Met ruime wind naar Tanager

Samen met de bemanning van de DIXBAY en de Black Pearl op Vlieland

Woensdag 27 juli vertrekken we rond 12:00 samen met de DIXBAY vanuit Vlieland richting Stavanger of Tananger, dat ligt vlak bij elkaar en afhankelijk van hoe snel we gaan bepalen we onderweg wel waar we heen gaan. We worden uitgezwaaid door Peter, Anita, Louise en Jasper van de Black Pearl die helaas niet mee kunnen naar Noorwegen vanwege privé omstandigheden. Jammer want het klikte goed en was de afgelopen dagen juist erg gezellig tussen de de bemanning van de drie boten.

We zijn toch nog iets te vroeg vertrokken want we hebben in het begin nog wat tegenstroom, maar het is hoog water en dus kunnen we afsteken over de Gronden van Stortemelk richting het TSS boven de wadden dat we oversteken bij de Vl7. We hebben in het begin weinig wind maar bij het TSS kan de motor uit en kunnen we met zuidwesten 3-4 prima zeilen. De zee is nog hobbelig (de afgelopen dagen stond er een harde noorden wind) en Aranka en Myrthe zijn allebei katterig.

Het is altijd weer onwennig als je voor een paar dagen de zee op gaat, maar als je eenmaal vaart is het eigenlijk een gewone zeiltocht, niets bijzonders behalve dan tussen je oren. Woensdag avond begint het harder te waaien en haal ik het grootzeil weg zodat we op alleen op een gereefde genua varen. Dat loopt prima, ook als we de nodige buien en wind tot ca. 25 knopen (6 Bft) over ons heen krijgen. Schiet lekker op en boot loopt lekker. We hebben via de SSB contact met Rob van de Agape met wie we vorig jaar samen naar Zweden zijn gevaren. Zij zijn nu net begonnen aan een reis van een jaar naar de Carieb en zijn gisteren aangekomen in Duinkerken. Alhoewel de Agape in de haven ligt kunnen we elkaar toch goed verstaan en het is leuk van te horen hoe zij het begin van hun reis ervaren. Het roept bij ons ook weer de herinneringen op hoe wij in 2014 vertrokken zijn.

De DIXBAY heeft denk ik wat meer genua staan en loopt ons op en vaart ons in de nacht voorbij. Het is toch leuk dat je een andere boot kan zien, voelt iets minder alleen op het water.

Om drie uur is het opgeklaard en neemt Aranka de wacht over. De wind is inmiddels ook rustiger geworden maar houden met een snelheid tussen de 5 en 6 knopen prima voortgang. ’s Ochtends hijsen we het grootzeil erbij en lopen we langzaam de DIXBAY weer op met een heerlijk zonnetje. We schieten lekker op en lopen zo’n 7 knopen waarbij we soms van een golf af surfen met meer dan 10 knopen. Dat vind te snel voor ons schip en dus rollen we de genua een stukje in. ’s Avonds zien we een pikzwarte wolk naast de DIXBAY verschijnen en voor de zekerheid zet ik twee riffen in het grootzeil. Op het Bracknell weerkaartje had ik een trog gezien die nu ongeveer over zou komen…

Weerkaartje voor vrijdag 28 juli 00 UTC

Dat was precies op tijd want vlak nadat de DIXBAY wordt opgeslokt door de wolk neemt de wind ineens toe van 14 knopen tot meer dan 30 knopen. De White Witch schiet vooruit en snel draai ik de genua bijna helemaal weg. Zo loopt het prima en als het gaat regenen gaan we lekker binnen zitten, buiten zie je toch niets. Nadat de trog voorbij is zeilen we nog een paar uur maar dan zakt de wind verder in en moet de motor aan. Ik slaap heerlijk in de voorpunt onder het het zachte gedreun van de motor. Vrijdag ochtend probeer ik nog de Gennaker erop te zetten maar er is te veel deining en we kunnen en we motoren door tot we bij de Noorse kust aankomen. Daar is er weer wind en kunnen we op de genua zeilen tot aan Tananger. Volgens Idris hebben we vanaf vrijdag ochtend tot en met het weekend in Stavanger alleen maar regen, gelukkig is de werkelijkheid een positiever en varen we vrijdag lekker in de zon en hebben we ook in het weekend maar af en toe een buitje.

We zijn jaloers op de DIXBAY want die hebben al de hele ochtend een groep dolfijnen bij de boot, terwijl wij nog geen dolfijn gezien hebben. Nou ja we komen ze vast nog wel tegen. Tegen een uur of 8 ’s avonds meren we af langs de DIXBAY in een leuk haventje van Tanager. Aranka heeft een fles Champagne meegenomen om de aankomst te vieren. Als we ’s avonds nog even door het plaatsje lopen valt het op hoe stil het is. Dat is toch wel heel anders dan Leiden of Enkhuizen.

Zaterdag varen we naar een ankerplekje bij een eilandje Linehamn waar we prachtig kunnen liggen aan een steigertje. Vlak bij de kust maar het is toch meteen 4 meter diep. De rest van de dag doe ik wat klusjes aan de boot, wandelen we wat over het eiland en genieten van het uitzicht. Aranka gaat nog met Myrthe en een Nederlands meisje dat er ook is een stuk kanoën, kortom echt vakantie!

Zondag varen we op alleen een genua naar Stavanger, een leuke plaats die ook wat levendiger is en meren we af in de stadshaven midden in het centrum.

To the Scillies wordt uiteindelijk eerst maar naar Vlieland!

 

Het was een lange tijd onduidelijk waar we naar toe zouden gaan deze vakantie.
Al maanden lang bereiden we ons voor (o.a. via de Whats-app-groep “to the Scillies”) op Plan A was om in ca. 4 dagen naar de Scillies te varen en Rob en Conny met de Agape uit te zwaaien op hun reis naar de Carieb. Helaas hebben we dit lot uit de loterij niet gewonnen (voorlopig alleen wind uit het westen). Dat is natuurlijk jammer.

Gelukkig hebben we nog van donderdag avond tot zaterdag ochtend in het kommetje bij Enkhuizen kunnen ankeren met 4 zeilschepen. De DIXBAY, Black Pearl, Agape en onze White Witch. Dat voelde precies hoe de vakantie bedoeld was en de kids spelen heerlijk samen en krijgen we alleen uit het water voor een hapje eten.

Maar zaterdag was toch echt het afscheid. Terwijl Conny nog druk met haar hoofd in de bakskisten gedoken zat om op te ruimen en overbodig materiaal op te duikelen, hebben we ze toch maar los gegooid. Zij moeten vertrekken, eerst naar Amsterdam en dan zo snel mogelijk naar het zuiden. Natuurlijk tranen, we gaan ze een jaar niet zien en het is en blijft stoer zo’n reis.
Daarna gaan wij met 3 schepen richting Harlingen. We gaan eerst op weg naar Vlieland en kijken daarvandaan wanneer we een goed weergat treffen naar ofwel Noorwegen of richting de Oostzee. Zelfs het Götakanaal is langsgekomen als idee voor plan D.

De tocht naar Harlingen is relaxed, met zon en wind van achteren. Als we de sluis door de Afsluitdijk uit varen is het nog een klein stukje tussen de drooggevallen zandbanken door. Dan komen we in Harlingen. Het ligt helemaal vol achter de brug, maar er zijn nog wel gaatjes. De DIXBAY weet een plek te vinden en wij kunnen naast ze liggen. De Black Pearl ligt vlak achter ons. Uiteraard gaan we in de avond nog even de het stadje in en een ijsje scoren. Grappige is dat ik heel vaak de havens vergeet en weer helemaal opnieuw kan beleven. Maar de ijswinkel, die herkende ik nog, met de ronddraaiende bakken met diverse smaken.

Zondag varen we naar Vlieland. We hebben schitterend weer en kunnen alles zeilen. Maar vlak bij Vlieland komt er toch een zwarte lucht aan. We halen alle zeilen weg en doen zelfs de huikjes erover. Dan blijft het mooi droog. Het is hoogwater en het stroomt hard langs de ingang van de haven. Het is dus listig sturen bij het naar binnen varen. Het ligt helemaal vol in Vlieland, reserveren doen we natuurlijk niet, maar de havenmeester weet nog wel gaatjes te vinden. We parkeren naast de Black Pearl met nog een meter ruimte voor en achter ons tussen de schepen in de boxen, aan de steiger. Het is hier heerlijk kneuterig. Kinderen zijn krabbetjes aan het vangen in het water en het is een gezellige boel van veel verschillende schepen. Helaas past de DIXBAY hier niet tussen en heeft een plak achter de grote pretpoepers gevonden. We hopen voor Idris dat zij ’s nachts de generatoren niet aan zetten. De kids zijn lekker aan het spelen en we wandelen nog even naar het dorp.

Voorlopig gaan we ons op Vlieland vermaken. Er lijkt woensdag pas een weergaatje om te vertrekken naar Noorwegen.
In de tussentijd gebeurt er van alles. We fietsen een rondje om het eiland, vermaken ons in de winkeltjes en restaurantjes, ankeren voor de vuurtoren en wadlopen naar de kant, cobben met zijn allen een lekkere barbecue en duimen dat de eerste toch van Rob en Conny op zee goed en soepel verloopt zodat de kop er voor hun af is. Enzovoort. Het is een heerlijk vakantie eiland.

 

Gestrand in de Limfefjord

Vandaag samen met de DIXBAY en de Agape door de Limfefjord gevaren. Met 40 knopen wind op de kop en uitschieters naar 50 knopen kwamen we nauwelijks nog vooruit. Dus maar ankertje uitgegooid en daar liggen we dan… Eigenlijk de ultieme vakantie, we kunnen namelijk niets doen, en wachten op wat rustiger weer…

route naar Zweden

Dinsdag (26/7) hebben we een hele relaxte dag gevaren. Met de Agape vlak achter ons konden we goed contact houden. Maar het is nog zo’n eind, dat stuk omhoog langs Denemarken. Maar we zitten in een luxe positie. Dinsdagnacht is de wind opgestoken. Hij staat vol in de rug met 15-20 knoopjes (4-5 Bft). De golven rollen weer lekker onder ons door en af en toe spurten we met een surf wel 8 knopen snelheid. Zo schiet het op.
Wel hebben we enkele kleine dingetjes die kapot zijn gegaan. De rail van de boom is stuk en de boom ligt vastgemaakt op het dek. En vorig jaar hebben we de rolfoksysteem gerepareerd. Die is een stukje korter geworden. Echter het zeil is niet korter, waardoor één van de buizen van het rolfoksysteem is losgekomen. We hebben dit provisorisch kunnen repareren, maar moeten hier in Zweden nog wel goed naar kijken. Het gaf wel te denken toen ook de sleepgenerator geen stroom wou leveren, maar gelukkig heeft onze handige schipper het losse contact gevonden. Dus die doet het weer en dat is toch wel praktisch nu het bewolkt is. Het windmolentje trekt het niet om zowel de stuurautomaat, de koelkast en de radio voor de kids allemaal van stroom te voorzien.
De Dixbay spreken we nu op de korte golf radio (SSB). Dan lijkt het wel of Idris naast ons zit. We denken dat hij ons oploopt. Gisteren liep hij 100 NM achter ons, maar dat wordt dus minder.
Deze woensdag scheuren we langs de kop van Jutland en dan gaan we het Skagerak op. We verwachten donderdagavond aan te komen in Zweden.

Het Zeeuws Archief en de Slavernij

Van Meivakantie Zeeland

Alhoewel er in Middelburg niet veel open is op zondag lukt het toch om bij Bakker Bart vers brood en Zeeuwse Bolussen te krijgen. Het weer wordt steeds beter en we ontbijten heerlijk, terwijl we op een prachtig plekje aan de Rouaansekaai liggen. Na het ontbijt maken we een wat langere wandeling door Middelburg, we lopen eerst naar de Lange Jan die onderdeel is van de Abdij en klimmen ruim 200 treden (Myrthe telde er 211) omhoog. Daar hebben we een fraai uitzicht over Middelburg, maar ook Vlissingen en het kanaal door Walcheren kan je mooi zien liggen. Wel jammer dat je niet naar buiten kan en door -soms wel erg vieze- ruitjes naar buiten moet kijken.

