We waren al onder de indruk van de Farao’s, echter IJsland verrast en imponeert ons nog meer. Alleen het uitspreken van al die verschillende plaatsnamen en woorden, die we totaal niet kennen, daar moeten we nog wat aan wennen.
Verkennen van Eskifjörður
Nadat we zondag 21 juni zijn aangekomen blijven we hier een weekje in de haven liggen.
Uiteraard verkennen we het vissersplaatsje, daarna wachten we op de Isuma en maken samen met de Isuma nog een Road trip van twee dagen.
In Eskifjordur treffen we in een oud pakhuis uit 1816 een museum. Eigenlijk zijn de drie pensionado’s die ons ontvangen het leukst. Ze zijn ‘verrast’ door onze komst, want ze waren samen net een spel aan het spelen, maar springen in de actiemodus en zetten de bijpassende muziek aan in het museum, bieden ons het Engelse informatieformulier aan, etc. Het museum is ook schattig met alle historische verzamelingen van visserij en van enkele beoefende beroepen (timmerman, tandarts, snoepjesfabriek, etc). Geweldig is de poster aan de muur waar exact op staat welke vis je waar rondom IJsland kan vangen. Wie weet…
Ook fietsen we langs het fjord over een grindweggetje met onze vouwfietsjes naar Helgustaðir. Een oude “transparant calciet” groeve. Tot de 20e eeuw is deze mijn commercieel in gebruik geweest, de kristallen zijn gebruikt in veel instrumenten (zoals microscopen) en Huygens heeft met het materiaal uit deze mijn de werking van licht bestudeert.
Enthousiast wandelen we de grot/mijn in, gewapend met een zaklamp. Roelof loopt voor mij uit met de zaklamp maar ik zie toch geen hand voor ogen. Ik zet mijn zaklamp van mijn telefoon ook aan, want ik struikel over de grote stenen. Water druipt overal langs de grotwand, van het plafond naar beneden en stroomt over de bodem. Het spettert mij nat en mijn niet-waterdichte telefoon. En dan stuiten we op een trappetje van ijzer met 3 treetjes, waar een waterval langs stroomt, waarboven je gebukt nog verder de grot in kan klimmen. Daar haak ik af, terwijl ik Roelof verder over de stenen het gangetje in loopt en ik het lichtje langzaam zie verdwijnen….
Het buiten-zwembad op 10 minuten lopen is ook een beleving. Ze hebben verschillende warmwaterbaden rond de 40 graden, een sauna, een dompelbad van 8 graden en uitzicht op de prachtige besneeuwde bergen om ons heen. Hier worden we weer fris en lekker schoon totdat onze huid gerimpeld is.



Een andere dag fietsen we richting Reyðarfjörður (plaatsje om de hoek, met een aluminiumfabriek) en maken een wandeling. De heide of mosgroen is hier prachtig van kleur en veert als een malle als je er over loopt, het stikt van de kleine bloemetjes die we niet kennen en we zien vele vogels (eidereenden met jongen en broedende meeuwen) en de uitzichten met het prachtige weer op de Vienetta besneeuwde bergen benemen ons de adem.

Road trip samen met Isuma
Voor de donderdag en vrijdag (25 en 26 juni) hebben we een auto gehuurd.
Op donderdag rijden we samen met Ronne en Bouke naar het Zuiden (Diamond beach).
Eigenlijk wil je om elke bocht weer een foto nemen, zo mooi, weids en prachtig zijn de landschappen. Rijden over de ringroad nummer 1 gaat uitstekend.
Ons eerste doel is Höfn (spreek uit Hub hebben we van onze havenmeester geleerd). Daar ligt een nieuwe radar, die we vanuit de Faeröer in IJsland hebben besteld en hier bezorgd zou moeten zijn. De grijns en opluchting op Roelof zijn gezicht bij het in ontvangst nemen van het pakket spreken boekdelen. Het is een grote doos, maar gelukkig past het in de achterbak van de auto.
Volgende doel is Diamond Beach. Wel toeristisch, met alle parkeerplaatsen en bussen die er staan. Inmiddels staat er 36 knopen wind (WK 8) en worden we door het zwarte zand gezandstraald. Maar zo prachtig om de Vatnajökul gletsjer te zien liggen, achter het gigantische gletsjermeer Jökulsárlón (wat wel 190 meter diep is) en de grote afgebrokkelde stukken ijs van allerlei blauw kleuren te zien drijven (10% steekt boven water). En dat terwijl in Nederland de mussen van het dak vallen door de hitte daar.
Het is een lange rijdag en op de terugweg zien we nog rendieren en eten we een hapje in het plaatsje Djúpivogur, met uitzicht op de haven.
De volgende dag rijden we door de besneeuwde bergen naar het binnenland, het glooiende Jökuldalsheiði. Vandaag is Inge ook mee op stap en is de rij afstand gelukkig minder, met zijn vijven in de auto.
Eerst komen we langs de Rjúkandi watervallen, waar we naar boven klimmen. Volgende stop is de kloof Stuðlagil. Deze kloof met prachtige basaltformaties is pas in 2017 ontdekt in de rivier, nadat er 2/3 minder water door de rivier loopt, omdat het water wordt opgeslagen in grote meren voor een waterkrachtcentrale. Via een prachtige wandeling langs de rivier kom je bij de kloof. Verborgen is het zeker niet meer gezien de hoeveelheid toeristen hier. Maar IJsland doet duidelijk zijn best om het toerisme over paden te leiden en zo de omgeving zo veel mogelijk onaangeroerd te laten. Lastig, want voor de mooiste foto’s wordt overal overheen geklommen.
Daarna rijden we terug naar Egilsstaðir en rijden om het enorme meer Lagarfljót naar de Hengifoss waterval. Hier maken we ook weer een wandeling met een stevige klim naar de waterval die 120 meter recht naar beneden valt. Prachtig gezicht met basalt en rode kleistrepen erachter. Door de hete lava is de rode klei ertussen gebakken.
We rijden weer terug naar Egilsstaðir door hectares bos (loofbomen) en paarse lupine velden. Wat een prachtig land is dit. In Egilsstaðir is een grote (minder dure) Bonus supermarkt, en kunnen we vers eten inslaan voor komende week. Ze hebben in de super een koelruimte voor groeten (allemaal afkomstig uit Nederland, haha) en een nog koelere ruimte voor alle zuivel en vlees. Daar moet je niet te lang in staan, dan raak je snel onderkoeld. We sluiten de dag af met een BBQ.









Rustdag
We verwachten zondag 28 juni een stukje verder te kunnen varen richting het noorden van IJsland. Hierdoor hebben we nog een zaterdag om allerlei klussen te klaren, zoals het plaatsen van de nieuwe radar. Dan kunnen we in de mist ook weer om ons heen “kijken”.


