About Roelof Crevecoeur

Roelof Crevecoeur, geboren in Eindhoven op 22 december 1965

Oost-West Thuis Best!

Aan alle mooie reizen komt ook weer een eind. Enerzijds jammer, maar ook fijn om terug te gaan naar alle vrienden en familie. Wij genieten nu nog volop in Whitby, een erg leuk plaatsje aan de Oostkust van Engeland, maar we moeten zo langzamerhand gaan nadenken over de terugreis naar Scheveningen. Zoals het weer er nu uitziet willen we vrijdagmiddag 14 aug. vertrekken uit Whitby. Er staat dan een westelijke wind die ons in ongeveer twee dagen naar Scheveningen zou moeten blazen. We komen dan zondag overdag aan in Scheveningen, we zullen onze blog onderweg nog wel updaten hoe het gaat en wanneer we precies verwachten aan te komen. Tot binnenkort!

Mc Crevy en Mc Myr


Miljoenen gouden munten
Als we aankomen op Mull in Tobermory is het al laat in de middag. We zien een rijtje kleurige en vrolijke huisjes langs het water staan die er vrolijk uitzien. Volgens een de overlevering ligt hier in de modder het wrak van een Spaans oorlogsschip dat hier na een explosie gezonken is en waar nog miljoenen gouden munten aan boord moeten liggen. Er is er nog nooit een gevonden…

Als we afgemeerd zijn en de haven betaald hebben loop ik met Aranka het plaatsje in. Wouter en Myrthe hebben in analogie met het Dolfje Weerwolfje boek “Meermonster” een schotse naam verzonnen. Ze heten nu McCrevy en McMyr. McCrevy en McMyr blijven als wij een wandelingetje maken liever op de boot. Tobermory is een leuk plaatsje, we proberen een autootje te huren voor woensdag maar de autoverhuurder is al dicht, dan maar morgen ochtend proberen. We lopen langs wat toeristenwinkeltjes die een onuitputtelijke aantrekkingskracht hebben op Aranka, en doen nog een paar boodschappen bij de supermarkt. Ik moet hier vroeger toen ik de leeftijd had van McMyr ook geweest zijn toen ik samen met mijn ouders en broers door Schotland fietste, maar ik kan met dit plaatsje niet voor de geest halen, wel kan ik me nog rotsen vol met vogels herinneren en dat ik een net nieuw jack had laten liggen (maar dat kan ook op een ander eiland geweest zijn) wat toen natuurlijk een groot drama was. Ik ben benieuwd wat McCrevy en McMyr zich later van Mull herinneren.


Single lane roads
Woensdag 29 juli sta ik vroeg op om een autootje te huren. We hoorden al dat er een cruiseschip was vandaag en dat de auto´s wel eens allemaal verhuurd zouden kunnen zijn. Als ik op de steiger stap zie ik inderdaad al hele drommen toeristen die met kleine bootjes naar de kant gebracht worden. Als ik -nog net voor de drommen toeristen- bij de autoverhuurder kom zijn alle auto’s inderdaad al verhuurd. Dan maar voor donderdag want we willen Mull wel graag zien. Als ik vraag of ik de auto ook al woensdag avond kan ophalen vertelt een van de toeristen dat ze de auto al voor twaalf uur ‘s-middags weer inlevert omdat het cruiseschip om twaalf uur alweer vertrekt. Dat is pas echt een bliksem bezoek… Maar voor ons prima dan hebben we de hele middag en avond om rond te kijken.

Daarna lekker verse croissantjes gehaald bij de Co-op en nadat iedereen wakker is en ontbeten heeft doen we een paar blokken Geobas voordat we samen het plaatsje inlopen. Om twaalf uur staat de auto klaar en dan vertrekken we ook meteen. We rijden eerst richting Loch Tuath over een mooi smal weggetje. Ze hebben hier single lane roads wat betekent dat als je een tegenligger tegenkomt één van de twee moet wachten bij een passeerpunt of als er geen meer is je even achteruit moet rijden. Grappig en ook geen probleem want er rijden hier maar heel weinig auto’s. We stoppen op een paar mooie uitzichtpunten met prachtige uitzichten over ruige heuvels begroeid met gras en bomen. We ontdekken al snel dat het “rondje Mull” wel wat ver wordt en stellen ons plan bij. We rijden door naar Loch Scridain en slaan het eiland Iona dan over en rijden door naar Duart Castle een prachtig oud kasteel waarvan veel ruimtes zijn ingericht zoals ze vroeger ook waren. Kleden aan de muur en meubels. Dat geeft toch een heel ander beeld dan de grijze stenen kastelen die je normaal ziet. Zo kan ik me wel voorstellen dat het hier goed toeven moet zijn geweest. Gisteren waren we hier ook al langs gevaren. Het kasteel ligt prachtig op een punt waar verschillende Loch’s bij elkaar komen. Het valt op hoe leeg de rest van Mull nog steeds is. Ik kan me zo voorstellen hoe hier vroeger mensen van kasteel naar kasteel trokken door de bergen en het doet me denken aan het boek “Een Brief voor de Koning” wat McCrevy en McMyr als luisterboek hebben.


Heuveltje op, heuveltje af
Daarna rijden we door naar het andere kasteel van Mull, Glengorm Castle. Dit is nog privé eigendom en wordt gebruikt als hotel en trouwlocatie. We kunnen het dus niet van binnen bekijken, maar we maken er een mooie wandeling met uitzicht op de westkust van Schotland. Het is prachtig weer en met de lage zon is het een prachtig gezicht. We komen langs de Glengorm Standing Stones, grote stenen die rechtop staan in een cirkel vanuit de tijd van de eerste bewoners van Mull. McCrevy en McMyr kunnen heerlijk door het gras rennen en rennen heuveltje op heuveltje af. Daarna lopen we langs de heuvel waarop ooit Dun Ara Castle stond en waar vroeger de scheepvaart rondom Mull in de gaten werd gehouden. Er is niet veel meer van over, maar het uitzicht is prachtig. Daarna lopen we door en lopen rond het Glengorm Castle terug naar de auto. Als we weer terug zijn in Tobermory wandelen we even door het plaatsje en eten we heerlijk in een Pub. Om tien uur ‘s Avonds moeten we weg, want kinderen mogen na tien uur niet meer in de pub. Goed want het is de hoogste tijd voor McCrevy en McMyr om naar bed te gaan.


Typisch Britse humor
De volgende ochtend (donderdag 30 juli) gaan wij ook weer verder naar Corpach waar het Caledonisch Kanaal begint. Via het kanaal varen we van west naar oost Schotland. Het eerste stuk kunnen we deels zeilen maar we moeten ook stukjes motoren. We zien Duart Castle nog in de verte liggen als we vanuit de Sound of Mull Loch Linnhe invaren. Bij Corran Point is een versmalling in het Loch waar het hard stroomt. Gelukkig hebben we stroom mee en spuiten we met vijf knopen stroom mee door de versmalling heen. Als we voorbij de versmalling zijn zie ik de keerstromen goed en ik zorg dat we in de hoofdstroom blijven zodat we zo lang mogelijk de stroom mee hebben. Hier draait de wind ook naar pal van achteren en ik zet de spinnaker zodat we nog een uurtje heerlijk kunnen zeilen voordat we bij Corpach aankomen. Het is dan al na vijven en de zeesluis wordt pas weer morgenochtend bediend. Er ligt al een Engels schip aan de wachtsteiger en dus moeten we langszij. Als we vragen wanneer zij weg gaan blijken zij al door het kanaal heen te zijn geweest en morgen ochtend om zes uur te vertrekken. We wisselen dan maar even van plek zodat wij aan de steiger liggen en zij langszij zodat ze ‘s ochtends makkelijk kunnen wegvaren en wij nog even kunnen doorslapen. ‘s Avonds drinken we nog wat samen met onze buren en genieten van de typisch Britse humor voordat we naar bed gaan.

Verse croissantjes en een stokbrood
Vrijdag ochtend sta ik om zeven uur op. Er is dan nog niemand bij de sluis maar er komt wel een Noors schip, een 49 foot Ovni, aanvaren die ik help met afmeren. Aan boord is een Noors gezin met drie kinderen. Als ik het plaatsje Corpach inloop is de supermarkt al open en ik koop verse croissantjes, een stokbrood en nog een gewoon brood. Dat hebben de Engelsen dan weer wel van de Fransen overgenomen, goede croissants en lekker vers stokbrood. Als ik terug kom is er al iemand van de sluizen en 10 minuten later kunnen we de zeesluis in. In de zeesluis gaan we nog niet veel omhoog, deze is er vooral om het eb en vloed verschil te compenseren. In ze zeesluis moeten we een half uurtje wachten want er komt nog een (ook Noors) jacht aan. Als ik betaal voor het kanaal krijgen we een forse korting omdat we ook al door het Crinan Canal zijn geweest. Er is nog voldoende tijd over, kan ik nog mooi even douchen. Er zijn hier net zo als bij de meeste sluizen keurige toiletten en douches voor als je er overnacht.