Nadat we wee naar beneden zijn geklommen lopen we een klein stukje verder naar het Zeeuws Museum dat ook in de abdij is gevestigd. Er hangen o.a. zes tapijten waarop de tachtigjarige oorlog is afgebeeld. Het stadhuis kunnen we niet in, maar er zijn voldoende terrasjes op de Markt om het stadhuis van de buitenkant te bewonderen. We lopen nog een rondje rond de grachten, doen boodschappen bij de Albert Hein en wandelen weer terug naar de boot. Rond een uur of vijf komen Eltjo en Lilian van de Win2Win langs. Hun boot ligt even verderop in de haven bij Watersportvereniging Wolphaartsdijk en ze waren toevallig aan boord. Het is alweer even geleden dat we ze gezien hebben en dus ook erg gezellig om weer bij te praten en alle plannen te horen onder het genot van wat pizza’s.

Maandag ochtend haal ik vers brood en vijf Zeeuwse Bolussen. Als ik terug kom op de boot zijn er nog maar vier Bolussen, dus maar weer terug naar de bakker die gelukkig vlakbij zit. Om tien uur komt mijn oom Roelof aan fietsen die hier vlakbij woont in Serooskerke en vroeger directeur was van het Rijksarchief. Wij krijgen vandaag een rondleiding door het Rijksarchief. We gaan direct op pad, koffiedrinken komt later wel. We lopen door de Kuiperspoort waar in de zeventiende eeuw tonnen en kuipen door het “Kuipersgilde” werden gemaakt. Dan lopen we naar de Balans waar het Zeeuws Slavernijmonument staat, midden in het centrum van de vroegere zeeuwse slavernij handel. Het bijzondere is dat er in Middelburg of in Nederland zelf eigenlijk helemaal geen slaven kwamen. De schepen van de West Indische Compagnie ruilden goederen in voor slaven, brachten de slaven vervolgens naar Suriname of de Caraïben, waar ze verkocht werden voor goederen zoals suiker en koffie, waarmee de schepen weer terug kwamen in Nederland. Hierna lopen we naar het Zeeuws Archief. Grappig dat iedereen mijn oom Roelof hier nog kent terwijl hij toch al een tijdje met pensioen is. We gaan eerst naar het “depot” waar ale oude stukken worden bewaard. Het is wel even heel wat groter dan het Leidsch gemeente archief waar ik laatst met de Myrthe haar klas mee naar toe ben geweest. Hier zijn maar liefst drie enorme etages onder grond, die hermetisch vergrendelbaar zijn.

Eerst laat mijn oom een logboek zien van een slavenschip van de Middelburgsche Commercie Compagnie en hoe daarin per slaaf werd bijgehouden waarvoor hij of zij geruild werd in West Africa. En hoe het schip er maanden over deed om voldoende slaven in te kopen. Daarna werd dan nog de reis naar Suriname gemaakt waar ze ook meer dan een maand over deden (wat best lang is). Verderop in het logboek lezen we voor hoeveel een slaaf dan weer verkocht werd in Suriname. Te bizar voor woorden, ik kan het maar amper bevatten, maar het staat er echt… Ook bekijken we nog een oude kaart van Suriname waarop alle plantages uit die tijd staan. We ontdekken ook plantage Frederiksdorp waar zowel mijn oom als wij vorig jaar geweest zijn. En ook Laarwijk dat tegenover Domburg aan de Suriname rivier lig, zien we liggen, verder herkennen we maar weinig van deze oude kaart. Na het depot krijgen we ook nog een uitgebreide rondleiding door het Van de Perrehuis waarin het archief is gevestigd, inclusief de voormalige werkkamer van mijn oom die me wel wat doet denken aan de burgemeesterskamer in het stadhuis van Leiden…

Na de leuke en ontzettend interessante rondleiding (zowel voor Wouter als Myrthe was dit het hoogtepunt van onze vakantie dat ze op school gingen vertellen) wandelen we terug naar onze boot en komen nog langs het oude spuikanaal op de Spanjaardstraat waar vroeger het water werd gespuid van een getijdemolen. Op de boot hebben we tijd voor een kop koffie met Zeeuwse Bolus en krijgt mijn oom een kleine rondleiding over ons schip. Daarna nemen we afscheid en varen wij verder naar Veere. Oom, ontzettend bedankt voor deze leuke rondleiding!

Als we na een uurtje motoren aankomen in Veere vinden we nog een mooi plekje aan de kade. We bezoeken het eerste deel van het Veerse museum, Schotse Huizen waar de Schotse inbreng in Veere wordt uitgelegd. We hadden in Schotland ook al gezien dat er een sterke band was met Zeeland, dus er valt weer een puzzelstukje op zijn plek. Daarna lopen we nog naar de kerk die Aranka en ik eigenlijk allebei nogal lelijk en vooral gigantisch groot vinden met de ingemetselde ramen. Wouter en Myrthe vinden het nu wel welletjes met alle musea en we gaan terug naar de boot. ’s Avonds net voor het donker wordt maak ik nog een wandeling door het Veerse Bos en over de dijk naar de Jachthaven Osstwatering en kom nog langs vestingswerken van de Fransen uit de tijd van Napoleon.

Dinsdag bekijken we nog het Veerse Stadhuis, waar onder andere het afsluiten van de het Veerse Gat wordt uitgelegd en hoe alle vissers voordat de dijk werd gedicht weg moesten. Hierna gooien we de trossen los. Op alleen de fok varen we met soms ruime wind, soms aan de wind ongeveer vijf mijl tot we bij Wolphaartsdijk zijn. Hier gaan we nog even op de koffie bij de Win2Win. Eltjo adviseert ons om zeker ook nog naar de Grevelingen te gaan. Na uitvoerig overleg met Wouter besluiten we Zierikzee over te slaan. Wouter wou daar graag nog een dag fietsen, maar het idee van een kleine eilandje met een klimtoren is toch aantrekkelijker en we hebben ook al zo veel leuke oude stadjes gezien. Na de sluizen komen we op de Oosterschelde en kunnen we heerlijk zeilen. Stukken hoog aan de wind, maar als we langs de Zeelandbrug varen en wij naar het oosten afbuigen krijgen we een steeds ruimere wind. Het laatste stuk door het Mastgat en het Zijpe is het druk met binnenvaartschepen. Als we door de sluis zijn motoren we de laatste halve mijl naar het eilandje de Mosselbank waar we inderdaad fantastisch liggen. Myrthe en Wouter vinden het helemaal prima. Ze kunnen in bomen klimmen, er is een klimtoren en een grasveld waar ze kunnen voetballen. Woensdag spelen ze ook nog met andere kinderen en nemen ze zelfs even een duik in het toch nog erg koude water.  Ik kon er maar net een foto van maken. Ze picknikken met pannekoeken en we hebben geen kind aan ze.

Donderdag varen we weer verder. Inger vaart een paar dagen mee en we pikken haar op bij de Grevelingensluis. Ze heeft er dan al bijna drie uur trein en bussen op zitten en is dus wel toe aan een kop koffie. Erg leuk om weer bij te praten. Bij de Krammersluizen gaan we met de grote vaart mee omdat we te hoog zijn voor de vaste brug van de sportsluizen. Tenminste dat denken we en dat is ook het advies van de vorige eigenaar die hier ook altijd de grote sluis nam waar de brug wel open kan. We moeten drie kwartier wachten en daarna motoren we tot we op de Noord Volkerak zijn en daar kruisen we tussen alle beroepsvaart door. Bij de Volkeraksluizen schutten we ook weer mee met de beroepsvaart en daarna zijn we alweer in Willemstad. We lopen een rondje over de stadswallen en genieten dan nog van de laatste zonnestralen vanuit de kuip met zicht op een oude molen. De kinderen pakken een schetsblok en zijn allebei druk bezig om op papier te schetsen wat we om ons heen zien. We genieten van de zwaluwen die op de landvasten zitten en hele verhalen vertellen en zien nog een koekoek overvliegen. Het was dat ie zijn naam riep anders had ik hem niet herkend.

Vrijdag hebben we een heerlijke zeildag met de wind van achteren. We varen samen op met een moderne Centurion 40.S.2 van de ontwerper J. Berret & Racoupeau, die net als wij ook met een gennaker vaart. Bij vertrek grapt de schipper van de andere Centurion nog vol vertrouwen dat het een wedstrijdje Berret versus Dubois (ontwerper van onze Centurion) wordt. Dat had hij nou niet moeten zeggen… We trimmen de gennaker net zo lang tot we hem op- en voorbij lopen. Nadat we de gennaker ombouwen tot spinnaker blijft hij nog verder achter ons! Erg handig dat Inger aan boor dis en we een extra paar handen hebben. We genieten volop van het heerlijke weer en de prachtige en relaxte zeiltocht. Als we aankomen in Hellevoetsluis meren we af aan de kade voor de brug. We maken nog een wandeling en bezoeken het historische Droogdok Jan Blanken dat nog steeds in gebruik is.

We wandelen terug over de vesting. Hier liepen we bijna twee jaar geleden ook toen we net vertrokken waren voor onze reis naar de Carib. Niemand heeft veel zin om te koken en bovendien zit er geen supermarkt in de buurt dus we halen pizza en patat. Wouter en Myrthe vinden het meer dan prima, en wij eigenlijk ook. Zaterdag varen we weer terug richting Scheveningen. tot de Maasmonding hebben we prima wind en zeilen we heerlijk, maar midden in de Maasmonding valt de wind weg. Zo dobberen we met de stroom mee de Maasmond over. Gelukkig is het toevallig erg rustig en is er geen grote vaart in of uit Rotterdam, anders hadden we zeker de motor aan moeten zetten. We proberen het nog even met de Gennaker maar even later is ook daar niet meer genoeg wind voor en gaat toch de motor aan. Na een kwartiertje komt de wind opeens van de andere kant (noordwesten en kunnen we de laatste paar mijl nog lekker zeilen. Als we aankomen staan Wouter en Yissak Inger al op te wachten. Het is een drukte van jewelste in de haven want komende week is de North Sea Regatta en alle botenlopen nu al binnen. We eten nog samen nog wat in een restaurantje en dan gaan Inger, Yissak en Wouter naar huis. Wij slapen nog een nachtje op de boot en dan zit het er voor ons ook weer op. Als ik Myrthe en Wouter vraag wat ze volgend weekend willen doen, roepen ze in koor dat ze weer naar de boot willen.

Tips voor vertrekkers voor een rondje Atlantic

Na een fantastisch jaar willen wij ook graag onze ervaringen hoe je zo’n reis voorbereidt delen met anderen. Waar moet je wel aan denken en waar ook juist niet. Wij hebben twee en half jaar gebruikt voor de voorbereiding. Dat is relatief lang, maar daardoor kan je ook nog andere dingen doen dan alleen maar met je reis en je boot bezig te zijn waardoor wij ook van de voorbereidingen genoten hebben. In deze blog probeer ik zo veel mogelijk praktische informatie te geven. De informatie is ook te vinden op de homepage onder Tips.

Toen wij in december 2012 besloten Onze Zeilreis te gaan maken hadden we nog geen idee hoe en wat. Wel hebben we toen al gezegd dat we in principe één jaar weg wilden gaan, maar de route wisten we nog niet. We hadden toen nog het idee om via IJsland en Groenland te gaan, wat toch wel een heel andere route is dan we hebben gevaren. Ook hadden we toen nog geen boot dat was dus ook wel een belangrijk dingetje…

Achteraf was het mentaal nemen van het besluit dat we zouden gaan misschien nog wel het lastigste. Zeker omdat we het toen ook op ons werk vertelden, en naarmate het plan vorm kreeg, het voor ons ook min of meer onomkeerbaar werd. We hebben met elkaar afgesproken dat we sowieso zouden gaan, ook al zouden we onze baan moeten opzeggen of andere beren op de weg tegenkomen. Achteraf denk ik dat het voor ons belangrijk was dat we toen gezegd hebben dat we sowieso zouden gaan. Hierdoor waren problemen of beren ook makkelijker op te lossen want de oplossing: dan gaan we niet of dan gaan we later bestond eenvoudigweg niet.

Toen we het besluit genomen hadden wisten we eigenlijk ook niet zo goed waar we moesten beginnen. We hebben toen een diagram gemaakt van dingen waar we aan zouden moeten denken:

Alhoewel op punten te gedetailleerd, staan er toch veel zaken in die we inderdaad hebben voorbereid en die ik ook achteraf nuttig vond. Hieronder zal ik de verschillende hoofdstukken doorlopen een aangeven welke voorbereiding wij getroffen hebben en hoe dat is uitgepakt.

