Dinsdag 30 juni vertrekken we om 16 uur uit de baai Bakkagerði naar Húsavík (Noordzijde IJsland) ongeveer 140 mijl varen.
Door het rollen van de boot op de swell is er een onderdeel van de ankerrol losgeraakt. Dat hadden we niet in de gaten, dus die plonsde in zee, bij het ophalen van het anker. Roelof weet snel en creatief een oplossing te maken met een houtje en reserveboutje, zodat alles weer vast zit tijdens de tocht. Weer een onderdeeltje wat we Myrthe zullen vragen voor ons mee te nemen.
We hebben prachtig weer en hoe gaaf is het om dan foto’s te maken van elkaar onderweg langs de indrukwekkende kapen.



We hebben goed uitgerekend hoe laat we langs de meest uitstekende kaap heen moeten varen, de kaap van Langanes. We willen daar zijn met zo min mogelijk stroom en moeten dicht langs de kaap varen (10 meter dieptelijn staat in de gids) om nare golfslag te vermijden. Middernacht ronden we de kaap “de eendenkop”, zoals we die zelf noemen op basis van de vorm op de kaart.

Ik had mazzel en mijn wacht verliep relatief rustig van te weinig wind (motor) naar kunnen zeilen. Het zeilen lukte redelijk bij weinig wind (zonder dat alles klappert), omdat er nauwelijks golfslag was. Ook kwam er nog een hele grote dolfijn bij de boot. Ik zag hem vooral langszij, maar niet echt spelen bij de voorpunt. Maar wat een lengte had dat dier (wel 3 meter schatte ik). Later ging de dolfijn terug naar zijn groep die schuin achter ons aan het jagen waren (je zag ze plonsen en druk bezig).
In de ochtend toen Roelof weer wacht nam, maakten de wisselingen in wind het relatief druk. Roelof begon met de Code Zero (ons grootste zeil voor weinig wind), maar moest in no time switchen naar dubbel gereefde zeilen vanwege 22 knopen wind, die ineens opstak. Als we de meest noordelijke kaap ronden varen we door de poolcirkel.
Uiteindelijk gaat in de baai bij Húsavík de wind uit.
In Húsavík haven is de havenmeester wat gespannen. Hij heeft normaal maar 20 zeilboten per jaar. En nu heeft hij er in één keer 6 tegelijk, waarvan vier Nederlandse zeilschepen. Ook de Anna Caroline zien we hier terug. We mogen met 3 boten naast elkaar liggen, ook al is de havenmeester dat hier duidelijk niet gewend.
We liggen aan een oerdegelijk schip Tilvera, dus we denken dat zit wel goed. Maar de volgende ochtend komt de wind uit een andere hoek en is het ineens een hoger wal. Dat betekent dat de schepen een stuk van de kant afliggen, hangend in de landvasten. Dan moeten we de meter afstand tussen de boot en de kade op creatieve wijze zien te overbruggen, door over de landvasten te lopen. Best spannend met bagage en met korte benen.
Wat een fraaie tocht weer!
Leuk dat jullie naast de Tilvera liggen. Daar heb ik mooie reizen mee gemaakt. Toen ze nog Anne Margeretha heette heb ik 8 weken als bemanning mee mogen varen (Tromsø-IJsland, Enkhuizen-Bodø en Spitsbergen-Tromsø). Groetjes, Peter