I Weki No uit Suriname…

De afgelopen weken hebben we het maar druk gehad met allerlei leuke dingen. Er is ook zo veel te zien en het is ook steeds weer zo totaal anders dat we niet uitgekeken raken. Van bloggen is daarom niet veel gekomen, maar dat maken we nu goed. Dit is de eerste blog, binnenkort volgt de blog over onze tripjes naar Kabalebo en Bigi Pan. Het is wel een wat lange blog geworden….

In het nieuwe jaar maken we een aantal dagtochtjes in de buurt van Paramaribo. Vrijdag gaan we richting Frederiksdorp, een oude plantage waarvan de gebouwen zijn gerestaureerd. Frederiksdorp ligt aan de Commewijne rivier. We rijden over de Wijdenboschbrug naar de andere kant van de Suriname rivier waar we ook meteen geld kunnen wisselen bij een Cambio-kantoortje tegen een aanmerkelijk betere koers dan bij een geldautomaat. Daarna rijden we door naar Fort Nieuw Amsterdam dat op de monding van de Suriname rivier en de Commewijne rivier ligt. Hier is een openlucht museum. Het is erg interessant, er staan nog een aantal oude gebouwen zoals het kruithuis, maar er wordt ook heel veel verteld over de slavernij. Wij leren hier meer over de rol van de Nederlanders in de slavernij dan we tijdens twaalf jaar onderwijs hebben geleerd. Zo wisten wij niet dat de Nederlanders de slavernij 30 jaar later afschaften dan de Engelsen en de Fransen, maar ook het afschuwelijke verhaal van het slavenschip “Leusden” dat -nadat het maanden lang voor de kust van Afrika slaven had ingenomen om zo vol mogelijk te zitten- op 1 januari 1738 verging vlak voor de kust van Suriname bij de monding van de Marowijne rivier. De luiken van het ruim waar de slaven zaten waren dichtgespijkerd omdat de bemanning bang was dat ze door de slaven zouden worden overmeesterd… 667 slaven verdronken! Lijkt mij belangrijker dan de “heldendaad” van Michiel de Ruyter waar onze geschiedenisboeken over vol geschreven zijn. Helaas denken de historici die de onderwijsboeken maken hier blijkbaar anders over en kiezen zij ervoor de dark side van onze geschiedenis angstvallig verborgen te houden…

Als we weer terug lopen naar de auto zien we bij de politiesteiger een zeilschip liggen. Nieuwsgierig naar wie hier op dit mooie plekje ligt, lopen we erheen en het blijkt de Roque te zijn. Zij hadden motorpech toen ze de Suriname rivier opvoeren en hebben toen hun anker uitgegooid. Later zijn ze door een visser naar de politiesteiger bij Nieuw Amsterdam gesleept waar ze mochten blijven liggen, mooi plekje hoor! Wij zijn er 24 december in het donker langs gevaren maar hebben ze toen niet gezien.

We rijden verder naar Frederiksdorp. Bij Mariëndorp laten we de auto staan en steken de Commewijne rivier over met een Korjaal. Het is een prachtige omgeving, vlak, nat en zonnig. Inderdaad een ideale omgeving voor landbouw, maar dat zien we hier niet. De Plantage Frederiksdorp is net zo als de andere plantages verlaten of tot toeristenoord verbouwd. Zonde van de goede landbouwgrond, als we aan de eigenaar vragen waarom hier niets verbouwd wordt zegt hij dat het moeilijk is werknemers te vinden. Daarnaast ontbreekt de infrastructuur. Ten noorden van de Commewijne rivier zijn geen wegen en er is geen brug over de Commewijne rivier. Op Frederiksdorp bekijken we de oude politiepost die helemaal is hersteld en nu als hotel wordt gebruikt. Ook bekijken we de doctorswoning en de woning van de plantage eigenaar. Hoe belangrijker de bewoner, hoe hoger het huis…, het is maar wat je belangrijk vindt. De zoon van de eigenaar vertelt hoe zijn vader de plantage in 1976 heeft gekocht toen deze helemaal vervallen was, en deze met subsidie van het Nederlands cultuurfonds heeft hersteld als toeristenoord. Maar ook over de geschiedenis van de plantage en dat hier ooit zo’n tweehonderd slaven werkten….Het komt op ons onwerkelijk over, ook omdat er niets meer over is van de slavenverblijven. We eten nog lekker bij Frederiksdorp voordat we weer terugrijden naar Domburg.

Zaterdag 3 januari gaan we op bezoek bij Dennis de Smidt, een oud-collega van Roelof, die nu in Paramaribo leiding geeft aan een callcenter. Dennis en Karin hebben drie kinderen, en het klikt meteen met Myrthe en Wouter. Het is zo gezellig dat we die avond blijven eten, terwijl de kinderen in het zwembad spelen dat ze in de tuin hebben staan.

De dag daarna op zondag gaan we naar Fort Zeelandia. Op zondag worden er rondleidingen gegeven. We hebben zware regenval, maar een ontzettend leuke dame die ons veel kan vertellen over de geschiedenis van Fort Zeelandia. Het is indrukwekkend om hier te zijn terwijl je hoort over de rol die dit fort door de jaren heen in de Surinaamse geschiedenis heeft gespeeld. Vanaf het begin van de kolonisatie, toen de indianen leefden op de plaats van het huidige Paramaribo en helemaal niets van het Westen moesten hebben, tot de slaven die hier berecht werden en de december-moorden die hier zijn volbracht, zonder dat ze ooit zijn opgelost/onderzocht. Helaas bestaat de geschiedenis van dit fort grotendeels uit gruwelijkheden, en alhoewel het er nu keurig uitziet voelt het toch ook luguber aan. ’s Middags rijden we terug naar Domburg en eten een hapje bij Huib.

