Alle kleuren groen op Faeröer

‘s Ochtends vroeg maandag 8 juni 2026 als ik wakker wordt trekt de wind weer wat aan en kunnen we weer zeilen. We lopen lekker en de laatste tientallen mijlen tikken langzaam weg richting Faeröer. Tot ca. 10 mijl voor de kust de wind weer helemaal ophoudt. Hebben we toch verreweg het grootste deel heerlijk kunnen zeilen. Als ik de motor wil starten gebeurt er wederom helemaal niets… Zucht! We hebben hier wel een motor nodig om binnen te lopen want het stroomt behoorlijk tussen de eilanden. We proberen het nog een keer en nog een keer, maar helemaal niets zelfs geen klikje. We proberen van alles, maar nee hij doet het echt niet. Totdat…. Als we tegen beter weten in, toch nog maar een keer op het knopje drukken de motor aanspringt en dan ook loopt als een zonnetje. Voor nu opgelost, maar daar moet wel een betere oplossing voor komen. Al met al wel een heerlijke overtocht met een heel relaxed bakstag windje.

Als we aangekomen zijn in Torshavn (Faraoes), mogen we pas van boort als de politie langs is geweest om onze paspoorten te scannen. Daarna verkennen we het stadje. Torshavn is een levendig en heel gezellig stadje. Ook omdat de economie van de Faeröer vooral draait op visserij en in mindere mate op schapen, en nauwelijks toerisme voelen we de bedrijvigheid. Het doet echt Scandinavisch aan en is daarmee toch weer heel anders dan Lerwick op de Shetlands. We vinden ook een Volvo Penta winkel maar die is al gesloten. We krijgen ook nog een berichtje van de OnWo OnOc dat zij ook problemen met hun motor hebben en daarom ook naar Torshavn komen. Zij worden midden in de nacht de haven binnen gesleept. Gelukkig wordt het hier niet meer echt donker.

Dinsdag 9 juni gaan we eerst op zoek naar iemand die kan helpen met de motor. Na wat heen en weer gevraag krijgen we via via het nummer van Kjartan van HH Service, die ‘s avonds langs kan komen. Tot de avond dus alle tijd om te genieten van de omgeving.

Wij gaan aan de wandel en een stuk door de stad en lopen een stuk langs het riviertje Sandá, waarlangs een prachtig wandelpad is aangelegd.

‘s Middags maken we nog een wandeling te noorden van het centrum. We komen door het Viðarlundin park (met bomen die hier verder vrij zeldzaam zijn) en lopen door richting Hoyvík door een prachtig groen natuurpark met watervalletje en lopen dan langs de kust weer terug. ‘s Avonds komt Kjartan en blijkt onze motor voor het starten een tweede “hulprelais” te hebben. Dat relais is dan ook verdacht en Kjartan neemt het mee om te testen. Hij komt alleen ‘s avonds want overdag zit hij helemaal volgeboekt. ‘s Avonds eten me samen met Martin van OnWo OnOc en Marianne van Timpete heerlijk in de Irish Pub (tip van Kjartan).

Woensdag 10 juni nemen we de bus naar het plaatsje Kirkjubøur met het oudste nog bewoonde houten huis aan het andere kant van het eiland (11e eeuw). We kijken er even rond en lopen dan via een prachtig wandelpad terug over de bergkam naar Torshavn. De ruigheid van het gebergte, de enorme steile wanden en het groen is echt indrukwekkend!

‘s Avonds komt Kjartan langs, hij heeft het relais getest en toen deed ie het prima. Als hij het relais weer inbouwt en de motor start doet het relais het echter toch weer niet. Echt zo’n ellendig probleem dat soms wel maar meestal niet optreedt. Hij gaat dus op zoek naar een vervangend relais.

Donderdag en vrijdags (11 en 12 juni) hebben we een auto. Aranka heeft een heel schema gemaakt wat we allemaal moeten zien en laat ook geregeld weten dat we achter lopen op haar schema. Maar wat we zien is prachtig. We rijden eerst naar het eiland Vágar en maken een wandeling langs het “floating lake” dat vlak naast de oceaan ligt maar wel 32 meter hoger met steile kliffen tussen het meer en de zee. Vanuit een bepaalde hoek schijnt het dat het meer boven de zee “zweeft” (denk met wat verbeelding). We hebben in ieder geval prachtige vergezichten en spectaculaire kliffen vol met nestelende meeuwen en we zien ook een aantal puffins.