De Boot
Om maar met het grootste onderwerp te beginnen, er moest een boot komen. Wij zijn een gezin met twee kinderen van 7 en 9 toen we vertrokken. Wij hebben eerst een lijst van schepen gemaakt die naar onze mening geschikt zouden zijn voor zo’n tocht. Achteraf zijn wij erg blij dat we een relatief snel schip hadden, de maat van 41 foot vonden wij prettig met vier personen en wij hebben bewust gekozen voor een boot met twee hutten zodat we een grote bakskist hadden. Ook hebben we het budget niet te hoog gekozen, zodat we voldoende geld, ca. 50% van de aanschafprijs, zouden overhouden om nog zaken aan te passen voor onze reis. Internet is erg makkelijk om naar beschikbare schepen te zoeken. Als je een profiel aanmaakt krijg je precies dat te zien wat beschikbaar is. We hebben op Internet naar veel schepen gekeken (ook in het buitenland), maar uiteindelijk was de White Witch in blue het eerste schip dat we ook echt bezocht hebben. Los van de prijs waren we eigenlijk meteen weg van het schip (een Wauquiez Centurion 41s) en het feit dat de Zeezeilers van Marken er al vele jaren intensief mee varen gaf een extra vertrouwd gevoel. Ook was belangrijk dat de uitrusting goed was voor langere reizen met een uitgebreide zeilgarderobe, kotterstag, davits en oerdegelijk gebouwd.

Uitrusting van White Witch in blue

Navigatie & Communicatie Apparatuur

  • Raymarine E125 plotter buiten in de kuip met Navionics kaarten. Deze voldeed uitstekend. Wij hebben de plotter niet bij het stuurwiel maar naast de kajuitingang gemonteerd. Het voordeel is dat we er samen op kunnen kijken als we in de kuip zitten. 99% van de tijd stuurt de boot zelf op de stuurautomaat en dan zaten wij op de bank bij de plotter en hadden een goed beeld. De Navionics kaarten voldeden prima. Alleen het verlengde havenhoofd bij Palmeira, Sal stond er nog niet op, wel slordig want dat ligt er toch al een paar jaar! Ik heb steeds gebruik gemaakt van Navionics Update kaartjes. Hiermee kon ik steeds een nieuw gebied (Europa, Africa, Caraïben) downloaden en activeren voor ca. 100 euro per gebied. Het “oude” kaartje gebruikte ik dan om een nieuw ander gebied te activeren. Dit oude kaartje werd dan inactief en kon ik niet meer updaten maar nog steeds wel prima gebruiken. Dit is een stuk goedkoper dan als je de gebieden allemaal los koopt. Binnen hebben we nog een E7 plotter, wel handig als je het logboek invult maar die gebruikten we veel minder dan de plotter buiten. Deze gebruikt dezelfde Navionics kaartjes als de plotter buiten.
  • NAVTEX, een Furuno Navtex. Gekozen voor Furuno omdat deze beter bestand zou zijn tegen de kortegolfzender waarvan de antenne vlak naast de NAVTEX antenne zit. Erg handig in Europa voor zowel de weersverwachting als de berichten voor zeevarenden, in de Carib maar weinig gebruikt.
  • Marifoon met Amerikaanse weerkanalen. De weerkanalen hebben we bij de Maagden eilanden een paar keer gebruikt, maar ik zou ze er niet opnieuw in laten programmeren (hiervoor moest ik de Marifoon uit bouwen, opsturen en weer inbouwen…). Bij de maagdeneilanden is er ook vrijwel overal Internet waarmee je een goede weersvoorspelling kan opvragen.
  • Kortegolf (SSB) zender, aangeschaft bij Shiptron. Wij gebruikten de SSB zender enerzijds om weerberichten binnen te halen (ook onderweg) en anderzijds om -met name tijdens de langere oversteken – dagelijks mee te doen aan het “netje” dat we één of twee keer per dag met andere schepen die ook onderweg waren, hielden. Alhoewel je niet al te veel te melden hebt was het bij ons toch altijd weer een hoogtepuntje van de dag. Het weer kan je ook prima met een satellietontvanger binnenhalen, maar alleen voor het dagelijkse netje zou ik toch altijd ook een SSB ontvanger aan boord willen hebben. Overigens ging de communicatie als we eenmaal aan land waren vooral via een whatsapp groep, de SSB zender/ontvanger deed het ook veel minder goed als we bij land voor anker lagen.
  • Weerberichten: Wij haalden met de kortegolfzender de gribfiles op, weerkaartjes en soms ook het weerbericht. Gribfiles en geschreven weerberichten kan je prima via Sailmail binnenhalen. Weerkaartjes kan je op twee manieren ontvangen: via een SSB: 1. “Analoog”, door de piepjes die volgens een vast schema, zie Radio Fax Schedules, worden uitgezonden te ontvangen wordt lijn voor lijn een weerkaart opgebouwd, bijvoorbeeld in het programma Airmail. Dit werkt soms prima, maar soms ook minder bij een slechte verbinding en 2. als digitale bijlage bij een mailtje. Deze kwaliteit is altijd goed en kan je elk moment van de dag opvragen. Dit laatste is ons alleen gelukt via Winlink en niet met Sailmail omdat Sailmail consequent alle bijlages anders dan gribfiles weg gooit. Sailmail walstations hadden met name op de route vanaf Spanje naar de Kaapverden en Suriname vaak wel een betere ontvangst dan Winlink walstations. Zowel Sailmail als Winlink kan je gebruiken met het Airmail programma. Let wel op: om Winlink/HAM te gebruiken moet je zendamateur zijn en een zendamateur callsign hebben. Met alleen een Marcom-A diploma heb je dat niet. Zoek van te voren goed uit welke weerkaartjes je onderweg nodig hebt, zie ook het Radio Fax Schedules met achterin de namen van de verschillende digitale kaartjes. Als we een internet (WiFi) verbinding hadden gebruikten we vaak de site van Sailing Weather Online die de weerkaarten van verschillende weerstations geeft. Een goede cursus voor het ontvangen en interpreteren van weerberichten onderweg is Meteo voor vertrekkers van het Nimos.

Tabel: Kaartjes die wij vaak binnen haalden (door een mail te sturen naar query@saildocs.com met leeg onderwerp en in het mailtje bijv. Send PJAA99.TIF) waren:

Boston NB NB WL WL   kB
PJAA99.TIF 20 65 -10 95 Sea State Analysis 25
PWAE10.TIF 25 50 40 98 Wind/Wave 24H FRCST 25
PJAI10.TIF 20 65 -10 95 Wind/Wave 48H FRCST 25
PJAM98.TIF 20 65 -10 95 Wind/Wave 96H FRCST 26
PYAA11.TIF 20 65 -10 45 Surf Analysis 25
PYAA12.TIF 20 65 45 95 Surf Analysis 25
PPAE10.TIF 25 50 40 98 Surf 24H frcst 22
QDTM10.TIF 20 65 -10 95 Surf 48H frcst 29
PWAM99.TIF 20 65 -10 95 Surf 96H frcst 29
New Orleans
PYEA11.TIF -5 50 0 70 Surf analys 34
PYEE10.TIF 0 31 35 100 Surf 24H FRCST 23
PYEI10.TIF 0 31 35 100 Surf 48H FRCST 22
PYEK10.TIF 0 35 35 100 Surf 72H FRCST 23
MET Office
PPVA89.TIF 35 80 -40 50 Analyse 70
PPVE89.TIF 35 80 -40 50 Surf 24H FRCST 70
PPVG89.TIF 35 80 -40 50 Surf 36H FRCST 70
PPVI89.TIF 35 80 -40 50 Surf 48H FRCST 70
PPVJ89.TIF 35 80 -40 50 Surf 60H FRCST 70
PPVK89.TIF 35 80 -40 50 Surf 72H FRCST 70
PPVM89.TIF 35 80 -40 50 Surf 96H FRCST 70
PPVO89.TIF 35 80 -40 50 Surf 120H FRCST 70
MET Office klein formaat (minder goed leesbaar)
http://weather.mailasail.com/charts/PPVA89.MEDIUM.PNG 20
http://weather.mailasail.com/charts/PPVE89.MEDIUM.PNG 20
http://weather.mailasail.com/charts/PPVG89.MEDIUM.PNG 20
http://weather.mailasail.com/charts/PPVI89.MEDIUM.PNG 20
http://weather.mailasail.com/charts/PPVJ89.MEDIUM.PNG 20
http://weather.mailasail.com/charts/PPVK89.MEDIUM.PNG 20
http://weather.mailasail.com/charts/PPVM89.MEDIUM.PNG 20
http://weather.mailasail.com/charts/PPVO89.MEDIUM.PNG 20
  • Extended WiFi-antenne, wij hebben een extended range wifi antenne van Shiptron waarmee we vrijwel overal een wifi verbinding konden krijgen. Zo ver ik weet is deze niet meer leverbaar, maar een alternatief is Power WiFi. Altijd wel gedoe, soms moesten we eerst koffie drinken in het bijbehorende café om het wachtwoord te krijgen, maar vaak was er ook wel een open netwerk te vinden. We konden vaak ook gebruik maken van het FON account dat we hebben en waarmee we op alle FON punten konden inloggen. Uiteindelijk werkte het bijna altijd, wat erg handig was voor weerberichten, e-mails en opsturen van schoolwerk naar de Wereldschool. De Wifi antenne ging met een USB stekker in de laptop. Ik heb geprobeerd met het programma Connectify de lap-top als router in te zetten zodat ook IPads en IPhones gebruik konden maken van het WiFi Internet, maar Connectify werkte niet bij mij. In Kaapverdië, Suriname en de Caraïben kochten we vaak een SIM-kaartje waarmee we konden internetten. Met een I-Phone kan je dan eenvoudig een hotspot maken zodat iedereen op de boot Internet via WiFi kan gebruiken. De kaartjes van Digicell kon je vaak ook opmaken in volgende (ei-)landen omdat Digicell door de hele Caraïben zit.
  • IPAD met INAVX software en ook -deels verlopen- digitale kaarten.
  • Papieren kaarten, als noodvoorziening, maar de overzeilers gebruikten we ook wel om onze voortgang aan te geven. Ik weet niet of ik een volgende keer weer alle papieren detailkaarten mee zou zeulen. Misschien wel van de plaatsen waar je na een lange oversteek aankomt, maar alle kust kaarten van Europa en de Caribische eilanden zou ik denk ik thuislaten. Dit zijn allemaal dag afstanden en als alles uitvalt kunnen we nog prima met de IPAD navigeren. De meeste papieren kaarten heb ik via Marktplaats gekocht.
  • Pilots: Voor Noord-Spanje hebben wij de Cruising Galicia gebruikt, die net wat meer informatie geeft voor de Ria´s dan de Imray pilot Atlantic Spain and Portugal. De laatste was wel weer handig voor Portugal en alhoewel deze meer dan 15 jaar oud was, voldeed ook deze pilot prima. Als je uigebreid de Ria´s gaat bezoeken zou ik wel de pilot Cruising Galicia meenemen, anders is alleen Atlantic Spain and Portugal ook prima. Voor Marokko hadden wij de pilot North Africa, maar aangezien wij alleen in Rabat zijn geweest was dat achteraf niet nodig geweest. Met de informatie van noonsite is Rabat ook aan te lopen, zeker omdat er vanuit de haven een pilotbootje wordt gestuurd, dat je helpt binnen te lopen. Voor de Canarische Eilanden, de Kaapverden en de Azoren hadden wij de pilot Atlantic Islands, wat wel een must is. Voor Suriname is er niet echt een pilot, wij hadden wel de PDF van Pleasant Suriname maar daar vond ik weinig nuttige informatie in staan en het deel over het inklaren (dat is nogal ingewikkeld in Suriname) was alweer verouderd en verandert geloof ik zo ongeveer ieder jaar. Wel staat er op Noonsite en Cruiser Wiki nuttige informatie die frequent geupdated is. Voor de Carib hadden wij de bekende gidsen van Chris Doyle. Ook hadden wij de Imray pilot Grenada to the Virgin Islands maar in de praktijk gebruikten we eigenlijk alleen de boeken van Chris Doyle voor de Carib en The Cruising Guide to the Virgin Islands van Nancy & Simon Scott. Zowel de boeken van Doyle als van Scott geven ook veel informatie over dingen die je aan wal kunt bekijken en vond ik erg handig. De bijbehorende boekjes met “Anchorages” vond ik niets toevoegen. Voor Ierland en Schotland hadden wij niets bij ons omdat dit oorspronkelijk niet in ons plan zat. Onderweg hebben we wat kaarten en pilots overgenomen van de Distance II. Voor Ierland hadden we de Sailing Directions van de Irish Cruising Club. Ook hier maakt een oudere versie niet zo heel veel uit. Voor Schotland hadden wij CCC Cruising Scotland maar daar hadden we weinig aan zonder de bijbehorende Clyde Cruising Club’s Sailing Directions. Gelukkig geeft de Reeds naarmate je dichter bij de UK bent steeds uitgebreidere en nauwkeuriger informatie. Een volgende keer zou ik zeker ook de Clyde Cruising Club’s Sailing Directions kopen, al is het maar om allerlei leuke ankerplekjes te vinden. Voor Oost Schotland hadden we de Imray pilot voor North and East Scotland. Een goede pilot is hier wel handig omdat de havens over het algemeen erg ondiep zijn en zeker met springtij moet je oppassen als je dieper steekt dan 1,5 meter. De Reeds was hier wel wat onnauwkeurig.Verder hadden we nog The Atlantic Crossing Guide die ik weinig vond toevoegen en de The World Cruising Routes van Jimmy Cornell die wel handig is, maar waar je natuurlijk maar een heel klein deel van gebruikt.
  • Routerings programma: Voor de langere oversteken gebruikte ik het routeringsprogramma qtVlm dat gratis is te downloaden. In dit programma kan je grib files (GFS model) laden en ook stromingsfiles (RTOFS model) laden. Daarnaast moet je eenmalig de karakteristieken van je schip invoeren zoals het polaire diagram. Daarna kan je je reis plannen, zie ook het artiekel in Zilt 87. Wij konden hiermee vrij goed plannen hoe lang we onderweg waren en dus ook of we wel of niet voor een aankomend lagedruk gebied konden blijven of moesten uitwijken. Ik kan het programma zeker aanbevelen, maar je moet er wel even mee oefenen voordat je er goed mee kan werken.
  • Weerman/vrouw / Routeerder aan wal, wij hadden iemand die bij de grote oversteken mee keek en met wie we dagelijks via e-mail contact hadden. Dat was erg prettig, enerzijds zien een paar extra ogen meer, maar ook heb je aan wal meer informatie, en gribfiles met een groter bereik en nauwkeurigheid. Als je iemand kent met verstand van het weer is dat zeker handig, maar er zijn ook commerciële bedrijven zoals Commanders Weather die naar wat ik zag goede adviezen kunnen geven, maar geen idee wat de kosten zijn.
  • Overigens vond ik dat veel pilots er vanuit leken te gaan dat je maar beperkte weer-informatie aan boord had en geen GPS/Plotter. Met name het ’s nachts varen en aankomen ging bij ons prima, ook bijvoorbeeld op de Kaap Verden waar de lichten niet betrouwbaar zijn. De routes bij grotere oversteken lieten wij meestal meer van de actuele weersverwachting (Grib files) afhangen en de berekeningen die we met qtVlm maakten dan van de adviezen in de World Cruising Guide.

