Tips voor vertrekkers voor een rondje Atlantic

Na een fantastisch jaar willen wij ook graag onze ervaringen hoe je zo’n reis voorbereidt delen met anderen. Waar moet je wel aan denken en waar ook juist niet. Wij hebben twee en half jaar gebruikt voor de voorbereiding. Dat is relatief lang, maar daardoor kan je ook nog andere dingen doen dan alleen maar met je reis en je boot bezig te zijn waardoor wij ook van de voorbereidingen genoten hebben. In deze blog probeer ik zo veel mogelijk praktische informatie te geven. De informatie is ook te vinden op de homepage onder Tips.

Toen wij in december 2012 besloten Onze Zeilreis te gaan maken hadden we nog geen idee hoe en wat. Wel hebben we toen al gezegd dat we in principe één jaar weg wilden gaan, maar de route wisten we nog niet. We hadden toen nog het idee om via IJsland en Groenland te gaan, wat toch wel een heel andere route is dan we hebben gevaren. Ook hadden we toen nog geen boot dat was dus ook wel een belangrijk dingetje…

Achteraf was het mentaal nemen van het besluit dat we zouden gaan misschien nog wel het lastigste. Zeker omdat we het toen ook op ons werk vertelden, en naarmate het plan vorm kreeg, het voor ons ook min of meer onomkeerbaar werd. We hebben met elkaar afgesproken dat we sowieso zouden gaan, ook al zouden we onze baan moeten opzeggen of andere beren op de weg tegenkomen. Achteraf denk ik dat het voor ons belangrijk was dat we toen gezegd hebben dat we sowieso zouden gaan. Hierdoor waren problemen of beren ook makkelijker op te lossen want de oplossing: dan gaan we niet of dan gaan we later bestond eenvoudigweg niet.

Toen we het besluit genomen hadden wisten we eigenlijk ook niet zo goed waar we moesten beginnen. We hebben toen een diagram gemaakt van dingen waar we aan zouden moeten denken:

Alhoewel op punten te gedetailleerd, staan er toch veel zaken in die we inderdaad hebben voorbereid en die ik ook achteraf nuttig vond. Hieronder zal ik de verschillende hoofdstukken doorlopen een aangeven welke voorbereiding wij getroffen hebben en hoe dat is uitgepakt.

De Boot
Om maar met het grootste onderwerp te beginnen, er moest een boot komen. Wij zijn een gezin met twee kinderen van 7 en 9 toen we vertrokken. Wij hebben eerst een lijst van schepen gemaakt die naar onze mening geschikt zouden zijn voor zo’n tocht. Achteraf zijn wij erg blij dat we een relatief snel schip hadden, de maat van 41 foot vonden wij prettig met vier personen en wij hebben bewust gekozen voor een boot met twee hutten zodat we een grote bakskist hadden. Ook hebben we het budget niet te hoog gekozen, zodat we voldoende geld, ca. 50% van de aanschafprijs, zouden overhouden om nog zaken aan te passen voor onze reis. Internet is erg makkelijk om naar beschikbare schepen te zoeken. Als je een profiel aanmaakt krijg je precies dat te zien wat beschikbaar is. We hebben op Internet naar veel schepen gekeken (ook in het buitenland), maar uiteindelijk was de White Witch in blue het eerste schip dat we ook echt bezocht hebben. Los van de prijs waren we eigenlijk meteen weg van het schip (een Wauquiez Centurion 41s) en het feit dat de Zeezeilers van Marken er al vele jaren intensief mee varen gaf een extra vertrouwd gevoel. Ook was belangrijk dat de uitrusting goed was voor langere reizen met een uitgebreide zeilgarderobe, kotterstag, davits en oerdegelijk gebouwd.

Uitrusting van White Witch in blue

Navigatie & Communicatie Apparatuur

  • Raymarine E125 plotter buiten in de kuip met Navionics kaarten. Deze voldeed uitstekend. Wij hebben de plotter niet bij het stuurwiel maar naast de kajuitingang gemonteerd. Het voordeel is dat we er samen op kunnen kijken als we in de kuip zitten. 99% van de tijd stuurt de boot zelf op de stuurautomaat en dan zaten wij op de bank bij de plotter en hadden een goed beeld. De Navionics kaarten voldeden prima. Alleen het verlengde havenhoofd bij Palmeira, Sal stond er nog niet op, wel slordig want dat ligt er toch al een paar jaar! Ik heb steeds gebruik gemaakt van Navionics Update kaartjes. Hiermee kon ik steeds een nieuw gebied (Europa, Africa, Caraïben) downloaden en activeren voor ca. 100 euro per gebied. Het “oude” kaartje gebruikte ik dan om een nieuw ander gebied te activeren. Dit oude kaartje werd dan inactief en kon ik niet meer updaten maar nog steeds wel prima gebruiken. Dit is een stuk goedkoper dan als je de gebieden allemaal los koopt. Binnen hebben we nog een E7 plotter, wel handig als je het logboek invult maar die gebruikten we veel minder dan de plotter buiten. Deze gebruikt dezelfde Navionics kaartjes als de plotter buiten.
  • NAVTEX, een Furuno Navtex. Gekozen voor Furuno omdat deze beter bestand zou zijn tegen de kortegolfzender waarvan de antenne vlak naast de NAVTEX antenne zit. Erg handig in Europa voor zowel de weersverwachting als de berichten voor zeevarenden, in de Carib maar weinig gebruikt.
  • Marifoon met Amerikaanse weerkanalen. De weerkanalen hebben we bij de Maagden eilanden een paar keer gebruikt, maar ik zou ze er niet opnieuw in laten programmeren (hiervoor moest ik de Marifoon uit bouwen, opsturen en weer inbouwen…). Bij de maagdeneilanden is er ook vrijwel overal Internet waarmee je een goede weersvoorspelling kan opvragen.
  • Kortegolf (SSB) zender, aangeschaft bij Shiptron. Wij gebruikten de SSB zender enerzijds om weerberichten binnen te halen (ook onderweg) en anderzijds om -met name tijdens de langere oversteken – dagelijks mee te doen aan het “netje” dat we één of twee keer per dag met andere schepen die ook onderweg waren, hielden. Alhoewel je niet al te veel te melden hebt was het bij ons toch altijd weer een hoogtepuntje van de dag. Het weer kan je ook prima met een satellietontvanger binnenhalen, maar alleen voor het dagelijkse netje zou ik toch altijd ook een SSB ontvanger aan boord willen hebben. Overigens ging de communicatie als we eenmaal aan land waren vooral via een whatsapp groep, de SSB zender/ontvanger deed het ook veel minder goed als we bij land voor anker lagen.
  • Weerberichten: Wij haalden met de kortegolfzender de gribfiles op, weerkaartjes en soms ook het weerbericht. Gribfiles en geschreven weerberichten kan je prima via Sailmail binnenhalen. Weerkaartjes kan je op twee manieren ontvangen: via een SSB: 1. “Analoog”, door de piepjes die volgens een vast schema, zie Radio Fax Schedules, worden uitgezonden te ontvangen wordt lijn voor lijn een weerkaart opgebouwd, bijvoorbeeld in het programma Airmail. Dit werkt soms prima, maar soms ook minder bij een slechte verbinding en 2. als digitale bijlage bij een mailtje. Deze kwaliteit is altijd goed en kan je elk moment van de dag opvragen. Dit laatste is ons alleen gelukt via Winlink en niet met Sailmail omdat Sailmail consequent alle bijlages anders dan gribfiles weg gooit. Sailmail walstations hadden met name op de route vanaf Spanje naar de Kaapverden en Suriname vaak wel een betere ontvangst dan Winlink walstations. Zowel Sailmail als Winlink kan je gebruiken met het Airmail programma. Let wel op: om Winlink/HAM te gebruiken moet je zendamateur zijn en een zendamateur callsign hebben. Met alleen een Marcom-A diploma heb je dat niet. Zoek van te voren goed uit welke weerkaartjes je onderweg nodig hebt, zie ook het Radio Fax Schedules met achterin de namen van de verschillende digitale kaartjes. Als we een internet (WiFi) verbinding hadden gebruikten we vaak de site van Sailing Weather Online die de weerkaarten van verschillende weerstations geeft. Een goede cursus voor het ontvangen en interpreteren van weerberichten onderweg is Meteo voor vertrekkers van het Nimos.

Tabel: Kaartjes die wij vaak binnen haalden (door een mail te sturen naar query@saildocs.com met leeg onderwerp en in het mailtje bijv. Send PJAA99.TIF) waren:

Boston NB NB WL WL   kB
PJAA99.TIF 20 65 -10 95 Sea State Analysis 25
PWAE10.TIF 25 50 40 98 Wind/Wave 24H FRCST 25
PJAI10.TIF 20 65 -10 95 Wind/Wave 48H FRCST 25
PJAM98.TIF 20 65 -10 95 Wind/Wave 96H FRCST 26
PYAA11.TIF 20 65 -10 45 Surf Analysis 25
PYAA12.TIF 20 65 45 95 Surf Analysis 25
PPAE10.TIF 25 50 40 98 Surf 24H frcst 22
QDTM10.TIF 20 65 -10 95 Surf 48H frcst 29
PWAM99.TIF 20 65 -10 95 Surf 96H frcst 29
New Orleans
PYEA11.TIF -5 50 0 70 Surf analys 34
PYEE10.TIF 0 31 35 100 Surf 24H FRCST 23
PYEI10.TIF 0 31 35 100 Surf 48H FRCST 22
PYEK10.TIF 0 35 35 100 Surf 72H FRCST 23
MET Office
PPVA89.TIF 35 80 -40 50 Analyse 70
PPVE89.TIF 35 80 -40 50 Surf 24H FRCST 70
PPVG89.TIF 35 80 -40 50 Surf 36H FRCST 70
PPVI89.TIF 35 80 -40 50 Surf 48H FRCST 70
PPVJ89.TIF 35 80 -40 50 Surf 60H FRCST 70
PPVK89.TIF 35 80 -40 50 Surf 72H FRCST 70
PPVM89.TIF 35 80 -40 50 Surf 96H FRCST 70
PPVO89.TIF 35 80 -40 50 Surf 120H FRCST 70
MET Office klein formaat (minder goed leesbaar)
http://weather.mailasail.com/charts/PPVA89.MEDIUM.PNG 20
http://weather.mailasail.com/charts/PPVE89.MEDIUM.PNG 20
http://weather.mailasail.com/charts/PPVG89.MEDIUM.PNG 20
http://weather.mailasail.com/charts/PPVI89.MEDIUM.PNG 20
http://weather.mailasail.com/charts/PPVJ89.MEDIUM.PNG 20
http://weather.mailasail.com/charts/PPVK89.MEDIUM.PNG 20
http://weather.mailasail.com/charts/PPVM89.MEDIUM.PNG 20
http://weather.mailasail.com/charts/PPVO89.MEDIUM.PNG 20
  • Extended WiFi-antenne, wij hebben een extended range wifi antenne van Shiptron waarmee we vrijwel overal een wifi verbinding konden krijgen. Zo ver ik weet is deze niet meer leverbaar, maar een alternatief is Power WiFi. Altijd wel gedoe, soms moesten we eerst koffie drinken in het bijbehorende café om het wachtwoord te krijgen, maar vaak was er ook wel een open netwerk te vinden. We konden vaak ook gebruik maken van het FON account dat we hebben en waarmee we op alle FON punten konden inloggen. Uiteindelijk werkte het bijna altijd, wat erg handig was voor weerberichten, e-mails en opsturen van schoolwerk naar de Wereldschool. De Wifi antenne ging met een USB stekker in de laptop. Ik heb geprobeerd met het programma Connectify de lap-top als router in te zetten zodat ook IPads en IPhones gebruik konden maken van het WiFi Internet, maar Connectify werkte niet bij mij. In Kaapverdië, Suriname en de Caraïben kochten we vaak een SIM-kaartje waarmee we konden internetten. Met een I-Phone kan je dan eenvoudig een hotspot maken zodat iedereen op de boot Internet via WiFi kan gebruiken. De kaartjes van Digicell kon je vaak ook opmaken in volgende (ei-)landen omdat Digicell door de hele Caraïben zit.
  • IPAD met INAVX software en ook -deels verlopen- digitale kaarten.
  • Papieren kaarten, als noodvoorziening, maar de overzeilers gebruikten we ook wel om onze voortgang aan te geven. Ik weet niet of ik een volgende keer weer alle papieren detailkaarten mee zou zeulen. Misschien wel van de plaatsen waar je na een lange oversteek aankomt, maar alle kust kaarten van Europa en de Caribische eilanden zou ik denk ik thuislaten. Dit zijn allemaal dag afstanden en als alles uitvalt kunnen we nog prima met de IPAD navigeren. De meeste papieren kaarten heb ik via Marktplaats gekocht.
  • Pilots: Voor Noord-Spanje hebben wij de Cruising Galicia gebruikt, die net wat meer informatie geeft voor de Ria´s dan de Imray pilot Atlantic Spain and Portugal. De laatste was wel weer handig voor Portugal en alhoewel deze meer dan 15 jaar oud was, voldeed ook deze pilot prima. Als je uigebreid de Ria´s gaat bezoeken zou ik wel de pilot Cruising Galicia meenemen, anders is alleen Atlantic Spain and Portugal ook prima. Voor Marokko hadden wij de pilot North Africa, maar aangezien wij alleen in Rabat zijn geweest was dat achteraf niet nodig geweest. Met de informatie van noonsite is Rabat ook aan te lopen, zeker omdat er vanuit de haven een pilotbootje wordt gestuurd, dat je helpt binnen te lopen. Voor de Canarische Eilanden, de Kaapverden en de Azoren hadden wij de pilot Atlantic Islands, wat wel een must is. Voor Suriname is er niet echt een pilot, wij hadden wel de PDF van Pleasant Suriname maar daar vond ik weinig nuttige informatie in staan en het deel over het inklaren (dat is nogal ingewikkeld in Suriname) was alweer verouderd en verandert geloof ik zo ongeveer ieder jaar. Wel staat er op Noonsite en Cruiser Wiki nuttige informatie die frequent geupdated is. Voor de Carib hadden wij de bekende gidsen van Chris Doyle. Ook hadden wij de Imray pilot Grenada to the Virgin Islands maar in de praktijk gebruikten we eigenlijk alleen de boeken van Chris Doyle voor de Carib en The Cruising Guide to the Virgin Islands van Nancy & Simon Scott. Zowel de boeken van Doyle als van Scott geven ook veel informatie over dingen die je aan wal kunt bekijken en vond ik erg handig. De bijbehorende boekjes met “Anchorages” vond ik niets toevoegen. Voor Ierland en Schotland hadden wij niets bij ons omdat dit oorspronkelijk niet in ons plan zat. Onderweg hebben we wat kaarten en pilots overgenomen van de Distance II. Voor Ierland hadden we de Sailing Directions van de Irish Cruising Club. Ook hier maakt een oudere versie niet zo heel veel uit. Voor Schotland hadden wij CCC Cruising Scotland maar daar hadden we weinig aan zonder de bijbehorende Clyde Cruising Club’s Sailing Directions. Gelukkig geeft de Reeds naarmate je dichter bij de UK bent steeds uitgebreidere en nauwkeuriger informatie. Een volgende keer zou ik zeker ook de Clyde Cruising Club’s Sailing Directions kopen, al is het maar om allerlei leuke ankerplekjes te vinden. Voor Oost Schotland hadden we de Imray pilot voor North and East Scotland. Een goede pilot is hier wel handig omdat de havens over het algemeen erg ondiep zijn en zeker met springtij moet je oppassen als je dieper steekt dan 1,5 meter. De Reeds was hier wel wat onnauwkeurig.Verder hadden we nog The Atlantic Crossing Guide die ik weinig vond toevoegen en de The World Cruising Routes van Jimmy Cornell die wel handig is, maar waar je natuurlijk maar een heel klein deel van gebruikt.
  • Routerings programma: Voor de langere oversteken gebruikte ik het routeringsprogramma qtVlm dat gratis is te downloaden. In dit programma kan je grib files (GFS model) laden en ook stromingsfiles (RTOFS model) laden. Daarnaast moet je eenmalig de karakteristieken van je schip invoeren zoals het polaire diagram. Daarna kan je je reis plannen, zie ook het artiekel in Zilt 87. Wij konden hiermee vrij goed plannen hoe lang we onderweg waren en dus ook of we wel of niet voor een aankomend lagedruk gebied konden blijven of moesten uitwijken. Ik kan het programma zeker aanbevelen, maar je moet er wel even mee oefenen voordat je er goed mee kan werken.
  • Weerman/vrouw / Routeerder aan wal, wij hadden iemand die bij de grote oversteken mee keek en met wie we dagelijks via e-mail contact hadden. Dat was erg prettig, enerzijds zien een paar extra ogen meer, maar ook heb je aan wal meer informatie, en gribfiles met een groter bereik en nauwkeurigheid. Als je iemand kent met verstand van het weer is dat zeker handig, maar er zijn ook commerciële bedrijven zoals Commanders Weather die naar wat ik zag goede adviezen kunnen geven, maar geen idee wat de kosten zijn.
  • Overigens vond ik dat veel pilots er vanuit leken te gaan dat je maar beperkte weer-informatie aan boord had en geen GPS/Plotter. Met name het ’s nachts varen en aankomen ging bij ons prima, ook bijvoorbeeld op de Kaap Verden waar de lichten niet betrouwbaar zijn. De routes bij grotere oversteken lieten wij meestal meer van de actuele weersverwachting (Grib files) afhangen en de berekeningen die we met qtVlm maakten dan van de adviezen in de World Cruising Guide.

Stroomvoorziening aan boord

Voor we vertrokken hebben we gekeken hoeveel energie we zouden verbruiken en wat we nodig zouden hebben om dit op te wekken:

Stroom die nodig is per dag:

  • Koelkast: 4 ampère, 50% van de tijd:  0,58 kWH
  • Stuurautomaat: 6 Ampère, 24 uur: 1,7 kWH
  • Verlichting: 20 Watt, 6 uur: 0,12 kWH
  • Navigatie verlichting 3,5 Watt, 14 uur: 0,049 kWH
  • Instrumenten 2 Ampere: 0,576 kWH
  • Watermaker, 1 uur 20 ampere: 0,24kWH

Totaal: 3,3 kWH

Op te wekken stroom per dag:

  • Wind 4 ampère 24 uur: 1,0 kWH
  • Zon 10 uur 4 pannelen met netto 60 watt: 2,4 kWH

Totaal 3,8 kWH

We hebben hiervoor ons schip uitgerust met een Superwind windmolen en 4 zonnepanelen van ieder 100 Watt. Daarnaast hadden we een klein Honda EU10i benzine aggregaat aan boord als back up. Deze is veel zuiniger dan stroom draaien op de motor (ca. 0,5 liter per uur) en laad de accu’s via de walstroomlader die op ons schip efficiënter laadt dan de dynamo op de motor doet. Naarmate we zuidelijker kwamen merkten we dat we vaker de generator nodig hadden. Dit werd veroorzaakt doordat 1. naarmate we zuidelijker kwamen het steeds warmer werd wat slecht is voor het rendement van zonnepanelen, 2. we steeds meer ruime wind-voor de wind gingen varen waardoor de windmolen minder opleverde, 3. de wind steeds langer achter de zeilen bleef en de dagen korter werden waardoor de zonnepanelen minder lang stroom leverden, en 4. de koelkast steeds minder vaak af sloeg door de warmte. Van de Kaapverden tot Bermuda heeft de koelkast continu gedraaid…

Voor anker of in de haven hadden we geen probleem omdat dan de stuurautomaat en de electronica niet aan stond. We hebben daarom op de Canarische eilanden een Ampair sleepgenerator gekocht. Dit is een generator die je aan de achterkant van je schip vast zet met een 40 meter lange lijn waaraan een soort schroef zit die ronddraait in het water. De sleepgenerator levert bij >5 knopen 6-8 ampair wat niet zo heel veel is, maar wel 24 uur per dag en daarmee meer dan 1,5 – 2 kWH per dag. Sinds we de sleepgenerator hadden hebben we nauwelijks nog stroom gedraaid of de generator gebruikt. Achteraf heb ik het rendement van de zonnecellen denk ik te hoog ingeschat en lag dat ook riond de 1,5-2 kWH per etmaal. Op meerdaagse tochten hebben we steeds de sleepgenerator gebruikt maar we merkten ook dat toen we terug voeren vanaf de Azoren we de sleepgenerator eigenlijk niet meer echt nodig hadden. Op kortere (dag) tochten gebruikten we de sleepgenerator niet want dan hadden we voldoende stroom in de accu’s.