Neptune´s Staircase
Nadat we door de zeesluis heen zijn, varen we nog door een dubbele sluis voordat we beginnen aan “Neptune´s Staircase”, acht aaneengeschakelde sluizen waarbij er tussen twee sluizen maar een paar sluisdeuren zit. Er kan dus maar een richting tegelijkertijd door de sluizen. Neptune’s Staircase heeft acht sluizen achterelkaar. McMyr en McCrevy helpen mee door met de landvasten over de kant van de ene sluis naar de andere sluis mee te lopen en ze daar weer vast te zetten. Dat gaat prima, al moet er wel om de drie sluizen een tegen prestatie aangeboden worden. Maar met de nodige koekjes en drinken en een heus punten systeem waarmee ze een ijsje kunnen verdienen hebben we er met zijn allen een hoop lol in. Op de kant kijken een hoop toeristen die het allemaal erg interessant vinden. Vooral de Chinese toeristen zijn vermakelijk, ze willen allemaal weten wat het kost, als je dan vraagt wat ze bedoelen hebben ze geen idee, door het kanaal varen of een schip, het maakt ze niet uit als ze maar een bedrag horen.

Typisch Schots weertje
Na Neptune´s Staircase varen we door, het weer is bewolkt, maar het is droog, dus dat is al helemaal niet slecht. We varen samen met de twee Noorse boten en nog een onderhouds schip dat de sluizen onderhoudt, een vierkante bak met drie erg vrolijke Schotten erop. Om drie uur zijn we door de sluizen en de brug van Gairlochy en vinden we het wel mooi geweest. We meren af en dan begint het vrijwel direct te regenen en daar houdt het de rest van de dag ook niet meer mee op. Nou ja, typisch Schots weertje wat ons Hollanders ook niet vreemd is. De rest van de middag doen we nog een paar blokken Geobas en daarna gaan we Monopoly spelen. Helaas duurt dat altijd zo lang dat we voordat het is afgelopen alweer moeten stoppen omdat we aan dezelfde tafel ook moeten eten. Aranka kookt lekkere Chili Con Carne en ’s avonds spelen we nog een spel Monopoly totdat McCrevy het niet meer leuk vindt en we stoppen, want het is tenslotte voor de lol.

Zaterdag vertrekken we rond negen uur en we kunnen een heel stuk zeilen over Loch Lochy. Dat is lekker, bovendien is het weer ook een stuk beter dan gisteren. Er valt nog wel af en toe een buitje, maar de zon laat zich ook vaak zien en dan is het meteen lekker warm. Het is een prachtige tocht om zo over het meer te varen.

Het Caledonisch Kanaal is in totaal 60 mijl lang, maar het grootste gedeelte (38 nm) bestaat uit Lochs of meren die gevormd zijn door een gletsjer. Het hoogste punt is Loch Oich en is slechts 32 meter boven zee nivo. Bijzonder dat je dwars door Schotland heen kan, wat nou niet bepaalt vlak is, en daarvoor maar 32 meter hoeft te stijgen! Het had dus niet veel gescheeld of Noord Schotland was een eiland geweest.

Tijdens een fietsvakantie
Na Loch Lochy gaan we verder omhoog door een sluis en dan komen we na een stukje kanaal op Loch Oich waar we ook weer een heel stuk kunnen zeilen. We varen nog steeds op met de Noren die sneller motoren dan wij, maar als wij zeilen lopen we weer op ze uit. Na Loch Oich is er nog een prachtig stuk kanaal voordat we bij Fort Augustus aankomen. Hier meren we tijdelijk aan de kade totdat we met de laatste lichting van 17:00 uur mee naar beneden kunnen. Omdat er erg veel bootjes zijn, worden er twee sluizen achter elkaar gevuld, die dan het trappetje van deze keer “slechts” vijf sluizen naar beneden gaan. De eerste lichting zijn alle huurbootjes die de sluiswachter liefst apart in de sluis heeft van de privé jachten, omdat er nog wel eens wat schade ontstaat met de huurboten. Als ik kijk hoe de huurboten de sluis in varen krijg ik wel een aardig beeld van wat de sluiswachter daarmee bedoelt… In Fort Augustus is het ook weer erg toeristisch maar ook wel gezellig. Het kan goed zijn dat ik ook hier al een keer eerder ben geweest tijdens een fietsvakantie. We zijn toen ook bij Loch Ness geweest en er staat me vaag iets van bij dat we toen van dit soort sluizentrappen hebben gezien. Grappig dat we er nu zelf met ons schip doorheen varen.

Als wij de sluizentrap afdalen helpen McCrevy en McMyr weer goed mee. Onderaan de sluizen meren we af aan het begin van Loch Ness. Toen we aankwamen waren de steigers waar je aan kan meren nog vrijwel leeg, maar nu is er nog maar beperkt ruimte. Wij liggen vooraan in de sluis en nadat we uit de sluis zijn maken we een mooie 180 draai en meren zo met de kop in de wind aan bij een van de laatste vrije plekjes. Samen met Aranka gaan we diesel halen bij de pomp die hier vlakbij onze steiger ligt. Nu moeten we wel genoeg hebben om weer naar Nederland te varen. Na het eten ga ik nog een ijsje kopen met McCrevy en McMyr, dat hebben ze met al het helpen wel verdiend!

Nog een heel eind
Zondag vertrekken we vroeg en varen het beroemde Loch Ness op. Het is prachtig weer. Maar er is helaas geen wind. Halverwege Loch Ness ankeren we bij Drumnadrochit waar ook weer een oud kasteel staat. Het is lastig om een goed plekje te vinden, als we net liggen blijken we toch een beetje dicht bij de vaarroute van een veerbootje te liggen dat toeristen naar het kasteel brengt. We zoeken een ander plekje maar vinden het niet. Net als we het opgegeven hebben varen we over een ondiepte van zes meter waar we het anker laten vallen. Aranka, McCrevy en McMyr gaan het kasteel bekijken en ik doe een klusje op de boot. De buitenboord motor zit vast op de hekstoel en sinds we hem daar hebben vast gezet op Bermuda is hij er niet meer vanaf geweest. Nu zit een van de klemmen muur en muur vast. Ik demonteer de motor van de motorsteun en dan kan ik de klem los wurmen. Ik had de klem al proberen te smeren met kruipolie (WD40) maar dat hielp niet. Door de klem te verwarmen op het fornuis en de bout die er doorheen loopt met water te koelen komt er ietsje ruimte en beweging in. Ik moet dezelfde truc nog en paar keer doen, voordat ik eindelijk de bout uit de steun los krijg. Als alles schoongemaakt is en gesmeerd loopt het weer als een zonnetje zodat we de buitenboord motor een volgende keer weer kunnen gebruiken. Nu moeten Aranka, McCrevy en McMyr nog terug peddelen. ’s Middags varen we verder over Loch Ness, we kijken nog uit naar Nessie, maar we zien alleen ons eigen monster McCrevy met zijn woeste haren. Na Loch Ness varen we nog een klein stukje verder tot Lock Dochgarroch waar we nog doorheen gaan en daarna afmeren aan een steiger. Het is prachtig hier en eigenlijk zou ik nog wel een dagje willen blijven liggen. Maar het is inmiddels 2 augustus en het begin van het schooljaar komt alweer dichtbij en we moeten nog een heel eind dus we besluiten toch maar om de volgende ochtend door te varen naar Inverness en dan ’s middags met hoogwater naar buiten te gaan en door te varen naar Lossiemouth. Als ik rondloop zie ik het Oakwood Restaurant dat allerlei prijzen heeft gewonnen. Daar wil ik wel meer van weten en het lukt nog om een tafeltje te reserveren. Om acht uur gaan we erheen en we eten heerlijk. Als toetje krijgen we stijf geslagen room met frambozen en natuurlijk… whisky er doorheen, zalig!