Stroomvoorziening aan boord

Voor we vertrokken hebben we gekeken hoeveel energie we zouden verbruiken en wat we nodig zouden hebben om dit op te wekken:

Stroom die nodig is per dag:

  • Koelkast: 4 ampère, 50% van de tijd:  0,58 kWH
  • Stuurautomaat: 6 Ampère, 24 uur: 1,7 kWH
  • Verlichting: 20 Watt, 6 uur: 0,12 kWH
  • Navigatie verlichting 3,5 Watt, 14 uur: 0,049 kWH
  • Instrumenten 2 Ampere: 0,576 kWH
  • Watermaker, 1 uur 20 ampere: 0,24kWH

Totaal: 3,3 kWH

Op te wekken stroom per dag:

  • Wind 4 ampère 24 uur: 1,0 kWH
  • Zon 10 uur 4 pannelen met netto 60 watt: 2,4 kWH

Totaal 3,8 kWH

We hebben hiervoor ons schip uitgerust met een Superwind windmolen en 4 zonnepanelen van ieder 100 Watt. Daarnaast hadden we een klein Honda EU10i benzine aggregaat aan boord als back up. Deze is veel zuiniger dan stroom draaien op de motor (ca. 0,5 liter per uur) en laad de accu’s via de walstroomlader die op ons schip efficiënter laadt dan de dynamo op de motor doet. Naarmate we zuidelijker kwamen merkten we dat we vaker de generator nodig hadden. Dit werd veroorzaakt doordat 1. naarmate we zuidelijker kwamen het steeds warmer werd wat slecht is voor het rendement van zonnepanelen, 2. we steeds meer ruime wind-voor de wind gingen varen waardoor de windmolen minder opleverde, 3. de wind steeds langer achter de zeilen bleef en de dagen korter werden waardoor de zonnepanelen minder lang stroom leverden, en 4. de koelkast steeds minder vaak af sloeg door de warmte. Van de Kaapverden tot Bermuda heeft de koelkast continu gedraaid…

Voor anker of in de haven hadden we geen probleem omdat dan de stuurautomaat en de electronica niet aan stond. We hebben daarom op de Canarische eilanden een Ampair sleepgenerator gekocht. Dit is een generator die je aan de achterkant van je schip vast zet met een 40 meter lange lijn waaraan een soort schroef zit die ronddraait in het water. De sleepgenerator levert bij >5 knopen 6-8 ampair wat niet zo heel veel is, maar wel 24 uur per dag en daarmee meer dan 1,5 – 2 kWH per dag. Sinds we de sleepgenerator hadden hebben we nauwelijks nog stroom gedraaid of de generator gebruikt. Achteraf heb ik het rendement van de zonnecellen denk ik te hoog ingeschat en lag dat ook riond de 1,5-2 kWH per etmaal. Op meerdaagse tochten hebben we steeds de sleepgenerator gebruikt maar we merkten ook dat toen we terug voeren vanaf de Azoren we de sleepgenerator eigenlijk niet meer echt nodig hadden. Op kortere (dag) tochten gebruikten we de sleepgenerator niet want dan hadden we voldoende stroom in de accu’s.

Wij hadden de volgende veiligheidsmiddelen aan boord:

  • Uiteraard reddingsvesten 275N van Spinlock (vanwege draagcomfort) die we in principe altijd droegen, alleen met windstil en warm weer lieten we het wel achterwege. Voor de kinderen hadden we 150N reddingsvesten.
  • EPIRB, niet gebruikt maar naar mijn mening noodzakelijk als laatste alarmerings-mogelijkheid
  • DSC Marifoon, heb je absoluut nodig om andere schepen op te kunnen roepen
  • AIS transponder: Naar mijn mening één van de belangrijkste verbeteringen van de afgelopen jaren. In combinatie met een plotter waarop je ook je eigen schip en een AIS-vector kan plotten heb je een goed zicht welke boten wel en niet een gevaar vormen. Ook het voordeel dat andere schepen je goed zien en om je heen kunnen varen. Bovendien kan je andere schepen die toch te dichtbij komen eenvoudig oproepen omdat je de naam van het schip in het AIS scherm kan lezen. Wij hadden buiten een Raymarine plotter waarop ook de AIS gegevens werden afgebeeld. Ik vond dat erg prettig werken.
  • Reddingsvlot: Gelukkig niet gebruikt, maar moet je bij je hebben. Wij hebben het reddingsvlot in een bakskist zitten. Beter is het als je het aan de railing kwijt kan, maar dat lukte bij ons niet omdat er dan davits in de weg zitten.
  • Actieve Radar Reflector met S- en X-Band van Echomax. We merkten onderweg dat veel vrachtschepen varen op hun radar, ook al hebben ze ook AIS aan boord. We hebben wel gezien dat koopvaardijschepen die ons pad kruisten direct nadat we de Echomax aanzetten hun koers wijzigden om ons te ontwijken. Ik zou een volgende keer een actieve radar reflector zeker weer meenemen.
  • Drijfanker: Niet gebruikt maar moet je wel bij je hebben. Ik hoorde onderweg een verhaal van een catamaran die zijn drijfanker (drogue) had uitgegooid, en waarvan de lijn is geknapt. Belangrijk dus om te zorgen dat zowel het anker als de lijn voldoende zwaar zijn uitgevoerd.
  • Joon met lampje: Niet gebruikt, zou ik wel weer meenemen. Tijdens een zeilles met de zeezeilers van Marken zijn we bij een man over boord oefening een keer bijna een Joon kwijtgeraakt, zo snel raakt iets of iemand uit beeld…
  • Man over Boord alarm. Wij hadden het MOB alarm van Raymarine dat draadloos contact maakt tussen een sensor die je bij je draagt en het basis station. Zodra je te ver van de boot bent of in het water valt is de verbinding verbroken en gaat het alarm af. Ik vond het een rot-systeem omdat het ontzettend vaak “zomaar” af ging en dan onnodig degene die sliep wakker maakte. Wat wel handig is, is dat de MOB positie automatisch in de plotter werd gezet, Ik denk dat er tegenwoordig betere middelen zijn of komen op basis van AIS signalen.
  • Banden om je aan te lijnen als je naar voren loopt. Bij mij bleef de veiligheidsclip van mijn lifelijn vaak vastzitten aan de band. Lijnde mezelf daarom wel aan bij de mast maar meestal niet als ik naar de mast toe liep. Het koste meer moeite om aangelijnd naar voren te lopen en duurde daardoor ook langer wat ook weer een risico met zich meebrengt, want ook als je aangelijnd over boord valt ben je niet zo één twee drie weer aan boord. De nacht bereidden we goed voor (minder zeil), zodat we zelden in de nacht naar het voordek hoefden. Als het toch noodzakelijk was om in de nacht naar de mast te lopen wekten we altijd de ander.
  • Ogen om je in de kuip aan te kunnen lijnen. Gebruikten we ’s nachts en met slecht weer.
  • Kniptang om verstaging door te knippen, gelukkig niet gebruikt, maar wel nuttig om bij je te hebben.
  • Voor communicatie in noodgevallen hadden we een iridium satelliettelefoon aan boord met een Noodpakket sim kaart met 222 belminuten die 12 maanden geldig is. De Telefoon is een Motorola 9505 die ik op Marktplaats heb gekocht. Achteraf zou ik nu een nieuwe telefoon kopen. We hebben de satelliet telefoon één keer gebruikt om via de kustwacht de Radio Medische Dienst te bellen. Toen bleek de apart aangeschafte en nieuwe accu leeg te zijn, was nu geen probleem maar kan in een echt noodgeval wel erg vervelend zijn. Bovendien was deze satelliet telefoon niet in staat om data (weerberichten) te ontvangen. Met een nieuwe(re) telefoon kan dit wel en dan heb je een goede back-up voor als de SSB uitvalt. Ook handig om het nummer van de Nederlandse Kustwacht +31223542300 (en dus niet het 0900 nummer, want dat doet het niet vanuit het buitenland!) voorgeprogrammeerd te hebben. Ook al zit je ver van huis de Nederlandse Kustwacht helpt je uitstekend.
  • Veiligheidsplan waar op staat waar alles ligt. Ik zelf weet het wel te vinden, maar niet iedereen aan boord weet het.

Zeilen

  • Wij hebben een nieuwe Genua 1 en een nieuw grootzeil laten maken bij De Vries Sails in Makkum. De oude zeilen waren nog van 1996 en het grootzeil was echt versleten. De oude Genua 1 hebben we nog wel meegenomen en gebruikt van de Canarische Eilanden naar de Kaapverden en naar Suriname om zo de nieuwe Genua 1 wat minder bloot te stellen aan UV en op die stukken vaar je voor de wind en maakt het niet zo veel uit welke vorm je zeil heeft. Toch zou ik dat nu niet meer doen, te veel gewicht en gedoe. Wel kan je evt. met twee Genua’s varen (passaat zeilen) maar dat hebben wij nooit gedaan. Wij voeren tijdens de oversteek van Kaapverdië naar Suriname (’s nachts) vaak met twee reven in het grootzeil. Als er dan en squall overkwam konden we de rolfok eenvoudig reven of zelfs wegdraaien. Dit kon je eenvoudig in je eentje doen waardoor de ander tijdens de wachten kon doorslapen.
  • Stormfok, nooit gebruikt maar zou ik zeker wel weer meenemen voor de veiligheid
  • Werkfok iets groter dan de stormfok. Deze hebben we nooit gebruikt en zou ik nu thuislaten
  • Genua 4 die je als rolfok op de voorstag kan voeren. Nooit gebruikt en zou ik nu thuislaten. Het strijken van de Genua1 en het netjes opvouwen is onderweg eigenlijk niet goed te doen en op een ankerplek is het ook onhandig. Bovendien hadden we eigenlijk geen plek om de Genua1 weg te stouwen. Kortom wij hebben altijd een Genua1 op de rolfok-installatie gehad.
  • Genua 4 die je met leuvers op de kotterstag voert, ca. 5 keer gebruikt als we met harde wind >20 knopen een aan de windse koers moesten varen. Hiermee bleef de boot goed te hanteren en rustig varen. Zou ik zeker weer meenemen. Voordeel is ook dat je hem op een kotterstag voert zodat je de Genua 1 eenvoudig kan inrollen als het harder gaat waaien. Wij hebben een wegneembare kotterstag, dat vond ik ideaal omdat je als het niet hard waait of je een voor de windse koers vaart (90% van de tijd) hij niet in de weg zit bij het overstag gaan.
  • Gennaker die we ook wel als spinnaker hebben gebruikt. Alhoewel wij helemaal geen ervaring hadden met zowel een gennaker als spinnaker hebben we dit zeil uiteindelijk veel gebruikt. Met name vanaf Bermuda naar de Azoren maar ook toen we via Ierland naar Schotland voeren hadden we periodes met weinig wind <10 knopen. Door de oceaandeining staan dan alle zeilen en de giek te klapperen. Een gennaker of spinnaker klappert niet zo snel (licht zeildoek) en zorgt dat het schip stabiel op de oceaandeining vaart. Overdag hebben we hiermee toch nog vele mijlen kunnen maken (bij nacht hebben we alleen bij heel stabiel weer enkele keren de genaker laten staan). Mede hierdoor kwamen wij op de Azoren aan met nog een volle dieseltank terwijl veel andere boten leeg waren en soms zelfs een stukje moesten dobberen. Ik zou iedereen adviseren wel een licht weer zeil mee te nemen.

