Een weekje Lissabon


Trammetje 28
Donderdag 11 sept doen de kinderen eerst school en daarna gaan we samen met Thomas, Jesper, Denise en Eric naar Lissabon. Vanaf het stationnetje in Oeiras, dat op een kwartiertje lopen van de haven ligt, nemen we de trein naar Lissabon. We zijn nog maar net het station uitgelopen of er barst een enorme stortbui los. Gelukkig is er net een overdekt terrasje waar we koffie kunnen drinken. Het weer is hier van slag, normaal is het droog in deze maanden en komt de wind uit het noorden. Nu komen er regelmatig plensbuien over, die gelukkig niet lang duren, maar waaruit het wel ontzettend hard regent. Vervelender is dat de wind uit het zuiden komt, precies daar waar wij naar toe moeten.

Lissabon is een heel andere stad dan de Portugese steden waar we tot nu toe zijn geweest. Het centrum bestaat uit een strak stratenplan dat is gebouwd na de zware aardbeving die in november 1755 een groot deel van de stad verwoestte, icm hoge golven uit de rivier en branden die bij de aardbeving ontstonden. Verder heeft het centrum ook een gezellige uitstraling maar komt veel moderner over dan bijv. Porto. Later zien we wat verder naar het Oosten ook het oudere gedeelte van Lissabon dat meer lijkt op de andere steden die we tot nu toe hebben gezien.


We lopen vanaf het Terreiro do Paço (een groot plein aan de rivier) via een drukke winkelstraat naar Rossio, ook een mooi plein met uiteraard ook weer een groot standbeeld en net zo als in Amsterdam veel stadsduiven. De kinderen zijn er druk mee en de duiven zitten op hun armen en hun hoofd. Eén van de leuke dingen om te doen in Lissabon is een tramritje maken met het historische trammetje 28 dat door de smalle steegjes van het oude centrum steil omhoog en ook weer even steil naar beneden rijdt. De wachtrij bij de tram is meer dan een uur, en dan vind Aranka uit dat we ook trammetje 12 kunnen nemen, dat net zo historisch is, en het eerste stuk dezelfde route rijdt als trammetje 28. Hier kunnen we zo instappen en na anderhalf rondje stappen we uit en gaan verder met trammetje 28 waar je bij een paar haltes verder helemaal niet op hoeft te wachten. De tram schiet op slechts enkele centimeters langs muren, geparkeerde auto´s etc. Erg leuk en spectaculair om in te zitten en je komt langs allerlei leuke plekjes. Wouter hangt samen met Jesper en Thomas uit het raam van de tram (niet geheel tot ons genoegen) en ze geven “high fives” aan voorbijgangers. Inderdaad wel grappig maar eigenlijk willen we liever niet dat ze zo uit het raam hangen. Maar ze hebben enorme lol en het is ook weer goed afgelopen.

Een groot cruise schip vaart recht op ons af
De volgende dag spelen Wouter en Myrthe met Jesper en Thomas in het zwembad waar ze gratis in mogen. Wat dat betreft is de service in deze haven uitstekend, gratis zwemmen, gratis vervoer naar de supermarkt zodat je niet hoeft te slepen met je boodschappen en bovendien ’s ochtends vers gebakken broodjes in je kuip. Daar kunnen we in de Nederlandse havens nog wel wat van leren… Ondanks de goede service hebben wij de haven wel weer gezien en varen we vandaag naar een ankerplek bij Seixal. We vertrekken ruim een uur voor hoogwater met het laatste eindje van de vloed zodat we nog wel wat stroom mee hebben, maar niet het gespook en de hoge golven die we bij aankomst in Oeiras hadden. De eerste 10 mijl de Taag op is tegen de wind in en varen we op de motor. Een groot cruise schip vaart recht op ons af, terwijl wij de stuurboordwal houden. Als hij te dicht bij komt roep ik hem toch maar even op via de marifoon om te checken of hij ons -in vergelijking met dit enorme schip- wel erg kleine scheepje niet over het hoofd heeft gezien. Hij bevestigt ons gezien te hebben en we zien zijn koers veranderen zodat wij ook gewoon onze koers kunnen houden. Toch een handig apparaat zo’n marifoon. Even later varen we langs de toren van Bélem uit het begin van de 16e eeuw, die is gebouwd als ceremoniële toegangspoort tot Lissabon om de ontdekkingsreizen te herdenken. Als we onder de brug “Ponte 25 de Abril” door varen horen we de auto’s eroverheen razen. Eerst denk ik dat de motor een raar geluid maakt, maar het zijn de auto’s die over stalen platen rijden. Voorbij de brug gaan we richting Seixal waar het nog fors stroomt en waar de ene ferry na de andere voorbij schiet.