Halve meter in de bodem zakken
Maandag moeten we ook bij tijds op om door de volgende brug te kunnen. Die draait om acht uur en dan pas weer na tien uur. We komen keurig op tijd bij de brug en kunnen zo doorvaren. Dan is het nog maar een klein stukje naar Inverness waar we in de Seaport Marina afmeren. Hier doen we een paar blokken GeoBas (aardrijkskunde). Het is leuk dat veel van wat McCrevy en Mc Myr leren we ook in het echt zien, zoals een open mijn, verschillende landschappen en kwelders. We doen boodschappen in een enorme supermarkt en maken de boot klaar om weer echt te zeilen. Om twee uur ’s middags kunnen we door de zeesluis naar buiten. We hebben goede wind schuin van achteren. Het is nog 40 mijl varen, maar we hebben geen haast. We kunnen de haven van Lossiemouth pas om 23:30 in want anders is het nog te ondiep. We varen samen op met de Pilgrim waarmee we ook al het laatste stuk door het Caledonische Kanaal opgevaren zijn. Na het eten gaan McCrevy en McMyr slapen. We schieten al lekker op maar het laatste stuk gaat het langzaam als we tegenwind en tegenstroom hebben. Omdat we toch nog niet de haven in kunnen kruisen we het laatste stukje toch maar netjes op. Om half twaalf varen we de haven in door een smalle doorgang. We meren af aan het Visitor’s Pontoon en zien al direct dat we wel zo’n halve meter in de bodem zullen zakken met laag water. We worden nog uitgenodigd op de Pelgrim bij Pete en John. John is 77 jaar oud en een oud-collega van Pete en zeilt nog vrolijk mee. Ze zijn allebei loods (geweest) en kennen alle havens aan de oostkust en geven ons nog en heleboel nuttige tips. Rond twee uur gaan we terug naar onze boot en gaan we heerlijk slapen.

doe maar alsof ik precies weet wat ik doe
Dinsdag ochtend doe ik eerst school met McCrevy en McMyr terwijl Aranka lekker vers brood en scones haalt. Zien we ons schip steeds hoger uit het water komen. Blijkbaar is de ondergrond toch niet zo zacht als de havenmeester denkt. De voorpunt komt zeker veertig centimeter hoger te liggen maar achter blijft de boot drijven, zodat hij voldoende stabiliteit houdt en gelukkig niet omvalt of scheef gaat liggen. Als het weer hoogwater is varen we samen met de Pilgrim uit naar White Hills, dat 25 mijl verderop naar het oosten ligt. We hebben zuiden wind en schieten lekker op. Eind van de middag varen we White Hills binnen, een erg leuk klein haventje. We hebben de fenders aan bakboord hangen en er wordt ons door de vriendelijke havenmeester een plekje in de binnenhaven aangewezen. Er is hier erg weinig ruimte en de fenders hangen verkeerd om langs de kade af te meren. Bovendien moeten we er ook nog een keer uit en komt de wind van achteren dus ik besluit toch maar te keren terwijl er eigenlijk geen plek voor is. Door de voorpunt in een zij-kanaaltje te prikken probeer ik om, tegen de wind in en tegen de schroefwerking in, de boot te keren. Ik lach vriendelijk naar de havenmeester, die enigszins bezorgd naar ons kijkt en doe maar alsof ik precies weet wat ik aan het doen ben… Gelukkig gaat alles goed en liggen we even later netjes langs de kade. Aan de kade zit The Galley Waterfront Restaurant van een Nederlandse vrouw uit IJmuiden. Dat is bijzonder en we kunnen nog samen met de bemanning van de Pilgrim een tafeltje reserveren voor half acht. Voor de rest is het al vol. Eerst wandel ik nog even met Aranka door het plaatsje met prachtige goudkleurige graanvelden op glooiende heuvels om het plaatsje heen. We hebben een mooi uitzicht over de haven en over de graanvelden. ‘s Avonds eten we heerlijk samen met Pete en John van de Pilgrim. Later kijken we nog naar het weer en er staat morgen een zuiden wind. Dat betekent dat we het eerste stuk naar het oosten goed kunnen varen. Vanaf Lackie Head zullen we de wind steeds meer tegen krijgen. We kunnen dan wat verder naar het oosten de zee in steken om zo om Rattray Head heen te kruisen. Bij Rattray Head staan vervelende golven bij stroom tegen wind wat wij morgen ook hebben. We besluiten wel te gaan en vertrekken om 12 uur, 2 uur voor hoogwater als er genoeg water staat om de haven uit te varen. Het eerste stuk gaat inderdaad heerlijk snel, we lopen meer dan zeven knopen door de gunstige wind en de stroom die we mee hebben. Als we bij Lackie Head komen worden de golven langzaamaan wat ruiger. Bij Rattray Head staan brekers midden op zee, maar we zeilen er goed doorheen. Als we overstag gaan richting Peterhead is het al beter bezeild dan we dachten en zo varen we toch soepel naar Peter Head. Omdat er nog veel golven staan vragen we toestemming om de zeilen pas in het beschutte water van de commerciële haven te strijken, dat is akkoord als we het vlak voor de jachthaven doen. Even later worden we vriendelijk ontvangen door de havenmeester en liggen we netjes aan de steiger. Alhoewel we de laatste dagen flink zijn opgeschoten is het nog een flink eind naar Nederland met iets meer dan een week te gaan. We besluiten daarom een nachtje door te varen en in een keer naar Berwick upon Tweet te varen, ruim honderd mijl zuidelijker. Vandaar kunnen we ook met de trein naar Edinburgh. Het alternatief is om naar Port Edgar in Edinburgh te varen, maar dat is wel een heel stuk om. We kiezen daarom om morgen te vertrekken naar Berwick upon Tweet. ‘s Avonds nodigen we de bemanning van de Pilgrim uit voor het eten. Het is erg gezellig samen. Morgen gaan zij ook verder maar zij varen waarschijnlijk geen nacht door. Wel krijgen we nog een uitnodiging om bij John thuis te komen eten als we in de buurt van Whitby komen.

Geen berg te hoog voor de White Witch

Vandaag zijn we aan bergtocht no.2 begonnen met de White Witch in Blue. We gaan dwars door Schotland door het Caledonisch Kanaal. Myrthe en Wouter helpen goed mee in de trapsluizen bij Neptune’s Staircaise.

Van Kerry Gold tot Guinness


Na vier dagen pal naar het noorden varen zie ik vrijdag ochtend vroeg weer land in zicht. We varen tussen Rams Head en Fort Davis door naar het beschutte binnenmeer bij de monding van de River Lee. Het is nog vroeg en we zijn ruim op tijd om met het opgaande tij de River Lee op te varen naar het centrum van Cork. Dan zijn we ook mooi op tijd voor Ellen en Herbert die dit weekend langskomen.

Van Justin en Trish van de Ierse zeilboot de Selkie hebben we gehoord dat je het leukst in de Cork City Marina kan liggen. Dit is een steiger vlak bij het centrum. Het alternatief is Crosshaven wat vlak bij de zee ligt, maar veel minder leuk is dan Cork zelf. Wij varen dus door naar Cork en de tocht over de River Lee is ook prachtig. We komen langs het stadje Cobh dat er bijzonder fraai uitziet met allemaal gekleurde arbeidershuisjes en een enorm hoge kerktoren ertussen. De Titanic maakte zijn laatste stop in Cobh voordat zij aan haar eerste en enige Atlantische oversteek begon. Als we verder de rivier de Lee opvaren kunnen we sommige stukjes zelfs nog zeilen. We komen langs een oud kasteeltje en langs verschillende container terminals waar echt grote schepen liggen die door hetzelfde smalle kanaaltje in de rivier zijn gekomen als waar wij nu door varen. Gelukkig komen we niet zo’n groot gevaarte tegen…

Als we rond één uur ‘s middags aankomen bij de Cork ligt de steiger al vol, en gaan we langszij bij een ander schip. De Ieren die hierop varen komen uit Kilmore Quay, een haventje verderop richting Dublin. We raken met verschillende andere boten die hier liggen aan de praat en het valt op hoe vriendelijk en behulpzaam de Ieren zijn. Het maakt dat we ons hier ook snel thuis voelen. Ik ben nog op zoek naar een digitale kaart van Engeland en Ierland. In Coruña kon ik die niet krijgen. In de eerste winkel die we proberen vlak bij de haven hebben ze ook geen Navionics kaarten. Onze buurman biedt spontaan aan om ons later in de middag even naar een andere winkel te rijden waar ze deze kaart wel zouden moeten hebben. Dar is erg fijn, maar ik check toch nog even op Internet en vindt nog een Navionics dealer vlak bij de haven. Als ik erheen loop is het een soort woonhuis, dat dicht zit, maar er hangt wel een telefoonnummer op de deur. Dus maar gebeld en ja hoor, ik krijg iemand aan lijn die inderdaad Navionics kaarten verkoopt, sterker nog als ik mijn oude actieve kaart inlever krijg ik ook nog vijftig procent korting. Dat is mooi want aan een kaart van de Caraïben hebben we helaas niet meer zoveel…. De man is er over een kwartiertje, dus ik loop even terug naar de boot, haal het kaartje met de kaart van de Carieb op en als ik terug kom is de man die ik gesproken heb er ook al. Binnen is het een soort reparatie werkruimte voor elektronica. Het mannetje begint druk te bellen met Navionics. Het valt op dat alles via Engeland gaat, alle prijslijsten zijn in pond Sterling en de prijzen worden omgerekend naar euros. Na een kwartiertje krijg ik inderdaad de Navionics kaart van Engeland en Ierland mee. Dat is fijn want het vaart wel veel lekkerder met een kaart op de plotter zodat je precies ziet waar je bent. Ik bel onze buurman nog even op, dat het ritje niet meer nodig is. Wel weet hij nog een leuk restaurant in Cork.