Onderhoud onderweg

Wat ons erg tegenviel is de beschikbaarheid onderweg van onderdelen en watersportwinkels zoals we die in Nederland kennen. Of andersom, we zijn in Nederland ontzettend verwend met alle watersportwinkels. Onderweg klussen doen is daarom vaak ook lastiger dan het in Nederland te doen. In Coruña zitten nog wel een paar watersportzaken zoals Pombo en een uitgebreide jachtwerf bij Marina Seca. In Vigo hebben we ook nog een wat uitgebreidere watersportwinkel Jezus Betanzos gevonden. Daarna hebben we eigenlijk geen watersportwinkels meer gevonden in de Ria’s, langs de kust van Portugal en in Marokko. Op Tenerife zijn er wel weer watersportwinkels zoals de Spinnaker Shop (San Juan Bautista, 32 Santa Cruz de Tenerife). Op Grand Canaria zitten nog veel meer watersportwinkels maar daar zijn wij niet geweest. Op de Kaapverden is er weinig, al kunnen ze er wel van alles voor je maken. Er is een winkeltje met wat spullen en Raymarine elektronica in de Marina van Mindelo. Ook in Suriname is vrijwel niets te krijgen op watersportgebied. Er is wel een winkel Propellor op de Industrieweg Zuid 18C, maar die had een beperkt aanbod. Op Tobago is er niets te krijgen, maar Trinidad staat bekent om het onderhoud wat je voordelig aan je schip kan laten doen. Op Grenada zit zowel een vestiging van Island Water World en van Budget Marine. Dat zijn weer watersportwinkels zoals wij ze kennen, alleen wat duurder…

Van Grenada tot Martinique hebben wij niets gezien, maar in Martinique kan je in Le Marin vrijwel alles krijgen en is er ook prima service (zeilmakerij, scheepsmotoren etc). Ook in Sint Maarten kan je alles krijgen. In Bermuda, St. George zit wel een zeilmaker maar die is (zoals alles op Bermuda) duur, verder is er niet veel te krijgen. In Horta zit een redelijk goede watersportwinkel Mid Atlantic Yacht Services. Verder is onderhoud in Horta niet duur (zeilmaker, hout bewerken etc.). “Mannetjes” zijn ’s avonds vaak in de haven.

EHBO en medicijnen

Wat je wel en niet mee moet nemen aan medicijnen vonden wij een lastige keuze. Wij hebben samen met een arts in het ziekenhuis van de vaccinatiedienst een lijst opgesteld. Daarvoor hebben we ook gekeken in diverse lijsten zoals de lijst van de kustzeilers en van de toerzeilers. Hieronder de – inmiddels geïntegreerde – lijst van de toerzeilers en de kustzeilers en onze eigen lijst.



Voor sommige medicijnen (bij ons alleen Oxycodon met morfine) heb je een verklaring nodig. In Schengenlanden een Schengenverklaring en daarbuiten een medische verklaring met een apostillestempel, die je in Den Haag moet halen. Zie ook de volgende link.

Tijdens onze reis is nooit naar de medicijnen of verklaringen gevraagd. Wij hebben ook maar weinig medicijnen nodig gehad (alleen oogzalf, azaron, desinfectie, Cinnarizine, tekentang en de thermometer), maar ik zou een volgende keer ook weer voldoende medicijnen meenemen want als je midden op de oceaan iets krijgt ben je blij dat je het bij je hebt. Het grootste risico was de ziekte Chikungunya die in Suriname en de hele Carib voorkomt. Zover wij weten is er weinig aan te doen behalve je zo goed mogelijk beschermen tegen de muggen, maar je de hele dag insmeren met DEET is ook niet zo heel gezond… In Suriname zaten wel veel muggen en ook Tijgermuggen die Chikungunya overbrengen. Wij hebben daarom in Suriname vitamine B12 geslikt in de hoop dat de muggen dan minder snel prikken. In de rest van de Caraïben waren er op de meeste ankerplekken weinig muggen.

Kinderen

Myrthe en Wouter vonden het altijd erg leuk als er andere boten met kinderen waren. In het begin vonden ze het lastig om met kinderen die geen Nederlands spraken te spelen maar dat veranderde al snel en na een paar maanden was dat geen probleem meer. Het is handig als een ander schip, ook met kinderen ongeveer dezelfde route vaart zodat je elkaar zo nu en dan tegenkomt. Wij hadden samen met andere Nederlandse boten een Whatsapp groep en we konden andere boten met kinderen ook volgen via Marinetraffic, zo lukte het prima om elkaar zo nu en dan te treffen. En verder ging Wouter er vaak met de dinghy op uit zodra we voor anker lagen en kwam dan terug met vriendjes en vriendinnetjes van andere boten. Het was leuk om te zien hoe snel ze Engels leerden als ze met kinderen uit andere landen speelden, je hoorde het dan echt per dag vooruit gaan.

School

Wij hebben onze kinderen Myrthe en Wouter les gegeven via de Wereldschool (taal, rekenen, lezen, schrijven). Andere schepen die we tegenkwamen hadden zelf boeken gekocht en deden het zonder de Wereldschool. Beide kan prima, maar wij vonden de samenwerking met de Wereldschool erg prettig en het was ook wel een goede stok achter de deur dat er iemand meekeek.

Wij hebben Wouter en Myrthe het jaar dat ze niet naar school gingen uitgeschreven, maar met de school wel afspraken gemaakt dat ze na een jaar weer terug zouden komen. Ook hebben wij van de school boeken en werkboeken voor Natuur, Geschiedenis en Topografie/Aardrijkskunde meegekregen. Het lesgeven ging soms gemakkelijk, maar soms ook moeizaam (Combinatie ouder en leerkracht is soms wel lastig…). We hadden de regel dat er pas op elektronica gespeeld mocht worden als school klaar was. Ook hebben wij de weekenden vrij gehouden en ook de woensdag was een “makkelijke” dag met maar twee blokken in plaats van vier. Meestal waren we rond de lunch wel klaar met school en konden we ’s middags rondkijken. Tijdens de grotere oversteken hebben wij geprobeerd zo veel mogelijk vast te houden aan dit schema waarbij we dan meestal drie in plaats van vier blokken deden, enerzijds omdat het wat structuur gaf aan de dag, en Myrthe en Wouter bezig hield, en anderzijds omdat we zo meer tijd hadden als we ergens in een haven of voor anker lagen en dan ook vrije dagen of vakantie konden inplannen. In het algemeen lukte het vrij goed om tijdens het varen school te doen, al is schrijven op een schommelende boot wel lastig, en als het er wat wilder aan toe ging en de kinderen werden misselijk dan lukte het ook niet meer.

Nu we terug zijn en Myrthe en Wouter weer in de volgende groep zitten heb ik het idee dat ze de lesstof van vorig schooljaar prima beheersen, ze kunnen goed meekomen. Wel had met name Wouter de eerste weken moeite om zich een hele dag te concentreren op school.

Huis

Wij hebben ons huis verhuurd, wat ons prima bevallen is. Ondanks dat je je huis verhuurt, kan je aan de Inspecteur van de Belastingen vragen om je huis belastingtechnisch toch in Box 1 te laten vallen via de regeling Tijdelijke verhuur eigen woning. Het gaat er hierbij om of een jaar nog als tijdelijk wordt gezien, maar van andere boten weten we dat hierin bij reizen tot 2 jaar vaak wordt toegestemd.

Om je huis te verhuren heb je formeel toestemming van de hypotheekverstrekker nodig. Je kan ook gewoon je mond houden (deden veel andere vertrekkers), maar wij hebben wel toestemming gevraagd en na wat heen en weer gemail ook zwart op wit gekregen bij de ING volgens een regeling bedoeld voor expats die voor een periode naar het buitenland gaan en hun huis willen aanhouden.

Website

Om onze familie en vrienden op de hoogte te houden hebben we deze website gemaakt. Het was wel even wat werk (een weekend puzzelen) en toen hadden we al een eerste versie van onze site. Er zijn verschillende mogelijkheden om een site te maken, maar wij hebben bij Ermis een hostingpakketje voor minder dan tien euro per jaar genomen met eigen domeinnaam en daar WordPress (gratis) op geïnstalleerd. Wat wij erg handig vonden is dat we blogs konden plaatsen per e-mail zodat we via de SSB, ook als we tijdens de langere oversteken onderweg waren, toch konden bloggen. Het is wel handig dit goed te testen voor je vertrekt, en ook voor je weer een grotere oversteek maakt.

De website heeft prima gefunctioneerd en de service bij Ermis is echt uitstekend. We hebben de volgende problemen gehad:

bepaalde (grotere) bestanden werden heel vaak gedownload van onze site waardoor we over onze verkeerslimiet gingen en de site op zwart ging. Gelukkig had ik de meeste van onze foto’s al op Picasa staan en met een linkje in de blogs opgenomen. Toen ik de grotere foto’s die nog op onze site stonden ook op Picasa had gezet was dit probleem opgelost.

Plaatsen van blog via e-mail werkte niet meer voor de oversteek van Engeland terug naar huis, als work-around gevraagd aan vriend in Nederland om blog te plaatsen en was na mailtje aan Ermis binnen een dag opgelost.

Tips:

  • Zet je foto’s/bestanden niet zo op je site dat iemand ze heel vaak kan downloaden
  • Bescherm de login pagina van je website tegen login-robots. Wij hebben dat gedaan door de URL van de inlogpagina te wijzigen.

Eten onderweg en tijdens de oversteek

Een goede catering, met name tijdens het zeilen is essentieel. Wij hebben 2 hele kleine kookboekjes meegenomen, voor ideetjes onderweg (koken uit blik, koken aan boord). Koken aan boord tijdens het zeilen vergt toch nadenken en een andere aanpak dan thuis (vanwege de deining).