Verlichte vissen die in de lucht zweven
De baai bij Seixal is heerlijk beschut. We zoeken even naar een geschikt plekje om te ankeren, maar er is niet heel veel ruimte en het stroomt hier behoorlijk. Dus we pakken, ook op aanraden van een Franse zeiler, een mooring (blok beton met een stevig touw en boeitje eraan) die nog vrij is. ’s Avonds is er, als we via het boordnetje contact hebben met de boten die in Oeiras liggen, veel belangstelling voor deze ankerbaai, maar uiteindelijk komt alleen de Verleiding de volgende dag naar deze baai. Later horen we dat dit o.a. komt door een invasie van moeders c.q. schoonmoeders in Oeiras bij de Nederlandse boten die daar liggen.

Zaterdag is er geen school, heerlijk! Geeft toch een echt weekend gevoel, geen gezeur over ik heb geen zin, gewoon opstaan en iets leuks gaan doen. Vandaag gaan we naar Cascais, een mooi plaatsje ten westen van Lissabon. We gaan eerst met een ferry over de Taag naar Lissabon en van daar verder met de trein en komen dan ook weer langs Oeiras. Lijkt onhandig, maar ik ben toch blij dat we niet meer in die drukke haven liggen. Cascais is een heerlijk plaatsje waar we rondslenteren en lekker vis eten. Als we bij de haven zijn, zien we net de Antares voorbij varen die onder weg naar Oeiras is. Even later komen we Patrick, Bianca en hun twee kinderen van de Tofino tegen, wat is de wereld of in ieder geval Portugal toch klein… Zij zijn net aangekomen in Cascais en liggen nu in de haven. Het is leuk weer even bij te praten en te horen hoe het hun de afgelopen weken is vergaan.
´s Avonds is er het illumination feest, waar 26 kunstwerken, gemaakt met licht, door de stad heen staan. Wij hebben niet de tijd om alles te bekijken, maar we zien onder andere een mooie lichtshow waarbij de vier oerkrachten op een muur worden geprojecteerd, een Nederlands kunstwerk met lijnen licht door de lucht en prachtige verlichte vissen die in de lucht zweven. We moeten de trein van haf tien hebben anders missen we de laatste ferry naar Seixal waar onze boot ligt. Gelukkig halen we de ferry en hebben we zelfs even de tijd om nog wat boodschappen te doen op het station van Lissabon. Als we rond een uur of elf ’s avonds bij de dinghy komen ligt die gelukkig nog te wachten. In het donker ploegen we tegen de stroom in naar onze boot. Het water spat behoorlijk op en Aranka en Myrthe (die voorin zitten) zijn behoorlijk nat als we bij onze boot aankomen.

prachtige groene vergezichten
Zondag staan we bijtijds op om op tijd te zijn voor één van de ochtend ferry´s naar Lissabon. We willen vandaag naar Sintra toe, een plaats ten noordwesten van Lissabon waar je met de trein heen kan. Sintra schijnt erg mooi te zijn, met veel kastelen. In Lissabon moeten we naar een ander treinstation toe, bij Rossio. We vinden wel het metrostation Rossio, maar daar vertrekken geen treinen. Nadat we er twee keer voorbij gelopen zijn, vinden we eindelijk de ingang van het station, waar overigens uit niets blijkt dat dit een stationsingang is. De treinrit duurt drie kwartier en onderweg zitten Wouter en Myrthe allebei te lezen. Het lijkt erop dat Myrthe toch nog een boekenwurm gaat worden. Ze leest het ene boek na het andere nu helemaal uit zichzelf uit. Inmiddels heeft ze ook de e-reader, die Aranka van haar collega’s had gekregen, ontdekt zodat Aranka nu zonder zit. Tsja, als je er boeken van Paul van Loon, Roald Dahl, van Thea Beckman, enz. opzet… Maar we zijn blij dat Wouter en Myrthe veel lezen, is voor Myrthe ook goed tegen de dislexy, dus we remmen het zeker niet af, en Aranka moet, denk ik, op zoek naar een nieuwe e-reader!