Wij hadden de volgende veiligheidsmiddelen aan boord:

  • Uiteraard reddingsvesten 275N van Spinlock (vanwege draagcomfort) die we in principe altijd droegen, alleen met windstil en warm weer lieten we het wel achterwege. Voor de kinderen hadden we 150N reddingsvesten.
  • EPIRB, niet gebruikt maar naar mijn mening noodzakelijk als laatste alarmerings-mogelijkheid
  • DSC Marifoon, heb je absoluut nodig om andere schepen op te kunnen roepen
  • AIS transponder: Naar mijn mening één van de belangrijkste verbeteringen van de afgelopen jaren. In combinatie met een plotter waarop je ook je eigen schip en een AIS-vector kan plotten heb je een goed zicht welke boten wel en niet een gevaar vormen. Ook het voordeel dat andere schepen je goed zien en om je heen kunnen varen. Bovendien kan je andere schepen die toch te dichtbij komen eenvoudig oproepen omdat je de naam van het schip in het AIS scherm kan lezen. Wij hadden buiten een Raymarine plotter waarop ook de AIS gegevens werden afgebeeld. Ik vond dat erg prettig werken.
  • Reddingsvlot: Gelukkig niet gebruikt, maar moet je bij je hebben. Wij hebben het reddingsvlot in een bakskist zitten. Beter is het als je het aan de railing kwijt kan, maar dat lukte bij ons niet omdat er dan davits in de weg zitten.
  • Actieve Radar Reflector met S- en X-Band van Echomax. We merkten onderweg dat veel vrachtschepen varen op hun radar, ook al hebben ze ook AIS aan boord. We hebben wel gezien dat koopvaardijschepen die ons pad kruisten direct nadat we de Echomax aanzetten hun koers wijzigden om ons te ontwijken. Ik zou een volgende keer een actieve radar reflector zeker weer meenemen.
  • Drijfanker: Niet gebruikt maar moet je wel bij je hebben. Ik hoorde onderweg een verhaal van een catamaran die zijn drijfanker (drogue) had uitgegooid, en waarvan de lijn is geknapt. Belangrijk dus om te zorgen dat zowel het anker als de lijn voldoende zwaar zijn uitgevoerd.
  • Joon met lampje: Niet gebruikt, zou ik wel weer meenemen. Tijdens een zeilles met de zeezeilers van Marken zijn we bij een man over boord oefening een keer bijna een Joon kwijtgeraakt, zo snel raakt iets of iemand uit beeld…
  • Man over Boord alarm. Wij hadden het MOB alarm van Raymarine dat draadloos contact maakt tussen een sensor die je bij je draagt en het basis station. Zodra je te ver van de boot bent of in het water valt is de verbinding verbroken en gaat het alarm af. Ik vond het een rot-systeem omdat het ontzettend vaak “zomaar” af ging en dan onnodig degene die sliep wakker maakte. Wat wel handig is, is dat de MOB positie automatisch in de plotter werd gezet, Ik denk dat er tegenwoordig betere middelen zijn of komen op basis van AIS signalen.
  • Banden om je aan te lijnen als je naar voren loopt. Bij mij bleef de veiligheidsclip van mijn lifelijn vaak vastzitten aan de band. Lijnde mezelf daarom wel aan bij de mast maar meestal niet als ik naar de mast toe liep. Het koste meer moeite om aangelijnd naar voren te lopen en duurde daardoor ook langer wat ook weer een risico met zich meebrengt, want ook als je aangelijnd over boord valt ben je niet zo één twee drie weer aan boord. De nacht bereidden we goed voor (minder zeil), zodat we zelden in de nacht naar het voordek hoefden. Als het toch noodzakelijk was om in de nacht naar de mast te lopen wekten we altijd de ander.
  • Ogen om je in de kuip aan te kunnen lijnen. Gebruikten we ’s nachts en met slecht weer.
  • Kniptang om verstaging door te knippen, gelukkig niet gebruikt, maar wel nuttig om bij je te hebben.
  • Voor communicatie in noodgevallen hadden we een iridium satelliettelefoon aan boord met een Noodpakket sim kaart met 222 belminuten die 12 maanden geldig is. De Telefoon is een Motorola 9505 die ik op Marktplaats heb gekocht. Achteraf zou ik nu een nieuwe telefoon kopen. We hebben de satelliet telefoon één keer gebruikt om via de kustwacht de Radio Medische Dienst te bellen. Toen bleek de apart aangeschafte en nieuwe accu leeg te zijn, was nu geen probleem maar kan in een echt noodgeval wel erg vervelend zijn. Bovendien was deze satelliet telefoon niet in staat om data (weerberichten) te ontvangen. Met een nieuwe(re) telefoon kan dit wel en dan heb je een goede back-up voor als de SSB uitvalt. Ook handig om het nummer van de Nederlandse Kustwacht +31223542300 (en dus niet het 0900 nummer, want dat doet het niet vanuit het buitenland!) voorgeprogrammeerd te hebben. Ook al zit je ver van huis de Nederlandse Kustwacht helpt je uitstekend.
  • Veiligheidsplan waar op staat waar alles ligt. Ik zelf weet het wel te vinden, maar niet iedereen aan boord weet het.

Zeilen

  • Wij hebben een nieuwe Genua 1 en een nieuw grootzeil laten maken bij De Vries Sails in Makkum. De oude zeilen waren nog van 1996 en het grootzeil was echt versleten. De oude Genua 1 hebben we nog wel meegenomen en gebruikt van de Canarische Eilanden naar de Kaapverden en naar Suriname om zo de nieuwe Genua 1 wat minder bloot te stellen aan UV en op die stukken vaar je voor de wind en maakt het niet zo veel uit welke vorm je zeil heeft. Toch zou ik dat nu niet meer doen, te veel gewicht en gedoe. Wel kan je evt. met twee Genua’s varen (passaat zeilen) maar dat hebben wij nooit gedaan. Wij voeren tijdens de oversteek van Kaapverdië naar Suriname (’s nachts) vaak met twee reven in het grootzeil. Als er dan en squall overkwam konden we de rolfok eenvoudig reven of zelfs wegdraaien. Dit kon je eenvoudig in je eentje doen waardoor de ander tijdens de wachten kon doorslapen.
  • Stormfok, nooit gebruikt maar zou ik zeker wel weer meenemen voor de veiligheid
  • Werkfok iets groter dan de stormfok. Deze hebben we nooit gebruikt en zou ik nu thuislaten
  • Genua 4 die je als rolfok op de voorstag kan voeren. Nooit gebruikt en zou ik nu thuislaten. Het strijken van de Genua1 en het netjes opvouwen is onderweg eigenlijk niet goed te doen en op een ankerplek is het ook onhandig. Bovendien hadden we eigenlijk geen plek om de Genua1 weg te stouwen. Kortom wij hebben altijd een Genua1 op de rolfok-installatie gehad.
  • Genua 4 die je met leuvers op de kotterstag voert, ca. 5 keer gebruikt als we met harde wind >20 knopen een aan de windse koers moesten varen. Hiermee bleef de boot goed te hanteren en rustig varen. Zou ik zeker weer meenemen. Voordeel is ook dat je hem op een kotterstag voert zodat je de Genua 1 eenvoudig kan inrollen als het harder gaat waaien. Wij hebben een wegneembare kotterstag, dat vond ik ideaal omdat je als het niet hard waait of je een voor de windse koers vaart (90% van de tijd) hij niet in de weg zit bij het overstag gaan.
  • Gennaker die we ook wel als spinnaker hebben gebruikt. Alhoewel wij helemaal geen ervaring hadden met zowel een gennaker als spinnaker hebben we dit zeil uiteindelijk veel gebruikt. Met name vanaf Bermuda naar de Azoren maar ook toen we via Ierland naar Schotland voeren hadden we periodes met weinig wind <10 knopen. Door de oceaandeining staan dan alle zeilen en de giek te klapperen. Een gennaker of spinnaker klappert niet zo snel (licht zeildoek) en zorgt dat het schip stabiel op de oceaandeining vaart. Overdag hebben we hiermee toch nog vele mijlen kunnen maken (bij nacht hebben we alleen bij heel stabiel weer enkele keren de genaker laten staan). Mede hierdoor kwamen wij op de Azoren aan met nog een volle dieseltank terwijl veel andere boten leeg waren en soms zelfs een stukje moesten dobberen. Ik zou iedereen adviseren wel een licht weer zeil mee te nemen.

Onderhoud onderweg

Wat ons erg tegenviel is de beschikbaarheid onderweg van onderdelen en watersportwinkels zoals we die in Nederland kennen. Of andersom, we zijn in Nederland ontzettend verwend met alle watersportwinkels. Onderweg klussen doen is daarom vaak ook lastiger dan het in Nederland te doen. In Coruña zitten nog wel een paar watersportzaken zoals Pombo en een uitgebreide jachtwerf bij Marina Seca. In Vigo hebben we ook nog een wat uitgebreidere watersportwinkel Jezus Betanzos gevonden. Daarna hebben we eigenlijk geen watersportwinkels meer gevonden in de Ria’s, langs de kust van Portugal en in Marokko. Op Tenerife zijn er wel weer watersportwinkels zoals de Spinnaker Shop (San Juan Bautista, 32 Santa Cruz de Tenerife). Op Grand Canaria zitten nog veel meer watersportwinkels maar daar zijn wij niet geweest. Op de Kaapverden is er weinig, al kunnen ze er wel van alles voor je maken. Er is een winkeltje met wat spullen en Raymarine elektronica in de Marina van Mindelo. Ook in Suriname is vrijwel niets te krijgen op watersportgebied. Er is wel een winkel Propellor op de Industrieweg Zuid 18C, maar die had een beperkt aanbod. Op Tobago is er niets te krijgen, maar Trinidad staat bekent om het onderhoud wat je voordelig aan je schip kan laten doen. Op Grenada zit zowel een vestiging van Island Water World en van Budget Marine. Dat zijn weer watersportwinkels zoals wij ze kennen, alleen wat duurder…

Van Grenada tot Martinique hebben wij niets gezien, maar in Martinique kan je in Le Marin vrijwel alles krijgen en is er ook prima service (zeilmakerij, scheepsmotoren etc). Ook in Sint Maarten kan je alles krijgen. In Bermuda, St. George zit wel een zeilmaker maar die is (zoals alles op Bermuda) duur, verder is er niet veel te krijgen. In Horta zit een redelijk goede watersportwinkel Mid Atlantic Yacht Services. Verder is onderhoud in Horta niet duur (zeilmaker, hout bewerken etc.). “Mannetjes” zijn ’s avonds vaak in de haven.

EHBO en medicijnen

Wat je wel en niet mee moet nemen aan medicijnen vonden wij een lastige keuze. Wij hebben samen met een arts in het ziekenhuis van de vaccinatiedienst een lijst opgesteld. Daarvoor hebben we ook gekeken in diverse lijsten zoals de lijst van de kustzeilers en van de toerzeilers. Hieronder de – inmiddels geïntegreerde – lijst van de toerzeilers en de kustzeilers en onze eigen lijst.



Voor sommige medicijnen (bij ons alleen Oxycodon met morfine) heb je een verklaring nodig. In Schengenlanden een Schengenverklaring en daarbuiten een medische verklaring met een apostillestempel, die je in Den Haag moet halen. Zie ook de volgende link.

Tijdens onze reis is nooit naar de medicijnen of verklaringen gevraagd. Wij hebben ook maar weinig medicijnen nodig gehad (alleen oogzalf, azaron, desinfectie, Cinnarizine, tekentang en de thermometer), maar ik zou een volgende keer ook weer voldoende medicijnen meenemen want als je midden op de oceaan iets krijgt ben je blij dat je het bij je hebt. Het grootste risico was de ziekte Chikungunya die in Suriname en de hele Carib voorkomt. Zover wij weten is er weinig aan te doen behalve je zo goed mogelijk beschermen tegen de muggen, maar je de hele dag insmeren met DEET is ook niet zo heel gezond… In Suriname zaten wel veel muggen en ook Tijgermuggen die Chikungunya overbrengen. Wij hebben daarom in Suriname vitamine B12 geslikt in de hoop dat de muggen dan minder snel prikken. In de rest van de Caraïben waren er op de meeste ankerplekken weinig muggen.

Kinderen

Myrthe en Wouter vonden het altijd erg leuk als er andere boten met kinderen waren. In het begin vonden ze het lastig om met kinderen die geen Nederlands spraken te spelen maar dat veranderde al snel en na een paar maanden was dat geen probleem meer. Het is handig als een ander schip, ook met kinderen ongeveer dezelfde route vaart zodat je elkaar zo nu en dan tegenkomt. Wij hadden samen met andere Nederlandse boten een Whatsapp groep en we konden andere boten met kinderen ook volgen via Marinetraffic, zo lukte het prima om elkaar zo nu en dan te treffen. En verder ging Wouter er vaak met de dinghy op uit zodra we voor anker lagen en kwam dan terug met vriendjes en vriendinnetjes van andere boten. Het was leuk om te zien hoe snel ze Engels leerden als ze met kinderen uit andere landen speelden, je hoorde het dan echt per dag vooruit gaan.

School

Wij hebben onze kinderen Myrthe en Wouter les gegeven via de Wereldschool (taal, rekenen, lezen, schrijven). Andere schepen die we tegenkwamen hadden zelf boeken gekocht en deden het zonder de Wereldschool. Beide kan prima, maar wij vonden de samenwerking met de Wereldschool erg prettig en het was ook wel een goede stok achter de deur dat er iemand meekeek.

Wij hebben Wouter en Myrthe het jaar dat ze niet naar school gingen uitgeschreven, maar met de school wel afspraken gemaakt dat ze na een jaar weer terug zouden komen. Ook hebben wij van de school boeken en werkboeken voor Natuur, Geschiedenis en Topografie/Aardrijkskunde meegekregen. Het lesgeven ging soms gemakkelijk, maar soms ook moeizaam (Combinatie ouder en leerkracht is soms wel lastig…). We hadden de regel dat er pas op elektronica gespeeld mocht worden als school klaar was. Ook hebben wij de weekenden vrij gehouden en ook de woensdag was een “makkelijke” dag met maar twee blokken in plaats van vier. Meestal waren we rond de lunch wel klaar met school en konden we ’s middags rondkijken. Tijdens de grotere oversteken hebben wij geprobeerd zo veel mogelijk vast te houden aan dit schema waarbij we dan meestal drie in plaats van vier blokken deden, enerzijds omdat het wat structuur gaf aan de dag, en Myrthe en Wouter bezig hield, en anderzijds omdat we zo meer tijd hadden als we ergens in een haven of voor anker lagen en dan ook vrije dagen of vakantie konden inplannen. In het algemeen lukte het vrij goed om tijdens het varen school te doen, al is schrijven op een schommelende boot wel lastig, en als het er wat wilder aan toe ging en de kinderen werden misselijk dan lukte het ook niet meer.

Nu we terug zijn en Myrthe en Wouter weer in de volgende groep zitten heb ik het idee dat ze de lesstof van vorig schooljaar prima beheersen, ze kunnen goed meekomen. Wel had met name Wouter de eerste weken moeite om zich een hele dag te concentreren op school.

Huis

Wij hebben ons huis verhuurd, wat ons prima bevallen is. Ondanks dat je je huis verhuurt, kan je aan de Inspecteur van de Belastingen vragen om je huis belastingtechnisch toch in Box 1 te laten vallen via de regeling Tijdelijke verhuur eigen woning. Het gaat er hierbij om of een jaar nog als tijdelijk wordt gezien, maar van andere boten weten we dat hierin bij reizen tot 2 jaar vaak wordt toegestemd.

Om je huis te verhuren heb je formeel toestemming van de hypotheekverstrekker nodig. Je kan ook gewoon je mond houden (deden veel andere vertrekkers), maar wij hebben wel toestemming gevraagd en na wat heen en weer gemail ook zwart op wit gekregen bij de ING volgens een regeling bedoeld voor expats die voor een periode naar het buitenland gaan en hun huis willen aanhouden.

Website

Om onze familie en vrienden op de hoogte te houden hebben we deze website gemaakt. Het was wel even wat werk (een weekend puzzelen) en toen hadden we al een eerste versie van onze site. Er zijn verschillende mogelijkheden om een site te maken, maar wij hebben bij Ermis een hostingpakketje voor minder dan tien euro per jaar genomen met eigen domeinnaam en daar WordPress (gratis) op geïnstalleerd. Wat wij erg handig vonden is dat we blogs konden plaatsen per e-mail zodat we via de SSB, ook als we tijdens de langere oversteken onderweg waren, toch konden bloggen. Het is wel handig dit goed te testen voor je vertrekt, en ook voor je weer een grotere oversteek maakt.

De website heeft prima gefunctioneerd en de service bij Ermis is echt uitstekend. We hebben de volgende problemen gehad:

bepaalde (grotere) bestanden werden heel vaak gedownload van onze site waardoor we over onze verkeerslimiet gingen en de site op zwart ging. Gelukkig had ik de meeste van onze foto’s al op Picasa staan en met een linkje in de blogs opgenomen. Toen ik de grotere foto’s die nog op onze site stonden ook op Picasa had gezet was dit probleem opgelost.

Plaatsen van blog via e-mail werkte niet meer voor de oversteek van Engeland terug naar huis, als work-around gevraagd aan vriend in Nederland om blog te plaatsen en was na mailtje aan Ermis binnen een dag opgelost.

Tips:

  • Zet je foto’s/bestanden niet zo op je site dat iemand ze heel vaak kan downloaden
  • Bescherm de login pagina van je website tegen login-robots. Wij hebben dat gedaan door de URL van de inlogpagina te wijzigen.

Eten onderweg en tijdens de oversteek

Een goede catering, met name tijdens het zeilen is essentieel. Wij hebben 2 hele kleine kookboekjes meegenomen, voor ideetjes onderweg (koken uit blik, koken aan boord). Koken aan boord tijdens het zeilen vergt toch nadenken en een andere aanpak dan thuis (vanwege de deining).

Tips:

  • Een muggi is erg handig
  • Wij hadden tijdens de oversteken anti slip-matjes (te krijgen bij Action/Blokker/etc.). Dit was erg handig en voorkwam dat alles de hele tijd over het aanrecht vloog.
  • Wij hadden nog een broodbakmachine mee, die hebben we een paar keer gebruikt als we geen brood konden krijgen, maar hij gebruikt wel veel elektriciteit, dus je moet tijdens het bakken eigenlijk wel de motor bijzetten of zon hebben op de zonnepanelen. Anderen waren enthousiast over een broodpan waarmee je brood op het fornuis kan bakken. Aangezien je vrijwel overal brood kan krijgen denk ik nu dat je ook prima met voldoende afbakbroden uit de voeten kan. Deze zijn overigens niet overal te krijgen. In Europa, Suriname, Martinique en Sint Maarten konden we ze krijgen, maar in de rest van de Carieb niet, dus je moet ze wel voldoende inslaan als het kan.
  • Koop groente en fruit als het kan ongekoeld dan blijft het -zeker buiten de koelkast- langer goed.
  • Over het algemeen konden we onderweg goed bevoorraden. Het is handig rekening te houden met:
  • Kaapverdië heeft minder keuze in producten (ook groenten en fruit). Echter ze hebben buiten de koelkast houdbare yoghurt (met smaakje) en kartonnetjes met crèmesaus, ideaal.
  • In de Caraïben kan je niet overal alles krijgen, en wat je kan krijgen is vaak erg duur. Het is daarom handig om houdbare spullen in te slaan op de volgende plaatsen: Suriname, Grenada, Martinique/Guadeloupe, Sint Maarten/St. Martin of US Virgin Islands. Op Sint Lucia, Dominica, BVI’s (Road Town) en Bermuda is ook vrijwel alles te krijgen maar zijn de prijzen aanzienlijk hoger.
  • Typisch Hollandse producten kan je inkopen in Suriname (Choi’s of Tulip supermarkt in Paramaribo), op Sint Maarten bij Le Grand Marché. Voor Myrthe en Wouter was dat feest als de voorraden stroop, pindakaas, muisjes, Speculoos etc. werden aangevuld.
  • Vooraf handig meenemen vond ik lang houdbare tortellini, gnocchi, hamburgers en rookworst, kant en klare pakken broodmix, blikjes, variatie sauzen, nog af te bakken stokbroden, pureepoeder.
  • Verder gebruikten we een netje om fruit (snel rijp) in te hangen. Maar ook onder de vlonders hebben we plastic mandjes voor groenten (tomaten, aardappels, uien, courgette, witte kool, wortelen, komkommers) en fruit (appels, sinaasappels, ananas). De kunst is om groente en fruit ongekoeld te kopen. Bananen hingen we altijd apart op. Nootjes zijn onderweg heel duur. Vanaf Kaapverdië tot en met Tobago zijn verse melkproducten minder verkrijgbaar en is alleen houdbare melk te krijgen.
  • Wij hadden één 5 liter gas fles en één campinggas 3 liter fles bij ons. In Spanje en Portugal is Campinggas erg handig omdat ze hier vaak moeilijk doen over het vullen van buitenlandse gasflessen. Campinggas is echter wel overal verkrijgbaar. Ook in Schotland was Campinggas handig. Voor Kaapverdië, Suriname en de Caraïben vond ik een 5 liter gasfles handiger en aanzienlijk goedkoper. Ik zou nu twee 5 liter flessen meenemen en één Campinggas fles om in Europa ook overal makkelijk gas te kunnen krijgen. Als je voorbij de Canarisch eilanden bent kan je dan eenvoudig je Campinggas opgebruiken en weg stouwen.