Tips:

  • Een muggi is erg handig
  • Wij hadden tijdens de oversteken anti slip-matjes (te krijgen bij Action/Blokker/etc.). Dit was erg handig en voorkwam dat alles de hele tijd over het aanrecht vloog.
  • Wij hadden nog een broodbakmachine mee, die hebben we een paar keer gebruikt als we geen brood konden krijgen, maar hij gebruikt wel veel elektriciteit, dus je moet tijdens het bakken eigenlijk wel de motor bijzetten of zon hebben op de zonnepanelen. Anderen waren enthousiast over een broodpan waarmee je brood op het fornuis kan bakken. Aangezien je vrijwel overal brood kan krijgen denk ik nu dat je ook prima met voldoende afbakbroden uit de voeten kan. Deze zijn overigens niet overal te krijgen. In Europa, Suriname, Martinique en Sint Maarten konden we ze krijgen, maar in de rest van de Carieb niet, dus je moet ze wel voldoende inslaan als het kan.
  • Koop groente en fruit als het kan ongekoeld dan blijft het -zeker buiten de koelkast- langer goed.
  • Over het algemeen konden we onderweg goed bevoorraden. Het is handig rekening te houden met:
  • Kaapverdië heeft minder keuze in producten (ook groenten en fruit). Echter ze hebben buiten de koelkast houdbare yoghurt (met smaakje) en kartonnetjes met crèmesaus, ideaal.
  • In de Caraïben kan je niet overal alles krijgen, en wat je kan krijgen is vaak erg duur. Het is daarom handig om houdbare spullen in te slaan op de volgende plaatsen: Suriname, Grenada, Martinique/Guadeloupe, Sint Maarten/St. Martin of US Virgin Islands. Op Sint Lucia, Dominica, BVI’s (Road Town) en Bermuda is ook vrijwel alles te krijgen maar zijn de prijzen aanzienlijk hoger.
  • Typisch Hollandse producten kan je inkopen in Suriname (Choi’s of Tulip supermarkt in Paramaribo), op Sint Maarten bij Le Grand Marché. Voor Myrthe en Wouter was dat feest als de voorraden stroop, pindakaas, muisjes, Speculoos etc. werden aangevuld.
  • Vooraf handig meenemen vond ik lang houdbare tortellini, gnocchi, hamburgers en rookworst, kant en klare pakken broodmix, blikjes, variatie sauzen, nog af te bakken stokbroden, pureepoeder.
  • Verder gebruikten we een netje om fruit (snel rijp) in te hangen. Maar ook onder de vlonders hebben we plastic mandjes voor groenten (tomaten, aardappels, uien, courgette, witte kool, wortelen, komkommers) en fruit (appels, sinaasappels, ananas). De kunst is om groente en fruit ongekoeld te kopen. Bananen hingen we altijd apart op. Nootjes zijn onderweg heel duur. Vanaf Kaapverdië tot en met Tobago zijn verse melkproducten minder verkrijgbaar en is alleen houdbare melk te krijgen.
  • Wij hadden één 5 liter gas fles en één campinggas 3 liter fles bij ons. In Spanje en Portugal is Campinggas erg handig omdat ze hier vaak moeilijk doen over het vullen van buitenlandse gasflessen. Campinggas is echter wel overal verkrijgbaar. Ook in Schotland was Campinggas handig. Voor Kaapverdië, Suriname en de Caraïben vond ik een 5 liter gasfles handiger en aanzienlijk goedkoper. Ik zou nu twee 5 liter flessen meenemen en één Campinggas fles om in Europa ook overal makkelijk gas te kunnen krijgen. Als je voorbij de Canarisch eilanden bent kan je dan eenvoudig je Campinggas opgebruiken en weg stouwen.

Kortingen in Jachthavens

Het lidmaatschap van de Nederlandse Vereniging van Toerzeilers geeft korting in de volgende havens, maar dan moet je wel je pasje bij je hebben:

Daarnaast konden wij in de haven van Viano do Castelo een (handgeschreven) kortingsbon voor een aantal andere Portugese havens waaronder Douro Marina (Porto), Lagos, Oeiras en een haven op Madeira, handig om hier even naar te vragen.

Scheeps Verzekering

De Verzekering kan je onderweg aanpassen, wij hebben de “standaard” verzekering in La Coruña aangepast naar groot kwadrant, op de Canarische Eilanden naar extra groot kwadrant en op de Kaapverdië naar Caraïben/Suriname. Er zitten ook verschillen tussen de verschillende verzekeringen, zowel qua voorwaarden als premie. Wij betaalden Euro 245 per kwartaal voor het extra groot kwadrant (inclusief Kaapverdië en Azoren) en Euro 394 per kwartaal voor de Caraïben/Suriname (Kuipers Verzekeringen met 50% Bonus Malus korting)

In- en Uitklaren

Zodra je buiten Europa komt wordt je geacht in en uit te klaren. Daarbij gaat het enerzijds om het schip en anderzijds om de mensen aan boord. In het algemeen gaat het in een keer maar soms moet je naar twee of zelfs drie verschillende locaties. Het systeem werkt zo dat je om in te klaren een uitklaringsbewijs vanuit het vorige land moet hebben. Als je naar de Canarische Eilanden gaat kan je inklaren (hebben wij wel gedaan op Tenerife), maar andere schepen hebben het niet gedaan. Uitklaren kan ook op Tenerife, maar je krijgt ook een document mee in de Marina La Gomera wat ook voldoet in Kaapverdië.

In de Caraïben wordt steeds meer gebruik gemaakt van Sailclear om (deels) via de computer in te klaren. Een account kan je al voor vertrek aanmaken, is makkelijker dan in een heet kantoor op Grenada (moet je wel je account en wachtwoord onthouden…). Sailclear wordt gebruikt in de volgende landen: Cayman Islands, Bermuda, Grenada, Saint Lucia, Saint Kitts and Nevis, Brittisch Virgin Islands, Montserrat, Dominica, Anguilla, Turks and Caicos Islands en Curaçao. Op Antigua gebruiken ze een vergelijkbaar maar wel net anders systeem ESeaClear.

Overigens moet je ook met deze systemen nog steeds de nodige formulieren invullen, maar het zijn er wel een stuk minder geworden. Volgens de regels zou je direct bij aankomen moeten inklaren, ook als je ´s avonds of ´s nachts aankomt. In de praktijk is dat wel wat relaxter, ´s nachts zijn de kantoortjes gesloten en als je iemand uit zijn bed trommelt is hij echt niet blij en betaal je overtime fee. Let wel op met uitklaren, want als je buiten de gewone openingstijden (weekend, eind van de middag) uitklaart moet je ook overtime fee betalen.

De duurste landen om in te klaren waren Bermuda en de Brittisch Virgin Islands.

Fototoestel

Het is erg leuk een waterdicht fototoestel bij je te hebben. In de Caraïben zie je prachtig koraal, vissen en schildpadden onder water. Wij vonden het erg leuk daar ook foto’s en filmpjes van te kunnen maken. Ook bij slecht weer of als er veel water over komt is het fijn als je camera tegen water kan. Een GoPro is leuk om te filmen of foto’s mee te maken en kan je ook leuk aan een pikhaak vastmaken om zo de dolfijnen bij de boeg van je schip onderwater te filmen.

De Reis

De route

Na een jaar hebben we ruimt 12 duizend mijl afgelegd, zijn we in 26 landen geweest, en hebben we 50 eilanden bezocht. We hebben ervan genoten en alles was meer dan de moeite waard, maar sommige plekjes hadden iets extra bijzonders en werden ook niet door iedereen aangedaan. Onze route liep via de kanaal eilanden naar Coruña. Via de Ria’s, naar de Algarve en vandaar via Marokko naar de Canarische  Eilanden naar Kaapverdië. Midden december zijn we overgestoken naar Suriname (14 dagen) waar we net voor kerst aankwamen. Eind januari zijn we naar Tobago gevaren, vanuit Tobago naar Grenada en door de Caraïben via Antigua en Barbuda naar Sint Maarten gevaren. Vanaf Sint Maarten zijn we via Sint Eustatius en Saba naar Saint Croix en Sint John gevaren en vandaar naar de BVI´s. Terug zijn we via Bermuda en de Azoren gevaren en aan het eind zijn we via Ierland en Schotland (Caledonisch Kanaal) terug gevaren naar Nederland. Van de in totaal 393 dagen dat we onderweg waren hebben we 121 dagen gevaren, zijn we 77 nachten (deels) op zee geweest, hebben we 136 nachten geankerd op 60 verschillende ankerplekken en 126 nachten in 36 verschillende havens gelegen en 41 nachten aan 19 verschillende moorings gelegen. Hierbij valt op dat je in de Spaanse Ria’s goed kan ankeren en dat we van Tobago tot en met Bermuda alleen maar voor anker en een enkel nachtje aan een mooring hebben gelegen. Dit komt enerzijds omdat de Caraïben zich erg goed lenen om te ankeren (wind komt altijd uit zelfde hoek, lekker warm, dus even in zee stappen bij een landing is geen probleem) en anderzijds omdat er weinig havens zijn die ook asociaal duur zijn. In Kaapverdië hebben wij alleen in Mindelo in een haven gelegen, maar ik adviseer iedereen om daar voor anker te gaan. De pontons in de haven schudden heen en weer op de deining en er ontstaat veel schade aan schepen in de haven. Wij hadden schade aan het roer dat langs een ketting schuurde waarmee de pontons geankerd waren, de Tisento had schade aan een zwemtrap en verder zijn er bij veel boten landvasten gebroken.

Bijzondere plekjes

Hieronder beschrijf ik plekken waar we geweest zijn en waar niet iedereen komt. De meer gebruikelijke plekken zoals de Canarische Eilanden, of de meer “standaard” winward en leeward eilanden beschrijf ik hier niet, niet omdat ze niet mooi of bijzonder zijn, maar om dat je daar toch wel komt.

Spaanse Ria’s

Na Finisterre kom je in de Ria’s. Wij vonden het een prachtig gebied waar je heerlijk kan varen. De Ria’s zijn beschut, vaak ligt er ook voor de ingang een eiland. Er is van alles te zien, en er zijn leuke uitstapjes te maken naar Santiago de Compastela en Pontevedra. Plaatsen als Santiago de Compastela, Combarro en Pontevedra zijn erg toeristisch maar de meeste andere ankerplekjes en stadjes zijn erg rustig en authentiek Spaans. Op de meeste plaatsen kan je prima ankeren, behalve bij Vigo daar vonden wij het handiger om in de haven te liggen. De eilanden Cies en Ons in het “Parque nacional Islas Atlánticas de Galicia”, zijn prachtig. Bij deze eilanden heb je wel een ankervergunning nodig. Die kan je vooraf aanvragen op de site. Hier kan je ook een vergunning aanvragen voor andere Spaanse National Parcs zoals de wandeling naar de top van El Teide. Wij hebben ruim drie weken rondgevaren in de Ria’s van Finisterre tot Bayona en we hadden het niet willen missen.

Isla Berlenga

Isla Berlenga is een leuk eilandje voor de Portugese kust te hoogte van Peniche. Er zijn allerlei grotten, tunneltjes en doorgangetjes waar je met je dinghy doorheen kan varen. Onze kinderen vonden het fantastisch en wij trouwens ook! Je kan over het eiland wandelen naar een oud fort en bij een strandje zwemmen. Overdag komen er veel dagjesmensen en wordt het druk maar aan het eind van de middag wordt het heerlijk rustig tot ’s ochtends een uur of 10. ’s Nachts kan je aan een mooring liggen die overdag gebruikt wordt voor de boten die de dagjesmensen brengen. Overdag moet je ankeren. Het wordt snel diep en je ligt al snel op ca 8-10 meter diep water. Het kan er ook nogal rollen als de wind loodrecht op de golven staat. Leuke stop bij rustig weer.

Langs de Portugese kust zijn verder Porto en Lissabon prachtige en leuke steden om aan te doen. Bij Lissabon kan je in verschillende havens liggen,maar ook prima voor anker of aan een mooring bij Seixal, waar wij gratis lagen en met een ferry zo in Lissabon waren. De aanloop van rivieren aan de Portugese westkust (Bijv. Rio Douro, Ria de Aveiro) kunnen gevaarlijk worden als er hoge golven staan. Daar hebben wij verder geen last van gehad, maar goed om in je planning mee te nemen. De aanloop van de Taag bij Oeiras (Lissabon) was bij ons wel spannend omdat we net binnenkwamen toen een harde ebstroom (springtij) opbokste tegen de Atlantische deining. Niet aan te bevelen, staande golven, brekers en veel stroom tegen. Zeker met springtij handig om rond getijdenwissel aan te komen.

Marokko

In Marokko zijn verschillende havens, maar Bouregreg marina in Rabat is wel een van de meest toegankelijke. Het is een prima jachthaven met alle faciliteiten en moderne drijfsteigers waar je aan ligt. Er is goed openbaar vervoer (tram naar Rabat en vandaar trein) en je kan in de medina van Salé voldoende eten kopen. De jachthaven is veilig (het jacht van de koning of vrienden van de koning ligt er ook aan een aparte steiger) en ligt aan de Bouregreg-rivier, net voor de brug links. Je kan de haven alleen veilig bereiken als er minder dan 2 meter deining staat en alleen rondom hoogwater. Handig om voor je hiernaartoe vertrekt ook de gribfiles met de golfhoogte bij Rabat te checken en te plannen dat je rondom hoogwater aankomt. Mocht je onverhoopt de haven niet in kunnen,, dan kan je uitwijken naar Mohammedia 30 mijl zuidelijker. Let op: de marina van Casablanca is geen optie. Deze is al jaren gesloten en hier mag je niet liggen, je wordt er weggestuurd. Bouregreg-marina verleent een uitstekende service door met een bootje naar buiten te varen en je naar binnen te loodsen. Je kan ze oproepen op VHF 10. Vaak nemen ze en paar bootjes tegelijkertijd mee naar binnen. Het is zeker aan te raden van deze service gebruik te maken, want er ligt een golfbreker onder water die niet heel goed zichtbaar is.

