Donderdag middag (6 augustus) komen we aan in Kirkwall, de “hoofdstad” van de Orkney Eilanden. We zijn moe van de oversteek omdat we de laatste 220 mijl met de hand hebben moeten sturen en blij dat we er zijn. De havenmeester Euan is ontzettend vriendelijk en behulpzaam en gaat op zoek naar een telefoonnummer van een engineer die kan helpen om de stuurautomaat te fixen.
“s Avonds halen we Fish & Chips bij een druk bezochte afhaalrestaurant en dan slapen we het klokje rond. Vrijdag 7 aug. schroef ik het rek waar de opbergkratten in staan uit elkaar zodat je beter bij de stuurautomaat kan. Al snel komt engineer Neil langs en even later ontdekt hij de versleten koolborstels van de stuurautomaat. Fijn dat we weten wat het euvel veroorzaakte, maar hier hebben ze dit type niet. Wel heeft Neil oude koolstofborstels, die als een voorzetstukje ertussen worden gezet. Na een paar keer proberen doet de stuur automaat het weer. Hier zouden we mee thuis moeten kunnen komen. Dan kunnen we in NL nieuwe koolborstels bestellen.
‘‘s Middags gaan we Kirkwall in, we bekijken de -zeker voor Kirkwall met nog geen 8000 inwoners- enorme “St Magnus Cathedral”. De Kathedraal is in 1137 gebouwd door Graaf Rognvald, neef van de vermoorde Graaf Magnus Erlendson. Begin 1100 deelde deze Magnus Erlendson het graafschap met een andere neef Hakon. Ze kregen ruzie en tijdens een bijeenkomst op Eglisay om dit op te lossen, werd hij in opdracht van deze neef Hakon vermoord door de kok van deze neef Hakon. Na zijn dood begonnen de inwoners van de Orkney’s te geloven dat Magnus Erlendson een heilige was. Graaf Earl Rognvald claimde het graafschap van de Orkney’s en beloofde de inwoners van de Orkneys een bedevaartsoort ter nagedachtenis van Magnus Erlendson. Zo is deze Kathedraal er gekomen. In de kathedraal ligt onder andere een beeld van de ontdekker van de Northwest Passage, John Rae. Zijn graf ligt op het kerkhof naast de Kathedraal.
Zaterdag (8 aug) krijgen we een rondleiding op de Highland Park Whisky destilleerderij, de meest noordelijke whisky destilleerderij van Schotland waar ze lokale gerst en turf gebruiken. In de 18e eeuw begon “Mansie” Eunson, de plaatselijke koster, hier illegaal met whisky destilleren. Hij verstopte jarenlang flessen onder de preekstoel maar kreeg in 1798 een vergunning voor het stoken van whisky. Als we naar buiten komen staat er een grote groep “Vikingen”, die “The Shetland Guys” worden genoemd. Het is de “Shetland Jarl Squad” die een hoofdrol spelen tijdens het vuurfestival op Shetland Up Helly A. Nu zijn ze in Kirkwall als ander deel van het County Farm Festival.
Na de proeverij zo vroeg in de ochtend lopen we vrolijk terug richting het centrum. Onderweg komen we langs het enorme County Farm Festival waar we uiteraard kijken naar de mooiste koeien, een enorme verscheidenheid aan schapen, hoe een schaap geschoren wordt en enorme landbouwmachines. Voor de Orcadians (inwoners van de Orkney’s) is dit een belangrijk festival en het is er dan ook enorm druk en gezellig.
Zondag (9 aug) kijken we bij de Riding of the Marches, een traditioneel jaarlijks evenement, waarbij paarden en pony’s met een vaandel door de straten van Kirkwall rijden. Het is een prachtig schouwspel om de paarden en ruiters, vanuit Tankerness Lane Broad Street op te zien komen en zich te verzamelen voor de St. Magnus Cathedral. Het is duidelijk dat tradities en gebruiken hier belangrijk zijn en in ere worden gehouden. ‘s Avonds eten we heerlijk in Helgi’s Pub, een aanrader!