Kortingen in Jachthavens

Het lidmaatschap van de Nederlandse Vereniging van Toerzeilers geeft korting in de volgende havens, maar dan moet je wel je pasje bij je hebben:

Daarnaast konden wij in de haven van Viano do Castelo een (handgeschreven) kortingsbon voor een aantal andere Portugese havens waaronder Douro Marina (Porto), Lagos, Oeiras en een haven op Madeira, handig om hier even naar te vragen.

Scheeps Verzekering

De Verzekering kan je onderweg aanpassen, wij hebben de “standaard” verzekering in La Coruña aangepast naar groot kwadrant, op de Canarische Eilanden naar extra groot kwadrant en op de Kaapverdië naar Caraïben/Suriname. Er zitten ook verschillen tussen de verschillende verzekeringen, zowel qua voorwaarden als premie. Wij betaalden Euro 245 per kwartaal voor het extra groot kwadrant (inclusief Kaapverdië en Azoren) en Euro 394 per kwartaal voor de Caraïben/Suriname (Kuipers Verzekeringen met 50% Bonus Malus korting)

In- en Uitklaren

Zodra je buiten Europa komt wordt je geacht in en uit te klaren. Daarbij gaat het enerzijds om het schip en anderzijds om de mensen aan boord. In het algemeen gaat het in een keer maar soms moet je naar twee of zelfs drie verschillende locaties. Het systeem werkt zo dat je om in te klaren een uitklaringsbewijs vanuit het vorige land moet hebben. Als je naar de Canarische Eilanden gaat kan je inklaren (hebben wij wel gedaan op Tenerife), maar andere schepen hebben het niet gedaan. Uitklaren kan ook op Tenerife, maar je krijgt ook een document mee in de Marina La Gomera wat ook voldoet in Kaapverdië.

In de Caraïben wordt steeds meer gebruik gemaakt van Sailclear om (deels) via de computer in te klaren. Een account kan je al voor vertrek aanmaken, is makkelijker dan in een heet kantoor op Grenada (moet je wel je account en wachtwoord onthouden…). Sailclear wordt gebruikt in de volgende landen: Cayman Islands, Bermuda, Grenada, Saint Lucia, Saint Kitts and Nevis, Brittisch Virgin Islands, Montserrat, Dominica, Anguilla, Turks and Caicos Islands en Curaçao. Op Antigua gebruiken ze een vergelijkbaar maar wel net anders systeem ESeaClear.

Overigens moet je ook met deze systemen nog steeds de nodige formulieren invullen, maar het zijn er wel een stuk minder geworden. Volgens de regels zou je direct bij aankomen moeten inklaren, ook als je ´s avonds of ´s nachts aankomt. In de praktijk is dat wel wat relaxter, ´s nachts zijn de kantoortjes gesloten en als je iemand uit zijn bed trommelt is hij echt niet blij en betaal je overtime fee. Let wel op met uitklaren, want als je buiten de gewone openingstijden (weekend, eind van de middag) uitklaart moet je ook overtime fee betalen.

De duurste landen om in te klaren waren Bermuda en de Brittisch Virgin Islands.

Fototoestel

Het is erg leuk een waterdicht fototoestel bij je te hebben. In de Caraïben zie je prachtig koraal, vissen en schildpadden onder water. Wij vonden het erg leuk daar ook foto’s en filmpjes van te kunnen maken. Ook bij slecht weer of als er veel water over komt is het fijn als je camera tegen water kan. Een GoPro is leuk om te filmen of foto’s mee te maken en kan je ook leuk aan een pikhaak vastmaken om zo de dolfijnen bij de boeg van je schip onderwater te filmen.

De Reis

De route

Na een jaar hebben we ruimt 12 duizend mijl afgelegd, zijn we in 26 landen geweest, en hebben we 50 eilanden bezocht. We hebben ervan genoten en alles was meer dan de moeite waard, maar sommige plekjes hadden iets extra bijzonders en werden ook niet door iedereen aangedaan. Onze route liep via de kanaal eilanden naar Coruña. Via de Ria’s, naar de Algarve en vandaar via Marokko naar de Canarische  Eilanden naar Kaapverdië. Midden december zijn we overgestoken naar Suriname (14 dagen) waar we net voor kerst aankwamen. Eind januari zijn we naar Tobago gevaren, vanuit Tobago naar Grenada en door de Caraïben via Antigua en Barbuda naar Sint Maarten gevaren. Vanaf Sint Maarten zijn we via Sint Eustatius en Saba naar Saint Croix en Sint John gevaren en vandaar naar de BVI´s. Terug zijn we via Bermuda en de Azoren gevaren en aan het eind zijn we via Ierland en Schotland (Caledonisch Kanaal) terug gevaren naar Nederland. Van de in totaal 393 dagen dat we onderweg waren hebben we 121 dagen gevaren, zijn we 77 nachten (deels) op zee geweest, hebben we 136 nachten geankerd op 60 verschillende ankerplekken en 126 nachten in 36 verschillende havens gelegen en 41 nachten aan 19 verschillende moorings gelegen. Hierbij valt op dat je in de Spaanse Ria’s goed kan ankeren en dat we van Tobago tot en met Bermuda alleen maar voor anker en een enkel nachtje aan een mooring hebben gelegen. Dit komt enerzijds omdat de Caraïben zich erg goed lenen om te ankeren (wind komt altijd uit zelfde hoek, lekker warm, dus even in zee stappen bij een landing is geen probleem) en anderzijds omdat er weinig havens zijn die ook asociaal duur zijn. In Kaapverdië hebben wij alleen in Mindelo in een haven gelegen, maar ik adviseer iedereen om daar voor anker te gaan. De pontons in de haven schudden heen en weer op de deining en er ontstaat veel schade aan schepen in de haven. Wij hadden schade aan het roer dat langs een ketting schuurde waarmee de pontons geankerd waren, de Tisento had schade aan een zwemtrap en verder zijn er bij veel boten landvasten gebroken.

Bijzondere plekjes

Hieronder beschrijf ik plekken waar we geweest zijn en waar niet iedereen komt. De meer gebruikelijke plekken zoals de Canarische Eilanden, of de meer “standaard” winward en leeward eilanden beschrijf ik hier niet, niet omdat ze niet mooi of bijzonder zijn, maar om dat je daar toch wel komt.

Spaanse Ria’s

Na Finisterre kom je in de Ria’s. Wij vonden het een prachtig gebied waar je heerlijk kan varen. De Ria’s zijn beschut, vaak ligt er ook voor de ingang een eiland. Er is van alles te zien, en er zijn leuke uitstapjes te maken naar Santiago de Compastela en Pontevedra. Plaatsen als Santiago de Compastela, Combarro en Pontevedra zijn erg toeristisch maar de meeste andere ankerplekjes en stadjes zijn erg rustig en authentiek Spaans. Op de meeste plaatsen kan je prima ankeren, behalve bij Vigo daar vonden wij het handiger om in de haven te liggen. De eilanden Cies en Ons in het “Parque nacional Islas Atlánticas de Galicia”, zijn prachtig. Bij deze eilanden heb je wel een ankervergunning nodig. Die kan je vooraf aanvragen op de site. Hier kan je ook een vergunning aanvragen voor andere Spaanse National Parcs zoals de wandeling naar de top van El Teide. Wij hebben ruim drie weken rondgevaren in de Ria’s van Finisterre tot Bayona en we hadden het niet willen missen.

Isla Berlenga

Isla Berlenga is een leuk eilandje voor de Portugese kust te hoogte van Peniche. Er zijn allerlei grotten, tunneltjes en doorgangetjes waar je met je dinghy doorheen kan varen. Onze kinderen vonden het fantastisch en wij trouwens ook! Je kan over het eiland wandelen naar een oud fort en bij een strandje zwemmen. Overdag komen er veel dagjesmensen en wordt het druk maar aan het eind van de middag wordt het heerlijk rustig tot ’s ochtends een uur of 10. ’s Nachts kan je aan een mooring liggen die overdag gebruikt wordt voor de boten die de dagjesmensen brengen. Overdag moet je ankeren. Het wordt snel diep en je ligt al snel op ca 8-10 meter diep water. Het kan er ook nogal rollen als de wind loodrecht op de golven staat. Leuke stop bij rustig weer.

Langs de Portugese kust zijn verder Porto en Lissabon prachtige en leuke steden om aan te doen. Bij Lissabon kan je in verschillende havens liggen,maar ook prima voor anker of aan een mooring bij Seixal, waar wij gratis lagen en met een ferry zo in Lissabon waren. De aanloop van rivieren aan de Portugese westkust (Bijv. Rio Douro, Ria de Aveiro) kunnen gevaarlijk worden als er hoge golven staan. Daar hebben wij verder geen last van gehad, maar goed om in je planning mee te nemen. De aanloop van de Taag bij Oeiras (Lissabon) was bij ons wel spannend omdat we net binnenkwamen toen een harde ebstroom (springtij) opbokste tegen de Atlantische deining. Niet aan te bevelen, staande golven, brekers en veel stroom tegen. Zeker met springtij handig om rond getijdenwissel aan te komen.

Marokko

In Marokko zijn verschillende havens, maar Bouregreg marina in Rabat is wel een van de meest toegankelijke. Het is een prima jachthaven met alle faciliteiten en moderne drijfsteigers waar je aan ligt. Er is goed openbaar vervoer (tram naar Rabat en vandaar trein) en je kan in de medina van Salé voldoende eten kopen. De jachthaven is veilig (het jacht van de koning of vrienden van de koning ligt er ook aan een aparte steiger) en ligt aan de Bouregreg-rivier, net voor de brug links. Je kan de haven alleen veilig bereiken als er minder dan 2 meter deining staat en alleen rondom hoogwater. Handig om voor je hiernaartoe vertrekt ook de gribfiles met de golfhoogte bij Rabat te checken en te plannen dat je rondom hoogwater aankomt. Mocht je onverhoopt de haven niet in kunnen,, dan kan je uitwijken naar Mohammedia 30 mijl zuidelijker. Let op: de marina van Casablanca is geen optie. Deze is al jaren gesloten en hier mag je niet liggen, je wordt er weggestuurd. Bouregreg-marina verleent een uitstekende service door met een bootje naar buiten te varen en je naar binnen te loodsen. Je kan ze oproepen op VHF 10. Vaak nemen ze en paar bootjes tegelijkertijd mee naar binnen. Het is zeker aan te raden van deze service gebruik te maken, want er ligt een golfbreker onder water die niet heel goed zichtbaar is.

Naar binnen varen als de haven gesloten is, is echt af te raden, er staan dan gevaarlijke brekers bij de ingang. Hou je camera klaar als je de monding van de Bouregreg-rivier op vaart, is een prachtig gezicht met aan stuurboord de Kasbah of the Udaya en daarachter de medina van Rabat en aan bakboord de medina van Salé en vissersbootjes langs de rivier. Zodra wij bij de haven kwamen moesten we afmeren bij een douanesteiger en konden we inklaren. Douane was zeer vriendelijk, op sommige boten kwam ook nog een hond snuffelen maar allemaal erg vriendelijk.

Marokko zelf is heel gastvrij en echt Afrikaans/Islamitisch, en daarmee echt anders dan de andere bestemmingen langs het rondje Caraïben die toch allemaal sterk door het westen zijn beïnvloed.  Rabat is een prima uitvalsbasis om uitstapjes te maken naar andere steden in Marokko, dat kan zowel met een huurauto als met de trein. Wij zijn naar Fès, Casablanca, Chefchaouen en Tetouan geweest. Fès en Chefchaouen vond ik het mooist, Tetouan is minder toeristisch en daardoor ook authentieker.

Kaapverdië

Van Kaapverdië wordt vaak alleen Mindelo bezocht of het wordt helemaal niet aangedaan op weg naar de Caraïben. Wij zijn op Sal, São Nicolau en São Vicente geweest. Voordeel van de route via Kaapverdië is dat je de tocht opdeelt en dat je goed in de trade winds zit waardoor de oversteek naar de overkant makkelijker wordt, maar het is natuurlijk wel wat langer dan als je direct vanuit de Canarische Eilanden oversteekt naar de Caraïben. Als je ervoor kiest om Kaapverdië aan te doen zou ik zeker wat meer eilanden bezoeken dan alleen Mindelo op São Vicente. Sal is droog en kaal, maar het plaatsje Palmeira waar je uitstekend kan ankeren is erg idyllisch. Als je in het donker aankomt wel opletten want het havenhoofd is verlengd en dat staat nog niet op de Navionics kaart, maar wel duidelijk in de Imray pilot beschreven.

Ik heb van Sal genoten, de mensen zijn vriendelijk, en nadat je er een paar dagen ligt begonnen wij ons echt thuis te voelen. Op Sal is ook redelijk wat te doen en er is goedkoop vervoer met minibusjes. Inklaren op Sal was wel wat gedoe omdat we naast de Port Police in Palmeira ook nog naar Immigration op het vliegveld bij Espargos moesten en ze ons daar vervolgens vier uur lieten wachten omdat de vluchten voorrang hadden. Gelukkig hadden ze er wel goed Internet…

São Nicolau vond ik erg mooi, al is de ankerplaats bij Tarafal minder beschut, waardoor je er meer rolt. São Nicolau is prachtig groen en ook veel hoger dan Sal. Je kan er prachtig wandelen, o.a. op de berg Monte Gorde en je kan met de bus naar Ribeira Brava,de hoofdplaats van het eiland.

Mindelo op São Vicente is een leuke en veel grotere stad. Mindelo is ook een goede plek om te bevoorraden (markt, supermarkt) voor de oversteek naar de Caraïben of Suriname. Ook is het leuk om (met de ferry) een dag naar São Antao te gaan en daar te wandelen. Wij hebben in Mindelo in de haven gelegen, maar ik vond dat totaal geen succes, de steigers gaan behoorlijk te keer op de deining. ’s Nachts lag je ook niet echt rustig als je schip heen en weer werd geschud. Veel boten hebben ook schade opgelopen in de haven, zo is bij ons het roer beschadigd door de ketting waarmee de steigers geankerd zijn. Andere schepen hadden een kapotte zwemtrap, gebroken landvasten en gesprongen fenders. Je kan bij Mindelo ook uitstekend ankeren en dat zou ik een volgende keer ook zeker doen. De dinghy kan je voor een paar euro achterlaten bij de marina je ligt veel comfortabeler en spaart ook nog geld uit. Kan je bovendien vast wennen aan het voor anker liggen want aan de overkant doe je niet anders.

Het WiFi Internet in de haven was veel duurder dan een SIM-kaartje kopen. Voor een paar tientjes koop je een pre-paid SIM-kaart en met een oude I-Phone die ik als hotspot had geconfigureerd hadden we zo op de boot prima internet.

Suriname

Suriname wordt eigenlijk alleen door Nederlandse schepen aangedaan. Er is ontzettend veel te zien en als je er heen gaat moet je er wel rekening mee houden dat je er minimaal 2-4 weken nodig hebt om een beetje een indruk van Suriname te krijgen. Ik vond het fantastisch om na twee weken op zee te zijn geweest de Suriname-rivier op te varen en langs Paramaribo te varen. Als je de rivier opvaart moet je  je melden bij de MAS (Maritieme Autoriteit Suriname), kan gewoon in het Nederlands. Als er vrachtschepen met bijv. Bauxiet aankomen moet je uit de vaargeul. Pas in het donker wel op dat je niet te ver uit de geul gaat varen want daar kunnen visnetten staan. (Wij zagen ze op een paar meter naast de boot staan toen we al voorbij voeren…). Als het eb wordt, en je tegenstroom krijgt, kan je tijdelijk ankeren bij Fort Nieuw Amsterdam (wel toestemming vragen aan MAS). Overigens loopt de vloed op de Suriname-rivier langer door dan bij de monding (HW Domburg anderhalf uur later dan HW monding Suriname-rivier). Normaal vaar je direct door naar Domburg waar je aan een mooring kan liggen of naar Waterland (paar mijl verder om de bocht) waar een kleine marina is.

Inklaren in Suriname is wel omslachtig. Wij moesten naar drie verschillende adressen toe. Gelukkig zijn ze wel relaxed, dus toen wij pas na een paar dagen kwamen inklaren was dat geen probleem. In Suriname veranderen de regels vaak, dus je kan het best checken op Noonsite of vragen bij Domburg Harbour Resort of bij Marina Waterland.

In Suriname is van alles te doen, Paramaribo incl. een rondleiding door Fort Zeelandia, Fort Nieuw Amsterdam, bezoek aan een plantage langs de Commewijne rivier, een paar dagen naar de bovenloop van de Suriname Rivier, bijv. Botopassi incl bezoek Pikin Slee waar je je in Afrika waant, een bezoek aan Bigi Pan via met enorme hoeveelheid vogels (bigipas.adventures@yahoo.com), vlindertuin in Lelydorp, naar het oerwoud etc. Het boek Buitenkansjes beschrijft alle uitstapjes en is wel een must om te hebben.

Erg handig is om een auto te huren, kan bij Ricky voor 10 euro per dag, bij Domburg of Waterland weten ze wel hoe je hem kan bereiken. De wegen zijn wel slecht en in het donker rijden vond ik wel spannend.

Tobago

Man of War Bay bij Charlotteville op Tobago vond ik het meest authentieke en idyllische ankerplekje waar we zijn geweest. Wij lagen schuin voor Pirates Bay (een klein baaitje in de grotere Man of War Bay) voor anker samen met nog een stuk of zeven andere schepen. Je kan er prima ankeren, je ligt goed beschut. Het wordt wel vrij snel dieper maar als je een beetje zoekt lukt het ook wel een plekje te vinden van ca. 5-8 meter diepte. Het plaatsje Charlotteville is heel rustig, je kan heerlijk naar het strand op Pirates Bay waarachter direct het regenwoud begint. Verder kan je een wandeling maken naar de Agyle watervallen, prachtige duiken maken in bijv. Speyside, of een uitstapje maken naar Little Tobago. Roxborough vond ik niet heel bijzonder, maar de bustocht over het eiland is wel leuk. Wij voelden ons hier heerlijk thuis en hadden nog wel wat langer willen blijven…

Wij zijn niet naar andere baaien op Tobago geweest, maar is vast ook prachtig om te doen. Let wel op dat je als je naar de andere kant van Tobago gaat je moet uitklaren en aan de andere kant weer moet inklaren…

SABA & Sint Eustatius

Saba vond ik een van de mooiere eilanden in de Caraïben die we gezien hebben. En zeker het mooiste stukje Nederland dat ik ken! Het is vrij klein en komt met steile kliffen uit zee. Het is prachtig groen en je kan er naar het hoogste punt van Nederland, Mount Scenery, wandelen, wat een leuke tocht is vanuit Winwardside. De mensen zijn erg vriendelijk, en er rijden Nederlandse politieauto’s rond. Saba heeft een kleine haven, maar de jachten liggen aan moorings. Er zijn een paar moorings aan de zuidzijde voor de haven, maar dan lig je wel onbeschut op open zee. De meeste jachten liggen aan moorings voor Ladder Bay aan de westzijde van het eiland. Hier lig je redelijk beschut, maar met ruiger weer kan het behoorlijk te keer gaan. Het lastige op Saba is aan land komen. Er zijn twee mogelijkheden, of met de dinghy naar de haven of naar The Ladder. Wij zijn toen we aankwamen met onze 2,5 PK dinghy naar de haven gevaren waar je kan inklaren, maar er zijn stukken met meer golven en daar werden we -zeker tegen de wind in- zeiknat, bovendien is het een eind varen. Als je een grotere dinghy hebt, zeker als je kan planeren is dit wel een goede en zeker de makkelijkste optie. De andere optie is naar The Ladder te varen waar de inwoners tot in de de vorige eeuw aan land kwamen. De landing is hier wel lastig op een steil kiezelstrand. Vervolgens moet je je dinghy over de stenen tillen zodat hij veilig ligt. Het beklimmen van de 483 treden (volgens Myrthe) van The Ladder vond ik eigenlijk wel leuk, en de trap is -alhoewel hij niet meer onderhouden wordt- nog prima te beklimmen.