Sintra is erg leuk, nadat we het plaatsje bekeken hebben lopen we richting de burcht Mouros. Het is een hele klim, maar ook een prachtige wandeling met prachtige groene vergezichten over Sintra en de omgeving met her en der een kasteeltje in de zon tegen een mooie groene bergwand aan. Als we bij Mouros komen kunnen we ook nog naar het Palace of Pena wat nog een stuk verder ligt. We hebben maar de tijd om een kasteel te bekijken en kiezen voor het Palace of Pena, dat ook op de wereld erfgoedlijst schijnt te staan, dus dan zal het wel bijzonder zijn. Na nog ongeveer een uurtje door klimmen komen we bij de ingang van het Park van Pena aan. We lopen eerst naar het paleis zelf toe, wat inderdaad prachtig in de bergen ligt met een mooi uitzicht. Het paleis was oorspronkelijk een klooster uit de middeleeuwen dat rond 1850 is verbouwd tot paleis.
Waarom precies weet ik niet meer, maar Myrthe heeft een boze bui. Zal wel iets van een ruzie met Wouter geweest zijn, pas nadat we een appeltje zijn gaan eten knapt ze weer op, en daarna is ze heel gezellig en geniet ze volop van het paleis en fantaseert ze honderd uit over hoe het zou zijn om hier te wonen. We lopen een mooie route door het park terug met een prachtig uitzicht op het paleis vanaf “Saint Catherine’s Heights”. Terug kijk ik verkeerd op de kaart en lopen we daardoor de verkeerde route terug (langs de weg) maar komen ook beneden. Wouter en Myrthe hebben een doorslaggevende inbreng in waar we eten, en zo komen we terecht in de Pizza Hut vlak naast het station. Wel praktisch want ook nu moeten we de trein niet missen omdat de laatste ferry uit Lissabon om tien uur (zondag) vertrekt.

de wind om de boot giert
Maandag en dinsdag doen we school, schrijven een blog en klussen wat aan de boot. We werken vooruit met school zodat we woensdag geen school hoeven te doen en nog een hele dag naar Lissabon kunnen. Het weer is deze dagen ook bar en boos en de ene regenbui na de andere klettert op ons neer. De wind neemt bij die buien ook fors toe tot meer dan dertig knopen. We zijn nu wel blij dat we aan een mooring liggen. We liggen hier dan ook prima, dicht bij Lissabon, mooi uitzicht, en alhoewel de wind om de boot giert, liggen we toch rustig want de baai is goed beschut en er zijn geen grote golven. Maandag komen Ron en José van de Verleiding ook naar de ankerbaai bij Seixal. Zij hadden eerst nog in een haven bij de brug “Ponte de 25 abril” gelegen en waren wel klaar met de herrie van die brug. ’s Avonds komen José en Ron nog wat drinken. Het is gezellig en leuk om te horen hoe zij hun reis beleven en hoe zij zich hebben voorbereid. We leren er elke keer weer van, of het nu een handige app voor het weer is met goede informatie over de golven, of een handige manier om een lijntje aan je ankerboei te maken met een katrolletje en een gewichtje zodat de ankerboei altijd recht boven het anker blijft liggen (en de lijn ook minder snel in de schroef of het roer verstrikt raakt als de stroomrichting wisselt). Als ze weer terug varen naar hun eigen schip is het al laat, en waait het nog steeds hard.

200 jaar Prinsjesdag
Als ik dinsdag even op nu.nl kijk zie ik dat het Prinsjesdag is. We moeten nog een les geschiedenis doen, dus gebruiken we dat blok om een quiz over Prinsjesdag te maken. Bovendien bestaat Prinsjesdag vandaag 200 jaar. Ik print een paar pagina´s uit van wikipedia en bedenk een stuk of tien vragen. Aranka mag de vragen maken zonder de uitleg van Wikipedia en Wouter en Myrthe moeten de vragen beantwoorden met behulp van wikipedia. Ik leerde er zelf ook weer een heleboel van en ook Aranka had niet alle kennis paraat, en dus winnen Wouter en Myrthe de quiz met vlag en wimpel. Op facebook lezen we dat groep 8 van de E.L.S. met hun meester ook Prinsjesdag heeft behandeld. Wouter en Myrthe zijn wat trots dat zij er nu ook alles van weten net als groep 8.

