US Virgin Islands


Tarpoenen lusten frietjes
We varen dinsdag 7 april tegen de avond weg van Saba en zetten koers naar St. Croix. Het voelt toch weer vreemd om een donkere nacht in te varen. Maar wel een goede oefening, want 25 april nadert alweer snel. Rond die datum willen we de terugreis beginnen via Bermuda en Azoren naar Europa. Geestelijk zijn we alweer druk in voorbereiding voor die overtochten en terugreis (met wachtlopen in de nacht). Maar in de tussentijd hebben we toch nog 2 volle weken om van de Maagden Eilanden te genieten.
Een deel van de Maagden Eilanden is Amerikaans en een deel is/was Engels. Wij hebben van te voren in Nederland visa voor Amerika gehaald en het is toch leuk dat we die nu dan ook echt gaan gebruiken. Wij gaan eerst twee Amerikaanse Maagden Eilanden bekijken, St. Croix en St John. St. Croix ligt het meest zuidelijk en daarna gaan we door naar St. John en de Britse Maagden Eilanden. Hopelijk zien we daar ook nog de Volonté voor zij de terugtocht aanvangen.

St. Croix is een langgerekt eiland. Het is tegenwoordig Amerikaans, maar was tot 1917 Deens, toen het samen met de andere Amerikaanse Maagden Eilanden voor 25 miljoen dollar aan de Verenigde Staten werd verkocht. Omdat de eilanden eerder ook Brits zijn geweest rijden ze hier links. We varen een heel stuk langs het eiland naar het in het noorden gelegen Christiansted. Goed opletten, want we moeten precies tussen alle koraalriffen door varen. Prettig dat we dat in het licht kunnen doen. De geul is keurig met boeien aangegeven en de kaart op de plotter blijkt weer keurig te kloppen. Bij de haven gooien we het anker uit. Als we zeker zijn dat het anker goed ligt gaan we met zijn allen met de dinghy inklaren bij de douane.
De douane mevrouw kijkt eerst of we wel een visum hebben en is “so glad that you have visa” wat ze wel vier keer herhaalt. Kennelijk komen er veel toeristen zonder visa bij de douane aan, dat wordt dan bestraft met een boete van US $500 per persoon, die de douane beambte dan mag innen. Maar wij staan met 10 minuten en ondervraging van Roelof en mij gewoon weer buiten. Dat is ook weer geregeld.

Chritiansted is een leuke plaats. Er zijn veel historische gebouwen die zijn behouden en die ook zijn gerenoveerd. Gezellig gekleurde huizen met veranda’s en relatief veel laagbouw. Aan de andere kant zijn er ook veel leegstaande huizen (for sale of to rent) en zijn er huizen die door overkomende orkanen verwoest lijken en als niet opgeruimde ruïnes in de stad staan. Later hoor ik dat 3 jaar geleden bij Christiansted de olie industrie die voor veel werkgelegenheid zorgde is gestopt. Sindsdien worstelen de bewoners kennelijk, en als je buiten het echte centrum komt ziet het er dan ook een beetje vervallen en verpauperd uit.
We eten wat in een restaurant. En daar merk je echt de Amerikaanse invloed. Ze halen je glas al bijna weg als het nog niet eens leeg is en je moet behoorlijk duidelijk zijn als je dus niet nog een glas drinken wenst “Refill?”. Ik zit dus met een tweede drankje waar ik eigenlijk helemaal geen zin in had, gelukkig drinkt Roelof het op. Het eten is overvloedig en ik ben verbaasd over de enorme hoeveelheid geraspte kaas die over mijn crunchy pita ligt. Het is bijna een heel zakje. Maar de Tarpoenen aan de waterkant weten dit Amerikaanse karakter wel te waarderen. Al het eten dat over blijft op de borden wordt aan deze grote meters lange vissen gevoerd. Met hun grote bek happen ze de frietjes uit het water. Wel geinig, maar ook een beetje gek al die Tarpoenen hier bij het restaurant.

Ik ben gelukkig geen frietje!
Donderdag 9 april staat in het teken van reparaties. Ons schip kan aan de steiger liggen in de haven van Chritiansted en ze hebben tijd om een mechanicus naar de motor te laten kijken en hebben ook ideeën om ons met de mast te helpen om het rubber tussen de mast en het dek vast te zetten. John, die de reparaties regelt komt helpen met de mast en even later komt ook iemand voor de motor. Het verloopt best vlot. En de warmte wisselaar van de motor is deels dichtgeslibd en wordt schoongemaakt. Als we de motor daarna proefdraaien komt er geen druppel meer uit. Het rubber bij de mast wordt vast gezet met twee hele grote slangenklemmen.
Als we toch in de haven liggen (voor het eerst sinds januari) wil ik de boot ook meteen spoelen met zoet water en daarna de vlieg roest weghalen. Ik ga ermee aan de slag, maar het water uit de kraan is bruin en roestig. De boot wordt er niet echt schoner van en de watertanks durf ik er al helemaal niet mee te vullen. Dat doen we wel weer met onze eigen watermaker. Terwijl ik lekker bezig ben trek ik per ongeluk mijn schoen van de steiger af met de slang. Ik ga ervan uit dat mijn verdwenen schoen dus op de bodem ligt tussen onze boot en de steiger. Ik moet even moed verzamelen om het water in te springen en mijn slipper op te duiken, onder steigers door zwemmen is niet mijn favoriete bezigheid. Ik probeer Roelof nog zo ver te krijgen maar die vindt dat ik met mijn duikbrevet dit ook best zelf moet kunnen. Uiteindelijk zak ik via het zwem trapje in het water. Het is heel helder maar hoe ik ook zoek, ik zie mijn schoen niet. Wat ik wel zien zijn twee grote Tarpoenen die op mij af komen. Ik ben dan wel geen frietje, maar wie weet lusten ze mij ook rauw!!! Binnen drie seconden sta ik dus weer op de boot, zonder schoen en ik durf er ook niet meer in.

Wouter zegt dan doodleuk “Maar, ik heb daarnet wel een schoen zien wegdrijven! Maar dat is al een hele tijd terug.”
Ik denk nee….., het is niet waar, zou mijn Teva dan drijven? En warempel aan de overkant zie ik nog net bij de steiger iets in het water drijven. Met de pikhaak ren ik er op af en gelukkig kan ik ik hem er nog uit vissen. Alhoewel hij al meermalen tijdens deze reis is gerepareerd en hij inmiddels met draadjes aan elkaar hangt, voldoet hij nog uitstekend en ben ik blij dat ik hem weer terug heb.


Een Macro zak chips!!
Vrijdag huren we een auto bij Budget. We moeten heel veel handtekeningen zetten dat we de auto zonder zand terugbrengen, dat we niet met natte kleren in de auto zullen zitten, dat we zelf de verzekering regelen etc. etc. etc. De verhuurder is ook nog erg vervelend maar de auto is verder prima. We proberen vandaag zoveel mogelijk van het eiland te zien, en het is so wie so al leuk om rond te toeren en even geen water te zien… Eerst gaan we toch even kijken bij Salt River baai, een inham met een rivier, waar heel veel bootjes verscholen liggen tussen de mangrove en het groen tegen hurricanes. Op deze plek zou Columbus op zijn tweede reis op St. Croix aan land te zijn gekomen. Daarna pakken we een binnenweg door het tropische regenwoud. Dat is een mooie route, maar helaas gaat deze over in een 4 wheel drive track, en dat ziet er toch net iets te stoer uit voor de nog zo mooie bolide zonder lakschade. Dus nemen we een andere route naar de andere kant van St. Croix naar het plaatsje Frederiksted. Het is een leuk dorpje. De verlaten rechte wegen met huizen met hier en daar een veranda doen Amerikaans en zelfs een beetje western-achtig aan.

Hierna gaan we naar het Whim museum. Dit is een oude suikerriet plantage waar het oude landhuis volledig is gerestaureerd. Van de voormalige slavenwoningen in de tuin zijn helaas alleen ruïnes over. De plantage is een groot terrein en met overblijfselen van de windmolen en de machines om het suikerriet uit te persen kan je je toch wel een voorstelling maken hoe het er hier in het verleden uit heeft gezien.

Als we naar de St. George Village Botanical Garden gaan is het is al 4 uur in de middag en wij zijn ook de laatste en enige gasten op dat moment. We krijgen een route hoe we door de tuinen kunnen lopen en lopen er in een uur net voor sluitingstijd doorheen. De tuin is verrassend mooi. Er zijn veel orchideeën, een cactus gedeelte en er staan in de tuin ook nog ruïnes van een oude plantage. De tuin raakt een stukje tropisch oerwoud en ook daarvan zit een gedeelte in de route. Heel gevarieerd op die manier. Maar Wouter vind het klinkklare onzin dat we nu alweer door een tuin lopen. We hebben op Martinique, samen met de Pacific toch al een Botanische tuin gezien? Waarom dan nu ook deze weer?? Tja, we hebben de voetbal niet meegenomen, anders had Wouter lekker in de tuin kunnen voetballen.

