Woensdag 1 juli komen we aan het eind van de middag aan in Húsavík, een ruimte haven die toch al vrij vol is, ook omdat de drijvende pontonbrug gereserveerd lijken voor de bootjes die met toeristen naar walvissen in het Skjálfandi fjord gaan kijken wat vol met zalm zit.
De havenmeester probeert ons vriendelijk in de buitenhaven waar je vrij onbeschut aan een pontoon te laten afmeren, maar wij kiezen er voor om langszij van de Tilvera (oude naam Anne-Margareta), een Nederlands schip, nu eigendom van Heimir, een hele aardige IJslander uit Húsavík die met de Tilvera rond IJsland, Groenland en Noorwegen vaart. Voor ons ligt ook de Anna-Caroline. Het is lekker weer dus we steken de barbecue aan en eten gezellig samen met de bemanning van de Isuma. Na het eten komen Wietze en Janneke van de Anna-Caroline ook nog gezellig koffie drinken en ervaringen uitwisselen.
Donderdag en vrijdag hebben we samen met de bemanning van de Isuma een auto gehuurd er en rijden naar de meest fantastische plakken toe. We zien de Grjótagjá grot, een smalle lavagrot met een prachtige blauwe bron die nu te heet is om in te baden. Hier zijn ook opnamens voor de “Game of Thrones” gemaakt. Ernaast ligt ook een indrukwekkende breuk in de aardkorst (een fysieke afstand tussen de tectonische platen van Europa en Amerika, die elk jaar iets toeneemt).
Hierna gaan we naar Hverir, een gebied vol met kokende en stomende bronnen en gorgelende en kokende modderpoelen. Het stinkt er enorm naar zwavel. De aarde die oranje, geel, rood en groen is, is prachtig om te zien. Het doet een beetje denken aan plekken in Yellow Stone park en het lijkt wel of je op een andere planeet bent. We kijken onze ogen uit naar dit mooie maar ook bizarre gebied. Het is echt bijzonder hoe verschillende gebieden in IJsland er steeds weer heel anders uitzien.
We rijden verder het gebied in van de Krafla vulkaan, met onderweg een prachtig blauw meer, waar andere toeristen een ware fotoshoot maken. Maar toegegeven het is ook echt een fotogeniek uitzicht. Er staan hier ook twee geo-thermische centrales waar door stoom onder druk uit boorgaten in de aarde elektriciteit wordt gemaakt. Daarna rijden we door naar de Víti crater, een prachtig gezicht, maar we waaien letterlijk van onze sokken. Last van muggen hebben we hier dan ook niet ;-).
Dimmuborgir is een doolhof van lavapilaren, grotten en steile torens die er surrealistisch eruitzien. De naam Dimmuborgir betekent dan ook heel passend “Donker Kasteel“. Deze lava-formaties zijn ongeveer drie duizend jaar geleden ontstaan toen een meer van lava zich over moerassige grond verspreidde. De stoom die door de hitte in het moeras ontstond vond een weg omhoog door de lava, waardoor holle schoorstenen en gedraaide kolommen ontstonden. Toen de lava was afgekoeld en het moeras was weggespoeld stortte het “lava dak” in en bleef dit landschap achter. Ik wandel samen met Aranka door dit prachtige doolhof en al snel zijn we de weg kwijt. Volgens de bordjes die naar de parkeerplaats wijzen moeten we terug, maar een rondje lopen is zoveel leuker. Gelukkig draaien na een tijdje lopen de boordjes om en lopen we in de goede richting. Het is een heerlijke tocht, er is veel luwte waardoor we niet weggeblazen worden maar wel genoeg wind om de muggen weg te blazen. We zien ook nog de grot waar volgens een lokale legende Yule Lads wonen – de 13 ondeugende kersttrollen van IJsland, maar we zien ze niet…
Als laatste geologische bijzonderheid rijden we om het Mývatn meer. Dit betekent “muggen meer” maar we waaien nog steeds van onze sokken en dus is er geen mug te zien. We maken een wandeling langs het meer bij Skútustaðir en lopen langs de pseudo kraters die ontstaan zijn toen hete lava over een gletcher stroomde. De stoom die ontstond door het smeltende ijs bouwde een enorme druk op en stroomt dan met enorme kracht, waardoor er een wal of ring van gestolde lava ontstaat.