‘s Middags gaan we zwemmen bij het Clarion Hotel waar we als gasten van de Cork City Marina voordelig in mogen. En na een weekje op zee is het ook wel lekker om even te douchen en te zwemmen. Na een klein halfuurtje worden we naar de kant geroepen omdat we geen badmutsen op hebben. Gelukkig kunnen we er twee lenen zodat Myrthe en Wouter nog even door kunnen zwemmen. Al springen hun lange haren overal onder de badmuts vandaan en ligt de badmuts vaker in het water dan dat ie op hun hoofd staat. Aranka en ik vinden het wel mooi geweest en gaan even internetten, kijken naar alle mailtjes en reacties op onze site van de afgelopen week. Er is een snelle verbinding dus ik kan ook meteen de elektronische kaart die ik gekocht heb updaten, staan alle nieuwe boeitjes er ook weer op. ‘s Avonds gaan we op advies van onze buurman eten bij het restaurant Marketlane waar onze buurman ook met zijn gezin zit. Was een goede tip want we eten heerlijke Ierse stoofpot. De bediening is ontzettend vriendelijk en ze kunnen ook goed met Myrthe en Wouter omgaan en regelen kleurpotloden en kleurplaten van marsmannetjes met enorme breinen waar even later druk in gekleurd wordt.

Zaterdag komen Ellen en Herbert, we verheugen ons erop! ´s Ochtends ga ik brood halen maar het valt niet mee een bakker te vinden. Uiteindelijk vind ik een bakker op de overigens beroemde English Market aan de andere kant van het centrum. Ik loop ook nog even langs de toeristeninformatie om te kijken wat je hier allemaal kan doen, als Herbert belt dat ze net geland zijn. Als ik bij de boot terugkom zie ik Ellen en Herbert al over de steiger lopen. Het is ontzettend leuk om ze na een jaar weer te zien. We worden erg door ze verwend met Stroopwafels, spelletjes, de Ruijter broodbeleg en Donald Duck pockets voor Myrthe en Wouter. Wat een leuke en geslaagde kado’s, Herbert en Ellen nogmaals bedankt!

Het is meteen als vanouds gezellig en we kletsen honderd uit om een jaar in te halen. Als we net aan de koffie zitten komt de havenmeester langs, of we even kunnen losgooien zodat een grote tweemaster die aan het begin van de steiger ligt eruit kan varen. Ook vertelt hij dat er die middag een grote zwemwedstrijd is in de rivier die eindigt vlak naast de haven, dus we hebben eersterangs uitzicht! Zo varen Herbert en Ellen ook nog een klein stukje mee op ons schip. Nadat de tweemaster is uitgevaren kunnen wij mooi op de vrijgekomen plaats liggen. Als dank voor de hulp krijgen we van de havenmeester een prachtig boek met oude Ierse schepen en een Ierse USB geheugenstick. Was niet nodig geweest maar is wel heel erg vriendelijk!

´s Middags wandelen we door het centrum dat erg levendig is. Het valt ons wel op hoe verschillend het hier is tov van de landen waar we hiervoor zijn geweest. In de Carib was je al blij als er überhaupt een kleren- of schoenenwinkel was, hier zijn er straten vol met schoenen- en klerenwinkels, echt… het houdt niet op! We kijken bij de Saint Mary and Saint Anne’s Cathedral waar je de toren in kan klimmen en zelf de klokken kan luiden. Wouter en Myrthe trakteren de buurt op een “modern” klokkenspel, ik kon er in ieder geval geen enkele melodie in ontdekken. Daarna gaan we nog naar het botermuseum. Dit gebied van Ierland “Kerry” produceert veel boter (Kerry Gold) en het museum vertelt de geschiedenis van de boterproductie. Opvallend is hoe positief en trots ze zijn op hun lidmaatschap van de EU, eens een positief geluid in plaats van alle negatieve berichten die je hierover in Nederland leest. Als we uit het museum komen willen we die boter ook wel eens echt proeven, naast het museum is een restaurantje waar ze heerlijke sandwiches hebben die inderdaad heerlijk smaken. Het moet wel de Kerry Gold zijn die er opgesmeerd is!

Terug bij de haven zien we allemaal zwemmers in het water i.v.m. het festival. Het is koud en niet iedereen draagt een surfpak. En de afstand is flink. We zien jonge mensen en oudere, gelukkig allemaal wel geoefend. Op de boot hebben we eerste rang, want daar komen ze allemaal langs naar de finish, vlakbij. Er zijn ook veel kanoërs bij die opletten of alles goed gaat met de zwemmers. De laatste heeft het zwaar, omdat er ook tegenstroom staat. Maar wat een enthousiast publiek en daarna staan ze allemaal onder de douches bij de brandweerauto. Is vast ook niet erg warm.

‘s Avonds kookt Herbert samen met Wouter. Het wordt een heerlijke pastaschotel. Als Myrthe en Wouter op bed liggen gaan we nog wat drinken in een Ierse pub. Myrthe heeft ons telefoonnummer en kan bellen als er iets is, maar we horen niets. Cork is ‘s avonds ook vol leven en drukte. We vinden een pub waar we nog buiten kunnen zitten en rustig kunnen bijkletsen als vanouds. Zondag ontbijten we met wentelteefjes die Herbert samen met Myrthe en Wouter maakt. Daarna doet Herbert nog ochtend gymnastiek met de kids, wat ze machtig interessant vinden. Het is vandaag prachtig weer en we maken nog een wandeling door de stad. We lopen naar het Fitgerald’s Park. Onderweg zien we nog dat een cricket wedstrijd wordt gespeeld. Erg Brits, maar erg veel snelheid zit er niet in… Gezellig om zo samen door Cork te wandelen. Als we ‘s middags terugkomen bij de boot is het alweer tijd om afscheid te nemen. Herbert en Ellen stappen in een taxi richting vliegveld. Wij vonden het erg leuk en het voelt een beetje leeg dat ze weer weg zijn.

We hebben nog een deel van de middag en de avond en we besluiten een bus naar Kinsale te nemen, een pittoresk stadje ten westen van Cork. Het is ruim een half uur rijden naar Kinsale wat inderdaad prachtig is. Mooie gekleurde huisjes die aan het water liggen met een hoop toeristenwinkeltjes. Aranka moet zich inhouden… ‘s Avonds kopen we Fish & Chips die we in een parkje opeten voordat we de bus terug nemen naar Cork.



Maandag 13 juli vertrekken we weer uit Cork. We varen vandaag de rivier af naar de Crosshaven zodat we morgen ochtend vroeg aan de tocht naar Kilmore Quay kunnen beginnen. Dat ligt 70 nm naar het oosten. De tocht langs de River Lee is weer leuk al is het weer minder goed dan op de heenreis, maar ja we zijn tenslotte in Ierland en niet meer in de Carib! Als we aankomen in Crosshaven waait het nog behoorlijk hard maar we komen toch netjes tussen de vingersteigers terecht. Het dorpje is wel aardig maar niet heel bijzonder. Er is een speeltuintje, een pub met internet en een supermarkt en een lekkere douche, dus prima om een nachtje te liggen.

Dinsdag staan we om vijf uur ‘s ochtends op. Het is lekker dat het nu zomer is en de dagen zo lang zijn. Een half uur later gooien we de trossen los. We hebben pal tegenwind en het is koud. Het is mistig en het regent. Onze buurman uit Cork vertrekt ook vandaag richting Kilmore Quay, wat zijn thuishaven is. We vertrekken tegelijkertijd uit Crosshaven, maar hij geeft meer gas en we verliezen hem al snel uit het oog. Het is 65 mijl naar Kilmore Quay, naar het oosten en vlak voor de bocht aan de Ierse zuidkust. Achteraf hadden wij beter ook wat meer gas kunnen geven, in het begin kunnen we nog goed tegen de wind in motorzeilen maar als het harder gaat waaien en de zee steeds ruwer wordt gaat het ook steeds langzamer. We proberen nog stukken te kruisen maar het gaat allemaal erg langzaam en dan is 70 mijl een hele afstand. Naarmate de dag vordert wordt het steeds spannender of we nog wel op tijd in Kilmore Quay aankomen. Van onze “buurman” weten we dat er een zand drempel ligt in de ingang en we er alleen rond hoogwater in kunnen varen. Op ruim 20 mijl roep ik de haven op, en het blijkt dat we nog tot drie uur na hoogwater de haven in kunnen, dat is weer een uurtje extra. Bij Swines Head vlak voor Dunmore East moeten we besluiten wat we doen, varen we door of gaan we naar Dunmore East en daar voor anker? We besluiten door te varen en het er maar op te wagen. Als we het niet halen moeten we weer terug varen want na Kilmore Quay is er een hele tijd niets. We hebben geluk want na Swines Head draait de wind iets gunstiger en komen we in beschutter water. We zetten de motor ook nog ietsje harder en lopen dan al motor zeilend een paar knopen harder. Uiteindelijk komen we toch nog rond acht uur aan bij Kilmore Quay, een uur voordat we de haven niet meer in kunnen. De aanloop gaat via een lichtenlijn omdat je vlak langs een ondiepte vaart, St Patrick Bridge. Dit is een soort natuurlijke dam die vanaf het vaste land naar de Saltees Islands loopt. Met springtij laag water schijnen ze hier zelfs met een tractor over gereden te hebben naar Little Saltee. St. Patrick Bridge is berucht vanwege de vele schepen die erop stuk gelopen zijn. De aanloop gaat verder prima en we zijn blij dat we er zijn. We komen onze buurman tegen die er al vier uur eerder was! Hij heeft dan ook wel een wat sterkere motor. We ontmoeten ook Paul Neale, één van de vijf eigenaars van Great Saltee die net in een bootje aan komt varen. Ze adviseren ons om naar Great Saltee toe te gaan omdat er nu heel veel vogels (Jan van Genten, Puffins en Aalscholvers) zitten. Over twee weken zijn alle Puffins weer weg, dus dit is het moment om te gaan kijken. Eigenlijk hebben we geen tijd, we willen door naar Dublin en naar Isle of Man want medio augustus komt hard dichterbij en we moeten nog zo’n duizend mijl varen… ‘s Avonds eten we heerlijke vers gevangen Fish & Chips.