Daarna rijden we terug door de tunnel naar het eiland Streymoy waar we oa naar het afgelegen dorpje Saksun rijden, een oud dorpje of gehucht dat ligt aan een lagoon die met hoog water vol loopt vanuit zee en met laag water vrijwel afgesloten is van de zee door een drempel van zand voor de ingang. Als we naar de uitgang lopen zien we het randje strand waarlangs we lopen steeds smaller worden door het rijzende tij. De dorpjes die we bekijken zijn allemaal een soort musea van oude huisjes. Een beetje vergelijkbaar met Marken of Hindeloopen in Nederland.

Vrijdag (12 juni) bekijken we eerst nog wat dorpjes en rijden langs een spectaculair smal weggetje langs hoge kliffen van Eiði naar Gjógv. Zeker als de zon door een open plek in de wolken schijnt is het een prachtig gezicht, deze steile bergen en kliffen. Hierna rijden we door naar Klaksvik. Ik stop netjes voor een zebrapad, waarop de auto achter ons met een flinke dreun op ons inrijdt. Onze auto schiet hierdoor naar voren en ik kan nog net op tijd de rem weer intrappen anders had ik de jongen op zebra aangereden. Meisje van 18 in de auto van haar vader en nog meer geschrokken dan wij. Gelukkig zijn we allemaal ok en valt de bureaucratie erg mee. Naam, nummerplaat en contact gegevens noteren en wat foto’s maken is voldoende. De IPhone doet zijn werk ook, belt automatisch 112, begint mijn broer te appen zonder dat dit nog uit te zetten is. Helaas rijdt de auto niet meer zo goed, er piept van alles en de achterwielen lopen in elke bocht tegen de spatborden aan. We besluiten daarom dat het mooi is geweest en rijden via de Eysturoytunnel (met een onderzeese rotonde) terug.

Zaterdag (13 juni) komt Kjartan opnieuw langs met een nieuw relais en daarna start de motor weer zoals het hoort. Hopelijk is het probleem met het starten van de motor hiermee nu opgelost. Verder lummelen we een beetje, doen de was, kletsen uitgebreid bij met Janneke en Wietze van de Anna Caroline, die ons uitgebreid vertellen over hun vele reizen. ‘s Avonds eten we samen met Marianne en Martin heel gezellig pizza op de Timpete die Marianne heeft gebakken.

Zondag 14 juni huren we opnieuw een auto om onze tocht die eerder abrupt werd afgebroken af te maken en gaan we naar het eiland Kalsoy. We rijden met de auto naar Klaksvik en laten deze daar bij de ferry naar het eiland Kalsoy staan. Op Kalsoy nemen we nog de bus naar het noordelijkste puntje waar we een wandeling maken naar adembenemende kliffen. Hier zijn ook opnames gemaakt van de James Bond film “No time to die”. Het is een prachtige wandeling en mooie uitzichten.

Maandag (15 juni) gaan we naar Vestmanna waar we een soort vleugels zien die in de zee worden gelaten en door de stroming een achtje gaan maken en zo stroom opwekken. De grootste zee vleugel kan zo ongeveer 2 MWatt opwekken. Indrukwekkend om te zien en geen goede plek om ta ankeren als zo’n vleugel onderwater voorbij komst suizen. Zie ook deze site. ‘s Middag gaan we mee op een rondvaart met een toch best grote boot voor ca 40 passagiers die echt tussen de kliffen door vaart en ook twee maal onder een natuurlijk gevormde rots boog of arch doorvaart. Heel spectaculair en we zien ontzetten veel vogels die op de kliffen broeden. ‘s Avonds gaan we heerlijk uit eten in Katrina Christiansen, er zitten hier verschillende ontzettend goede restaurantjes bij elkaar en we genieten enorm van het Faeröerse eten.