Aranka heeft inmiddels contact met een achter-achter-achter nicht Louise (5 generaties terug hebben we eenzelfde “over-over-overgrootvader). Louise woont op de Orkney’s en heeft Aranka ooit op een familie reünie ontmoet. Louise is getrouwd met Arthur, een boer op het eiland Hoy. Aranka heeft afgesproken om daar vandaag (maandag 10 aug) langs te gaan. Eerst met de bus naar Houton en dan met de ferry naar Hoy, waar Louise en Arthur ons al staan op te wachten. Wat een ontzettend vriendelijke mensen en wat leuk om zo het leven op de Orkney’s van binnenuit te zien. Ze wonen in een prachtig huisje bovenop een berg met een prachtig uitzicht over het eiland. Ze zijn inmiddels met pensioen en hebben de boerderij verkocht. We wandelen naar een stukje land dat ze verderop nog hebben en waar Arthur nog druk aan oude tractors knutselt. Hier heeft Louise toen Arthur vijftig werd vijftig bomen gepland. Het is inmiddels tot een bos uitgegroeid, één van de weinige op de Orkney’s. Daarna krijgen we nog een heerlijk uitgebreide lunch. (Met beacon, beans, eggs, zelf gebakken brood etc). De tijd vliegt om met verhalen over de Orkney’s het verleden en ook het verhaal hoe ze twee afgedankte stoelen uit het Nederlandse parlement meenam naar de Orkney’s. Voor we het weten is het al tijd om naar het Scapa Flow Museum in Lyness (ook op Hoy) te gaan.
Het museum gaat over de rol die de Orkney’s en specifiek de beschutte “Scapa Flow” baai had in de eerste en tweede wereldoorlog. De Engelse vloot lag hier beschermd totdat op 14 oktober 1939 de Duitse onderzeeër U-47 onder commando van Günther Prien de Scapa Flow binnenvoer en Britse oorlogsschip HMS Royal Oak met twee torpedo’s liet zinken, waarbij 833 opvarenden omkwamen. Hierna besloot Winston Churchill deze ondiepe ingangen in het oosten van Scapa Flow definitief met een dam “ de Churchill barriers” af te sluiten, die door Italiaanse krijgsgevangenen (gevangen genomen in Noord Afrika) werd aangelegd.
Dinsdag 11 aug hebben we een auto gehuurd en Aranka heeft weer een uitermate efficient schema gemaakt waarmee we alle bezienswaardigheden in een record tempo kunnen zien, met dank aan de blog van de Anna Caroline. Het lukt zelfs om een plekje te reserveren voor het opgegraven dorpje Skara Brae en de tombe Maes Howe, beide ca 5000 jaar oud!
Nadat we de auto hebben opgehaald rijden we eerst over de Churchill Barriers naar het zuidelijke puntje van “Mainland” bij Burwick. Onderweg stoppen we bij de Italian Chapel, een prachtig klein kerkje dat door de Italiaanse krijgsgevangenen die werkte aan de Churchill Barriers van afval/overtollig materiaal is gebouwd. Toen de krijgsgevangenen op 9 september 1944 het kamp verlieten, beloofde Patrick Neale Sutherland Graeme (Lord Lieutenant van Orkney) hen plechtig dat de inwoners van Orkney hun kapel zouden koesteren en beschermen. De Churchill Barriers zijn in vergelijking met de afsluitdijk niet heel indrukwekkend, maar zeker met de oorlogswrakken, die er nog liggen, geeft het wel een indruk van het militaire belang dat dit gebed in het verleden had.
Hierna rijden we door naar Skara Brae, een dorpje uit het stenen tijdperk dat tot 1850 begraven lag onder een met gras begroeide heuvel. In 1850 werden tijdens een storm delen van dit dorp zichtbaar waarna verschillende gebouwen verder werden uitgegraven. Inmiddels is het onderdeel van het Unesco Wereld Erfgoed.
