Op 2 augustus vertrekken we in het begin van de middag vanuit Vestmannaeyjar (of in het Engels de Westman Islands), nadat we nog even langs zijn gelopen bij de Anna Caroline, die rond het middaguur vanuit Reykjavik aankwamen. We krijgen nog wat tips over de Orkney eilanden (erg handig zo’n zeilende reisgids die overal net is, als wij er ook zijn, thanks Janneke en Wietze!).
Bij het vertrek is er vrijwel geen wind, dat is fijn want we lagen aan lagerwal en als het dan poeiert is het lastig loskomen. De Noorse boot de Isbjorn die een dag voor ons is vertrokken, werd daarom met een sleepboot van de steiger getrokken en natuurlijk net toen er helemaal geen wind was… Maar voor ons dus geen probleem en we varen eenvoudig weg met een achterspring. Bij het uitvaren van de havenbaai varen we weer tussen de imposante hoge lavakliffen door, die hier loodrecht uit zee omhoog komen.
Het is een prachtig gezicht om Vestmannaeyjar achter ons te zien verdwijnen en de gletsjer op IJsland in de verte te zien. Het voelt nu ook echt wel alsof de terugtocht definitief is begonnen. Na een paar mijl begint het te waaien en kunnen we de zeilen hijsen en de motor uitzetten. We zetten de code-0 (een extra groot voorzeil) en zeilen de eerste dag met een snelheid tussen de 5 en 7 kts.
‘s Nachts gaat de motor een paar uur aan, maar daarna kunnen we weer zeilen. We zien dolfijnen en een enorme kabellegger, maar verder is het verlaten op zee. IJsland verdwijnt langzaam uit zicht. Aan het eind van de middag op 3 aug worden de golven hoger terwijl de wind steeds verder afneemt. Dat is een slechte combinatie voor een zeilboot. De zeilen staan te klapperen door het heen weer schommelen van de boo. Door het schommelen komt er meer druk in de zeilen dan door de wind. Om te voorkomen dat de zeilen kapot slaan halen we alles naar beneden, waardoor we wel wat harder schommelen, maar wat vooral ook veel rust brengt. Zo motoren we heel rustig de tweede nacht door.
Op 4 aug begint het rond één uur weer een beetje te waaien. De code-0 hebben we al opgeborgen want we varen nu een depressie in, die net voor ons wegtrekt (als het goed is…) en waarvoor ook een stormwaarschuwing windkracht 8 wordt afgegeven. We moeten de tocht goed plannen zodat we enerzijds niet te snel de depressie invaren en in de storm terecht komen en anderzijds niet te langzaam varen, want dan missen we het tij bij de Orkney’s waar het enorm hard stroomt tussen de eilanden (tot wel 7 kts). Voor nu moeten we vooral afremmen en dat is nog best lastig met halve wind, want de Beluga heeft er zin in en loopt tussen de 7 en 8 kts, waarmee we echt te hard gaan. We zetten daarom 2 riffen en de kotterfok, waarmee we de snelheid voldoende uit de boot halen. De wind en de golven nemen langzaam maar zeker toe, tot ruim 20 kts wind en golven van ruim 2 meter, maar met halve wind vaart de Beluga prachtig. Om de Beluga nog verder af te remmen zetten we ook het derde rif. Het is voor het eerst dat we dat gebruiken. Soms neemt de wind even af en dan zetten we de grote fok (Yankee) erbij en zo kunnen we onze snelheid goed afstemmen op de planning.
‘s Nachts, als we samen net bezig zijn met het trimmen van de zeilen, geeft de stuurautomaat een korte piep en loeft de boot op. Snel pakken we het roer en brengen de boot terug op koers. Op het schermpje van de autopilot staat “Rudder Response Failure”, dit komt wel op een heel ongelegen moment… 23 kts wind, ruim 2 meter hoge golven, nog ruim 220 mijl te gaan en dan geen stuurautomaat!
Aranka stuurt de Beluga van 19 ton met de helmstok, wat eigenlijk makkelijker en beter gaat dan we dachten. Ik probeer ondertussen de olie in de hydrauliek van de stuurautomaat bij te vullen. Eerder in Noorwegen heeft dat eenzelfde probleem immers ook opgelost. Hiervoor moet ik wel eerst het rek met opbergkratten achterin de boot, op een nogal hobbelende schip, demonteren. Maar dat lukt, en ook het bijvullen van de olie lukt. Helaas is het probleem hiermee niet opgelost, ook niet nadat we het systeem ontluchten. Heel even lijkt ie het nog te doen, maar dan piept ie toch weer… Vervolgens check ik de zekeringen, maar ook die zijn goed…
Langzaam begint het tot ons door te dringen dat we nog ruim 220 mijl moet sturen op de hand… en zo varen we de vroege ochtend van van 5 aug in. De moed zinkt ons wel in de schoenen, of nog verder tot ergens diep onderin de kiel van het schip… We overwegen om naar de Faeröer te varen, die dichterbij zijn, maar we weten niet of het probleem eenvoudig opgelost kan worden en dan zijn we toch liever in de Orkney eilanden vanwaar je ook in kleinere etappes naar huis kan varen, dus voorlopig houden we koers op de Orkney’s, koers 120°, dat vergeten we voorlopig niet meer ;-).