Dinsdag 16 juni plannen we een rustdag in en woensdag 17 juni varen we door naar Klaksvik. Donderdag ochtend 18 juni willen we dan als het weer er nog steeds goed uit ziet de oversteek naar IJsland beginnen waar we dan ergens zaterdag vroeg in de ochtend aankomen in Djúpivogur. We hebben ook even contact met Ronne op de Isuma. Zij varen van de Azoren naar IJsland waar we samen verder varen om IJsland heen. Ze zijn inmiddels ter ongeveer ter hoogte van Brest. Dus we verheugen ons er al op om ze hopelijk ergens volgende week in IJsland weer te zien. Al met al hebben we enorm genoten van de Faeröer, op naar IJsland!

Te veel stroom

Hoe kan het ook anders met Roelof als kapitein, dat je te veel stroom aan boord hebt!

We zijn zondag 7 juni en maandag 8 juni overgestoken van de Shetlands (Balta Harbour op eiland Unst) naar Faraoer eilanden Torshaven (ca 200 mijl oversteek).

We trokken het anker al vroeg op om 6.30 uur, tegelijk met de Onwo Onoc die ook in de Balta Harbour voor anker lag. Door een nauwe geul voeren we naar buiten en heel ruim om de Noord-kaap van Unst heen. Daar staan zoveel golfjes op de kaart en wordt voor gewaarschuwd dat je er ruim omheen moet. Dat hebben we ook maar gedaan.

Met een straffe bries van bijna 20 knopen liepen we hard (8-9 knopen). We lieten Onwo Onoc bij de noord kaap al achter ons. Maar het was toch weer even leuk samen met een ander schip even op te trekken.

We hadden de Watt@Sea, onze stroomgenerator in het water hangen. En we liepen zo ontzettend hard, dat we geen zin hadden om hem er uit te halen. Maar we hadden dus te veel stroom en brood had Roelof op vrijdag al gebakken. De koelkast en de stuurautomaat zijn de grote stroom verbruikers. Maar Roelof had weer een ander creatief idee om de boiler op te warmen (40 liter warm water). Normaal warmt de boiler alleen op aan de walstroom of als we op de motor varen. Maar nu met een verlengsnoer gekoppeld aan de stroom van de Watt@Sea, benutten we de overbodige stroom ook. Handig voor de afwas.

Middernacht ging helaas de wind liggen. Toen moesten we alsnog een flink aantal uren op de motor varen. Roelof had tijdens zijn wacht al een zwaluw aan boord gehad.
En tijdens mijn wacht dook er ineens een kwikstaartje uit het vak achter de bank op. Hij schrok van mij, maar ik ook van hem. Ik wist niet eens dat ie aan boord was al die tijd.
Hij heeft alle oude muggen die nog in de kajuit liggen opgegeten. Daarna vloog hij verder naar binnen, haha. Ook de slaapkamer in waar Roelof sliep. Die werd wakker van het gefladder. Daarna vloog kwikstaart tot 4x toe weg uit de boot en kwam later weer terug. We zitten nog op 40 mijl afstand van faroer eilanden en je kan ze inmiddels zien liggen. Ik hoop opnieuw dat kwikstaart na het rust momentje aan boord het lukt om alsnog land te bereiken.

Ik was nog even gaan slapen na mijn wacht. Maar Roelof riep mij wakker. De motor wil niet starten. Hebben we daarvoor die nieuwe startaccu gekocht!
Jemig dat is wel schrikken hoor. Maar we lagen nog ruim voor het vaste land, dus we konden even prutsen. En ja hoor gelukkig gaat hij ineens weer aan. Oefff.
Als we mobiel bereik hebben krijgen we bericht dat de Onwo Onoc ook opnieuw motorproblemen heeft. Zij hebben hun koers van Zuidereiland naar Torshaven verlegd. Zij zullen middernacht aankomen. Balen zeg en we kunnen ons geheel in hen verplaatsen, nadat we zojuist de motor ook niet konden starten.