Wouter trots met een mooie kuif

Als we de volgende dag (woensdag 18 september) richting Lissabon gaan moet Myrthe alleen nog een rekenles afmaken. Dat was gisteren niet meer gelukt, verder is de school voor vandaag helemaal klaar. Op de ferry maakt Myrthe de laatste sommen en net voordat de ferry aan de overkant van de Taag is, is het rekenwerk klaar. We klimmen eerst naar het kasteel “Castelo de São Jorge”, oftewel het Kasteel van Sint Joris. Het kasteel ligt op de hoogste berg in de stad en je hebt een prachtig uitzicht over de rivier de Taag (Rio Tejo) en we kunnen ook onze ankerplek in de verte zien liggen. De fundamenten van het kasteel zijn uit de 6e eeuw voor Christus. In de loop van de tijd hebben zich op deze heuvel lokale Keltische en Iberische stammen, Feniciërs, Grieken, Carthagenen en later Romeinen, Sueben, Visigoten en Moren gevestigd (Tsja, ik wist ook niet dat deze volken allemaal hadden bestaan…, met dank aan Wikipedia). In 1147 is het kasteel samen met de stad Lissabon op de Moren veroverd. Volgens een legende zou ridder Martim Moniz zichzelf in de kier van de geopende poort van het kasteel hebben gegooid en zorgde er zo voor dat de andere christelijke soldaten het kasteel konden binnenvallen. We vinden nog het standbeeld van deze ridder Moniz. Later deed het kasteel ook nog dienst als koninklijk paleis. Wij genieten echter het meest van het prachtige uitzicht over de stad, waarbij je heerlijk kan zitten op een van de stenen bankjes, die in de kasteelmuur zijn gemaakt. Het is een heerlijk plekje en we zijn er wel een paar uur aan het rondkijken.
Na het kasteel lopen we verder naar het oosten door erg gezellige wijkjes met leuke winkeltjes en restaurantjes. We zoeken de kerk die er vanaf het kasteel erg mooi uitzag. Na enig gezoek en gevraag (waarbij ik een foto die ik net bij het kasteel van deze kerk had gemaakt laat zien) komen we bij de kerk Vicente en even later ook bij het Pantheon van Lissabon. De kerk is mooi, maar ook weer niet heel bijzonder van dichtbij. Het Pantheon vinden we wel erg leuk. Je kan helemaal omhoog klimmen vanwaar je zowel een mooi uitzicht over de kerk (binnen) als de omgeving hebt.

’s Avonds zoeken we een restaurantje en zien een kapper waar Wouter en ik nog geknipt kunnen worden. We zijn bijna twee maanden onderweg en dus dat mag wel weer eens. De kapper maakt er werk van en even later loopt Wouter trots met een mooie kuif over straat. We eten heerlijk vis bij een restaurantje in deze gezellige wijk, met precies 3 tafeltjes… voordat we met de ferry weer terug gaan naar de boot en Lissabon achter ons laten. Een erg leuke stad en dat geldt eigenlijk voor heel Portugal waar we er erg van genieten.

Verassingen langs de Portugese kust

…dan wordt er naar een mannetje aan de overkant gewezen

’s Ochtends proberen we Wouter en Myrthe snel aan het schoolwerk te krijgen zodat we ook snel Porto in kunnen. Ik ga kijken of ik een gasfles kan wisselen en kom vlak bij de haven Porto Doura in een heel leuk wijkje met smalle straatjes en een paar restaurantjes, supermarktje, cafeetje enz, en een heel levendig en gezellig straatleven. De huizen zijn allemaal betegeld met verschillende tegeltjes, soms met alléén een kleur, maar soms ook met een print. Dat maakt dat de huizen er heel gezellig uit zien. Als ik vraag naar een gasfles, word ik wat verder gestuurd, daar nog maar eens gevraagd en dan wordt er naar een mannetje aan de overkant gewezen. Inderdaad blijkt hij in zijn huisje wat gasflessen te hebben staan waaronder ook de campinggas fles die ik zoek. Zo ben ik een kwartiertje later al weer terug met gevulde gasfles.
Wouter en Myrthe doen echt hun best en om twaalf uur zijn ze klaar met school en kunnen we naar Porto. De haven ligt vlak bij de monding van de rivier de Douro en Porto ligt nog een stuk verder achter een hoge halfronde brug die we zien liggen. We hebben dus nog geen beeld van de stad. Maar het wordt al direct leuk als we er naar toe wandelen. We lopen langs de zuidzijde van de Rio Douro naar de karakteristieke brug “Ponte de D. Luis I” waar bovenop ver in de hoogte een metro rijdt en beneden de auto’s.

ze slaan en raspen erop los

Vlak bij onze haven hangen allemaal stokken met lijnen ertussen. De was wordt er opgehangen. Het is vlak naast een washuis, waar nog met de hand wordt gewassen. Ze slaan en raspen erop los, maar de was wordt weer schoon. Toch wel makkelijk een wasmachine, wat een werk… Verderop zijn veel mannen aan het vissen. Wouter en Myrthe mogen steeds in hun bak kijken, waar ze hun levende garnaaltjes in bewaren voor het vissen.
Dan komen we langs een botenwerfje waar gewerkt wordt aan de traditionele smalle houten schepen (Galets) die hier op de Doura druk heen en weer varen. Dit is nog het echte traditionele timmermansvakwerk. We zien geen stalen bouten, alles wordt met hout gedaan. De Galets varen nu met toeristen rond, vroeger werd hiermee de port vervoert vanaf de porthuizen die hier langs de rivier liggen.