Aranka denkt het sturen wel 3 uur vol te kunnen houden en we spreken daarom af om de drie uur te wisselen. In de drie uur dat je niet hoeft te sturen proberen zoveel mogelijk slaap te pakken, waarbij we de 2 handmarifoons gebruiken om vanaf het roer de ander wakker te maken als dat nodig is. Als je roer-shift begint moet je zorgen dat je voldoende gegeten en gedronken hebt en dat je naar de wc bent geweest, want daarna zit je drie uur te sturen. Gelukkig wordt het al heel vroeg licht en gaat het veel beter dan we ooit hadden durven dromen en we krijgen er ook wel lol in. Gaandeweg begint er langzaam enig geloof te ontstaan dat we zo inderdaad wel de Orkney eilanden moeten kunnen halen.
We checken elke 6 uur het weer om onze snelheid aan te passen op de depressie die voor ons zit en die ons goede wind geeft, maar ook rotgolven. We moeten nu eerst niet te snel varen en de laatste dag juist een gemiddelde van 6,5 knoop halen.
De volgende nacht wordt het echt donker en ik merk dat ik het kompas steeds minder goed kan lezen. De kompas verlichting staat aan, maar ik zie de getallen “120” “150” “90” door elkaar heen dansen en kan er geen chocola meer van maken. Als het echt niet meer lukt roep ik Aranka via de marifoon. Met een wako-wako lampje gericht op het kompas in de ene hand en de helmstok in de andere hand, maak ik mijn shift af. Maar dit gaat zo niet, dat is zo geen drie uur vol te houden…
We overleggen even en kiezen er dan voor om het grote deklicht in de kuip maar aan te zetten. Dat is een soort bouwlamp, die de hele kuip en boot vol in het licht zet. Heerlijk dat je het kompas weer goed ziet, maar verder zie je niets meer om je heen… Eén voordeel…, er is ook niets om ons heen en gelukkig heeft tot nu toe ieder schip ook AIS gehad wat we op de plotter zien. We moeten er maar het beste van hopen, veel keus hebben we niet. Wel zetten we nog een bulletalie (een lijn van het einde van de giek naar de voorpunt) zodat we geen klapgijp krijgen als iemand tijdens het roeren in slaap sukkelt. Deze laatste wachten in het donker worden wel zwaar en daarom krijgen we bij iedere wacht een half uurtje cadeau van elkaar.
Heerlijk als het weer licht wordt, de afstand wordt nu ook overzichtelijke nog 50 mijl te gaan, ieder nog 2 shifts. Vandaag komen we aan! We twijfelen nog even welke route we naar Kirkwall volgen, de hoofdroute door de Westray Firth en de Stronsay Firth of de smallere doorgang door de Eynhallow Sound. Deze laatste route gaat door de Burgar Roost (hoge steile golven met brekers) die berucht is, maar vooral met stroom naar het westen. Wij zijn daar -als onze planning klopt- met stroom naar het oosten en dan is er geen “roost”. En de route door de Eynhallow Sound is ook 5 mijl korter en leuker om te navigeren, dus we kiezen daarvoor.
Als we 25 mijl voor de kust zijn worden we welkom geheten door een grote groep dolfijnen die een tijd lang met ons mee zwemmen. Als we de laatste uurtjes tussen de eilanden komen is het heerlijk varen, de bewolking is weggetrokken en het uitzicht op de groene heuvels van de Orkney eilanden is prachtig. Tussen de eilanden zijn de golven ook weg, van de “roost” merken we niets behalve dat we opeens 13 kts lopen. Alhoewel we doodop zijn kunnen we ook enorm genieten van het mooie uitzicht en de laatste mijlen. In de haven van Kikwall meren we af langs een lange steiger en ik geloof niet dat ik eerder zo opgelucht en blij was dat we aangekomen waren. Heerlijk om er te zijn. De alleraardigste havenmeester Euan komt langs en geeft ons een warm welkom. Lekker douchen, Champagne om aankomst te vieren, Fish & Chips halen en dan lang en diep slapen!
Terug kijkend was deze tocht tegelijkertijd een dieptepunt en hoogtepunt. Een dieptepunt omdat we best even in de penarie zaten, hoe we zonder stuurautomaat en met weer dat ook niet veel ruimte gaf om bij te liggen, weer in een haven zouden komen, maar anderzijds ook een hoogtepunt omdat ik trots ben hoe we het samen toch maar weer mooi hebben gefixed!
Vrijdag in Kirkwall, samen met een lokale engineer, gekeken naar het probleem en het bleek dat de koolstofborstels van de roermotor versleten zijn. Helaas hadden ze dit type hier niet, maar wel oude die we er als verlengstukje tussen hebben gezet zodat de stuurautomaat het nu weer goed lijkt te doen.