Cruising Maroc per… auto

Het ziet er naar uit dat we nog zeker tot volgend weekend (18-19 okt) in Rabat liggen. Enerzijds doordat de wind nu uit het zuidwesten komt ipv het gewenste noorden, en anderzijds doordat de haven de komende dagen op slot gaat ivm te hoge golven en bijbehorende brekers bij de ingang.
Het is nog steeds herfst vakantie bij ons en we besluiten om nog een tocht door Marokko te maken naar het noorden, en in ieder geval naar Chefchaouen. We huren een auto wat hier wel erg gemakkelijk gaat. Je belt een verhuurbedrijf, 5 minuten later wordt je opgehaald in de haven en een kwartiertje later heb je een auto mee. Krassen en deukjes worden niet opgeschreven, die worden gezien als normale gebruikssporen in het Marokkaanse verkeer.

Dinsdag avond (14 okt) is er nog een borreltje bij de Win2Win die vandaag ook in Rabat zijn aangekomen. Zij hebben een zware tocht gehad, veel wind, hoog aan de wind en zeeziekte. Blijkt maar weer hoe het kan verschillen met het weer want wij hadden een heerlijke tocht naar Rabat toe. Het is gezellig om bij te kletsen en we krijgen nog een hoop tips van Leon en Frieda die eerder ook naar Chefchaouen zijn geweest.

Woensdag ochtend is het de bedoeling vroeg te vertrekken, maar voordat we alles ingepakt hebben is het toch weer elf uur, maar dan zijn we ook op pad. We tanken eerst, want anders dan in Nederland krijg je de huurauto hier leeg mee en lever je hem ook weer leeg in. Dan rijden we eerst naar Moulay Bousselham, waar een rivier in een prachtige delta loopt voordat hij de zee in stroomt. Op goed geluk gaan we met een gids mee die ons de delta per boot laat zien. Dat pakt erg goed uit, onze gids Ahmed weet heel veel van vogels en heeft zelfs een Nederlandse vogelgids waar hij ons de vogels die we zien in aanwijst. Zo weten we nu dat we de Witte en Blauwe reiger, de Scholekster, de Grutto, de Regenwulp, de Juveniel, de Steenloper en de strandplevier met 3 tenen en gewone strandlopertjes hebben gezien. Helaas zijn er nu geen flamingo’s die hier ook vaak te zien zijn, maar dat wordt meer dan goed gemaakt door het prachtige uitzicht over de delta.
We zien ook vissers die naar krabbetjes vissen met grote netten die ze over de bodem trekken. De krabbetjes worden weer gebruikt als lokaas bij het vissen op zee. Vandaag liggen overigens alle vissersbootjes op de rivier want de branding die ervoor zorgt dat de haven in Rabat gesloten is zorgt er ook voor dat de vissers hier niet kunnen uitvaren.

Na ons boottochtje rijden we verder naar Chefchaouen via binnenwegen door het Rifgebergte. We lezen in de gids dat hier cannabis in grote hoeveelheden wordt geteeld waar maar liefst 800.000 mensen werkzaam in zijn. Er wordt geprobeerd om mensen om te scholen naar gids, maar 800.000 gidsen… Maar het Rifgebergte is ook prachtig om te zien en we genieten van het uitzicht terwijl de hellingen steeds steiler worden. Ons autootje (Citroën C1) heeft het er maar zwaar mee. In Chefchaouen zoeken we naar het hotelletje Dar Dalia dat ons door Leon en Frieda is aangeraden. Iedereen die we het vragen weet ons met grote stelligheid te vertellen waar het is, maar ze wijzen allemaal een andere richting op. Helaas hebben we alleen een kaartje in de Lonely Planet waar nauwelijks straatnamen op staan en na een paar rondjes te hebben gereden vinden we gelukkig een goede kaart op straat. (De telefoon met Marokkaanse simkaart is ermee opgehouden, dus geen GoogleMaps). Nu we weten waar we zijn, hebben we het snel gevonden. Het is een leuk hotelletje, vlak bij de medina van Chefchaouen. Wouter en Myrthe vinden vooral de schildpadjes bij de fontein erg leuk. Als we terug zijn van onze reis willen ze als huisdier nu geen hond meer maar schildpadden, ratten en een poes…