We zitten zo langzamerhand wel aan onze taks met indrukken, maar gaan ‘s middags nog even rond kijken in Akureyri, ook wel de hoofdstad van het noorden genoemd. Een gezellige stad met een aantal cruise schepen en dus ook behoorlijk wat toerisme en toerisme winkeltjes waar Aranka (meer dan ik…) van geniet.
Op de terugweg stoppen we nog bij de Goðafoss watervallen. Het is een prachtige waterval in een half ronde boog waar het water ruim 10 meter naar beneden stort. Volgens de lokale legende zou rond het jaar 1000 ene Þorgeir Þorkelsson, stamhoofd, de heidense goden in deze watervallen hebben gegooid waarmee IJsland overging van de Noorse mythologie naar het christendom.
Moe en voldaan rijden we terug naar Húsavík waar Inge op de Isuma heerlijk kookt.
Vrijdag vertrekken we iets later zodat we beetje kunnen uitslapen. We rijden samen met Ronne en Bouke naar Jökulsárgljúfur (kloof van gletcherrivier). Hier is een uitgebreid bezoekerscentrum waarin wordt uitgelegd hoe deze kloof ca. 8000 jaar geleden is ontstaan na een vulkaanuitbarsting onder de Jökulsá á Fjöllum rivier. Door de enorme explosies de hete lava met het waterwerken de bergen rond de vulkaan letterlijk weggeblazen waarna het huidige national-park ontstond.
We rijden een stukje verder het national-park in naar Ásbyrgi, een kloof met steile hoge rotswanden in de vorm van een hoef van een paard. Deze kloof is volgens de informatie in het bezoekerscentrum waarschijnlijk ruim 2000 jaar geleden ontstaan in slechts een aantal dagen ontstaan toen bij een gletsjer-doorbraak onder de ijskap een gigantische hoeveelheid water vrijkwam. We maken hier een prachtige wandeling door het bos. We zien wel wat muggen en Aranka doet snel haar hoed met muggengaas op, maar dat blijkt later toch niet nodig. Langs de steile kliffen broeden verschillende vogels en ook in het bos waar we doorheen lopen zien we veel vogels.
Hierna rijden we langs de Jökulsá á Fjöllum river met prachtige watervallen. We stoppen bij de Hafragilsfoss waterval, en bij de Dettifoss waterval vanwaar we een wandeling maken van wandeling maken naar de Selfoss waterval. Door de wandeling en het klauteren over rotsblokken, het lawaai van het stromende water krijg je een betere indruk van de grootsheid, de watermassa die erdoorheen gaat en van wat er allemaal leeft (muggen, bloemetjes, etc). Hierna rijden we dezelfde weg door langs de rivier, zodat we niet dezelfde route terug hoeven, maar een rondje kunne maken en langs de andere kant van de rivier terug kunnen. Echter is de gravel weg ineens heel slecht en rammelt de auto bijna uit zijn voegen door de ribbeltjes. Ronne test de theorie dat als je er harder overheen rijdt het gerammel en geschud minder wordt. Dat lijkt te werken. We stoppen nog vlak bij Húsavík bij kliffen waar Puffins broeden.
Zaterdag en zondag rommelen we rond de boot, zaterdag bekijken we het walvis museum in Húsavík en zondag hebben we heerlijk gezwommen in het buiten zwembad. Zonnen in je badkleding bij 15 graden met je voeten in 41 graden water bungelend is een geheel nieuwe ervaring. ‘s Avonds vertrekken we 22:00 richting Hornvík waar we maandag rond 21:00 zullen aankomen.