Andersomdag

“Nee hoor, ik sta vandaag niet op!”
22 maart 2015 is het andersomdag. Maar wat is andersomdag dan? Vandaag zijn Myrthe en Wouter de baas en moeten wij luisteren. Nou dat is prima, want naar mijn mening is dat slechts een formalisering van de feitelijke situatie…. Maar voor ons een voordeel, Aranka en ik kunnen nu natuurlijk ook gewoon niet luisteren zoals dat op gewone dagen sporadisch ook wel eens gebeurt. Dus als Wouter mij sommeert op te staan zeg ik, “Nee hoor, ik sta vandaag niet op!”, maar dat vindt Wouter niet leuk. Zo is het spel niet leuk meer.

    Myrthe heeft een hele lijst gemaakt van dingen die ze vandaag kunnen doen:

  1. Wouter gaat ons naar de stad varen en naar internet cafe (eten drinken)
  2. even rond kijken
  3. terug en zwemmen
  4. TV kijken met zijn allen
  5. het spel Magikus

Verder maken we een lekker ontbijt voor Myrthe en Wouter. We hebben eerst een hoop lol maar uiteindelijk heeft Aranka er genoeg van en krijgt ze ruzie met Myrthe. En tsja… heb je ruzie met Myrthe dan heb je ook ruzie met Wouter.

Verder is dan wij dachten
’s Avonds is er ook nog een BBQ op het strand voor alle jachten. We ontmoeten de bemanning van de Take Off, een Zweedse boot en ook nog een Duitse boot die hier met gasten rondvaart. Altijd weer leuk om de bemanning van andere boten te ontmoeten en hun verhalen en ervaringen te horen. Volgens Jorgen van de Take Off is het te ver om in een dag van Martinique naar Antigua te varen. Dat hebben wij morgen op het programma staan, dus nog maar even goed op de kaart kijken hoe ver het nu precies is… Alhoewel het gezellig is, komt de BBQ op ons ook wel erg Amerikaans over. Bovendien zijn de kinderen moe en dus gaan we niet al te laat terug naar de boot. We kijken nog even naar het weer en hoever het naar Antiqua is. Dat is inderdaad toch nog wel iets verder dan wij dachten. We besluiten dus maar vroeg te vertrekken en dan zien we wel bij Guadeloupe, dat halverwege ligt, of we de afstand in een keer kunnen overbruggen.

Dominica was absoluut een hoogtepunt van onze reis. Een prachtig groen eiland met prachtige watervallen, mooie riviertjes en vriendelijke mensen. Het is bijzonder om te zien hoe de eilanden onderling verschillen. Dominica is met zijn zeven vulkanen en hoge en steile bergen ontzettend groen doordat het er veel vaker en meer regent dan op de lagere eilanden die we hierna bezoeken. Ook komt het authentiek over, mensen leven nog van de vruchten en kruiden uit het regenwoud en zijn daar ook trots op. Vaak werd ons verteld dat de oudste vrouw ter wereld uit Dominica kwam doordat ze het lokale eten at. Het deed ons denken aan Tobago waar we ook zo van genoten hebben.

Motor die we niet meer kunnen bedienen
Maandag hebben we een heerlijke zeildag. We staan vroeg op en varen om zes uur ’s ochtend ’s weg bij Dominica. We schieten bovendien flink op en lopen soms meer dan acht knopen richting Guadeloupe. We besluiten dan ook om maar door te varen, dan komen we waarschijnlijk wel in het donker aan wat uiteraard wordt afgeraden in de Chris Doyle guide, maar tot nu toe heeft onze plotter ons nooit in de steek gelaten, dus het zal nu ook wel weer lukken. We komen na 95 mijl om iets na zevenen aan en het is inderdaad al donker. We vinden de ankerplek in English Harbour maar als we een geschikt plekje zoeken om te ankeren en ik de motor in zijn achteruit schakel houdt ik opeens de gashendel in mijn hand… Hmmm, wel wat onhandig, zo in het donker midden in een drukke ankerbaai met een motor die we niet meer kunnen bedienen. Blijkbaar moet dit het ankerplekje dan maar zijn. Ik ren naar voren, zet de ankerlier in de vrije loop en laat het anker naar beneden denderen. Het anker pakt, maar de boot vaart nog steeds vooruit en dat is nou net de verkeerde kant op als je ankert. Ik roep tegen Aranka dat ze snel de motor uit moet zetten en dan liggen we en is er weer rust. We zijn wel wat dicht op een Franse catamaran komen te liggen, dus we hangen wat stootwillen op en leggen de dinghy als super stootwil naast de boot. Gelukkig is de schipper van de catamaran een vriendelijke Fransman die als ik de gashendel omhoog hou, snapt dat we niet meer zo makkelijk ergens anders kunnen gaan liggen. ’s Nachts blijven we gelukkig goed liggen en botsen we nergens tegenop.