Op de terugweg gaan we naar een enorme supermarkt. Het lijkt wel een soort Macro, met mega voorraden. Daar kunnen we weer even onze vers voorraad zuivel, vlees, groente en fruit aanvullen. Maar we kijken onze ogen uit naar de Amerikaanse mega verpakkingen van alles wat hier wordt aangeboden. De mega zak chips hadden we bijna gekocht, om te kijken hoe groot Wouter zijn ogen zouden zijn als hij deze kreeg, toch maar niet gedaan…

Snorkelparadijs
Zaterdag 11 april gaan we naar Buck Island. Dit is een prachtig klein onbewoond eiland ten noorden van St. Croix. Het schijnt een snorkel paradijsje te zijn, waar de bewoners zelf in het weekend graag verblijven. Kortom het lijkt ons heerlijk daar ook nog een nachtje te liggen. We leveren de auto weer in en gaan vervolgens in Christiansted op zoek naar iemand die ons een vergunning kan leveren om met onze eigen boot naar Buck National Parc te gaan. Alhoewel dit normaal een kleine week schijnt te duren lukt het toch in een half uurtje en nadat alles keurig wordt geregistreerd en gestempeld door de politie mogen we erheen.
Het is maar een piepklein stukje, maar we hebben tegenwind. We laveren tussen de riffen door en komen na een uurtje zeilen aan bij Buck Island. We ankeren bij het strandje aan de westzijde, lekker in de luwte. Er liggen nog best aardig wat andere boten van een soort “Valkje” tot super de luxe Motorjachten. Wij willen de fantastische snorkelplek bekijken en varen een half uur tegen de wind in met onze kleine dinghy en 2 PK motortje naar de lagoon. De lagoon ligt binnen het rif langs de zuidkant van het eiland. Het is 2-3 meter diep en een 50 meter brede strook langs het eiland. Uiteraard vaart Roelof weer niet via de boeien de lagoon in, maar steekt af tussen het rif door. Kortom dat is weer zweten als je iedere keer bij een golf weer een stuk koraal boven water ziet opduiken. Gelukkig laten we het koraal ongeschonden en wordt de dinghy niet lek geprikt.
In de lagoon zijn enkele moorings, waar we onze dinghy aanmeren. En dan snel het water in. Het is helder en omdat het ondiep is zie je de kleuren onder water heel mooi. Er staan knalgele hertengeweien, grote paarse bladeren die met de golven heen en weer wiegen (ziet er uit alsof je een blad laat drogen en alleen de nerven overhoud, maar dan in het groot en helemaal paars) en het hersenkoraal is er ook te vinden. Veel tropische vissen zien we. Wat vooral indruk maakt zijn de grote grijze vissen die boven een rots hangen. Ze zijn zeker 1,5 meter en houden hun bek wagenwijd open. Zodanig dat ik in ieder geval gepaste afstand houd. Geen idee wat het voor soort vis was. Roelof dacht een Tarpoen, maar ik weet het niet zeker. Een Barracuda was het ook niet alhoewel het model er wel op leek. Maar die gapende open bek met tanden vond ik er wel heftig uitzien.
Tegen de avond waren alle andere bootjes vertrokken en hadden we het paradijs voor onszelf. Heerlijk om daar te liggen met weer een prachtige sterrenlucht boven ons.

Alles doet het weer!
Zondag zeilen we van Buck naar St. John. St. John ligt 32 NM noordelijker, maar aan de horizon kunnen we het nog niet zien. Het is een heerlijke zeiltocht, met een lekker gevoel dat de motor, de mast en zelfs de stuurautomaat en het elektronisch kompas het allemaal weer goed doen.
In de vroege middag komen we aan de zuidkant van St John aan en varen een Little Lamshur Bay in. Het grootste deel van St. John is een National Park. Het is prachtig groen, met glooiende hellingen, veel mooie stranden en nauwelijks bebouwing. Om te voorkomen dat alle jachten die hier komen het koraal beschadigen met hun ankers en ankerketting die over de grond slepen hebben ze overal moorings geplaatst. Ideaal en prettig en de kosten zijn met 15 dollar per nacht ook nog te overzien.
De baai heeft een strandje en we zwemmen ook nog wat rond. Roelof en Wouter zien een pijlstaartrog en Myrthe een octopus. Aan land staat nog een ruïne. Roelof en ik gaan even kijken, mede om te betalen voor de mooring. Maar dat betalen lukt niet, er is geen ranger te bekennen en ook geen plek om te betalen. ‘s Nachts hebben we weer een prachtige relaxte nacht met de baai helemaal voor ons alleen.

Volonté in zicht!
De volgende morgen varen we tegen de klok in om St John heen. Eerst vanuit Little Lameshur Baai aan de zuidkust van St John, naar “Huricane Hole” en daarna door naar “Leister Point” in het Noorden. Zodra we noordelijk van St. John varen met ook de Britse Maagdeneilanden om ons heen lijkt het wel of we in een soort binnenzee zeilen. De swell is er niet meer (alleen wind), het is 25 meter diep in plaats van duizend en overal om je heen glooiende bergen. Het is leuk om te zien hoe dicht alle maagdeneilanden bij elkaar liggen en leuk om overal langs en tussendoor te zeilen. Hier zie je ook veel andere zeilboten.
En dan zien we ineens de Volonté aan de overkant bij het Britse Maagden Eiland op nog geen 2 mijl van ons vandaan (we zien ze op de plotter en daarna ook met het blote oog). Maar wij mogen niet zomaar de grens over steken (eerst uit- en dan weer in-klaren) en bovendien is het al tegen vijven en wordt het snel donker dus we houden het op marifoon contact en kijken hoe we elkaar ergens de komende dagen kunnen treffen.

Even later vinden we in Waterlemon of Leinster Point nog net de laatste mooring vrij. Achter ons komt een zeilboot op de motor die hard vaart en ook zijn oog heeft laten vallen op deze laatste mooring. Als we nu eerst de zeilen laten zakken zijn we de mooring kwijt, dus we zeilen tot onder de mooring maken een opstekertje en met behulp van de motor halen we de vaart uit het schip. De andere zeilboot heeft pech en gaat op zoek naar een andere mooring plek… Als we liggen en de zeilen naar beneden hebben gehaald gaan we met de dinghy naar de kant om de ruïnes van Annaberg Sugar Mill (oude suikerriet plantage met windmolen) te bekijken. Ik meende dat er ook restaurantjes waren met internet en had alle i-pads meegenomen voor een echt gezellig Crevecoeur familie uurtje met elektronica. Had ik dat nu maar niet gedaan. Toen we met de dinghy terug voeren stond er toch nog behoorlijk wat golfslag op het stenen strandje en hopla daar had je het al, twee golven vol over me heen. Gelukkig kan zelfs mijn rugzak wel wat hebben, want op de boot blijkt alles gelukkig nog droog te zijn.
Om te betalen liggen hier een soort houten vlotjes met een vlag erboven. Daar kan je foldertjes in vinden en een formuliertje invullen en een enveloppe achter laten met het geld. Grappig hoe dat is geregeld.

Een gewone schooldag!
di 14 april is een schooldag zoals Wouter voortaan elke dag wel wil. Een lekker ontbijt met chocolade vlokken (Jumbo uit Sint Maarten), dan een lesje rekenen, dan even zwemmen en lekker snorkelen met een rog en grappige slangetjes in het zand. Als pappa en mamma de boot naar een volgend baaitje (Trunk Bay) zeilen doe je weer een volgend les spelling. Dan weer met zijn allen snorkelen langs een prachtige koraalrif om het eilandje vlak bij de kust. Het koraal zit nog geen meter onder water en alle kleuren zijn prachtig zichtbaar op die diepte. We maken er een Biologie les van door de kinderen uit te leggen hoeveel tijd het koraal nodig heeft om te groeien en waarom het zo gevoelig is voor veranderingen in temperatuur of vervuiling van het water, enzovoort. Gelukkig zijn de kids altijd super voorzichtig en raken niets aan. Dan krijgt iedereen een lekkere lunch met noodles en een gebakken eitje. En dan zeilen paps en mams weer een stukje verder naar het plaatsje Cruz Bay. Daar klaren we onszelf en ons schip weer uit. Binnen 24 uur moeten we de Amerikaanse Virgin eilanden nu verlaten. Maar in Cruz Bay proberen we eerst nog even te ankeren en boodschappen te doen. We zijn best handig in ankeren geworden, maar ondanks die ervaring lopen we eerst aan de grond en daarna leggen we ons schip voor anker midden tussen andere boten, waar het eigenlijk niet past. Maar het past verder nergens, het is hier druk, dus het moet maar even. Met de kids doe ik snel boodschappen en haal lekkere verse melk en per ongeluk een Chinese kool van 12 dollar. Ik had niet gezien dat de prijs niet per stuk was maar per gewicht. Oeps. En dan gauw weg uit deze hectiek en chaos van Cruz Bay! We varen een stukje terug en pakken een mooring op in Caneel bay. Wouter klaagt dat hij niet kan werken als ik zeil en niet kom helpen. Maar na het zeilen heb ik alle tijd en doen we een lesje taal. Gut wat een makkelijke schooldag was dat. Verspreid over de hele dag, zonder problemen en morren. Zo wil ik ze ook wel vaker. En dan gaan we die Chinese kool eens proeven. Met kokossaus en kip en knoflook smaakt die heerlijk. Ik heb nog een halve over voor een volgende maaltijd.

Keddunk…… het anker ligt?!


Snorkelen in grote scholen vis!
Vandaag zijn we circa tien mijl langs St. Lucia gevaren naar Marigot Bay. Het had niet echt zin om de zeilen te gebruiken, want in de luwte achter St. Lucia staat er of geen wind of 25 knopen tegenwind. Dus maar gewoon knorren op de motor.