Maandag gaan we vroeg op pad naar Berg en Dal. Umro heeft hier samen met Just en zijn nicht een huisje en gevraagd of we niet een dagje langs wilden komen. Eerst rijden we naar Waterland waar een pakje voor Myrthe en Wouter van hun achterneef Jan Koops ligt. Roelof’s neef Martijn heeft het opgestuurd naar het haventje in Waterland waar wij later ook onze boot willen leggen, als we het binnenland in gaan. Myrthe en Wouter zijn erg nieuwsgierig wat er in het pakje zit. Bij Waterland vinden we inderdaad het pakje bij de beheerder. In de auto vallen Myrthe en Wouter op het pakketje aan, en het zit vol met Donald Duck’s! Het pakje van Jan valt erg in de smaak en de rest van de tocht hebben we geen kind meer aan ze, ze zitten aandachtig in de Donald Duck’s lezen. Jan, bedankt!

Het is 1,5 uur rijden en we zijn verrast hoe goed de weg is naar het binnenland. Maar hij is ook nog niet zo oud; in 2010 aangelegd. We komen aan bij Berg en Dal en Umro, Just en zijn nicht zijn er al. De kinderen hebben zich erg verheugd op een zwembad, dus dat is wat zij direct willen doen. Wij kunnen ’s middags een historische wandeling maken, maar uiteraard gaan we eerst een hapje eten. Het eten komt niet zo snel en wij zijn bang dat we niet op tijd voor de wandeling komen. Maar er wordt ons beloofd dat de wandeling niet zonder ons zal vertrekken. Dat blijkt ook wel logisch want we blijken de enige deelnemers aan de wandeling te zijn. Na het eten laten we de kinderen achter bij de nicht van Umro die wel op onze kids wil passen.
We stappen in een korjaal en varen een stukje de rivier op naar een open plek, waar nagemaakte slavenhutten staan en waar een soort activiteitencentrum is. Onze gids vertelt ons over de locatie, waar vroeger een plantage was. Ze laat ons de slavenhuisjes zien en vertelt hoe de bewoners hier vroeger leefden. Ook laat ze zien waar de overledenen op de berg werden begraven. Je kan aan de graven zien of het slaven zijn, met alleen een paal in de grond (ronde bovenkant = vrouw, bovenkant pijl = man en bovenkant hartvorm = kind) of missionarissen met een grafsteen. Ook vertelt ze hoe de slavernij werd afgeschaft en hoe de slaven werden vrijgekocht door de directeur van de Surinaamse bank die een relatie had met de toenmalige eigenaresse van de plantage en daarom ook op de berg ligt begraven. De tante van deze eigenaresse had veel grond vergaard, doordat ze met verschillende gouverneurs trouwde, die vervolgens steeds op mysterieuze wijze na 2-3 jaar om het leven kwamen… De grond van deze gouverneurs werd zo haar eigendom.

Op de berg hebben we mooi uitzicht op de omgeving en op de Brownsberg. We zien nog twee spechten, goudbruin met een mooie kam op het hoofd. En we zien hommels veel groter dan we ze in Nederland kennen, een spinnenhuis/web waar de spinnen samen in wonen, termietennesten (rond) en mierennesten (langwerpig) in de bomen. Daarna lopen we samen een pad terug naar de resort. En dan drinken we nog even samen met Umro en zijn familie wat bij de resort. De kinderen vermaken zich nog steeds prima in het zwembad. ’s Avonds rijden we in het donker terug naar Domburg, gelukkig is de weg goed en komen we veilig weer bij de boot aan.
Dinsdag rijden we naar Lelydorp waar een vlindertuin is. We zien er hoe ze vlinderpoppen kweken en die dan exporteren, maar ook een grote ruimte waar het vol zit met een enorme hoeveelheid verschillende vlinders. We krijgen een rondleiding, en behalve vlinderpoppen worden er ook schildpadjes en Boa Constrictors gekweekt. Het is leuk en we zijn er uren zoet, ’s avonds eten we gezellig met Coen en Joce van de Wildeman bij Huib. Woensdag is een rommeldagje dat we gebruiken om te zoeken naar een extra gasfles, met de kids naar de Intertoys gaan -die zo ontzettend duur is dat we niets kopen- en Roelof’s rugzak wegbrengen om te laten repareren op de grote markt.

Op donderdag 8 januari om 12 uur vertrekken we op weg naar het binnenland. Roelof gaat ’s ochtends vroeg nog naar de grote markt in Paramaribo om zijn gerepareerde rugzak op te halen. Gelukkig had hij een paar fotootjes gemaakt waar het was want het was op een enorme markt ergens links, rechts en achter een deur maar hij heeft het gelukkig weer terug gevonden. En ik was bezig om spullen te verzamelen, de kinderen te laten ontbijten en de boot netjes achter te laten in Domburg voor 3 dagen (vooral was buiten ophangen om te drogen en weer binnenhalen voor de bui, en dat diverse malen herhaald).

