Zondag 5 juli zijn we in de avond uit Húsavík vertrokken voor een tocht van 135 mijlen naar het Noord Westen van IJsland. Het doel is naar de baai bij Hornvík, in het Hornstrandir National Reserve.
Eerst gingen we wat spelevaren in de baai bij Húsavík. Er worden daar zoveel walvisvaarten per dag gedaan, dat wij ook wilden proberen om iets te spotten, maar dan op eigen kiel. Doordat er zoet water via de rivier bij Husavik (ook vanuit de gletsjer met veel sediment en vooral nutriënten), de zee in loopt, zou juist deze baai een geweldige voedselbron bieden voor diverse soorten walvissen. Zodoende gingen we heel goed ingepakt (het was ijskoud) de baai in en toerden 1,5 uur rond tot ver na 23.00 uur. We zagen wel twee joekels van zwarte ruggen langskomen met een vinnetje boven water (Minke Whale?). Maar daarna waren we zo koud, dat we op weg zijn gegaan voor het einddoel van de tocht. Voor het eerst hebben we tijdens het zeilen de kachel aan gezet, zo koud was het. Maar we hadden een prachtig windje pal van achter. Als melkmeisje (met aan elke kant een zeiltje uit) voeren we over het water. We hadden met opzet deze nacht uitgezocht omdat er weinig golfslag stond.
Maandag 6 juli (bijna een etmaal later) kwamen we zoals gepland om 22 uur bij de kaap van Hornvik aan. Gewaarschuwd door de blog van De Verleiding wisten we dat er bij de kaap veel wind kon staan. Wij zagen vooral veel wolken en hoopten dat er geen mist in de voor ons onbekende baai zou staan. We deden het zeil naar beneden, want de hoge bergen gaven inderdaad een tunnel effect en verdubbelden het aantal knopen wind. En dan vaar je het hoekje om de baai in….. Ongelofelijk wat is dit een mooie baai. Het was helder in de baai, maar de wolken liepen als een soort dekentje over de bergtoppen. Hoge toppen met sneeuw en aan beide kanten enorme kapen. En aan het einde van de baai een stuk of 5 watervallen. De zeebodem is aan het einde van de baai niet goed in kaart gebracht, maar de pilots en noforeignland geven heel goed aan waar je op ca 8-9 meter diepte kan ankeren. Even samen een ankerborrel op de Isuma om samen dit moois te delen en daarna gauw slapen (of voetbal België tegen Amerika kijken).


Na een nachtje slapen, konden we de baai gaan verkennen. Met de dinky naar het strandje en lekker gewandeld naar 1 van de watervallen. Er blijkt een campsite in de baai te zijn. We zien ook groepjes wandelaars lopen in de baai en langs de bergen en langs het strand (in korte broek en blote voeten, want ze moesten het riviertje van één van de watervallen doorwaden om over te steken). Ze worden hier vanuit Isafjordur gebracht en je kan hier 1-7 daagse wandeltreks doen. Ik kan me voorstellen dat dit hier echt geweldig is. Het is hier zo ongerept mooi. Het gebied staat ook bekend om zijn poolvossen, waarvan de wandelaars aangeven ze regelmatig te zien.
We wandelen wat rond, kijken nieuwsgierig in de reddingshut die hier sinds 1985 staat en is voorzien van wat slaapzakken, eten en een marifoon. En er staat ook een driehoekig gebouwtje wat een toilet blijkt te zijn. Alleen als ik deze nieuwsgierig open, zien we ineens twee schattige jonge poolvosjes verschrikt opkijken naast het toilet. Ze zijn niet heel schuw en spelen wat of rollen zich als een poes op met hun snuit in hun staartje voor een dutje.
Later spreken we de ranger van het gebied. Hij adviseert ons om afstand te houden van de vosjes en max 20 minuutjes te kijken en dan weg te gaan. Op die manier krijgt mamma vos de ruimte om voedsel wat ze heeft gevangen bij haar kleintjes te droppen. Het nest blijkt ook uit vijf jonge vosjes te bestaan. Ze zijn 2 maandjes oud. Mamma heeft er denk ik veel werk aan.




















