aanradertje voor als je een weekend over hebt…

Langzaam krijgen we zicht op een prachtige en ontzettend leuke stad aan de overkant van de rivier. Voor ons is het echt een verassing hoe mooi de stad hier ligt. Aanradertje voor als je een weekend over hebt…
Als we dichter bij de brug komen, wordt het drukker en meer toeristisch. Een oud gerimpeld dametje staat kastanjes te poffen. Aranka koopt een zakje kastanjes, het is lang geleden dat we dat gegeten hebben. Wouter en Myrthe vinden ze niet lekker (´Ieder nadeel heb zijn voordeel´). Heen lopen we onder over de brug waar ook de auto’s rijden. Het centrum is net zo leuk als het er vanaf de overkant uit ziet, vol met kerkjes, oude gebouwen met mooie gevels en leuke straatjes. Vanaf de “Sé Catedral” hebben we een mooi uitzicht en hier is ook een leuk museum met onder andere prachtige tegel muren. We genieten enorm van de stad, en lopen terug langs de bovenkant van de brug waar ook de metro rijdt. ’s Avonds eten we heerlijk verse vis die buiten op de barbecue wordt gegrild in het leuke wijkje vlak bij de haven.



Vrijdag wil Ranka graag een dagje shoppen. Wouter, Myrthe en ik gaan naar het Sealife aquarium en zwemmen in zee. Met dit vooruitzicht wordt er hard aan school gewerkt zodat we om één uur kunnen vertrekken. We gaan met het pontje dat vlak bij de haven vertrekt naar de overkant. We moeten wel even wachten en aangezien het een kids verwendag zou worden beginnen we met ons eerste ijsje. Als we op het pontje naar de overkant varen zien we net de Antares binnen lopen, die die nacht in een haven verderop bij Leixos heeft gelegen. We moeten een flink stuk lopen, eerst door een woonwijk, dan door een mooi groot park. In het park worden de ganzen gevoerd, Wouter en Myrthe vinden het prachtig en gaan kijken. Als ze te dichtbij komen lopen de ganzen op hun af en rennen zij weer heel hard weg, want ze vinden die grote beesten toch ook best eng, maar ze hebben de grootste pret.
Na het aquarium lopen we langs het strand terug. Onderweg gaan we zwemmen en om deze kids werwendag met een tien af te sluiten moet er nog wel een tweede ijsje (verkleinwoord is niet op zijn plaats) komen. We moeten nog een heel eind lopen, en als we terug bij de boot zijn, zijn de kinderen bek af.
Wouter wil heel graag een keer ’s avonds met de grote mensen nog wat drinken en dan heel laat naar bed. Omdat het vandaag vrijdag is, mag hij vandaag opblijven als Hedda, Walewijn en Quirijn van de Antares nog een kop koffie komen drinken. Wouter en Myrthe gaan samen met Quirijn een film kijken en na een uurtje komt Quirijn (3 jaar) een beetje sip naar buiten, Wouter en Myrthe zijn allebei in slaap gevallen en dat is natuurlijk niet zo gezellig…

