26 – 28 oktober Amsterdam – Scheveningen en terug

Omdat we graag nog een tocht met de White Witch willen maken voordat de winter definitief invalt, volgen we het weer al de hele week. Eerst leek het erop dat deze zondag één grote regenbui zou zijn, maar naarmate de week vorderde schoof dat door naar maandag en wordt er voor zaterdag mooi weer voorspeld met een NNO wind, zondag krimpend naar ZW. Mooi weer dus voor een tocht naar Scheveningen. Aranka heeft maandag avond druk de Reeds bestudeerd en omdat de stroom zaterdag maar tot 12:00 naar het zuiden staat gaan we vrijdag alvast naar IJmuiden zodat we het stroomvenster maximaal kunnen gebruiken.

Vrijdag
Vrijdag middag halen we de kinderen op van school en rijden we direct door naam Amsterdam. We willen vlot vertrekken zodat we nog met daglicht in IJmuiden door de sluis kunnen. Maar “vlot” betekent ook altijd extra stress… We vertrekken na een file in Amsterdam om half vijf toch nog redelijk op tijd. We moeten nog tanken maar het tankschip in Amsterdam zien we niet liggen, dus dan tanken we maar in IJmuiden. Onderweg maken we zalmsoep met opgebakken broodjes waar Myrthe en Wouter dol op blijken te zijn. “Pappa, weet je waarom ik deze soep zo lekker vind? omdat ik hou van soep!” Rond zes uur komen we bij de sluis aan, waar we afmeren met een spring vanaf de middenbolder, methode werkt wel, maar trekt de voorpunt wel erg naar de sluismuur. Ook merken we dat we de fenders niet te laag moeten hangen. We krijgen in de sluis nog bezoek van de douane, die tevreden zijn als we Nederlands blijken te zijn, maar of we wel even onze vlag willen ophangen…, vergeten in de haast. Maar voor het stukje tot de haven heeft dit echt geen zin, dus ik beloof het plechtig, maar doe het pas de volgende ochtend. Het dieselstation ziet er dicht uit dus tanken doen we zaterdag wel. Om half zeven liggen we netjes afgemeerd in de haven en drinken we nog een kop koffie met appeltaart in het restaurant boven de receptie.

Zaterdag
Zaterdag staan we vroeg op, eigenlijk willen we om acht uur varen…, maar dat lukt natuurlijk niet want er is nog veel te veel te doen. Als we om half negen bij het tankstation liggen blijkt dat in het weekend gesloten. Gelukkig valt dat wel mee want bij de receptie is iemand die wel even de pomp wil bedienen. Het blijkt lastig om er diesel in te krijgen, terwijl de meter nog driekwart leeg staat loopt de diesel er al uit. Met heel voorzichtig tanken lukt het om er 60 liter in te krijgen, maar staat de meter nog steeds op half gevuld. Toch nog eens bij de vorige eigenaar vragen, want geen idee hoe vol de tank nu echt zit. Als we om half tien echt afvaren hangt er een gifzwarte lucht boven zee, Aranka vraagt zich nog even af of dit nu echt wel verstandig is, maar weerbericht is OK, en ook op de buienradar zien we dat dit echt weer voorbij gaat… We zetten twee riffen, maar als we de motor uit willen zetten breekt de stopkabel (die ook wel erg stroef ging). Nou ja we hebben in ieder genoeg diesel aan boord… We laten de motor maar even stationair draaien. Al snel klaart het op, regen maakt plaats voor heerlijk zonnig weer en bovendien vind ik het palletje op de motor waarmee ik hem uit kan zetten. Zo zeilen we even later heerlijk met een prima windje richting Scheveningen. De wind ruimt naar NO, en om hem niet pal van achter te hebben varen we wat westelijker. Een paar mijl voor de Houtrust gijpen we en varen met ruime wind via het ankergebied (Wouter: “Wow Myrthe, je moet echt komen kijken dit schip is echt héééééél groot.) naar de uiterton. In de havenopening wordt nog een rescue oefening gedaan, waarbij de deelnemers één voor één het water in springen. Alhoewel het mooi zonnig weer is lijkt het mij toch erg koud.Kinderen zitten (aangelijnd) op het achterdek