Wordt direct naar de Antigua-law verwezen
Dinsdag ga ik inklaren wat in tegenstelling tot wat in de gids staat vrij snel gaat. Wel moeten Myrthe en Wouter als Passagiers in plaats van als Crew geregistreerd worden. Als ik daartegen protesteer, omdat ze toch echt meehelpen met het zeilen wordt direct naar de Antigua-law verwezen. Heeft waarschijnlijk te maken met de “passenger tax”, die voor passagiers wordt geheven. Daarna ga ik op zoek naar een nieuwe gashendel. Helaas is deze er niet. Dat wat er het meest op lijkt is wel op Sint Maarten te krijgen maar niet hier. Dan maar naar de scheepswerf, misschien kunnen we de gashendel nog wel opkalefateren. De RVS schroefjes in de aluminium gasendel hebben door de elektrolytische reactie de schroefdraad in de gashendel opgelost. Op de werf koop ik schroefjes M6 schroefjes ipv de M4 schroefjes die erin zaten. Terug op de boot boor ik de gaatjes uit en tap M6 schroefdraad in de hendel. Dit gaat wel iets te gemakkelijk en het aluminium ziet er ook niet als aluminium uit maar als wit poeder… Blijkbaar is het al iets meer aan het oplossen. Maar goed, het zit ongetwijfeld veel beter dan het de afgelopen jaren heeft gezeten, dus we kunnen weer even voort. De schroefjes zet ik vast met pasta tegen de corrosie.

Nu we de motor weer in zijn achteruit kunnen zetten trekken we het anker nog even goed vast. Zo we liggen als een huis en de catamaran die te dicht bij lag is inmiddels vertrokken. En bovendien is het een prachtige baai bij English Harbour. De haven is zeer engels maar ook pittoresk, omdat de oude huizen mooi gerestaureerd zijn en nu gebruikt worden als winkeltjes, een restaurant en als havenkantoor. ’s Middags komen we de bemanning van Rêves d’Ôr tegen die net zijn aangekomen. De kinderen spelen samen en woensdag spreken we af om samen een tour te maken naar de sting ray’s aan de oost-kust, waarmee je zou kunnen zwemmen. Hadden we gehoord van een andere zeiler op Dominica.

Sting ray onder onze boot
Woensdag stappen we met de Fransen in de taxi op weg naar de sting ray’s. Als we daar aankomen blijkt het iets heel anders dan wij ons hadden voorgesteld. Het is een erg toeristische attractie waarbij ze de vissen voeren zodat ze dichtbij komen. Ook de bemanning van de Rêves d’Ôr heeft zijn bedenkingen, er zijn ook nog genoeg plaatsen waar je deze vissen wel “in het wild” kan zien en dat vinden we toch echt veel leuker. Bovendien vinden we de prijs ook een beetje te dol en dus vragen we de taxi chauffeur of hij een andere leuke baai weet waar we kunnen zwemmen. Hij brengt ons naar Moon Bay, een mooie kom met stukjes rif waar je tussen kan snorkelen. We zwemmen rond en Claude vind in de gaten van het rif ondersteboven hangend een kreeft en een kogelvis (grote vis met grote ogen en hele kleine zwemvinnetjes). Dat maakt het een leuke zwempartij. Later als we weer terug zijn bij de boot spelen de Franse kinderen nog even bij ons. We maken ons net klaar om toch nog even te zwemmen als Hugo een prachtige sting ray onder onze boot door ziet zwemmen. Hij aarzelt geen moment en springt erboven in het water. Aranka springt er achteraan en zo zwemmen zij alsnog met een stingray. Volgens Aranka is zijn staart net zo lang als zij is en is zijn lijf is zo breed als haar eigen lijf plus een uitgestoken arm. Hij vliegt/zwemt prachtig door het water. Zwart met stippels bovenop en wit van onderen. Zie je wel, je kan ze inderdaad in het wild zien, en nog wel gewoon onder je boot.

Om de riffen te ontwijken
We vinden Antigua wel een leuk eiland, maar het is ook wel erg op de (zeer) welvarende toerist ingesteld. Je ziet het ook wel in de haven waar echt enorme schepen liggen met alleen al een poetsploeg van een man of vijf… Anyway wij vinden het wel weer prima zo en besluiten dat we donderdag naar Barbuda vertrekken. We liggen ten zuiden van Antigua en we kunnen zowel ten westen als ten oosten langs Antigua varen richting Barbuda dat zo´n 40 mijl noordelijker ligt. De oostelijke route betekent eerst een mijl of acht tegen de wind en de golven inhakken, maar dan verder een prima koers naar Barbuda. De westelijke route is in het begin beschut en voor de wind, maar betekent dat we de oversteek naar Barbuda hoger aan de wind moeten varen. We kiezen voor de oostelijke route. De eerste twee uur schieten we inderdaad niet op en komen motor zeilend maar nauwelijks 3-4 knopen vooruit door de steile golven. Als we overstag gaan en zonder motor maar met de genua varen gaat het meteen een stuk beter en varen we direct meer dan zeven knopen. Het is duidelijk dat we een zeilschip hebben en geen motorboot. Als we om het eiland heen varen kunnen we een steeds ruimere koers varen en al snel lopen we met acht knopen richting Barbuda. We moeten goed opletten want er zijn veel riffen en ondieptes op de route. Zeker vlak bij Barbuda moeten we goed oppassen en staan Myrthe, Wouter en Aranka op de voorpunt om de riffen te ontwijken.