De volgende ochtend maken we de boot klaar, maar we kunnen pas weg uit de haven van Kilmore Quay rond twee uur ‘s middags wanneer het hoogwater wordt en we over de drempel kunnen om het tij mee te pakken naar Arklow, zo’n 50 nm naar het noorden. Dus we beginnen met klusjes aan de boot, ik span de verstaging aan die aan de lij-zijde slap hangt als we hoog aan de wind varen, er komt een nieuwe harp aan de onderlijkstrekker die los was gesprongen tijdens de oversteek naar Cork, de grootzeilval wordt ingekort zodat een geschavield stuk eraf kan, de genua vier wordt weer netjes opgevouwen (lag al sinds de overtocht van Coruña naar Cork opgefrommeld in de bakskist) en Aranka doet nog een was en boodschappen. Als we klaar zijn zien we een bootje vertrekken naar Great Saltee, Aranka rent er naar toe en we kunnen nog mee als we direct instappen. Ze zijn rond één uur weer terug dus dat past precies. We varen met een snelle boot met nog een aantal andere vogelaars naar het eiland en we kunnen erg dicht bij de rotsen komen waardoor we een prachtig zicht hebben op de duizenden vogels die er op het eiland zitten. Er zijn rotsen die ingenomen zijn door de puffins en weer andere rotsen zien helemaal wit van de Jan van Genten. Ook zien we een tiental zeehonden die vlak om de boot nieuwsgierig naar ons komen kijken. Wouter heeft toevallig zijn puffin t-shirt aan en wijst alle puffins aan die we op de rosten zien of die langs zwemmen of over vliegen. Myrthe en Wouter zijn laaiend enthousiast en vinden het prachtig. Ik kan me nog herinneren dat ik vroeger, toen we met mijn ouders en broers fietstochten maakten door Engeland en Schotland, ook een boottocht maakte langs een vogeleiland dat ook wit zag van de Jan van Genten, ergens in de buurt van Skye. Ik hoop dat Myrthe en Wouter zich dit later ook nog kunnen herinneren.

Als we terugkomen in de haven zien we nog een zeehond in de haven zwemmen, en dan maken we ons klaar voor vertrek. Om twee uur varen we weg, het is mooi weer en er is een klein beetje tegenwind. Omdat het hoogwater is kunnen we over St. Patrics Bridge varen. Bij Carnsore Point, de Zuid-Oost punt van Ierland, krijgen we 3 knopen stroom mee. Helaas blijft de wind om de kaap tegen staan terwijl we toch ruim negentig graden naar het noorden zijn gedraaid. Maar we kunnen motorzeilen en schieten wel op. Ondanks de tegenwind is het een mooie vaardag met een prachtige ondergaande zon en een heerlijk rustige zee. We proberen nog voor het donker aan te komen, maar dat lukt niet. Als we bij Arklow de rivier opvaren is het donker en we zien dat de rivier vol ligt met boten aan moorings. We gaan niet de marina in omdat deze te klein is voor ons schip. Er is verderop een steiger in de rivier waar we wel aan kunnen liggen maar die ziet er -voor zover we dat kunnen zien in het donker- vol uit. Er is een smal stukje water naast de steiger vrij waar we achteruit in varen omdat ik niet verwacht dat ik er nog kan keren. Een stuk verderop aan de steiger is nog net één plekje vrij waar we net in passen. We meren rond half twaalf af en gaan dan snel naar bed, over zes uur staat het tij weer mee en vertrekken we weer richting Dublin.

Donderdag 16 juli vertrekken we om 6 uur in de ochtend. We hebben geen havenmeester gezien, dus ook niets kunnen betalen. Op zee hebben we de wind nog steeds tegen terwijl hij vandaag vanuit het oosten voorspeld was, blijkbaar is de wind hier lastig te voorspellen. Maar na de eerste kaap hebben we een forse stroom mee en lukt het ook nog om strak aan de wind te zeilen. Dan lopen we zelfs even 8.6 knopen als we tussen de zandbanken door varen. Zo gaat het vandaag vrij vlot en een paar uur later zitten we al weer bij de monding van de River Liffrey vlakbij Dublin. We zoeken nog even contact met een containerschip, wat wel heel dichtbij komt varen. Na onze oproep wijkt het containerschip en vaart achter ons langs. Wij varen de riviermonding van Dublin voorbij richting het schiereiland Howth ten zuiden van Dublin. Howth heeft steile rotswanden waar ook weer veel vogels zitten.

Howth heeft een gezellige jachthaven. Bij het binnenlopen moeten we goed opletten op de vaargeul die smal is. We blijven hier twee nachten want morgen (vrijdag) komt er veel wind over. Donderdag middag tanken we nog even diesel want we hebben de afgelopen dagen toch weer veel gemotord en in Ierland betaal je nog steeds geen belasting in de jachthaven voor de diesel, dus gunstig om de tank nog even goed vol te gooien voordat we naar Isle of Man gaan. ´s Avonds maken we nog een wandelingetje langs de haven en de kustweg met gezellige restaurantjes. Maar dan begint het weer te gieten, en halen we Fish & Chips, maar net als we er naar toe lopen begint het te gieten, het blijft tenslotte Ierland. Dus we keren om en halen snel fish & chips en rennen terug naar de boot. Daar is het zo koud en vochtig dat we zelfs even de kachel aan doen, dat is de eerste keer deze reis.

Vrijdag 17 juli is het voor de verandering lekker weer. We kunnen mooi een was doen en hebben heerlijk vers brood van de plaatselijke bakker. We maken een prachtige wandeling over het schiereiland Howth. Het eerste stuk lopen we langs de steile kliffen waar we ook veel vogels zien. We hebben mooi uitzicht over zee en haveningang van Dublin. Daarna gaat de wandeling binnendoor door het bos naar de andere kant van Howth waar we ook begonnen waren. Af en toe hebben we een heel kort buitje, maar dat mag geen naam hebben, zeker niet op de Ierse weerschaal.
Op de boot aangekomen kunnen we de was nog net droog binnenhalen voordat er een wat grotere plensbui aankomt. ´s Middags gaan we met de trein naar Dublin. Het station is vlakbij en de trein brengt ons in een half uurtje midden in het centrum van Dublin. Dublin is gezellig, we lopen door het centrum waar een enorme hoge paal staat, “The Spire” van 120 meter hoog. Het lijkt of The Spire tot in de wolken reikt. Daarna wandelen we naar Dublin Castle waar we alleen de buitenkant van kunnen bekijken omdat het inmiddels vijf uur is geweest. Dan begint het weer eens te plenzen en drinken we eerst een heerlijke kop koffie voordat we verder gaan naar de Christchurch Cathedral waar Myrthe en Wouter een kaarsje aansteken voor Inès. We lopen door naar het beroemde Guinness Store House dat nog wel open is. Het is een soort museum waarin van alles over Guinness wordt verteld zoals de herkomst van de 8000 liter water per dag uit de Kilmore mountains en het gebruik van speciale hop en graan, die eerst wordt geroosterd. Ook indrukwekkend is een film waarin ze laten zien hoe de vaten worden gemaakt waarin de Guiness wordt opgeslagen. Wat een handwerk is dat zeg. We krijgen het beeld dat de Guinness fabriek ook als werkgever belangrijk is geweest voor Dublin en het is leuk om dit zo mee te krijgen. We zien ook nog een film waarin ze laten zien hoe de houten vaten werden gemaakt waarin de Guiness vroeger werd vervoerd. Helemaal op de hand, een hoop werk voor zo’n vat. Aan het eind kunnen we proeven, zelfs Aranka drinkt een mini proefglaasje op. Als we aan het eind zijn komen we uit in een Café helemaal boven in het gebouw met en prachtig uitzicht over Dublin waar we met ons kaartje nog een Guinness of frisdrank kunnen krijgen.

Als we teruglopen richting het station eten we een hapje in een restaurant met Ierse gerechten (stew). Al met al is het behoorlijk laat geworden en we eten pas om 22.00 uur. Het is heerlijk, maar als het op is gaan we toch maar snel richting station want we weten eigenlijk niet precies tot hoe laat de trein terug gaat. Gelukkig komt de trein naar Howth al na 10 minuten. Terug op de boot checken we nog even het weer voor morgen. Er is een windkracht vijf tot zes voorspelt, maar wel van achteren. Morgenochtend nog even checken of het niet windkracht zeven wordt, maar anders kunnen we mooi richting Ardglass varen. Maar eerst we gaan snel even slapen.