Chefchaouen wordt ook wel de blauwe stad genoemd. De huizen in de medina zijn wit en aan de onderkant blauw geverfd. Ook de straten zijn deels blauw geverfd, wat een gezellige en frisse aanblik geeft van de oude medina. Als we het hotel gevonden hebben begint het al donker te worden, en we gaan snel op zoek naar restaurant Aladdin, waar je lekker kan eten met een prachtig uitzicht over de stad. Het stadje doet zijn reputatie eer aan, want de medina is inderdaad erg leuk.
Donderdag bekijken we nog de burcht van Chefchaouen en slenteren we door de medina voordat we de auto instappen die natuurlijk goed bewaakt is…, zo heeft Marokko zijn eigen betaald parkeren. We rijden richting Tanger en Aranka zoekt in de gids een volgende leuke bestemming. Tétouan blijkt een prachtige plaats, zie onderstaand stukje uit Wikipedia:

De medina (oude stad) van Tétouan staat op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO. De binnenstad is zeer karakteristiek en traditioneel. Men vindt hier bijvoorbeeld veel oude witte huizen, enkel laagbouw (zie foto). Overal in de stad ziet men mensen die oude ambachten beoefenen, zoals wevers, juweliers en leerbewerkers. Toeristen probeert men hier ook vaak tapijten te verkopen. Verder lopen er veel dieren rond in de medina.

Nou, dat kunnen we niet laten lopen en we zoeken een leuk hotelletje in de Lonely Planet. Als we het hotel El Reducto proberen te vinden, komen we langs erg steile weggetjes, waar onze C1 het bijna begeeft, maar in de eerste versnelling met een slippende koppeling komen we toch de helling op. Even later lopen we helemaal vast als we midden op de plaatselijke markt terecht zijn gekomen. Dan is zo’n klein autootje wel weer een voordeel… Na twee rondjes hoor ik toevallig Nederlands praten, en snel vragen we de weg aan een familie Nederlandse Marokkanen of Marokkaanse Nederlanders… We zetten de auto neer en lopen verder naar het hotel wat in de medina ligt en waar je inderdaad helemaal niet met de auto komen kan (dat hadden we niet gezien op het Lonely Planet kaartje…)
Het is een prachtig hotel, met mooi mozaïek en een heerlijk dakterras. We weten nog wat van de prijs af te praten, gaat nu ook makkelijker nu het geen hoogseizoen is. De kinderen vinden het een geweldig hotel, want ze hebben 2 hele jonge katjes en in de hotelkamer een soort eigen zoldertje waar ze knus met zijn tweeën slapen.
De Medina is inderdaad heel authentiek en we zien er nauwelijks toeristen. We verdwalen zoals gewoonlijk maar vinden na een tijdje ook weer de weg terug. We zien hier ook meer Spaanse invloed zo ver in het Noorden. Ook zien we Berber vrouwen uit het Rif gebergte, meestal herkenbaar aan een strooien hoed.

De enorme hoeveelheden groente en fruit die zijn uitgestald zijn opvallend, zeker omdat je maar heel zo nu en dan iets verkocht ziet worden. En zo in de zon uitgestald zal het ook niet heel lang goed blijven…. Het ziet er in ieder geval allemaal heel vers uit.
Verder staat dit gebied bekend om zijn cannabis-teelt. Echter zien wij er behalve plastic zakjes met gedroogde blaadjes te koop, verder weinig van. Wel zagen we onderweg bananenteelt.

Vrijdag hebben we een heerlijk ontbijt in het hotel, als Wouter probeert zijn sinaasappelsap in een eigen beker over te schenken, wordt het (uiteraard) een grote bende. De vrolijke hotelbaas neemt Wouter mooi beet en doet alsof hij boos wordt en vraagt aan Wouter een euro om het weer schoon te maken. Eerst snapt Wouter het niet, maar dan kleurt hij diep rood, en rent dan naar boven om een euro uit zijn portemonnee te halen. Later krijgt hij de euro terug, hij is er bedremmeld van en heeft zijn lesje wel geleerd. Als we weg gaan zijn de Hotelbaas en Wouter dikke maatjes.


Vandaag rijden we terug via Assilah aan de kust. Hier vallen ons de brekers op die in de haveningang staan. Hier wil je niet tussen varen en ook hier valt het op dat alle vissersbootjes in de haven liggen. Assilah zelf is een leuk plaatsje, maar omdat het vrijdag is is alles dicht, dus dat is jammer. Er is mooie kunst op de muren en hier zijn de meeste huizen wit geverfd. Maar alle winkeltjes met traditionele nijverheid zijn er vandaag dus niet. We gaan nog op het piepende geluid af van poesjes. En ja hoor, even later zien we 2 kittens, nog met dichte oogjes piepend over de stoep rollen. Ze kunnen nog nauwelijks lopen en roepen om hun moeder. Het liefst willen de kinderen ze meenemen net zoals de Batjar heeft gedaan. Maar dat zien wij niet zitten en het kost enige overredingskracht om de kinderen weer mee te krijgen…