Om drie uur meren we af in de haven. Ik probeer nog een stopkabel te vinden, maar die moet besteld worden. De Bromton is wel erg gemakkelijk, samen met Myrthe fietsen we nog door de haven, verder rommelen we wat aan boord en ‘s avonds gaan we naar Simonis om daar een visje te eten. Onderweg lopen we langs het havencafé om te betalen, en krijgt Myrthe kleurplaten. Nou ja dan kan je ook niet meteen weglopen en bovendien hebben we ook wel trek in een biertje/wijntje. Dan komen ook de hondjes nog binnen die Wouter en Myrthe zich herinneren van de vorige keer en is het helemaal goed. Als ons biertje op is (en de Fristie over de vloer…), lopen we om de haven naar Simonis. Bij Simonis is het druk (“Alle lopers met spoed naar de bakpan!”), maar de vis is heerlijk. Als we terugkomen bij de haven blijkt de pas die we gekregen hebben het niet te doen. Ik wil al de havenmeester bellen, maar Wouter heeft zich al door het hek gewurmd, en laat ons erin, toch wel handig zo’n boefje aan boord. Met het kacheltje is het behaaglijk warm, wat ons ook rozig maakt zodat wij nadat de kinderen slapen zelf ook vrij snel ons bed in duiken.Wouter kruipt door het hek om ons erin te laten

Zondag
We hoeven vandaag pas rond een uur of twaalf weg, en bovendien hebben we een uur extra omdat vandaag de zomertijd is afgelopen. Wel even opletten met hoogwatertijden… Om acht uur staan we op, en nadat we ontbeten hebben wisselen we de rol-genua I voor de rol-genua IV. Er is behoorlijk wat wind voorspeld en dan is een kleinere fok toch lekkerder varen. We vouwen de Genua I op de steiger op, lijkt me een lastige klus om dit aan boord te doen op volle zee, want het is echt een enorme lap zeil. Net als we klaar zijn met het opvouwen en de kleinere en handzamere Genua IV erop willen zetten komt mijn broer Guido aan die langskomt om ons schip te bekijken voordat hij weer naar Shanghai vliegt, waar hij woont. Guido is de eerste die ons schip komt bekijken en dat is toch leuk want we zijn er ook best trots op.

Om kwart voor twaalf zwaait Guido ons uit als we vertrekken. We hijsen het grootzeil (met twee riffen er nog in) in de eerste haven waarna we de haven uitzeilen. Op zee staat er (nog) weinig wind en dus haal ik de riffen eruit. We lopen al direct zo’n zeven knoop, maar de wind neemt verder toe, en ook de stroom wordt nog wat sterker. Onder een frontje dat overkomt staat er wat meer wind (25 tot 30 knopen) en gaan we al snel 9 tot 10 knopen over de grond…, dat schiet lekker op. Eigenlijk zou het grootzeil nu wel gereefd moeten worden, maar we varen heerlijk met ruime wind, en de schijnbare wind is met 10 knopen over de grond nog onder de 20 knopen. We zien de kustplaatsen voorbij trekken, de Wassenaarse Slag, waar we in de zomer vaak bij een strandtent eten, Katwijk en Noordwijk. Hier komen we te dicht bij de kust (voorbij de 10 meter dieptelijn) en gijpen we, waarna we een koers hebben op de IJ 15 bij IJmuiden. Maar eerst komen we -met nog steeds een snelheid van ruim 9 knopen- langs de zendmasten bij Noordwijkerhout (waar we een paar keer gewandeld hebben) en Zandvoort. Terwijl wij al weer in het zonnetje varen trekt er een grote bui over IJmuiden heen.Wij varen alweer in het zonnetje, terwijl het front boven IJmuiden hangt

Vlak voor de IJ 15 zet ik twee riffen (er is nog steeds ruim 25 knopen wind, en als we IJmuiden binnen lopen, varen we halve wind), en gijpen we om zo -weggezet door de stroom- langzaam de geleide lichten in één lijn te krijgen. In de buitenhaven rollen we de fok in, en bij de ingang van de jachthaven strijken we het grootzeil.

De sluis gaat vrijwel direct open en we meren deze keer af met als eerste de achter landvast die Aranka midscheeps om een bolder legt. Methode volgens het boekje en werkt ook goed en gecontroleerd. Om vier uur ‘s middags zijn we de sluis weer uit en varen we op de motor en een fok door het Noorzeekanaal. Aranka kookt rijst met groente en gehakt zodat we als we in Amsterdam aankomen vast gegeten hebben. Langzaam wordt het donker, wat wel leuk is op het Noordzeekanaal met alle schepen en lichtjes. Er komt ons een fel verlicht cruise schip tegemoet, een vrachtvaarder komt vlak voor ons een haven uit en schiet even onverwachts vlak voor onze neus een volgende haven weer in. Rond een uur of zes zijn we bij de Jachthaven, maar ligt er een ander schip op ons plekje… We zoeken maar een andere plaatsje. Gelukkig blijkt dit volgens onze nieuwe buurman niet een plek te zijn waar al iemand “vast” ligt. Ik bel de havenmeester, maar kom op zijn voicemail uit. Hopen maar dat we hier kunnen blijven liggen. Het opruimen, zeil opvouwen, huikje erop, rolfokhoes erop, lijnen opruimen etc etc duurt ook nog ruim een uur en zo rijden we om kwart voor acht moe, maar ook zeer voldaan naar huis.