‘s Ochtends ziet het weer er nog hetzelfde uit. Er zijn wel flinke windstoten tot 30 knopen voorspeld maar ik verwacht deze niet dicht onder de kust waar wij varen. Om kwart over negen vertrekken we. We varen ten westen van de eilanden Ireland’s Eye en Lambay Island waar we een prachtig uitzicht op hebben. Dan varen we tussen de Skerries en Rockabill Lighthouse door en gaan in een rechte koers richting Ardglass. Het is een afstand van 55 mijl. Er staat een goede wind van ruim 20 knopen schuin van achteren en we schieten met 8 knopen door het water. Soms komt er zelfs een zonnetje tussen de bewolking door, kortom een heerlijke zeildag! We komen met laagwater bij Ardglass aan, het is wel even opletten bij het naar binnenvaren want het is een smalle doorgang tussen de rotsen door. Er is een erg vriendelijke havenmeester die on wijst waar we een hapje kunnen eten. Naast ons liggen nog twee andere schepen die morgen ook vertrekken richting Isle of Man. Als we door het plaatsje lopen valt ons op dat het minder vrolijk en gezellig is dan de Ierse plaatsen waar we tot nu toe waren. Het komt een beetje grauw over. Ook hebben we ontzettende moeite om de mensen te verstaan… Als we Fish & Chips kopen en willen betalen kijken ze ons vreemd aan, euro’s?? Dan valt het kwartje, we zijn terechtgekomen in Noord Ierland. Snel loop ik even naar de boot om nog wat verdwaalde ponden op te halen waarmee ik wel kan afrekenen.

Mooi weer

Vandaag heben we een heerlijke zeildag gehad. Wind 4 Bft, van achteren en lekker zonnig. We varen nog steeds in de richting van La Coruna. Morgenavond komt de eerste depressie ten westen van ons langs. Daarna kijken we wat de volgende depressie gaat doen, maar de kans is groot dat we een paar nachtjes in La Coruna doorbrengen voordat we verder gaan.

Aan bord is verder alles prima, Myrthe en WOuter vervelen zich, en het is al bijna zover dat ze verlangen naar school… Morgen maar ens de knutseldoos neerzetten.

Onze positie is op 27/06 om 22:30 utc 40-19N 23-44W

Op weg naar….

Gisteren 26 juni zijn we vertrokken voor onze laatste oversteek naar Cork. We hebben wel zitten dubben, wel of niet gaan. Er kwamen wel een paar depressies aan, maar het leek ook niet echt beter te worden in de komende week. Dus we hebben de knoop doorgehakt en zijn vertrokken samen met de Ojala richting Cork. Ook twee Duitse boten, de Anne en de Namastee, vertrokken tegelijkertijd van Terceira richting Brest. Nu je snapt het al, we zijn nog geen zes uur onderweg als de Ojala ons oproept omdat ze een weerkaartje hebben binnengehaald waarop de depressie opeens een “developping storm” is geworden en later een “gale”. Niet echt lekker, dus we hebben onze koers eerst verlegd richting Brest en nu richting La Coru zodat de depressie/storm/gale ruim ten westen van ons langs trekt.

Waar we precies gaan uitkomen, geen idee. Zal wel ergens tussen La Coru, Brest, Falmouth, Scillies en Cork zijn. Niets zo veranderlijk als het weer. We hebben onderweg nog wel contact met de duitse boten, de Namastee vaart nu ook richting La Coru. Nou de kids vinden het prima als we daar uitkomen, want ze waren net bevriend geraakt met de kinderen aan boord van de Anne en de Namastee.

Onze positie is op 27 juni 10:10 utc 39-54N 25-08W

Atlantic Paradise: Horta, Pica en São Jorge


Onrustig door steile golven
De tocht van Flores naar Faial begint nog wat onrustig doordat er veel steile golven staan. Die zijn nog het gevolg van de depressie waarin de Sark en de Batjar zaten die gisteren in Flores zijn aangekomen. De depressie is nu voorbij maar de golven nog niet. Toch vertrekken we zaterdag 6 juni rond twaalf uur omdat we als we nog langer wachten weer te weinig wind hebben. We zetten de zeilen vol op en lopen lekker met halve wind tegen de zes knopen. In de loop van de dag nemen de golven langzaam af, maar ook de wind wordt langzaam aan minder. Hadden we in het begin nog een lekkere 13 knopen, ‘s nachts neemt de wind af naar 10 knopen en de volgende dag (7 juni) nog verder. Het lukt om te zeilen tot twintig mijl voor Faial, maar dan komen we echt niet meer vooruit en starten we de motor en varen zo de laatste uurtjes op de motor naar Horta.

“Me, Myself and I”
In Horta wacht de Win2Win bemanning ons al op. Altijd weer leuk als er mensen op de kade staan te zwaaien. Het is druk in de haven en bij de receptiesteiger liggen we drie dik. Alhoewel we bij vier verschillende kantoortjes langs moeten om “in te klaren” gaat het toch vrij snel. Wel erg bureaucratisch, we komen immers uit de Azoren (Flores) maar toch willen ze weer van alles van je weten…. We krijgen een prima plekje tussen twee andere schepen in en meren daarom af met de achterkant naar de steiger zodat we makkelijk van boord kunnen stappen. We krijgen hulp van Lilian en Eltjo die een lijntje aanpakken. Onze Franse buurman met een groot X-Jacht begint ‘s middags te zeuren dat we onze boot niet aan zijn boot mogen vastknopen, maar aangezien we alleen een steiger achter ons hebben en tussen twee andere schepen in liggen kan het eigenlijk niet anders. Maar het is een typische Franse zeurpiet, hij blijft maar doorzeuren en uiteindelijk haal ik dan maar een vijftig meter lange lijn tevoorschijn om onze voorpunt direct naar een oog op de kade te beleggen. Blijft een raar volk die Fransen, er zitten hele aardige tussen maar je hebt toch ook een hoop van het type “Me, Myself and I”. Gelukkig zijn de Portugezen die hier wonen een heel stuk gezelliger en wel ontzettend vriendelijk. De rest van de dag kletsen we bij met de Co en Carla van de Lotus en ‘s avonds eten we lekker op de Win2Win bij Lilian en Eltjo.

Wouter vindt het tijd voor een Nederlandse borrel
Maandag 8 juni hebben de kinderen vrij van school omdat ze eerder een dag in het weekend hadden doorgewerkt. Verder doe ik ‘s ochtends wat klusjes zoals diesel tanken, vervangen van een harpje dat in Bermuda in het water was verdwenen en ik ga informeren naar een digitale kaart voor Ierland en Schotland, die hier helaas niet verkrijgbaar is. Ik bel met de zeilmaker om de gennaker te laten repareren. Doordat die niet goed vast zat in de halshoek zijn de bandjes kapot geschafield. ‘s Avonds komt de erg vriendelijke zeilmaker langs en neemt zowel de gennaker als ons huikje mee, dat ook al begint te slijten. Woensdag wordt het weer terug gebracht, keurig gerepareerd en voor een heel wat schappelijkere prijs dan in Bermuda. Lilian wil onze vlag wel repareren, de Nederlandse vlag is nogal gerafeld en ook de Q-Flag die je moet voeren voordat je bent ingeklaard begint al behoorlijk te slijten. ‘s Avonds komen ook deze weer keurig gerepareerd terug, toch handig zo’n naaimachine aan bord. Ook gaan we lekker douchen en dan is het alweer middag en komt eerst de Ojala en daarna de Batjar, de Sark en de Gemini binnenlopen. Wouter vind het wel weer tijd voor een Nederlandse borrel en maakt uitnodigen voor iedereen om te borrelen in Café Peter Sport. Het wordt weer erg gezellig en we blijven ook allemaal een hapje eten. Leuk om alle verhalen te horen, de Gemini is al vele jaren onderweg en heeft een vergelijkbare route als de Lotus afgelegd. De Sark is ook al drie jaar onderweg en heeft een prachtige tocht in het Caribisch gebied gemaakt.

“Ik ga geen school doen” bui
Dinsdag 9 juni begint Aranka met het doen van 4 wassen die we tijdens de oversteek naar de Azoren hebben opgespaard. Ik doe met Myrthe en Wouter de laatste blokken van de Wereldschool die we tijdens de oversteek nog niet af hadden gekregen. Verder nemen we nog een aantal toetsen af. Voor de rest is het programma van de Wereldschool grotendeels af en kunnen we nu dus leukere vakken zoals aardrijkskunde, natuur en geschiedenis gaan doen. Wouter heeft weer eens zijn typische “Ik ga geen school doen” bui. Gelukkig komt halverwege het school programma Lilian als ervaren rot nog even helpen met lesgeven en dan gaat het een stuk beter. ‘s Avonds gaan Myrthe en Wouter op bezoek bij de Sark waar ze film mogen kijken. De volgende dag woensdag 10 juni is het een nationale feestdag (Nationale Dag van Portugal) en is alles dicht. Lilian neemt nog een aantal AVI-lees toetsen af en dan is het schoolprogramma van de wereldschool voorlopig ook weer even klaar. Verder zijn Myrthe en Wouter de hele dag onder de pannen bij Lilian op de Win2Win waar ze mogen knutselen. Lilian leert Myrthe hoe ze kan haken en Wouter knoopt een halsbandje voor zijn lievelingsknuffel. ´s Middags loop ik met Aranka Horta in en doen we boodschappen. Aan het eind van de middag worden we op de Win2Win verwacht samen met de bemanning van de Batjar. Lilian heeft voor Myrthe en Marjolein allebei een hondje gehaakt omdat ze allebei zo dol waren op het gehaakte hondje dat Lilian eerder in St. Maarten had gemaakt. Ik geloof wel dat Lilian hierdoor wat dolfijnen en walvissen heeft gemist omdat ze stug door moest werken, maar zowel Marjolein als Myrthe zijn er heel blij mee. Het hondje van Marjolein heet Horta in analogie met hun bootkat Salé en het hondje van Myrthe heet Blue dog at Sea. Sindsdien is Myrthe onafscheidelijk van haar hondje “Blue”.

