

Tussen de eilanden door
Donderdag 18 juni verlaten we vroeg Torshavn. Martin van de Onwo Onoc is nota bene ook vroeg opgestaan en staat ons uit te zwaaien. Voorgaande avond hebben we iedereen die we hier in de haven hebben leren kennen al gedag gezegd (ook de bemanning van de Anna Caroline en de Timpete).
Zodra je de haven uit vaart zit je meteen in de Atlantische swell. Dat is na bijna twee weken land toch weer even inslingeren. We varen met een zonnetje tussen de eilanden door naar Klaksvik, waarvandaan we willen vertrekken naar IJsland. Ideaal met de RAK-app om de enorme getijdenstromingen op elk tijdstip te vinden, zodat we de stroomversnellingen aan ons voorbij kunnen laten gaan.
In Klaksvik zijn we met de auto al geweest. Hier hadden we de aanrijding. We weten dus hoe de haven er uit ziet. We meren af en kunnen bij de supermarkt nog wat vers brood kopen voor de oversteek. In de middag lopen we nog een ommetje door het bos bij Klaksvik. Dit is aangelegd langs twee riviertjes die samenkomen in het dal. Vroeger hadden zie hier natuurlijke zwembaden gemaakt en kregen de kinderen les in dit ijskoude water. Nu staat er een overdekt zwembad en zijn de baden niet meer in gebruik.

De oversteek
Vrijdag 19 juni gooien we om 6.00 uur los en verlaten Klaksvik. Het is mistig en het voelt enigszins spooky aan als we zo door de mist langs het eiland Kalsoy varen. Maar het is ook gaaf om Kalsoy nu vanaf het water te zien, het James Bond eiland.
We zien nu ook de zeemeermin staan langs de kust (op de rug), een mooi beeld, waarover een zeer bekende sage gaat:
Aan land deden de meerminnen hun vissenhuid af en konden ze lopen en feesten. Iemand wilde de zeemeermin houden en heeft haar vissenhuid verstopt. Ze zijn getrouwd en hebben kinderen gekregen, maar de meermin wilde heel graag terug naar zee. Dat is haar uiteindelijk gelukt toen ze haar vissenhuid weer terug vond.
De James Bond vuurtoren ziet er maar heel klein uit vanaf het water, maar de klif en de enorme grot zijn wel goed zichtbaar. We moeten nodig de film “No time to die” terug gaan kijken.

Daarna worden de Faeröer steeds kleiner en opgeslokt door de wolken als we verder varen richting IJsland. De oversteek is 260 mijl (bijna twee dagen varen) en het weergaatje was afgelopen dagen stabiel. We varen heel relaxed met de Code zero. Dit grote zeil houd ons met weinig wind stabiel op de golven en geeft voortgang.
Onderweg zien we enkele visserboten. De meeuwen volgen ons en spelen met de wind en de golven, Het lijkt me heerlijk als je zo kan vliegen.
Zaterdag 20 juni is de zee een klotsbak en hebben we zoals voorspeld wat gekke weerwisselingen met wind uit alle hoeken. Helaas gaat de wind ook nog tegen staan. Vanaf 50 mijl voor de kust zien we IJsland al aan de horizon verschijnen. Hoe dichterbij we komen hoe imponerender de hoge bergen met sneeuw op de toppen zijn.
Op 30 mijl van IJsland worden we opgeroepen op de marifoon door de kustwacht. Roelofs had al bij vertrek uit Klaksvik een mail gestuurd om te melden dat we vandaag in Djúpivogur zouden aankomen. De uiterst vriendelijke dame die ons oproept zoekt de mail van Roelof maar kan deze niet vinden. Ze zegt dat we eigenlijk naar een aankomst haven (“Port of entry”) moeten. Ze overlegt nog even met de douane die de mail wel kunnen vinden en geeft dan alsnog toestemming om naar Djupivogur te gaan. Na een half uurtje roept ze ons opnieuw op op de marifoon. We moeten toch naar het nabijgelegen Eskifjordur om in te klaren. De immigratiepolittie moet ook nog goedkeuren dat we niet naar een “Port of Entry” varen, maar heeft daar nu geen tijd voor. Dus zetten we dan alsnog koers naar Eskifjordur… Nou ja, een kleine 20 mijl extra kunnen we er ook nog wel bij hebben. Helaas in het begin wel tegen de wind in maar die gaat snel uit. Dan motoren we verder het prachtige fjord binnen naar Eskifjordur met aan weerszijden enorme bergkammen met sneeuw.

Aankomst in Eskifjordur
Zondagochtend om ca 3.00 uur komen we aan in Eskifjordur maar gelukkig wordt het hier niet donker. Altijd spannend om, ook al hebben we de boeken goed gelezen, te kijken hoe we moeten aanmeren. We zien een plekje tegen een dubbele rij autobanden langs de kademuur en leggen de Beluga vast. Direct staat daar de iemand van de douane, die heeft dus 24 uur dienst en komt onze formulieren checken. Hij is uiterst vriendelijk, is tevreden met de formulieren die we eerder via de mail hadden verstuurd en komt verder niet in de boot. We vieren trots onze oversteek met een drankje. Daarna gaan we moe en voldaan naar bed.
PS. De motor heeft geen problemen meer, hij start en loopt weer als een zonnetje, dus dat probleem lijkt voor nu echt opgelost.