Een prachtig leeg wit strand
We zien Barbuda pas op een mijl of zes afstand. Omdat het zo laag is zie je het pas laat liggen, maar het is een prachtig gezicht. Helder blauw water, met een prachtig leeg wit strand. We ankeren voor het strand, en er liggen maar drie andere boten. Heerlijk rustig na de drukte van Martinique, Dominica en Antigua. Het straalt één en al rust uit. We zwemmen nog bij de boot en Myrthe en Wouter maken hun school af. Aan het eind van de middag ga ik nog even met Aranka naar de kant en maken we een wandeling over het strand en over een resort dat een stukje verderop ligt. Blijkbaar is dat niet de bedoeling want al snel komt er een security meneer die vertelt dat het hier privé is. Nou we hadden het toch wel gezien en het strand is toch mooier dus daar wandelen we lekker verder.

Vrijdag ochtend staan we vroeg op nu de zon nog niet zo hoog staat. We maken weer een wandeling, heen langs het strand en terug over een auto pad. Het valt ons op dat er twee resorts zijn die allebei gesloten en vervallen zijn. Vreemd want het is hier wel een prachtige locatie.
Eén ervan is de K-Club en we lezen op internet dat Robert de Niro van plan is dit resort, waar vroeger veel beroemdheden kwamen, opnieuw te openen. In de gids lezen we wel dat de inwoners van Barbuda het niet zo erg hebben op toeristische hotels en resorts. Vlak bij waar we liggen op Spanish Point had een project ontwikkelaar toestemming om een groot hotel te bouwen. De inwoners waren het er niet mee eens en hebben de bouwketen die er inmiddels stonden over de kliffen ze zee in geduwd. Er is geen hotel gekomen…

Binden we de dinghy aan het rif vast
‘s-Middags als de zon alweer iets lager staat gaan we met de dinghy naar het Rif. We binden de dinghy onder water vast aan het rif en snorkelen in prachtig helder water. We zien weer van allerlei vissen en het koraal is ook prachtig.

Dinghy klapt op de golven
Zaterdag varen we een stukje verder naar Louis Mouth bij Low Bay. Deze plek waar een hele smalle strook strand ligt tussen de zee en de lagoon is genoemd naar de orkaan Louis die hier destijds een gat naar de lagoon heeft geslagen. Het is weer een prachtige plek met een prachtig strand voor ons. We liggen hier met drie andere boten, hoe mooi kan het zijn? ’s Middags tillen we de dinghy over de strand heuvel naar de lagoon om te kijken of we naar het plaatsje Codrington kunnen varen, vernoemd naar de familie die dit eiland vanaf 1685 van Engeland geleased heeft voor één vet schaap. Maar er staat een harde wind en de dinghy klapt op de golven van de lagoon. Al snel zijn we doorweekt en staat er een flinke laag water in de dinghy. Aranka besluit als eerste dat dit toch een beetje al te dol wordt en dus keren we om en gaan lekker zwemmen op het strand. Morgen of maandag staat er minder wind en kunnen we het nog wel een keer proberen. We hebben hier geen winkels en ons brood is op, de broodbakmachine bewijst zijn goede dienst en ik bak twee broden. Het is lekker dat we eigenlijk geheel zelfvoorzienend zijn, de zonnepanelen en de windmolen leveren voldoende stroom (ook om een paar broden te bakken) en we maken drinkwater uit zeewater. We moeten alleen zo nu en dan wat boodschappen doen, maar een haven hebben we eigenlijk helemaal niet nodig. De laatste keer dat we in een haven lagen is ook al meer dan twee maanden geleden in Suriname.

Duizenden fregatvogels
Zondag ochtend gaan we op pad met George Jeffrey die ons het natuurpark met Fregatvogels laat zien. Het natuurpark ligt in het noorden van Barbuda op het rif waar het vol staat met mangroves. Vroeger was het park zuidelijker, meer in de lagoon tot in 1960 de orkaan “Donna” de mangroves daar verwoestte en de fregatvogels een ander onderkomen hebben gezocht. We varen met een noodgang over de lagoon tot we in het natuurpark zijn. Daar manoeuvreert George behendig tussen de ondieptes door en we zien echt duizenden fregatvogels die hier wonen. Blijkbaar vinden ze het gezellig met elkaar want ze zitten erg dicht op elkaar. De fregat vogels vinden hun voedsel voornamelijk op de Atlantische oceaan waar ze vooral vliegende vissen eten. Ze kunnen niet zwemmen dus ze moeten of vliegende vissen uit de lucht vangen of vissen die andere vogels gevangen hebben afpakken. Ze zijn dan ook erg behendig in het vliegen. Na de fregatvogels kijken we nog een uurtje rond in Codrington waar werkelijk helemaal niets te beleven valt. Het is ook zondag maar los van de vijf verschillende kerken waar wordt gezongen is er bijna niemand op straat en gebeurt er echt helemaal niets. Er zouden in Barbuda nog veel paarden als vervoersmiddel worden gebruikt. Blijkbaar is dat tussen 2008 toen onze gids werd geschreven en nu behoorlijk afgenomen want we zien precies één paard. Ook valt ons op dat veel huizen zijn verlaten, waarschijnlijk getroffen door een huricane want Barbuda ligt midden in de “hurricane highway”. Al met al dus niet heel bijzonder en daar hoeven we morgen dus niet opnieuw met zijn allen in de dinghy naartoe. ’s Middags maken we nog een prachtige wandeling over het eindeloos lege strand. Zeker met de laag staande zon is het een prachtig gezicht, het strand kleurt heel licht roze door kleine roze steentjes (koraal?) die tussen het zand liggen.