De aantocht bij Torshaven is met de kentering. We hebben dus geen last van een enorme racebak. We hebben prachtig zonnig weer en het ziet er ontzettend gaaf uit.
Even gedoe om in de haven aan te leggen met ons grote schip, maar we liggen. Nu nog wachten tot de douane langs komt. Dan mogen we van boord. Zin in……..

Shetlands Islands

Na vier dagen en drie nachten komen we woensdag aan het einde van de dag in dichte mist aan in Lerwick. In de mist heeft onze radar het helaas begeven (scherm werd helemaal rood en daarna was er alleen nog “sneeuw” te zien…). Er komen verschillende schepen vanuit Lerwick die via de misthoorn hun positie kenbaar maken. Gelukkig heeft vrijwel iedereen hier AIS waardoor we toch een goed beeld hebben van wat er om ons heen vaart. Eén schip komt recht op ons af met achttien knopen. Aranka is overtuigd dat het een douane boot is. De paspoorten liggen al klaar… Even later zien we ook de lengte en blijkt het toch een groot vrachtschip te zijn dat vanuit de Faeröer eilanden richting Denemarken vaart. Ik roep hem op 5 NM. Nadat er gevraagd werd wat onze positie was, werden we opgemerkt en konden we netjes “port to port” passeren.

Gelukkig trekt de mist op als we het havengebied van Lerwick binnenvaren, Er staat een stroom van 2 knopen mee en er komt nog één enorm cruiseschip naar buiten en daarna is het verder rustig. In het eerste haventje (Small boat harbour) dat we proberen liggen aan de buitenzijde overal kleinere bootjes. Om daar nu met 19 ton aan af te meren is minder handig. Gelukkig is er aan de andere zijde van de pier in het “Albert Dock” nog plek langszij de “ONWO ONOC” een 40 ft Ovni. Het havenkantoor is inmiddels gesloten maar van onze buren kunnen we de sleutel lenen van de Lerwick Boating Club waar we heerlijk kunnen douchen. In de bar ontmoeten we ook nog een Brit die hier ook rondvaart en ook onlangs een Bestevaer heeft geschipperd en het erg leuk vind dat hij hier nu ook een Betevaer uit Makkum ziet. ‘s-Avonds lekker Fish & Chips gesnackt en daarna heerlijk gaan slapen op een boot die stil ligt in de haven.

Onderweg naar de Shetland eilanden wou de motor weer eens niet starten… zucht! Eerder hebben we dat probleem ook gehad, toen hielp -tijdelijk- het vervangen van de start accu. Inmiddels heb ik afgelopen winter ook het startrelais vervangen, maar er is dus blijkbaar nog een ander probleem. Vrijdag haal ik daarom de startaccu los die we op de fiets meenemen naar DH Marine, die de accu doormeten. Conclusie: de accu is nog goed. Had eigenlijk liever gehad dat ie slecht was, dan had ik tenminste een oorzaak… Nu blijft het gissen, meestal doet de motor het prima, maar soms niet en als je hem dan net echt nodig hebt…. Dus onder het motto een nieuwe start accu is altijd beter dan een van 5 jaar oud vervang ik de accu toch maar. We hoeven hem niet op onze vouwfietsjes mee te zeulen want hij wordt in de haven afgeleverd. Nu maar hopen dat het helpt.

‘s Middags gaan we naar het museum van Lerwick. De Shetland eilanden hebben een rijke geschiedenis. Wat ik niet wist is dat de Shetland eilanden lang-lang geleden bij de Zuidpool lagen, vast aan America (laat Trump het maar niet horen ;-)). Heel veel later in de pré-historie waren de Picten de eerste bekende inwoners van de Shetland Eilanden die in de 8e en 9e eeuw werden verdreven door de Vikingen. Ik begrijp dat er weinig is overgebleven van de Picten… Rond 800 verschijnen de eerste Noorse nederzettingen. Later worden de Shetland eilanden eigendom van Denemarken en weer later wordt ze door de Deense koning als onderpand gegeven aan Schotland voor het huwelijk van zijn dochter met koning Jacobus III van Schotland. Schotland heeft het daarna nooit meer teruggeven en dus is het nu nog steeds onderdeel van de Schotland (UK).