het lijkt wel Venetië

Zaterdag vertrekken we weer uit Porto. We weten nog niet precies waar we naar toe zullen varen, we laten het een beetje van het weer af hangen. ‘s Ochtends ga ik eerst met Wouter boodschappen doen op de vouwfietsjes, we kopen eerst wat spullen op de markt. Als we naar een supermarkt zoeken, moeten we toch nog een heel stuk fietsen en een steile helling op klimmen. Dan komen we bij een supermarkt die zo groot is dat we eigenlijk de fietsjes binnen ook wel hadden kunnen gebruiken…, maar ze hebben er wel van alles alhoewel het wel veel tijd kost om in zo’n grote supermarkt alles te vinden. Al met al is het toch wel een uur of twee voor we vertrekken. Het eerste stuk kunnen we zeilen, maar aan het begin van de avond valt de wind weg en komen we in een dichte mist terecht. We kunnen echt maar iets van 50 meter om ons heen zien. Gelukkig is het hier rustig en hebben we de hele dag nauwelijks bootjes gezien. We zitten dicht onder de kust dus grote schepen zullen hier ook niet varen. Maar voor de zekerheid zet ik wel de radar aan, en houden we de plotter goed in de gaten. Veel anders om naar te kijken is er trouwens niet. Toch blijft het een vervelend gevoel om niets te kunnen zien. We zijn blij als een uurtje later de mist weer optrekt.
We besluiten vandaag naar Aveiro te gaan. Dit is een leuk plaatsje en je kan er goed ankeren in een baai bij São Jacinto. We kunnen er mooi met laagwater binnenlopen als er bij de monding van de Ria de Aveiro weinig stroom staat. Wel is het donker als we Aveiro aanlopen, maar met de kaartplotter en de havenlichten is dat eigenlijk geen probleem. Volgens de pilot is het oppassen bij de havenmonding en kunnen er grote golven staan. Wij merken er niets van doordat het windstil is en doordat er nauwelijks getijstroom staat en varen heel rustig naar binnen. In het pikkedonker zoeken we een ankerplekje tegenover de steiger van de ferry. Voor het eerst slipt ons anker en dus ankeren we nog maar een keer. Ik trek het anker niet al te strak , maar er is hier geen wind en geen stroom, dus met een hoop ketting blijven we wel liggen.
Als we wakker worden zien we eigenlijk pas waar we liggen. Een mooi plekje. Aranka is nog moe en blijft een dagje op de boot als ik met Wouter en Myrthe een dagje naar het plaatsje Aveiro ga. Waar het precies ligt weet ik eigenlijk niet, maar de ferry waar we tegenover liggen gaat er ongetwijfeld naar toe. Vanaf de ferry zien we hoe hard het nu op de rivier stroomt. Ik kan me goed voorstellen dat het bij de monding flink kan spoken, als de stroom en de deining van de oceaan elkaar hier tegenkomen.
Als we de ferry afstappen zien we geen plaatsje maar wel een bushalte met een bus die naar Aveiro gaat. Gelukkig besluiten we om niet te gaan lopen, want met de bus is het nog zeker een kwartier rijden maar dan komen we in een erg leuk plaatsje waar een soort gondels, die Moliceiro’s heten, door de kanalen varen, het lijkt wel Venetië. De Moliceiro’s werden vroeger gebruikt voor het binnenhalen van zeewier. We bekijken alle straatjes, en leuke gebouwen in het centrum en Wouter en Myrthe rennen lekker rond en als we alles gezien hebben eten we een appeltje en een ijsje en gaan weer terug naar de boot.

goed moment voor een glaasje port en een kaasje

Maandag 8 september vertrekken we om acht uur ’s ochtends net voor laag water zodat we het laatste stukje van de ebstroom mee kunnen pakken. Je kan buiten de brekers zien staan terwijl het relatief rustig is. We snappen nu wel dat deze haven als een van de eerste Portugese havens gesloten wordt bij slechter weer of hoge golven vanuit het westen.