Na wat getier door de telefoon
Maandag ochtend ga ik met de dinghy naar Codrington om uit te klaren. Hiervoor moeten we de dinghy weer over het strand in de lagoon tillen en dan is het nog ruim een mijl varen. Aranka gaat mee om de dinghy te tillen en zwemt dan terug. In de lagoon staan wel minder golven dan zaterdag, maar omdat het ondiep is zijn ze nog steeds vrij steil. Het tweeënhalve PK motortje heeft het er maar moeilijk mee, maar ik kom gestaag vooruit. In Codrington moet ik eerst naar de haven autoriteit. Volgens de Chris Doyle guide zitten ze in het postkantoor. Als ik daar kom blijkt dat niet (meer?) zo te zijn en wordt ik weer terug verwezen naar de haven waar de toeristeninformatie zit. Daar wordt inderdaad een formuliertje ingevuld en dan moet ik volgens de dame daar naar de “Immigration”. Dat is vreemd, denk ik nog want je moet eigenlijk altijd eerst naar “Customs”. Maar goed, ze zal het wel weten dacht ik nog, niet dus! Bij immigratie wordt ik weer uiterst vriendelijk doorverwezen naar “Customs”. Customs is gewoon een woonhuis met een kamertje dat is ingericht als kantoortje. Het papieren archief van de afgelopen jaren ligt als een grote puinhoop aan de andere kant van het kantoor. Alles wat ik ook al via Internet heb ingevuld moet nog weer eens opnieuw op weer een ander formulier worden ingevuld. Maar voordeel is dat ik geen zeventig euro voor Wouter en Myrthe hoef te betalen als ‘passenger tax’, wat in Antigua duidelijk stond aangegeven. Ik hou maar wijselijk mijn mond. Weer terug naar “Immigration”, daar krijgen we stempels en wordt gevraagd door ook weer een hele vriendelijke dame of we wel de passenger tax betaald hebben. Als ik zeg dat ik niets betaald heb pakt ze boos de telefoon en belt de meneer van “customs” op. Na wat getier door de telefoon is het goed en hoef ik in ieder geval niets te betalen. Mooi, nu nog even brood kopen, weerbericht ophalen in een internet café en overtollige “East Carribean Dollars” omwisselen.

35 jaar terug in de tijd
Voor dat laatste moet ik naar de bank, en hier lijkt het wel of ik zo’n 35 jaar terug in de tijd reis. Het is er druk, ik moet wel een uur wachten. Allemaal mensen komen er met spaarbankboekjes om geld op te halen of te storten. En alles gaat nog met pen en papier, er staat wel een computer, maar ik heb het idee dat alles nog dubbel wordt bijgehouden. Maar gelukkig wisselen ze wel mijn EC-dollars om en dan kan ik weer terug. Als ik halverwege de lagoon ben roep ik de zwemploeg via de marifoon op, en als ik bij het strand aankom zie ik Aranka al met Myrthe en Wouter het water in stappen. Uiteraard lukt het Aranka weer om als ik terug ben toch nog met een stapeltje EC-dollars aan te komen die buiten de landen die ze gebruiken vrij waardeloos zijn. We vertrekken ’s avonds richting St. Martin, wat met ruime wind een nachtje varen is. Er is niet veel wind en het is een erg rustige overtocht. Dinsdag ochtend komen we rond een uur of negen aan bij Grand Case op het Franse deel van St. Martin. Hmmmm…. lekkere baguettes en croissants halen!

Martinique en Dominica


Zaterdag gaan we met een gehuurde auto naar de botanische tuin Balata van Martinique. De kids van de Pacific gaan met ons mee, en ze zitten gezellig met zijn vieren op de achterbank. We rijden eerst naar Fort de France, maar daar is het wel even zoeken welke afslag we moeten hebben. Bewegwijzering is in de Carib niet overdadig aanwezig, maar na een paar keer de weg vragen vinden we de juiste weg. Het is dan nog wel een heel stuk rijden over steile weggetjes de bergen in. Daar vinden we een prachtige tuin, met mooie uitzichten en fraaie touwbrug die boven door de tuin loopt. De kinderen van de Pacific moesten nog school doen wat wordt ingevuld met een werkstuk over de botanische tuin en ook Myrthe en Wouter moeten nog een werkstuk maken, dus ze gaan samen in groepjes van twee aan de slag met een fotocamera en een schriftje waarin ze kunnen opschrijven wat ze allemaal zien.

Na een paar uur hebben we de tuin gezien en genoten van de uitzichten en mooie planten die er staan. We drinken nog wat en als we door het winkeltje bij de botanische tuin lopen hebben we opeens vier zeurende en smachtende kinderen die allemaal echt iets moeten hebben, of het nu een kolibrie knuffel is of en ander beest. Gerustgesteld dat dit gezeur blijkbaar geheel normaal is rijden we terug. Het is al wat later in de middag en de Pacific is vandaag naar een andere ankerplek gevaren bij St. Anne. Wij gaan daar ook naar toe en we willen daar graag met licht ankeren dus we rijden terug naar Le Marin. Daar haal ik samen met Aranka het anker op en zet haar vervolgens af bij de steiger zodat zij de auto naar St Anne kan doorrijden. Ik vaar met de vier kids naar de baai van St. Anne. Nog voordat ik er ben is Aranka er al en ze wordt als een volleerd loods door de dinghy van de Pacific aan bord gebracht. Dat is prettig want dan hoef ik niet in mijn eentje te ankeren.