Waarom zijn we eigenlijk eerst helemaal naar de Carib gevaren?
Het is opvallend hoe prettig het is om op de Azoren te zijn. De mensen zijn heel vriendelijk en hartelijk. Iedereen wil je helpen en niemand lijkt daarbij op eigen gewin uit te zijn, en dat is eigenlijk voor het eerst deze reis dart we dat zo meemaken. Ik denk dat dat ook wel komt omdat het nauwelijks toeristisch is. Op Faial zijn wel iets meer (boot) toeristen, maar het blijft heel beperkt. En dan is de omgeving ook prachtig, met ruige vulkanische rotsen op Flores, afgewisseld met een meer glooiend landschap van Faial. Kortom het is echt zalig om hier te zijn. Maarten van de Ojala vroeg zich ook al af waarom we eigenlijk eerst helemaal naar de Carib waren gevaren. In ieder geval zijn de Azoren wel DE ontdekking van deze reis, zeker een aanrader!

Van Co heb ik een truc geleerd
Donderdag beginnen wij dan ook maar met onze muurschildering. Van Co van de Lotus heb ik een truc geleerd om een malletje te maken van ons ontwerp. De eerste copyshop heeft al genoeg werk en kan het deze week niet meer doen, maar een tweede copyshop heeft wel tijd en print ons ontwerp op een grote lap plakplastic. Samen met Aranka snijd ik daaruit het ontwerp zodat we het als mal kunnen gebruiken. ‘s Middags komt de Volonté vanuit Flores aan. Ze zijn twee dagen op Flores gebleven en zijn woensdag weer vertrokken richting Horta op Faial. Myrthe en Wouter zien we niet meer die zijn meteen met Thomas en Jesper de hort op. ‘s Middags koop ik verf en begin ik met de rode en blauwe delen van een grote Nederlandse vlag op de muur te schilderen. ‘s-Avonds eten we gezellig met alle Nederlandse boten pizza op de kade.

Eigenlijk hebben we nog niet zoveel gedaan
Vrijdag 12 juni begin ik ‘s ochtends met het school-pretpakket. Eerst topografie, dat nog best wel lastig is, maar daarna gewone aardrijkskunde over hoe de gemeente werkt en geschiedenis over de Romeinen. Met name de geschiedenis vinden Myrthe en Wouter erg leuk. Daarna verder met de muur schildering en het witte deel van de vlag geschilderd. Dat schoot op want van een paar aardige Fransen (zie je wel ze zijn er echt!) kreeg ik een grote pot witte verf en mocht ik hun roller gebruiken. Dat ging opeens een heel stuk sneller dan me een kwastje… Als het wit klaar is schilder ik samen met Aranka onze namen in de vlag met behulp van de malletjes. Het effect valt wel een beetje tegen want de verf loopt onder het plakplastic door, maar Aranka weet het toch weer netjes bij te werken. ‘s Middags wandelen we samen door Horta terwijl Myrthe en Wouter samen met Thomas en Jesper spelen. We zijn nu al een dag of vijf in Horta en eigenlijk hebben we nog niet zoveel gedaan, de dagen schieten voorbij met kletsen en klusjes. Is ook wel lekker want sinds de overtocht hadden we op Flores niet echt de tijd om even bij te komen en bij te slapen. Maar het begint nu wel te kriebelen en we hebben wel zin om wat meer van het eiland te zien en plannen ook langzamerhand het vertrek richting São Jorge. Zaterdag voegen we de daad bij het woord, en nadat we de muurschildering weer een stukje verder hebben afgemaakt gaan we op pad. We lopen naar een baai ten zuidwesten van Horta, Porta Pim waar rond 1460 de eerste bewoners Faial zich vestigden. In 1629 gaf koning Filips III de opdracht om hier een haven aan te leggen. Veel later in het midden van de negentiende eeuw werd de baai van Porto Pim gebruikt voor de walvisvangst. Nu wordt vooral het strand gebruikt door een paar badgasten. Wij lopen langs het strand richting de “Monte da Guia” langde de oude walvisfabriek en een aquarium. Via een mooi pad lopen we naar boven waar de “Capela de da Guia” ligt. Vanaf het kerkje hebben we een prachtig uitzicht. Net als we boven komen zien we Anna en Maarten die toevallig dezelfde wandeling aan het maken zijn. Terug is er een wat steilere route door het bos die ook erg mooi is. Wouter gaat uiteraard nog een keer onderuit (brokkenpiloot) maar gelukkig valt hij niet hard. ‘s Avonds nemen we afscheid van de Batjar die als eerste weer terug naar Nederland vaart. Ze krijgen nog een medaille van Thomas, Jesper, Myrthe en Wouter voor het beantwoorden van de kids quiz waarin ze onder anderen moesten aangeven hoeveel water er in de Atlantische Oceaan zit, leuke vraag toch?

Walvissen bekijken we wel vanaf onze eigen boot
Zondag 14 juni gaan we samen met Eltjo en Lilian van de Win2Win en met Elsa en Jaap van de Sark naar Pico. We nemen de ferry van kwart voor elf en bekijken op Pico eerst het plaatsje Madalena waar de ferry aankomt en dan gaan we met zijn allen in een taxi naar Lajes de Pico waar ook een klein haventje is. We bekijken het walvismuseum en kijken ook nog naar een film over walvissen bij een zaakje dat “Whale watching tours” organiseert. Wij vinden de film wel leuk, maar walvissen bekijken we wel vanaf onze eigen boot. Het is wel leuk om te zien hoe milieubewust en kleinschalig het toerisme hier is. Terug gaan we met dezelfde taxi maar rijden we een andere route dwars over het eiland. Het is ook een prachtige route met een mooi uitzicht op de top van Pico van 2351 meter hoog.

Myrthe klaagt steen en been
Als we terug zijn in Madalena willen wij nog wel en wandeling maken langs de kust. Elsa loopt nog een stuk mee, maar de rest gaat lekker wat drinken in een cafeetje. We lopen eerst het dorpje uit en vinden de wandeling niet heel bijzonder, maar dan komen we bij het wijngaardenlandschap dat ook op de Werelderfgoedlijst van UNESCO staat. De wijngaarden bestaan uit duizenden kleine rechthoekige stukjes land, die ommuurd zijn. De muren lopen parallel aan de rotskust en beschermen de wijnranken tegen de wind en het zeewater. Vanaf de 15e eeuw hebben de eerste kolonisten hier de lavabedden veranderd in boom- en wijngaarden. De Verdelhowijn die hier werd verbouwd stond bekent als zeer goede wijn totdat in de negentiende eeuw de Druifluis en Meeldauwschimmel grote delen van de wijngaarden verwoestten. Inmiddels staan de wijngaarden er weer goed bij. Dit stuk van de wandeling is prachtig, de wijnranken zijn prachtig groen en het is een prachtig gezicht tussen alle muurtjes. Wat een werk moet het geweest zijn om dit allemaal te maken. We lopen langs een oude molen en we moeten eigenlijk wel terug. We zouden om zeven uur terug zijn in Madalena om samen met de anderen een hapje te eten, maar we gokken erop dat we terug wel een lift kunnen krijgen en lopen nog een stuk verder door, door een leuk smal gangetjes tussen twee muurtjes. Als we terug proberen te liften blijken alle auto´s de verkeerde kant op te rijden, je zou bijna denken dat het één richtingverkeer is… Wouter is al eerder terug gegaan met Elsa maar Myrthe klaagt steen en been als ze het hele stuk ook weer terug moet lopen. We stappen maar even flink door -wat tot nog meer geklaag van Myrthe leidt- en we zijn uiteindelijk maar een paar minuten over zeven weer terug in Madalena waar we de anderen gelukkig makkelijk vinden in een restaurantje. We eten gezellig met zijn allen en nemen de ferry van negen uur weer terug.