Sint Eustatius is ook mooi, zeker de wandeling naar de krater vond ik prachtig. Het is minder verzorgd dan Saba, maar je ligt bij Oranjestad goed beschut aan een mooring waar je ook makkelijk aan land kan gaan. Oranjestad is een leuke plaats om te zien met een mooi fort. Ook kan je prachtig snorkelen bij de oude kademuur die inmiddels in zee is verdwenen of een duik maken met een van de duikscholen.

Barbuda

Barbuda is het eiland met de mooiste en leegste stranden dat we gezien hebben. Het is er heerlijk rustig en wij lagen bij Cacao Point samen met nog twee andere schepen voor een prachtig maagdelijk wit strand waar je eindeloos langs kon wandelen, met achter je alleen je eigen sporen in het zand. Prachtig! Wel goed opletten als je aan komt varen, liefst als de zon hoog staat, zodat je alle riffen goed kan zien. Met een bemanningslid op de voorpunt, en bijv. een Navionics kaart is het dan prima te doen. Je kan er prima ankeren in zandgrond, het water is er prachtig helder en bij Spanish Point kan je ook heerlijk snorkelen. Je vaart met je dinghy naar het rif en je kan je dinghy onderwater vastbinden aan het koraal. Op land is verder niet heel veel te zien, de charme van Barbuda is echt het strand. Wij hebben ook nog bij Louis Mouth in Low Bay gelegen vanwaaruit je zo over het strand naar de lagoon kan lopen. Als je je dinghy naar de lagoon tilt kan je met je dinghy naar Codrington varen, maar je kan ook een watertaxi bellen. Meestal kom je via Antigua waar je in English Harbour inklaart. In Codrington kan je dan wel uitklaren (wel even melden bij het inklaren), duurt wel even want ook hier moet je naar drie verschillende huisjes in het dorp toe. Ontzettend leuk is een tochtje naar het Fregat Bird Sanctuary met George Jeffrey die je kan oproepen op de marifoon en die je bij Louis Mouth komt ophalen.

Virgin Islands

De Virgin Islands bestaan uit een aantal U.S. Virgin Islands (U.S.V.I.) en de Brittisch Virgin Islands (B.V.I.). Los van Saint Croix (U.S.V.I.) liggen de eilanden dicht bij elkaar en is de zee tussen de eilanden heel beschut (nauwelijks deining) en kan je er heerlijk zeilen. Het is een prachtig gebied waar je ook heerlijk kan snorkelen en duiken. Het zeilen is hier echt super relaxed, met kleine afstanden van ca 10 mijl. Je kan ook vaak even ankeren voor de lunch, of om of even te snorkelen en dan verder varen naar een volgend eiland of een volgende baai.

Met name de B.V.I. zijn wel behoorlijk duur, maar wij hadden ons schip op Sint Maarten en Saint Croix volgeladen en dan is het prima te doen. Op de B.V.I. kan je eigenlijk overal ankeren en op sommige plaatsen kan je een day-mooring gebruiken zoals bij The Bath. Hiervoor moet je wel betalen maar hoe dat precies werkt is me nooit duidelijk geworden, gelukkig zijn we nooit gecontroleerd… Op de Sint John (U.S.V.I.) is het gebruik van een mooring (15 $ per nacht) verplicht en je betaalt deze dan door het invullen van een creditcard formulier of bij een loket.

Voor de U.S.V.I. moet je een visum hebben. Onder andere op Noonsite staat beschreven dat je ook een visum kan krijgen door vanuit Road Town (B.V.I.) met een ferry naar de U.S.V.I. te gaan. Omdat je dan met een ferry het land binnenkomt, kan je gebruik maken van het Visa Waiver Program waarmee je dan later met je eigen schip ook weer naar de US Virgin Islands schijnt te kunnen. Alhoewel de visa op deze manier goedkoper zijn moet je wel voor alle opvarenden een retourtje met de ferry boeken en ben je een dag kwijt en moet je eerst naar de B.V.I.’s varen. Wij hebben dat niet geprobeerd en hebben onze visa gehaald op het Amerikaanse consulaat in Amsterdam. Hierdoor konden we direct vanuit Saba naar St. Croix varen, zonder dat we eerst naar de BVI’s hoefden.

Op de Virgin Islands vonden wij St. Croix en met name Buck Island bij St. Croix prachtig. Bij Buck Island kan je ankeren en kan je ook de nacht blijven, je moet hier wel een vergunning voor hebben. Deze kan je halen in Christiansted bij het Fort Christiansværn. Je moet wel een copy zeebrief, een copy paspoort met je foto en een document waarop je adres staat bij je hebben. Wij kregen de vergunning direct mee, maar soms duurt het een paar dagen. Maar het is het meer dan waard, wij lagen er ’s avonds en ’s nachts helemaal alleen, echt prachtig!

Ook St John is erg mooi, de zuidzijde van het eiland is erg rustig, hier lagen wij ook steeds alleen in een baai. Erg anders dan de noordzijde van St John, want daar is het net als in de BVI’s wel druk met voornamelijk charterboten die er voor 1 of 2 weken verhuurd worden. Op de BVI’s vonden wij Anegada, Little Jost van Dyke, Norman Island en Peter Island erg de moeite waard.

Azoren

Een van de mooiste gebieden waar we geweest zijn, zijn de Azoren. Prachtig groen en je kan er fantastisch wandelen. de mensen zijn ontzettend vriendelijk en behulpzaam. Ankeren is er lastig omdat het vaak snel diep wordt uit de kust. Er zijn inmiddels op vrijwel alle eilanden goede havens die niet duur zijn (ca. 12 Euro/nacht). Ook boodschappen en restaurants zijn er een stuk goedkoper dan wij in Nederland gewend zijn. Zeker als je van het dure Bermuda komt is het verschil groot. Toen we net aankwamen op Flores zei een mede-zeiler “Waarom zijn we eigenlijk helemaal naar de Caraïben gevaren?” Veel boten varen direct naar Horta op Faial en maken daar een tussenstop voordat ze verder naar het vasteland varen. Ik zou zeker aanbevelen ook andere eilanden aan te doen. Wij vonden juist Flores en São Jorge ook nog leuker en mooier dan Faial.

Wij zijn eerst naar Lajes op het eiland Flores gevaren. Dit is een prachtig eiland. Je kan er prachtig wandelen of een dagje met een gehuurde auto het eiland bekijken. Ook de plaats Santa Cruz is leuk om naar toe te gaan, met een walvis museum. Let wel op de windrichting want de haven wordt met NO-wind erg onaangenaam.

Horta is ook mooi en je kan er goed bevoorraden en onderhoud aan je schip uitvoeren. Er is een goede watersportwinkel (Mid Atlantic Yacht Services), en je kan er ook prima je zeilen etc. laten repareren.

São Jorge is ook weer een prachtig wandeleiland met ook nog de meest vriendelijke havenmeester José de Dias en een leuke haven waar je prima ligt. Ook weer prachtig groen, met steile kliffen.

Terçeira is weer een wat groter eiland met een aantal indrukwekkende grotten. Hier kan je in twee havens liggen, bij Angra do Heroísmo (wat de mooiste historische stad is) en in Praia da Vitória waar je wat rustiger ligt. Op Terçeira zijn ook goede supermarkten en kan je prima inkopen doen voor de oversteek naar het vaste land van Europa. Als je op Terçeira tijdens het straatfeest Sanjoaninas in Angra do Heroísmo kan zijn dan is dat een aanrader! Het kan dan wel lastig zijn om een plek te vinden in de jachthaven van Angra de Heroismo en je kan dan misschien beter in Vitória gaan liggen en met de bus of auto naar het feest toe gaan.

Ierland & Schotland

Wij hebben ervoor gekozen om op de terugweg via Ierland, Schotland en het Caledonisch kanaal te varen. Wij waren getipt door de Distant Shores dat dit een mooie route was en het kwam ons goed uit omdat we voor de school weer begon thuis wilden zijn, en daarom niet te laat vanuit de Azoren wilden vertrekken. Hierdoor hadden we wat speling van ca. 1 juli tot 15 augustus en die konden we mooi gebruiken om de Ierse zee en Schotland te verkennen. Wij zijn direct naar Cork gevaren omdat vrienden ons daar kwamen bezoeken. Bovendien moesten we vanaf de Azoren voor een storm eerst uitwijken naar Coruña, anders was Baltimore ook een prachtige bestemming geweest. In Cork is de leukste plek om te liggen Cork City Marina. Dit is een steiger in de stad vlak bij het centrum waar je prima ligt. Er is ook stroom en je kan gebruik maken tegen gereduceerd tarief van een zwembad en douches van het nabijgelegen Clarion Hotel (wel verplicht badmuts op in het zwembad…). Wij vonden Cork een erg leuke en gezellige stad. Alternatief is een haven bij Crosshaven, maar daar is weinig te beleven en bovendien duurder. In Cork City Marina betaal je tot 12 meter Euro 20 per nacht.

De zuidkust en de Oostkust van Ierland vonden wij niet heel bijzonder. Bij Kilmore Quay zijn de eilanden Little en Great Saltee de moeite waard, zeker als er net een vogel kolonie is neergestreken op Great Saltee. Je kan er voor anker gaan, maar ook met een bootje vanuit Kilmore Quay naar toe. Ook Dublin vonden wij leuk. Op aanraden van Ierse zeilers zijn wij in Howth gaan liggen waar een prima jachthaven is en waar je ook leuk kan wandelen.Je kan dan eenvoudig met de trein (half uurtje) naar het centrum van Dublin.

Isle of Man is een mooi eiland, maar ook wel toeristisch. Er is veel te doen, in Peel lig je prima, maar niet goedkoop. Wij betaalde voor 12 meter ruim Euro 50 per nacht. Er is prima busvervoer en je kan met een buskaart (1 of 3 dagen) over het hele eiland en oo in alle trammetjes (elektrische tram, stoomtram, paardentram etc.) Voor kinderen zijn de trammetjes erg leuk, maar ook de verschillende plaatsjes op het eiland zijn leuk om te bezoeken.

Schotland vonden wij prachtig. Het Crinan Canal is leuk om doorheen te varen. Je hoeft tegenwoordig niet meer zelf de sluisjes te bedienen maar een helpende hand wordt nog wel op prijs gesteld bij de met de hand bediende sluizen. Wel handig om aan het begin van het Crinan Canal voldoende inkopen te doen want verderop zijn er geen winkels langs het kanaal. Als je zowel door het Crinan als door het Caledonisch kanaal vaart krijg je korting bij het Caledonisch Canal als je je toegangskaart van het Crinan Canal bewaart. Als je uit het Crinan Canal komt moet je goed letten op de stroom want die is hier behoorlijk sterk en zorg dat je een goede pilot hebt van het gebied en bereid de tocht goed voor want er liggen een aantal rotsen die je moet vermijden. Als je zorgt dat je stroom mee hebt schiet het lekker op en spoel je zo door de Dorus Mor en door de Sound of Luing. Wel oppassen dat je niet de Corryvreckan ingezogen wordt. Een prachtige ankerplek is Phuilladobrein (wat poel van de otters betekent, die er overigens niet meer te vinden zijn). Ook hier moet je wel oppassen met de invaart en zorgen dat je een goede kaart en pilot hebt. Vanaf de ankerplek in Phuilladobrein kan je in een kwartiertje naar de pub Tigh and Truish wandelen die naast de Bridge over the Atlantic ligt.

Mull met zijn prachtige kastelen, ongerepte natuur en zijn single lane roads is prachtig. In Tobermory is een haventje waar je prima maar niet goedkoop (Euro 43 per nacht voor 12 meter) ligt, maar je kan er prima ook ankeren. Hier kan je makkelijk een auto huren bij Mackays Garage vlak bij de jachthaven waarmee je het eiland, de natuur en de kastelen kan bekijken. Het 19e eeuws Caledonisch kanaal is prachtig, en het is indrukwekkend dat je met minder dan 33 meter stijgen dwars door Schotland kan varen langs de hoogste berg van het United Kingdom, de Ben Nevis van 1344 meter hoog. Het kanaal is ruim 100 km lang waarvan 70 km over meren gaat, waaronder Loch Ness, wat natuurlijk tot de verbeelding spreekt van de kinderen.

Langs de oostkust van Schotland moet je goed opletten op de diepte in de havens. Veel haventjes zijn zeker met springtij bij laagwater minder dan twee meter diep. Wij waren er met springtij en steken ongeveer 1,90 meter diep. Wij hebben gelegen in Lossiemouth en White Hills en zakten daar bij beide in de modder weg. De haventjes zijn wel leuk, maar niet om langer dan 1 nacht te blijven. Prijs hier was ca. Euro 25-30. Zeker bij spingtij moet je goed opletten wanneer je de havens binnen kan lopen. Wij konden 2 uur rond hoogwater de havens in. Peaterhead is weinig aan, maar wel een haven die diep genoeg is. Daarna zijn we nog geweest in Berwick upon Tweet, wat meer een industriële haven is, maar hiervandaan kan je wel gemakkelijk met de trein naar Edinburgh. Je ligt in Tweed Docks met lange lijnen aan een kade, maar er komen niet veel vrachtschepen (wij hebben er geen gezien). De aanloop goed voobereiden met pilot en kaart en goed opletten op de landmarks als je de rivier opvaart naar Tweed Docks, want er zitten verraderlijke zandbanken. Ook hier konden we alleen rondom hoogwater naar binnen, en de haven is ook niet overal even diep. Wij lagen aan de oostzijde van Tweed Docks. De haven is niet duur (Euro 15 voor 12 meter)

Vlak bij Berwick upon Tweed ligt Holy Island dat alleen met laagwater is verbonden met het vaste land. Hier kan je echt prachtig ankeren in een soort waddengebied. Ook hier kan je met onze diepte alleen rondom hoog water naar binnen varen. Wij hebben hier twee ankers uit gebracht vanaf de voorpunt omdat je hier op getijdenstroom ligt, en we zo wisselend op één van de twee ankers lagen zonder dat het anker bij een getijdenwissel werd “omgetrokken”. Holy Island is mooi, er is een oud kasteel, en ruïnes van de oude kerk “The Parish Church of St.Mary the Virgin”. Als het hoogwater is zijn er nauwelijks toeristen en is het rustig. Zodra het water zakt en de weg begaanbaar wordt komen er dagjesmensen en wordt het drukker.

Na Holy Island zijn wij doorgevaren naar Whitby wat ook een erg leuk, maar ook toeristisch stadje is met uitstekende Fish & Chips, en waar ook veel te doen is, o.a.een stoomtreintje waar ook een deel van een Harry Potter film is opgenomen. Bij binnenkomst opletten op zandbanken, en je moet wachten op de draaibrug die alleen rondom hoogwater open gaat. De haven is niet heel goed koop (Euro 36 voor 12 meter).

White Witch in de Zilt

In het laatste Zilt magazine staat een stukje over White Witch in Schotland op een prachtig ankerplekje. Je kan het artikel groter maken door op de “vier pijltjes knop” midden onder te drukken. Ondertussen gaat het goed met de White Witch, ze staat nu in Lelystad op de kant uit te rusten en ze krijgt een nieuw fornuis (het oude was echt versleten), de rolfok installatie wordt gerepareerd, ze heeft al een mooie nieuwe gashandel (die er niet meer zoals in Antigua zomaar af kan vallen), het roer dat in Mindelo beschadigd was is ook netjes gerepareerd en de gaten in de romp van de aardplaat die er op Sint maarten vanaf was gevallen zijn ook weer netjes dicht gemaakt, kortom volgend voorjaar ligt ze er weer keurig bij.

Zie Zilt 113, pagina 130:

Weer thuis…


Veel sneller dan verwacht
Zaterdag zien we dat we al ergens ’s nachts voor de Nederlandse kust zullen aankomen. We gaan veel sneller dan we van te voren hadden verwacht. De wind staat lekker door van achteren en we lopen continu 7 knopen en in het begin nog sneller met de stroom mee. Blijkbaar kan je dus prima in een nacht en twee dagen van Whitby naar Scheveningen varen, of als je liever ‘s-nachts vaart in één dag en twee nachten. Leuk voor als we nog eens een weekje willen zeilen…

Ze kust nog net niet de grond…
We besluiten nu eerst naar IJmuiden te varen en daar een paar uurtjes te slapen, dan kunnen we ’s ochtends rustig naar Scheveningen varen en daar om 12 uur aankomen. Als we ten zuiden van het laatste TSS bij Texel varen wordt het drukker. Het is inmiddels donker en een wirwar van lichtjes tekent zich af langs de horizon. Windmolens, boorplatforms, schepen die we ook op de AIS zien en schepen die we niet op de AIS zien. Eerst komen er drie slepers met een boorplatform op ons af. Wij verleggen onze koers wat naar het zuiden zodat ze ongehinderd ten noorden van ons langs kunnen varen. Als we daarna net ten zuiden van het verkeersvak naar het noorden willen oversteken komen er acht schepen op ons af waar we tussendoor moeten varen. De eerste drie gaan voorlangs, maar met de vierde liggen we op ‘collision course’. Hij kan makkelijk achter ons langs maar als ik hem oproep wil hij toch voorlangs en hij geeft aan bij te sturen naar stuurboord. Nou wij hebben ook een lekker gangetje en hij moet een hele omweg maken om voor ons langs te varen. Hij mist bijna de ingang van het TSS… Maar goed, dat zit er ook weer op. We varen nog een paar uur door voordat we rond twee uur bij de haveningang van IJmuiden aankomen. Na een paar dagen noord-westen wind staan er behoorlijke golven tussen de havenhoofden. We volgen netjes de lichtenlijn en na een paar minuten heen en weer geschud te zijn, zijn we erdoorheen. Vlak bij de haven strijken we de zeilen. De passantensteiger ligt helemaal vol en we meren af langszij bij een vriendelijke Belg die ook even komt kijken en een praatje komt maken. Hij wil ook langer weg met zijn schip en is zich aan het voorbereiden en vindt het -zelfs midden in de nacht- interessant om te horen waar we geweest zijn. Myrthe komt ook nog uit haar bed gekropen, ze wil weer even op Nederlandse bodem staan. Ze kust nog net niet de grond… Dan gaan we allemaal snel naar bed, morgen moeten we wel weer op tijd op zodat we om twaalf uur in Scheveningen zijn. Wat voelt het vreemd om weer in Nederland te zijn. We betrappen ons erop dat we nog steeds verbaasd en enthousiast reageren op elke Nederlandse vlag die we zien, “Hé kijk daar ligt ook een Nederlander…”.

We proberen zo langzaam mogelijk te zeilen
Zondag waait het wat harder dan voorspeld in de grib-files. We lopen weer het risico te vroeg aan te komen, en dat is natuurlijk niet leuk want misschien zijn er wel mensen die komen zwaaien. We proberen zo langzaam mogelijk te zeilen (hele nieuwe ervaring…) en zetten twee riffen in het grootzeil en drie in de rol-genua. Toch blijven we tussen de zes en zeven knopen lopen. Een ander scheepje dat met vol tuig vaart loopt ons maar nauwelijks op. We zien de vertrouwde kust van Holland. Eerst Zandvoort, dan Noordwijk en Katwijk en tenslotte Scheveningen. We krijgen een SMS-je dat Geoffrey, Tessa en Bob ons per kano tegemoet komen varen. We spreken af bij de uiterton, maar als we daar komen is er nog geen kanoër te zien dus gaan we maar even bijliggen. Als het bijna twaalf uur is varen we langzaam richting de haven en dan zien we door de verrekijker drie kleine stipjes bij het havenhoofd. Even later zijn Geoffrey, Tessa en Bob naast de boot. Wat ontzettend leuk dat ze ons zo tegemoet varen en wat fijn om ze na een jaar weer te zien! Er is iets te veel deining om koffie voor de kanoërs te serveren dus dat houden ze tegoed voor in de haven.

Bijzonder en welkom gevoel
Als we langzaam verder varen richting de haven ontwaren we een hoop vrienden en familie op de zuid-pier. Wat leuk dat al die vrienden en familie gekomen zijn. Een heel bijzonder en welkom gevoel om zo terug te komen. Dan zien we op de noord-pier ook nog mensen staan, vriendjes van Wouter en Myrthe met hun ouders en roeimaatjes van Aranka. Even later zien we op de oude pieren van de buitenhaven ook nog onze buren Eric, Saskia, Dante, Anna en Issa staan. Wat gaaf zo! We strijken onze zeilen in de eerste haven en als we door “de Pijp” varen ziet Wouter zijn beste vriend Bas op de kant staan. Uitzinnig van vreugde begint hij te roepen en te toeteren. Ook Ellen en Herbert staan hier te zwaaien. We genieten volop van deze vrolijke en welkome ontvangst. De haven is erg vol, onder andere ook vanwege Sail Amsterdam dat over drie dagen begint en omdat de staande mastroute gestremd is vanwege het ongeluk met de brug bij Alphen aan de Rijn. Gelukkig heb ik een paar dagen geleden al de havenmeester gebeld en heeft hij een box voor ons vrij gehouden zodat we niet vijf dik ingebouwd hoeven te liggen.