’s Avonds eten we lekkere curry op de Pacific. De kinderen gaan bij elkaar logeren, de jongens op de White Witch en de meisjes op de Pacific. Wij kletsen weer veel te lang door maar als we terug komen op de boot zien we dat de jongens nog niet slapen, alhoewel ze hun uiterste best doen om het te laten lijken alsof…

Zondag gaan alle kids mee met de Pacific naar het strand. Mooi dagje vrij dus, en Aranka en ik rijden naar de hoofdstad Fort de France waar niet heel veel te beleven is. Alle winkels zijn dicht. Er zijn alleen wat stalletjes voor een groot Nederlands Cruise schip dat hier ligt. En dan is er nog een rondleiding door de burcht maar die is alleen in het Frans, dus die laten we aan ons voorbij gaan en we rijden door en kijken of we de rum fabriek kunnen vinden. Wonder boven wonder lukt dat ook nog maar ook die is dicht. We rijden een mooie route terug naar St. Anne en komen langs Le Vauclin aan de oostkust van het eiland. Alhoewel hier de golven van Atlantisch Oceaan op het eiland uitkomen, is het toch een heel rustig strand omdat het achter een rif ligt. Het is er gezellig met een echte Caribische sfeer die we verder op Martinique nog niet echt gezien hebben. We eten er een Crêpe (dat is dan wel weer heel erg Frans, maar ook erg lekker en combineert prima met de Caribische sfeer) en genieten van het leuke sfeertje. Daarna rijden we verder door erg steile maar ook mooie weggetjes met prachtige uitzichten over het groene Martinique.

Myrthe en Wouter hebben het ook erg naar hun zin gehad met de kids van de Pacific en het kost moeite om ze weer mee te krijgen. ’s Avonds eten we erg lekker in een restaurantje aan het strand met live muziek.

Maandag vertrekken we naar St. Pierre op het noorden van Martinique. ’s Ochtends ga ik de auto inleveren in Le Marin en klaar uit. Aranka belt nog op dat de peddels van de dinghy niet meer in de dinghy liggen. Die zijn blijkbaar gisteravond tijdens het eten gejat. Vervelend want zonder peddels ben je wel een speelbal van de wind als de motor uitvalt. Ik koop in Le Marin nog snel even twee nieuwe peddels in Le Marin en neem nog even afscheid van de Roque. Leon is druk bezig zijn boot te verkopen, ik hoop dat het gelukt is! Dan lift ik weer terug naar St. Anne en maken we de boot klaar voor vertrek. We varen nog even naar de Pacific en nemen afscheid. Zij varen door naar het zuiden en wij gaan verder naar het noorden, dus we zullen elkaar waarschijnlijk pas weer in Nederland zien. Het is altijd weer lastig om afscheid te nemen en de kinderen vinden het ook moeilijk dat ze nu alweer afscheid moeten nemen van hun nieuwe vriendjes en vriendinnetjes, maar ja we moeten langzamerhand toch ook weer verder want het is nog een best een stukje varen naar huis…

We hebben een heerlijke zeiltocht en schieten lekker op. We hebben ruime wind en varen met ruim zes knopen. Dat is fijn want het is dertig mijl varen en zo komen we nog net voort het donker aan. Het is een mooie tocht langs de kust van Martinique. Onderweg zien we nog een walvis, die ook nog even zijn staart de lucht in steekt. Natuurlijk lag de fotocamera net weer binnen… We ankeren net buiten het verboden gebied waar veel wrakken liggen waar nu naar gedoken wordt. In 1902 is de vulkaan Mont Pelée uitgebarsten en is het hele stadje, inclusief de schepen die voor de kust lagen, verwoest door een gloedgolf. Volgens de verhalen was er van de ca. dertig duizend inwoners maar één overlevende, een gevangene die beschermd werd door de dikke muren van de gevangenis. Hoe raar kan het lopen…

De volgende ochtend hoor ik een bootje vlak bij ons schip. Als ik buiten kijk zie ik dat een visnet ongeveer onder onze boot door wordt uitgezet. Noemen ze “Seine Fishing“. Gelukkig staat de motor uit, maar ik had het toch handiger gevonden als ze het net een paar meter verderop hadden uitgezet. Gelukkig halen ze het net ook weer snel in zodat wij veilig weg kunnen varen richting Dominica. We hebben weer heerlijk weer en er varen meerdere boten voor ons die ook van St Pierre naar Roseau op Dominica varen. We hebben een heerlijke ruime wind en varen met een knik in de schoot één voor één de andere zeilboten voorbij. Is toch altijd lekker. Zo zijn we al rond het middag uur in Roseau, we proberen eerst te ankeren, maar het is al heel dicht bij het strand meer dan 12 meter diep. We vinden wel een plekje waar het acht meter diep is, maar als het anker ligt, liggen we bijna op het strand… Dat voelt niet heel comfortabel en dus pikken we een mooring op. Kost wel iets, maar dan liggen we tenminste rustig. ’s Middags ga ik aan land, klaar in en huur een autootje voor woensdag. Het inklaren gaat hier efficiënt en snel en je kan ook meteen weer uitklaren als je minder dan twee weken op het Dominica blijft, dat is handig. Bij het benzinestation vlak naast de dinghy steiger kunnen we ook onze gasfles laten vullen. Dat is fijn want die is bijna leeg en op Martinique kon dat weer niet omdat ze dar alleen Franse flessen vullen of Campinggas natuurlijk.