We rijden terug naar Rabat en doen nu we toch een auto hebben nog even goed boodschappen in één van de zeldzame supermarkten van Rabat. Compleet afgeladen brengt de C1 ons weer netjes in de haven. Ik tank ook nog even alle Jerrycans vol met diesel en dan leveren we de auto weer in, wat zo mogelijk nog soepeler gaat dan het huren. Ik bel het verhuurbedrijf en vijf minuten later is dezelfde vriendelijke meneer in de haven, vraagt of we een prettige reis gehad hebben en neemt de auto weer mee. ’s Avonds eten we lekker in een restaurantje bij de haven en dan slapen we weer “thuis” op onze eigen boot.

De haven is de komende dagen nog gesloten en we kunnen dus niet weg. Zoals het er nu naar uit ziet kunnen we maandag de 20ste of dinsdag weg. We hebben dan ook een paar dagen goede wind richting de Canarische eilanden. Zaterdag drinken we met de bemanning van de Win2Win, de Ojala, de Puff en de Symina waarop een Turkse vrouw solo vanuit Istanboel is komen zeilen. Verder doen we klusjes aan de boot zoals het vastsjorren van extra dieseltanks op het dek en strak zetten van de verstaging. Verder beginnen we ons voor te bereiden op de tocht naar de Canarische eilande, die naar verwachting ca. 4 dagen duurt. Nu maar hopen dat de haven inderdaad weer open gaat, en er een beetje gunstige wind staat.

Maroc


De aankomst in Rabat is uitermate plezierig. We meren af aan de meldtsteiger samen met de Ojala die vlak achter ons binnenloopt. Er is een team met douane, veiligheid en wie weet nog wat meer aan medewerkers dat ons meeneemt om de papieren in te vullen. We worden parallel geholpen met de Ojala. Wat een luxe vergeleken met de lange wachtrijen op een vliegveld of bij aankomst met de veerboot in Tanger. Nadat we de formulieren hebben ingevuld volgt er nog een pro-forma controle aan boord met drie man waarbij het doel lijkt te zijn, geen moeilijke vragen stellen en vooral niets vinden! Dat lukt en daarna zoeken we een plekje in de haven vlak bij de Volonté en de Batjar die hier ook liggen.

Nadat we liggen merken we ook hoe moe we zijn. Wouter en Myrthe lijken echter een nieuwe onuitputbare bron van energie te hebben als ze Jesper en Thomas van de Volonté weer zien, en rennen van het ene naar het andere schip. ‘S Avonds is er door de Batjar een steigerborrel georganiseerd waar ook de Nederlandse ambassadeur nog langskomt. Hij was door Stephan van de Batjar uitgenodigd en hij vind het geloof ik wel leuk om -tussen de recepties door- met ons zeilers te kletsen. Als hij onze kinderen en de kinderen van de Volonté ziet vraagt hij wel direct “Moeten zij dan niet naar school?”…
Het was erg gezellig maar we zijn ook doodop na twee nachten doorvaren en gaan op tijd naar bed.

IMG_0429.JPG

Woensdag kijken hoe het met de school voor deze week staat..Niet zo best, want er is de laatste twee dagen niet zoveel gebeurd, dus er moet nog behoorlijk wat rekenen en taal worden ingehaald. We hadden het idee om vandaag de vakantie te laten beginnen, maar met zo’n achterstand vinden we dat niet zo’n goed idee, dan heb je ook geen lekkere vakantie. We besluiten dus om deze week nog even flink onze best te doen en dan de volgende week vakantie te houden. Ik doe met Myrthe drie rekenlessen, en ik geloof evenveel boze buien tussendoor (ik bespaar jullie de details, maar haar boze buien doen zeker niet onder voor die van mij toen ik klein was…Ik geloof dat dit voor Aranka en mij nog vermoeiender was dan voor Myrthe, maar… uiteindelijk hebben we het af en keert de rust weer terug op de White Witch.
Anna van de Ojala heeft in Rabat gewoond voordat ze op zeilreis ging, en geeft ons veel nuttige tips, o.a. het telefoonnummer van een gids Mohammed die veel kan vertellen over Rabat. Aranka maakt een afspraak met hem voor de volgende dag.
Verder doen we deze dag niet zoveel en ’s avonds lopen we nog een stukje door de Medina (oude binnenstad) van Salé waar het een drukte van jewelste is, met allemaal kleine winkeltjes.