De boot ligt een stuk dieper
Al snel stroomt de boot vol, Inger en Wouter en Marja hebben koffie en cake meegenomen. Erg gezellig zo met zijn allen op de boot. De boot ligt een stuk dieper wat je goed kan zien aan de stootwillen die nu op het water drijven. Fijn om iedereen weer live te zien. Van Inger en Wouter krijgen we ook nog een Nederlands thuiskom pakket vol met Nederlandse lekkernijen. Iedereen super bedankt voor deze mooie thuiskomst!

Myrthe gaat mee met onze buren om te spelen en te logeren bij Anna. Wouter gaat mee met zijn grote vriend Bas en mag daar ook blijven logeren. Zo hebben wij opeens een heerlijk rustig avondje samen. We lopen langs de kade als we opeens onze naam horen. Op een terrasje zien we Harry en Jantine zitten, de vorige eigenaren van ons schip. Ze hebben net mosselen besteld en vragen of wij een hapje mee willen eten. Het is leuk ze weer te zien en ze zijn erg geïnteresseerd hoe het tijdens onze reis allemaal is gegaan. Ze hebben erg meegeleefd en vinden het na afloop leuk om nog even op hun oude schip te kijken.

Myrthe vindt ons huis maar klein…
Maandag is het een regenachtige dag. Ik huur een busje en vanaf dat moment begint het sjouwen en inpakken. ’s Ochtends halen we de boot leeg en pakken alles in tassen. Dan rijden we naar huis, een raar gevoel om na een jaar weer terug te komen in het zo vertrouwde huis. Enerzijds is er voor je gevoel heel veel gebeurd in het afgelopen jaar en anderzijds voelt alles weer zo als vanouds dat het ook wel lijkt alsof je niet weg bent geweest. Gelukkig hebben de huurders alles keurig achtergelaten. Van de buren staat er ook nog een welkoms pakket met lekkere dingen en voor de kinderen liggen er kadootjes van de buurmeisjes. Myrthe had al even in het huis gekeken en vertelt ons dat ze het huis maar klein vindt….blijkbaar is ze flink gegroeid het afgelopen jaar…

Eng om alleen zonder Myrthe te slapen
Als de bus leeg is rij ik samen met Aranka door naar de garagebox waar al onze spullen staan opgeslagen. In drie keer rijden lukt het om alle spullen weer naar de Rijn en Schiekade te verhuizen. Wat een hoop spullen hebben we toch, en ik heb niets van dat alles ook maar één minuut gemist. We nemen ons voor om weer veel weg te doen. De rest van de dag zijn we bezig met verhuizen en uitpakken. ’s Avonds weer eens pizza gegeten. ’s Avonds gaat Myrthe in haar eigen bed slapen en Wouter op de logeerkamer omdat zijn bed nog in elkaar gezet moet worden. Nadat ze en half uurtje op bed liggen komt Wouter weer naar beneden, hij vindt het eng om alleen zonder Myrthe te slapen. Even later staat Myrthe ook beneden, ze vind het ook ongezellig zo zonder Wouter. Ze vinden samen snel een oplossing, ze slepen een matras naar Myrthe haar kamer zodat ze toch bij elkaar kunnen slapen. Sinds dat moment heeft Wouter helemaal geen haast meer met het in elkaar zetten van zijn bed, sterker nog hij maakt zich zorgen dat ie dan alleen op zijn eigen kamer moet gaan slapen… Dan zijn wij ook moe en gaan met een vreemd gevoel naar bed. Nu is het wel echt helemaal voorbij.

Dinsdag gaan we verder met uitpakken en breng ik ‘s-ochtends het busje terug. ’s Middags gaan we met de trein en de bus terug naar de boot. Aranka en ik vinden het wel lekker om nog even op de boot te zijn. Op de één of andere manier is het leven op zo’n schip heel eenvoudig. Je hoeft bijvoorbeeld nooit ver van huis te zijn, want je huis vaart gewoon daar naartoe waar je moet zijn. Als je iets nodig hebt, wacht je gewoon tot je in een haven bent waar je het makkelijk kan krijgen. En sjouwen met spullen hoeft sowieso niet want daar heb je helemaal geen plaats voor. Nu we thuiskomen stapelen de actielijstjes zich alweer op. Maar goed we gaan woensdag lekker meevaren met de Sail-In Parade. Wouter, Inger en Marja, de moeder van Aranka, varen ook mee. Gezellig!

Een schotel kibbeling waar Wouter’s hoofd nauwelijks bovenuit komt
Als we dinsdag aankomen in Scheveningen begint het net te plenzen. Het is al laat en we moeten nog wat eten en dus besluiten we vis te gaan eten bij Simonis. Aranka gaat vanuit de tram met Myrthe en Wouter direct naar Simonis en ik breng eerst nog even wat spullen naar de boot. Daarna kan ik met een leenfiets ook weer snel naar de andere kant van de haven fietsen. We zijn nog net op tijd en omdat we de laatste bestelling doen krijgen we enorme hoeveelheden vis. Zonder meer veel te veel om op te eten. Wouter zit achter een schotel kibbeling waar zijn hoofd nauwelijks bovenuit komt. We nemen wat overblijft maar mee, is ook lekker morgen tijdens de Sail-In Parade. Woensdag vertrekken we wat later dan gepland. We werden pas na acht uur wakker, blijkbaar hadden we wat slaap nodig. Er staat niet veel wind (2-3 Bft) maar als we de spinnaker zetten lopen we toch met vijf tot zes knopen naar IJmuiden. We varen op met een paar andere zeilboten die ook naar de Sail-In Parade lijken te gaan, maar die op de motor varen. Langzaam lopen we op ze uit en we halen ook andere op de motor varende zeilboten in. Toch lekker zo’n Spinnaker! Rond half één pikken we in IJmuiden Inger, Wouter en Marja op bij de jachthaven. We liggen aan lagerwal in een kommetje, mooi om eens met een loeflijn af te varen. Terwijl een aantal opvarenden nog zit te puzzelen hoe je hier nou weg moet komen draait de White Witch heel rustig bijna 180 graden tot ze mooi in de richting van de uitgang van de haven is gekeerd. Bij de sluizen is het erg rustig, we maken ons al zorgen dat de Sail-In parade al voorbij is. Alle grote tallships zijn tussen acht en twaalf uur vanochtend door de sluizen geschut die toen voor het overige verkeer gestremd waren. Maar als we voorbij het sluizencomplex zijn komen we gelukkig midden in de Sail-In parade terecht. We kijken onze ogen uit, naar de prachtige tallships. Veel schepen hebben hun zeilen op, wat het nog indrukwekkender maakt. Leuk zijn ook de schepen waar de bemanning op de zalingen staat. Inger en Wouter hebben taart meegenomen en tijdens de koffie halen we ook onze seinvlaggetjes tevoorschijn en maken een mooie pavoiseerlijn met vlaggetjes, dat ziet er feestelijk uit!

We genieten volop
We varen wat langzamer dan de grote tall-ships zodat de een na de ander voorbij komt varen. Alhoewel het wel druk is, is er voldoende ruimte om te varen en de sfeer is erg gezellig, kortom we genieten volop. Het weer werkt ook nog mee en in de loop van de middag breekt het zonnetje door. Halverwege zien we Susanne Duin van de Bruynzeelhaven waar we vorig jaar een paar maanden konden liggen. Ze nodigt ons uit om even langs te komen op de haven. Als we een paar uur later langs de Bruynzeelhaven komen meren we af in een box die nog vrij is en kletsen bij. Ze hebben onze voorbereidingen voor de reis meegemaakt en vinden het leuk om te horen hoe het gegaan is. Ook horen we nu van degene die met de Antares is meegevaren naar Suriname hoe het hun vergaan is. Leuk en gezellig weerzien. Na een uurtje gaan wij verder, hopelijk is de Oranjehaven (normaal IJ-haven) nu niet meer gesperd en kunnen we langs alle tallships varen.


Bij het station gaan Inger en Wouter van boord. Een sloepje met een paar vrolijke lui wil ze wel even aan de kant zetten. Marja blijft aan boord en vaart mee naar Lelystad waar de White Witch morgen de kant op gaat. Een vroege winterstalling, want we verwachten eigenlijk niet dat we dit jaar nog veel gaan zeilen. We hebben er wel voldoende mijlen op zitten en Myrthe en Wouter hebben nu ook wel zin in andere leuke uitstapjes.

Laatste tallships is afgemeerd
Wij varen met Marja door en moeten nog even wachten bij de Oranjehaven totdat één van de laatste tallships is afgemeerd. Bij dat wachten is het wel echt druk en is het goed dat we fenders uit hebben gehangen. Aranka moet ook nog een paar keer met de fenderbal een andere bootje afhouden, maar de sfeer is heel gemoedelijk. En dan is de Oranjehaven vrij en kunnen we in een gezellige drukte langs alle tallships varen. Indrukwekkend als je ze zo bij elkaar ziet liggen. We zien ook nog een duikboot en als we weer uit de Oranjehaven varen komt net het laatste tallship binnenvaren. Je moet het maar doen, tussen die honderden bootjes zo’n enorm schip afmeren.

In de verte zien we het vuurwerk
Het is inmiddels rond achten als we de Oranjehaven verlaten en we varen richting de Oranjesluizen. We hoorden dat het daar ’s middags heel erg druk was, maar wij kunnen nu zo de sluis invaren en ook de Schellingwouderbrug draait net als we aan komen varen. We motoren nog tot we echt op het Markermeer zijn en dan kunnen we zeilen. Het water is spiegelglad en het is opmerkelijk hoe rustig het hier is, maar een half uurtje varen van de enorme drukte in Amsterdam. Er staat maar zeven knopen wind, maar de wind komt gunstig in waardoor de schijnbare wind wat meer is en we toch vier knopen lopen. Na anderhalf uur varen we de haven bij de Blocq van Kuffeler in en gooien ons ankertje uit. Het is een prachtige avond en de kids en Marja slapen al. Samen met Aranka kletsen we nog wat na met een glas wijn. In de verte zien we het vuurwerk dat bij Sail Amsterdam wordt afgestoken, maar verder is het stil en rustig. Prachtig! Het was vandaag een drukke, maar ook ontzettend leuke dag. Zo met de Sail-In parade mee te varen voelt als een mooie afsluiting van Onze Zeilreis. Het blijft een vreemd gevoel om terug te zijn. Enerzijds is het fijn om iedereen weer te zien en weer in ons huis te wonen, maar we missen ook het lekker ongecompliceerde leventje op de boot. Het is ook voor ons tijd om maar eens naar bed te gaan. Morgen zetten we de boot op de kant en dan is het echt helemaal over en uit!

Oost-West Thuis Best II

Gisteren zijn we om drie uur vertrokken uit Whitby. Het was ook tijd om te vertrekken want het regende en het was koud. Het is in Engeland niet zulk slecht weer geweest als in Nederland, maar het was nat genoeg om weer uit te zien naar een paar dagen Nederlandse zomer!

We hadden de eerste uren flinke stroom mee en zijn daardoor goed opgeschoten. Sommige stukken liepen we wel 10 knopen. Het was wel weer een beetje bumpy, maar de chili con carne heeft alle magen aan boord goed gevuld en gestabiliseerd. In de nacht was het zigzaggen tussen de boorplatform door. Ongelofelijk zoveel als er hier staan.

Vandaag gaan de kinderen een feestje bouwen, omdat het de laatste dag varen is. Ze gaan zelf koken en hebben uiteraard alleen maar lekkere dingen in gedachten. Erg leuk.

Als alles goed blijft gaan komen we zondag 16 augustus om 12 uur ´s middag Nederlandse tijd aan in de jachthaven van Scheveningen. Tot binnenkort!

Honderd zeehonden en zwanen!


Honderden zwanen in Berwick upon Tweed:
We varen van Peter Head naar Berwick upon Tweed (105 mijl) gedurende de donderdagnacht en komen vrijdag ochtend 7 augustus aan om 9.00 uur in de ochtend. De nacht was prachtig met sterren en een lekker windje. Maar vlak voor Berwick upon Tweed vraag ik me af of we daar echt wel naar binnen moeten varen. In de Reeds (de zeilbijbel) staat dat je er alleen binnen kan varen met lokale kennis, omdat de zandbanken zo vaak verplaatsen. Roelof lijkt niet zo onder de indruk omdat het hoog water is. Dus wij gaan toch maar, ook al hebben we geen lokale kennis. Er staat een beschrijving in de pilot hoe je rotsen kan ontwijken en dat je vlak langs de damwand moet varen en welke bochten je moet maken om alle zandbanken te ontwijken. Als de lichtenlijn wel erg dicht langs een zandbank gaat wijken we maar een stukje uit, blijkbaar zijn de bakens nog niet aangepast na de laatste verschuivingen van de zandbanken. Mooi dat we met hoog water aankomen anders was het af en toe wel weinig water geweest onder de kiel. We komen in het bassin terecht, niet echt een haven, maar een bak met hoge wanden waar met name vissers liggen en een heleboel zwanen zwemmen. Er licht één ander Nederlands schip de “Come Di”, maar de bewoners zijn niet thuis. De havenmeester is een druk baasje en geeft aan dat we het beste aan deze andere zeilboot kunnen aanmeren. Dat doen we dan maar. De kinderen weten oud brood in de koelkast te vinden en lokken zo mogelijk alle honderd zwanen naar de boot toe. Ze knorren en grommen en het is verbazingwekkend hoe lang de meeuwen het aandurven om tussen deze sierlijke dieren proberen mee te dingen voor een paar korrels brood. Er wordt wel naar ze gehapt en als er te veel zwanen om ze heen zitten durven de meeuwen toch echt niet meer.
Als wij denken dat ons schip goed ligt met lange lijnen naar de kade, zodat we nog 4 meter omhoog en omlaag kunnen zakken gaan we direct het dorpje in op zoek naar het treinstation. Het is een klein uurtje naar Edinburgh en we zien voor zover we niet in slaap dommelen het prachtige glooiende goudkleurige landschap met halmen langs ons heen trekken.

Edingburgh:

In Edingburgh is het heel druk, want er is toevallig een international festival gaande. Er staan allemaal artiesten op straat om hun kunsten te laten zien, zodat mensen een ticket kopen voor een optreden in de middag of avond. Wij wandelen wat rond en genieten van de gezellige sfeer en de statige en oude gebouwen. Het is een leuke stad.
Omdat het al middag is en we echt het Edingburgh castle willen zien gaan we daar eerst naar toe. Voor het castle vertelt Roelof nog een verhaal over vroeger van zijn fietsvakantie. Toen is hij hier ook met zijn ouders geweest. kennelijk was er toen een groen grasveld voor het Edingburgh castle, maar dat is er helaas niet meer. Zijn vader is toen in het gras zijn trouwring verloren. Het was zo druk dat zoeken niet echt wat opleverde. En ze zijn later in de avond terug gegaan om nog eens te zoeken. Iemand van het kasteel vroeg toen “Kan ik u ergens mee helpen” en Kees legde uit dat hij zijn trouwring was verloren. En de man wees in het gras en zei: “Daar zie ik hem”. Wat een mazzel zeg, want dat moet zoeken naar een speld in een hooiberg zijn geweest.

We bekijken het kasteel en de kinderen spelen samen weer riddertje en prinses. Maar ze zijn heel erg onder de indruk van de kroonjuwelen, die hier liggen van de Schotse troon. Het gaat om een kroon, een scepter en een zwaard. En ze kunnen zich helemaal een voorstelling maken van hoe het kronen zou moeten gaan en hoe die juwelen al die jaren bewaard zijn gebleven, zelfs honderden jaren verborgen in een kist.
Die middag gaan we ook nog naar een internetcafé. We hebben een afspraak met juf Ineke Hoffies van de wereldschool om te skypen. Het onderdeel spreekvaardigheid kunnen we daarmee afronden en dan is de wereldschool echt klaar. De kinderen hebben ieder apart een heel erg leuk gesprek met hun juf en het is jammer dat we juf Ineke Hoffies eigenlijk niet ook een keer in het echt ontmoeten. Ze is best nauw met ons bezig geweest en ook heel erg betrokken bij onze reis; bijzonder wetende dat we alleen digitaal contact hebben gehad via mail en skype.
Daarna gaan we Edingburgh nog even in en de kinderen mogen hier een laatste kado van onze reis uitzoeken. Myrthe heeft eigenlijk vrij snel haar keuze laten vallen op een schots rokje. Maar wat heeft Wouter moeite met het maken van een keuze. Hij is bang dat hij iets verkeerds kiest. Maar hij wil al een tijd graag een doedelzak en warempel vinden we hier eentje. En hij besluit dat hij dat mee gaat nemen, om thuis in een reismuseum aan iedereen te laten zien en als herinnering aan Schotland.


Overal zeehonden, het lijkt wel de waddenzee!
Zaterdag 8 augustus leggen we in de ochtend de 15 mijl af naar Holy Island. Het is niet ver en je ziet het al liggen. Maar het is net niet bezeild en we moeten met 1 slag kruisend er naar toe varen. Bij Holy Island is een ankerplek, waar je via een geultje naar toe kan komen. We hebben flinke stroom tegen (3 knopen) en bedenken hoe we hier gaan ankeren. Ons Rockna anker houd weer in één keer goed, maar we leggen er toch ook ons tweede anker neer, zodat we als de stroomrichting draait daar op hangen en het Rockna anker niet steeds 180 graden hoeft te draaien in de bodem.

Wat een leuk plekje is dit. De zeehonden zwemmen om ons heen en op het eiland zie je een kasteel liggen op de enkele rotsen in het verder vlakke landschap. We maken dus snel de dinghy klaar en gaan eens kijken. We wandelen in het zonnetje door het graslandschap, maar helaas is het kasteel al gesloten. Maakt niet uit, dan kijken we even bij het Engelse tuintje met uitzicht op het kasteel. De kinderen vinden het heerlijk in het hoge gras en rollen en dollen er doorheen. Daarna gaan we via het dorpje terug. Naast het dorpje ligt nog een oude ruïne van St. Mary’s Chapel Belfry, waar monniken leefden.

Het grappige is dat Holy Island best toeristisch is. Echter is het een soort schiereiland, waarvan de toegangsweg alleen bij Laagwater en enkele uren daaromheen toegankelijk is. Het is er dus uiterst rustig met Hoogwater en dan zijn wij er wel en de toeristen niet!!

We kijken steeds of ons schip er nog goed bij ligt, want de stroom is gedraaid terwijl wij op de kade staan. Maar alles gaat goed en als we terug komen bij de dinghy liggen er nota bene 3 Nederlanders in het baaitje. Onder andere ook het schip, Come Di, waar wij langszij lagen in Berwick upon Tweed en Perjan en Linde nodigen ons uit om na het eten even iets te komen drinken. Nou dat doen we. Gezellig langs bij vader en dochter Moors.’s Nachts hoor je de hele tijd de zeehonden rond de boot. Het lijkt een soort huilen en klinkt bijna als het ruisen van de wind door de bomen. Alleen staan er geen bomen, maar liggen er wel veel zandplaten. Het geeft Holy Island een heel uniek sfeertje.


Wouters wilde haren zijn weg!
Zondag knipt Roelof Wouter zijn haren. Het wordt best weer kort en zo lijkt hij weer op zijn neef Tijn. Helaas doet Wouter er een dagje later nog een duitje bovenop. Hij ziet dat zijn kruin rechtovereind staat en knipt het zelf nog even wat bij!!! Nu heeft ie een gekke kale plek op zijn hoofd. Maar is zeer tevreden met het resultaat.
Verder doen we de zondag niet veel. We zijn moe van het steeds maar doorvaren (sinds we vertrokken van het eiland Mull) en zijn blij om nu even een pauze te hebben. De nacht doorvaren van 6 augustus heeft op mij ook altijd wel zo zijn effect. Daarnaast werkt het idee dat we steeds dichter bij huis komen en de reis bijna voorbij is ook wel een beetje beklemmend. Heus ik kijk echt uit om iedereen terug te zien. Maar ik begin al bijna weer actielijstjes te maken, wetende dat we een heleboel dingen moeten doen als we weer thuis zijn. Maar gelukkig weet Roelof me nog tegen te houden. Kortom een rustdag, veel lezen en we zijn Holy Island nog op geweest en hebben het castle van binnen bekeken. Dat was erg leuk, want nadat het vroeger een fort is geweest, is het een hele lange tijd bewoond geweest tot ca. 40 jaar geleden. Alles is nog geheel ingericht zoals het 40 jaar geleden is achtergelaten. Leuke stap terug in de tijd.