De kids zijn onderweg druk bezig met schoolwerk. Wouter heeft zijn taalblokken weer als laatste bewaard tot het einde van deze week, omdat hij die vreselijk vind. Hij vindt dat hij bij taal zoveel moet schrijven en heeft er daarom een hekel aan. Maar ja, ik ben weer de strenge moeder/juf en het moet echt. Myrthe heeft ook allemaal taalblokken. Die vindt dat juist erg leuk. Inhoudelijk beantwoordt ze alle opdrachten ook uitstekend. Maar uiteindelijk baalt zij ook van taal als ik vind dat ze fatsoenlijke zinnen moet maken, die beginnen met een hoofdletter en eindigen bij een punt en een werkwoord en onderwerp bevatten. Wat een onzin zegt ze dan. Maar ja door haar manier van schrijven is ze inmiddels wel vergeten hoe alle hoofdletters moeten die ze in groep vier heeft geleerd. Kortom reden genoeg voor mij om stug vol te houden. Maar ook Roelof vindt mij soms erg streng…

Gelukkig hebben we onderweg een pauze. Net voorbij de plaats Souffriere is er een mooie snorkelplek. We leggen de White Witch vast aan een mooring en varen met de dinghy naar de rotspunt en het rif waar je kan snorkelen. Het is er druk in de baai met duikbootjes die af en aan varen met duikers. Maar wat een prachtplek! Je kan onder water wel 20 meter ver zien. Het is echt weer een prachtig aquarium, met blauw koraal en paarse kokers en groene en bruine bladeren die wuiven in de stroming. Een grote school met zeker 40 cm lange vissen zwemt om ons heen. Zijn dat jonge barracudas? Ik weet het niet, maar indrukwekkend is het wel weer. Het is ook leuk om te zien dat Wouter zijn angst voor vissen zo heeft overwonnen tijdens deze reis. Hij snorkelt en duikt nu als de beste en wil alle vissen zien, als er maar iemand met hem meegaat.

Keddunk…..het anker ligt, maar hoe?
Daarna zetten we onze motortocht weer voort. En om 13.00 uur komen we bij Marigot Bay uit. Het is een natuurlijke diepe baai, die ook wel wordt gebruikt om te schuilen voor hurricanes. We varen een rondje helemaal naar binnen. Maar wij willen geen 30 dollar betalen voor een mooring, dus net aan de buitenzijde proberen we te ankeren. Tot nu toe heeft ons Rockna anker altijd in 1 keer goed gelegen. Maar hier niet! De eerste keer krijg ik de zenuwen. Want we zijn duidelijk aan het krabben, terwijl Roelof nog relaxed een paar grapefruits/pompelmoezen koopt bij een bootboy. Bij de tweede poging ga ik zwemmen en snorkelen om te checken. Ik dacht dat het anker prima lag in het zand, maar nee hoor. We komen weer veel te dicht op de andere omliggende ankerende boten af. Dus laatste en derde poging. Keddunk…. We liggen. En het anker lijkt zich nu echt goed vast te hebben gegraven gezien de “keddunk” als we achteruit varen. Maar niets is minder waar. Het anker ligt achter een rots. Maar ja het blijkt wel te werken. Lekker laten liggen dus.

2 voor de prijs van 1:
Het is een drukte van jewelste in deze baai. Even later gaan wij ook naar de kant, gelokt als rasechte Hollanders door een foldertje dat werd rondgebracht met groot “twee voor de prijs van één” gedrukt naast een lekker menu. Helaas blijkt het toch alleen voor de drankjes te gelden… Tsja…, dat is natuurlijk een beetje flauw. Als Roelof zegt dat hij dit toch wel onduidelijk vindt, zeggen ze “It is clear for everybody.” OK, dan zijn wij dus blijkbaar nobody en dan ga ik lekker koken op de boot! Maar eerst gaan we nog even verse eitjes kopen in een supermarktje een km bergopwaarts. Hier is een authentiek dorpje met echte inwoners van St. Lucia, in tegenstelling tot de dure hotels en resorts die beneden aan de baai liggen op de meest begeerlijke plekjes en uitzichtpunten. We eten heerlijk op de boot met een prachtig uitzicht en als toetje koffie met een reep chocolade van The Grenada Chocolat Comagny.

Weerzien met de WIN2WIN, maar helaas geen Lilian en Eltjo!
De volgende dag varen we weer verder naar Rodney Bay. We vertrekken vroeg en varen 10 mijlen op de motor. De kinderen doen onderweg school, voor zover dat gaat (schrijven op een varende boot blijft er slordig uit zien!). Omdat er veel wind tegen staat gaat het maar langzaam vooruit. Als we in de ruime baai “Rodney Bay” komen staan er door de harde wind nog behoorlijke golven. Het lijkt ons daarom rustiger om de lagoon in te varen en daar rustig aan een mooring te liggen in plaats van te ankeren voor het strand. We varen via een smalle ingang de lagoon binnen. We varen voorbij de haven en daarachter is de poel van 2 meter diep met moorings. Daar liggen we heerlijk relaxed omgeven door apartementen rondom, met de tuin aan het water en soms ook een jacht in het dok. Hier woont duidelijk het meer welgestelde deel van de bevolking…

In deze plaats is de ARC enkele maanden geleden geëindigd en is iedereen binnengehaald na de overtocht van de Canarische eilanden naar de Carib. Daar deden toen meer dan 300 schepen aan mee. Je kan je dus wel voorstellen dat de haven hier groot en ruim is en dat er veel werkgelegenheid rond de Marina is. Het ziet er allemaal goed verzorgd en luxe uit. Maar toch wordt er hier ook veel gewaarschuwd voor diefstal. En als we even later naar het dorpje Gros Islet lopen valt ons op hoe groot de tegenstelling tussen rijk en arm hier is. In dit armere dorpje staan ook de nodige bouwvallen tussen kleine (maar wel heel kleurrijke) huisjes. Verder lopen er veel toeristen vanuit de Marina, hotels en resorts. Het dorpje heeft een gezellige sfeer en we eten er lekker in een lokaal restaurantje.


Terug in de haven zien we de Win2Win liggen en Myrthe en Wouter vinden het jammer dat juf Lilian er niet is. Eltjo en Lilian zijn nu in Nederland en we zetten voor Eltjo nog de giek naar de andere kant, zodat het zonnepaneel wat meer zon opvangt. Terug op de boot halen we nog wat slaap in en ‘s avonds gaan we weer naar het dorpje Gros Islet, want vrijdagavond is er een straatfeest met allemaal eten op straat en wordt er ook gedanst. Dat lijkt ons gezellig. Er zijn veel kraampjes en stalletjes met bbq’s en lekker eten, maar het lijkt meer een feest door de dorpelingen voor de toeristen, want we zien dat de mensen uit het dorp in de kraampjes werken en dat vooral blanke toeristen het eten kopen en rondlopen.
Als Wouter moe is en terug wil, halen we eerst nog even een ijsje en pakken dan een busje terug. In het donker varen we met de harde wind mee helemaal om de haven heen naar het gedeelte van de lagoon waar ons schip aan een mooring ligt. We gaan een rustige nacht tegemoet zonder dat we bang hoeven te zijn dat het anker krabt.

Overtime Fee:
Dan is het weekend. Zondag is er iets rustiger weer voorspeld en plannen we de oversteek naar Martinique. We hebben dus nog de zaterdag om het eiland te verkennen, maar we beginnen de dag met lekker vers stokbrood dat we hier kunnen krijgen. Daarna spelen we Stap Op, een oud oer Hollands spel waar de kinderen maar geen genoeg van krijgen, (maar ik wel).Zeker als je het met zijn vieren speelt kan het soms eindeloos duren en de eerste twee rondes kan ik helemaal niets, ik word er nog bijna sacherijnig van…

Het lukt niet om een auto te huren want alle auto’s zijn op. ًWe klaren vast uit zodat we morgen (zondag) vroeg kunnen vertrekken. Helaas moeten we “overtime fee” betalen voor deze weekenddienst. We hadden vrijdag al geïnformeerd of we toen al konden uitklaren, maar dat mocht niet als we op zondag pas zouden vertrekken. Na het uitklaren wordt je geacht binnen 24 uur te land te verlaten, anders….. Flauw hoor, maar de boetes zijn dermate hoog dat wij gewoon braaf de “overtime fee” betalen. De rest van de dag gaan we naar Pigeon Island. Dit is een hoge rotspunt die Rodney Bay beschermt tegen golfslag. Op de rots staat een oud fort. We wandelen wat rond tussen de ruïnes. Hiervandaan voelde Engeland zich sterk en konden ze de Fransen op Martinique goed in de gaten houden. We genieten van het uitzicht en het straffe briesje. Daarna gaan we bij het strand lekker zwemmen. Vlak bij het strand zie je hier groene trompetvissen en de kinderen ontdekken een 50 cm gestippelde slang en de krabbetjes en scholletjes schuiven onder ons langs over het zand. Voor de kinderen is het heerlijk weer even te zwemmen. In de lagoon waar onze boot ligt ziet het er iets minder fris uit en hebben wij het liever niet. Maar hier leven ze zich weer helemaal uit. Daarna lopen we relaxed terug langs het strand naar het dorp. Je loopt dan van de ene luxe resort, langs de volgende en daarna zie je de locals met hun kinderen lekker spelen op het strand. Dit contrast, zonder enige vorm van integratie, is voor ons het beeld wat we hebben van St Lucia. Het is een prachtig eiland, maar heeft daardoor niet de relaxte sfeer, zoals we die van andere eilanden kennen.

Zwemmen met schildpadden op de Tobago Cays

Zeilend tussen de riffen door lopen we de Tobago Cays aan. Je moet hier goed opletten dat je niet op een rif vaart, maar met onze plotter en het heldere water is het goed te zien waar de riffen allemaal liggen. Het water is hier super helder met wel twintig meter zicht. Wouter heeft een nieuw spel bedacht, hij bestuurt de boot met het buitenboord motortje.
Onderweg van Union Island naar de Tobago Cays zien we de eerste schildpad zwemmen. Een grote met toch zeker zo’n 40 cm lang schild. ًWe varen tussen de eilanden Petit Rameau en Petit Bateau door en ankeren vlak bij het strand van Baradel waar ook veel schildpadden zitten. De kids springen direct in het lichtblauwe water en zwemmen samen met een schildpad rond. Wat is het hier mooi. De Puff ligt er al en je ziet Frieda gewoon genietend op het voordek zitten. Het is een prachtig plaatje, de groene Puff in helder blauw water.