Hierna rijden we door naar Brough of Birsay, een eiland waar je met laag water naartoe kan lopen en wat vol ligt met opgravingen van oude nederzettingen uit de 6e-8e eeuw. In de 7e en 8e eeuw was op Brough of Birsay een Pictisch fort. Eind 8e eeuw werden de Picten verdreven door Noorse Vikingen.
Tot nu toe hebben we ons aan het schema van Aranka gehouden, maar we moeten door naar Maes Howe. We rijden ernaartoe maar zien alleen een grafheuvel in het land. Dan zien we bordjes naar het visitor center vanwaar me met een bus naar deze grafheuvel worden gebracht, en die een hele lage ingang (ca 90 cm) heeft waarmee we binnen in een open ruimte komen waar weer drie andere ruimtes (grafkamers?) aan grenzen. Ook Maes Howe is ca 5000 jaar oud en men weet niet helemaal zeker of het een tombe is of een gebouw met een andere rituele functie. Wel is het gebouw zo ontworpen dat het directe licht van de ondergaande zon een paar dagen voor en na de kortste dag precies de kamer binnenvalt door de ingang en de tegenover liggende ruimte fel verlicht. De Noren die Maes Howe in de 12e eeuw herontdekten hebben er allerlei inscripties achtergelaten. Hierna gaan we nog kijken bij de Standing Stones of Stenness (een soort Stonehenge), nog een oud opgegraven dorpje “The Ness of Brodgar” en een nog veel grotere ring met staande stenen “The Ring of Brodgar”. Hierna zitten we wel vol met indrukken, maar mission completed, Aranka’s schema is volbracht! Op de terugweg rijden met nog langs Stromness, een leuk havenstadje aan de zuidzijde van Mainland.
Woensdag (12 aug) doen we ‘s ochtends nog boodschappen met de auto bij de Lidl (hoe vertrouwd…) en leveren daarna de auto weer in. ‘s Middags gaan we met de ferry naar het eiland Shapinsay, tegenover Kirkwall. Hier maken we een lange wandeling naar het oosten van het eiland. Het pad dat hier had moeten zijn, is er overduidelijk niet meer en we struinen kilometers door hoge graspollen langs de kliffen van Shapinsay, maar met prachtige uitzichten en met heerlijk weer. Bij de kliffen is er een “Grijze Jager” (soort grote meeuw) die het duidelijk niet heel leuk vind dat ik daar loop en me een keer of 10 aanvalt door met hoge snelheid op ooghoogte op me af te vliegen. Ik ontwijk hem door snel weg te duiken. Blijkbaar ben ik daarna ver genoeg weg van zijn nest en dan laat hij met verder met rust.
Als we terug lopen naar de ferry over een small weggetje, vinden we het wel mooi geweest en liften we terug naar het haventje in Balfour waar de Out of Hours Ferry om half negen vertrekt. we moeten dan nog twee uur wachten. Helaas is het bewolkt en gaat de zonsverduistering aan ons voorbij. Even later komt een oudere man, die naast het haventje woont, Andrew, wat tomaten en een komkommer brengen die hij in zijn tuin heeft gekweekt. Andrew is vroeger boer geweest maar is nu met pensioen en hij nodigt ons uit voor een kop koffie. We moeten nog meer dan een uur wachten dus we hebben nog uitgebreid met Andrew en zijn Poolse vrouw Anna over het leven op Shapinsay en hoe het is om in zo’n kleine gemeenschap (er wonen ca 300 mensen op Shapinsay) te wonen en hoe zij de corona tijd zijn doorgekomen. Dan moeten we al weer gaan om de ferry te halen, als we die missen zitten we hier tot morgenochtend vast.