Over de “highway” was het iets meer dan 2 uur rijden naar Atjoni, net ten zuiden van het Brokopondo stuwmeer. Daar stopt de weg gewoon aan de Suriname rivier. Wij kwamen om half drie aan en de boten naar Botopasi waren al weg. Maar we konden nog met een andere korjaal meevaren, een mooie roze die naar Pikin Slee (dorpje in de buurt van Botopasi) ging. Nadat er ook duizend kilo cement aan boord was gedragen (om in een dorp een gebouwtje voor een rijstpel machine te bouwen) vertrokken we om ongeveer half vier. Ook benzine tanks gingen mee en bagage van ons en nog een familie. De lading en bagage ging onder een groot zeildoek tegen de regen. Dat bleek later ook erg nuttig…

Het gaat razend hard met zo’n korjaal, zelfs tegen de stroom in. Verder de rivier op kwamen we steeds meer rotsen tegen en op een gegeven moment moesten we uitstappen bij een stroomversnelling. De korjaal kwam er niet overheen door het enorme gewicht van al het cement dat er mee was. Van een andere korjaal kwam er direct hulp aan, en ook een andere bootsman zwom er direct heen. Er werd met man en macht aan de korjaal getrokken om hem droog en heel over de stroomversnelling heen te krijgen.

En warempel, wie kom ik daar midden in Suriname, staand op een paar rotsen naast de stroomversnelling tegen: mijn collega Jetty van het LUMC. Dat was een enorme verassing. Zij was net op een tocht uit het binnenland terug naar Atjoni aan het varen en ze logeert bij haar vader in Paramaribo. Het was heel kort maar erg leuk. Het lijkt wel of we hier in Suriname meer collega’s tegen komen dan in Leiden; Hetty is voor mij de eerste maar Roelof heeft hier al 3 collega’s ontmoet. Even later krijgen we op de rivier een plensbui. Of je nou regenkleding hebt of niet, je wordt heel erg nat. Maar het is gelukkig niet koud. Verder zien we op de rivier nog een ijsvogel en springende visjes.

We varen langs diverse inheemse dorpjes waar de nazaten leven van de vroegere Marrons, weggelopen slaven, die zich diep in het oerwoud hebben verstopt. Er is veel vertier aan de waterkant, er wordt gezwommen, gewassen, de afwas gedaan, enzovoort. De Saramacaners varen zelf ook in kleine korjaals met peddels, dat is wel een stuk zwaarder dan met onze 50 pk motor. Om 18.30 uur als ik het toch wel koud begin te krijgen komen we na diverse stroomversnellingen en dorpjes aan bij Hotel Botopasi waar we heel hartelijk worden ontvangen door Haidy de eigenaar, Ian de gids en Pieter een belg die hier ook al 2 jaar als vrijwilliger helpt.

We krijgen een hut zoals Marrons die in het oerwoud ook hebben, van hout met een bladerdak (maar wel met plastic zeil in de top, want kennelijk vertrouwen ze zelf het bladerdak ook niet helemaal). Er staan 3 bedden in, twee enkele voor de kinderen en een twijfelaar voor ons. Daarachter is nog een ruimte met een toilet en een douche met water uit de rivier. We doen droge kleren aan en dan gaan we naar het hotel waar we een rondleiding krijgen en waar we heerlijk eten. Er is ook een Duits stel uit Berlijn aanwezig en we eten gezellig samen. Rijst met kip, zoute vis en kousenband en salade.

’s Avonds is er elektriciteit bij Botopasi, want dan staat de generator aan van zeven tot elf uur. Dan is er ook licht in ons huisje, daarna gaat de generator uit en is het donker tot het ochtend wordt. Als er elektriciteit is kijken we ook een film uit 1928 over hoe de Saramacaners of Marrons toen leefden, over de mislukte spoorweg en stoomtrein van de heer Lely uit de tijd dat de goudkoorts er nog was, en hoe ze brood bakken van de cassavewortel door die helemaal te raspen, te malen en te drogen, enzovoort. En ook hoe ze varen over de rivier en hoe ze vis vangen door het sap van de mangrove in de rivier te laten lopen waardoor de vissen bedwelmd raken en ze dan stroomafwaarts uit het water te pakken. Super interessant allemaal. De kinderen waren ondertussen al naar bed gegaan. Ze lagen diep in slaap toen wij naar bed gingen. Midden in de nacht horen we een enorme knal. We zitten rechtop, dat verwacht je hier niet midden in de jungle… Daarna nog acht knallen die klinken als vuurwerk. De volgende dag hoorden we dat dit de afsluiting van oud en nieuw was. Gezien het geknal dat we in Paramaribo al hebben meegemaakt, wel een passende afsluiting.

Vrijdag (9 januari) maken we na een heerlijk ontbijt met broodjes, een prachtige wandeling. Er is hier vroeger ook al groente verbouwd, maar de meeste kostgrondjes zijn weer verlaten en weer ingenomen door het oerwoud. Nu is het dus een jungle die gemiddeld zo’n 150 jaar oud is. Secundair bos noemen ze dat. Je ziet dat aan de vegetatie die ook nog op de grond staat omdat er nog best veel licht door de bomen op de grond komt. Maar er is een goed pad waar wij kunnen wandelen. Ian de gids is met ons mee en vertelt ons over hoe ze van de palmbladeren een dak bouwen, welke bladeren gebruikt kunnen worden als paraplu, hoe je lianen vrij kan maken en bewerken, zodat je ze als touw kan gebruiken en laat ons zien hoe je met de telefoonboom kan bellen. We zien ook rozen die door vrouwen worden gebruikt om te desinfecteren. En op een plek waar ze bomen hebben gekapt voor plantengroei staat een hele mooie bloem, waar heel even een kolibrie voor hangt. De prachtige blauwe vlinders (zo groot dat het wel vliegende boeken lijken) fladderen door het bos en lichten met hun fluoriserende kleuren op in het donker. Ook zien we in de modder bij een kreek nog sporen van een tapir. Maar verder is er niet veel wild te zien, want veel wild wordt hier voor gebruik in de dorpen afgeschoten.