Regen en 30 knopen wind:
Maandag 10 augustus is een regendag en gaan we niet eens van boord. We willen vertrekken om 21.00 uur in de avond naar Whitby. We zien een mooi weergaatje om de nacht droog te varen en de 80 mijlen af te leggen met wind uit het Zuidwesten (halve wind). Echter overdag twijfelen we of het een goed weergat is, want er staan plotseling 30 knopen wind op onze ankerplek (= 7 Bft). Dat is niet voorspeld. We gaan eerst maar eens even avondeten en gelukkig zakt daarna de wind. Dan durven we wel te vertrekken.
Het was heerlijk zo’n paar dagen rust bij dit heerlijke eiland. We zullen de zeehonden en hun gehuil missen. Toen Roelof het anker ophaalde kwamen de zeehonden nog nieuwsgierig kijken en ééntje ging zelfs met het ankerbolletje spelen. Wat een leuke dieren zijn dat toch.
We varen met zonsondergang langs de Farne eilanden en daarna gaan onze wachten in. Roelof neemt zoals altijd de eerste wacht (en mazzelt met een bezoek van dolfijnen) en ik neem het heel vroeg in de ochtend over. Best lastig om te slapen, terwijl ons schip zo schuin vaart. Myrthe en ik liggen samen in het achteronder. Uiteindelijk ga ik tegen de schuine kant liggen en komt Myrthe tegen mij aan liggen. Dan vallen we eindelijk allebei in slaap. Om 3.00 uur neem ik het van Roelof over. Inmiddels zijn alle riffen uit het zeil en vaart het schip met 7 knopen op het doel af. Om 8.00 uur valt echter de wind weg. Dan is het nog maar een paar mijlen. We maken geen haast, want de brug gaat pas om 12.45 uur open. De entree van Whitby is erg leuk, het ziet er heel gezellig uit. Om 10.00 uur liggen we te wachten aan de steiger voor de brug tot die open gaat. De brug gaat alleen open met HW +/- 2 uur, omdat het een hele oude brug van meer dan 100 jaar is en verzekeren bij vaker open en dichtgaan niet lukt!

We lopen even rond in het plaatsje Whitby, doen wat boodschappen en bespreken met de havenmeester waar we kunnen liggen als we onder de brug door zijn. Een goed plekje aan de steiger. En wat leuk als we daar weer Perjan en Linde van de Come Di aantreffen. Dat is gezellig.

Een verwenavond
We bellen ook Peter en John (van het zeilschip Pilgrim) om te vertellen dat we zijn aangekomen en hun uitnodiging om te komen eten is nog steeds van kracht. Ze komen ons om 16.00 uur ophalen en we rijden naar Middlesbrough nar het huis van Peter en Cathy. Het is erg leuk om de lieve vrouw Cathy te ontmoeten van Peter. De kinderen voelen zich direct bij hen thuis en spelen met het speelgoed wat zij hebben liggen voor hun kleinkinderen. Ook rennen ze als dollen door de tuin en zitten vrijwel meteen hoog in de boom en in de boomhut. Wat een leuk dorp zo midden in het groen waar Peter en Cathy wonen.
Als John en Shirley klaar zijn met de voorbereidingen gaan we naar ze toe. Ze hadden een reparatie aan de waterleiding en badkamer en hadden de hele dag geen water gehad. Toch hadden ze het klaargespeeld om een heerlijke maaltijd voor ons allemaal te maken. Het was ontzettend gezellig en John en Sylvia verwennen ons zeer. Wat een lief echtpaar is dat en wat ondernemend nog met hun leeftijden. John had met zijn 77 jaar al indruk op ons gemaakt terwijl hij met Peter meezeilde. Maar Sylvia doet er niet voor onder, ze maakt allemaal schilderijen en speelt piano, gitaar en harp. En op Myrthe’s verzoek laat ze wat horen van de harpmuziek. Een heerlijk verwende avond, waarna John en Sylvia ons ook weer de 45 minuten naar huis/White Witch rijden in Whitby. Wat een lieverds.

Harry Potter spelen:
Woensdag 12 augustus willen we iets meer van Whitby zien. Er rijdt een stoomtrein en daar hebben we wel zin in. We nemen een retourticket naar Goathland. De kinderen vinden het geweldig met deze stoomtrein, want deze is gebruikt in de Harry Potter film. Als de conducteur is langs geweest mogen ze van ons in een lege coupe, eerste klas zitten en uiteraard spelen ze Harry Potter. We rijden door een prachtig glooiend Moors landschap met weilanden en kleine dorpjes en een rivier, waar elk jaar in november en december de zalm nog eitjes legt.
In Goathland stappen we na een uurtje uit en lopen het kleine dorpje in. Het dorpje is heel schattig en pittoresk en is ook gebruikt in een zeer geliefde televisieserie in Engeland “Heartbeat”. Het is wel toeristisch en niet meer dan een paar huizen in één straat, maar het heeft een heel gemoedelijke sfeer. Ook het perronnetje herkennen de kinderen uit Harry Potter film 1 en is schattig. En alle medewerkers die hier werken om deze stoomtrein op de rails te houden en alle toeristen iedere dag te helpen doen hun werk met veel plezier. Een traditie die de Engelsen met verve in stand houden!


Met dezelfde stoomtrein gaan we 2 uur later weer terug naar Whitby. Daar lopen we nog even rond door het plaatsje. Het is behoorlijk druk, maar dat heeft misschien ook wel te maken met het festival wat vanaf 14 augustus begint (zeilraces). Precies de dag dat wij plannen om te vertrekken. Er is ook een actieve roeiclub en ik zie de pilot-gigs over het zeewater glijden en krijg prompt heimwee naar mijn sport in Nederland.
We halen heerlijke fish and chips bij een drukke zaak die John en Sylvia hebben aanbevolen. Er zijn hier Fish & Chips zaken waaronder twee restaurants die hiermee in de prijzen zijn gevallen als beste van Engeland. En het is zo’n mooie avond dat we het meenemen en lekker achter in de kuip oppeuzelen.
Die avond komen PerJan en Linde nog even langs (en wordt er kwartet gespeeld), totdat onze kinderen zo ongedurig zijn en giechelen, springen en klieren dat ik ze het liefst in bed stop zodat de stilte terugkeert.

Laatste lessen Geobas, Natuur en Bij de Tijd:
Roelof houdt het nog steeds vol om de Aardrijkskunde, Geschiedenis en Biologie van groep 6 met de kinderen door te nemen. Het is “het pretpakket” en iedere dag doen ze zeker 1,5 tot 2 uur. Doordat we zelf nu ook zo betrokken zijn bij de inhoud van deze lessen kunnen we de kinderen op de route die we varen ook in de praktijk dingen laten zien die in hun leerboeken staan. Zo hebben ze b.v. open mijnen kunnen zien en de sporen van varens. Als je niet weet wat er in hun leerboeken staat is het lastig om met de praktijk aan te sluiten, een leuk voordeeltje dus van homeschooling. Ze hebben echt bijna alles af. En wat kijken ze uit naar een laatste week echt vrij.
Maar de kinderen zijn bijna niet meer van de boot af te krijgen. Ze hebben heel veel zin om naar huis te gaan. Wouter wil niet zozeer naar huis, maar gewoon naar Bas. Myrthe is wat ingetogener, maar wat kijkt ook zij er naar uit. En dat terwijl Roelof en ik zo lang mogelijk proberen te genieten van onze omgeving en Whitby. We hebben nog één laatste dag om die te besteden en gaan in de middag dan maar samen op pad. We lopen de heuvel op en gaan naar de kerk en de ruïne van een klooster. En we leren dat op deze locatie belangrijke bestuurders van de Engelse kerk al in 600 na Christus samen kwamen en besluiten namen. Het is ook een hele mooie locatie waar het klooster staat en de kerk maakt indruk door de oude grafstenen die eromheen staan en al heel oud zijn.

Daarna lopen we over de brug en gaan naar de hele andere kant van Whitby en zien het monument van Captain Cook. In Whitby is ook een Captain Cook museum, want hij heeft vanaf zijn negende jaar hier gewoond en zijn opleiding tot schipper genoten. De schepen waarmee hij zijn drie zeilreizen heeft gemaakt, zijn in de werf van Whitby gebouwd. En zijn ontdekkingsreizen, medio 1777, naar Australië, Nieuw Zeeland en Canada hebben de geschiedenis mede gevormd. Het monument vinden wij leuk om even te zien, met prachtig uitzicht op Whitby en op zee. Maar het museum slaan we even over, dat bewaren we voor een andere keer. Whitby is echt een veel te leuk plaatsje om niet nog eens terug te komen.
We dachten de laatste avond gaan we uit eten. Maar uiteindelijk doen we boodschappen en eten gewoon aan boord. De kinderen zijn toch niet meer van de boot af te plukken. Als we terug zijn staat Wouter wel op het dek “Zijn jullie daar eindelijk weer”, “Het is wel een beetje een troep hoor binnen, want we hebben een beetje gestoeid”. Wat een understatement, maar we hebben een gezellige laatste avond aan boord in Whitby. En we hopen dat de wind vrijdag 14 augustus afneemt, naar het Noorden draait en dat wij onze reis naar Nederland kunnen aanvangen.
Lees verder

Oost-West Thuis Best!

Aan alle mooie reizen komt ook weer een eind. Enerzijds jammer, maar ook fijn om terug te gaan naar alle vrienden en familie. Wij genieten nu nog volop in Whitby, een erg leuk plaatsje aan de Oostkust van Engeland, maar we moeten zo langzamerhand gaan nadenken over de terugreis naar Scheveningen. Zoals het weer er nu uitziet willen we vrijdagmiddag 14 aug. vertrekken uit Whitby. Er staat dan een westelijke wind die ons in ongeveer twee dagen naar Scheveningen zou moeten blazen. We komen dan zondag overdag aan in Scheveningen, we zullen onze blog onderweg nog wel updaten hoe het gaat en wanneer we precies verwachten aan te komen. Tot binnenkort!

Mc Crevy en Mc Myr


Miljoenen gouden munten
Als we aankomen op Mull in Tobermory is het al laat in de middag. We zien een rijtje kleurige en vrolijke huisjes langs het water staan die er vrolijk uitzien. Volgens een de overlevering ligt hier in de modder het wrak van een Spaans oorlogsschip dat hier na een explosie gezonken is en waar nog miljoenen gouden munten aan boord moeten liggen. Er is er nog nooit een gevonden…

Als we afgemeerd zijn en de haven betaald hebben loop ik met Aranka het plaatsje in. Wouter en Myrthe hebben in analogie met het Dolfje Weerwolfje boek “Meermonster” een schotse naam verzonnen. Ze heten nu McCrevy en McMyr. McCrevy en McMyr blijven als wij een wandelingetje maken liever op de boot. Tobermory is een leuk plaatsje, we proberen een autootje te huren voor woensdag maar de autoverhuurder is al dicht, dan maar morgen ochtend proberen. We lopen langs wat toeristenwinkeltjes die een onuitputtelijke aantrekkingskracht hebben op Aranka, en doen nog een paar boodschappen bij de supermarkt. Ik moet hier vroeger toen ik de leeftijd had van McMyr ook geweest zijn toen ik samen met mijn ouders en broers door Schotland fietste, maar ik kan met dit plaatsje niet voor de geest halen, wel kan ik me nog rotsen vol met vogels herinneren en dat ik een net nieuw jack had laten liggen (maar dat kan ook op een ander eiland geweest zijn) wat toen natuurlijk een groot drama was. Ik ben benieuwd wat McCrevy en McMyr zich later van Mull herinneren.


Single lane roads
Woensdag 29 juli sta ik vroeg op om een autootje te huren. We hoorden al dat er een cruiseschip was vandaag en dat de auto´s wel eens allemaal verhuurd zouden kunnen zijn. Als ik op de steiger stap zie ik inderdaad al hele drommen toeristen die met kleine bootjes naar de kant gebracht worden. Als ik -nog net voor de drommen toeristen- bij de autoverhuurder kom zijn alle auto’s inderdaad al verhuurd. Dan maar voor donderdag want we willen Mull wel graag zien. Als ik vraag of ik de auto ook al woensdag avond kan ophalen vertelt een van de toeristen dat ze de auto al voor twaalf uur ‘s-middags weer inlevert omdat het cruiseschip om twaalf uur alweer vertrekt. Dat is pas echt een bliksem bezoek… Maar voor ons prima dan hebben we de hele middag en avond om rond te kijken.

Daarna lekker verse croissantjes gehaald bij de Co-op en nadat iedereen wakker is en ontbeten heeft doen we een paar blokken Geobas voordat we samen het plaatsje inlopen. Om twaalf uur staat de auto klaar en dan vertrekken we ook meteen. We rijden eerst richting Loch Tuath over een mooi smal weggetje. Ze hebben hier single lane roads wat betekent dat als je een tegenligger tegenkomt één van de twee moet wachten bij een passeerpunt of als er geen meer is je even achteruit moet rijden. Grappig en ook geen probleem want er rijden hier maar heel weinig auto’s. We stoppen op een paar mooie uitzichtpunten met prachtige uitzichten over ruige heuvels begroeid met gras en bomen. We ontdekken al snel dat het “rondje Mull” wel wat ver wordt en stellen ons plan bij. We rijden door naar Loch Scridain en slaan het eiland Iona dan over en rijden door naar Duart Castle een prachtig oud kasteel waarvan veel ruimtes zijn ingericht zoals ze vroeger ook waren. Kleden aan de muur en meubels. Dat geeft toch een heel ander beeld dan de grijze stenen kastelen die je normaal ziet. Zo kan ik me wel voorstellen dat het hier goed toeven moet zijn geweest. Gisteren waren we hier ook al langs gevaren. Het kasteel ligt prachtig op een punt waar verschillende Loch’s bij elkaar komen. Het valt op hoe leeg de rest van Mull nog steeds is. Ik kan me zo voorstellen hoe hier vroeger mensen van kasteel naar kasteel trokken door de bergen en het doet me denken aan het boek “Een Brief voor de Koning” wat McCrevy en McMyr als luisterboek hebben.


Heuveltje op, heuveltje af
Daarna rijden we door naar het andere kasteel van Mull, Glengorm Castle. Dit is nog privé eigendom en wordt gebruikt als hotel en trouwlocatie. We kunnen het dus niet van binnen bekijken, maar we maken er een mooie wandeling met uitzicht op de westkust van Schotland. Het is prachtig weer en met de lage zon is het een prachtig gezicht. We komen langs de Glengorm Standing Stones, grote stenen die rechtop staan in een cirkel vanuit de tijd van de eerste bewoners van Mull. McCrevy en McMyr kunnen heerlijk door het gras rennen en rennen heuveltje op heuveltje af. Daarna lopen we langs de heuvel waarop ooit Dun Ara Castle stond en waar vroeger de scheepvaart rondom Mull in de gaten werd gehouden. Er is niet veel meer van over, maar het uitzicht is prachtig. Daarna lopen we door en lopen rond het Glengorm Castle terug naar de auto. Als we weer terug zijn in Tobermory wandelen we even door het plaatsje en eten we heerlijk in een Pub. Om tien uur ’s Avonds moeten we weg, want kinderen mogen na tien uur niet meer in de pub. Goed want het is de hoogste tijd voor McCrevy en McMyr om naar bed te gaan.


Typisch Britse humor
De volgende ochtend (donderdag 30 juli) gaan wij ook weer verder naar Corpach waar het Caledonisch Kanaal begint. Via het kanaal varen we van west naar oost Schotland. Het eerste stuk kunnen we deels zeilen maar we moeten ook stukjes motoren. We zien Duart Castle nog in de verte liggen als we vanuit de Sound of Mull Loch Linnhe invaren. Bij Corran Point is een versmalling in het Loch waar het hard stroomt. Gelukkig hebben we stroom mee en spuiten we met vijf knopen stroom mee door de versmalling heen. Als we voorbij de versmalling zijn zie ik de keerstromen goed en ik zorg dat we in de hoofdstroom blijven zodat we zo lang mogelijk de stroom mee hebben. Hier draait de wind ook naar pal van achteren en ik zet de spinnaker zodat we nog een uurtje heerlijk kunnen zeilen voordat we bij Corpach aankomen. Het is dan al na vijven en de zeesluis wordt pas weer morgenochtend bediend. Er ligt al een Engels schip aan de wachtsteiger en dus moeten we langszij. Als we vragen wanneer zij weg gaan blijken zij al door het kanaal heen te zijn geweest en morgen ochtend om zes uur te vertrekken. We wisselen dan maar even van plek zodat wij aan de steiger liggen en zij langszij zodat ze ’s ochtends makkelijk kunnen wegvaren en wij nog even kunnen doorslapen. ’s Avonds drinken we nog wat samen met onze buren en genieten van de typisch Britse humor voordat we naar bed gaan.

Verse croissantjes en een stokbrood
Vrijdag ochtend sta ik om zeven uur op. Er is dan nog niemand bij de sluis maar er komt wel een Noors schip, een 49 foot Ovni, aanvaren die ik help met afmeren. Aan boord is een Noors gezin met drie kinderen. Als ik het plaatsje Corpach inloop is de supermarkt al open en ik koop verse croissantjes, een stokbrood en nog een gewoon brood. Dat hebben de Engelsen dan weer wel van de Fransen overgenomen, goede croissants en lekker vers stokbrood. Als ik terug kom is er al iemand van de sluizen en 10 minuten later kunnen we de zeesluis in. In de zeesluis gaan we nog niet veel omhoog, deze is er vooral om het eb en vloed verschil te compenseren. In ze zeesluis moeten we een half uurtje wachten want er komt nog een (ook Noors) jacht aan. Als ik betaal voor het kanaal krijgen we een forse korting omdat we ook al door het Crinan Canal zijn geweest. Er is nog voldoende tijd over, kan ik nog mooi even douchen. Er zijn hier net zo als bij de meeste sluizen keurige toiletten en douches voor als je er overnacht.

Neptune´s Staircase
Nadat we door de zeesluis heen zijn, varen we nog door een dubbele sluis voordat we beginnen aan “Neptune´s Staircase”, acht aaneengeschakelde sluizen waarbij er tussen twee sluizen maar een paar sluisdeuren zit. Er kan dus maar een richting tegelijkertijd door de sluizen. Neptune’s Staircase heeft acht sluizen achterelkaar. McMyr en McCrevy helpen mee door met de landvasten over de kant van de ene sluis naar de andere sluis mee te lopen en ze daar weer vast te zetten. Dat gaat prima, al moet er wel om de drie sluizen een tegen prestatie aangeboden worden. Maar met de nodige koekjes en drinken en een heus punten systeem waarmee ze een ijsje kunnen verdienen hebben we er met zijn allen een hoop lol in. Op de kant kijken een hoop toeristen die het allemaal erg interessant vinden. Vooral de Chinese toeristen zijn vermakelijk, ze willen allemaal weten wat het kost, als je dan vraagt wat ze bedoelen hebben ze geen idee, door het kanaal varen of een schip, het maakt ze niet uit als ze maar een bedrag horen.

Typisch Schots weertje
Na Neptune´s Staircase varen we door, het weer is bewolkt, maar het is droog, dus dat is al helemaal niet slecht. We varen samen met de twee Noorse boten en nog een onderhouds schip dat de sluizen onderhoudt, een vierkante bak met drie erg vrolijke Schotten erop. Om drie uur zijn we door de sluizen en de brug van Gairlochy en vinden we het wel mooi geweest. We meren af en dan begint het vrijwel direct te regenen en daar houdt het de rest van de dag ook niet meer mee op. Nou ja, typisch Schots weertje wat ons Hollanders ook niet vreemd is. De rest van de middag doen we nog een paar blokken Geobas en daarna gaan we Monopoly spelen. Helaas duurt dat altijd zo lang dat we voordat het is afgelopen alweer moeten stoppen omdat we aan dezelfde tafel ook moeten eten. Aranka kookt lekkere Chili Con Carne en ’s avonds spelen we nog een spel Monopoly totdat McCrevy het niet meer leuk vindt en we stoppen, want het is tenslotte voor de lol.

Zaterdag vertrekken we rond negen uur en we kunnen een heel stuk zeilen over Loch Lochy. Dat is lekker, bovendien is het weer ook een stuk beter dan gisteren. Er valt nog wel af en toe een buitje, maar de zon laat zich ook vaak zien en dan is het meteen lekker warm. Het is een prachtige tocht om zo over het meer te varen.