Donderdag doe ik wat klusjes aan de boot als voorbereiding op het vertrek naar Nederland. Tot mijn schrik breekt de (andere) borgkap van de ankerpin af. Gelukkig heb ik hem vast en valt ie niet in het water. Samen met Aranka demonteer ik het ankerbeslag en met pin en afgebroken kap ga ik op zoek naar een werkplaats, waar ze dit kunnen fixen. Op ongeveer een half uurtje lopen vind ik een uitstekende werkplaats met een allervriendelijkste man die de as in de draaibank zet, het einde even “glad slijpt”, er een gat in boort, m6 draad in tapt en vervolgens een gaatje boort in het kapje dat eraf gevallen is zodat ik de kap keurig kan vastzetten met een m6 boutje. Wat is het toch fijn werken als je goed gereedschap hebt (en je weet hoe je het moet gebruiken). Hij hoeft er niets voor te hebben, maar ik ben hem zeer dankbaar! Als ik ‘s middags de stuurautomaat wil kalibreren doet hij het helemaal niet meer, diepe zucht. Na een paar keer proberen en wat rommelen komt er toch weer leven in. Geeft niet heel veel vertrouwen, maar we zullen het ermee moeten doen.
Vrijdag ochtend (14 aug) vertrekken we om zeven uur. Gelukkig doet de stuurautomaat het…, hopen dat ie het volhoudt. Vanuit Kirkwall draaien we “the String” in en hebben we de komende uren stroom mee. Bij de kaap van Mull Head staan wat brekende golven, waar ook op de kaart voor gewaarschuwd wordt, dus die passeren we ruim aan stuurboord. Daarna varen we met een ruime wind richting Nederland, ca 140º. ‘s Avonds om een uur of elf, “piep” zitten we weer zonder stuurautomaat. Ik vermoed dat er een klein beetje van de koolborstel is afgesleten en dat de veer de koolborstel onvoldoende aandrukt, om goed contact te houden tussen het “verlengstukje” en de “afgesleten” koolborstel. We varen op dat moment met de code-0, dus ik pak het roer en roep Aranka die sliep. Als zij aangekleed is en het roer heeft, tik ik voorzichtig op de koolborstels in de hoop dat ze dan weer contact maken. Gelukkig werkt dat en kunnen we weer verder op de automaat. De tocht verloopt verder rustig, de stuurautomaat stopt er nog ca 6 keer mee (liefst in het donker of als je net voor een groot vrachtschip vaart) maar met wat liefde en wat geklop krijgen we hem steeds weer aan de praat. Zaterdag is er weinig wind en moeten we grotendeels motoren. We halen het grootzeil naar beneden om te voorkomen dat het zeil heen en weer slaat door het schommelen van de boot. Dat geeft rust maar ook meer geschommel. Zondag hebben we lekker wind en kunnen we goed zeilen. We moeten zelfs een rif zetten als er een buitje over komt. De zee is glad als een spiegel dus dat is heerlijk zeilen. We merken elke dag dat het een paar graden warmer wordt. De korte broek komt zelfs weer tevoorschijn. Maandag neemt de wind weer af tot ongeveer onze vaarsnelheid en draait naar het noordwesten zodat de ie pal van achteren komt… Dus dan maar weer de motor starten. Het laatste stuk wordt de zee wal knobbeliger en moeten we diverse TSS-en (een soort snelwegen op zee) oversteken. Het trekt ook weer om naar huis te gaan, hoe heerlijk het ook de afgelopen maanden was, het is ook fijn familie, vrienden en collega’s weer te zien en natuurlijk onze hond Fay. Maandag lopen we met het rijzende tij rond het middaguur Vlieland binnen.
Voldaan na een prachtige reis naar de Shetlands, de Faeröer, een rondje om IJsland, de Westman Islands en de Orkney’s. We hebben er van genoten, soms was het spannend maar over het algemeen hebben we vooral prachtige indrukken en ervaringen opgedaan. Nu nog lekker een paar dagen genieten van Vlieland en het lekkere weer met wandelen en fietsen over het eiland (lijkt wel vakantie…). Daarna varen we rustig richting Enkhuizen. Dit is daarmee het inde van de blog van onze IJsland reis.






















