Dan gaan we terug, want Wouter en Myrthe willen toch niet helemaal Freek worden (ook al zijn ze wel blij dat ze vandaag niet gewoon op school zitten). Wouter is inmiddels dikke maatjes met Ian geworden en mag zo nu en dan zijn kapmes vasthouden om planten door te slaan. Maar Hij moet ook zijn best doen om alles wat Ian vertelt over de jungle te onthouden want hij wordt samen met Myrthe steeds weer aan de tand gevoeld of ze wel onthouden hebben wat hij heeft verteld.Op de terugweg hebben we de paraplubladen echt nodig en komt er een stevige tropische bui over ons heen. We wandelen terug en worden door de korjaal opgepikt en terug naar het hotel gebracht. Daar krijgen we een lekkere lunch met bami, kip en komkommer.

Goed moment om Myrthe’s haar weer eens helemaal vlechtvrij te maken en te wassen. Wat een klitten zaten daarin. Misschien wil de vrouw die hier kookt er nog nieuwe vlechtjes in zetten. Echter daar komt niets meer van zodra de zoon van eigenaar Haidy met een vriend langskomt. Dan gaan de kinderen allemaal samen zwemmen, voetballen, dammen en schaken. Grappig dat ze zo met elkaar kunnen kletsen in het Nederlands hier midden in de jungle.

In de avond na het eten maken we met Ian nog een kaaimannentocht. De kaaimannen zijn ongeveer een meter lang en liggen langs de rivier. Je ziet hun ogen rood oplichten als je er met een zaklamp naar toe schijnt. Maar echt dichtbij komen we niet want dan vluchten ze het water in. Overdag zie je ze niet, dan liggen ze iets hoger in het struikgewas te rusten. Als we na 5 kaaimannen, vuurvliegjes, mist boven het water en een fraaie sterrenlucht terugkeren naar onze hut, is Wouter al in slaap gevallen en ontdekken we een huisdiertje in onze hut. We noemen hem snoepie, een lief muisje dat tussen onze spullen aan het snuffelen is.

Midden in de nacht valt er een van de latten onder de matras vandaan, wat een klap geeft dat! Maar gelukkig is het bed niet verder uit elkaar gevallen en kunnen we gewoon verder slapen. In de ochtend klopt Haidy op de deur. Hij wil afrekenen, blijkbaar heeft hij geld nodig om boodschappen te doen want hij gaat naar Paramaribo en de korjaal naar Atjoni ligt al te wachten om te vertrekken. We rekenen af voor ons totale verblijf.

Wij gaan na het ontbijt naar Pikin Slee, een Marrondorp iets hoger aan de rivier, ongeveer een kwartiertje varen. Daar zien we eerst hoe een korjaal wordt gebouwd. Deze wordt uit één stuk van een hardhouten boom gemaakt. Eerst wordt de boom uitgehakt, daarna wordt hij verhit/gebrand zodat het hout zacht wordt en ze hem wijder kunnen maken. Dan worden lange planken als zijkant samen met de knieën (half ronde spanten) tegen de uitgeholde bodem aangemaakt. Als laatste komen de stoeltjes erin. Klaar is hij 4000 SRD (1000 euro). En dan moet je voor nog eens zo’n zelfde bedrag een buitenboordmotor kopen om er mee te kunnen varen. Maar dan kan je er ook goed geld mee verdienen want een enkele reis kost zeventig SRD en er passen wel twaalf tot zestien mensen in de boot. De bootsmannen zijn hier dan ook het rijkst.

In het dorp, dat veel groter is dan we gedacht hadden (er wonen ongeveer vier duizend mensen), zien we diverse offerplaatsen, veel huisjes in oude stijl, maar vaak met golfplaten als dak ipv de oorspronkelijke dakbedekking uit het oerwoud. Er is een kunstenaar hard aan het werk om uit stukken hardhout bankjes krukjes en tafeltjes te maken. Ze zien er prachtig uit, jammer dat ik die niet mee kan nemen op de boot.

Ook zien we er een auto staan. Heel bijzonder want er is geen weg en daar kan je hier midden in de jungle niet veel meer mee dan door het dorp rondjes rijden. We vragen ons af hoe die hier gekomen is. Ian legt uit dat ze die op twee korjalen vervoeren. Je legt wat planken tussen twee korjalen en daar worden dan auto’s maar ook tractors mee vervoert. Ze doen dat alleen met hoogwater anders zijn de doorgangen in de rivier niet breed genoeg. Ongelooflijk, we vragen ons af hoeveel van die auto’s er vanaf vallen maar we hebben niks zien liggen, gaat blijkbaar dus meestal wel goed…

Dan gaan we naar het Saamaka Marron Museum van Pikin Slee. Bij de ingang staat een traditionele toegangspoort om het kwaad buiten te houden, een “Azan Pau”. Mannen lopen hier links onderdoor en vrouwen rechts. In het museum leren we hoe vrouwen en mannen gekleed gaan, als je nog niet getrouwd bent en daarna; hoe ze wonen en leven en over de regels en wetten zoals de Saramarcanen deze afspreken met de zelf gekozen Graama en Kapiten. Het is indrukwekkend hoe ze hier met toch zo veel mensen toch ook nog zo anders leven. Mannen hebben meerdere vrouwen, hoe meer vrouwen hoe meer aanzien. Voor elke vrouw moet er wel een huisje zijn en een stukje grond, een kostgrondje, om eten te verbouwen. Ongeveer een keer per week komt de man dan langs, hij wordt dan door de vrouw gewassen, krijgt te eten blijft een paar uurtjes slapen en vertrekt dan weer naar zijn eigen huisje. Verder de gebruiken over het offeren, de offerplaatsen “Faaka Pau”, en de goden. Zo moet je vooral niet iets uit het water pakken als je het voor de tweede keer opnieuw in het water hebt laten vallen. Dan wil de watergod het hebben en als je het dan opnieuw uit de rivier vist is het hommeles.