Donderdagochtend rijden we met onze gids Mohammed en de bemanning van de Puff eerst naar Chellah, een prachtig gebied met oude ruïnes, prachtige bomen en planten en, hoogtepunt voor Wouter en Myrthe, heeel veel poezen. Mohammed vertelt ons alles over het ontstaan van Chellah, de Romeinse tijd waarbij Chellah onderdeel uitmaakte van de grens van het Romeinse rijk en de latere Islamitische periode. Het is erg interessant en met de verhalen komen de ruïnes tot leven en kan je je goed voorstellen hoe het er hier duizenden jaren geleden uitgezien heeft.

Na Chellah bezoeken we de Hassan Toren die onderdeel uitmaakt van een nooit afgebouwde moskee. Twee keer is het geprobeerd deze Moskee te bouwen, maar opdrachtgevers gingen dood of andere rampspoeden vonden plaats. Volgens het plaatselijke gebruik is het dan onverstandig om het af te maken. Nu staat er een kleine moskee naast en is er ook een mausoleum van koning Mohammed V.

Als laatste bekijken we de Kasbah van Rabat die enerzijds dienst deed om de bevolking te beschermen als de stad werd aangevallen, maar ook gebruikt werd om huurlingen uit het oosten van Marokko te huisvesten, die meedogenloos optraden tegen de bevolking als er rebellie was.
We eindigen in de Medina, die gezellig en ontspannen is. Dat is wel heel anders dan toen ik hier ca. 25 jaar geleden met Ron rond liep. Toen werden we continue aangesproken om toch vooral een gids te nemen, of een kleed te kopen. Vrijdag maken we de school voor deze week helemaal af! Ik mats Wouter en Myrthe wel een beetje door de laatste oefeningen taal mondeling te doen waardoor de laatste blokken geen uur maar slechts enkele minuten kosten. En dan begint voor onze kinderen een echte hele week schoolvakantie en voor ons ook.
Daarna gaan we met het pontje (roeibootje, hoe romantisch…) naar de overkant van de rivier waar Rabat ligt, en zwerven die middag door de Medina en later ook door de nieuwe stad.

Zaterdag gaan we met de trein naar Fėz, een reis van drie uur. Gelukkig hebben we een goede zitplaats, en de trein is toch een heerlijk vervoermiddel, je kan lekker zitten en uit het raam kijken terwijl je naar je bestemming wordt gebracht. In Fėz lopen we van het station via het Joodse kwartier (Mellah) en “New Fès” (Fès el-Jdid) naar de Medina. Wouter moet echt even wennen aan Fès en houdt een geëmotioneerd betoog om toch vooral een taxi te nemen. Maar eenmaal in de Medina vindt hij het opeens interessant worden, en rent hij samen met Myrthe van het ene winkeltje naar het andere.
Alhoewel we proberen de route van de Lonely Planet gids te volgen, lukt dat toch niet helemaal, en zijn we binnen de kortste keren de weg kwijt. De Medina in Fès is een enorme doolhof van smalle straatjes, die door elkaar heen kronkelen, soms doodlopen, of je in een cirkeltje terug brengen naar waar je vandaan kwam. Oh ja, naambordjes, daar doen ze natuurlijk niet aan… Gelukkig kan je altijd de weg vragen en even later staan we toch voor “Dar Victoria”, een hotelletje in de Medina dat ons door Maarten van de Ojala is aanbevolen. Van buiten ziet het er niet bijzonder uit, maar dat verandert volledig als we binnenkomen. In de centrale hal is het een en al pracht en praal, met prachtige mozaïeken en marmeren pilaren. ‘S Avonds vertelt de Française die het hotel runt, ons van alles over de mozaïeken en hoe ze het hotel heeft opgeknapt. Bijzonder is dat -als je goed kijkt- je in de mozaïeken ook afbeeldingen van andere godsdiensten dan de Islam terugvindt. Er zijn afbeeldingen van mensen en dieren (niet toegestaan in de Islam), een davidsster en boeddhistische afbeeldingen.

Middags lopen we de Medina weer in, en dwalen heerlijk rond. Als we een telefoonwinkel zien kopen we een lokaal sim-kaartje, waarna GoogleMaps ons verder de weg wijst, toch handig… We komen langs eindeloos veel winkeltjes, die kleding en kruiden verkopen, metaal bewerken, hout bewerken en natuurlijk de leerlooierijen waar Fès bekend om is. Tegen de tijd dat het donker wordt komen we weer terug inde wijk Rcif waar ook het hotel ligt.