Mooiste ankerplekje verboden
Maar goed het goede humeur krijgt het even lastig als de autoriteiten zich melden. We liggen in een Natuurpark en daar wordt geld voor geïnd. Dat is natuurlijk prima, maar als we worden gesommeerd om ergens anders te ankeren vinden we dat minder leuk. We liggen uiteraard op het mooiste plekje helemaal keurig zoals in alle pilots de ankerplek staat aangegeven. Maar ja, de catamarans om ons heen liggen aan een duur betaalde mooring , en dan mag je niet voor hun neus gaan liggen en moet je achteraan ankeren. Ze laten nog even hun pas zien en wijzen er meerdere malen op dat we naar ze dienen te luisteren, omdat zij hier de dienst uitmaken. Als ze dan vragen of we het snappen zegt Roelof dat hij er helemaal niets van snapt en dan worden ze boos…Nou ja, uiteindelijk trekken we natuurlijk aan het kortste eind en liggen we een stukje verderop, eigenlijk ook even mooi.

Vers knapperige croissants
Als we weer voor anker liggen duiken we allemaal het water in. Daarna varen we met de zwemspullen in de dinghy naar het rif toe en binden de dinghy vast aan een mooring. Het zwemmen bij het rif lijkt wel of we in een aquarium zwemmen. Er komt weer zo’n grote schildpad langs zwemmen en verder zien we papegaaivissen en trompetvissen en andere tropische pracht waar we tussen snorkelen. Dit is echt gaaf. Wel staat er een flinke stroom vanaf de zee dus je moet oppassen dat je niet terug naar de dinghy stroomt.


De volgende ochtend is er een boatboy die baguettes en croissants verkoopt. Het kost wat, maar het smaakt zoals het hoort. Heerlijk Knapperig vers Frans brood, terwijl je van het ochtendgloren geniet in dit mooie stukje paradijs. Er zijn zwarte vogeltjes, die dit gebruik bij de jachten kennen en even langs komen. Zij genieten van de kruimeltjes. De vogeltjes zien er met hun zwarte veren niet heel bijzonder uit, echter is het geluid wat ze maken opvallend leuk en verrassend divers.

Ahhhhhhh, leguanen
De volgende dag gaan we even op het eiland vlak bij het rif kijken. Daar zitten allemaal leguanen. We ontdekken de een na de ander bij een korte wandeling. Ze klimmen ook in de struiken en zitten soms zo stil dat je ze al recht aankijkt voordat je ze in de gaten hebt. Even later zit er een heel groepje. Ik hurk om een foto te nemen vanaf een lager punt. Maar dan komen ze ineens op me af. Ik sta snel weer op. Het zint me niet helemaal, maar ja een leuke foto voor ons blog is ook belangrijk. Dus ik weer op mijn hurken, maar ik weet niet hoe snel ik me daarna uit de voeten moet maken als ik door 7 van die geribbelde en geschubde rood, groene en geel gekleurde beesten word omsingeld. Ik geef nog een gil en dan steken ze ook nog hun staart omhoog en schudden ja met hun kop. En dan ben ik ervandoor. Waarschijnlijk dachten ze dat ze iets lekkers van mij zouden krijgen, zegt Roelof.

Zwemmen tussen de schildpadden
We zwemmen en snorkelen nog langs het eiland. Er grazen schildpadden onder water en ze lijken niet eens schuw en laten je op gepaste afstand dichtbij komen als je rustig bent. Maar even later zien we een paar fikse buien aankomen en gaan we terug naar onze boot. ‘s Avonds gaan we barbecueën op het strand van Petit Bateau dat achter onze boot ligt. Het is best een stukje varen in de dinghy en we beseffen dat we terug tegen de wind en in het donker moeten varen en letten op langs welke schepen we allemaal komen en laten het licht aan op onze boot. Op het strand staat een strandtentje en daar zijn ze al druk aan het barbecueën. Frieda en Leon van de Puff zijn er ook en zitten al aan een mooi gedekte tafel en het eten ziet er zalig uit. Kreeft, gebakken groente en gevulde aardappels. De kinderen krijgen kip. Het is echt heerlijk met het mooiste uitzicht dat je je kan indenken, de ondergaande zon boven de Tobago Cays. Als het even later donker wordt schieten de lampjes boven ons hoofd aan. We zitten tussen de palmbomen en het is een gezellig en bijzonder plekje om te eten. Als er wordt afgeruimd doen de mensen de afwas in de tent. Er is een opossum op de afvalrestjes afgekomen en die knabbelt alles op. In de straal licht van de zaklamp zien we hem heel goed zitten. Als we uitgegeten zijn en de kinderen klaar zijn met spelen in het zand gaan we terug. We laten de zandkastelen en zandtorens van de kinderen achter en het valt mee hoe nat we worden in de dinghy. Tegen de wind in is het een langere tocht, maar we kunnen het gelukkig goed terug vinden. Die nacht komt er nog een squall over met in de piek 40 knopen wind. Gelukkig houdt ons Rocna anker het uitstekend, maar er zijn enkele andere schepen losgeslagen van hun anker die we opnieuw zien ankeren. Ik duik gauw weer in mijn bed.

Schildpaddenexcursie
Vandaag is het woensdag en Roelof vindt dat de kinderen op schildpaddenexcursie mogen in dit paradijs. Op school doen ze ook af en toe een stranddag of excursie, dus wij nu ook. Geen schoolwerk dus, heerlijk relaxed, want na mijn verkoudheid gisteren ben ik nog niet fit om weer juf te zijn. Bij onze kinderen vraagt dat topconditie en maximum geduld. Maar vandaag niet. Frieda is 29 februari jarig,maar omdat dat er dit jaar niet is vieren wij het vandaag. Het is waarschijnlijk ook de laatste keer dat we hen zien. Zij gaan hierna verder naar het zuiden en hebben ook meer dan een jaar. Wij gaan verder naar het noorden. Maar eerst koffie bij de Puff en een leuk cadeautje achterlaten. Myrthe heeft haar best gedaan om een papieren zak in de vorm van een taart te versieren, waar je een waxine lichtje in kan branden. Altijd leuk als zij weer iets creatiefs maakt. Ook kan ik de Puff nog van binnen zien, wat een mooie boot is dat zeg, mooi afgewerkt van binnen en heel gezellig. Lekker gekletst en koffie gedronken en dan het afscheid. (Dat hebben we al een paar keer eerder gedaan, ook op La Gomera dachten we elkaar niet meer te zien en idem toen we vanuit Mindelo vertrokken, maar tot nu toe blijven onze vaarroutes elkaar kruisen, dus wie weet… We zien al heel veel schildpadden rond de Puff zwemmen die adem komen halen, maar wij gaan nog even naar het rif om te snorkelen. Nog één keer in dit prachtige ‘aquarium’ kijken. Na het snorkelen halen we het anker op en vertrekken we tegelijkertijd met de Puff. Zij varen richting Union Island en wij varen naar Mayreau. Het is maar een klein stukje en we zetten alleen de genua uit. Er waait nog een fikse regenbui over en dan ligt ons anker alweer in de volgende baai.

Aankomst Tobago 28 jan 2015

Ongelovelijk. In 2,5 dagen hebben we 500 mijl gevaren van Waterland in Suriname naar Charlottesville op Tobago. We hadden 2 riffen in de zeilen gezet en verder nauwelijks iets veranderd onderweg. Met halve wind van 15-20 knopen was dat een razendsnelle koers. Alleen lukt het bij ons maar niet om met daglicht aan te komen. Ook dit keer kwamen we om 01.00 uur op 28 januari aan. Zoals Ron dat zo mooi kan zeggen geeft dat een balletje in je buik. We zijn ruim om het eiland heen gevaren om heftige grondzeeën te mijden. En dan heel rustig de baai bij Charlottesville ingevaren. Ik weer op het voordek met een schijnwerper en Roelof achter het roer. En dan zoeken naar visnetten en naar een ankerplek. We wisten dat het goede zandgrond is maar het is wel diep, zeker 20 meter. Ineens zien we in het donker alle andere schepen liggen en zoeken een plekje uit. We gooien al de ankerketting die we hebben uit (70 meter) en zijn weer blij dat we er zijn. Lekker glaasje Muier en een zoutje en dan echt slapen op een boot die rustig dobbert.

De volgende ochtend word ik vroeg wakker. Ik kijk mijn ogen uit, want de kinderen zijn allebei al in de schoolboeken gedoken. Ze weten dat we vandaag van Tobago kunnen genieten als ze snel school af hebben. Grappig dat dit ze dit keer echt heeft getriggerd. Het is pas 8.00 uur in de ochtend, maar school is al klaar.


Dan is het tijd om eens naar buiten te gaan en de baai te bekijken waar we liggen. De verrassing kan niet groter zijn. Het is tropisch groen om ons heen, het water is redelijk helder en er vliegen Quetzalcoatlussen, zeggen Wouter en Myrthe. Dat zijn vliegende dino’s en die lijken op wat we in de lucht zien. Maar het blijken fregatvogels, met enorme spanwijdte en lange gesplitste staart, die de kinderen helemaal in verwarring hebben gebracht.
En niet alleen fregatvogels vangen visjes en scheren door de lucht. Er zijn ook Pelikanen. Er zit er een naast onze zeilboot en ze vliegen vlak boven het water, heel relaxed.