Het gekke is dan wel weer dat de winkeltjes veel westerse spullen verkopen. Zo lijkt iedereen wel een mobieltje te hebben. Er staan veel mobiele telefoonmasten en we kunnen overal bellen en internetten. Kennelijk is dat tegenwoordig belangrijker dan elektriciteit die er alleen ’s avonds is. Dus ook geen koelkasten of koud bier! Het afval verbranden ze zelf; ook weer iets minder gezien de hoeveelheid plastic van het verpakkingsmateriaal van de drankjes dat mee wordt verbrand en waarvan de as de lucht in gaat en vervolgens met de regen weer wordt opgevangen en als drinkwater wordt gebruikt! Maar aan de andere kant wonen er hier ook niet zo veel mensen…

Die middag hangen we verder lekker rond in het hotel en zwemmen de kinderen. Er komen meer gasten en we zien Reece en Anneke, die zelf ook een lodge hebben in Paramaribo en samenwerken met Conny en Haidy. ’s Avonds is het erg gezellig met zijn allen aan tafel. We kletsen wat af terwijl de kinderen in de hangmatten in slaap vallen. Gelukkig zijn ze later op de avond nog mee te bewegen naar onze hut even verderop, alhoewel Wouter er echt niet tegen kan om wakker gemaakt te worden. Dat mondt steevast uit in een stevige boze bui. Maar tegen de tijd dat we bij het huisje aankomen, met Wouter al spartelend en schreeuwend in de brandweergreep bij Roelof op de nek, is de boze bui al weer over en wacht onze huismuis Snoepie op ons. Liever Snoepie op de kamer dan de vogelspin die Pieter in zijn hotelkamer heeft. Dus wij vallen rustig in slaap.

Zondag 11 januari gaan wij weer terug naar Domburg. Na het ontbijt worden we uitgezwaaid bij Botopasie en Wouter belooft Ian dat als hij klaar is met school, hij nog een keer terug komt om ook het vak van gids te leren. Onderweg in de korjaal zie ik nog een kaaiman liggen op een strandje. De stroomversnellingen die we nu mee hebben zijn toch behoorlijk spannend voor de bootsman en de peddelaars voorin moeten af en toe even goed afduwen. Vijf uur later zijn we weer terug in Domburg. De accu’s zijn nog meer dan 90% vol, dus de zon heeft haar best gedaan. Het is een gezellig weerzien met Joce en Coen. Er is ook nog een Belgische solozeiler aangekomen. Later komen ook Retna en Akash nog langs en de kinderen spelen samen heel leuk het spel Mister X.

Morgen gaan we even wassen, bijkomen etc. en dinsdag gaan we samen met Howy richting Kabalebo voor een volgende reis naar het binnenland. Kortom we vermaken ons uitstekend in Suriname, wat zoveel verschillende gezichten heeft dat het ons blijft verassen.

 Suriname

Na een eerste week Suriname zijn we weer bijgekomen van de oversteek, en ook weer tijd voor een blog. Ik begin op 22 december twee dagen voordat we aankwamen. Wel een beetje lange blog, maar ach het is nieuwjaar…


Als Aranka ’s ochtends vroeg rond zes uur wakker wordt om de wacht over te nemen ontdekt ze dat Myrthe 39,5 graden koorts heeft en klaagt over kramp in haar nek. Ze heeft een wondje aan haar voet dat al een paar dagen aan het ontsteken is, op zich niets verontrustends maar bij elkaar schrikken we er toch behoorlijk van omdat dit ook de symptomen zijn van hersenvliesontsteking en dat is nou net iets wat je niet 400 mijl van de kust mee wilt maken. Bovendien zijn we allebei behoorlijk moe waardoor we waarschijnlijk ook nog wat emotioneler reageren dan als we goed uitgerust waren. We bespreken samen wat we het best kunnen doen en besluiten dan dat we de Radio Medische Dienst via de Nederlandse Kustwacht bellen. Hiervoor hebben we tenslotte een satelliettelefoon bij ons. We krijgen de Kustwacht te pakken maar net als de arts is opgepiept en we zijn doorverbonden verbreekt de verbinding. Blijkbaar is er even geen satelliet boven ons…

Na ongeveer een half uur lukt het om acht uur ’s ochtends opnieuw om verbinding te maken met de Kustwacht. Ik sta ervan te kijken hoe goed we geholpen worden. De Kustwacht heeft inmiddels uitgezocht dat, mocht er een evacuatie nodig zijn, dit het beste vanuit Cayenne (Frans Guyana) georganiseerd kan worden en adviseert ons richting Cayenne te varen. Daarna worden we met de arts van de Radio Medische Dienst doorverbonden die een aantal vragen stelt en gelukkig niet denkt dat het iets met hersenvliesontsteking te maken heeft. Myrthe is helder en kan haar kin op haar borst leggen en dat past niet bij het beeld van hersenvliesontsteking. Wij spreken af om twaalf uur opnieuw te bellen om te kijken hoe de situatie dan is. Voor de zekerheid houden we toch maar de koers van Cayenne aan, “better safe than sorry” in dit geval. Ondertussen ben ik ook nog jarig en Wouter heeft zich daar ook op verheugd, maar mijn hoofd staat er nu echt niet naar. We spreken af dat we eerst maar even afwachten tot twaalf uur hoe het met Myrthe gaat en dat we, als het dan beter gaat, mijn verjaardag vieren. Gelukkig knapt Myrthe in de uren daarna op. Haar koorts neemt af tot 39.0 graden en ze voelt zich ook beter dan ’s ochtends vroeg. Om twaalf uur bellen we opnieuw met de Radio Medische Dienst en de arts vindt ook dat Myrthe vooruit is gegaan en dat we door kunnen varen richting Paramaribo. Aranka en ik zijn erg opgelucht. Gelukkig knapt Myrthe in de loop van de dag steeds verder op, wat toch het mooiste cadeau op mijn verjaardag is. Je realiseert je op zo’n moment wel hoe alleen je bent midden op de oceaan en wij waren dan ook erg blij met de hulp van de Kustwacht en de Radio Medische Dienst van de KNRM.