Woensdag staan we vroeg op om de auto op te halen. Myrthe en Wouter hebben mazzel want ze hoeven vandaag geen school te doen. We hebben vandaag excursie, en dus geen les. Nu hebben ze de afgelopen dagen ook goed gewerkt, dus het is ze ook gegund! We vergeten niet om de gasfles mee te nemen, en halen ons autootje op. Als we ook nog wat eten voor onderweg gehaald hebben gaan we op weg naar Emerald Pool. We rijden wel een paar keer verkeerd, want we moeten even wennen aan het begrip hoofdweg op Dominica. Ook de afstanden op het kaartje zijn verwarrend want met de aangegeven schaal zou Dominica 400 km lang zijn… Ook het verkeer en de auto is even wennen, maar als we de juiste afslag vinden rijden we via een prachtige maar ook ongelofelijk steile weg naar boven (25%). Er zijn stukken dat je echt de laagste versnelling moet gebruiken anders kom je er eenvoudig niet tegenop.

Als we bij de Emerald Pool aankomen zijn toegangskaarten waarmee je een week toegang krijgt tot alle nationale parken op. Aangezien wij nog wel wat meer willen zien is dat wel erg onvoordelig. Gelukkig hadden we vlak bij een bordje gezien met “Eco passes for sale”. Het is inderdaad maar een paar minuten terug rijden en daar kan ik inderdaad wel de beoogde week passen krijgen. Emerald pool is echt prachtig, we lopen langs een mooi pad door het bos en zien de waterval met het meertje eerst van boven liggen. Het ziet er echt uit als in een sprookje, dit past zo in het verhaal van de gebroeders Leeuwenhart. We hebben geluk want het cruise schip dat in Roseau lag, is gisteravond (met alle 4000 toeristen) vertrokken en er is nog geen ander cruiseschip voor in de plaats gekomen dus het is erg rustig als we wij de waterval komen. De toeristen voor ons vertrekken vlak nadat wij aankomen. Of dit komt doordat Myrthe en Wouter in een spetterend watergevecht deze toeristen ook meten nat spetteren weet ik niet, maar daarna hebben we de waterval en de pool in ieder geval wel voor onszelf. We kunnen er lekker zwemmen en een boterham eten, al is het water wel koud. Als we teruglopen naar de auto komen we nog langs een mooi uitzichtpunt waar we de Atlantisch Oceaan aan de andere kant van het eiland zien liggen.

Met de auto rijden we dezelfde route terug naar Roseau en dan vinden we vrij snel de goede weg naar de Trafalgar Falls. We lopen langs een pad en krijgen dan een prachtig uitzicht op twee prachtige watervallen. Als we verder naar de meest rechtse waterval proberen te klauteren blijkt dit toch wat lastiger dan het er op het eerste oog uitzag. Aranka voelt er niets voor maar Myrthe en Wouter willen wel mee. Even later geef ik eerst Myrthe en daarna Wouter een handje om een grote stap te maken, maar Wouter stapt mis en hangt opeens aan mijn arm te bungelen boven de rivier die onder hem door stroomt. Dat is voor onze stoere boef ook iets te veel en ze willen nu allebei toch ook liever bij mama blijven. Als ik ze terug heb gebracht klim ikzelf toch nog maar naar het meertje onder de waterval. Het is inderdaad een lastige klim maar het lukt en het is wel weer een prachtig plekje met mooi zicht op de waterval en een prachtig uitzicht in de vallei. Ondertussen heeft Aranka met de kids een warm waterbron gevonden. Het bovenste poeltje is echt heet, maar het poeltje eronder is lekker warm.


Hierna willen we naar de Titou Gorge rijden, maar we rijden verkeerd en komen bij het “Fresh Water Lake, Letang” uit in het Morne Trois Pitons National Parc. Ook mooi, dus we lopen even langs het meertje dat hier prachtig op grote hoogte ligt. Daarna rijden we verder en nu lukt het wel om Titou Gorge te vinden. Het is een hele smalle spelonk waar je in kan zwemmen totdat je bij een watervalletje komt. Het is zo smal en hoog dat er nauwelijks licht in valt en je in het donker zwemt totdat je bij het watervalletje komt waar wel zon licht op valt. Myrthe en Wouter vinden het maar spannend en durven pas als wij mee gaan. Heen moeten we door zwemmen want het stroomt nog behoorlijk, maar het is ook een paar meter diep, in ieder geval voelen we geen grond aan onze voeten.