Zondag beginnen we met een heerlijk ontbijt in het hotel, we krijgen alle aandacht, maar zijn ook, zover we kunnen overzien, de enige gasten. Wouter en Myrthe zijn helemaal happy want ze hebben internet en dat betekent nieuwe spelletjes op de I-pad. Na het ontbijt lopen we weer de Medina in en lopen langzaam richting station. We gaan vandaag met de trein naar Casablanca, een treinreis van ca. vier uur. Gepakt met wat stokbroodjes met ei die je hier voor een paar dirham koopt en een fles water gaan we de trein in. Helaas…., de trein is bomvol en alle zitplaatsen zijn al bezet (de trein komt uit Marakkesch). Mijn enthousiasme voor de trein wordt weer iets minder, maar gezellig is het wel en het doet me ook wel weer denken aan de Interrail reizen die ik vroeger met o.a. Ron maakte. Gelukkig hebben we het laatste stuk naar Casablanca wel weer een zitplaats.

In Casablanca worden we door een groot aantal taxichauffeurs aangesproken, de een wil nog meer dan de ander. Het is ook lastig, je hebt “Grand Taxi’s”, dat zijn meestal oude Mercedessen die met meerderen gedeeld worden en “Petit taxi’s” waar je met maximaal drie personen in mag (tenzij je extra betaalt natuurlijk…). We lopen eerst maar even weg van het station en vragen dan de weg. Het hotel dat we hebben uitgezocht ligt aan de kust bij Corniche, en er blijkt een bus naartoe te rijden. Bij het eindpunt van de bus is het toch nog wel een stukje lopen, en dat is anders dan het kaartje van de Lonely Planet aangeeft. Ook GoogleMaps geeft iets anders aan… Tot ik goed kijk, en zie dat als je bij. google ons hotel intypt, er een marker op de kaart verschijnt, met de naam van een ander hotel. Van de marketiers bij KPN heb ik begrepen dat dit de doortraptere marketing trucs zijn, waarbij je GoogleAdd-words koopt van de concurrent. Blijkbaar wordt de Lonely Planet ook geschreven met GoogleMaps… Het is nog wel een klein uurtje lopen, maar het is een leuke boulevard waar we langs lopen en Wouter en Myrthe hebben de grootste lol en rennen heen en weer. Als beloning gaan we maar bij de McDonalds eten die naast het hotel zit, het is al laat en we hebben wel genoeg gelopen.

Vandaag, maandag 13 oktober, lopen we eerst over een prachtig breed strand naar het mausoleum Sidi Bou Abderrahmane, dat vroeger alleen met laagwater bereikbaar was. We zien het al van ver liggen en het zijn een paar traditionele huisjes op een rots in de zee gebouwd. Er loopt nu een brug naar toe, maar het blijft een erg leuk mini dorpje en op de rotsen heb je een prachtig uitzicht op de oceaan.

Hierna nemen we de bus naar de Moskee Hassan II. Dit is de op twee na grootste moskee die van 1987 tot 1993 gebouwd is, deels boven het water, conform de koran die zegt dat Gods troon gebouwd is boven water. Het is een enorm gebouw, met titanium deuren zodat ze niet corroderen zo vlak bij zee en een dak wat open kan schuiven. Er kunnen 25 duizend mensen in met aparte ruimtes op de eerste verdieping voor vrouwen. De minaret is de hoogste ter wereld (200 meter), maar ondanks al de deze overtreffende afmetingen en dure materialen, kan ik het toch niet echt mooi vinden. Het is gewoon te groot, denk ik. Wel leuk is dat we er in kunnen met een rondleiding door een overigens verrassend westers uitziende vrouw die ons van alles over de moskee vertelt. Onder de moskee is nog een enorm badhuis, maar dat moet nog steeds in gebruik genomen worden, wordt elk jaar gepland, maar gebeurt steeds niet, begreep ik van onze gids. Ik moet Wouter ervan weerhouden om erin te springen, alhoewel, anders was dat in gebruik nemen ook meteen geregeld…

Na de moskee Hassan II lopen we nog een route die in de Lonely Planet staat beschreven, door centraal Casablanca langs mooie gebouwen uit de Franse koloniale tijd (Mauresque style, 1912-1924). de gebouwen zijn een mix van de Franse Art Deco en de traditionele Marokkaanse stijl. Leuk om langs te lopen en als we klaar zijn begint het al te schemeren. We nemen een trammetje naar het station en daar kunnen we bijna direct in een trein naar Rabat stappen (die, geloof ik, een heleboel vertraging had, want hij stond op geen enkel bord, maar hij reed we goed door). Het is lekker als we rond negen uur weer op onze boot aankomen, voelt toch echt een beetje als thuis komen.