Voordeel van vier uur richting Cayenne varen is wel dat we eindelijk uit de eddy’s zijn en de Noord Equatoriale Stroom mee krijgen die langs de Zuid Amerikaanse kust naar het noorden stroomt met ruim twee knopen En dat scheelt een heleboel vergeleken met de knoop tegenstroom die we hiervoor hadden!.
’s Middags versiert Aranka de boot nog van binnen en eten we een lekker slagroom gebakje dat ze tussen de bedrijven door ook nog heeft klaargemaakt. Het is wel een rare verjaardag zo midden op zee, maar we zijn met zijn allen vooral blij dat Myrthe weer beter wordt. Ze begint al weer ongehoorzaam te worden, dat is voor ons het teken dat ze echt beter wordt…
’s Avonds krijgen we ook nog onze eerste squall over ons heen, met ruim dertig knopen wind en echt HEEEEEL VEEEEEL regen. We hebben de zeilen gereefd en varen met alleen een dubbel gereefd grootzeil. Toch vliegen we over de golven terwijl de zee wit oplicht van de enorme bak regen die erin klettert. Nou ja, alles is weer schoon en wij hebben ook weer een douche gehad. Gelukkig is het niet koud, en de rest van de nacht blijft het rustig en kunnen we weer wat slapen. Wel houden we twee reven in het grootzeil, je weet maar nooit wat er zo op je af komt.
Na een eerste week Suriname zijn we weer bijgekomen van de oversteek, en is er ook weer tijd voor een blog. Ik begin op 22 december twee dagen voordat we aankwamen. Wel een beetje lange blog, maar ach het is nieuwjaar…

Dinsdag ochtend zien we opnieuw een donkere lucht op ons af komen. We krijgen nu niet een maar zeker tien squalls achter elkaar over ons heen. De ene is nog niet voorbij of de volgende dient zich al weer aan. Als de lucht opklaart na de laatste squall zijn we er ook wel klaar mee. We zijn nu wel schoon genoeg geregend. We varen een paar uur lekker op één oor. Alhoewel we inmiddels langs de kust van Suriname varen, geeft Suriname zich nog niet prijs. Het ligt onder een dik pak wolken dat langzaam onze kant op komt. In de middag komen we onder deze donkere lucht en krijgen we opnieuw een regenbui over ons heen. Het lijkt geen squall te zijn want deze bui duurt langer, een paar uur, en er zit ook niet zoveel wind onder en hij komt uit het westen en niet uit het oosten. In de loop van de nacht wordt het weer rustig en varen we heerlijk onder een prachtige sterrenlucht richting Surinamerivier. Net voordat we bij de aanloop van de Surinamerivier zijn krijgen we nog een laatste squall over ons heen, nou ja, het schiet wel lekker op onder zo’n bui. Na deze squall valt de wind weg en bij de uiterton halen we de zeilen weg. Op de motor varen we de rivier op. De Surinamerivier is goed betond maar het is even wennen dat ze het IALA-B systeem gebruiken, waardoor we de rode boeien aan stuurbord moeten houden in plaats van bakboord zoals we in Europa gewend zijn. We melden ons netjes aan bij de MAS (Maritieme Autoriteit Suriname) die ons meldt dat er twee zeeschepen de rivier af komen en dat we daarvoor uit de weg moeten. De rivier is diep genoeg dus geen probleem denken we… We schrikken ons een ongeluk als we net buiten de betonning rakelings langs een rijtje vissersstaken varen. Twintig meter meer naar stuurbord en we hadden in de netten gezeten. Snel sturen we weer wat dichter richting de vaargeul.

We hebben veel stroom mee en varen tien knopen over de grond. Aangezien we aan het eind van de vloed zitten hebben we het plan om te ankeren bij het fort Nieuw Amsterdam en daar te wachten op het volgende opgaand tij. Als we echter bij Nieuw Amsterdam komen hebben we nog steeds meer dan drie knopen stroom mee. Bovendien is het nog steeds donker. Aranka oppert het idee om maar direct door te varen naar Domburg. Als we een keer voorbij Paramaribo zijn komen we ook met tegenstroom wel in Domburg, denken we, en het is wel heel aantrekkelijk om nu in een keer door te varen zodat we er ook echt zijn. Veel tijd om te besluiten hebben we niet, we vragen de MAS toestemming om door te varen en dan zijn we al voorbij Nieuw Amsterdam gespoeld.

Net voordat we bij Paramaribo aankomen wordt het licht. Dit is het moment waar ik al zo vaak aan gedacht heb, en waar we de afgelopen dagen zo naar toe hebben geleefd: na de Atlantische oversteek de Suriname rivier op varen. Dat is toch de allermooiste manier om aan land te komen? Alhoewel we allebei ook doodmoe zijn, genieten we intens van dit moment. Het voelt onwerkelijk om hier nu met ons eigen schip deze rivier op te varen, en we zeggen nog maar eens tegen elkaar dat we er echt zijn! Nee dit is niet de Maas of de Waal, dit is de Suriname Rivier!

