger vrij waar we achteruit in varen omdat ik niet verwacht dat ik er nog kan keren. Een stuk verderop aan de steiger is nog net één plekje vrij waar we net in passen. We meren rond half twaalf af en gaan dan snel naar bed, over zes uur staat het tij weer mee en vertrekken we weer richting Dublin.

Donderdag 16 juli vertrekken we om 6 uur in de ochtend. We hebben geen havenmeester gezien, dus ook niets kunnen betalen. Op zee hebben we de wind nog steeds tegen terwijl hij vandaag vanuit het oosten voorspeld was, blijkbaar is de wind hier lastig te voorspellen. Maar na de eerste kaap hebben we een forse stroom mee en lukt het ook nog om strak aan de wind te zeilen. Dan lopen we zelfs even 8.6 knopen als we tussen de zandbanken door varen. Zo gaat het vandaag vrij vlot en een paar uur later zitten we al weer bij de monding van de River Liffrey vlakbij Dublin. We zoeken nog even contact met een containerschip, wat wel heel dichtbij komt varen. Na onze oproep wijkt het containerschip en vaart achter ons langs. Wij varen de riviermonding van Dublin voorbij richting het schiereiland Howth ten zuiden van Dublin. Howth heeft steile rotswanden waar ook weer veel vogels zitten.

Howth heeft een gezellige jachthaven. Bij het binnenlopen moeten we goed opletten op de vaargeul die smal is. We blijven hier twee nachten want morgen (vrijdag) komt er veel wind over. Donderdag middag tanken we nog even diesel want we hebben de afgelopen dagen toch weer veel gemotord en in Ierland betaal je nog steeds geen belasting in de jachthaven voor de diesel, dus gunstig om de tank nog even goed vol te gooien voordat we naar Isle of Man gaan. ´s Avonds maken we nog een wandelingetje langs de haven en de kustweg met gezellige restaurantjes. Maar dan begint het weer te gieten, en halen we Fish & Chips, maar net als we er naar toe lopen begint het te gieten, het blijft tenslotte Ierland. Dus we keren om en halen snel fish & chips en rennen terug naar de boot. Daar is het zo koud en vochtig dat we zelfs even de kachel aan doen, dat is de eerste keer deze reis.

Vrijdag 17 juli is het voor de verandering lekker weer. We kunnen mooi een was doen en hebben heerlijk vers brood van de plaatselijke bakker. We maken een prachtige wandeling over het schiereiland Howth. Het eerste stuk lopen we langs de steile kliffen waar we ook veel vogels zien. We hebben mooi uitzicht over zee en haveningang van Dublin. Daarna gaat de wandeling binnendoor door het bos naar de andere kant van Howth waar we ook begonnen waren. Af en toe hebben we een heel kort buitje, maar dat mag geen naam hebben, zeker niet op de Ierse weerschaal.
Op de boot aangekomen kunnen we de was nog net droog binnenhalen voordat er een wat grotere plensbui aankomt. ´s Middags gaan we met de trein naar Dublin. Het station is vlakbij en de trein brengt ons in een half uurtje midden in het centrum van Dublin. Dublin is gezellig, we lopen door het centrum waar een enorme hoge paal staat, “The Spire” van 120 meter hoog. Het lijkt of The Spire tot in de wolken reikt. Daarna wandelen we naar Dublin Castle waar we alleen de buitenkant van kunnen bekijken omdat het inmiddels vijf uur is geweest. Dan begint het weer eens te plenzen en drinken we eerst een heerlijke kop koffie voordat we verder gaan naar de Christchurch Cathedral waar Myrthe en Wouter een kaarsje aansteken voor Inès. We lopen door naar het beroemde Guinness Store House dat nog wel open is. Het is een soort museum waarin van alles over Guinness wordt verteld zoals de herkomst van de 8000 liter water per dag uit de Kilmore mountains en het gebruik van speciale hop en graan, die eerst wordt geroosterd. Ook indrukwekkend is een film waarin ze laten zien hoe de vaten worden gemaakt waarin de Guiness wordt opgeslagen. Wat een handwerk is dat zeg. We krijgen het beeld dat de Guinness fabriek ook als werkgever belangrijk is geweest voor Dublin en het is leuk om dit zo mee te krijgen. We zien ook nog een film waarin ze laten zien hoe de houten vaten werden gemaakt waarin de Guiness vroeger werd vervoerd. Helemaal op de hand, een hoop werk voor zo’n vat. Aan het eind kunnen we proeven, zelfs Aranka drinkt een mini proefglaasje op. Als we aan het eind zijn komen we uit in een Café helemaal boven in het gebouw met en prachtig uitzicht over Dublin waar we met ons kaartje nog een Guinness of frisdrank kunnen krijgen.

Als we teruglopen richting het station eten we een hapje in een restaurant met Ierse gerechten (stew). Al met al is het behoorlijk laat geworden en we eten pas om 22.00 uur. Het is heerlijk, maar als het op is gaan we toch maar snel richting station want we weten eigenlijk niet precies tot hoe laat de trein terug gaat. Gelukkig komt de trein naar Howth al na 10 minuten. Terug op de boot checken we nog even het weer voor morgen. Er is een windkracht vijf tot zes voorspelt, maar wel van achteren. Morgenochtend nog even checken of het niet windkracht zeven wordt, maar anders kunnen we mooi richting Ardglass varen. Maar eerst we gaan snel even slapen.

‘s Ochtends ziet het weer er nog hetzelfde uit. Er zijn wel flinke windstoten tot 30 knopen voorspeld maar ik verwacht deze niet dicht onder de kust waar wij varen. Om kwart over negen vertrekken we. We varen ten westen van de eilanden Ireland’s Eye en Lambay Island waar we een prachtig uitzicht op hebben. Dan varen we tussen de Skerries en Rockabill Lighthouse door en gaan in een rechte koers richting Ardglass. Het is een afstand van 55 mijl. Er staat een goede wind van ruim 20 knopen schuin van achteren en we schieten met 8 knopen door het water. Soms komt er zelfs een zonnetje tussen de bewolking door, kortom een heerlijke zeildag! We komen met laagwater bij Ardglass aan, het is wel even opletten bij het naar binnenvaren want het is een smalle doorgang tussen de rotsen door. Er is een erg vriendelijke havenmeester die on wijst waar we een hapje kunnen eten. Naast ons liggen nog twee andere schepen die morgen ook vertrekken richting Isle of Man. Als we door het plaatsje lopen valt ons op dat het minder vrolijk en gezellig is dan de Ierse plaatsen waar we tot nu toe waren. Het komt een beetje grauw over. Ook hebben we ontzettende moeite om de mensen te verstaan… Als we Fish & Chips kopen en willen betalen kijken ze ons vreemd aan, euro’s?? Dan valt het kwartje, we zijn terechtgekomen in Noord Ierland. Snel loop ik even naar de boot om nog wat verdwaalde ponden op te halen waarmee ik wel kan afrekenen.