Even later gaan we met de dinghy naar de kant om in te klaren. Het dorpje is heel relaxed en her en der horen we vrolijke Afrikaanse of reggae muziek. De haardracht is hier bij veel mannen ook meteen rasta. Het dorpje is klein en een paar straten verder vinden we de immigratiedienst. Maar daar is niemand te vinden. De politie gaat ons helpen om de personen op te roepen.
We vermaken ons kostelijk bij de politie, want ze hebben leuke artikeltjes op de muur geplakt.
o.a. Over de lionfish die hier in de Carib is geïntroduceerd en hier niet thuishoort en alles tussen het koraal opeet. Advies, eet de lionfish liefst op, ze zijn erg lekker en het scheelt er weer één (alleen oppassen want de stekels zijn giftig). En er hangt een artikel over de herkomst van je broek op half zeven hangen, zodat je onderbroek zichtbaar is. Het is in de gevangenis in de US ontstaan waarbij gevangenen met elkaar wilden communiceren dat ze sex wilden. Dat wetende doe je het volgens mij nooit meer. En dan hadden ze nog een geweldig geestig artikel over afval. Dat vertel ik later.
15 minuten later hebben ze iemand gevonden. Maar dat blijkt nog niet helemaal de juiste persoon. Ze kan ons helpen aan papieren, maar morgen moeten we terug komen en hopen dat de juiste persoon er is om ons in te klaren.
We gaan even bij een cafeetje koffie drinken en de kids liggen alweer bij het strand te zwemmen. Dat lijkt ons een goed idee voor de rest van de middag, dus we pakken de dinghy en gaan terug naar de boot. We leggen de boot met het anker op een iets minder diep stuk, zodat hij beter ligt en gaan dan naar Pirate Bay, wat prachtig is. Tussen de rotsen zien we met snorkelen koralen en prachtige verschillende soorten vissen. Dat belooft wat!
In de avond gaan we lekker eten bij Gail’s.

Op naar Tobago

We zijn vertrokken op zondag 11.00 uur richting Tobago. Wat was het losgooien weer lastig. We lagen prachtig bij Waterland en het was reuze gezellig met de Tignanello en de Lotus. Ook Gerard Dijkstra en zijn vrouw waren heel enthousiast terug uit Kabalebo en weer op hun schip. Iedereen kwam ons uitzwaaien op de steiger, ook Noel en Winston en zelfs de familie waar de kinderen zoveel hebben gespeeld.
Met de stroom mee voeren we de Suriname rivier af. Onderweg zagen we alle mooie plekjes van de afgelopen weken terug. Bij Domburg zagen we Huib en konden we ook nog naar hem zwaaien. We hadden flinke stroom mee en om 16.00 uur waren we buitengaats, net op tijd voor de stroom ging kenteren. En na een maand aan land geweest te zijn is halve wind varen met 20 knopen wel razend snel, maar dat komt ook door de Gyaanse Stroom, die ons met ruim 2 knopen richting Tobaoe weg zet. Zo varen we over de grond 8-9 knopen. Het is toch ook wel weer even wennen. We eten al het heerlijke surinaamse eten wat we nog in de koelkast hebben. En de kinderen vallen om 19.30 uur al in slaap. Ik doe direct met ze mee, want ik ben katterig en ik moet weer fit zijn voor een nachtwacht.
Het Nederlandse netje kunnen we niet bereiken. We hadden de hoop om misschien de Tinkerbel of de Win2Win te spreken, omdat zij ook onderweg zijn op de Atlantische Oceaan. Maar helaas, we horen alleen ruis.

Roelof doet de eerste wacht en lijkt wel weer helemaal in zijn element. Ook de White Witch vaart lekker. Ik kom regelmatig uit bed om te vragen of alles goed gaat. Het voelt nog zo onwennig. Middernacht neem ik het over. En pas als ik mijn eigen wachtdienst erop heb zitten heb ik weer een beetje bootgevoel en is het katterige eraf. Gelukkig.

Het varen schiet dus lekker op. Maar ja, nu moeten we ook weer de school opstarten. We pakken het weer op met de regels zoals we dat ook in 2014 hebben gedaan. Geen electronica voor schooltijd en uiterlijk 9.30 uur aan de slag zijn. Ze hoeven maar 3 blokken te doen op een vaardag. Best te overzien. Maar ook hier zit het vakantiegevoel nog helemaal in het bloed en gaat het opstarten met vallen en opstaan.

We zijn inmiddels ruim een etmaal onderweg en over de helft, zog zo’n 170 mijl te gaan.

Onze postie op dinsdag 27 jan 04:30 UTC is: 9-23.4’N 58-26.8’W

Brulapen


Tijdens onze tocht naar Kabalebo hebben de brulapen de wacht gehouden bij de haven in Waterland. Wij horen ze in de avond of in de vroege ochtend wel brullen, maar we hebben ze helaas niet gezien. Ik weet ook nog uit Kabalebo, waar we ze op afstand in de bomen zagen, dat ze heel kruidig en naar hond ruiken. Maar hier waait de wind de andere kant op dus ik ruik ze hier niet.

White Witch opgenomen in de jungle
Waterland is echt een prachtig plekje om te liggen. In Domburg was er meer sociale activiteit, maar hier is het genieten van de rust en natuur. Alhoewel de haven echt een stuk de Suriname rivier insteekt, lijkt het toch alsof we een soort onderdeel worden van de nog aanwezige jungle hier. Hele grote wespen maken met het rode zand huisjes tussen onze zeilen. En twee schattige vogeltjes proberen een nestje te bouwen in de holte van onze giek. Wij proppen er steeds een doek in, want we willen ze niet meenemen naar Tobago, maar zelfs die hebben ze er een keer uit weten te plukken. Klein, maar ze weten wel wat ze willen. Afgelopen nacht zat er ook een krekel in de kuip en de mieren weten de restjes van het brood van de kinderen te vinden en af te voeren. Helaas vond ik ook een kakkerlak tussen de bananen. Gelukkig was dat nog in de auto en heb ik hem daar er uit gegooid. Ik hoop dat we dit beest dan ook niet nog op de boot zien. Ik heb dit keer dus alle groenten en fruit van te voren gewassen voor het opruimen en de bananen zelfs gespoten.

Heitje voor een karweitje
De kinderen kunnen bij Waterland resort zelf van boord als ze willen. Je loopt gewoon naar de kant en de dinghy is al opgeborgen. Ze rijden hier rond over het terrein met skelters, hele stoere en grote. Wat ze allemaal doen weet ik niet, maar ze rijden wel honderden rondjes.
Van Coen hebben de kinderen een heel speciale Aardrijkskundeles met focus op Zuid Amerika gehad. Dus echt van een professionele meester, en reken maar dat de aandacht van de kinderen er helemaal bij was. Ze weten nu waar Brazilië ligt, waar onze koningin Maxima vandaan komt, welk land op de aardbol het grootste is en ze hebben allebei zelf een heleboel verschillen tussen Suriname en Nederland bedacht.
Verder hebben de kinderen uit het boek “de regels van Floor” ook weer een nieuw plan bedacht, namelijk een heitje voor een karweitje. Eerst probeerden ze dat bij Roelof en mij voor elkaar te krijgen. Maar wij vinden het normaal dat ze meehelpen met de afwas en klusjes aan boord. Dat doen ze niet vaak, maar we gaan ze voor gewone normale dingen geen heitje geven. Dus nu hebben ze geprobeerd om voor anderen een heitje te doen. Remco wist diverse klussen voor ze te verzinnen. Zeiltjes schoonschrobben en boodschappen doen en naar de boot brengen. Ze deden wel hun best, maar bij de zeiltjes schoonmaken ging wouter ook zichzelf schrobben. Dus Remco had nog best een uitdaging om de klussen van de kinderen tot een goed resultaat te leiden. Maar het is hem gelukt. En de kinderen zijn helemaal trots met hun verdiende centen.
Ook is er een gezin in een van de huisjes gevestigd en ze hebben dikke pret met hun kinderen. Heel gezellig wordt er samen gespeeld. Zo makkelijk dat ze dezelfde taal spreken.

Een BBQ met de Tignanello en de Lotus
Wij hebben het gezellig met onze buren. Remco heeft vrijdagavond het initiatief genomen voor een barbeque. Heel gezellig, samen met Carla en Co, onze andere buren van de Lotus. Zij zijn al 13 jaar aan het varen en hebben de hele wereld al gezien en zijn nu op de terugweg naar Nederland. Ze hebben net een oversteek van 2 maanden achter de rug, waarvan 6 weken op volle zee. Dan voelen wij ons broekies met een oversteekje van 2 weekjes. Mogelijk gaan we hen in de Carieb verderop ook nog treffen. Jammer is dat Willem de griep heeft opgelopen in Nederland en behoorlijk ziek is. Gelukkig kon hij een hapje mee eten, maar is daarna weer snel naar bed gegaan.

De laatste dagen hier in Waterland hebben we besteed aan het uitklaren en weer allerlei dingen regelen voor ons vertrek. Zo heeft dezelfde man die Roelofs rugzak heeft gerepareerd al onze schoenen weer gemaakt. De zolen zitten weer vastgenaaid. We hebben weer een volle gastank, dieseltank en watertanks. Er ligt weer groente en fruit onder de vlonders en de voorraadluiken zitten vol met lekkers uit Suriname. Vooral hagelslag, pindakaas en kaas is weer goed aangevuld.
En Howard had zelfs nog even tijd tussen zijn werkuren door om naar ons toe te komen en ons schip te zien.
Nu zijn we klaar voor vertrek. Zondag 25 januari, zodra we stroom mee krijgen gooien we los.
Ik zal de geluiden, geuren en alle moois hier goed onthouden en vast en zeker op de 4 dagen zee wel weer even heel erg missen.

I Weki No uit Suriname…

De afgelopen weken hebben we het maar druk gehad met allerlei leuke dingen. Er is ook zo veel te zien en het is ook steeds weer zo totaal anders dat we niet uitgekeken raken. Van bloggen is daarom niet veel gekomen, maar dat maken we nu goed. Dit is de eerste blog, binnenkort volgt de blog over onze tripjes naar Kabalebo en Bigi Pan. Het is wel een wat lange blog geworden….