Gelukkig is er net genoeg wind om te zeilen. De wind komt uit regenbuien die overkomen en even later krijg ik de volle lading over me heen. Volgens mij de eerste keer deze reis dat ik mijn zeiljas gebruik…
Aranka en de kids zitten lekker binnen en zijn school aan het doen.
Langs de kust zie je duinen. Het land is hier relatief vlak en wat verder het binnenland in beginnen de bergen. Onderweg worden we nog kort bezocht door dolfijnen, maar waarschijnlijk varen we niet snel genoeg voor ze en ze zwemmen voorbij richting het noorden. De wind is wisselend aanwezig en dan weer weg, maar het is helder en prachtig weer. ´s Avonds valt de wind weg en moeten we de rest motoren.
We besluiten Nazaré voorbij te varen en de nacht lekker door te varen naar Peniche. ’s Avonds hebben we goed contact over de kortegolfzender met andere vertrekkers (korte golfzender werkt beter als je op zee zit dan als je omringd door land bent) en horen dat we aan Nazeré ook niet heel veel missen.
Omdat het zulk rustig weer is en morgen zo goed als windstil, lijkt het ons leuk om niet naar Peniche zelf te gaan, maar naar het eilandje Ilha Berlenga vlak voor Peniche te varen en daar te ankeren. We zullen daar rond een uur of twee ´s nacht aankomen. We puzzelen in de pilot om meer over het eilandje te weten te komen en hoe en waar we daar kunnen ankeren. Het is een natuurgebied dus dat klinkt veelbelovend. De maan is bijna vol en schijnt ons deze avond mooi bij. Er komt nog een grote groep dolfijnen langs. Ze springen allemaal uit het water met dolle sprongen, hangen heel even bij ons schip en zijn daarna weer helemaal verdwenen. Leuk intermezzo, terwijl de motor doortuft in de nacht.
We zien Ilha da Berlenga al lang voor ons liggen. Het is een wat afgetopt eiland in een groep van drie eilandjes, ieder met een vuurtoren of lichtbaken erop. Aan de zuidkant proberen we het eiland te benaderen. Met de verrekijker probeert Aranka te begrijpen hoe het in elkaar steekt en waar we zouden kunnen liggen. Blijft lastig zo in het donker en we zijn opnieuw erg blij met de kaartplotter die enorm helpt met het ontwijken van ondieptes en het vinden van de juiste route. Als we bij de ankerplek komen ligt er al een zeilschip en heel veel motorbootjes. Later blijkt het zeilschip de Badjar te zijn, ook een Nederlands vertrekkersboot, maar dat zien we ’s nachts niet. Opeens springen er weer dolfijnen om ons heen, maar we zijn nu druk bezig om een goed plekje te vinden, en dat is nog niet zo eenvoudig.
Tot vlak langs de kust is het meer dan 20 meter diep. Als we op 15 meter diepte zijn, lijkt de rotskust akelig dichtbij en hebben we het idee dat als we hier 70 meter ketting overboord gooien we zo op de rotsen kunnen komen als de wind draait… We varen een paar rondjes en zien een paar ongebruikte moorings liggen. Vannacht zal er wel niemand meer komen, dus we pakken de buitenste mooring die er wel degelijk uitziet. Lekker dat we vast liggen, maar we hobbelen wel behoorlijk door de swell die om het eiland van de Atlantische oceaan komt. We gaan alle kanten op en je hoort de inhoud van alle kastjes heen en weer schuiven. De sinaasappelen lagen duidelijk niet goed en stuiteren nu over de bodem. Af en toe moet je je heel goed vast houden en weet je even niet meer wat boven of onder is.
Maar we zijn blij dat we vastliggen en we liggen vlak bij het fort Sao Joao Baptista wat er zelfs in het donker mooi uitziet. Goed moment voor een glaasje port en een kaasje,dat Aranka in Porto heeft gekocht. Zo zitten we midden in de nacht buiten in de kuip te genieten van dit moment. Daarna hopen dat we in de stabiele zijligging kunnen slapen op bed en er niet uit vliegen met deze deining.
’s Ochtends (9 sept 2014) worden we wakker en als we rondkijken liggen we op een prachtig plekje. Het rollen is inmiddels ook een heel stuk minder geworden en we zien allerlei grotten en doorgangen door de rotsen waar je –naar het lijkt- wel met de dinghy doorheen moet kunnen varen. De andere zeilboot (de Badjar) is er niet meer, die moeten dus midden in de nacht vertrokken zijn. Later als we in Porto zijn, horen we van de bemanning van de Badjar dat ze om drie uur ’s nachts vertrokken zijn omdat ze het te veel vonden rollen. Als ik navraag bij onze buren blijkt de mooring waar we aan liggen van een toeristen ferry te zijn die overdag de toeristen afzet op het eiland, aan de mooring wacht en ’s avonds de toeristen weer terug brengt. Wij moeten dus verkassen, maar zo overdag ziet het er allemaal een stuk overzichtelijker uit en we ankeren op ongeveer 12 meter en gooien een hoop ketting uit. Met dit kalme weer moet dat voldoende zijn.
Ilha da Berlenga is een verrassend leuk eiland en we hebben er een heerlijke dag. We varen met de dinghy door grotten en rots tunnels, zwemmen bij het strandje dat klein is, en met het rijzen van het water steeds kleiner wordt. Er zwemmen heel veel vissen wat Myrthe erg interessant vindt, en Wouter ook wel een beetje eng. ’s Middags lopen we nog naar boven naar de vuurtoren en vandaar naar het fort wat mooie uitzichten oplevert van het eiland maar ook van de White Witch in blue die we steeds mooi achter zijn anker zien liggen. Volgens Wouter is het de leukste dag van zijn leven.