Nadat we uitgezwommen zijn rijden we verder en stoppen bij Le Petit Paradis, een restaurantje die ook in de “top 10 to see” stond. Aangezien we ook wel honger hebben, lijkt dat een prima bestemming. Het eten is erg lekker, en er is een fantastisch uitzicht over de bergen. Bovendien veel vermaak met de vogeltjes die door het restaurant scheuren in gevecht of gezellig kwetteren in de planten van het restaurant. Leuk sfeertje. Na het eten rijden we terug naar Roseau en zijn daar nog voor het donker. Dat is wel fijn want de wegen zijn hier wel een uitdaging, ongelofelijk steil, en de locals proberen een zo optimaal mogelijke curve over de weg te rijden, waarbij je soms even kwijt bent of je hier nu links of rechts hoort te rijden…. Een tegenligger wijkt iets te ver voor ons uit en rijdt met zijn achterwiel in een diepe goot langs de weg. Het blijkt ook een toerist te zijn, en met wat hulp en de 4-wheel drive krijgen we hem er weer uit.

Donderdag vertrekken we richting Portsmouth en we varen toevallig weer op met hetzelfde Engelse schip waarmee we ook op voeren naar Roseau. We varen in de luwte en er is niet veel wind dus het eerste stuk is motorzeilen, en nu is het Engelse schip sneller. Later kunnen we nog wel een stukje zeilen, maar het blijft motor aan, motor uit. De wind is heel veranderlijk en het ene moment vaar je ruime wind, dan weer hoog aan de wind. En het ene moment twintig knopen en dan weer minder dan vijf. Het zijn dan ook nogal hoge bergen waar we langs varen. In het begin van de middag komen we aan in Portsmouth. De eerste keer krabt het anker, en dus ankeren we opnieuw. Er staan venijnige windstoten in de baai van meer dan 25 knopen, dus we checken het anker goed. Het ligt weer niet goed maar ik duik er naar toe en sleep het naar een plek met zand in plaats van gras en dan graaft het zich direct wel goed in. We liggen nu goed maar we liggen wel met onze ketting over een mooring heen. Zo lang er niemand aan de mooring ligt gaat het goed, maar je snapt het al, net voordat de avond in valt komt er een Frans schip aan de mooring liggen. Bovendien is het een brakke mooring (een stuk ketting met een niet ingegraven anker, type middeleeuwen…) dus we zijn ook bang dat het Franse schip met mooring en al op ons waait. Dus ankeren we nog maar een keer, nu pakt het anker in een keer goed en liggen we als een huis. ’s Nachts waait het hard, maar we verplaatsen geen millimeter.

Vrijdag ochtend staan we vroeg op want we gaan met een gids, Martin Providence, de Indian River op. Het is een prachtig riviertje door het regenwoud met een wal die uit wortels bestaat van de bomen. Martin vertelt van alles over de rivier en de planten en dieren die we langs de rivier zien. Grappig dat ze hier ook een telefoonboom hebben net zo als in Suriname. Bij dit riviertje zijn ook opnames gemaakt voor de The Pirates of the Caribbean, en we snappen direct waarom ze deze locatie gekozen hebben, het ziet er echt sprookjesachtig uit. Achter ons zien we nog een bootje de rivier op roeien (motoren is verboden), met daarin de bemanning van de Rêves d’Ôr, een Franse boot die we ook al eerder in La Gomera, Mindelo en Martinique zijn tegen gekomen. Als we even later stoppen bij een mooie tuin midden in het regenwoud, uiteraard met een “Bush bar” klikt het nu opeens wel tussen de Hugo en Ines en Myrthe en Wouter. Eerder was de taal nog een probleem maar dat lijkt nu geen enkel probleem meer te zijn. Dat is wel een enorm verschil bij Myrthe en Wouter, waar ze aan het begin van onze reis weigerde om met andere kinderen te praten die geen Nederlands konden, gaan ze nu samen in de dinghy bij andere boten op bezoek om even kennis te maken. Frans, Noors of Engels, maakt allemaal niet uit. Voordat we terug gaan knutselt Martin voor Myrthe en Wouter heel kunstig een Kolibri in elkaar van wat gras en een bloem die hij bij de tuin plukt. Doet het altijd weer goed zo’n cadeautje!

Als we terug komen bij de boot komen Hugo en Ines bij ons spelen en ’s middags gaan we samen naar Fort Shirley in Cabrits National Park. Het is wel een stuk varen maar we kunnen er met de dinghy heen. We gaan met zijn allen in de dinghy van de Rêves d’Ôr die een twintig PK motor heeft, dat schiet lekker op. We leggen aan bij een steiger die eigenlijk voor een ferry of cruiseschip bedoeld is en als we via de steiger naar het fort willen komen blijken we in een afgesloten aankomst hal te zijn beland. Na veel zoeken vinden we een deur die open is en dan komt er een boos uitziende douane meneer aanlopen. Dit was natuurlijk niet de bedoeling…, maar als we netjes uitleggen dat we met de dinghy zijn gekomen en onze excuses aanbieden is het toch ook weer niet zo’n groot probleem en kunnen we doorlopen. Toch lekker de Carib… Het fort is een 18e eeuws Engels fort dat mooi gerestaureerd is. Het is gezellig en de kids kunnen lekker rennen, verstoppertje spelen terwijl wij ons met ons steenkolen Frans en het Engels van Claude en Sophie toch ook heel aardig redden. Blijk ik opeens in ons gezinnetje het beste Frans te spreken, in het landen der blinden is één-oog koning, maar gekker moet het toch niet worden…