Alle kleuren groen die je je maar bedenken kan
Maandag doen we weer school-pretpakket en daarna werken Aranka en ik nog aan de muurschildering. De heks die we in de vlag schilderen hebben we ook weer uitgesneden en schilderen we met een mal op de muur. Ook nu is het resultaat niet om over naar huis te schrijven, maar Aranka maakt het wel weer mooi, die is erg goed in dit soort precieze klusjes. Aan het eind van de ochtend huur ik een auto wat weer erg gemakkelijk gaat en gaan we op weg. Eerst rijden we helemaal naar het westen naar de vuurtoren bij de vulkaan “dos Capelinhos” die in 1958 voor het laatst is uitgebarsten. Eerst als een onderzeese vulkaan, maar later was er zoveel lava en as uitgekomen dat er een stuk land van 2,4 km2 bij het eiland Faial is gekomen. Onder de vuurtoren onder de vulkaanas is een museum gebouwd over de uitbarsting van 1957-1958. Het is erg indrukwekkend, ook omdat er mooie filmbeelden van gemaakt zijn. Het landschap is hier nu wel buitenaards met alleen grijs bruine as waarop nog niets groeit. Na het museum rijden we verder over het eiland en rijden nog naar de krater van de grote vulkaan, de Caldeira, midden op het eiland van ruim 1000 meter hoog. Helaas is het bewolkt en rijden we het laatste stuk in de mist. Als we op de krater rand staan zien we eerst ook alleen maar mist maar na een tijdje klaart het heel even op en zien we door de mist heen de krater liggen. Prachtig groen met alle kleuren groen die je je maar bedenken kan. Er is een mooie wandeling over de rand van de krater maar in de potdichte mist zien we daar toch maar vanaf en dus rijden we terug naar Horta. Als we terug zijn maakt Aranka de muurschildering verder af door het gezicht van de heks te schilderen. een lastige klus maar het resultaat is prima en hij is goed zichtbaar door de kleuren van de vlag. Nou, hè hè, die is af, dat koste toch wel weer heel wat meer tijd dan we van te voren dachten. ‘s-Avonds komen Jaap en Elsa nog koffie drinken en vertellen hun verhalen over de reis van de afgelopen drie jaar. Het is erg gezellig en leuk om al hun verhalen te horen.

de White Witch spuit vooruit
Dinsdag doen we eerst boodschappen met de auto en leveren hem daarna weer in. Het regent vandaag dus lekker dat we de muurschildering af hebben. We maken de White Witch in blue klaar voor vertrek en om één uur varen we onder luid getoeter van de Nederlandse schepen die nog in Horta liggen af richting Víla de Velas op São Jorge. Het is maar een kort stukje (25 mijl) varen en we kunnen er voor de avond zijn. De wind komt schuin van achteren. Volgens de Gribfiles zou er rond de twaalf knopen wind staan dus we zetten geen rif. Als we buiten de haven komen waait het al snel meer dan twintig knopen, maar uit een goede hoek en de White Witch spuit vooruit. We lopen eerst 6, dan zeven, dan en uiteindelijk soms meer dan negen knopen. Zo schiet het lekker op. Aranka oppert meerdere malen om toch maar een rifje te zetten, maar zolang we niet uit het roer lopen en heerlijk door het water spuiten blijf ik lekker in de kuip zitten. Als de wind dan boven de 25 knopen komt moet ik er toch aan geloven en gaat er een rif in het grootzeil en in de genua. Ik ben nog niet klaar of de wind zakt in tot 12 knopen, dus halen we het rif er weer uit, en daarna neemt de wind steeds verder af tot 0 knopen. We starten de motor, maar nog geen kwartier later waait het alweer, maar nu pal tegen. Motor uit, en kruisen maar tot 2 mijl onder São Jorge. Hier krijgen we ook de stroom tegen en dan vinden we het welletjes en varen de laatste mijlen op de motor. Als we het haventje van Víla de Velas binnenlopen staat de havenmeester José de Dias al uitbundig te zwaaien waar we moeten gaan liggen. Hij helpt ons met aanmeren en zegt dat we morgen maar moeten komen inklaren want hij gaat vanavond nog duiken. Hij is tot nu wel de vriendelijkste havenmeester die we ooit zijn tegengekomen. Wouter en Myrthe duiken meteen het water in samen met een stel Duitse kinderen van een andere boot. Deze keer is er geen sprake van verlegenheid en het water is ook ongelofelijk helder. Aranka tovert nog snel een pan nasi uit het kombuis met een paar gebakken eieren. ‘s Avonds gaan we nog even langs bij de Lotus die hier al een paar dagen ligt en die ook bezoek hebben van een Nederlands stel die hier op São Jorge wonen en ook een schip in de haven hebben liggen. We krijgen de nodige tips over het eiland en kletsen door tot het donker wordt. Dan gaan we lekker slapen. ‘s Nachts horen we weer de meeuwen die we ook al op Flores hoorde en die ‘s nachts tegen de rotsen aan zitten en elkaar roepen met een hoop geschreeuw.

Achter op de squad
Nadat we het pretpakket voor school hebben gedaan (we zijn met geschiedenis nu in de Middeleeuwen) huren we woensdag een autootje om het eiland te bekijken. We verleggen ook nog even ons schip naar een wat rustiger plekje dat is vrijgekomen nadat er zeker zes schepen zijn vertrokken naar Terceira waar morgen het Sanjoaninas feest begint. We rijden via een mooie route naar het oosten van het eiland en zetten de auto neer bij een parkeerplaats aan het begin van wandelroute 1. Dit wandelpad loopt vanaf de bergrug met prachtige uitzichten naar beneden naar Fajã da Caldeira de Santo Christo, een heel klein plaatsje dat alleen te voet of met een squad te bereiken is. Het is een prachtige wandeling met volop hortensia’s langs de route die hier gewoon in het wild groeien. De bloemen wisselen af met grasweides waar koeien en een enkele stier graast en met prachtige uitzichten over de prachtig blauwe zee. Als we bij Fajã da Caldeira de Santo Christo zijn gaat het wandelpad over in een iets breder pad. Myrthe en Wouter beginnen al behoorlijk moe te worden en als ze na een tijdje een lift krijgen aangeboden van een squad die voorbijkomt klimmen Aranka, Myrthe en Wouter achter op de squad en leggen zo de laatste kilometers af. Kan ik ook weer even lekker doorlopen…. Als ik aankom bij het einde van de wandeling in Fajã dos Cubres staan Aranka en de kids vrolijk te wachten. De tocht op de squad was erg spectaculair geweest. Fajã dos Cubres is ook weer een piep klein plaatsje maar er zit een klein restaurantje waar we wat drinken. Ik probeer terug te liften naar de parkeerplaats waar ons autootje staat en na een kwartiertje komt er zowaar een auto langs en kan ik meerijden over een heel steile weg naar boven. Daar heb ik zo weer een volgende lift tot voorbij de hoofdstad Calheta en ook een derde lift krijg ik weer binnen een paar minuten tot aan de parkeerplaats waar onze auto staat. Snel rij ik weer terug naar Fajã dos Cubres, nu binnendoor over de bergrug. Als ik Aranka en de kids heb opgepikt rijden we door naar Fajã das Almas waar we over een ongelofelijk steil weggetje naar beneden rijden. Daar lopen we een stukje langs de kust en hebben een mooi uitzicht over de gestolde lava die hier lang geleden zo de zee in stroomde. We eten heerlijk bij restaurante Maré Viva. In het donker rijden we weer terug naar Velas. Donderdag doen we school en kijken we rond in Velas wat ook een leuk plaatsje is. Aranka gaat naar de kapper en komt twintig jaar jonger weer terug. ‘s Middags komt de Win2Win ook aan en ‘s-avonds eten we samen met Co en Carla van de Lotus en met Eltjo en Lilian van de Win2Win pannenkoeken op de White Witch.

De haven is behoorlijk vol
‘s-Avonds maken we de boot klaar om ‘s ochtends vroeg te vertrekken. We horen van José dat de haven in Angra do Heroísmo erg vol is omdat daar het Sanjoaninas feest is. We besluiten om dan direct door te varen naar Praia da Vitoría dat twaalf mijl verder ligt. De Lotus vaart daar morgen ook heen en we kunnen dus samen op varen. Vrijdag ochtend staan we om zes uur op en half zeven gooien we de trossen los. Helaas is er geen wind en moeten we het eerste stuk motoren. Niet veel later zien we ook de Lotus vertrekken die ons even later voorbij vaart. Misschien is de spoed onze schroef niet helemaal goed ingesteld want op de motor zijn we niet erg snel. Maakt ook niet zoveel uit want we zeilen meestal. Als we voorbij São Jorge zijn kunnen we heerlijk zeilen. We komen om half acht ‘s-Avonds aan in de haven van Praia de Vitoría waar Co en Carla van de Lotus ons staan op te wachten om een lijntje aan te nemen. De haven is behoorlijk vol, maar we vinden nog net een plekje aan de receptiesteiger.

Terceira (Azoren)

Gisteren zijn we aangekomen op Terceira vanuit São Jorge. Een prachtig eiland. In Angra de Heroísmo is een week lang feest, Sanjoaninas. Wij hebben daarom onze boot maar een haven verder in Praia da Vitória gelegd, kunnen we ook nog lekker slapen…, maar Angra de Heroísmo is wel prachtig!