Het Caledonisch Kanaal is in totaal 60 mijl lang, maar het grootste gedeelte (38 nm) bestaat uit Lochs of meren die gevormd zijn door een gletsjer. Het hoogste punt is Loch Oich en is slechts 32 meter boven zee nivo. Bijzonder dat je dwars door Schotland heen kan, wat nou niet bepaalt vlak is, en daarvoor maar 32 meter hoeft te stijgen! Het had dus niet veel gescheeld of Noord Schotland was een eiland geweest.

Tijdens een fietsvakantie
Na Loch Lochy gaan we verder omhoog door een sluis en dan komen we na een stukje kanaal op Loch Oich waar we ook weer een heel stuk kunnen zeilen. We varen nog steeds op met de Noren die sneller motoren dan wij, maar als wij zeilen lopen we weer op ze uit. Na Loch Oich is er nog een prachtig stuk kanaal voordat we bij Fort Augustus aankomen. Hier meren we tijdelijk aan de kade totdat we met de laatste lichting van 17:00 uur mee naar beneden kunnen. Omdat er erg veel bootjes zijn, worden er twee sluizen achter elkaar gevuld, die dan het trappetje van deze keer “slechts” vijf sluizen naar beneden gaan. De eerste lichting zijn alle huurbootjes die de sluiswachter liefst apart in de sluis heeft van de privé jachten, omdat er nog wel eens wat schade ontstaat met de huurboten. Als ik kijk hoe de huurboten de sluis in varen krijg ik wel een aardig beeld van wat de sluiswachter daarmee bedoelt… In Fort Augustus is het ook weer erg toeristisch maar ook wel gezellig. Het kan goed zijn dat ik ook hier al een keer eerder ben geweest tijdens een fietsvakantie. We zijn toen ook bij Loch Ness geweest en er staat me vaag iets van bij dat we toen van dit soort sluizentrappen hebben gezien. Grappig dat we er nu zelf met ons schip doorheen varen.

Als wij de sluizentrap afdalen helpen McCrevy en McMyr weer goed mee. Onderaan de sluizen meren we af aan het begin van Loch Ness. Toen we aankwamen waren de steigers waar je aan kan meren nog vrijwel leeg, maar nu is er nog maar beperkt ruimte. Wij liggen vooraan in de sluis en nadat we uit de sluis zijn maken we een mooie 180 draai en meren zo met de kop in de wind aan bij een van de laatste vrije plekjes. Samen met Aranka gaan we diesel halen bij de pomp die hier vlakbij onze steiger ligt. Nu moeten we wel genoeg hebben om weer naar Nederland te varen. Na het eten ga ik nog een ijsje kopen met McCrevy en McMyr, dat hebben ze met al het helpen wel verdiend!

Nog een heel eind
Zondag vertrekken we vroeg en varen het beroemde Loch Ness op. Het is prachtig weer. Maar er is helaas geen wind. Halverwege Loch Ness ankeren we bij Drumnadrochit waar ook weer een oud kasteel staat. Het is lastig om een goed plekje te vinden, als we net liggen blijken we toch een beetje dicht bij de vaarroute van een veerbootje te liggen dat toeristen naar het kasteel brengt. We zoeken een ander plekje maar vinden het niet. Net als we het opgegeven hebben varen we over een ondiepte van zes meter waar we het anker laten vallen. Aranka, McCrevy en McMyr gaan het kasteel bekijken en ik doe een klusje op de boot. De buitenboord motor zit vast op de hekstoel en sinds we hem daar hebben vast gezet op Bermuda is hij er niet meer vanaf geweest. Nu zit een van de klemmen muur en muur vast. Ik demonteer de motor van de motorsteun en dan kan ik de klem los wurmen. Ik had de klem al proberen te smeren met kruipolie (WD40) maar dat hielp niet. Door de klem te verwarmen op het fornuis en de bout die er doorheen loopt met water te koelen komt er ietsje ruimte en beweging in. Ik moet dezelfde truc nog en paar keer doen, voordat ik eindelijk de bout uit de steun los krijg. Als alles schoongemaakt is en gesmeerd loopt het weer als een zonnetje zodat we de buitenboord motor een volgende keer weer kunnen gebruiken. Nu moeten Aranka, McCrevy en McMyr nog terug peddelen. ’s Middags varen we verder over Loch Ness, we kijken nog uit naar Nessie, maar we zien alleen ons eigen monster McCrevy met zijn woeste haren. Na Loch Ness varen we nog een klein stukje verder tot Lock Dochgarroch waar we nog doorheen gaan en daarna afmeren aan een steiger. Het is prachtig hier en eigenlijk zou ik nog wel een dagje willen blijven liggen. Maar het is inmiddels 2 augustus en het begin van het schooljaar komt alweer dichtbij en we moeten nog een heel eind dus we besluiten toch maar om de volgende ochtend door te varen naar Inverness en dan ’s middags met hoogwater naar buiten te gaan en door te varen naar Lossiemouth. Als ik rondloop zie ik het Oakwood Restaurant dat allerlei prijzen heeft gewonnen. Daar wil ik wel meer van weten en het lukt nog om een tafeltje te reserveren. Om acht uur gaan we erheen en we eten heerlijk. Als toetje krijgen we stijf geslagen room met frambozen en natuurlijk… whisky er doorheen, zalig!

Halve meter in de bodem zakken
Maandag moeten we ook bij tijds op om door de volgende brug te kunnen. Die draait om acht uur en dan pas weer na tien uur. We komen keurig op tijd bij de brug en kunnen zo doorvaren. Dan is het nog maar een klein stukje naar Inverness waar we in de Seaport Marina afmeren. Hier doen we een paar blokken GeoBas (aardrijkskunde). Het is leuk dat veel van wat McCrevy en Mc Myr leren we ook in het echt zien, zoals een open mijn, verschillende landschappen en kwelders. We doen boodschappen in een enorme supermarkt en maken de boot klaar om weer echt te zeilen. Om twee uur ’s middags kunnen we door de zeesluis naar buiten. We hebben goede wind schuin van achteren. Het is nog 40 mijl varen, maar we hebben geen haast. We kunnen de haven van Lossiemouth pas om 23:30 in want anders is het nog te ondiep. We varen samen op met de Pilgrim waarmee we ook al het laatste stuk door het Caledonische Kanaal opgevaren zijn. Na het eten gaan McCrevy en McMyr slapen. We schieten al lekker op maar het laatste stuk gaat het langzaam als we tegenwind en tegenstroom hebben. Omdat we toch nog niet de haven in kunnen kruisen we het laatste stukje toch maar netjes op. Om half twaalf varen we de haven in door een smalle doorgang. We meren af aan het Visitor’s Pontoon en zien al direct dat we wel zo’n halve meter in de bodem zullen zakken met laag water. We worden nog uitgenodigd op de Pelgrim bij Pete en John. John is 77 jaar oud en een oud-collega van Pete en zeilt nog vrolijk mee. Ze zijn allebei loods (geweest) en kennen alle havens aan de oostkust en geven ons nog en heleboel nuttige tips. Rond twee uur gaan we terug naar onze boot en gaan we heerlijk slapen.

doe maar alsof ik precies weet wat ik doe
Dinsdag ochtend doe ik eerst school met McCrevy en McMyr terwijl Aranka lekker vers brood en scones haalt. Zien we ons schip steeds hoger uit het water komen. Blijkbaar is de ondergrond toch niet zo zacht als de havenmeester denkt. De voorpunt komt zeker veertig centimeter hoger te liggen maar achter blijft de boot drijven, zodat hij voldoende stabiliteit houdt en gelukkig niet omvalt of scheef gaat liggen. Als het weer hoogwater is varen we samen met de Pilgrim uit naar White Hills, dat 25 mijl verderop naar het oosten ligt. We hebben zuiden wind en schieten lekker op. Eind van de middag varen we White Hills binnen, een erg leuk klein haventje. We hebben de fenders aan bakboord hangen en er wordt ons door de vriendelijke havenmeester een plekje in de binnenhaven aangewezen. Er is hier erg weinig ruimte en de fenders hangen verkeerd om langs de kade af te meren. Bovendien moeten we er ook nog een keer uit en komt de wind van achteren dus ik besluit toch maar te keren terwijl er eigenlijk geen plek voor is. Door de voorpunt in een zij-kanaaltje te prikken probeer ik om, tegen de wind in en tegen de schroefwerking in, de boot te keren. Ik lach vriendelijk naar de havenmeester, die enigszins bezorgd naar ons kijkt en doe maar alsof ik precies weet wat ik aan het doen ben… Gelukkig gaat alles goed en liggen we even later netjes langs de kade. Aan de kade zit The Galley Waterfront Restaurant van een Nederlandse vrouw uit IJmuiden. Dat is bijzonder en we kunnen nog samen met de bemanning van de Pilgrim een tafeltje reserveren voor half acht. Voor de rest is het al vol. Eerst wandel ik nog even met Aranka door het plaatsje met prachtige goudkleurige graanvelden op glooiende heuvels om het plaatsje heen. We hebben een mooi uitzicht over de haven en over de graanvelden. ’s Avonds eten we heerlijk samen met Pete en John van de Pilgrim. Later kijken we nog naar het weer en er staat morgen een zuiden wind. Dat betekent dat we het eerste stuk naar het oosten goed kunnen varen. Vanaf Lackie Head zullen we de wind steeds meer tegen krijgen. We kunnen dan wat verder naar het oosten de zee in steken om zo om Rattray Head heen te kruisen. Bij Rattray Head staan vervelende golven bij stroom tegen wind wat wij morgen ook hebben. We besluiten wel te gaan en vertrekken om 12 uur, 2 uur voor hoogwater als er genoeg water staat om de haven uit te varen. Het eerste stuk gaat inderdaad heerlijk snel, we lopen meer dan zeven knopen door de gunstige wind en de stroom die we mee hebben. Als we bij Lackie Head komen worden de golven langzaamaan wat ruiger. Bij Rattray Head staan brekers midden op zee, maar we zeilen er goed doorheen. Als we overstag gaan richting Peterhead is het al beter bezeild dan we dachten en zo varen we toch soepel naar Peter Head. Omdat er nog veel golven staan vragen we toestemming om de zeilen pas in het beschutte water van de commerciële haven te strijken, dat is akkoord als we het vlak voor de jachthaven doen. Even later worden we vriendelijk ontvangen door de havenmeester en liggen we netjes aan de steiger. Alhoewel we de laatste dagen flink zijn opgeschoten is het nog een flink eind naar Nederland met iets meer dan een week te gaan. We besluiten daarom een nachtje door te varen en in een keer naar Berwick upon Tweet te varen, ruim honderd mijl zuidelijker. Vandaar kunnen we ook met de trein naar Edinburgh. Het alternatief is om naar Port Edgar in Edinburgh te varen, maar dat is wel een heel stuk om. We kiezen daarom om morgen te vertrekken naar Berwick upon Tweet. ’s Avonds nodigen we de bemanning van de Pilgrim uit voor het eten. Het is erg gezellig samen. Morgen gaan zij ook verder maar zij varen waarschijnlijk geen nacht door. Wel krijgen we nog een uitnodiging om bij John thuis te komen eten als we in de buurt van Whitby komen.

15 sluizen en 7 bruggen in het Crinan kanaal


“The Basking Shark”
Samen met de Tequilla en drie Engelse bemanningsleden (Bob, David en Michael), waren we vrijdag 24 juli naar binnen geschut het eerste bassin van het Crinan kanaal in, bij de plaats Ardishaig. De bemanning van de Tequilla zijn erg vrolijke lui en de gezellige humor van schipper Bob spreekt ons enorm aan en we blijven dus onderling contact zoeken.
Op zaterdagochtend (25 juli) wachten we eerst tot de andere jachten uit het bassin zijn weggeschut het kanaal in en gaan daarna zelf. De kinderen helpen mee met de sluizen openen en dicht doen, want dat gaat allemaal nog op eigen kracht. Vorig jaar was alles buiten de zeesluizen (de begin en eind eindsluis) nog gewoon zelfbediening, maar we zijn wel blij dat er bij elke sluis een helpende hand is. Het zijn veelal studenten. Het is nog best wat werk, bepaald niet saai. Het Kanaal is ongeveer 10-12 meter breed en de omgeving is prachtig groen. Het kanaal is eigenlijk maar 8 mijl lang en je wordt door 15 sluizen geschut, 7 omhoog (ca. 20 meter) en 8 naar beneden.
We hebben een waanzinnig mooie dag en genieten volop van de zon en de sluizen en de omgeving. Bij Cairnsbaan maken we een wandelingetje en treffen dan in een van de vorige sluizen de Tequilla weer, die hun motorprobleem waar we ze eerder mee aan de kant zagen liggen hebben kunnen oplossen. Ze vragen waar wij gaan aanmeren. En ze stellen voor ergens bij Dunardry te gaan liggen, dan mogen we bij hun aan boord komen eten. Nou dat klinkt natuurlijk erg gezellig en aanlokkelijk en kunnen we niet laten liggen. We kijken hoe ver we komen en bij sluis 11 gaan we aan een pontoon, waar even later Tequilla langszij komt liggen. We liggen net voor het hoogste niveau t.o.v. de zee, dat is 2 sluizen verder bij Dunardry.

We mogen Bob die gaat koken niet helpen. Hij gaat wat lekkers maken. het wordt macaroni met heerlijk vlees, tomaten en kaas erover. Erg lekker.
We kletsen en lachen heel wat af en David blijkt een hele goede tekenaar te zijn. Hij gaat met de kinderen aan de slag en krijgt hun volle aandacht te pakken. Het is heel leuk hoe de kinderen samen met hem proberen om dingen te tekenen. Het raakt Myrthe ook om zo samen met zo’n goede en aardige tekenaar bezig te zijn, want de dagen daarna probeert ze meer met tekenen te oefenen en geeft aan het leuk te vinden als ze daar wat meer in zou kunnen leren in Nederland. Dat past wel bij haar en ook David was onder de indruk van Myrthes talent om met veel details een tekening zo leuk te kunnen maken.
Ze noemen zichzelf en de Tequilla “the basking shark” (reuzenhaai) als grapje, omdat ze ook 10 meter lang zijn en evenveel wegen (5 ton) en ook zo’n enorme grote mond hebben (Bob). Maar de humor van Bob is niet op papier weer te geven, zo subtiel en zo geestig en heerlijk om zo’n avond zo te lachen.

Het Nederlandse zeilschip Aquilla:
Op zondag (26 juli) gaan we, zodra de sluizen in Dunardry weer starten, mee verder het Crinan kanaal af. De route verder gaat langs een prachtig natuurreservaat , wat we over de dijk heen in de diepte zien liggen. De rivier slingert zich door het landschap en af en toe wordt het heel smal. Gelukkig is er net als we een tegenligger krijgen een extra breed stukje in de rivier waar we elkaar net kunnen passeren. Dan liggen we voor de laatste twee sluisen naar buiten. Het is een gezellig plekje en we zijn er al om 12.00 uur. Dan begint het ook te regenen, zoals voorspeld en dat maakt verder trekken heel onaantrekkelijk.
Maar we ontdekken een andere Nederlands gezin met het jacht Aquilla in het bassin en we raken heel gezellig aan de praat en blijven hangen. Joep en Rick gaan Myrthe en Wouter ophalen en ondanks het leeftijd verschil hebben ze samen wel lol. Ik bak wat pannenkoeken en het is al snel 16.00 uur, dus dan kunnen we ook echt niet meer weg. Maar samen met Bram kijken we naar de route door diverse Whirlpools die ons buiten het Crinan kanaal staan te wachten en kijken goed naar de route en gevaren die we onderweg tegen kunnen komen en bedenken wanneer vertrek gunstig is om het getij mee te hebben. Is leuk om dat samen een beetje uit te dokteren.
De kinderen zijn zo blij weer een Nederlands schip met kinderen te treffen dat ze niet schromen om het logeren meteen op te rakelen. De jongens willen eigenlijk liefst op hun eigen Aquilla slapen, maar onze kinderen mogen bij hen aan boord slapen. En ze worden ook nog voor het avondeten uitgenodigd. Stelletje bofferts, dat ze het weer voor elkaar krijgen.
In dat geval betekent dat een avondje vrij voor Roelof en mij samen en wij gaan samen uit eten bij het lokale restaurantje. We eten een heerlijke vispot en mosselen.

Puilladobhrain, de poel van otters:
Maandag (27 juli) vertrekken we met de eerste sluis en schutten samen met de Tequilla naar buiten. Dat is heel gunstig voor ons om zo snel mogelijk buiten te komen en maximaal aantal uren stroom mee te hebben op de route. We willen 20 mijl verderop naar een ankerbaai varen Puilladobhrain, de pool van otters.
We roepen snel de kinderen, die nog logeren op de Aquila, want we hebben niet verwacht dat we om 8.30 uur al met de eerste sluis mee zouden kunnen. Ze hebben het heerlijk naar hun zin gehad en allemaal lekker geslapen. Eigenlijk heel erg jammer om weer zo’n leuk ander gezin te gaan verlaten, waar we in zo korte tijd zo leuk kennis mee hebben kunnen maken.
Buiten op zee is het rustig weer. Van de voorspellingen 5 Bft met uitschieters naar 6 Bft merken we echt weinig. We hebben wind en daar zijn we allang gelukkig mee. Zo’n 10-12 knopen wind uit het Noordoosten en we moeten dus aan de wind varen. Samen met de Tequilla varen we richting Dorus Mor, de eerste whirlpool voor vandaag. Maar gelukkig blijkt deze helemaal niet spannend. Het is wel grappig dat je aan het wateropervlak wel kan zien dat er enorme stroom staat; je ziet ook eddy’s die de andere kant op stromen en paddestoelen. Maar niets verstoort onze richting of onze reis, het werkt allemaal zelfs enorm mee. Na Doris Mor varen we langs de beruchte Corrywreckan. Maar we worden er niet ingezogen, want het is rustig vandaag en wij zeilen door naar de Sound op Luing en daar stroomt het nog een tikkeltje harder. We zeilen op een gegeven moment zelfs met 10 knopen vaart doordat we meer dan 4 knopen stroom mee hebben. Echt gaaf. En het lukt zelfs om de hele route te blijven zeilen. Twee keer moeten we even om een rots te ontwijken overstag en een klein stukje oploeven, waarna we onze route gewoon steeds hoog aan de wind kunnen vervolgen. Tot we bij de Puilladobhrain zijn. De ingang zien we maar net liggen, een smalle doorgang vlak langs de kust.
Op twee hopen stenen achter elkaar is met witte verf een lichtenlijn gemaakt die je naar binnen kan volgen. Erg handig, want het is ondiep, smal en je moet de kust bakboord echt op 2 meter afstand passeren. daarachter ligt werkelijk een hele mooie ankerbaai. We varen zoals de Tequilla ons heeft geadviseerd helemaal door naar achteren, zo ver als het kan. Daar ligt ook nog een grote boei in het water. We gooien het anker uit en genieten van dit plekje. Jammer dat er nu net weer drizzle begint. Even verderop zitten 10 zeekanoërs, die net weer instappen en vertrekken met een zeehond nieuwsgierig in het kielzog. Leuk hoor om hier te zeekanoën in dit gebied. We zien even later de Tequilla binnenkomen en zij gaan lekker aan de boei/mooring liggen. Allemaal maken we de dinghy klaar, want die is hier wel handig. Onze dinghy is na het opruimen in Bermuda toch wat achteruit gegaan. Hij zit vol schimmel en heeft een lekje door het schuren in de bakskist. Dat kunnen we nog repareren, maar de motor voor de dinghy krijgen we niet meer losgedraaid. Die is kennelijk echt door erosie helemaal vastgeroest. De WD40 olie helpt om één kant los te krijgen, maar de andere weigert. Nou dan wordt het maar peddelen.