Na het museum fietsen we naar de westkant van het Eiland naar Scalloway. Het is heerlijk weer en we zien alle kleuren groen om ons heen. Alhoewel de haven aan de westkant van het eiland een gunstiger plek is om naar de Faeröer eilanden te vertrekken zijn we toch blij dat we in Lerwick liggen. In Scalloway is echt heeel weinig te doen. Als we bij de haven zijn zien we dat over 10 minuten de bus naar Lerwick vertrekt, fietsjes opgevouwen en dan zijn we ook weer zo terug.

Vrijdag vertrekken we om 9:00 uit de haven. Gelukkig let Aranka beter op dan ik zodat we nog net de betonde geul in kunnen varen voor we door de stroom op een ondiepte worden gezet. We ankeren om het hoekje in de baai “Aith Voe” op het eiland Bressay waar we samen met een ander niet bemand jachtje liggen omringt door heuvels, weilanden en enkele boerderijen. Zeker met de zonnen stralen die door de wolken komen is het echt een prachtige ankerplek met alleen gefluit van de vogels en het ruisen van de wind. We laten de bijboot in het water en laden onze vouw-fietsjes erin en varen naar de kant om naar het vogel eiland Noss te gaan waar de grootste kolonie Jan van Genten van de UK schijnt te broeden. Na ca drie kwartier heuveltje op – heuveltje af zijn we bij de veerboot (rubberbootje) naar Noss. Aan de overkant wappert een rode vlag, daarom vaart het bootje niet. Of het nou komt door de golven of de wind, ik weet het niet maar het water is zo vlak als een spiegel. Samen met wat andere teleurgestelde vogelaars lopen we terug naar onze fietsjes waar we onze meegenomen lunch dan maar met uitzicht op Noss opeten. De rest van de dag luieren we een beetje aan.

Zaterdag vertrekken we vroeg om 5:30. We varen eerst alsnog naar Noss, misschien te veel golven en wind voor het veerbootje, maar niet voor ons. We motoren een paar mijl tegen de wind en hebben dan een prachtig uitzicht op de kliffen van Noss die inderdaad vol met vogels zitten. We worden omringt door Jan van Genten die mooi fotogeniek om onze boot heen cirkelen. Ik weet niet of ze ons nu net zo interessant vinden als wij hen met interesse bekijken of dat ze ons gewoon weg willen jagen. Hoe dan ook mooie gelegenheid om foto’s te maken.

Daarna varen we door naar Balta Harbour op het meest noordelijke eiland Unst. De wind van achteren, stroom mee varen we tussen de 7 en negen knopen met een heerlijk zonnetje. We hebben te veel stroom, als de accu’s vol zitten draait de Watt&Sea stroom generator die achter de Beluga hangt “in zijn vrij” en begint geluid te maken. Omdat ook het brood op is een mooi moment om de broodbakmachine te voorschijn te halen en een brood te bakken. Kortom aan boord van de Beluga geen last van netcongestie. Als we rond 12:00 de ankerplek opvaren zien we de ONWO ONOC ook weer liggen. Ze blijken een probleem met de motor te hebben. Als we even later naar de kant toe gaan vragen we naar een engineer en appen het telefoon nummer door. Daarna bekijken het beroemde bushokje van Baltasound geheel in “Alice in Wonderland” stijl. We krijgen een lift naar Haroldswick waar we het museum “Unst Boat Haven” bekijken met klassieke bootjes uit Unst. Daarna drinken we -veel te zoete- chocomel met wel een lekker gebakje in “Victoria’s Vintage Tea Rooms” en krijgen een lift terug naar Baltasound. Daar bekijken we nog een Botanic Desert Garden “Keen op Hamar Nature Reserve” met allerlei bijzondere woestijn plantjes waaronder de Cerastium Nigrescens ook wel bekend Shetland-muisoor dat alleen op Unst voorkomt. Het lukt ook nog om was verse melk en vlees te kopen voordat we met het bijbootje weer terug varen naar de Beluga.