Dan horen we op de marifoon een oproep van een zeiljacht dat door een losgeslagen duwbak van zijn anker is geslagen. De MAS reageert zeer rustig in tegenstelling tot de zeiler die door de duwbak aangevaren is… De duwbak drijft een paar mijl voor ons. Ik pak de verrekijker, en ja hoor daar dobbert een enorme bak op de rivier. Even oppassen dus als we er voorbij varen. We varen langs de Goslar, een Duits schip dat in de tweede wereldoorlog door de bemanning tot zinken is gebracht toen ze door het Surinaamse leger gevangen werden genomen. Nu, ruim vijftig jaar later, zijn ze er nog steeds niet uit wie de berging moet betalen…

We moeten nog flink naar stuurboord bijsturen om onder de hoogste doorgang van de Wijdenbosch brug door te varen, want het stroomt nog steeds hard. En dit blijft het ook doen tot we in Domburg zijn en daar aan een mooring afmeren. Dus goede keus geweest om direct door te varen en heerlijk om “er te zijn”. Nadat we liggen, de zeilen netjes opgedoekt, openen we om een uur of negen ’s ochtends een fles champagne. Twee glaasjes hebben op Aranka een total knock-out effect en die zien we dan ook de rest van de dag niet meer.

Eerste kerstdag eten we bij het restaurantje dat bij de moorings ligt. Als we naar de kant varen zien we dat een ander zeiljacht veel te dicht bij de kant ligt. De eigenaar van het restaurant (Huib) is inmiddels zijn boot aan het halen om het jacht op te halen en aan een andere mooring te leggen. Er is nog een handje nodig en dus stap ik ook aan boord en varen we naar het losgeslagen zeiljacht toe. We halen de mooringboei binnen en het blijkt dat een grote harp is los gegaan waardoor het jacht nu alleen nog aan een stuk touw en een een stuk staalkabel hangt. We brengen het schip naar een andere mooringboei en leggen hem weer vast. Het is jammer dat Wouter niet mee mocht op deze rescue actie, want de boot van Huib vaart echt super hard over de rivier, dat had Wouter fantastisch gevonden.
Het eten is heerlijk, we eten vissoep, kip, vis en een lekkere groentemix. Het is gezellig en we leren een heleboel over Suriname. Het is een gezellige mengeling van zeilers, mensen die op de grote vaart hebben gewerkt en de eigenaar Huib die boer is geweest.

Tweede kerstdag huren we een autootje voor slechts Euro 10,00/dag. We rijden richting Paramaribo en laten onze crewlist afstempelen bij de vreemdelingenpolitie (deel één van drie). Daarna rijden we naar het centrum en lopen daar een paar uur rond. Het is een heel bijzondere stijl, al die houten huizen, maar het maakt ook een vervallen indruk. Een likje verf zo hier en daar zou wonderen doen! ’s Avonds rijden we nog langs Waterland, een jachthaven iets verder op de rivier. Mijn neef Martijn heeft hier een pakketje naartoe gestuurd en we willen hier later onze boot leggen als we het binnenland in gaan. We komen er wel, maar ik geloof dat we niet helemaal de gebruikelijke route nemen. We rijden over een pad met enorme kuilen en plassen. Wonder boven wonder houdt onze oude Toyota het vol, waarschijnlijk wel met een paar kale plekken onder de bodem… De eigenaar van Waterland, Noel is bijzonder vriendelijk en heeft een kerstdiner georganiseerd. Het ziet er heerlijk uit en hij heeft nog wel een tafeltje over, en dus zitten we even later aan een heerlijk kerstdiner. De haven ziet er prima uit en we reserveren meteen een plek voor januari.

’s Avonds komen we terug in Domburg waar we met “de stamgasten” nog wat drinken. Al met al een bijzondere maar ook erg leuke kerst!

Zaterdag gaan we op bezoek bij mijn neef Michel die samen met zijn vrouw Karin en pas geboren zoontje Tobias in Paramaribo woont. Wist ik ook niet, de familiebanden aan de Crevecoeur kant zijn niet erg hecht, maar van een collega die ook in Paramaribo woont hoorde ik al dat er een Crevecoeur in Paramaribo woonde en later hoorde ik via mijn ouders dat mijn Neef inderdaad hier woont. Leuke verassing dus! We maken nu voor het eerst echt kennis met het verkeer in Paramaribo en komen zeker een uur later aan dan gepland. Maar het is erg gezellig en we leren weer een heleboel over Suriname en het werk dat zij hier doen, en het is natuurlijk leuk om de jongste Crevecoeur-en telg van de familie te zien!

Als we met Michel en Karin over Suriname praten valt het ons op hoe sterk Suriname en Nederland nog aan elkaar verbonden zijn, maar ook hoe moeilijk de verbinding tussen Suriname en de rest van zuid Amerika is: Veel van de wetten zijn op Nederlandse wetten gebaseerd, maar ook het vervoer; de snelste route van Paramaribo naar Buenos Aires is via Amsterdam, vrijwel alle spullen worden via Amsterdam geïmporteerd omdat er vanuit andere landen nauwelijks vrachtschepen varen op Suriname. Ook over de weg is de route naar de rest van Zuid Amerika niet echt makkelijk, via Frans Guyana moet je je auto verschepen om in Brazilië te komen en last but not least de mensen spreken Nederlands en ook goed Engels maar nauwelijks Spaans en Portugees, wat toch wel onhandig is in Zuid Amerika. Dan lijkt mij een oplossing zoals voor Frans Guyana die onderdeel van de EU zijn toch handiger…

Zondag is Wouter jarig en dus is het feest! We gaan naar Colakreek waar je lekker kan zwemmen in helder, maar Cola kleurig water. Ook is er voldoende speelruimte. We versieren de eet-bank met vlaggetjes en alhoewel de taart ontbreekt is het toch heel feestelijk! Aranka en ik genieten van de rust en de tijd om lekker een boekje te lezen. De omgeving is prachtig, er vliegen mooie vogels rond en we horen allerlei oerwoud geluiden. Kortom een heerlijk dagje uitrusten!