Het eerste echte avontuur van Myrthe en Wouter na 1 jaar reizen:
Even later peddelen we naar de kant en wandelen het zompige veen/moerasgebied in. Het stikt er van de kleine steekbeestjes. Maar even later vinden we het pad naar de pub even over de heuvel (0,5 mijl). Het is een leuke wandeling over het eiland Seil. In de pub werd vroeger gewisseld van kilt naar broek, omdat op het vaste land een kilt niet was toegestaan. En tegenover de pub ligt het riviertje, dat in verbinding staat met de Atlantische Oceaan. Over de rivier is een mooie brug gebouwd; “bridge over the Atlantic” genaamd. Dat is nu al de derde keer dat we de Atlantic dus oversteken en het gaat zo een stuk sneller!!!
In de pub komen we de bemanning van de Tequilla weer tegen en we leren een spel Devils legs. Zij gaan later op de boot eten, maar wij blijven in de pub en eten fish and chips. Daarna gaan we terug wandelen. Echter op de terugweg horen we iemand heel erg hard help roepen. We snappen niet waar het vandaan komt, maar het lijkt bij de schepen vandaan te komen. Wouter is helemaal ongerust en rent vooruit, bang dat er iemand verdrinkt en dat we te laat komen. We vermoeden dat een man op een schip wat er ligt heeft geroepen. Er vaart nu ook een dinghy naar toe. Wij stappen ook snel in en gaan poolshoogte nemen. In de tussentijd zien we dat de man ook nog in het water valt en aan zijn boot hangt. De andere man weet hem in de dinghy te krijgen. En als wij aankomen kunnen we helpen om de man weer aan boord te krijgen. De telefoon in zijn broekzak zal het wel niet meer doen. En als ik naast hem sta begrijp ik ook wat het probleem is, drank. De man is niet helder en de andere hulp die er nu ook bij is checkt of zijn anker wel goed ligt. Dat is niet het geval, dus ze ankeren de boot opnieuw. De eigenaar heeft wat droogs aangedaan en misschien dat de val in het koude water hem toch wat heeft ontnuchterd. De kinderen zijn helemaal onder de indruk van het gebeuren. Ook al zijn we al een jaar aan het reizen, dit is volgens hen echt hun eerste “echte avontuur” wat ze hebben beleefd.

Drizzle, Cats and Dogs, showers………………:
Het is een drizzle dag. We zwaaien de Tequilla uit bij vertrek en volgen zelf even later ook. We varen vandaag ca 30 mijl naar het eiland van Mull, naar de plaats Tobermory. Roelof is daar vroeger al eens geweest, fietsend met zijn ouders. Het lukt om kleine stukjes te zeilen, maar verder hebben we of te weinig wind of tegenwind en vooral veel regen.
Langs het eiland van Mull zien we het kasteel Duart, één van de toeristische attracties. Het ziet er groots uit, maar past geheel in het rotsachtige landschap. Ineens krijgen we via de marifoon een oproep van de Aquilla. Dat is leuk, we zien ze op de AIS en zij varen net naar de ankerbaai waar wij hebben gelegen.
In de middag komen we aan bij Tobermory. Het ziet er schattig uit met rijtjes gekleurde huisjes. Alleen de regen wil vandaag maar niet stoppen. Zelfs de Schotten zeggen dat het jaren niet zo erg is geweest in de zomer.

Island of Man & Bute


Onderweg naar Isle of Man
Van Ardglass naar Peel op Isle of Man hebben we een prachtige vaardag (zondag 19 juli). Die ncht is er een flink regenfront overgekomen, maar dat is inmiddels weg en de zon schijnt. We vertrekken met laag water en de smalle geul de haven uit is goed zichtbaar. Twee andere schepen vinden het toch wel spannend om met dit laagwater (en inmiddels springtij) de haven uit te varen en lijken te wachten tot een ander eerst gaat. Dat doen wij dus. We varen weg en verstoren een zeehond die lekker droog om een klein drooggevallen rotsje ligt gekruld.

De tocht verloopt lekker. De boot schommelt wel alle kanten op, want we moeten op twee oren varen met de wind pal van achteren. De golven komen echter van schuin opzij en de boot gaat heen en weer, heen en weer. Dat hadden we al een tijd niet meer gehad, maar heerlijk om weer echt te zeilen met een zonnetje.

Keep out of my way:
Op onze route zien we ook vrachtschepen die uit of naar het Noorderkanaal varen. We steken dus min of meer een soort scheepsroute over. Op een gegeven moment liggen we op ramkoers met een vrachtschip. We kijken de situatie aan, want echt wijken is lastig op twee oren, dan moeten we een zeil weghalen. Maar het blijft ramkoers. We roepen dan ook even later het 817 ft lange vrachtschip Yeoman Bridge op (MMSI 308919000). Op de marifoon staat ons een vriendelijke man te woord met good afternoon, yes I can see you. Vervolgens vragen we “What are your intensions to pass?”. Na enkele tellen komt er iemand anders aan de marifoon die uitbarst “I have no intensions, I will keep speed and course, keep out of my way, you are a small ship”. We zijn even perplex, dit hebben we nog niet eerder gehad. Roelof blijft de heer en antwoord “Thats a new way to interprete the international searules, but as you said, we are small and you are big. We will pass behind you, out!”. Duidelijk, dat doen we dan maar, maar een dergelijke onvriendelijkheid hebben we op zee nog niet eerder meegemaakt.

Katten zonder staart?
We zien Isle of Man al duidelijk liggen en Peel Harbour komt in de buurt. De aanloop is erg mooi, want er ligt een kasteel langs de entree. We hebben de aankomst heel goed berekend en we komen precies om 14.00 uur aan met hoogwater. Om de haven binnen te komen, moet een wandelbrug worden geopend en moet de “flap gate” open staan. Die staat alleen 2 uur voor en na hoogwater open, zodat er in de haven altijd genoeg water blijft staan, ca 2 meter diep. Het is een gezellige haven en vanaf de brug krijgen we van de havenmeester instructies waar we kunnen liggen. Mooi plekje met uitzicht op de brug en het kasteel. Nadat we zijn afgemeerd, lopen we Peel in om wat rond te kijken. Het blijkt een gezellig stadje te zijn met erg lekker ijs!


Peel is een klein stadje, met een enorme strandbaai buiten de haven. Een getijverschil van zeker 4 meter maakt dat het strand ofwel heel kort is of een heel stuk in zee steekt. We komen er achter dat de Manx kat hier vandaan komt, omdat alles wat van Isle of Man komt de naam Manx krijgt. Manx is ook de taal die hier vroeger werd gesproken, maar die nu bijna is uitgestorven. De Manx kat is eigenlijk een genetisch foutje, doorgefokt door de mensen hier, een kat zonder staart. Het is niet echt gezond, de heupen van de kat liggen iets hoger en de wervelkolom heeft dus een gekke hoek. Ze zouden veel voor moeten komen, maar uiteindelijk hebben wij alleen de knuffel manx poesjes in de toeristenwinkeltjes gezien.
In het zonnetje lopen we nog een rondje om het kasteel, wat op een soort schiereiland staat. De kids hebben zin om naar de boot te gaan. Wij wandelen en kijken nog even verder rond en komen ook langs de fabriek Moore’s Kipper Yard, waar ze vis roken. Het gaat net sluiten, maar we kunnen nog wel een stuk gerookte zalm kopen. Heerlijk.

Uitzichtpunt in de mist:
Maandag 20 juli trekken we erop uit om Isle of Man te bekijken. De kinderen hebben meegekeken in de toeristenboekjes met topattracties en willen eigenlijk het liefst pony rijden en naar een dierenpark. Wij zijn hier toch en beetje verbaasd over, omdat we het gevoel hebben afgelopen jaar door een prachtig dierenpark te zijn gereisd, waarin alle dieren vrij in hun eigen leefgebied waren zonder kooien. Het dierenpark spreekt ons dan ook niet echt aan en uiteindelijk is de attractie van een stoomtram en elektrische tram waar we allemaal voor gaan.
Met de bus reizen we eerst naar Ramsey aan de andere kant van het eiland. We kijken wat rond, maar de regen jaagt ons een café in, waar we wachten tot we met het elektrische trammetje verder kunnen reizen. Het trammetje brengt ons naar Laxey, waar we weer een bergtrammetje nemen. Het weer zit nog steeds niet mee, maar we hebben wel lol in het trammetje. Bovenop de berg (2037 ft hoog) het hoogste punt van het eiland, stappen we uit. We waaien bijna van onze Teva’s en je ziet nog geen 100 meter voor je door de dikke natte mist. Roelof wandelt nog een rondje voor een selfie, maar de kinderen duiken het hotel in en wachten tot we weer naar beneden gaan. Dat is 20 minuten later en met de andere toeristen lachen we om de situatie en rijden terug met het hetzelfde trammetje naar Laxey.


In Laxey werd vroeger in de mijnen gewerkt. Vlak bij Laxey staat het grootste waterrad ter wereld, “Lady Isabella” dat aangedreven wordt door een riviertje en gebruikt werd om de mijnen droog te pompen. We zijn er net rond sluitingstijd, en het leuke is dat de kinderen het wiel daarom mogen stoppen. Ze moeten aan een wiel draaien tot die vast zit en na nog enkele wentelingen heen en terug staat het grote waterwiel voor de nacht stil.

We vervolgens onze reis met de Elektrische tram naar Douglas. Echter moest ik eerst even van de schrik bekomen, want ik ben mijn camera kwijt. Ik kan me echter herinneren dat ik de laatste foto heb gemaakt in de tram. Dus eerst maar eens aan de conducteur vragen of ze iets hebben gevonden. Hij doet wat belletjes en in het Hotel boven op de berg is niets gevonden, maar gelukkig wel in het trammetje waarmee we naar Laxey zijn gekomen. Mijn camera ligt nu in Douglas opgeslagen en ik kan hem daar morgenochtend ophalen. Dat is super, zulke eerlijke en hulpvaardige mensen hier.
De trein heeft eigenlijk een hele mooie route langs de kust. We krijgen er echter door het weer maar beperkt iets van mee. We dommelen wat, tot hilariteit van de kinderen. Maar ja, in de trein is het warm met alle mensen en de ramen beslaan helemaal, dus dat werkt wel slaapverwekkend bij ons. In Douglas zien we net de laatste paardentram rijden en de kinderen vinden het prachtig. Dat gaan we morgen dus ook maar doen, maar nu mogen Myrthe een Wouter helpen om het paard naar zijn stal te begeleiden waar hij lekker hooi krijgt en kan uitrusten. De paarden zien er robuust uit, en worden veel gewisseld om het niet te zwaar te maken. Als ze 15 jaar dienst hebben gedaan mogen ze even verderop naar een paardentehuis, waar ze rustig verder kunnen leven en grazen tot ze overlijden. Echt Engels, maar heel diervriendelijk en leuk om te horen.
We lopen dwars door Douglas langs de inmiddels gesloten winkels en pakken een bus terug naar Peel. Dat was een leuke mooie dag, waar we van hebben genoten. We gaan terug naar de boot en eten lekkere warme hutspot. Een maaltijd die bij het klimaat van deze dag past.

Myrthe en Wouter mogen voor het eerst stemmen!
Dinsdag 20 juli is het wat mooier weer. Het regent niet. Vroeg opstaan lukt ons maar niet, want de kinderen hebben in de avonden helemaal geen zin om naar bed te gaan. Ze slapen bijna nog later dan wij. Maar opstaan ho maar! Gelukkig komen ze voor een lekker croissantje wel uit bed en daarna gaan we weer verder met onze verkenning van Isle of Man.
We vinden het hier een beetje op Bermuda lijken, tenminste het is allemaal heel Engels en goed georganiseerd. Niets op aan te merken en de mensen zijn ook erg vriendelijk. We genieten ook enorm van de leuke attracties, zonder dat het nu heel erg toeristisch is. Toch mist het eiland voor ons die enorme aantrekkingskracht van de ruige groene Azoren.
Maar goed, vandaag reizen we eerst met een bus naar Castletown. Daar gaan we naar het “Old House of Keys”. Dit heeft niets met sleutels te maken maar met een oud Engels woord over keuzes. Hiervandaan heeft het parlement van Isle of Man geregeerd en bepaald welke wetten en regels hier gelden. Wij worden meegenomen in de wereld van deze adellijke mannen of rijke landheren, die zichzelf tot parlementsheren hebben benoemd en we leren hoe dit parlement gedurende 150 jaar is veranderd en voor welke keuzes ze stonden. Een bijzondere keuze waar ze voor stonden is het kiesrecht van vrouwen. In Isle of Man had de vrouw als eerste op de wereld kiesrecht, hoewel dat in de praktijk niet eerder tot uitdrukking kwam dan elders in Europa. En een huidige vraag waar Isle of Man voor staat is deelname aan Europese Unie als onafhankelijke staat. Vooralsnog staan ze hier niet positief tegenover; mede omdat ze de bemoeienis van de Engelsen bij hun verkiezingen op Isle of Man ook altijd onwenselijke vonden en vinden.
Na deze verkiezingen gaan we het kasteel Rushen bekijken, wat midden in het centrum van Castletown ligt. Het is al in 1265 gebouwd, toentertijd voor een koning, maar wordt inmiddels voor verschillende doeleinden gebruikt. Zo lezen we over enkele personen die hier opgesloten hebben gezeten in kleine ruimten met nauwelijks licht vanwege “kleine” overtredingen van de wet. Maar het leukst zijn de kamers die zijn ingericht zoals het kasteel ooit door de koning zou zijn gebruikt.

Daarna gaan we naar een Scheepvaartmuseum over “The Peggy”. The Peggy is ’s werelds oudste zeilschip, inmiddels 225 jaar oud en met ophaalbare kiel, voor toen heel bijzonder. Het schip ligt normaal in het originele boathouse in Castletown. Grappig hoe dit boothuis volledig uit zicht is gebouwd en van buitenaf kan je het zeilschip echt niet zien liggen in het dockhouse. Het schip wordt momenteel gerestaureerd, dus dat zien wij helaas niet, maar het is heel leuk om te lezen hoe het is gebouwd en waar het heeft gevaren, terwijl de kids zich verkleden.

Daarna pakken we de stoomtrein naar Douglas. Daar gaan we nog een stuk met de paardentram, waar Myrthe niet is weg te slaan bij de paarden en ook weet te bedingen dat ze samen met Wouter op de bok naast de bestuurder mag zitten. Bij het eindpunt van de paardentram is het gebouwtje waar mijn camera inderdaad ligt en die ik nu weer terug heb. Terug nemen we ook weer de paardentram, maar dan maken Myrthe en Wouter ruzie op de bok wie waar mag zitten en halen we Wouter maar terug naar achteren. Dan hebben we eigenlijk ook wel weer genoeg gezien en pakken de bus terug naar Peel. We eten een fish en chips (alweer!) en de kids rennen naar de boot en Roelof en ik maken nog een korte wandeling de berg op met uitzicht over Peel. Gelukkig zijn we net voor de regenbui weer binnen.

Zien we nog een reuzenhaai?
We hebben nog een laatste dagje op Island of Man. Voor onze volgende tocht richting Schotland door het North Channel, is het handig om vandaag al te vertrekken. Er staat wind uit het zuidwesten en dat is mooi met de stroom mee als we de tocht door dit kanaal goed plannen. De stroom kan hier heel sterk zijn en als er stroom tegen wind staat kan het ruig zijn; iets wat we dus niet uitzoeken. Komende dagen draait de wind naar het Noorden en dat is voor deze route veel ongunstiger. Helaas dus niet nog een dagje op Island of Man.
We hebben nog tot twee uur in de middag, voordat de brug en de gate van de haven open gaan, dus we kunnen nog best wat ondernemen. We gaan niet meer reizen, maar hebben nog wel zin om het kasteel hier te bekijken en het Mananan Huis. Het Mananan huis is een museum over Isle of Man dat heel interactief is en leuk voor kinderen. Ze leren er veel over de kelten, de Vikingen en het eiland of Man en dat ze in geesten geloven.
Als we vertrekken is het prachtig weer, zon en een prettig windje van schuin achter. We hopen nog de reuzenhaai hier te zien. Deze komt hier veel voor. In het begin vergiste ik me en zei dat het de walvishaai was, maar Wouter wist mij te corrigeren en uitstekend het verschil uit te leggen tussen de walvishaai (de grootste en ongevaarlijke haai, blauw met witte stippen) en de reuzenhaai (grijs tot 10 meter groot, die zijn bek wagenwijd open zet om kril uit het water te filteren en dus ook compleet ongevaarlijk is). Helaas moet het water nog rustiger zijn om dit dier te zien zwemmen met vinnen boven water. Helaas niet gezien dus.

Pitstop
We halen precies het North Channel voordat er tegenstroom komt. Net om het hoekje weten we in het donker bij Lady Bay te ankeren, in het loch richting Stranraer. Toch wel weer spannend om in het donker te ankeren, dat hebben we eigenlijk al een hele tijd niet meer gedaan. Maar we varen tot het 5 meter diep is laten het anker zakken en trekken daarna zo snel mogelijk een flesje wijn open voor een slaapmutsje!!!

Het is toch lekkerder slapen zo’n nacht voor anker in plaats van door te varen. In de ochtend worden we echter wel weer wakker geschommeld, want er varen ferry’s vlak langs en hun golven laten ons wiebelen.
Mooi tijd om het ankertje weer op te halen. Het is prachtig weer met een zonnetje en er staat een mooie zuidwesterwind. Die kan ons mooi door de Firth of Clyde heen blazen. We zien op 13 mijl al de granieten piek van Ailsa Craig liggen. Een enorme berg die de entree van de Firth of Clyde vormt en een vogelparadijs is. 30.000 vogels zouden er zitten en nestelen. Als we dichterbij komen zien we die mooie Jan van genten in groepjes vissen. Ze vliegen samen op net als dolfijnen, precies achter elkaar helemaal in lijn en laten zich dan uit de lucht vallen met een plons in het water, om iets op te duiken. We waren gewaarschuwd dat we het eiland op afstand zouden kunnen ruiken, maar we ruiken niets. Misschien waait het daarvoor te hard, want we blazen met een 5 Bft van schuin achteren met enorme snelheid over de plas.

Wouter gaat ervandoor op Bute!
We hadden van te voren niet echt een plan waar we naar toe zouden gaan. Er waren meerdere opties en we wisten natuurlijk niet hoe ver we zouden komen. Maar de wind is zo goed dat we lekker doorvaren langs de hoge bergen op het eiland Arran. Daarna besluiten we om de route om het eiland Bute mee te pakken. Dat is leuk want dan varen we een kleinere doorgang in en varen daarna tussen de groene heuvels en bergen in de richting van het haventje Rothesay. Daar aangekomen adviseert de havenmeester ons om naar de binnenhaven te gaan achter de brug. We zijn verbaasd, want we lezen in de Reeds (de zeilersbijbel) dat deze binnenhaven echt heel klein is en dat er nauwelijks manoeuvreer ruimte is. Maar goed een schip voor ons gaat ook en wij volgen onder de brug door en weten een mooi plekje te vinden. Het is een grappige, kleine binnenkom en in het zonnetje gaan Roelof en ik nog even op pad om het dorpje te bekijken. Het is gezellig, leuke sfeer, maar het lijkt wat vervallen. Zeker nu we net van het goed georganiseerde en alles tot in de puntjes op orde hebbende Isle of Mann komen valt dat wel op.

We eten lekker op de boot. Maar Wouter krijgt eerst nog een boze bui, pakt zijn tas in (T-shirt voor als het gaat regenen, i-pad voor als hij zich verveelt en een katapult voor het geval dat) en loopt weg. Hij loopt op blote voeten en kijkt niet meer om. Natuurlijk volg ik hem, ik kan toch niet zomaar een boos mannetje in het ons onbekende Schotland zomaar weg laten lopen. Maar ik loop aan de overkant, want ik ben eigenlijk wel benieuwd wat hij van plan is en ik wil hem eigenlijk zelf rustig tot bezinning laten komen. Hij wandelt een heel stuk langs de kade op zijn blote voeten, ziet ook nog de prachtige stoomboot vertrekken en langsvaren en draait zich dan ineens weer om en loopt terug. Hij vindt het mooi geweest. Ik kom later aan dan Wouter bij de boot en dan vraagt ie doodleuk: Was je ongerust??? Ja natuurlijk idioot!!! Maar hij heeft toch niet in de gaten dat ik hem ben gevolgd en vertelt alweer honderduit wat hij heeft gezien op zijn wandeling.

De volgende dag vervolgen we in de ochtend onze route om het eiland Bute heen. Er is zuidwestenwind voorspeld van 5 Bft, maar je moet hier lokaal gewoon kijken hoe de wind staat, want hij waait door alle kanaaltjes en doorgangetjes vanuit een hele andere hoek dan voorspeld en het is absoluut minder omdat het hier heel beschut is. Het is echt een prachtige route en we hebben afwisselend zon en dan weer een klein buitje. We zien zelfs op afstand nog enkele dolfijnen en komen aan het einde van de middag aan bij het Crinan Kanaal. Zo zijn we mooi weer 130 mijl naar het Noorden opgeschoten.
We kunnen nog met de laatste schutting het Crinan kanaal in en liggen daar mooi beschut in een kommetje. Benieuwd naar wat het Kanaal ons de komende dagen te bieden heeft. In ieder geval is er een douche om over naar huis te schrijven, een goede straal en lekker warm in te stellen zoals je zelf wil. Dat is lang geleden dat ik zo lekker heb gedouched.