Het valt ons op hoe ontzettend vriendelijk en relaxed de mensen hier zijn. Iedereen neemt rustig de tijd voor je en probeert je oprecht te helpen. Past mooi bij onze onthaasting na een week alles nog even snel snel snel alles regelen voor vertrek.

Bij de ONWO ONOC zijn de motorproblemen gelukkig opgelost. Ik help ze nog even met een oliepomp. Zij vertrekken net als wij morgen ochtend (7 juni) richting de Faeröer eilanden. Het weer ziet er goed uit, wat regen in het begin, maar later klaart het op.

Fog patches en Lerwick

Wat een eind zeg de Shetlands.
Maar we zijn aangekomen in Lerwick. In 4 dagen (en 3 nachten).

Starlink werkte uitstekend onderweg, dus we haalden meermaals weerberichten op en hebben zelfs even gebeld met Myrthe.
De laatste dag was het erg mistig. We hoorden in de mist wel de seinen van de boortorens (stay away; belsignaal kort kort lang). Heel unheimisch. We zagen de enorme vrachtboten niet die langskwamen en moesten afgaan op de kaartplotter en AIS, want de radar begaf het ineens.
Het is nog een lange nacht gelukt om te zeilen, maar de woensdag was de wind op en hebben we de motor aan gezet. Zo kwamen we aan bij de Shetlands. Zo blij eindelijk land in zicht en nog maar 15 mijl te varen. En floep ineens weer weg en vol in de mist. En dat terwijl ineens alle ferries vertrokken, waar wij naar binnen wilden varen. Na 4 dagen stilte en nauwelijks iets te zien op zee een drukte van jewelste. En ook de roeiers hier varen in de miezer (net als mijn team vanavond, las ik in de 34 appjes van de Kaagspetters). Maar alles ging goed en we liggen nu in een kleine haven aan een pontonnetje, naast een ander zeilschip.

Lerwick ziet er uit alsof de tijd hier heeft stilgestaan, als een middeleeuws dorpje. Overal pubs. We mogen bij de Boating club douchen. Roelof heeft nog twee 1 pond munten, waarmee we 10 minuten warm water krijgen. Dat is echt wel genieten na 4 dagen. Daarna een fish en chips halen en dan zijn we echt geland.
Morgen lekker rondkijken.

Halverwege Lerwick

Nog 150 Nm naar Lerwick; di-avond 19 uur UTC+1.

We hebben een rustig weergat. Maar dat betekent wel dat we af en toe weinig winddruk in de zeilen hebben staan en de zeilen klapperen en de boot op de golven rolt als een malle. Zo ook maandagavond rond de tijd dat ik wilde gaan koken. Ik werd er katterig van. Het 3 gangenmenu is dus vervangen door een uiensoepje met brood.

Van maandag op dinsdag voeren we als een melkmeisje. En dat lijken we nog steeds vol te houden.
het gaat niet hard, maar wel de goede kant op en vooral: we zeilen (geen motor).

In de ochtend hadden we een hele kleine verstekeling. Ik denk een tapuit. Ze heeft alle spinnetjes op de boot gezocht die er nog waren. Daarna schuilde ze voor de regen onder de kajuit. Ze kwam ook even bij me zitten in de deuropening, maar ik heb mijn haar niet gekamd, dus ik zie er uit als een vogelverschrikker. Later vloog ze door, met de wind mee richting Noorwegen. Ik hoop dat ze het haalt.1

We varen nu door dichte mist, fijn als dat weer eens optrekt.
Aankomst wordt hopen we nog woensdag.

Champagnezeilen

150 NM gevaren sinds Molengat (Texel), nog 350 NM naar Lerwick (Shetlands) te gaan.

Na het Molengat vol jagende visdiefjes en een enorme groep aalscholvers, zaten we echt op de Noordzee. We moeten eerst drie TSS-en oversteken (verkeersscheidingstelsels).
Ook moeten we laveren tussen alle boorplatformen door. Eén was gekoloniseerd met meeuwen en aalscholvers, dus ik was het met de verrekijker aan het gadeslaan. Toen zag ik ineens een paar vinnen boven water komen van enkele bruinvissen.
Op de route zitten geen windmolenvelden.

De nacht was helder met een volle maan.
We voeren halve wind met de Code 0, zo’n 5-7 knopen snelheid (ook af en toe de motor bij).
Onze wacht is simpel, na het avondeten duik ik een bed in en houd Roelof wacht. ergens rond 02.00 uur doen we een wissel. Overdag proberen we beiden wat extra uren slaap te maken.
Roelof heeft nog een sextant oefening met zonpeiling gedaan. Gelukt.

We lopen nu 8 knoopjes in een windveldje wat van UK naar Noorwegen trekt. Heerlijk.

Expeditie IJsland

Het was een hectische week.
De kinderen voor 7 weken gedag zeggen, het huis leegruimen (1 kamer staat vol dozen) en schoonmaken voor de verhuur, op het werk dingen afronden, Fayetje naar het vakantieadres brengen bij Monica en nog even de verse boodschappen doen. De boot hebben we vorig weekend al vol gestopt met 3 maanden houdbare boodschappen. Het schip ligt zeker 2 cm dieper in het water en de luiken staan op springen, maar alles zit er in.
Na een korte vrijdagnacht vertrekken we op zaterdag uit Enkhuizen. Moe maar voldaan varen we met heerlijk relaxt zeilwindje naar Den Oever.

De verrassing is dat achter ons de Hasta Luego en de ZsaZsa varen. Zij zeilen met 4 boten in wisselende samenstelling naar de Baltische Zee. Gezellige groep. Toch gaan we voor de uitdaging en het avontuur IJsland. Morgenochtend gaan we door de sluis en kiezen we het ruime zoute sop. We zien een goed weergaatje naar de Shetlands.

Vandaag Starlink aan het installeren…

Komende zomer willen we drie maanden gaan zeilen naar IJsland. Omdat de SSB toch een beetje gedateerd wordt ook maar een Starlink gekocht die we in de Radarmast hangen. Daarom vandaag de radarmast naar beneden gehaald.

Weekendje Marken

Het weekend van 11 november wordt het na heel veel regen best lekker weer. Vrijdag gaan Aranka en ik met Fay (hond) naar de boot. Ik kan er bijna niet meer opklimmen, zo hoog ligt de Beluga door het hoge water. Het heeft de afgelopen periode echt heel veel geregend, later horen we dat de Sassluis in Enkhuizen dicht zit vanwege het hoge water. Gelukkig liggen wij daar niet achter. Het kacheltje gaat aan het al snel is het lekker warm.

Zaterdag haal ik nog even lekker vers brood e dan varen we met een toch wel zuidelijkere wind dan voorspeld het Markermeer op. Alhoewel we in de Naviduct sluis ongeveer een halve meter zakken is ook het water in het Markermeer nog altijd een stuk hoger dan normaal. We overleggen nog even waar we naar toe gaan, Marken moeten we met dit hoge water wel kunnen aanlopen, daar staat normaal ca 2 meter water in de geul en wij steken 2.15 meter, maar met de hoge water moet dat wel lukken. We zetten koers naar Marken, de wind draait nog iets verder naar het zuiden, waardoor de ingang van de Gouwzee net niet bezeild is. Met een kort slagje kunnen we de Gouwzee invaren en strijken we het grootzeil. Op de fok varen we dor tot de ingang van de haven. We hebben een diepte van minimaal 2,5 meter dus dat gaat prima.

‘s Middags wordt het weer steeds beter en gaan we heerlijk met Fay wandelen naar de vuurtoren (Het Paard van Marken). Op de terugweg komen we Elsa Vermeer tegen, van de Sark die we al in de haven zagen liggen en die op Marken wonen. Nadat we bij gekletst hebben met een kopje thee lopen we samen naar de haven waar Jaap op de Sark met de buitenboordmotor bezig is. Ze komen nog een borrel halen op de Beluga, erg gezellig.

Zondag ga ik hardlopen met Fay en daarna varen we vrijwel pal voor de wind terug naar Enkhuizen met de spinaker. Heerlijk tochtje! We worden nog Bas de Ouden gefotografeerd en zien onszelf terug op ElkaarsBootjesSchieten.