Als we terug varen zetten we de kids af bij de Rêves d’Ôr en varen we door naar Portsmouth om geld te pinnen. Zonder kinds planeren we en dat gaat toch wel heel erg snel… Wel lekker snel even pinnen en dan zo weer terug. We eten op de Rêves d’Ôr en daarna komen alle kids bij ons slapen. Erg gezellig en weer goed voor mijn Frans. Wel grappig hoe de Fransen drie woorden in één keer kunnen uitspreken. Ines kwam haar bed uit, en vroeg om “verdaut”, ik nog een keer vragen, opzoeken in Google Translate, nog een keer vragen, maar nee hoor… Na nog vijf minuten doorvragen had Ines het over boire…, nou één en één is drie, ze bedoelde dus een verre de l’eau. Blijkbaar wordt het uitspreken van meerdere woorden in Frankrijk één al vroeg aangeleerd (Ines is zes…).

Zaterdag staan we weer vroeg op. De kids hebben goed geslapen en na het ontbijt brengen we Ines en Hugo weer naar de Rêves d’Ôr. Daarna worden we weer door Martin Providence opgehaald die goede zaken met ons doet en maken we een tour door het noorden van Dominica. We gaan samen met de bemanning van het Engelse schip waarmee we zijn opgevaren sinds Martinique. Paul is onze gids en vertelt honderd uit over plantjes, kruiden en vruchten die we onderweg tegenkomen. We stoppen naar mijn mening een beetje te vaak bij “vrienden” waar we ook wat kunnen kopen, maar het is ook een leuke en interessante dag. We rijden eerst naar de Chaudiere Pool, waar we nog een paar kilometer lopen naar een prachtige waterval met als speciale attractie dat je vanaf een rots van vijf meter hoog in kan springen. We hebben geluk dat het nog steeds ontzettend rustig is, blijkbaar is het volgende cruiseschip nog steeds niet aangemeerd. Er zijn twee Australiërs bij de pool die net weg gaan als wij aankomen. Dat moeten we natuurlijk uitproberen, maar eerlijk is eerlijk toen ik daar boven stond vond ik het toch ook wel beetje hoog. Maar ja, Wouter stond al klaar om ook te springen, uiteraard zonder ook maar een spoortje angst, en ik vond het toch nog iets te vroeg om Wouter nu al het voortouw te laten nemen, dus hup maar. Gelukkig was het inderdaad diep genoeg. Vlak daarna sprong Wouter er ook in. Die vond het zo leuk dat hij er meteen nog maar vijf keer in sprong. Aranka wou niet achter blijven maar moest ook wel eventjes (of eigenlijk wel iets langer dan eventjes ;-)) adem halen voordat ze durfde. Pas nadat Wouter het “nog even voor deed” overwon zij zichzelf en maakte ook een mooie sprong het poeltje in. Lekker verfrissend ook…


Hierna klimmen we we via de korte en dus ook steile route terug naar het pad waar de auto staat en rijden we naar een oud en vervallen rum fabriekje voordat we gaan lunchen bij een restaurantje met mooi uitzicht over het strand en de oceaan. ’s Middags gaan we kijken bij een chocolade fabriekje. Het is een fabriekje aan huis van een erg aardige en bescheiden Engelsman die hier echt prachtig woont, en allerlei vruchten in zijn tuin verbouwd waaronder ook cacao-bonen waarvan hij dan weer chocolade maakt. Ongeveer tweehonderd repen per week die alleen op Dominica verkocht worden. Ze zijn inderdaad echt lekker. Wat mij betreft heeft hij het goed bekeken, heerlijk huis, mooi uitzicht, beetje chocolade maken en leven van wat er in je tuin groeit. Wat wil je nog meer…

Hierna kijken we nog bij de Red Rock, een kale rode “rots” aan de Atlantic. Het is geen echte rots, maar samengeperste as van een vulkaan uitbarsting. In de as is een ook een “huisje” uitgehakt. De grond is hier ook vrij zacht. Het is in ieder geval een mooi gezicht en je ziet de golven van de Atlantic mooi op de onderliggende rotsen slaan. Daarna gaan we nog bij een soort boer langs die ons allerlei lokale groentes en vruchten laat zien. We nemen een stuk gember mee dat hij zo voor onze neus uit de grond haalt en als laatste rijden we naar een krater waar allerlei zwaveldampen uit de grond borrelen. Het bijzondere van deze krater is dat deze koud is. Dat komt doordat hij erg diep is en de hete lucht eerst gekoeld wordt door al het grondwater in de berg voordat het aan de oppervlakte komt. Inmiddels wordt het al donker als we terug rijden en we zijn ook moe van alles wat we gezien hebben. We besluiten nog een dagje te blijven in de Rupert Bay bij Portsmouth en maandag verder te varen richting Antigua.

Als uitsmijter nog een mooie uitspraak van Wouter. Aranka kijkt op de Facebook pagina van Kids4Sail, een site waar je kan zien welke andere boten ook kinderen aan boord hebben. Ze vertelde mij over deze site waarop Wouter boos roept, “Hoezo kids for sale?!” Het jochie leert al aardig Engels….