midden in het slagveld waar de Taag de strijd aan gaat met de Atlantische Oceaan

Nog een nacht bij Ilha Berlenga lijkt niet verstandig, de wind is al gedraaid en we liggen niet meer in de luwte achter het eiland, maar liggen aan lagerwal en de verwachting is dat de wind in de loop van de avond gaat toenemen. Dus we maken ons klaar voor vertrek en besluiten om direct richting Cascais of Lissabon te varen en om Peniche over te slaan. Na vandaag met dit prachtige eiland kan het alleen maar tegenvallen, maar belangrijker is nog dat er slechter weer aan komt en we dan liever bij Lissabon liggen waar veel meer te zien is. Om vier uur in de middag vertrekken we samen met nog een ander zeilschip vanaf Ilha Berlenga richting Lissabon, zo´n 70 mijl zuidelijker.
In Nederland is het lekker nazomeren dankzij het hoge luchtdruk gebied wat er ligt. Maar wij hebben daar last van en hebben daardoor alleen maar zuidenwind. De straffe Portugese Noord is al 2 weken zoek en lijkt voorlopig ook nog niet terug te komen. Maar we mogen niet klagen, want er staat wind. Het andere zeilschip vaart eerst op de motor naar buiten en hijst daar de zeilen en maakt een slag naar binnen. Wij proberen meteen te zeilen maar komen nauwelijks vooruit in de steile golven die er rond de kaap bij Peniche staan. Als we het andere zeilschip alleen nog als klein stipje zien besluiten we ook eerst ruim een half uur naar buiten te motoren, dat blijkt een goede keuze want daarna lopen we met zeven knopen hoog aan de wind richting het zuiden. Hoe dichter we bij de kust komen hoe zuidelijker we kunnen varen. Totdat we echt dicht bij de kust komen, dan wordt de koers plotseling veel ongunstiger, tijd dus om overstag te gaan. Zo maken we handig gebruik van de windshift en maken een hoek van ca. 120 graden ipv de normale 90 graden. De wind draait door naar het zuid oosten en naarmate we vorderen kunnen we weer een steeds zuidelijker koers varen. Het is een prachtige heldere nacht met volle maan en we zeilen heerlijk. We moeten nog een slag maken om niet het TSS te doorkruisen. Het andere zeilschip zijn we al snel weer voorbij, wij lopen veel hoger aan de wind en tegen de tijd dat we bij de Cabo da Roca zijn is het andere zeilschip een klein lampje aan de horizon geworden.
De kinderen slapen binnen. Wouter in het vooronder, zoals gewoonlijk in diepe rust en ver weg. Myrthe ligt op mijn plek (Ranka) in het achteronder. Ze slaapt licht en heeft het raampje open staan. Dan kan ze ons in de kuip horen en dat werkt geruststellend. Af en toe komt ze er uit en vraagt of we er al zijn!
We kijken nog even naar de havens rondom Lissabon en besluiten naar Oeiras te gaan. Hier liggen ook al wat andere vertrekkers die we eerder zijn tegengekomen, we krijgen korting in deze haven en hij lijkt makkelijk aan te lopen…
Later in de nacht ontstaat er bewolking en is onze volle maan verdwenen. Er komen buitjes over en daarna zwaardere buien en in de verte zien we bliksem en onweer. Gelukkig blijft de wind redelijk stabiel en hebben we geen harde windstoten, maar ik gebruik wel voor de tweede keer mijn zeiljack. Hmmm, er is slechter weer voorspeld voor de komende twee dagen en daarvan zal dit de voorbode zijn.
Rondom de kapen bij Cascais draait de wind steeds mee met het land. En zo zeilen we eerst hoog aan de wind naar het zuiden en daarna nog steeds hoog aan de wind naar het oosten. Om van Cascais naar Oeiros, aan de monding van de Taag (Rio Tejo), te varen zijn er twee routes. We nemen de noordelijke passage langs een zandplaat vlak voor Oeiras. We moeten dan over een ondiepte van 7 meter en er staat nog wel een paar meter extra water door het getij. Als we vlak bij Oeiras zijn wordt de zee steeds ruiger. De golven worden steiler, zijn 2-3 meter hoog en breken overal om ons heen. Dan komt er ook nog een dreigend front aan met onweer, en we draaien de fok vast weg om niet te veel last te hebben van windstoten. De golven worden nog hoger en als we zien dat we nog maar een knoop over de grond lopen zetten we de motor bij en ga ik zelf sturen. We zitten precies tussen hoog en laagwater in en hebben de maximale eb-stroomtegen. Gelukkig blijven de windstoten uit. Zo zitten we midden in het slagveld waar de watermassa´s uit de Taag de strijd aan gaan met de deining uit de Atlantische Oceaan. Een ware titanenstrijd. Naarmate we dichter bij de haven komen moeten we de motor steeds harder zetten om überhaupt nog vooruit te komen. Aranka staat inmiddels stijf van de stress en houdt zich aan de bank vast. We hebben dit toch niet zo gelezen in de pilot (boeken over het varen in dit gebied, inclusief de Reeds), er werd wel gewaarschuwd voor de noordelijke passage bij veel wind, maar wind is er nauwelijks. We zijn blij als we traverserend de haven in surfen en halen snel het gas eraf. We gooien de val los en laten het grootzeil naar beneden schieten want veel ruimte is er niet in de haven en we moeten ook nog landvasten, stootwillen etc. klaarmaken.. Het begint net licht te worden en even later liggen we veilig vast aan een enorme steiger tussen schepen die minimaal anderhalf keer zo lang zijn.
Het is dan 7 uur in de ochtend, net licht geworden. De kinderen worden wakker en willen alles weten. En daarna beginnen ze met hun schoolwerk, wetende dat de Volonté hier ligt en ze zo met Jesper en Thomas kunnen spelen. ’s Avonds is er een gezellige borrel bij de Volonté waar we alle spannende verhalen kunnen uitwisselen en waar we ontdekken dat de zeilboot die ’s nachts was vertrokken bij Ilha da Berlango de Badjar moet zijn geweest.