Naar binnen varen als de haven gesloten is, is echt af te raden, er staan dan gevaarlijke brekers bij de ingang. Hou je camera klaar als je de monding van de Bouregreg-rivier op vaart, is een prachtig gezicht met aan stuurboord de Kasbah of the Udaya en daarachter de medina van Rabat en aan bakboord de medina van Salé en vissersbootjes langs de rivier. Zodra wij bij de haven kwamen moesten we afmeren bij een douanesteiger en konden we inklaren. Douane was zeer vriendelijk, op sommige boten kwam ook nog een hond snuffelen maar allemaal erg vriendelijk.

Marokko zelf is heel gastvrij en echt Afrikaans/Islamitisch, en daarmee echt anders dan de andere bestemmingen langs het rondje Caraïben die toch allemaal sterk door het westen zijn beïnvloed.  Rabat is een prima uitvalsbasis om uitstapjes te maken naar andere steden in Marokko, dat kan zowel met een huurauto als met de trein. Wij zijn naar Fès, Casablanca, Chefchaouen en Tetouan geweest. Fès en Chefchaouen vond ik het mooist, Tetouan is minder toeristisch en daardoor ook authentieker.

Kaapverdië

Van Kaapverdië wordt vaak alleen Mindelo bezocht of het wordt helemaal niet aangedaan op weg naar de Caraïben. Wij zijn op Sal, São Nicolau en São Vicente geweest. Voordeel van de route via Kaapverdië is dat je de tocht opdeelt en dat je goed in de trade winds zit waardoor de oversteek naar de overkant makkelijker wordt, maar het is natuurlijk wel wat langer dan als je direct vanuit de Canarische Eilanden oversteekt naar de Caraïben. Als je ervoor kiest om Kaapverdië aan te doen zou ik zeker wat meer eilanden bezoeken dan alleen Mindelo op São Vicente. Sal is droog en kaal, maar het plaatsje Palmeira waar je uitstekend kan ankeren is erg idyllisch. Als je in het donker aankomt wel opletten want het havenhoofd is verlengd en dat staat nog niet op de Navionics kaart, maar wel duidelijk in de Imray pilot beschreven.

Ik heb van Sal genoten, de mensen zijn vriendelijk, en nadat je er een paar dagen ligt begonnen wij ons echt thuis te voelen. Op Sal is ook redelijk wat te doen en er is goedkoop vervoer met minibusjes. Inklaren op Sal was wel wat gedoe omdat we naast de Port Police in Palmeira ook nog naar Immigration op het vliegveld bij Espargos moesten en ze ons daar vervolgens vier uur lieten wachten omdat de vluchten voorrang hadden. Gelukkig hadden ze er wel goed Internet…

São Nicolau vond ik erg mooi, al is de ankerplaats bij Tarafal minder beschut, waardoor je er meer rolt. São Nicolau is prachtig groen en ook veel hoger dan Sal. Je kan er prachtig wandelen, o.a. op de berg Monte Gorde en je kan met de bus naar Ribeira Brava,de hoofdplaats van het eiland.

Mindelo op São Vicente is een leuke en veel grotere stad. Mindelo is ook een goede plek om te bevoorraden (markt, supermarkt) voor de oversteek naar de Caraïben of Suriname. Ook is het leuk om (met de ferry) een dag naar São Antao te gaan en daar te wandelen. Wij hebben in Mindelo in de haven gelegen, maar ik vond dat totaal geen succes, de steigers gaan behoorlijk te keer op de deining. ’s Nachts lag je ook niet echt rustig als je schip heen en weer werd geschud. Veel boten hebben ook schade opgelopen in de haven, zo is bij ons het roer beschadigd door de ketting waarmee de steigers geankerd zijn. Andere schepen hadden een kapotte zwemtrap, gebroken landvasten en gesprongen fenders. Je kan bij Mindelo ook uitstekend ankeren en dat zou ik een volgende keer ook zeker doen. De dinghy kan je voor een paar euro achterlaten bij de marina je ligt veel comfortabeler en spaart ook nog geld uit. Kan je bovendien vast wennen aan het voor anker liggen want aan de overkant doe je niet anders.

Het WiFi Internet in de haven was veel duurder dan een SIM-kaartje kopen. Voor een paar tientjes koop je een pre-paid SIM-kaart en met een oude I-Phone die ik als hotspot had geconfigureerd hadden we zo op de boot prima internet.

Suriname

Suriname wordt eigenlijk alleen door Nederlandse schepen aangedaan. Er is ontzettend veel te zien en als je er heen gaat moet je er wel rekening mee houden dat je er minimaal 2-4 weken nodig hebt om een beetje een indruk van Suriname te krijgen. Ik vond het fantastisch om na twee weken op zee te zijn geweest de Suriname-rivier op te varen en langs Paramaribo te varen. Als je de rivier opvaart moet je  je melden bij de MAS (Maritieme Autoriteit Suriname), kan gewoon in het Nederlands. Als er vrachtschepen met bijv. Bauxiet aankomen moet je uit de vaargeul. Pas in het donker wel op dat je niet te ver uit de geul gaat varen want daar kunnen visnetten staan. (Wij zagen ze op een paar meter naast de boot staan toen we al voorbij voeren…). Als het eb wordt, en je tegenstroom krijgt, kan je tijdelijk ankeren bij Fort Nieuw Amsterdam (wel toestemming vragen aan MAS). Overigens loopt de vloed op de Suriname-rivier langer door dan bij de monding (HW Domburg anderhalf uur later dan HW monding Suriname-rivier). Normaal vaar je direct door naar Domburg waar je aan een mooring kan liggen of naar Waterland (paar mijl verder om de bocht) waar een kleine marina is.

Inklaren in Suriname is wel omslachtig. Wij moesten naar drie verschillende adressen toe. Gelukkig zijn ze wel relaxed, dus toen wij pas na een paar dagen kwamen inklaren was dat geen probleem. In Suriname veranderen de regels vaak, dus je kan het best checken op Noonsite of vragen bij Domburg Harbour Resort of bij Marina Waterland.

In Suriname is van alles te doen, Paramaribo incl. een rondleiding door Fort Zeelandia, Fort Nieuw Amsterdam, bezoek aan een plantage langs de Commewijne rivier, een paar dagen naar de bovenloop van de Suriname Rivier, bijv. Botopassi incl bezoek Pikin Slee waar je je in Afrika waant, een bezoek aan Bigi Pan via met enorme hoeveelheid vogels (bigipas.adventures@yahoo.com), vlindertuin in Lelydorp, naar het oerwoud etc. Het boek Buitenkansjes beschrijft alle uitstapjes en is wel een must om te hebben.

Erg handig is om een auto te huren, kan bij Ricky voor 10 euro per dag, bij Domburg of Waterland weten ze wel hoe je hem kan bereiken. De wegen zijn wel slecht en in het donker rijden vond ik wel spannend.

Tobago

Man of War Bay bij Charlotteville op Tobago vond ik het meest authentieke en idyllische ankerplekje waar we zijn geweest. Wij lagen schuin voor Pirates Bay (een klein baaitje in de grotere Man of War Bay) voor anker samen met nog een stuk of zeven andere schepen. Je kan er prima ankeren, je ligt goed beschut. Het wordt wel vrij snel dieper maar als je een beetje zoekt lukt het ook wel een plekje te vinden van ca. 5-8 meter diepte. Het plaatsje Charlotteville is heel rustig, je kan heerlijk naar het strand op Pirates Bay waarachter direct het regenwoud begint. Verder kan je een wandeling maken naar de Agyle watervallen, prachtige duiken maken in bijv. Speyside, of een uitstapje maken naar Little Tobago. Roxborough vond ik niet heel bijzonder, maar de bustocht over het eiland is wel leuk. Wij voelden ons hier heerlijk thuis en hadden nog wel wat langer willen blijven…

Wij zijn niet naar andere baaien op Tobago geweest, maar is vast ook prachtig om te doen. Let wel op dat je als je naar de andere kant van Tobago gaat je moet uitklaren en aan de andere kant weer moet inklaren…

SABA & Sint Eustatius

Saba vond ik een van de mooiere eilanden in de Caraïben die we gezien hebben. En zeker het mooiste stukje Nederland dat ik ken! Het is vrij klein en komt met steile kliffen uit zee. Het is prachtig groen en je kan er naar het hoogste punt van Nederland, Mount Scenery, wandelen, wat een leuke tocht is vanuit Winwardside. De mensen zijn erg vriendelijk, en er rijden Nederlandse politieauto’s rond. Saba heeft een kleine haven, maar de jachten liggen aan moorings. Er zijn een paar moorings aan de zuidzijde voor de haven, maar dan lig je wel onbeschut op open zee. De meeste jachten liggen aan moorings voor Ladder Bay aan de westzijde van het eiland. Hier lig je redelijk beschut, maar met ruiger weer kan het behoorlijk te keer gaan. Het lastige op Saba is aan land komen. Er zijn twee mogelijkheden, of met de dinghy naar de haven of naar The Ladder. Wij zijn toen we aankwamen met onze 2,5 PK dinghy naar de haven gevaren waar je kan inklaren, maar er zijn stukken met meer golven en daar werden we -zeker tegen de wind in- zeiknat, bovendien is het een eind varen. Als je een grotere dinghy hebt, zeker als je kan planeren is dit wel een goede en zeker de makkelijkste optie. De andere optie is naar The Ladder te varen waar de inwoners tot in de de vorige eeuw aan land kwamen. De landing is hier wel lastig op een steil kiezelstrand. Vervolgens moet je je dinghy over de stenen tillen zodat hij veilig ligt. Het beklimmen van de 483 treden (volgens Myrthe) van The Ladder vond ik eigenlijk wel leuk, en de trap is -alhoewel hij niet meer onderhouden wordt- nog prima te beklimmen.

Sint Eustatius is ook mooi, zeker de wandeling naar de krater vond ik prachtig. Het is minder verzorgd dan Saba, maar je ligt bij Oranjestad goed beschut aan een mooring waar je ook makkelijk aan land kan gaan. Oranjestad is een leuke plaats om te zien met een mooi fort. Ook kan je prachtig snorkelen bij de oude kademuur die inmiddels in zee is verdwenen of een duik maken met een van de duikscholen.

Barbuda

Barbuda is het eiland met de mooiste en leegste stranden dat we gezien hebben. Het is er heerlijk rustig en wij lagen bij Cacao Point samen met nog twee andere schepen voor een prachtig maagdelijk wit strand waar je eindeloos langs kon wandelen, met achter je alleen je eigen sporen in het zand. Prachtig! Wel goed opletten als je aan komt varen, liefst als de zon hoog staat, zodat je alle riffen goed kan zien. Met een bemanningslid op de voorpunt, en bijv. een Navionics kaart is het dan prima te doen. Je kan er prima ankeren in zandgrond, het water is er prachtig helder en bij Spanish Point kan je ook heerlijk snorkelen. Je vaart met je dinghy naar het rif en je kan je dinghy onderwater vastbinden aan het koraal. Op land is verder niet heel veel te zien, de charme van Barbuda is echt het strand. Wij hebben ook nog bij Louis Mouth in Low Bay gelegen vanwaaruit je zo over het strand naar de lagoon kan lopen. Als je je dinghy naar de lagoon tilt kan je met je dinghy naar Codrington varen, maar je kan ook een watertaxi bellen. Meestal kom je via Antigua waar je in English Harbour inklaart. In Codrington kan je dan wel uitklaren (wel even melden bij het inklaren), duurt wel even want ook hier moet je naar drie verschillende huisjes in het dorp toe. Ontzettend leuk is een tochtje naar het Fregat Bird Sanctuary met George Jeffrey die je kan oproepen op de marifoon en die je bij Louis Mouth komt ophalen.

Virgin Islands

De Virgin Islands bestaan uit een aantal U.S. Virgin Islands (U.S.V.I.) en de Brittisch Virgin Islands (B.V.I.). Los van Saint Croix (U.S.V.I.) liggen de eilanden dicht bij elkaar en is de zee tussen de eilanden heel beschut (nauwelijks deining) en kan je er heerlijk zeilen. Het is een prachtig gebied waar je ook heerlijk kan snorkelen en duiken. Het zeilen is hier echt super relaxed, met kleine afstanden van ca 10 mijl. Je kan ook vaak even ankeren voor de lunch, of om of even te snorkelen en dan verder varen naar een volgend eiland of een volgende baai.

Met name de B.V.I. zijn wel behoorlijk duur, maar wij hadden ons schip op Sint Maarten en Saint Croix volgeladen en dan is het prima te doen. Op de B.V.I. kan je eigenlijk overal ankeren en op sommige plaatsen kan je een day-mooring gebruiken zoals bij The Bath. Hiervoor moet je wel betalen maar hoe dat precies werkt is me nooit duidelijk geworden, gelukkig zijn we nooit gecontroleerd… Op de Sint John (U.S.V.I.) is het gebruik van een mooring (15 $ per nacht) verplicht en je betaalt deze dan door het invullen van een creditcard formulier of bij een loket.