Over maandagochtend moeten we het maar niet al te lang hebben. We probeerden deel twee van drie maal inklaren af te ronden. Helaas…, het ministerie waar ze toeristenkaarten afgeven had besloten dat ze een middagje vrij hadden, dus toen wij om tien voor twaalf aankwamen waren ze al niet echt geneigd ons te helpen. Toen we ook nog onze toeristenkaart in Surinaamse Dollars wouden betalen werd het luikje letterlijk dichtgegooid. Alleen euro’s en dollars werden geaccepteerd, hoezo onafhankelijk?! Wat een bureaucratie, twee uur voor niets in de auto gezeten, bah! Morgen weer een kans. Nou dan maar een lekkere taart halen want vanmiddag geeft Wouter nog een feestje in Domburg, had ie zelf bedacht en hij heeft de stamgasten ook zelf uitgenodigd. Het is nog wel een stukje lopen maar dan vind ik bij Hollandia een echte ouderwetse Hollandse slagroomtaart. Als we terug zijn bij de boot bak ik ook nog een chocolade cake. Het restaurantje hebben ze helemaal versierd met ballonnen voor Wouter en zijn feestje wordt erg gezellig. Akash, een jongetje van Wouter zijn leeftijd is er ook, en al snel spelen ze met zijn drieën en hebben we geen kind meer aan ze. Dinsdag probeer ik alleen het inklaren opnieuw te doen. Ik ben wat vroeger en sta ook iets korter in de file. Nu ik euro’s bij me heb is de toeristenkaart snel geregeld. Er wordt nog wel gevraagd waar de rest van de crew is, maar als ik overtuigend zeg dat die volgens de dienstdoende ambtenaar die gisteren dienst had, helemaal niet nodig is, is het zo ook goed, zucht… Nu moeten de paspoorten nog gestempeld worden. Volgens de reisgids moet dit bij de vreemdelingenpolitie, maar volgens de dienstdoende ambtenaar moet dit bij de Immigratiedienst die bij de Military Police is gehuisvest. De laatste zit vlakbij en even later ben ik klaar met inklaren. “U kunt nu van uw vakantie gaan genieten”. Mooi, dat is dan toch nog gelukt in 2014. Ik rij ook nog even langs bij het hotel van Umro, een collega die gisteren is aangekomen voor een vakantie in Suriname. Erg leuk om hem hier te ontmoeten en hij heeft ook wat onderdelen voor ons meegenomen zoals breekpennen van de buitenboordmotor, een kabel voor de buiten marifoon die kapot is gegaan en een roei-dongel voor de dinghy die was afgebroken. Wat is dat Internet toch makkelijk, alles te krijgen.

Ondertussen hebben de kinderen ontzettend hard aan school gewerkt en is nu dan eindelijk de kerstvakantie aangebroken! En niet zo maar een kerstvakantie, maar een van vier weken, waar krijg je dat nou nog? ’s Avonds blijft Akash, een vriendje van Myrthe en Wouter bij ons logeren, wel makkelijk dat ze elkaar gewoon kunnen verstaan. Akash kijkt zijn ogen uit en vindt het maar wat gaaf om op een schip te slapen.


Dinsdag is het oudjaar en gaan we naar Paramaribo voor het betere knalwerk. Gewapend met oordopjes en (zonne-) brillen rijden we naar Paramaribo. Het valt mee met de drukte en nadat we Akash bij zijn ouders hebben afgeleverd lopen we richting Domineestraat waar het spektakel om twaalf uur ’s middag start. Nou het was inderdaad oorverdovend, wat een enorme hoeveelheid lawaai en herrie! Howard had ons gewaarschuwd, en terecht. Toch is het leuk om een keer mee te maken,maar na een uurtje heeft Wouter het wel gezien en met name gehoord. Op de terugweg zien we nog een drumband, acrobaten die door hoepels springen en motoren die een burn-out maken, kortom een en al spektakel! Tussen de menigte komen we ook nog Dennis de Smidt tegen die hier werkt en ook andere zeilers die ook in Domburg liggen komen we tegen. Alhoewel het gigantisch druk is, is Paramaribo toch ook weer heel erg klein, je komt elkaar makkelijk tegen. ’s Middags gaan we naar de Palmentuin en als we wat drinken bij Zus & Zo, komen we ook nog een tweede collega, Wilko aan de Meulen tegen die Wouter nog gezien heeft toen hij pas geboren was, en hier nu op bezoek is bij zijn dochter die stage loopt n Paramaribo. Een grappig en onverwachts weerzien! Later op de middag ontmoeten we last but not least ook nog Umro die hier ook op vakantie is. Het is erg gezellig en erg interessant om van Umro te horen hoe hij nu Paramaribo ervaart nadat hij er ruim tien jaar niet geweest is. Wel bijzonder, om hier in Paramaribo zo veel bekenden en collega’s te ontmoeten, ik heb het idee dat ik hier meer kpn-ers tref dan op een zonnige dag op het Plein…
Aan het eind van de middag rijden we terug naar Domburg, de stad zit helemaal vast met mensen die of de stad uit willen of er alsnog in willen. Op de valreep vinden we ook nog de laatste vier oliebollen in Paramaribo, ze smaken er niet minder om, heerlijk!

’s Avonds is het gezellig met mede zeilers en de stamgasten van& het restaurantje bij de moorings. Vanuit Domburg iedereen een heel goed en gezond 2015 gewenst!