In het nieuwe jaar maken we een aantal dagtochtjes in de buurt van Paramaribo. Vrijdag gaan we richting Frederiksdorp, een oude plantage waarvan de gebouwen zijn gerestaureerd. Frederiksdorp ligt aan de Commewijne rivier. We rijden over de Wijdenboschbrug naar de andere kant van de Suriname rivier waar we ook meteen geld kunnen wisselen bij een Cambio-kantoortje tegen een aanmerkelijk betere koers dan bij een geldautomaat. Daarna rijden we door naar Fort Nieuw Amsterdam dat op de monding van de Suriname rivier en de Commewijne rivier ligt. Hier is een openlucht museum. Het is erg interessant, er staan nog een aantal oude gebouwen zoals het kruithuis, maar er wordt ook heel veel verteld over de slavernij. Wij leren hier meer over de rol van de Nederlanders in de slavernij dan we tijdens twaalf jaar onderwijs hebben geleerd. Zo wisten wij niet dat de Nederlanders de slavernij 30 jaar later afschaften dan de Engelsen en de Fransen, maar ook het afschuwelijke verhaal van het slavenschip “Leusden” dat -nadat het maanden lang voor de kust van Afrika slaven had ingenomen om zo vol mogelijk te zitten- op 1 januari 1738 verging vlak voor de kust van Suriname bij de monding van de Marowijne rivier. De luiken van het ruim waar de slaven zaten waren dichtgespijkerd omdat de bemanning bang was dat ze door de slaven zouden worden overmeesterd… 667 slaven verdronken! Lijkt mij belangrijker dan de “heldendaad” van Michiel de Ruyter waar onze geschiedenisboeken over vol geschreven zijn. Helaas denken de historici die de onderwijsboeken maken hier blijkbaar anders over en kiezen zij ervoor de dark side van onze geschiedenis angstvallig verborgen te houden…

Als we weer terug lopen naar de auto zien we bij de politiesteiger een zeilschip liggen. Nieuwsgierig naar wie hier op dit mooie plekje ligt, lopen we erheen en het blijkt de Roque te zijn. Zij hadden motorpech toen ze de Suriname rivier opvoeren en hebben toen hun anker uitgegooid. Later zijn ze door een visser naar de politiesteiger bij Nieuw Amsterdam gesleept waar ze mochten blijven liggen, mooi plekje hoor! Wij zijn er 24 december in het donker langs gevaren maar hebben ze toen niet gezien.

We rijden verder naar Frederiksdorp. Bij Mariëndorp laten we de auto staan en steken de Commewijne rivier over met een Korjaal. Het is een prachtige omgeving, vlak, nat en zonnig. Inderdaad een ideale omgeving voor landbouw, maar dat zien we hier niet. De Plantage Frederiksdorp is net zo als de andere plantages verlaten of tot toeristenoord verbouwd. Zonde van de goede landbouwgrond, als we aan de eigenaar vragen waarom hier niets verbouwd wordt zegt hij dat het moeilijk is werknemers te vinden. Daarnaast ontbreekt de infrastructuur. Ten noorden van de Commewijne rivier zijn geen wegen en er is geen brug over de Commewijne rivier. Op Frederiksdorp bekijken we de oude politiepost die helemaal is hersteld en nu als hotel wordt gebruikt. Ook bekijken we de doctorswoning en de woning van de plantage eigenaar. Hoe belangrijker de bewoner, hoe hoger het huis…, het is maar wat je belangrijk vindt. De zoon van de eigenaar vertelt hoe zijn vader de plantage in 1976 heeft gekocht toen deze helemaal vervallen was, en deze met subsidie van het Nederlands cultuurfonds heeft hersteld als toeristenoord. Maar ook over de geschiedenis van de plantage en dat hier ooit zo’n tweehonderd slaven werkten….Het komt op ons onwerkelijk over, ook omdat er niets meer over is van de slavenverblijven. We eten nog lekker bij Frederiksdorp voordat we weer terugrijden naar Domburg.

Zaterdag 3 januari gaan we op bezoek bij Dennis de Smidt, een oud-collega van Roelof, die nu in Paramaribo leiding geeft aan een callcenter. Dennis en Karin hebben drie kinderen, en het klikt meteen met Myrthe en Wouter. Het is zo gezellig dat we die avond blijven eten, terwijl de kinderen in het zwembad spelen dat ze in de tuin hebben staan.

De dag daarna op zondag gaan we naar Fort Zeelandia. Op zondag worden er rondleidingen gegeven. We hebben zware regenval, maar een ontzettend leuke dame die ons veel kan vertellen over de geschiedenis van Fort Zeelandia. Het is indrukwekkend om hier te zijn terwijl je hoort over de rol die dit fort door de jaren heen in de Surinaamse geschiedenis heeft gespeeld. Vanaf het begin van de kolonisatie, toen de indianen leefden op de plaats van het huidige Paramaribo en helemaal niets van het Westen moesten hebben, tot de slaven die hier berecht werden en de december-moorden die hier zijn volbracht, zonder dat ze ooit zijn opgelost/onderzocht. Helaas bestaat de geschiedenis van dit fort grotendeels uit gruwelijkheden, en alhoewel het er nu keurig uitziet voelt het toch ook luguber aan. ‘s Middags rijden we terug naar Domburg en eten een hapje bij Huib.

Maandag gaan we vroeg op pad naar Berg en Dal. Umro heeft hier samen met Just en zijn nicht een huisje en gevraagd of we niet een dagje langs wilden komen. Eerst rijden we naar Waterland waar een pakje voor Myrthe en Wouter van hun achterneef Jan Koops ligt. Roelof’s neef Martijn heeft het opgestuurd naar het haventje in Waterland waar wij later ook onze boot willen leggen, als we het binnenland in gaan. Myrthe en Wouter zijn erg nieuwsgierig wat er in het pakje zit. Bij Waterland vinden we inderdaad het pakje bij de beheerder. In de auto vallen Myrthe en Wouter op het pakketje aan, en het zit vol met Donald Duck’s! Het pakje van Jan valt erg in de smaak en de rest van de tocht hebben we geen kind meer aan ze, ze zitten aandachtig in de Donald Duck’s lezen. Jan, bedankt!

Het is 1,5 uur rijden en we zijn verrast hoe goed de weg is naar het binnenland. Maar hij is ook nog niet zo oud; in 2010 aangelegd. We komen aan bij Berg en Dal en Umro, Just en zijn nicht zijn er al. De kinderen hebben zich erg verheugd op een zwembad, dus dat is wat zij direct willen doen. Wij kunnen ‘s middags een historische wandeling maken, maar uiteraard gaan we eerst een hapje eten. Het eten komt niet zo snel en wij zijn bang dat we niet op tijd voor de wandeling komen. Maar er wordt ons beloofd dat de wandeling niet zonder ons zal vertrekken. Dat blijkt ook wel logisch want we blijken de enige deelnemers aan de wandeling te zijn. Na het eten laten we de kinderen achter bij de nicht van Umro die wel op onze kids wil passen.
We stappen in een korjaal en varen een stukje de rivier op naar een open plek, waar nagemaakte slavenhutten staan en waar een soort activiteitencentrum is. Onze gids vertelt ons over de locatie, waar vroeger een plantage was. Ze laat ons de slavenhuisjes zien en vertelt hoe de bewoners hier vroeger leefden. Ook laat ze zien waar de overledenen op de berg werden begraven. Je kan aan de graven zien of het slaven zijn, met alleen een paal in de grond (ronde bovenkant = vrouw, bovenkant pijl = man en bovenkant hartvorm = kind) of missionarissen met een grafsteen. Ook vertelt ze hoe de slavernij werd afgeschaft en hoe de slaven werden vrijgekocht door de directeur van de Surinaamse bank die een relatie had met de toenmalige eigenaresse van de plantage en daarom ook op de berg ligt begraven. De tante van deze eigenaresse had veel grond vergaard, doordat ze met verschillende gouverneurs trouwde, die vervolgens steeds op mysterieuze wijze na 2-3 jaar om het leven kwamen… De grond van deze gouverneurs werd zo haar eigendom.

Op de berg hebben we mooi uitzicht op de omgeving en op de Brownsberg. We zien nog twee spechten, goudbruin met een mooie kam op het hoofd. En we zien hommels veel groter dan we ze in Nederland kennen, een spinnenhuis/web waar de spinnen samen in wonen, termietennesten (rond) en mierennesten (langwerpig) in de bomen. Daarna lopen we samen een pad terug naar de resort. En dan drinken we nog even samen met Umro en zijn familie wat bij de resort. De kinderen vermaken zich nog steeds prima in het zwembad. ‘s Avonds rijden we in het donker terug naar Domburg, gelukkig is de weg goed en komen we veilig weer bij de boot aan.
Dinsdag rijden we naar Lelydorp waar een vlindertuin is. We zien er hoe ze vlinderpoppen kweken en die dan exporteren, maar ook een grote ruimte waar het vol zit met een enorme hoeveelheid verschillende vlinders. We krijgen een rondleiding, en behalve vlinderpoppen worden er ook schildpadjes en Boa Constrictors gekweekt. Het is leuk en we zijn er uren zoet, ‘s avonds eten we gezellig met Coen en Joce van de Wildeman bij Huib. Woensdag is een rommeldagje dat we gebruiken om te zoeken naar een extra gasfles, met de kids naar de Intertoys gaan -die zo ontzettend duur is dat we niets kopen- en Roelof’s rugzak wegbrengen om te laten repareren op de grote markt.

Op donderdag 8 januari om 12 uur vertrekken we op weg naar het binnenland. Roelof gaat ‘s ochtends vroeg nog naar de grote markt in Paramaribo om zijn gerepareerde rugzak op te halen. Gelukkig had hij een paar fotootjes gemaakt waar het was want het was op een enorme markt ergens links, rechts en achter een deur maar hij heeft het gelukkig weer terug gevonden. En ik was bezig om spullen te verzamelen, de kinderen te laten ontbijten en de boot netjes achter te laten in Domburg voor 3 dagen (vooral was buiten ophangen om te drogen en weer binnenhalen voor de bui, en dat diverse malen herhaald).

Over de “highway” was het iets meer dan 2 uur rijden naar Atjoni, net ten zuiden van het Brokopondo stuwmeer. Daar stopt de weg gewoon aan de Suriname rivier. Wij kwamen om half drie aan en de boten naar Botopasi waren al weg. Maar we konden nog met een andere korjaal meevaren, een mooie roze die naar Pikin Slee (dorpje in de buurt van Botopasi) ging. Nadat er ook duizend kilo cement aan boord was gedragen (om in een dorp een gebouwtje voor een rijstpel machine te bouwen) vertrokken we om ongeveer half vier. Ook benzine tanks gingen mee en bagage van ons en nog een familie. De lading en bagage ging onder een groot zeildoek tegen de regen. Dat bleek later ook erg nuttig…

Het gaat razend hard met zo’n korjaal, zelfs tegen de stroom in. Verder de rivier op kwamen we steeds meer rotsen tegen en op een gegeven moment moesten we uitstappen bij een stroomversnelling. De korjaal kwam er niet overheen door het enorme gewicht van al het cement dat er mee was. Van een andere korjaal kwam er direct hulp aan, en ook een andere bootsman zwom er direct heen. Er werd met man en macht aan de korjaal getrokken om hem droog en heel over de stroomversnelling heen te krijgen.

En warempel, wie kom ik daar midden in Suriname, staand op een paar rotsen naast de stroomversnelling tegen: mijn collega Jetty van het LUMC. Dat was een enorme verassing. Zij was net op een tocht uit het binnenland terug naar Atjoni aan het varen en ze logeert bij haar vader in Paramaribo. Het was heel kort maar erg leuk. Het lijkt wel of we hier in Suriname meer collega’s tegen komen dan in Leiden; Hetty is voor mij de eerste maar Roelof heeft hier al 3 collega’s ontmoet. Even later krijgen we op de rivier een plensbui. Of je nou regenkleding hebt of niet, je wordt heel erg nat. Maar het is gelukkig niet koud. Verder zien we op de rivier nog een ijsvogel en springende visjes.

We varen langs diverse inheemse dorpjes waar de nazaten leven van de vroegere Marrons, weggelopen slaven, die zich diep in het oerwoud hebben verstopt. Er is veel vertier aan de waterkant, er wordt gezwommen, gewassen, de afwas gedaan, enzovoort. De Saramacaners varen zelf ook in kleine korjaals met peddels, dat is wel een stuk zwaarder dan met onze 50 pk motor. Om 18.30 uur als ik het toch wel koud begin te krijgen komen we na diverse stroomversnellingen en dorpjes aan bij Hotel Botopasi waar we heel hartelijk worden ontvangen door Haidy de eigenaar, Ian de gids en Pieter een belg die hier ook al 2 jaar als vrijwilliger helpt.

We krijgen een hut zoals Marrons die in het oerwoud ook hebben, van hout met een bladerdak (maar wel met plastic zeil in de top, want kennelijk vertrouwen ze zelf het bladerdak ook niet helemaal). Er staan 3 bedden in, twee enkele voor de kinderen en een twijfelaar voor ons. Daarachter is nog een ruimte met een toilet en een douche met water uit de rivier. We doen droge kleren aan en dan gaan we naar het hotel waar we een rondleiding krijgen en waar we heerlijk eten. Er is ook een Duits stel uit Berlijn aanwezig en we eten gezellig samen. Rijst met kip, zoute vis en kousenband en salade.

‘s Avonds is er elektriciteit bij Botopasi, want dan staat de generator aan van zeven tot elf uur. Dan is er ook licht in ons huisje, daarna gaat de generator uit en is het donker tot het ochtend wordt. Als er elektriciteit is kijken we ook een film uit 1928 over hoe de Saramacaners of Marrons toen leefden, over de mislukte spoorweg en stoomtrein van de heer Lely uit de tijd dat de goudkoorts er nog was, en hoe ze brood bakken van de cassavewortel door die helemaal te raspen, te malen en te drogen, enzovoort. En ook hoe ze varen over de rivier en hoe ze vis vangen door het sap van de mangrove in de rivier te laten lopen waardoor de vissen bedwelmd raken en ze dan stroomafwaarts uit het water te pakken. Super interessant allemaal. De kinderen waren ondertussen al naar bed gegaan. Ze lagen diep in slaap toen wij naar bed gingen. Midden in de nacht horen we een enorme knal. We zitten rechtop, dat verwacht je hier niet midden in de jungle… Daarna nog acht knallen die klinken als vuurwerk. De volgende dag hoorden we dat dit de afsluiting van oud en nieuw was. Gezien het geknal dat we in Paramaribo al hebben meegemaakt, wel een passende afsluiting.

Vrijdag (9 januari) maken we na een heerlijk ontbijt met broodjes, een prachtige wandeling. Er is hier vroeger ook al groente verbouwd, maar de meeste kostgrondjes zijn weer verlaten en weer ingenomen door het oerwoud. Nu is het dus een jungle die gemiddeld zo’n 150 jaar oud is. Secundair bos noemen ze dat. Je ziet dat aan de vegetatie die ook nog op de grond staat omdat er nog best veel licht door de bomen op de grond komt. Maar er is een goed pad waar wij kunnen wandelen. Ian de gids is met ons mee en vertelt ons over hoe ze van de palmbladeren een dak bouwen, welke bladeren gebruikt kunnen worden als paraplu, hoe je lianen vrij kan maken en bewerken, zodat je ze als touw kan gebruiken en laat ons zien hoe je met de telefoonboom kan bellen. We zien ook rozen die door vrouwen worden gebruikt om te desinfecteren. En op een plek waar ze bomen hebben gekapt voor plantengroei staat een hele mooie bloem, waar heel even een kolibrie voor hangt. De prachtige blauwe vlinders (zo groot dat het wel vliegende boeken lijken) fladderen door het bos en lichten met hun fluoriserende kleuren op in het donker. Ook zien we in de modder bij een kreek nog sporen van een tapir. Maar verder is er niet veel wild te zien, want veel wild wordt hier voor gebruik in de dorpen afgeschoten.

Dan gaan we terug, want Wouter en Myrthe willen toch niet helemaal Freek worden (ook al zijn ze wel blij dat ze vandaag niet gewoon op school zitten). Wouter is inmiddels dikke maatjes met Ian geworden en mag zo nu en dan zijn kapmes vasthouden om planten door te slaan. Maar Hij moet ook zijn best doen om alles wat Ian vertelt over de jungle te onthouden want hij wordt samen met Myrthe steeds weer aan de tand gevoeld of ze wel onthouden hebben wat hij heeft verteld.Op de terugweg hebben we de paraplubladen echt nodig en komt er een stevige tropische bui over ons heen. We wandelen terug en worden door de korjaal opgepikt en terug naar het hotel gebracht. Daar krijgen we een lekkere lunch met bami, kip en komkommer.

Goed moment om Myrthe’s haar weer eens helemaal vlechtvrij te maken en te wassen. Wat een klitten zaten daarin. Misschien wil de vrouw die hier kookt er nog nieuwe vlechtjes in zetten. Echter daar komt niets meer van zodra de zoon van eigenaar Haidy met een vriend langskomt. Dan gaan de kinderen allemaal samen zwemmen, voetballen, dammen en schaken. Grappig dat ze zo met elkaar kunnen kletsen in het Nederlands hier midden in de jungle.

In de avond na het eten maken we met Ian nog een kaaimannentocht. De kaaimannen zijn ongeveer een meter lang en liggen langs de rivier. Je ziet hun ogen rood oplichten als je er met een zaklamp naar toe schijnt. Maar echt dichtbij komen we niet want dan vluchten ze het water in. Overdag zie je ze niet, dan liggen ze iets hoger in het struikgewas te rusten. Als we na 5 kaaimannen, vuurvliegjes, mist boven het water en een fraaie sterrenlucht terugkeren naar onze hut, is Wouter al in slaap gevallen en ontdekken we een huisdiertje in onze hut. We noemen hem snoepie, een lief muisje dat tussen onze spullen aan het snuffelen is.

Midden in de nacht valt er een van de latten onder de matras vandaan, wat een klap geeft dat! Maar gelukkig is het bed niet verder uit elkaar gevallen en kunnen we gewoon verder slapen. In de ochtend klopt Haidy op de deur. Hij wil afrekenen, blijkbaar heeft hij geld nodig om boodschappen te doen want hij gaat naar Paramaribo en de korjaal naar Atjoni ligt al te wachten om te vertrekken. We rekenen af voor ons totale verblijf.

Wij gaan na het ontbijt naar Pikin Slee, een Marrondorp iets hoger aan de rivier, ongeveer een kwartiertje varen. Daar zien we eerst hoe een korjaal wordt gebouwd. Deze wordt uit één stuk van een hardhouten boom gemaakt. Eerst wordt de boom uitgehakt, daarna wordt hij verhit/gebrand zodat het hout zacht wordt en ze hem wijder kunnen maken. Dan worden lange planken als zijkant samen met de knieën (half ronde spanten) tegen de uitgeholde bodem aangemaakt. Als laatste komen de stoeltjes erin. Klaar is hij 4000 SRD (1000 euro). En dan moet je voor nog eens zo’n zelfde bedrag een buitenboordmotor kopen om er mee te kunnen varen. Maar dan kan je er ook goed geld mee verdienen want een enkele reis kost zeventig SRD en er passen wel twaalf tot zestien mensen in de boot. De bootsmannen zijn hier dan ook het rijkst.

In het dorp, dat veel groter is dan we gedacht hadden (er wonen ongeveer vier duizend mensen), zien we diverse offerplaatsen, veel huisjes in oude stijl, maar vaak met golfplaten als dak ipv de oorspronkelijke dakbedekking uit het oerwoud. Er is een kunstenaar hard aan het werk om uit stukken hardhout bankjes krukjes en tafeltjes te maken. Ze zien er prachtig uit, jammer dat ik die niet mee kan nemen op de boot.

Ook zien we er een auto staan. Heel bijzonder want er is geen weg en daar kan je hier midden in de jungle niet veel meer mee dan door het dorp rondjes rijden. We vragen ons af hoe die hier gekomen is. Ian legt uit dat ze die op twee korjalen vervoeren. Je legt wat planken tussen twee korjalen en daar worden dan auto’s maar ook tractors mee vervoert. Ze doen dat alleen met hoogwater anders zijn de doorgangen in de rivier niet breed genoeg. Ongelooflijk, we vragen ons af hoeveel van die auto’s er vanaf vallen maar we hebben niks zien liggen, gaat blijkbaar dus meestal wel goed…

Dan gaan we naar het Saamaka Marron Museum van Pikin Slee. Bij de ingang staat een traditionele toegangspoort om het kwaad buiten te houden, een “Azan Pau”. Mannen lopen hier links onderdoor en vrouwen rechts. In het museum leren we hoe vrouwen en mannen gekleed gaan, als je nog niet getrouwd bent en daarna; hoe ze wonen en leven en over de regels en wetten zoals de Saramarcanen deze afspreken met de zelf gekozen Graama en Kapiten. Het is indrukwekkend hoe ze hier met toch zo veel mensen toch ook nog zo anders leven. Mannen hebben meerdere vrouwen, hoe meer vrouwen hoe meer aanzien. Voor elke vrouw moet er wel een huisje zijn en een stukje grond, een kostgrondje, om eten te verbouwen. Ongeveer een keer per week komt de man dan langs, hij wordt dan door de vrouw gewassen, krijgt te eten blijft een paar uurtjes slapen en vertrekt dan weer naar zijn eigen huisje. Verder de gebruiken over het offeren, de offerplaatsen “Faaka Pau”, en de goden. Zo moet je vooral niet iets uit het water pakken als je het voor de tweede keer opnieuw in het water hebt laten vallen. Dan wil de watergod het hebben en als je het dan opnieuw uit de rivier vist is het hommeles.

Het gekke is dan wel weer dat de winkeltjes veel westerse spullen verkopen. Zo lijkt iedereen wel een mobieltje te hebben. Er staan veel mobiele telefoonmasten en we kunnen overal bellen en internetten. Kennelijk is dat tegenwoordig belangrijker dan elektriciteit die er alleen ‘s avonds is. Dus ook geen koelkasten of koud bier! Het afval verbranden ze zelf; ook weer iets minder gezien de hoeveelheid plastic van het verpakkingsmateriaal van de drankjes dat mee wordt verbrand en waarvan de as de lucht in gaat en vervolgens met de regen weer wordt opgevangen en als drinkwater wordt gebruikt! Maar aan de andere kant wonen er hier ook niet zo veel mensen…

Die middag hangen we verder lekker rond in het hotel en zwemmen de kinderen. Er komen meer gasten en we zien Reece en Anneke, die zelf ook een lodge hebben in Paramaribo en samenwerken met Conny en Haidy. ‘s Avonds is het erg gezellig met zijn allen aan tafel. We kletsen wat af terwijl de kinderen in de hangmatten in slaap vallen. Gelukkig zijn ze later op de avond nog mee te bewegen naar onze hut even verderop, alhoewel Wouter er echt niet tegen kan om wakker gemaakt te worden. Dat mondt steevast uit in een stevige boze bui. Maar tegen de tijd dat we bij het huisje aankomen, met Wouter al spartelend en schreeuwend in de brandweergreep bij Roelof op de nek, is de boze bui al weer over en wacht onze huismuis Snoepie op ons. Liever Snoepie op de kamer dan de vogelspin die Pieter in zijn hotelkamer heeft. Dus wij vallen rustig in slaap.

Zondag 11 januari gaan wij weer terug naar Domburg. Na het ontbijt worden we uitgezwaaid bij Botopasie en Wouter belooft Ian dat als hij klaar is met school, hij nog een keer terug komt om ook het vak van gids te leren. Onderweg in de korjaal zie ik nog een kaaiman liggen op een strandje. De stroomversnellingen die we nu mee hebben zijn toch behoorlijk spannend voor de bootsman en de peddelaars voorin moeten af en toe even goed afduwen. Vijf uur later zijn we weer terug in Domburg. De accu’s zijn nog meer dan 90% vol, dus de zon heeft haar best gedaan. Het is een gezellig weerzien met Joce en Coen. Er is ook nog een Belgische solozeiler aangekomen. Later komen ook Retna en Akash nog langs en de kinderen spelen samen heel leuk het spel Mister X.

Morgen gaan we even wassen, bijkomen etc. en dinsdag gaan we samen met Howy richting Kabalebo voor een volgende reis naar het binnenland. Kortom we vermaken ons uitstekend in Suriname, wat zoveel verschillende gezichten heeft dat het ons blijft verassen.

50 tinten blauw

Wat doet onze White Witch in blue het goed zeg.
Deze middag hadden we onverwacht 25-30 kopen wind staan (6-7 Bft). Het was niet voorspeld, maar hing om een aantal buien heen waar we tussendoor voeren. Dus getogen in shirt en korte broek zaten Roelof en ik allebei buiten; heerlijk in een tropisch buitje/douche. Ik achter het roer. Ongelofelijk om dan te zien hoe lekker ons schip zeilt en hoe stevig ze is. De golfhoogte was aardig opgelopen in de bui en we surften van de golven af. Dan sta je achter op het schip en surft met 10 ton schip steil een golf af naar beneden en zie je de voorpunt ergens in de diepte van het dal. Het is net alsof je dan op een soort rodeo stier zit en het voelt stoer in combinatie met heel veel adrenaline van de spanning. Maar we hadden alle zeilen behoorlijk gereefd, dus het bleef bestuurbaar en onder controle. En het schoot lekker op!!!

Nu varen we weer de nacht in. We hebben nu ook het grootzeil weggehaald en alleen onze 16 jaar oude, opgelapte fok (Genua) trekt ons soepel op de passaatwind vooruit. De mijlen vliegen voorbij. Nog 640 mijl te gaan naar Paramaribo; dus laatste 1/3 deel. Vanaf morgen zouden we ook meer stroom krijgen. Ben benieuwd, kan oplopen van 1-3 knopen. Dat is natuurlijk weer lekker meegenomen.

Inmiddels zie ik bont en blauw. De catering gaat uitstekend, maar door al het opvangen van het gewiebel van het schip in de keuken met mijn heupen zitten er toch een paar mooie kleuren op. Nu kleur ik dus ook goed bij onze White Witch in blue.

Onze positie is op vrijdag 22:24 UTC: 08-59.7’N 44-57.4’W

Magische waypoints van Jaap

We zijn onderweg naar het magische waypoint van Jaap de “Maelstrom”. Daarna hoeven we nog maar 3 graden verder naar het zuiden en 11 graden verder naar het Westen (670 NM) om de rivier bij Paramaribo op te kunnen varen. Ondertussen is de route zowel door Jaap als door Roelof tig keer doorberekend. Hoe en waar moeten we varen om geen windstiltes te krijgen en zo snel mogelijk de afstand af te leggen en voor kerst aan te komen, zodat we een kalkoen kunnen bestellen en met gewassen haren, fris geurende oksels in een restaurant kunnen aanschuiven. En Jaap onze super advisor uit NL zegt dat we al 23 december aan kunnen komen!?????!!!! Dus varen we strak zijn route met een aantal waypoints.

Onderweg zien we nog steeds weinig. Geen enkel ander schip is te zien, niet op de AIS en niet op zicht. Onze White Witch vaart nu met de stuurautomaat als een zonnetje, dus zijn we regelmatig allemaal met iets bezig op het schip zonder vooruit te kijken. Aan de kust zullen we daar dus weer op moeten gaan letten.
Wat we wel onderweg zien zijn dolfijnen, knaloranje kwallen en heel veel groene soep. Er drijven bosjes sla (zeeplantjes/ algen) in het water en we horen van de Ojala, die Noordelijker van ons vaart naar St. Martinique, dat het zoveel is dat het in hun windvaanstuurinrichting blijft hangen. En de Tisento is ook al een stukje omgevaren om het te ontwijken. Groene soep dus hier. Van de plastic soep zien we niets.

De zee gedraagt zich voor mij als een raadsel. Terwijl de wind redelijk constant is zit je het ene moment in een soort wild kolkende massa, met witte schuimkoppen en omhoog piekende golven uit alle richtingen, waar onze White Witch letterlijk doorheen stuitert. Goede disco basis en “choppy zones”. Dit duurt meestal kort en daarna is de zee weer rustig, zonder witte koppen op de golven en een rustige oceaandeining. En dit blijft zich al 2 dagen zo afwisselen. Dat is een geheel nieuwe ervaring en we kunnen het niet verklaren.

Aan boord gaat verder alles zijn gangetje. Niet gehinderd door enige vorm van zeeziekte, doen de kinderen hun school en hangen op de banken als pubers met elektronica. Ze komen alleen buiten in de kuip als er iets te zien valt (dat is dus weinig). Als je aan ze vraagt wat vind je nou van zo’n lange reis op zee dan krijg je een nietszeggend antwoord: O, wel leuk hoor!
Roelof en ik hebben een lekker draaiend wachtloopsysteem, inclusief gezamenlijke quality time. Maar nu we over de helft van de afstand zijn, zijn wij wel aan het aftellen. Onderweg zijn is dus “wel leuk”, maar aankomen is veel leuker!!!!!