Voor de U.S.V.I. moet je een visum hebben. Onder andere op Noonsite staat beschreven dat je ook een visum kan krijgen door vanuit Road Town (B.V.I.) met een ferry naar de U.S.V.I. te gaan. Omdat je dan met een ferry het land binnenkomt, kan je gebruik maken van het Visa Waiver Program waarmee je dan later met je eigen schip ook weer naar de US Virgin Islands schijnt te kunnen. Alhoewel de visa op deze manier goedkoper zijn moet je wel voor alle opvarenden een retourtje met de ferry boeken en ben je een dag kwijt en moet je eerst naar de B.V.I.’s varen. Wij hebben dat niet geprobeerd en hebben onze visa gehaald op het Amerikaanse consulaat in Amsterdam. Hierdoor konden we direct vanuit Saba naar St. Croix varen, zonder dat we eerst naar de BVI’s hoefden.

Op de Virgin Islands vonden wij St. Croix en met name Buck Island bij St. Croix prachtig. Bij Buck Island kan je ankeren en kan je ook de nacht blijven, je moet hier wel een vergunning voor hebben. Deze kan je halen in Christiansted bij het Fort Christiansværn. Je moet wel een copy zeebrief, een copy paspoort met je foto en een document waarop je adres staat bij je hebben. Wij kregen de vergunning direct mee, maar soms duurt het een paar dagen. Maar het is het meer dan waard, wij lagen er ’s avonds en ’s nachts helemaal alleen, echt prachtig!

Ook St John is erg mooi, de zuidzijde van het eiland is erg rustig, hier lagen wij ook steeds alleen in een baai. Erg anders dan de noordzijde van St John, want daar is het net als in de BVI’s wel druk met voornamelijk charterboten die er voor 1 of 2 weken verhuurd worden. Op de BVI’s vonden wij Anegada, Little Jost van Dyke, Norman Island en Peter Island erg de moeite waard.

Azoren

Een van de mooiste gebieden waar we geweest zijn, zijn de Azoren. Prachtig groen en je kan er fantastisch wandelen. de mensen zijn ontzettend vriendelijk en behulpzaam. Ankeren is er lastig omdat het vaak snel diep wordt uit de kust. Er zijn inmiddels op vrijwel alle eilanden goede havens die niet duur zijn (ca. 12 Euro/nacht). Ook boodschappen en restaurants zijn er een stuk goedkoper dan wij in Nederland gewend zijn. Zeker als je van het dure Bermuda komt is het verschil groot. Toen we net aankwamen op Flores zei een mede-zeiler “Waarom zijn we eigenlijk helemaal naar de Caraïben gevaren?” Veel boten varen direct naar Horta op Faial en maken daar een tussenstop voordat ze verder naar het vasteland varen. Ik zou zeker aanbevelen ook andere eilanden aan te doen. Wij vonden juist Flores en São Jorge ook nog leuker en mooier dan Faial.

Wij zijn eerst naar Lajes op het eiland Flores gevaren. Dit is een prachtig eiland. Je kan er prachtig wandelen of een dagje met een gehuurde auto het eiland bekijken. Ook de plaats Santa Cruz is leuk om naar toe te gaan, met een walvis museum. Let wel op de windrichting want de haven wordt met NO-wind erg onaangenaam.

Horta is ook mooi en je kan er goed bevoorraden en onderhoud aan je schip uitvoeren. Er is een goede watersportwinkel (Mid Atlantic Yacht Services), en je kan er ook prima je zeilen etc. laten repareren.

São Jorge is ook weer een prachtig wandeleiland met ook nog de meest vriendelijke havenmeester José de Dias en een leuke haven waar je prima ligt. Ook weer prachtig groen, met steile kliffen.

Terçeira is weer een wat groter eiland met een aantal indrukwekkende grotten. Hier kan je in twee havens liggen, bij Angra do Heroísmo (wat de mooiste historische stad is) en in Praia da Vitória waar je wat rustiger ligt. Op Terçeira zijn ook goede supermarkten en kan je prima inkopen doen voor de oversteek naar het vaste land van Europa. Als je op Terçeira tijdens het straatfeest Sanjoaninas in Angra do Heroísmo kan zijn dan is dat een aanrader! Het kan dan wel lastig zijn om een plek te vinden in de jachthaven van Angra de Heroismo en je kan dan misschien beter in Vitória gaan liggen en met de bus of auto naar het feest toe gaan.

Ierland & Schotland

Wij hebben ervoor gekozen om op de terugweg via Ierland, Schotland en het Caledonisch kanaal te varen. Wij waren getipt door de Distant Shores dat dit een mooie route was en het kwam ons goed uit omdat we voor de school weer begon thuis wilden zijn, en daarom niet te laat vanuit de Azoren wilden vertrekken. Hierdoor hadden we wat speling van ca. 1 juli tot 15 augustus en die konden we mooi gebruiken om de Ierse zee en Schotland te verkennen. Wij zijn direct naar Cork gevaren omdat vrienden ons daar kwamen bezoeken. Bovendien moesten we vanaf de Azoren voor een storm eerst uitwijken naar Coruña, anders was Baltimore ook een prachtige bestemming geweest. In Cork is de leukste plek om te liggen Cork City Marina. Dit is een steiger in de stad vlak bij het centrum waar je prima ligt. Er is ook stroom en je kan gebruik maken tegen gereduceerd tarief van een zwembad en douches van het nabijgelegen Clarion Hotel (wel verplicht badmuts op in het zwembad…). Wij vonden Cork een erg leuke en gezellige stad. Alternatief is een haven bij Crosshaven, maar daar is weinig te beleven en bovendien duurder. In Cork City Marina betaal je tot 12 meter Euro 20 per nacht.

De zuidkust en de Oostkust van Ierland vonden wij niet heel bijzonder. Bij Kilmore Quay zijn de eilanden Little en Great Saltee de moeite waard, zeker als er net een vogel kolonie is neergestreken op Great Saltee. Je kan er voor anker gaan, maar ook met een bootje vanuit Kilmore Quay naar toe. Ook Dublin vonden wij leuk. Op aanraden van Ierse zeilers zijn wij in Howth gaan liggen waar een prima jachthaven is en waar je ook leuk kan wandelen.Je kan dan eenvoudig met de trein (half uurtje) naar het centrum van Dublin.

Isle of Man is een mooi eiland, maar ook wel toeristisch. Er is veel te doen, in Peel lig je prima, maar niet goedkoop. Wij betaalde voor 12 meter ruim Euro 50 per nacht. Er is prima busvervoer en je kan met een buskaart (1 of 3 dagen) over het hele eiland en oo in alle trammetjes (elektrische tram, stoomtram, paardentram etc.) Voor kinderen zijn de trammetjes erg leuk, maar ook de verschillende plaatsjes op het eiland zijn leuk om te bezoeken.

Schotland vonden wij prachtig. Het Crinan Canal is leuk om doorheen te varen. Je hoeft tegenwoordig niet meer zelf de sluisjes te bedienen maar een helpende hand wordt nog wel op prijs gesteld bij de met de hand bediende sluizen. Wel handig om aan het begin van het Crinan Canal voldoende inkopen te doen want verderop zijn er geen winkels langs het kanaal. Als je zowel door het Crinan als door het Caledonisch kanaal vaart krijg je korting bij het Caledonisch Canal als je je toegangskaart van het Crinan Canal bewaart. Als je uit het Crinan Canal komt moet je goed letten op de stroom want die is hier behoorlijk sterk en zorg dat je een goede pilot hebt van het gebied en bereid de tocht goed voor want er liggen een aantal rotsen die je moet vermijden. Als je zorgt dat je stroom mee hebt schiet het lekker op en spoel je zo door de Dorus Mor en door de Sound of Luing. Wel oppassen dat je niet de Corryvreckan ingezogen wordt. Een prachtige ankerplek is Phuilladobrein (wat poel van de otters betekent, die er overigens niet meer te vinden zijn). Ook hier moet je wel oppassen met de invaart en zorgen dat je een goede kaart en pilot hebt. Vanaf de ankerplek in Phuilladobrein kan je in een kwartiertje naar de pub Tigh and Truish wandelen die naast de Bridge over the Atlantic ligt.

Mull met zijn prachtige kastelen, ongerepte natuur en zijn single lane roads is prachtig. In Tobermory is een haventje waar je prima maar niet goedkoop (Euro 43 per nacht voor 12 meter) ligt, maar je kan er prima ook ankeren. Hier kan je makkelijk een auto huren bij Mackays Garage vlak bij de jachthaven waarmee je het eiland, de natuur en de kastelen kan bekijken. Het 19e eeuws Caledonisch kanaal is prachtig, en het is indrukwekkend dat je met minder dan 33 meter stijgen dwars door Schotland kan varen langs de hoogste berg van het United Kingdom, de Ben Nevis van 1344 meter hoog. Het kanaal is ruim 100 km lang waarvan 70 km over meren gaat, waaronder Loch Ness, wat natuurlijk tot de verbeelding spreekt van de kinderen.

Langs de oostkust van Schotland moet je goed opletten op de diepte in de havens. Veel haventjes zijn zeker met springtij bij laagwater minder dan twee meter diep. Wij waren er met springtij en steken ongeveer 1,90 meter diep. Wij hebben gelegen in Lossiemouth en White Hills en zakten daar bij beide in de modder weg. De haventjes zijn wel leuk, maar niet om langer dan 1 nacht te blijven. Prijs hier was ca. Euro 25-30. Zeker bij spingtij moet je goed opletten wanneer je de havens binnen kan lopen. Wij konden 2 uur rond hoogwater de havens in. Peaterhead is weinig aan, maar wel een haven die diep genoeg is. Daarna zijn we nog geweest in Berwick upon Tweet, wat meer een industriële haven is, maar hiervandaan kan je wel gemakkelijk met de trein naar Edinburgh. Je ligt in Tweed Docks met lange lijnen aan een kade, maar er komen niet veel vrachtschepen (wij hebben er geen gezien). De aanloop goed voobereiden met pilot en kaart en goed opletten op de landmarks als je de rivier opvaart naar Tweed Docks, want er zitten verraderlijke zandbanken. Ook hier konden we alleen rondom hoogwater naar binnen, en de haven is ook niet overal even diep. Wij lagen aan de oostzijde van Tweed Docks. De haven is niet duur (Euro 15 voor 12 meter)

Vlak bij Berwick upon Tweed ligt Holy Island dat alleen met laagwater is verbonden met het vaste land. Hier kan je echt prachtig ankeren in een soort waddengebied. Ook hier kan je met onze diepte alleen rondom hoog water naar binnen varen. Wij hebben hier twee ankers uit gebracht vanaf de voorpunt omdat je hier op getijdenstroom ligt, en we zo wisselend op één van de twee ankers lagen zonder dat het anker bij een getijdenwissel werd “omgetrokken”. Holy Island is mooi, er is een oud kasteel, en ruïnes van de oude kerk “The Parish Church of St.Mary the Virgin”. Als het hoogwater is zijn er nauwelijks toeristen en is het rustig. Zodra het water zakt en de weg begaanbaar wordt komen er dagjesmensen en wordt het drukker.

Na Holy Island zijn wij doorgevaren naar Whitby wat ook een erg leuk, maar ook toeristisch stadje is met uitstekende Fish & Chips, en waar ook veel te doen is, o.a.een stoomtreintje waar ook een deel van een Harry Potter film is opgenomen. Bij binnenkomst opletten op zandbanken, en je moet wachten op de draaibrug die alleen rondom hoogwater open gaat. De haven is niet heel goed koop (Euro 36 voor 12 meter).

White Witch in de Zilt

In het laatste Zilt magazine staat een stukje over White Witch in Schotland op een prachtig ankerplekje. Je kan het artikel groter maken door op de “vier pijltjes knop” midden onder te drukken. Ondertussen gaat het goed met de White Witch, ze staat nu in Lelystad op de kant uit te rusten en ze krijgt een nieuw fornuis (het oude was echt versleten), de rolfok installatie wordt gerepareerd, ze heeft al een mooie nieuwe gashandel (die er niet meer zoals in Antigua zomaar af kan vallen), het roer dat in Mindelo beschadigd was is ook netjes gerepareerd en de gaten in de romp van de aardplaat die er op Sint maarten vanaf was gevallen zijn ook weer netjes dicht gemaakt, kortom volgend voorjaar ligt ze er weer keurig bij.

Zie Zilt 113, pagina 130: