US Virgin Islands


Tarpoenen lusten frietjes
We varen dinsdag 7 april tegen de avond weg van Saba en zetten koers naar St. Croix. Het voelt toch weer vreemd om een donkere nacht in te varen. Maar wel een goede oefening, want 25 april nadert alweer snel. Rond die datum willen we de terugreis beginnen via Bermuda en Azoren naar Europa. Geestelijk zijn we alweer druk in voorbereiding voor die overtochten en terugreis (met wachtlopen in de nacht). Maar in de tussentijd hebben we toch nog 2 volle weken om van de Maagden Eilanden te genieten.
Een deel van de Maagden Eilanden is Amerikaans en een deel is/was Engels. Wij hebben van te voren in Nederland visa voor Amerika gehaald en het is toch leuk dat we die nu dan ook echt gaan gebruiken. Wij gaan eerst twee Amerikaanse Maagden Eilanden bekijken, St. Croix en St John. St. Croix ligt het meest zuidelijk en daarna gaan we door naar St. John en de Britse Maagden Eilanden. Hopelijk zien we daar ook nog de Volonté voor zij de terugtocht aanvangen.

St. Croix is een langgerekt eiland. Het is tegenwoordig Amerikaans, maar was tot 1917 Deens, toen het samen met de andere Amerikaanse Maagden Eilanden voor 25 miljoen dollar aan de Verenigde Staten werd verkocht. Omdat de eilanden eerder ook Brits zijn geweest rijden ze hier links. We varen een heel stuk langs het eiland naar het in het noorden gelegen Christiansted. Goed opletten, want we moeten precies tussen alle koraalriffen door varen. Prettig dat we dat in het licht kunnen doen. De geul is keurig met boeien aangegeven en de kaart op de plotter blijkt weer keurig te kloppen. Bij de haven gooien we het anker uit. Als we zeker zijn dat het anker goed ligt gaan we met zijn allen met de dinghy inklaren bij de douane.
De douane mevrouw kijkt eerst of we wel een visum hebben en is “so glad that you have visa” wat ze wel vier keer herhaalt. Kennelijk komen er veel toeristen zonder visa bij de douane aan, dat wordt dan bestraft met een boete van US $500 per persoon, die de douane beambte dan mag innen. Maar wij staan met 10 minuten en ondervraging van Roelof en mij gewoon weer buiten. Dat is ook weer geregeld.

Chritiansted is een leuke plaats. Er zijn veel historische gebouwen die zijn behouden en die ook zijn gerenoveerd. Gezellig gekleurde huizen met veranda’s en relatief veel laagbouw. Aan de andere kant zijn er ook veel leegstaande huizen (for sale of to rent) en zijn er huizen die door overkomende orkanen verwoest lijken en als niet opgeruimde ruïnes in de stad staan. Later hoor ik dat 3 jaar geleden bij Christiansted de olie industrie die voor veel werkgelegenheid zorgde is gestopt. Sindsdien worstelen de bewoners kennelijk, en als je buiten het echte centrum komt ziet het er dan ook een beetje vervallen en verpauperd uit.
We eten wat in een restaurant. En daar merk je echt de Amerikaanse invloed. Ze halen je glas al bijna weg als het nog niet eens leeg is en je moet behoorlijk duidelijk zijn als je dus niet nog een glas drinken wenst “Refill?”. Ik zit dus met een tweede drankje waar ik eigenlijk helemaal geen zin in had, gelukkig drinkt Roelof het op. Het eten is overvloedig en ik ben verbaasd over de enorme hoeveelheid geraspte kaas die over mijn crunchy pita ligt. Het is bijna een heel zakje. Maar de Tarpoenen aan de waterkant weten dit Amerikaanse karakter wel te waarderen. Al het eten dat over blijft op de borden wordt aan deze grote meters lange vissen gevoerd. Met hun grote bek happen ze de frietjes uit het water. Wel geinig, maar ook een beetje gek al die Tarpoenen hier bij het restaurant.

Ik ben gelukkig geen frietje!
Donderdag 9 april staat in het teken van reparaties. Ons schip kan aan de steiger liggen in de haven van Chritiansted en ze hebben tijd om een mechanicus naar de motor te laten kijken en hebben ook ideeën om ons met de mast te helpen om het rubber tussen de mast en het dek vast te zetten. John, die de reparaties regelt komt helpen met de mast en even later komt ook iemand voor de motor. Het verloopt best vlot. En de warmte wisselaar van de motor is deels dichtgeslibd en wordt schoongemaakt. Als we de motor daarna proefdraaien komt er geen druppel meer uit. Het rubber bij de mast wordt vast gezet met twee hele grote slangenklemmen.
Als we toch in de haven liggen (voor het eerst sinds januari) wil ik de boot ook meteen spoelen met zoet water en daarna de vlieg roest weghalen. Ik ga ermee aan de slag, maar het water uit de kraan is bruin en roestig. De boot wordt er niet echt schoner van en de watertanks durf ik er al helemaal niet mee te vullen. Dat doen we wel weer met onze eigen watermaker. Terwijl ik lekker bezig ben trek ik per ongeluk mijn schoen van de steiger af met de slang. Ik ga ervan uit dat mijn verdwenen schoen dus op de bodem ligt tussen onze boot en de steiger. Ik moet even moed verzamelen om het water in te springen en mijn slipper op te duiken, onder steigers door zwemmen is niet mijn favoriete bezigheid. Ik probeer Roelof nog zo ver te krijgen maar die vindt dat ik met mijn duikbrevet dit ook best zelf moet kunnen. Uiteindelijk zak ik via het zwem trapje in het water. Het is heel helder maar hoe ik ook zoek, ik zie mijn schoen niet. Wat ik wel zien zijn twee grote Tarpoenen die op mij af komen. Ik ben dan wel geen frietje, maar wie weet lusten ze mij ook rauw!!! Binnen drie seconden sta ik dus weer op de boot, zonder schoen en ik durf er ook niet meer in.

Wouter zegt dan doodleuk “Maar, ik heb daarnet wel een schoen zien wegdrijven! Maar dat is al een hele tijd terug.”
Ik denk nee….., het is niet waar, zou mijn Teva dan drijven? En warempel aan de overkant zie ik nog net bij de steiger iets in het water drijven. Met de pikhaak ren ik er op af en gelukkig kan ik ik hem er nog uit vissen. Alhoewel hij al meermalen tijdens deze reis is gerepareerd en hij inmiddels met draadjes aan elkaar hangt, voldoet hij nog uitstekend en ben ik blij dat ik hem weer terug heb.


Een Macro zak chips!!
Vrijdag huren we een auto bij Budget. We moeten heel veel handtekeningen zetten dat we de auto zonder zand terugbrengen, dat we niet met natte kleren in de auto zullen zitten, dat we zelf de verzekering regelen etc. etc. etc. De verhuurder is ook nog erg vervelend maar de auto is verder prima. We proberen vandaag zoveel mogelijk van het eiland te zien, en het is so wie so al leuk om rond te toeren en even geen water te zien… Eerst gaan we toch even kijken bij Salt River baai, een inham met een rivier, waar heel veel bootjes verscholen liggen tussen de mangrove en het groen tegen hurricanes. Op deze plek zou Columbus op zijn tweede reis op St. Croix aan land te zijn gekomen. Daarna pakken we een binnenweg door het tropische regenwoud. Dat is een mooie route, maar helaas gaat deze over in een 4 wheel drive track, en dat ziet er toch net iets te stoer uit voor de nog zo mooie bolide zonder lakschade. Dus nemen we een andere route naar de andere kant van St. Croix naar het plaatsje Frederiksted. Het is een leuk dorpje. De verlaten rechte wegen met huizen met hier en daar een veranda doen Amerikaans en zelfs een beetje western-achtig aan.

Hierna gaan we naar het Whim museum. Dit is een oude suikerriet plantage waar het oude landhuis volledig is gerestaureerd. Van de voormalige slavenwoningen in de tuin zijn helaas alleen ruïnes over. De plantage is een groot terrein en met overblijfselen van de windmolen en de machines om het suikerriet uit te persen kan je je toch wel een voorstelling maken hoe het er hier in het verleden uit heeft gezien.

Als we naar de St. George Village Botanical Garden gaan is het is al 4 uur in de middag en wij zijn ook de laatste en enige gasten op dat moment. We krijgen een route hoe we door de tuinen kunnen lopen en lopen er in een uur net voor sluitingstijd doorheen. De tuin is verrassend mooi. Er zijn veel orchideeën, een cactus gedeelte en er staan in de tuin ook nog ruïnes van een oude plantage. De tuin raakt een stukje tropisch oerwoud en ook daarvan zit een gedeelte in de route. Heel gevarieerd op die manier. Maar Wouter vind het klinkklare onzin dat we nu alweer door een tuin lopen. We hebben op Martinique, samen met de Pacific toch al een Botanische tuin gezien? Waarom dan nu ook deze weer?? Tja, we hebben de voetbal niet meegenomen, anders had Wouter lekker in de tuin kunnen voetballen.

Op de terugweg gaan we naar een enorme supermarkt. Het lijkt wel een soort Macro, met mega voorraden. Daar kunnen we weer even onze vers voorraad zuivel, vlees, groente en fruit aanvullen. Maar we kijken onze ogen uit naar de Amerikaanse mega verpakkingen van alles wat hier wordt aangeboden. De mega zak chips hadden we bijna gekocht, om te kijken hoe groot Wouter zijn ogen zouden zijn als hij deze kreeg, toch maar niet gedaan…

Snorkelparadijs
Zaterdag 11 april gaan we naar Buck Island. Dit is een prachtig klein onbewoond eiland ten noorden van St. Croix. Het schijnt een snorkel paradijsje te zijn, waar de bewoners zelf in het weekend graag verblijven. Kortom het lijkt ons heerlijk daar ook nog een nachtje te liggen. We leveren de auto weer in en gaan vervolgens in Christiansted op zoek naar iemand die ons een vergunning kan leveren om met onze eigen boot naar Buck National Parc te gaan. Alhoewel dit normaal een kleine week schijnt te duren lukt het toch in een half uurtje en nadat alles keurig wordt geregistreerd en gestempeld door de politie mogen we erheen.
Het is maar een piepklein stukje, maar we hebben tegenwind. We laveren tussen de riffen door en komen na een uurtje zeilen aan bij Buck Island. We ankeren bij het strandje aan de westzijde, lekker in de luwte. Er liggen nog best aardig wat andere boten van een soort “Valkje” tot super de luxe Motorjachten. Wij willen de fantastische snorkelplek bekijken en varen een half uur tegen de wind in met onze kleine dinghy en 2 PK motortje naar de lagoon. De lagoon ligt binnen het rif langs de zuidkant van het eiland. Het is 2-3 meter diep en een 50 meter brede strook langs het eiland. Uiteraard vaart Roelof weer niet via de boeien de lagoon in, maar steekt af tussen het rif door. Kortom dat is weer zweten als je iedere keer bij een golf weer een stuk koraal boven water ziet opduiken. Gelukkig laten we het koraal ongeschonden en wordt de dinghy niet lek geprikt.
In de lagoon zijn enkele moorings, waar we onze dinghy aanmeren. En dan snel het water in. Het is helder en omdat het ondiep is zie je de kleuren onder water heel mooi. Er staan knalgele hertengeweien, grote paarse bladeren die met de golven heen en weer wiegen (ziet er uit alsof je een blad laat drogen en alleen de nerven overhoud, maar dan in het groot en helemaal paars) en het hersenkoraal is er ook te vinden. Veel tropische vissen zien we. Wat vooral indruk maakt zijn de grote grijze vissen die boven een rots hangen. Ze zijn zeker 1,5 meter en houden hun bek wagenwijd open. Zodanig dat ik in ieder geval gepaste afstand houd. Geen idee wat het voor soort vis was. Roelof dacht een Tarpoen, maar ik weet het niet zeker. Een Barracuda was het ook niet alhoewel het model er wel op leek. Maar die gapende open bek met tanden vond ik er wel heftig uitzien.
Tegen de avond waren alle andere bootjes vertrokken en hadden we het paradijs voor onszelf. Heerlijk om daar te liggen met weer een prachtige sterrenlucht boven ons.

Alles doet het weer!
Zondag zeilen we van Buck naar St. John. St. John ligt 32 NM noordelijker, maar aan de horizon kunnen we het nog niet zien. Het is een heerlijke zeiltocht, met een lekker gevoel dat de motor, de mast en zelfs de stuurautomaat en het elektronisch kompas het allemaal weer goed doen.
In de vroege middag komen we aan de zuidkant van St John aan en varen een Little Lamshur Bay in. Het grootste deel van St. John is een National Park. Het is prachtig groen, met glooiende hellingen, veel mooie stranden en nauwelijks bebouwing. Om te voorkomen dat alle jachten die hier komen het koraal beschadigen met hun ankers en ankerketting die over de grond slepen hebben ze overal moorings geplaatst. Ideaal en prettig en de kosten zijn met 15 dollar per nacht ook nog te overzien.
De baai heeft een strandje en we zwemmen ook nog wat rond. Roelof en Wouter zien een pijlstaartrog en Myrthe een octopus. Aan land staat nog een ruïne. Roelof en ik gaan even kijken, mede om te betalen voor de mooring. Maar dat betalen lukt niet, er is geen ranger te bekennen en ook geen plek om te betalen. ’s Nachts hebben we weer een prachtige relaxte nacht met de baai helemaal voor ons alleen.

Volonté in zicht!
De volgende morgen varen we tegen de klok in om St John heen. Eerst vanuit Little Lameshur Baai aan de zuidkust van St John, naar “Huricane Hole” en daarna door naar “Leister Point” in het Noorden. Zodra we noordelijk van St. John varen met ook de Britse Maagdeneilanden om ons heen lijkt het wel of we in een soort binnenzee zeilen. De swell is er niet meer (alleen wind), het is 25 meter diep in plaats van duizend en overal om je heen glooiende bergen. Het is leuk om te zien hoe dicht alle maagdeneilanden bij elkaar liggen en leuk om overal langs en tussendoor te zeilen. Hier zie je ook veel andere zeilboten.
En dan zien we ineens de Volonté aan de overkant bij het Britse Maagden Eiland op nog geen 2 mijl van ons vandaan (we zien ze op de plotter en daarna ook met het blote oog). Maar wij mogen niet zomaar de grens over steken (eerst uit- en dan weer in-klaren) en bovendien is het al tegen vijven en wordt het snel donker dus we houden het op marifoon contact en kijken hoe we elkaar ergens de komende dagen kunnen treffen.

Even later vinden we in Waterlemon of Leinster Point nog net de laatste mooring vrij. Achter ons komt een zeilboot op de motor die hard vaart en ook zijn oog heeft laten vallen op deze laatste mooring. Als we nu eerst de zeilen laten zakken zijn we de mooring kwijt, dus we zeilen tot onder de mooring maken een opstekertje en met behulp van de motor halen we de vaart uit het schip. De andere zeilboot heeft pech en gaat op zoek naar een andere mooring plek… Als we liggen en de zeilen naar beneden hebben gehaald gaan we met de dinghy naar de kant om de ruïnes van Annaberg Sugar Mill (oude suikerriet plantage met windmolen) te bekijken. Ik meende dat er ook restaurantjes waren met internet en had alle i-pads meegenomen voor een echt gezellig Crevecoeur familie uurtje met elektronica. Had ik dat nu maar niet gedaan. Toen we met de dinghy terug voeren stond er toch nog behoorlijk wat golfslag op het stenen strandje en hopla daar had je het al, twee golven vol over me heen. Gelukkig kan zelfs mijn rugzak wel wat hebben, want op de boot blijkt alles gelukkig nog droog te zijn.
Om te betalen liggen hier een soort houten vlotjes met een vlag erboven. Daar kan je foldertjes in vinden en een formuliertje invullen en een enveloppe achter laten met het geld. Grappig hoe dat is geregeld.

Een gewone schooldag!
di 14 april is een schooldag zoals Wouter voortaan elke dag wel wil. Een lekker ontbijt met chocolade vlokken (Jumbo uit Sint Maarten), dan een lesje rekenen, dan even zwemmen en lekker snorkelen met een rog en grappige slangetjes in het zand. Als pappa en mamma de boot naar een volgend baaitje (Trunk Bay) zeilen doe je weer een volgend les spelling. Dan weer met zijn allen snorkelen langs een prachtige koraalrif om het eilandje vlak bij de kust. Het koraal zit nog geen meter onder water en alle kleuren zijn prachtig zichtbaar op die diepte. We maken er een Biologie les van door de kinderen uit te leggen hoeveel tijd het koraal nodig heeft om te groeien en waarom het zo gevoelig is voor veranderingen in temperatuur of vervuiling van het water, enzovoort. Gelukkig zijn de kids altijd super voorzichtig en raken niets aan. Dan krijgt iedereen een lekkere lunch met noodles en een gebakken eitje. En dan zeilen paps en mams weer een stukje verder naar het plaatsje Cruz Bay. Daar klaren we onszelf en ons schip weer uit. Binnen 24 uur moeten we de Amerikaanse Virgin eilanden nu verlaten. Maar in Cruz Bay proberen we eerst nog even te ankeren en boodschappen te doen. We zijn best handig in ankeren geworden, maar ondanks die ervaring lopen we eerst aan de grond en daarna leggen we ons schip voor anker midden tussen andere boten, waar het eigenlijk niet past. Maar het past verder nergens, het is hier druk, dus het moet maar even. Met de kids doe ik snel boodschappen en haal lekkere verse melk en per ongeluk een Chinese kool van 12 dollar. Ik had niet gezien dat de prijs niet per stuk was maar per gewicht. Oeps. En dan gauw weg uit deze hectiek en chaos van Cruz Bay! We varen een stukje terug en pakken een mooring op in Caneel bay. Wouter klaagt dat hij niet kan werken als ik zeil en niet kom helpen. Maar na het zeilen heb ik alle tijd en doen we een lesje taal. Gut wat een makkelijke schooldag was dat. Verspreid over de hele dag, zonder problemen en morren. Zo wil ik ze ook wel vaker. En dan gaan we die Chinese kool eens proeven. Met kokossaus en kip en knoflook smaakt die heerlijk. Ik heb nog een halve over voor een volgende maaltijd.

Nederlandse Paradijsjes


Op zijn Frans
Nadat we dinsdag ochtend 31 maart vroeg ons anker in Baie de Grand Case hebben laten vallen zijn we weer terug in “Europa”. Het Franse deel St. Martin is echt Frans, meer Frans dan Sint Maarten Nederlands aan doet. Ze betalen hier met de Euro, op Sint Maarten met de US$, ze spreken hier Frans, op Sint Maarten Engels, etc. Wat dan wel weer Nederlands is, is dat je overal voor moet betalen, voor de brug, om te ankeren etc. Op St. Martin daarentegen kost inklaren zes euro en verder hoef je niets te betalen, bovendien kan je in Grand Case heerlijk eten en hebben ze hier lekker stokbrood en croissants. Als we de boot klaar hebben (huikjes over de zeilen, dinghy in het water, wifi antenne buiten hangen etc.) en goed gokken met het wachtwoord voor het wifi netwerk van het restaurantje voor ons (“guest”) kunnen we ook weer even onze mail bekijken en skypen met het thuisfront. Op Barbuda was er nauwelijks mogelijkheid om te mailen of te skypen.

’s Middags gaan we met een busje naar Marigot, de hoofdplaats van het Franse St. Martin. We klaren in, wat weer heel makkelijk op zijn Frans gaat, even wat gegevens op een computer intypen, stempeltje halen en klaar. We kunnen ons nu over heel Sint Maarten/St. Martin bewegen. Grenscontroles doen ze hier niet aan, alleen als we met ons schip naar het Nederlandse deel gaan, moeten we op St. Martin uitklaren en dan weer op Sint Maarten inklaren. Dat doen we dus maar niet…

Mast maakt raar geluid
Als we even later wat drinken in de haven aan de lagoon krijgen we een app-je van de Volonté dat zij hier ook nog liggen. Zij zouden vandaag naar St. Barth vertrekken maar dat is een dagje uitgesteld. Zij liggen aan de Nederlandse kant in de lagoon (een soort zout binnenmeer met een doorgang naar zee aan zowel de Franse als de Nederlandse kant) en komen later in de middag met hun dinghy ook nog richting Marigot. Dat is natuurlijk erg leuk! Myrthe en Wouter zijn helemaal hotel de botel en vragen om de vijf minuten waar Jesper en Thomas nu blijven. Aangezien we vannacht niet al te veel geslapen hebben tijdens de overtocht doen we rustig aan. Vannacht maakte de mast een raar geluid en de beugel waarmee de mast aan het dek vast zit was weer losgedraaid. Die hebben we maar weer vastgezet, maar het viel ons op dat de mast toch veel bleef bewegen ten opzichte van het dek. Gelukkig zit er op Sint Maarten een tuiger, dus daar moeten we ook nog even langs om advies te vragen.

Als we even later boodschappen doen in de supermarkt komen we zowaar Denise en Thomas van de Volonté tegen in de supermarkt. Eric is met Jesper in de dinghy nog op zoek naar onze boot. Dat zal niet meevallen want die ligt in een baai tien mijl verderop. Samen met Thomas loop ik naar de steiger en daar zijn Eric en Jesper ook al. Wat ontzettend leuk om ze weer te zien. De laatste keer dat we de Volonté zagen was in december in Mindelo. We gaan samen nog wat in de haven drinken en wisselen onze ervaringen en plannen uit. De kans is groot dat we elkaar ook nog wel op de Azoren en eventueel op de BVI’s tegenkomen, want zij gaan maar iets eerder aan de oversteek beginnen. Als het donker wordt gaan Denise, Eric, Thomas en Jesper snel naar de Volonté. In het donker is het gevaarlijk zonder licht te varen, er varen veel snelle speedboten.

Helaas begint het vlak nadat we afscheid hebben genomen te plenzen, en wij schuilen nog even voordat we weer een busje terug naar Grand Case nemen. We vrezen dat de Volonté-ers wel behoorlijk nat geworden zijn… Als we terug zijn in Grand Case gaan we lekker eten bij een BBQ restaurant. Je zit lekker buiten en krijgen veel en goed eten, komt goed uit want we hebben veel trek!

Magische bestemming
Woensdag brengt Wouter mij naar de kant. Ik ga een auto huren op het vliegveld. Nadat ik de verhuurder gebeld heb wordt ik keurig opgehaald en een half uurtje later ben ik met auto en al weer terug. Myrthe en Wouter zijn al goed opgeschoten met school en komen met Aranka met de dinghy naar de kant. We hebben een hoop tips gekregen wat we kunnen bekijken op St. Maarten en rijden eerst naar het Nederlandse deel, maar niet voordat we een paar stokbroden en wat lekkere Franse kaas hebben gehaald. Dat hebben ze op het Nederlandse St. Maarten natuurlijk niet… Even later rijden we over de Frans Nederlandse grens. Leuke vraag voor Triviant, grenst Nederland aan Frankrijk…, ja dus! We gaan naar Orient Beach, mooi, maar ook heel druk, dan zijn wij toch meer van de Barbuda beaches… Daarna rijden we door richting Philipsburg. We hebben Wouter en Myrthe een mini i-PAD beloofd voor de reis en hun verjaardag, maar ook verteld dat ze die pas in St. Maarten zouden krijgen waar je geen belasting betaalt. Scheelt toch weer twintig procent. Helaas is de Euro de afgelopen maanden ook zo’n dertig procent minder waard geworden, dus we hadden ze achteraf waarschijnlijk net zo goed in Suriname kunnen kopen, maar dat vertellen we Myrthe en Wouter maar niet. Anyway, sinds hun verjaardag is St. Maarten een soort magische bestemming geworden en sinds we hier zijn wordt ongeveer elk half uur gevraagd wanneer we nu naar de computer winkel gaan. Nu is het dus eindelijk zo ver! De kids zijn in een jubelstemming. Als er wordt geklierd hoef ik het woord iPAD niet eens te zeggen en ze zijn al weer muisstil. We vergelijken de prijzen in vier of vijf verschillende winkels, worden tureluurs van iPAD mini twee, drie en vier, maar vinden uiteindelijk een winkel die toch net wat goedkoper is dan de andere winkels en kopen ze dan maar. Nu komt het moeilijkste, want ze doen het nog niet, ze moeten eerst aan het Internet en dat hebben we nu even niet. We kijken nog wat rond in Philipsburg waar maar liefst drie cruiseschepen tegelijkertijd liggen afgemeerd. Dat is dan wel weer goed aangepakt, nergens in de Carib hebben we meer dan één cruiseschip gezien en hier liggen er drie…

Spektakel
We rijden ook door naar Maho bay waar de vliegtuigen die gaan landen vlak overheen vliegen. Als we aankomen is het erg druk. Als we de auto parkeren snappen we waarom, er kwam net een enorm vliegtuig van Air France aan. Die hebben we helaas net gemist. De vliegtuigen landen vanuit zee over het strand op de landingsbaan. Opstijgen gaat in dezelfde richting, dus vanaf het strand richting de bergen. Even later zien we een groot vliegtuig naar de andere kant van de landingsbaan taxiën en we blijven nog even kijken wat ie daar nou gaat doen. Nou dat is duidelijk want even later draait ie om en komt met een enorm geraas en met een paar honderd kilometer per uur onze kant op gestoven. Dat is toch wel angstaanjagend, zo’n enorm gevaarte wat op je af racet. Pas aan het einde van de landingsbaan komt ie los en voor ons gevoel kunnen we hem bijna aanraken. Aranka en ik duiken allebei inéén als het gevaarte over ons heen raast. Wouter heeft als eerste alles weer op een rij. Boos roept hij “Wat een waardeloze piloot, zo laag over mensen heen vliegen, dat doe je toch niet!” Waarschijnlijk was dit vliegtuig te groot om de andere kant op op te stijgen omdat daar ook nog wat bergen liggen waar je dan over of langs moet. In ieder geval hebben wij ook weer onze portie spektakel gehad!

Als we terug naar de boot rijden, gaan we nog langs bij de tuiger FKG. We krijgen prima advies, we leren dat de beugels die het dek aan de mast verbinden ervoor zijn om de krachten van de vallen, uit de mast die naar de kuip worden geleid, op het dek op te vangen. Nu stoppen onze vallen vrijwel allemaal op de mast, dus heel essentieel zijn die beugels op ons schip nou ook weer niet. Als ik ook een filmpje laat zien van de mast die beweegt vertelt de tuiger dat er rubbers tussen de mast en het dek moeten zitten. Die zullen bij ons dus wel verdwenen zijn waardoor de mast zover heen en weer kan bewegen. Dit zal er dan ook voor gezorgd hebben dat de beugels tussen mast en dek los zijn gegaan. We moeten op de boot eerst maar eens zelf kijken hoe het zit. Indien nodig moeten we de boot de lagoon invaren naar de tuiger. ’s Avonds zijn we moe en eten een hapje op de boot. Het lukt om de iPAD’s van Myrthe een Wouter aan de praat te krijgen via de laptop die nog steeds toegang tot het internet heeft via het restaurantje waar we voor liggen. Nu moeten er nog apps op, nou dat wordt dan weer iets voor morgen.

Inkopen voor acht weken
Donderdag kijk ik eerst samen met Aranka naar de mast. Het rubber dat de mast ten opzichte van het dek moet fixeren is inderdaad helemaal losgeraakt en wil ook niet zomaar terug waar het hoort. Door de babystag wat losser te zetten en de groot schoot wat losser te zetten komt de mast wat naar achteren en nu lukt het om het rubber met een hamer weer op zijn plaats te slaan. Nu maar hopen dat het niet opnieuw los gaat, we zullen er in Nederland nog eens goed naar laten kijken maar het lijkt dat we voor nu het probleem goed opgelost hebben. Daarna gaan we naar de kant, brengen de was naar een wasserette en rijden  de Pic Paradis op. Het laatste stuk moeten we lopen om bij een mooi uitzichtpunt boven op de berg te komen. ’s Middags gaan we naar een Internet Café zodat Myrthe en Wouter apps op hun iPAD’s kunnen zetten. We hebben er een family account van gemaakt waardoor ik steeds toestemming moet geven als zij een app willen installeren. Enerzijds wel handig maar bij de twintigste app vind ik het wel mooi geweest. Bovendien moeten we weer terug om de was op te halen. We brengen de was eerst terug naar de boot om deze uit te hangen. Daarna gaan we boodschappen doen, en niet zo maar boodschappen… We slaan de voorraden in voor de oversteek terug naar Europa. Hier kan je veel krijgen en bovendien zijn de prijzen redelijk. Op de BVI’s en Bermuda is alles veel duurder dus alles wat houdbaar is kopen we voor acht weken in. Dit levert een paar uur later twee tot de nok toe afgeladen winkelwagens vol met boodschappen op. Het is nog een hele uitdaging om alles eerst in ons piepkleine huur autootje te proppen, het daarna met de dinghy naar de boot te brengen en het dan weg te stouwen. Dat laatste laten we voor morgen, we gaan eerst nog een hapje eten. Het is inmiddels tegen negenen en bij de meeste restaurantjes is de keuken al dicht. Gelukkig vinden we nog een restaurantje waar we lekker kunnen eten. We komen pas na elven terug op de boot. Vrijdag klaar ik eerst nog uit, daarna lever ik de auto weer in en de rest van de dag doen we rustig aan.

Koelvloeistof onder de vloer
We halen zaterdag 4 april om half acht ons anker op in Grand Case en vertrekken naar St. Eustatius. We kiezen ervoor om langs de oostzijde van St. Maarten te varen zodat we iets ruimere wind hebben richting St. Eustatius. We hebben een lekkere zeiltocht van ongeveer veertig mijl met 10-15 knopen wind. Halverwege check ik het rubber dat  de mast ten opzichte van het deck fixeert. Helaas is dit toch weer losgekomen, daar moet dus een betere oplossing voor komen. Het lukt wel om onderweg, zo goed en kwaad als het gaat, het rubber weer tijdelijk vast te zetten met een hamer. Aangekomen in St. Eustatius ontdekt Aranka ook nog dat er koelvloeistof onder de vloer in de bilge ligt. Als we in de bak onder de motor kijken zit daar zeker 3 liter koelvloeistof in. Als we het niveau van de koelvloeistof checken is dit nog helemaal vol. Het blijkt dat het oude probleem dat we eerder ook hadden weer terug is waarbij koelwater in het interne koelsysteem loopt waardoor dit vervolgens overloopt. Dat is erg vervelend, want zo kunnen we de motor niet goed gebruiken. We moeten kijken waar we dit laten repareren, op de Maagden eilanden of terugvaren naar St. Maarten waar meer voorzieningen zijn. We kiezen er voor om onze tocht gewoon voort te zetten, en hopen dat we de problemen van de mast en de motor op de Maagden eilanden kunnen oplossen. Wordt vervolgd.

Werd het eiland in 1776 noodlottig
Als we komen aanvaren bij St. Eustatius vallen ons de grote hoeveelheid olietanks op het eiland op. Wel zijn ze heel netjes “uit het zicht” gebouwd zodat je ze vanuit Oranjestad niet ziet liggen. Ook liggen er verschillende olietankers die aan het lossen of laden zijn via een landsteiger die de zee in is gebouwd en via een grote meerboei die een paar mijl uit de kust ligt. We kunnen ons niet voorstellen dat al deze olie voor St. Eustatius zelf bedoeld is, blijkbaar wordt hier ook veel in olie gehandeld. We meren af aan een mooring, en varen even later met de dinghy naar de haven. Daar kunnen we bij de Nederlandse Marechaussee in een tot kantoor omgebouwde zeecontainer inklaren. Het valt al meteen op dat hier Nederlandse politie auto’s rondrijden. De spreektaal is Engels, maar de meeste mensen spreken ook Nederlands wat Myrthe en Wouter leuk vinden. Als we in- en ook direct weer uitgeklaard zijn, lopen we naar Oranjestad. Oranjestad ligt deels beneden bij het strand waar ook veel ruïnes vanuit het verleden te zien zijn.

St. Eustatius was een vrij handels eiland waar in de gouden eeuw veel handel werd gedreven in zilver, goud, wapens, suiker, tabak, katoen, maar ook in slaven. Doordat St. Eustatius neutraal was in alle oorlogen konden ook landen die met elkaar in oorlog waren hier via St. Eustatius met elkaar handelen. Zo werd er in een jaar wel 10 duizend ton suikerriet geëxporteerd terwijl er maar 300 ton op St. Eustatius was geproduceerd. Van de oude kade waar de boten aan afmeerden is niets meer over maar je ziet nog heel veel overblijfselen uit die tijd. Het moet een drukke bedoening zijn geweest met vaak meer dan honderd schepen die hier voor anker lagen en goederen die naar de wal werden gebracht. St. Eustatius werd in die tijd ook wel de Gouden Rots genoemd. Tegenwoordig wonen er nog geen drieduizend mensen op St. Eustatius.
Het neutrale karakter van St. Eustatius werd het eiland ook noodlottig. In 1776 beantwoordde het als eerste land de saluut schoten van de Andrew Doria, onder commando van de US Navy. De Engelsen die toen met het rebellerende Amerika in oorlog waren, zagen onder andere hierin aanleiding voor een oorlog tussen Engeland en Nederland. De Britse Admiraal Rodney viel binnen en nam alle schepen en bezittingen in beslag.

Het tweede deel van Oranjestad ligt boven op de klif die vrijwel loodrecht omhoog komt achter het strand. Om naar boven te lopen is er een steil pad omhoog dat het slavenpad wordt genoemd. De onvoorstelbare schaal van de slavernij wordt hier weer pijnlijk duidelijk en het is ook wel confronterend om hier omhoog te lopen. Boven op de klif bekijken we het Fort Oranje dat prachtig is gerestaureerd. Het plaatsje is gezellig en hier en daar zie je typisch Nederlandse trekjes. Wel raar dat hier zo’n leuk stukje Nederland ligt waar ik maar zo weinig van weet.

Schildpad, kreeften en een groene moreen
Zondag is het pasen. Met behulp van Wikipedia probeer ik Myrthe en Wouter bij te brengen wat voor feest dat is. Ik krijg natuurlijk allerlei vragen terug waar ik eigenlijk ook niet altijd het antwoord op weet. Zo vraagt Myrthe waarom het volk ervoor kiest om Christus te laten sterven en Barrabas de moordenaar te laten leven? Wie het weet mag het zeggen, eens kijken of er ook nog “schriftgeleerden” onze blog lezen. We gaan vroeg op pad want Aranka en ik gaan om negen uur een duik maken bij het “hangover reef” voor St. Eustatius. Myrthe en Wouter blijven bij de duikschool spelen waar ze ook wel een woordje Nederlands spreken. Het is prachtig onder water. We zien een schildpad, hele grote kreeften en een grote groene moreen, maar het mooiste vind ik het koraal dat met al zijn kleuren en bijzondere vormen een prachtig onderwater paradijs vormt. Ik neem de GoPro camera mee die ik van Aranka voor mijn verjaardag heb gekregen op een lange stok. Hiermee kan ik vissen van dichtbij filmen. Een kreeft heeft zich verstopt in een koraal pot en als ik de camera er dichtbij hou probeert de kreeft nieuwsgierig met zijn voelsprieten te ontdekken wat dit nu weer voor apparaat is. Het lijkt wel of ie ermee wil spelen. Alhoewel ik een grotere gasfles (15 liter) heb dan Aranka (12 liter) is mijn fles toch eerder leeg. Ik ga vast naar boven en na tien minuten komt Aranka ook weer boven samen met Uri, de duikinstructeur.


’s Middags gaan we samen met Myrthe en Wouter snorkelen voor het strand. We zien de oude kademuur onder water met ook weer prachtig koraal en ook heel veel vissen. Terug op de boot versiert Aranka samen met Myrthe en Wouter creatief onze paaseieren. De hardgekookte eieren worden monster, konijn, schildpad en haai met hulp van stukjes wortel, komkommer en wat mayonaise.

Onder luid geklaag
Maandag staan we weer vroeg op. We willen eerst naar de rand van de vulkaan lopen en daarna ook nog naar Saba varen. Om zeven uur zijn we al op pad en lopen door een mooi bospad omhoog onder luid geklaag van Wouter die helemaal geen zin heeft om omhoog te klimmen. Als we boven komen hebben we een prachtig uitzicht over de krater met oneindig veel kleuren groen in een nog laag staande zon. We genieten ervan als we fruit eten en zelfs Wouter moet toegeven dat dit toch wel de moeite waard was. Ondertussen scharrelt een haan bij ons rond en probeert ook van de speculaasjes mee te genieten. Grappig is ook dat op deze berg allemaal heremietkreeftjes lopen. Gewoon op het land is dat best wel gek. En we zien ook nog een kleine slang, die hier alleen op St. Eustatius voorkomt. Terug rennen de kinderen van de berg af, waardoor we om 10.00 uur alweer in het dorpje staan. Het begint nu pas echt heet te worden. Myrthe en Wouter sluiten vriendschap met een hond en vragen of hij mee mag op de boot. Het lijkt wel of de hond ook Nederlands verstaat, want die blijft daarna braaf met ons meelopen tot de dinghy. Maar we beginnen pas aan huisdieren als we weer terug zijn in ons eigen huis.

Volgens Nederlandse ingenieurs onmogelijk
’s-Middags rollen we de fok uit en varen we naar Saba. Het is maar een paar uur varen en je ziet Saba al duidelijk liggen vanaf St. Eustatius. Bij Saba zijn er twee plekken waar je aan een mooring kan liggen, ten zuiden van Saba lig je dichter bij de haven, maar ook vol in de wind die uit het zuid-oosten komt, en ten westen van Saba bij “Ladder Bay” waar je veel minder deining hebt maar wel weer ver van de haven ligt. We kiezen voor een mooring aan de west zijde. Het waait hier nog steeds hard met windstoten tot 35 knopen. Als we met de dinghy naar de kant varen hebben we het eerste stuk wind mee, maar het laatste stuk naar de haven toe komen we maar langzaam vooruit tegen de golven. Ook hier weer gewoon Nederlandse douane, maar het kantoor is dicht. Gelukkig kan de havenmeester de douane beambte bellen en tien minuten later komt ze aanrijden. In het haventje van Saba is verder weinig te beleven en we willen nog wel even in het dorpje rondkijken. De mevrouw van de douane is zo vriendelijk om ons mee te nemen naar het dorpje “The Bottom” wat ondanks zijn naam toch een paar honderd meter hoger ligt. Alhoewel het tweede paasdag is en alles dicht is, ziet het er toch erg leuk uit. Alle huizen zijn in dezelfde stijl gebouwd. Allemaal wit met rode daken, en dat midden in een prachtig groen eiland.

Saba is een ongelofelijk steil eiland. Ook waar wij voor anker liggen komen de rotsen vrijwel loodrecht uit het water en zijn echt hoog (paar honderd meter). Voordat hier een haven werd gebouwd, was de enige mogelijkheid om hier aan land te komen een lange trap in “ladder bay” die in de rotsen in gemaakt. Alle goederen werden toen via deze trap omhoog gesjouwd. In de jaren vijftig werd door Nederlandse Ingenieurs gekeken hoe er een weg op Saba kon worden aangelegd. Volgens de Nederlanders was dit onmogelijk, maar de inwoners van Saba namen daar pgeen genoegen mee. Joseph Hassel volgde een cursus wegen bouwen en bouwde daarna samen met de inwoners van Saba met de hand een weg. Een vergelijkbaar verhaal is er over het vliegveld, ook dit was volgens Nederlandse ingenieurs onmogelijk. De inwoners van Saba hebben toen een piloot uit St. Barth gevraagd of hij dacht dat hij op een vlakke rots in het noord oosten van Saba zou kunnen landen. Hij dacht dat dit wel mogelijk moest zijn. De inwoners van Saba hebben de rots toen zo vlak mogelijk gemaakt en de piloot is er geland. Nu ligt er een vliegveld…

Terug lopen we naar de haven. De terugweg in de dinghy duurt lang en we worden echt zeiknat. We kijken wel jaloers als we een grotere dinghy planerend voorbij zien scheuren waar ook nog iedereen droog blijft. Nou ja, zo blijft er altijd wat te wensen over… ’s Avonds gaat het harder waaien en we twijfelen of we de dinsdag nog wel aan wal willen/kunnen gaan. We besluiten het toch te proberen, maar gaan niet helemaal naar de haven, maar naar de trap of “The Ladder” die wel wat vervallen is maar nog prima te beklimmen. Er staat vandaag niet zo veel deining en we tillen de dinghy op een steil kiezel strandje bij het begin van de trap. De trap heeft 483 treden (Myrthe heeft het nageteld) en komt ook weer uit bij het dorp The Bottom. Wouter vind al dat klimmen maar niks maar komt gelukkig halverwege de trap op stoom en komt toch nog vrolijk boven. We liften naar het andere plaatsje Winward en rijden met een Ier mee over “The Road that couldn’t be built”. Het is inderdaad knap om hier een weg aan te leggen, maar we hebben op La Gomera en Tobago nog wel steilere wegen gezien. Zegt waarschijnlijk meer over de Nederlandse Ingenieur’s die dachten dat het onmogelijk was hier een weg aan te leggen…


Daar zullen ze vast trots op zijn
In Winward doen we wat boodschappen, halen informatie over de wandeling naar de top van Mt. Scenery. Het is ongeveer negentig minuten wandelen wat toch wel meevalt. Desondanks klaagt Wouter weer steen en been dat hij nu al weer een berg op moet lopen, “Pap, waarom doen we dit eigenlijk?” Ook nu draait hij gelukkig weer snel bij als ik hem vertel dat hij later aan zijn kinderen kan vertellen dat hij nog op Saba aan land is gegaan op The Ladder en daarna naar het hoogste punt van Nederland is gelopen. Daar zullen ze vast trots op zijn. Daar is Wouter wel gevoelig voor en even later rent ie weer vrolijk voor ons uit. We lopen over een prachtig sprookjesachtig pad door het regenwoud. Prachtige planten met enorme bladeren, waartussen het pad omhoog kronkelt. Na een half uurtje nemen we een afslag naar Maskehorne Hill. Na tien minuten lopen hebben we een prachtig uitzicht over Windward. Hier lunchen we. Boven op de berg zien we waarschijnlijk niet al te veel, want de top van Mt. Scenery zit in de wolken. We lopen weer terug naar het pad dat naar de top van Mt. Scenery gaat en lopen omhoog. Het pad blijft prachtig (totaal bijna 1000 traptreden zijn erin verwerkt). Boven zijn twee uitzichtpunten, het op één na hoogste punt van Nederland en het aller hoogste punt van Nederland. We lopen eerst naar het op één na hoogste punt. En inderdaad veel zien we niet, we zitten midden in een wolk. Daarna lopen en klauteren we naar de echte top en staan we toch mooi op het hoogste punt van Nederland op 877 meter. Erg lang genieten van het uitzicht hoeft niet want ook hier is alles grijs. Nou ja, je kan niet alles hebben. Terug lopen we een andere route en komen we nog langs de “Ecolodge” waar we wat drinken. Dan lopen we terug naar Winward en liften terug naar The Bottom. We dalen weer af langs de The Ladder en gelukkig ligt onze dinghy nog netjes op zijn plaats. Rond een uur of vier zijn we terug bij de boot, we maken de boot klaar om te vertrekken en net voordat het donker wordt gooien we de mooring los en rollen de genua uit en zetten koers naar St. Croix. We hebben een hele rustige overtocht, er is genoeg wind en zelfs met alleen een dubbel gereefde genua lopen we nog tussen de vijf en zeven knopen voor de wind. We hebben wel een probleem met de stuurautomaat, die elk half uur een alarm geeft en dan begint te slingeren. Wel vervelend al die problemen met de boot. We moeten wel het één en ander opgelost hebben voordat we de oversteek naar de Azoren kunnen maken. Gelukkig kunnen we er nu wel mee doorvaren, we resetten steeds het kompas als de stuurautomaat een alarm geeft en dan gaat het goed. ‘s-Ochtends rond een uur of negen komen we aan in Christinasted op St. Croix, USA.

Inmiddels liggen we bij Christiansted op St. Croix. De plaarselijke haven heeft ons uitstekend geholpen. Om het rubber zijn twee grote “slangenklemmen” geplaatst die het rubber nu op zijn plaats moeten houden. Samen met een monteur hebben we de warmtewisselaar en het spruitstuk erachter losgehaald en schoongemaakt en de motor loopt weer prima zonder dat er koelvloeistof uit lekt. Het probleem met de stuur automaat is waarschijnlijk ook opgelost; door met een hand kompas de omgeving van het elektronische kompas af te tasten kwam ik erachter dat een multimeter en een zaklamp die in de buurt lagen van het kompas erg magnetisch zijn (het handkompas ging echt ale kanten op). De zaklamp en multimeter heb ik nu wat verder van  het electronische kompas opgeborgen. Zo zie je maar weer, Mr. Bean is nog niet uitgeleerd…

Andersomdag

“Nee hoor, ik sta vandaag niet op!”
22 maart 2015 is het andersomdag. Maar wat is andersomdag dan? Vandaag zijn Myrthe en Wouter de baas en moeten wij luisteren. Nou dat is prima, want naar mijn mening is dat slechts een formalisering van de feitelijke situatie…. Maar voor ons een voordeel, Aranka en ik kunnen nu natuurlijk ook gewoon niet luisteren zoals dat op gewone dagen sporadisch ook wel eens gebeurt. Dus als Wouter mij sommeert op te staan zeg ik, “Nee hoor, ik sta vandaag niet op!”, maar dat vindt Wouter niet leuk. Zo is het spel niet leuk meer.

    Myrthe heeft een hele lijst gemaakt van dingen die ze vandaag kunnen doen:

  1. Wouter gaat ons naar de stad varen en naar internet cafe (eten drinken)
  2. even rond kijken
  3. terug en zwemmen
  4. TV kijken met zijn allen
  5. het spel Magikus

Verder maken we een lekker ontbijt voor Myrthe en Wouter. We hebben eerst een hoop lol maar uiteindelijk heeft Aranka er genoeg van en krijgt ze ruzie met Myrthe. En tsja… heb je ruzie met Myrthe dan heb je ook ruzie met Wouter.

Verder is dan wij dachten
’s Avonds is er ook nog een BBQ op het strand voor alle jachten. We ontmoeten de bemanning van de Take Off, een Zweedse boot en ook nog een Duitse boot die hier met gasten rondvaart. Altijd weer leuk om de bemanning van andere boten te ontmoeten en hun verhalen en ervaringen te horen. Volgens Jorgen van de Take Off is het te ver om in een dag van Martinique naar Antigua te varen. Dat hebben wij morgen op het programma staan, dus nog maar even goed op de kaart kijken hoe ver het nu precies is… Alhoewel het gezellig is, komt de BBQ op ons ook wel erg Amerikaans over. Bovendien zijn de kinderen moe en dus gaan we niet al te laat terug naar de boot. We kijken nog even naar het weer en hoever het naar Antiqua is. Dat is inderdaad toch nog wel iets verder dan wij dachten. We besluiten dus maar vroeg te vertrekken en dan zien we wel bij Guadeloupe, dat halverwege ligt, of we de afstand in een keer kunnen overbruggen.

Dominica was absoluut een hoogtepunt van onze reis. Een prachtig groen eiland met prachtige watervallen, mooie riviertjes en vriendelijke mensen. Het is bijzonder om te zien hoe de eilanden onderling verschillen. Dominica is met zijn zeven vulkanen en hoge en steile bergen ontzettend groen doordat het er veel vaker en meer regent dan op de lagere eilanden die we hierna bezoeken. Ook komt het authentiek over, mensen leven nog van de vruchten en kruiden uit het regenwoud en zijn daar ook trots op. Vaak werd ons verteld dat de oudste vrouw ter wereld uit Dominica kwam doordat ze het lokale eten at. Het deed ons denken aan Tobago waar we ook zo van genoten hebben.

Motor die we niet meer kunnen bedienen
Maandag hebben we een heerlijke zeildag. We staan vroeg op en varen om zes uur ’s ochtend ’s weg bij Dominica. We schieten bovendien flink op en lopen soms meer dan acht knopen richting Guadeloupe. We besluiten dan ook om maar door te varen, dan komen we waarschijnlijk wel in het donker aan wat uiteraard wordt afgeraden in de Chris Doyle guide, maar tot nu toe heeft onze plotter ons nooit in de steek gelaten, dus het zal nu ook wel weer lukken. We komen na 95 mijl om iets na zevenen aan en het is inderdaad al donker. We vinden de ankerplek in English Harbour maar als we een geschikt plekje zoeken om te ankeren en ik de motor in zijn achteruit schakel houdt ik opeens de gashendel in mijn hand… Hmmm, wel wat onhandig, zo in het donker midden in een drukke ankerbaai met een motor die we niet meer kunnen bedienen. Blijkbaar moet dit het ankerplekje dan maar zijn. Ik ren naar voren, zet de ankerlier in de vrije loop en laat het anker naar beneden denderen. Het anker pakt, maar de boot vaart nog steeds vooruit en dat is nou net de verkeerde kant op als je ankert. Ik roep tegen Aranka dat ze snel de motor uit moet zetten en dan liggen we en is er weer rust. We zijn wel wat dicht op een Franse catamaran komen te liggen, dus we hangen wat stootwillen op en leggen de dinghy als super stootwil naast de boot. Gelukkig is de schipper van de catamaran een vriendelijke Fransman die als ik de gashendel omhoog hou, snapt dat we niet meer zo makkelijk ergens anders kunnen gaan liggen. ’s Nachts blijven we gelukkig goed liggen en botsen we nergens tegenop.

Wordt direct naar de Antigua-law verwezen
Dinsdag ga ik inklaren wat in tegenstelling tot wat in de gids staat vrij snel gaat. Wel moeten Myrthe en Wouter als Passagiers in plaats van als Crew geregistreerd worden. Als ik daartegen protesteer, omdat ze toch echt meehelpen met het zeilen wordt direct naar de Antigua-law verwezen. Heeft waarschijnlijk te maken met de “passenger tax”, die voor passagiers wordt geheven. Daarna ga ik op zoek naar een nieuwe gashendel. Helaas is deze er niet. Dat wat er het meest op lijkt is wel op Sint Maarten te krijgen maar niet hier. Dan maar naar de scheepswerf, misschien kunnen we de gashendel nog wel opkalefateren. De RVS schroefjes in de aluminium gasendel hebben door de elektrolytische reactie de schroefdraad in de gashendel opgelost. Op de werf koop ik schroefjes M6 schroefjes ipv de M4 schroefjes die erin zaten. Terug op de boot boor ik de gaatjes uit en tap M6 schroefdraad in de hendel. Dit gaat wel iets te gemakkelijk en het aluminium ziet er ook niet als aluminium uit maar als wit poeder… Blijkbaar is het al iets meer aan het oplossen. Maar goed, het zit ongetwijfeld veel beter dan het de afgelopen jaren heeft gezeten, dus we kunnen weer even voort. De schroefjes zet ik vast met pasta tegen de corrosie.

Nu we de motor weer in zijn achteruit kunnen zetten trekken we het anker nog even goed vast. Zo we liggen als een huis en de catamaran die te dicht bij lag is inmiddels vertrokken. En bovendien is het een prachtige baai bij English Harbour. De haven is zeer engels maar ook pittoresk, omdat de oude huizen mooi gerestaureerd zijn en nu gebruikt worden als winkeltjes, een restaurant en als havenkantoor. ’s Middags komen we de bemanning van Rêves d’Ôr tegen die net zijn aangekomen. De kinderen spelen samen en woensdag spreken we af om samen een tour te maken naar de sting ray’s aan de oost-kust, waarmee je zou kunnen zwemmen. Hadden we gehoord van een andere zeiler op Dominica.

Sting ray onder onze boot
Woensdag stappen we met de Fransen in de taxi op weg naar de sting ray’s. Als we daar aankomen blijkt het iets heel anders dan wij ons hadden voorgesteld. Het is een erg toeristische attractie waarbij ze de vissen voeren zodat ze dichtbij komen. Ook de bemanning van de Rêves d’Ôr heeft zijn bedenkingen, er zijn ook nog genoeg plaatsen waar je deze vissen wel “in het wild” kan zien en dat vinden we toch echt veel leuker. Bovendien vinden we de prijs ook een beetje te dol en dus vragen we de taxi chauffeur of hij een andere leuke baai weet waar we kunnen zwemmen. Hij brengt ons naar Moon Bay, een mooie kom met stukjes rif waar je tussen kan snorkelen. We zwemmen rond en Claude vind in de gaten van het rif ondersteboven hangend een kreeft en een kogelvis (grote vis met grote ogen en hele kleine zwemvinnetjes). Dat maakt het een leuke zwempartij. Later als we weer terug zijn bij de boot spelen de Franse kinderen nog even bij ons. We maken ons net klaar om toch nog even te zwemmen als Hugo een prachtige sting ray onder onze boot door ziet zwemmen. Hij aarzelt geen moment en springt erboven in het water. Aranka springt er achteraan en zo zwemmen zij alsnog met een stingray. Volgens Aranka is zijn staart net zo lang als zij is en is zijn lijf is zo breed als haar eigen lijf plus een uitgestoken arm. Hij vliegt/zwemt prachtig door het water. Zwart met stippels bovenop en wit van onderen. Zie je wel, je kan ze inderdaad in het wild zien, en nog wel gewoon onder je boot.

Om de riffen te ontwijken
We vinden Antigua wel een leuk eiland, maar het is ook wel erg op de (zeer) welvarende toerist ingesteld. Je ziet het ook wel in de haven waar echt enorme schepen liggen met alleen al een poetsploeg van een man of vijf… Anyway wij vinden het wel weer prima zo en besluiten dat we donderdag naar Barbuda vertrekken. We liggen ten zuiden van Antigua en we kunnen zowel ten westen als ten oosten langs Antigua varen richting Barbuda dat zo´n 40 mijl noordelijker ligt. De oostelijke route betekent eerst een mijl of acht tegen de wind en de golven inhakken, maar dan verder een prima koers naar Barbuda. De westelijke route is in het begin beschut en voor de wind, maar betekent dat we de oversteek naar Barbuda hoger aan de wind moeten varen. We kiezen voor de oostelijke route. De eerste twee uur schieten we inderdaad niet op en komen motor zeilend maar nauwelijks 3-4 knopen vooruit door de steile golven. Als we overstag gaan en zonder motor maar met de genua varen gaat het meteen een stuk beter en varen we direct meer dan zeven knopen. Het is duidelijk dat we een zeilschip hebben en geen motorboot. Als we om het eiland heen varen kunnen we een steeds ruimere koers varen en al snel lopen we met acht knopen richting Barbuda. We moeten goed opletten want er zijn veel riffen en ondieptes op de route. Zeker vlak bij Barbuda moeten we goed oppassen en staan Myrthe, Wouter en Aranka op de voorpunt om de riffen te ontwijken.

Een prachtig leeg wit strand
We zien Barbuda pas op een mijl of zes afstand. Omdat het zo laag is zie je het pas laat liggen, maar het is een prachtig gezicht. Helder blauw water, met een prachtig leeg wit strand. We ankeren voor het strand, en er liggen maar drie andere boten. Heerlijk rustig na de drukte van Martinique, Dominica en Antigua. Het straalt één en al rust uit. We zwemmen nog bij de boot en Myrthe en Wouter maken hun school af. Aan het eind van de middag ga ik nog even met Aranka naar de kant en maken we een wandeling over het strand en over een resort dat een stukje verderop ligt. Blijkbaar is dat niet de bedoeling want al snel komt er een security meneer die vertelt dat het hier privé is. Nou we hadden het toch wel gezien en het strand is toch mooier dus daar wandelen we lekker verder.

Vrijdag ochtend staan we vroeg op nu de zon nog niet zo hoog staat. We maken weer een wandeling, heen langs het strand en terug over een auto pad. Het valt ons op dat er twee resorts zijn die allebei gesloten en vervallen zijn. Vreemd want het is hier wel een prachtige locatie.
Eén ervan is de K-Club en we lezen op internet dat Robert de Niro van plan is dit resort, waar vroeger veel beroemdheden kwamen, opnieuw te openen. In de gids lezen we wel dat de inwoners van Barbuda het niet zo erg hebben op toeristische hotels en resorts. Vlak bij waar we liggen op Spanish Point had een project ontwikkelaar toestemming om een groot hotel te bouwen. De inwoners waren het er niet mee eens en hebben de bouwketen die er inmiddels stonden over de kliffen ze zee in geduwd. Er is geen hotel gekomen…

Binden we de dinghy aan het rif vast
‘s-Middags als de zon alweer iets lager staat gaan we met de dinghy naar het Rif. We binden de dinghy onder water vast aan het rif en snorkelen in prachtig helder water. We zien weer van allerlei vissen en het koraal is ook prachtig.

Dinghy klapt op de golven
Zaterdag varen we een stukje verder naar Louis Mouth bij Low Bay. Deze plek waar een hele smalle strook strand ligt tussen de zee en de lagoon is genoemd naar de orkaan Louis die hier destijds een gat naar de lagoon heeft geslagen. Het is weer een prachtige plek met een prachtig strand voor ons. We liggen hier met drie andere boten, hoe mooi kan het zijn? ’s Middags tillen we de dinghy over de strand heuvel naar de lagoon om te kijken of we naar het plaatsje Codrington kunnen varen, vernoemd naar de familie die dit eiland vanaf 1685 van Engeland geleased heeft voor één vet schaap. Maar er staat een harde wind en de dinghy klapt op de golven van de lagoon. Al snel zijn we doorweekt en staat er een flinke laag water in de dinghy. Aranka besluit als eerste dat dit toch een beetje al te dol wordt en dus keren we om en gaan lekker zwemmen op het strand. Morgen of maandag staat er minder wind en kunnen we het nog wel een keer proberen. We hebben hier geen winkels en ons brood is op, de broodbakmachine bewijst zijn goede dienst en ik bak twee broden. Het is lekker dat we eigenlijk geheel zelfvoorzienend zijn, de zonnepanelen en de windmolen leveren voldoende stroom (ook om een paar broden te bakken) en we maken drinkwater uit zeewater. We moeten alleen zo nu en dan wat boodschappen doen, maar een haven hebben we eigenlijk helemaal niet nodig. De laatste keer dat we in een haven lagen is ook al meer dan twee maanden geleden in Suriname.

Duizenden fregatvogels
Zondag ochtend gaan we op pad met George Jeffrey die ons het natuurpark met Fregatvogels laat zien. Het natuurpark ligt in het noorden van Barbuda op het rif waar het vol staat met mangroves. Vroeger was het park zuidelijker, meer in de lagoon tot in 1960 de orkaan “Donna” de mangroves daar verwoestte en de fregatvogels een ander onderkomen hebben gezocht. We varen met een noodgang over de lagoon tot we in het natuurpark zijn. Daar manoeuvreert George behendig tussen de ondieptes door en we zien echt duizenden fregatvogels die hier wonen. Blijkbaar vinden ze het gezellig met elkaar want ze zitten erg dicht op elkaar. De fregat vogels vinden hun voedsel voornamelijk op de Atlantische oceaan waar ze vooral vliegende vissen eten. Ze kunnen niet zwemmen dus ze moeten of vliegende vissen uit de lucht vangen of vissen die andere vogels gevangen hebben afpakken. Ze zijn dan ook erg behendig in het vliegen. Na de fregatvogels kijken we nog een uurtje rond in Codrington waar werkelijk helemaal niets te beleven valt. Het is ook zondag maar los van de vijf verschillende kerken waar wordt gezongen is er bijna niemand op straat en gebeurt er echt helemaal niets. Er zouden in Barbuda nog veel paarden als vervoersmiddel worden gebruikt. Blijkbaar is dat tussen 2008 toen onze gids werd geschreven en nu behoorlijk afgenomen want we zien precies één paard. Ook valt ons op dat veel huizen zijn verlaten, waarschijnlijk getroffen door een huricane want Barbuda ligt midden in de “hurricane highway”. Al met al dus niet heel bijzonder en daar hoeven we morgen dus niet opnieuw met zijn allen in de dinghy naartoe. ’s Middags maken we nog een prachtige wandeling over het eindeloos lege strand. Zeker met de laag staande zon is het een prachtig gezicht, het strand kleurt heel licht roze door kleine roze steentjes (koraal?) die tussen het zand liggen.

Na wat getier door de telefoon
Maandag ochtend ga ik met de dinghy naar Codrington om uit te klaren. Hiervoor moeten we de dinghy weer over het strand in de lagoon tillen en dan is het nog ruim een mijl varen. Aranka gaat mee om de dinghy te tillen en zwemt dan terug. In de lagoon staan wel minder golven dan zaterdag, maar omdat het ondiep is zijn ze nog steeds vrij steil. Het tweeënhalve PK motortje heeft het er maar moeilijk mee, maar ik kom gestaag vooruit. In Codrington moet ik eerst naar de haven autoriteit. Volgens de Chris Doyle guide zitten ze in het postkantoor. Als ik daar kom blijkt dat niet (meer?) zo te zijn en wordt ik weer terug verwezen naar de haven waar de toeristeninformatie zit. Daar wordt inderdaad een formuliertje ingevuld en dan moet ik volgens de dame daar naar de “Immigration”. Dat is vreemd, denk ik nog want je moet eigenlijk altijd eerst naar “Customs”. Maar goed, ze zal het wel weten dacht ik nog, niet dus! Bij immigratie wordt ik weer uiterst vriendelijk doorverwezen naar “Customs”. Customs is gewoon een woonhuis met een kamertje dat is ingericht als kantoortje. Het papieren archief van de afgelopen jaren ligt als een grote puinhoop aan de andere kant van het kantoor. Alles wat ik ook al via Internet heb ingevuld moet nog weer eens opnieuw op weer een ander formulier worden ingevuld. Maar voordeel is dat ik geen zeventig euro voor Wouter en Myrthe hoef te betalen als ‘passenger tax’, wat in Antigua duidelijk stond aangegeven. Ik hou maar wijselijk mijn mond. Weer terug naar “Immigration”, daar krijgen we stempels en wordt gevraagd door ook weer een hele vriendelijke dame of we wel de passenger tax betaald hebben. Als ik zeg dat ik niets betaald heb pakt ze boos de telefoon en belt de meneer van “customs” op. Na wat getier door de telefoon is het goed en hoef ik in ieder geval niets te betalen. Mooi, nu nog even brood kopen, weerbericht ophalen in een internet café en overtollige “East Carribean Dollars” omwisselen.

35 jaar terug in de tijd
Voor dat laatste moet ik naar de bank, en hier lijkt het wel of ik zo’n 35 jaar terug in de tijd reis. Het is er druk, ik moet wel een uur wachten. Allemaal mensen komen er met spaarbankboekjes om geld op te halen of te storten. En alles gaat nog met pen en papier, er staat wel een computer, maar ik heb het idee dat alles nog dubbel wordt bijgehouden. Maar gelukkig wisselen ze wel mijn EC-dollars om en dan kan ik weer terug. Als ik halverwege de lagoon ben roep ik de zwemploeg via de marifoon op, en als ik bij het strand aankom zie ik Aranka al met Myrthe en Wouter het water in stappen. Uiteraard lukt het Aranka weer om als ik terug ben toch nog met een stapeltje EC-dollars aan te komen die buiten de landen die ze gebruiken vrij waardeloos zijn. We vertrekken ’s avonds richting St. Martin, wat met ruime wind een nachtje varen is. Er is niet veel wind en het is een erg rustige overtocht. Dinsdag ochtend komen we rond een uur of negen aan bij Grand Case op het Franse deel van St. Martin. Hmmmm…. lekkere baguettes en croissants halen!

Martinique en Dominica


Zaterdag gaan we met een gehuurde auto naar de botanische tuin Balata van Martinique. De kids van de Pacific gaan met ons mee, en ze zitten gezellig met zijn vieren op de achterbank. We rijden eerst naar Fort de France, maar daar is het wel even zoeken welke afslag we moeten hebben. Bewegwijzering is in de Carib niet overdadig aanwezig, maar na een paar keer de weg vragen vinden we de juiste weg. Het is dan nog wel een heel stuk rijden over steile weggetjes de bergen in. Daar vinden we een prachtige tuin, met mooie uitzichten en fraaie touwbrug die boven door de tuin loopt. De kinderen van de Pacific moesten nog school doen wat wordt ingevuld met een werkstuk over de botanische tuin en ook Myrthe en Wouter moeten nog een werkstuk maken, dus ze gaan samen in groepjes van twee aan de slag met een fotocamera en een schriftje waarin ze kunnen opschrijven wat ze allemaal zien.

Na een paar uur hebben we de tuin gezien en genoten van de uitzichten en mooie planten die er staan. We drinken nog wat en als we door het winkeltje bij de botanische tuin lopen hebben we opeens vier zeurende en smachtende kinderen die allemaal echt iets moeten hebben, of het nu een kolibrie knuffel is of en ander beest. Gerustgesteld dat dit gezeur blijkbaar geheel normaal is rijden we terug. Het is al wat later in de middag en de Pacific is vandaag naar een andere ankerplek gevaren bij St. Anne. Wij gaan daar ook naar toe en we willen daar graag met licht ankeren dus we rijden terug naar Le Marin. Daar haal ik samen met Aranka het anker op en zet haar vervolgens af bij de steiger zodat zij de auto naar St Anne kan doorrijden. Ik vaar met de vier kids naar de baai van St. Anne. Nog voordat ik er ben is Aranka er al en ze wordt als een volleerd loods door de dinghy van de Pacific aan bord gebracht. Dat is prettig want dan hoef ik niet in mijn eentje te ankeren.

’s Avonds eten we lekkere curry op de Pacific. De kinderen gaan bij elkaar logeren, de jongens op de White Witch en de meisjes op de Pacific. Wij kletsen weer veel te lang door maar als we terug komen op de boot zien we dat de jongens nog niet slapen, alhoewel ze hun uiterste best doen om het te laten lijken alsof…

Zondag gaan alle kids mee met de Pacific naar het strand. Mooi dagje vrij dus, en Aranka en ik rijden naar de hoofdstad Fort de France waar niet heel veel te beleven is. Alle winkels zijn dicht. Er zijn alleen wat stalletjes voor een groot Nederlands Cruise schip dat hier ligt. En dan is er nog een rondleiding door de burcht maar die is alleen in het Frans, dus die laten we aan ons voorbij gaan en we rijden door en kijken of we de rum fabriek kunnen vinden. Wonder boven wonder lukt dat ook nog maar ook die is dicht. We rijden een mooie route terug naar St. Anne en komen langs Le Vauclin aan de oostkust van het eiland. Alhoewel hier de golven van Atlantisch Oceaan op het eiland uitkomen, is het toch een heel rustig strand omdat het achter een rif ligt. Het is er gezellig met een echte Caribische sfeer die we verder op Martinique nog niet echt gezien hebben. We eten er een Crêpe (dat is dan wel weer heel erg Frans, maar ook erg lekker en combineert prima met de Caribische sfeer) en genieten van het leuke sfeertje. Daarna rijden we verder door erg steile maar ook mooie weggetjes met prachtige uitzichten over het groene Martinique.

Myrthe en Wouter hebben het ook erg naar hun zin gehad met de kids van de Pacific en het kost moeite om ze weer mee te krijgen. ’s Avonds eten we erg lekker in een restaurantje aan het strand met live muziek.

Maandag vertrekken we naar St. Pierre op het noorden van Martinique. ’s Ochtends ga ik de auto inleveren in Le Marin en klaar uit. Aranka belt nog op dat de peddels van de dinghy niet meer in de dinghy liggen. Die zijn blijkbaar gisteravond tijdens het eten gejat. Vervelend want zonder peddels ben je wel een speelbal van de wind als de motor uitvalt. Ik koop in Le Marin nog snel even twee nieuwe peddels in Le Marin en neem nog even afscheid van de Roque. Leon is druk bezig zijn boot te verkopen, ik hoop dat het gelukt is! Dan lift ik weer terug naar St. Anne en maken we de boot klaar voor vertrek. We varen nog even naar de Pacific en nemen afscheid. Zij varen door naar het zuiden en wij gaan verder naar het noorden, dus we zullen elkaar waarschijnlijk pas weer in Nederland zien. Het is altijd weer lastig om afscheid te nemen en de kinderen vinden het ook moeilijk dat ze nu alweer afscheid moeten nemen van hun nieuwe vriendjes en vriendinnetjes, maar ja we moeten langzamerhand toch ook weer verder want het is nog een best een stukje varen naar huis…

We hebben een heerlijke zeiltocht en schieten lekker op. We hebben ruime wind en varen met ruim zes knopen. Dat is fijn want het is dertig mijl varen en zo komen we nog net voort het donker aan. Het is een mooie tocht langs de kust van Martinique. Onderweg zien we nog een walvis, die ook nog even zijn staart de lucht in steekt. Natuurlijk lag de fotocamera net weer binnen… We ankeren net buiten het verboden gebied waar veel wrakken liggen waar nu naar gedoken wordt. In 1902 is de vulkaan Mont Pelée uitgebarsten en is het hele stadje, inclusief de schepen die voor de kust lagen, verwoest door een gloedgolf. Volgens de verhalen was er van de ca. dertig duizend inwoners maar één overlevende, een gevangene die beschermd werd door de dikke muren van de gevangenis. Hoe raar kan het lopen…

De volgende ochtend hoor ik een bootje vlak bij ons schip. Als ik buiten kijk zie ik dat een visnet ongeveer onder onze boot door wordt uitgezet. Noemen ze “Seine Fishing“. Gelukkig staat de motor uit, maar ik had het toch handiger gevonden als ze het net een paar meter verderop hadden uitgezet. Gelukkig halen ze het net ook weer snel in zodat wij veilig weg kunnen varen richting Dominica. We hebben weer heerlijk weer en er varen meerdere boten voor ons die ook van St Pierre naar Roseau op Dominica varen. We hebben een heerlijke ruime wind en varen met een knik in de schoot één voor één de andere zeilboten voorbij. Is toch altijd lekker. Zo zijn we al rond het middag uur in Roseau, we proberen eerst te ankeren, maar het is al heel dicht bij het strand meer dan 12 meter diep. We vinden wel een plekje waar het acht meter diep is, maar als het anker ligt, liggen we bijna op het strand… Dat voelt niet heel comfortabel en dus pikken we een mooring op. Kost wel iets, maar dan liggen we tenminste rustig. ’s Middags ga ik aan land, klaar in en huur een autootje voor woensdag. Het inklaren gaat hier efficiënt en snel en je kan ook meteen weer uitklaren als je minder dan twee weken op het Dominica blijft, dat is handig. Bij het benzinestation vlak naast de dinghy steiger kunnen we ook onze gasfles laten vullen. Dat is fijn want die is bijna leeg en op Martinique kon dat weer niet omdat ze dar alleen Franse flessen vullen of Campinggas natuurlijk.

Woensdag staan we vroeg op om de auto op te halen. Myrthe en Wouter hebben mazzel want ze hoeven vandaag geen school te doen. We hebben vandaag excursie, en dus geen les. Nu hebben ze de afgelopen dagen ook goed gewerkt, dus het is ze ook gegund! We vergeten niet om de gasfles mee te nemen, en halen ons autootje op. Als we ook nog wat eten voor onderweg gehaald hebben gaan we op weg naar Emerald Pool. We rijden wel een paar keer verkeerd, want we moeten even wennen aan het begrip hoofdweg op Dominica. Ook de afstanden op het kaartje zijn verwarrend want met de aangegeven schaal zou Dominica 400 km lang zijn… Ook het verkeer en de auto is even wennen, maar als we de juiste afslag vinden rijden we via een prachtige maar ook ongelofelijk steile weg naar boven (25%). Er zijn stukken dat je echt de laagste versnelling moet gebruiken anders kom je er eenvoudig niet tegenop.

Als we bij de Emerald Pool aankomen zijn toegangskaarten waarmee je een week toegang krijgt tot alle nationale parken op. Aangezien wij nog wel wat meer willen zien is dat wel erg onvoordelig. Gelukkig hadden we vlak bij een bordje gezien met “Eco passes for sale”. Het is inderdaad maar een paar minuten terug rijden en daar kan ik inderdaad wel de beoogde week passen krijgen. Emerald pool is echt prachtig, we lopen langs een mooi pad door het bos en zien de waterval met het meertje eerst van boven liggen. Het ziet er echt uit als in een sprookje, dit past zo in het verhaal van de gebroeders Leeuwenhart. We hebben geluk want het cruise schip dat in Roseau lag, is gisteravond (met alle 4000 toeristen) vertrokken en er is nog geen ander cruiseschip voor in de plaats gekomen dus het is erg rustig als we wij de waterval komen. De toeristen voor ons vertrekken vlak nadat wij aankomen. Of dit komt doordat Myrthe en Wouter in een spetterend watergevecht deze toeristen ook meten nat spetteren weet ik niet, maar daarna hebben we de waterval en de pool in ieder geval wel voor onszelf. We kunnen er lekker zwemmen en een boterham eten, al is het water wel koud. Als we teruglopen naar de auto komen we nog langs een mooi uitzichtpunt waar we de Atlantisch Oceaan aan de andere kant van het eiland zien liggen.

Met de auto rijden we dezelfde route terug naar Roseau en dan vinden we vrij snel de goede weg naar de Trafalgar Falls. We lopen langs een pad en krijgen dan een prachtig uitzicht op twee prachtige watervallen. Als we verder naar de meest rechtse waterval proberen te klauteren blijkt dit toch wat lastiger dan het er op het eerste oog uitzag. Aranka voelt er niets voor maar Myrthe en Wouter willen wel mee. Even later geef ik eerst Myrthe en daarna Wouter een handje om een grote stap te maken, maar Wouter stapt mis en hangt opeens aan mijn arm te bungelen boven de rivier die onder hem door stroomt. Dat is voor onze stoere boef ook iets te veel en ze willen nu allebei toch ook liever bij mama blijven. Als ik ze terug heb gebracht klim ikzelf toch nog maar naar het meertje onder de waterval. Het is inderdaad een lastige klim maar het lukt en het is wel weer een prachtig plekje met mooi zicht op de waterval en een prachtig uitzicht in de vallei. Ondertussen heeft Aranka met de kids een warm waterbron gevonden. Het bovenste poeltje is echt heet, maar het poeltje eronder is lekker warm.


Hierna willen we naar de Titou Gorge rijden, maar we rijden verkeerd en komen bij het “Fresh Water Lake, Letang” uit in het Morne Trois Pitons National Parc. Ook mooi, dus we lopen even langs het meertje dat hier prachtig op grote hoogte ligt. Daarna rijden we verder en nu lukt het wel om Titou Gorge te vinden. Het is een hele smalle spelonk waar je in kan zwemmen totdat je bij een watervalletje komt. Het is zo smal en hoog dat er nauwelijks licht in valt en je in het donker zwemt totdat je bij het watervalletje komt waar wel zon licht op valt. Myrthe en Wouter vinden het maar spannend en durven pas als wij mee gaan. Heen moeten we door zwemmen want het stroomt nog behoorlijk, maar het is ook een paar meter diep, in ieder geval voelen we geen grond aan onze voeten.

Nadat we uitgezwommen zijn rijden we verder en stoppen bij Le Petit Paradis, een restaurantje die ook in de “top 10 to see” stond. Aangezien we ook wel honger hebben, lijkt dat een prima bestemming. Het eten is erg lekker, en er is een fantastisch uitzicht over de bergen. Bovendien veel vermaak met de vogeltjes die door het restaurant scheuren in gevecht of gezellig kwetteren in de planten van het restaurant. Leuk sfeertje. Na het eten rijden we terug naar Roseau en zijn daar nog voor het donker. Dat is wel fijn want de wegen zijn hier wel een uitdaging, ongelofelijk steil, en de locals proberen een zo optimaal mogelijke curve over de weg te rijden, waarbij je soms even kwijt bent of je hier nu links of rechts hoort te rijden…. Een tegenligger wijkt iets te ver voor ons uit en rijdt met zijn achterwiel in een diepe goot langs de weg. Het blijkt ook een toerist te zijn, en met wat hulp en de 4-wheel drive krijgen we hem er weer uit.

Donderdag vertrekken we richting Portsmouth en we varen toevallig weer op met hetzelfde Engelse schip waarmee we ook op voeren naar Roseau. We varen in de luwte en er is niet veel wind dus het eerste stuk is motorzeilen, en nu is het Engelse schip sneller. Later kunnen we nog wel een stukje zeilen, maar het blijft motor aan, motor uit. De wind is heel veranderlijk en het ene moment vaar je ruime wind, dan weer hoog aan de wind. En het ene moment twintig knopen en dan weer minder dan vijf. Het zijn dan ook nogal hoge bergen waar we langs varen. In het begin van de middag komen we aan in Portsmouth. De eerste keer krabt het anker, en dus ankeren we opnieuw. Er staan venijnige windstoten in de baai van meer dan 25 knopen, dus we checken het anker goed. Het ligt weer niet goed maar ik duik er naar toe en sleep het naar een plek met zand in plaats van gras en dan graaft het zich direct wel goed in. We liggen nu goed maar we liggen wel met onze ketting over een mooring heen. Zo lang er niemand aan de mooring ligt gaat het goed, maar je snapt het al, net voordat de avond in valt komt er een Frans schip aan de mooring liggen. Bovendien is het een brakke mooring (een stuk ketting met een niet ingegraven anker, type middeleeuwen…) dus we zijn ook bang dat het Franse schip met mooring en al op ons waait. Dus ankeren we nog maar een keer, nu pakt het anker in een keer goed en liggen we als een huis. ’s Nachts waait het hard, maar we verplaatsen geen millimeter.

Vrijdag ochtend staan we vroeg op want we gaan met een gids, Martin Providence, de Indian River op. Het is een prachtig riviertje door het regenwoud met een wal die uit wortels bestaat van de bomen. Martin vertelt van alles over de rivier en de planten en dieren die we langs de rivier zien. Grappig dat ze hier ook een telefoonboom hebben net zo als in Suriname. Bij dit riviertje zijn ook opnames gemaakt voor de The Pirates of the Caribbean, en we snappen direct waarom ze deze locatie gekozen hebben, het ziet er echt sprookjesachtig uit. Achter ons zien we nog een bootje de rivier op roeien (motoren is verboden), met daarin de bemanning van de Rêves d’Ôr, een Franse boot die we ook al eerder in La Gomera, Mindelo en Martinique zijn tegen gekomen. Als we even later stoppen bij een mooie tuin midden in het regenwoud, uiteraard met een “Bush bar” klikt het nu opeens wel tussen de Hugo en Ines en Myrthe en Wouter. Eerder was de taal nog een probleem maar dat lijkt nu geen enkel probleem meer te zijn. Dat is wel een enorm verschil bij Myrthe en Wouter, waar ze aan het begin van onze reis weigerde om met andere kinderen te praten die geen Nederlands konden, gaan ze nu samen in de dinghy bij andere boten op bezoek om even kennis te maken. Frans, Noors of Engels, maakt allemaal niet uit. Voordat we terug gaan knutselt Martin voor Myrthe en Wouter heel kunstig een Kolibri in elkaar van wat gras en een bloem die hij bij de tuin plukt. Doet het altijd weer goed zo’n cadeautje!

Als we terug komen bij de boot komen Hugo en Ines bij ons spelen en ’s middags gaan we samen naar Fort Shirley in Cabrits National Park. Het is wel een stuk varen maar we kunnen er met de dinghy heen. We gaan met zijn allen in de dinghy van de Rêves d’Ôr die een twintig PK motor heeft, dat schiet lekker op. We leggen aan bij een steiger die eigenlijk voor een ferry of cruiseschip bedoeld is en als we via de steiger naar het fort willen komen blijken we in een afgesloten aankomst hal te zijn beland. Na veel zoeken vinden we een deur die open is en dan komt er een boos uitziende douane meneer aanlopen. Dit was natuurlijk niet de bedoeling…, maar als we netjes uitleggen dat we met de dinghy zijn gekomen en onze excuses aanbieden is het toch ook weer niet zo’n groot probleem en kunnen we doorlopen. Toch lekker de Carib… Het fort is een 18e eeuws Engels fort dat mooi gerestaureerd is. Het is gezellig en de kids kunnen lekker rennen, verstoppertje spelen terwijl wij ons met ons steenkolen Frans en het Engels van Claude en Sophie toch ook heel aardig redden. Blijk ik opeens in ons gezinnetje het beste Frans te spreken, in het landen der blinden is één-oog koning, maar gekker moet het toch niet worden…

Als we terug varen zetten we de kids af bij de Rêves d’Ôr en varen we door naar Portsmouth om geld te pinnen. Zonder kinds planeren we en dat gaat toch wel heel erg snel… Wel lekker snel even pinnen en dan zo weer terug. We eten op de Rêves d’Ôr en daarna komen alle kids bij ons slapen. Erg gezellig en weer goed voor mijn Frans. Wel grappig hoe de Fransen drie woorden in één keer kunnen uitspreken. Ines kwam haar bed uit, en vroeg om “verdaut”, ik nog een keer vragen, opzoeken in Google Translate, nog een keer vragen, maar nee hoor… Na nog vijf minuten doorvragen had Ines het over boire…, nou één en één is drie, ze bedoelde dus een verre de l’eau. Blijkbaar wordt het uitspreken van meerdere woorden in Frankrijk één al vroeg aangeleerd (Ines is zes…).

Zaterdag staan we weer vroeg op. De kids hebben goed geslapen en na het ontbijt brengen we Ines en Hugo weer naar de Rêves d’Ôr. Daarna worden we weer door Martin Providence opgehaald die goede zaken met ons doet en maken we een tour door het noorden van Dominica. We gaan samen met de bemanning van het Engelse schip waarmee we zijn opgevaren sinds Martinique. Paul is onze gids en vertelt honderd uit over plantjes, kruiden en vruchten die we onderweg tegenkomen. We stoppen naar mijn mening een beetje te vaak bij “vrienden” waar we ook wat kunnen kopen, maar het is ook een leuke en interessante dag. We rijden eerst naar de Chaudiere Pool, waar we nog een paar kilometer lopen naar een prachtige waterval met als speciale attractie dat je vanaf een rots van vijf meter hoog in kan springen. We hebben geluk dat het nog steeds ontzettend rustig is, blijkbaar is het volgende cruiseschip nog steeds niet aangemeerd. Er zijn twee Australiërs bij de pool die net weg gaan als wij aankomen. Dat moeten we natuurlijk uitproberen, maar eerlijk is eerlijk toen ik daar boven stond vond ik het toch ook wel beetje hoog. Maar ja, Wouter stond al klaar om ook te springen, uiteraard zonder ook maar een spoortje angst, en ik vond het toch nog iets te vroeg om Wouter nu al het voortouw te laten nemen, dus hup maar. Gelukkig was het inderdaad diep genoeg. Vlak daarna sprong Wouter er ook in. Die vond het zo leuk dat hij er meteen nog maar vijf keer in sprong. Aranka wou niet achter blijven maar moest ook wel eventjes (of eigenlijk wel iets langer dan eventjes ;-)) adem halen voordat ze durfde. Pas nadat Wouter het “nog even voor deed” overwon zij zichzelf en maakte ook een mooie sprong het poeltje in. Lekker verfrissend ook…


Hierna klimmen we we via de korte en dus ook steile route terug naar het pad waar de auto staat en rijden we naar een oud en vervallen rum fabriekje voordat we gaan lunchen bij een restaurantje met mooi uitzicht over het strand en de oceaan. ’s Middags gaan we kijken bij een chocolade fabriekje. Het is een fabriekje aan huis van een erg aardige en bescheiden Engelsman die hier echt prachtig woont, en allerlei vruchten in zijn tuin verbouwd waaronder ook cacao-bonen waarvan hij dan weer chocolade maakt. Ongeveer tweehonderd repen per week die alleen op Dominica verkocht worden. Ze zijn inderdaad echt lekker. Wat mij betreft heeft hij het goed bekeken, heerlijk huis, mooi uitzicht, beetje chocolade maken en leven van wat er in je tuin groeit. Wat wil je nog meer…

Hierna kijken we nog bij de Red Rock, een kale rode “rots” aan de Atlantic. Het is geen echte rots, maar samengeperste as van een vulkaan uitbarsting. In de as is een ook een “huisje” uitgehakt. De grond is hier ook vrij zacht. Het is in ieder geval een mooi gezicht en je ziet de golven van de Atlantic mooi op de onderliggende rotsen slaan. Daarna gaan we nog bij een soort boer langs die ons allerlei lokale groentes en vruchten laat zien. We nemen een stuk gember mee dat hij zo voor onze neus uit de grond haalt en als laatste rijden we naar een krater waar allerlei zwaveldampen uit de grond borrelen. Het bijzondere van deze krater is dat deze koud is. Dat komt doordat hij erg diep is en de hete lucht eerst gekoeld wordt door al het grondwater in de berg voordat het aan de oppervlakte komt. Inmiddels wordt het al donker als we terug rijden en we zijn ook moe van alles wat we gezien hebben. We besluiten nog een dagje te blijven in de Rupert Bay bij Portsmouth en maandag verder te varen richting Antigua.

Als uitsmijter nog een mooie uitspraak van Wouter. Aranka kijkt op de Facebook pagina van Kids4Sail, een site waar je kan zien welke andere boten ook kinderen aan boord hebben. Ze vertelde mij over deze site waarop Wouter boos roept, “Hoezo kids for sale?!” Het jochie leert al aardig Engels….

Weerzien met de Tinkerbel


Salt Whistle Bay
25 Feb 2015, Vandaag zijn we aangekomen op Mayreau, vlak bij de Tobago Cays. We liggen in Salt Whistle Bay voor anker midden tussen moorings. Dat is altijd een beetje link omdat wij vijfentwintig meter ketting voor ons hebben liggen en als de wind draait dus een veel grotere draaicirckel hebben, dan de boten an een mooring. Maar het was een mooi plekje en we passen er precies in. Het is een prachtige baai, aan het eind ligt een strand met palmbomen. Het eiland is hier heel smal en achter de palmbomen zie je de helder blauwe zee aan de andere van het eiland.

Willem Smit travel guide
De volgende dag maken we een wandeling over het eiland volgens onze “Willem Smit travel guide”. Willem, van de Tignanello, heeft ons in Suriname allerlei tips gegeven over waar we wel en niet naar toe kunnen gaan in de Carib. Ik heb dat allemaal netjes in mijn I-Pad ingetypt en nu komt dat mooi van pas. Alhoewel we net gezwommen hebben vinden Myrthe en Wouter het nodig om, als we uit de dinghy stappen, in hun onderbroek weer het water in te duiken. Met kletsnatte onderbroeken wandelen ze daarna met ons over het enige weggetje van het eiland naar het plaatsje aan de andere kant van de berg. We hebben boven op het eiland bij het kerkje een prachtig uitzicht over de Tobago Cays en daarna lopen we op aanraden van Willem naar Dennis Hideway’s restaurant waar we wat drinken en Dennis de groeten doen van Willem. ’s Avonds eten we bij de Salt Whistle Bay Club, wat wel lekker is, maar waar we ook meer dan twee uur op ons eten moeten wachten. Aranka en ik vinden dat niet zo erg, want we hebben een prachtig uitzicht op de baai en als het donker wordt gaan er gezellige lampjes aan, maar Myrthe en Wouter hebben zo langzamerhand wel heel veel honger. Net als we willen opstappen omdat we het welletjes vinden komt het eten alsnog en het is nog lekker ook.

waaien ons de haren van het hoofd
We staan vr 27 feb vroeg op, en maken de boot klaar. We willen vandaag naar Admirality Bay op Bequia varen. Via Whatsapp weten we dat de Tinkerbel vandaag ook het plan heeft Van St. Lucia naar Bequia te komen, dat zou erg gezellig zijn. De Tinkerbel kennen we uit Nederland en ze hebben twee dochters in dezelfde leeftijd als Myrthe en Wouter. Wouter ziet vanaf dit moment ook in elk zeilschip de Tinkerbel. Myrthe en Wouter doen al voor we vertrekken twee blokken voor school want tijdens het varen zal er wel niet zoveel van komen en het is natuurlijk wel leuk om meteen te kunnen spelen met de kinderen van de Tinkerbel als we aankomen.
De gribfiles geven windkracht 6 afnemend naar vijf. De wind is nogal noordelijk, dus Bequia is niet bezeild en we zullen wel een paar slagen moeten maken. Ik zet de Genua-4 (kleinere fok) op de kotterstag, die veel beter zeilt dan een dubbel gereefde Genua-1 en we zetten twee reven in het grootzeil. Dat is maar goed ook want als we uit de luwte van Mayreau komen waaien ons de haren van het hoofd (‘pannen van het dak’ klinkt zo raar op een zeilboot). In plaats van afnemen neemt de wind toe en even later hakken we tegen 30 knopen wind in. We hebben ook nog stroom die ons naar het westen duwt, dus we moeten wel een beetje snelheid houden en we varen met zes knopen naar het noorden. Het is twintig mijl dus een uur of drie later komen we alweer in de buurt van Bequia. Als we opkruisen komt een andere zeilboot dichtbij en gaat voor ons langs. We zien de Nederlandse vlag en het blijkt de Roque te zijn. Nou het is ook wel echt Roque weertje zeggen we nog tegen elkaar. We roepen ze op, dan kunnen we wat foto’s onder zeil van elkaar maken. Helaas heeft Lotte last van zeeziekte, maar ze gaat toch haar best doen. Wij gaan overstag en maken wat foto’s en een filmpje van de Roque als we langs varen. Het is prachtig om te zien hoe het schip zich door de golven heen slaat, net als wij!

wilde gebaren van Aranka als noodsein aangezien
Rond een uur of drie komen we aan in Admirality Bay, een enorme baai, die ook behoorlijk vol ligt met boten. We varen een rondje en laten dan ons anker zakken voor Tony Gibbons Beach. We zien op de AIS nog niets van de Tinkerbel, en ik weet natuurlijk niet of ze ook echt vandaag komen. Wel zien we even later de Roque binnenlopen die eerst naast ons komt liggen, maar als hun anker krabt gaan ze aan een mooring aan de andere kant van de haven liggen. Dan zie ik de Tinkerbel op de AIS verschijnen, ze zijn nog anderhalve mijl verwijderd en even later komen ze om de hoek bij Devil’s Table. Wouter en Myrthe staan te toeteren en Aranka staat zo uitbundig te zwaaien dat een Amerikaan komt kijken of er wat aan de hand is, hij had de wilde gebaren van Aranka als noodsein aangezien…

Het is erg leuk Ankie, Jan, Luna en Nika weer te zien. Wouter en Myrthe springen het water in en zwemmen er meteen naar toe. Later koken Aranka en Ankie samen een heerlijke maaltijd en eten we gezellig bij ons in de kuip terwijl de kinderen binnen naar een luisterboek luisteren. Het is leuk om de ervaringen van Ankie en Jan te horen over hun tocht naar de Carib. ’s Nachts komen er nog wat squalls over met dertig knopen wind. Gelukkig liggen we nu goed vast. Vanmiddag dachten we dat ook, maar toen hing het anker gewoon achter een rots. Maar na wat duik en sleepwerk graaft hij zich nu keurig in het zand.

nog nooit zo snel hun school zien doen
De volgende ochtend (zaterdag) moeten er nog wel een paar blokken school ingehaald worden en ook aan boord van de Tinkerbel moet er nog school gedaan worden. Ik heb Wouter en Myrthe nog nooit zo snel hun school blokken zien doen. Maar dan moeten ze toch nog even wachten tot Luna en Nika ook klaar zijn, en dat duurt nog even dus we gaan eerst even naar de kant om brood te kopen. Het is nog een heel eind varen naar de kant met de dinghy en staat nog steeds veel wind, dus we houden het niet helemaal droog. Aan de kant komen we in een ontzettend leuk en gezellig dorpje. We kopen wat groente en fruit op de markt en komen Leon en Lotte van de Roque tegen en geven de foto’s en filmpje’s die we onderweg gemaakt hebben. Dan houdt Wouter het niet meer en wil hij NU terug naar de boot om te kunnen spelen met Luna en Nika. ’s Middag gaan we samen met de Tinkerbel naar het strand en ‘s-avonds eten we lekker bij Jack’s, een gezellig restaurantje aan het strand waar we ervaringen van onze reis uitwisselen. Myrthe en Wouter gaan logeren bij de Tinkerbel dus wij hebben een heerlijk rustige avond.

Turtleman
Zondag gaan we samen met de bemanning van de Tinkerbel naar een het Old Hegg Turtle Sanctuary, een soort zeehonden crèche, maar dan voor schildpadden. “Mr Turtleman” legt uit hoe ze hele jongen schildpadjes vangen en hier laten opgroeien tot ze veertien jaar oud zijn. Dan worden ze weer losgelaten. De kans op overleven is hiermee veel groter dan als ze niet gevangen worden en de kans op overleven slechts enkele op duizend jonge schildpadjes is. Aranka vraagt de man zijn oren van het hoofd, maar Mr Turtleman vind duidelijk ook erg leuk om te vertellen. De schildpadden kunnen 200 jaar oud worden en pas als ze 25 jaar oud zijn kunnen ze eitjes leggen. Dat doen de vrouwtjes dan om het jaar. De schilpadden zijn solitaire beesten, dus ze doen niet echt lief tegen elkaar. Ze bijten elkaar en dat vraagt dus nog best wat verzorging door Mr Turtleman. Hij ontvangt ook schoolkinderen en vertelt hun alles over de schildpadden. Heel nuttig, want daardoor weten de kinderen (en ook hun vissende ouders) dat het vangen van schilpadden

Lijken wel tieners ;-)…
Als we terug zijn in Port Elizabeth wandelen we nog even langs de kade en eten een heerlijk gemberijsje bij Gingerbread. ’s Middags gaan we weer zwemmen bij Tony Gibbons Beach waar ik nu door vier ipv twee kinderen wordt belaagd waarbij Myrthe en Wouter natuurlijk even aan Luna en Nika moeten laten zien hoe ze hun papa kopje onder kunnen duwen…

Aan het eind van de middag gaan we nog even langs bij de Roque om ze een goede reis te wensen. Zij gaan morgen al weer verder en zijn hun boot aan het verkopen, dus we weten iet of we ze nog gaan zien op onze reis. Leon heeft speciaal pannenkoeken gebakken voor Myrthe en Wouter, en dat valt uiteraard in goede aarde. ’s Avonds komen Luna en Nika bij ons logeren, Myrthe ligt samen met Luna en Nika in de voorpunt en ze hebben het geloof ik erg gezellig want de deur gaat dicht en pas de volgende ochtend weer open. Lijken wel tieners ;-)…

Maandagochtend beginnen we de week goed met pannenkoeken. Dan luisteren de kinderen nog een luisterboek (“Groep zeven slaat terug”) voordat we Luna en Nika weer terugbrengen naar de Tinkerbel, zodat zij daar en Myrthe en Wouter bij ons hun schoolwerk kunnen gaan doen. Als Myrthe en Wouter klaar zijn met school brengen we ze naar de Tinkerbel waar ze verder spelen. Samen met Aranka ga ik naar het plaatsje Port Elizabeth waar we alvast uitklaren en nog wat boodschappen doen. Het is echt een erg gezellig plaatsje waar nu, maandag, de winkeltjes ook open zijn. ’s Avonds wilde we eigenlijk met de Tinkerbel gaan barbecueën, maar het weer betrekt en de ene na de andere hoosbui komt overzetten. We eten daarom erg gezellig op de Tinkerbel. Eerst de kids, die daarna verdwijnen in de voorpunt en daarna eten wij met Jan en Ankie. Het wordt natuurlijk weer veel te laat en als we vertrekken nemen we afscheid, waarschijnlijk is de volgende keer dat we elkaar zien over een paar jaar in Nederland, de Tinkerbel gaat verder naar het zuiden en dan naar het westen richting Panama, wij gaan naar het noorden en dan richting Azoren. ’s Avonds kijk ik nog even naar het weer en besluiten we vroeg te vertrekken. De wind lijkt OK, maar er zijn wel veer buien en het is toch 55 mijl hoog aan de wind… We bereiden nog wat zaken voor zodat we snel weg kunnen en zetten de weker om half zes.

meer onder dan boven water
De volgende ochtend staan we inderdaad vroeg op, maken de boot klaar en vertrekken om half zeven. Er staat een goede puist wind en tussen Bequia en Saint Vincent staan zoals voorspelt inderdaad hoge golven maar de White Witch werkt zich er kranig doorheen. In de luwte van Saint Vincent neemt de wind af en moeten we zelfs een stuk motorzeilen, maar na Saint Vincent krijgen we niet minder wind zoals voorspelt, maar juist meer. Het wind giert om de boot. We hebben twee riffen in het grootzeil en de genua ook maximaal gereefd. Toch zit het gangboord (en de zonnecellen) meer onder dan boven water en ook aan de hoge zijde komen regelmatig golven over het dek die tot achter op de boot spoelen. Nou ja het dek wordt weer goed gespoeld… Dan komt er ook nog zware bewolking opzetten en even later begint het te plenzen. Gelukkig houden we er wel een lekker gangetje in van zes knopen zodat Saint Lucia gestaag dichterbij komt. We kunnen er alleen niets van zien want alles om ons hen is grijs. Als het opklaart zien we Saint Lucia met de Pitons, dat kan niet missen. In de bui is wel een onderdeel, waarmee het dek aan de mast zit bevestigd, naar beneden komen zeilen en dat ligt nu binnen in de mast. Ik weet eigenlijk niet precies hoe belangrijk dit onderdeel is, maar we kunnen weinig anders dan gewoon doorvaren, we hebben al maximaal gereefd en motoren tegen de hoge golven in lijkt me eerder meer dan minder belasting op de boot geven. In de bui zijn we wel wat hoogte verloren, maar nu we achter het eiland komen en het opklaart, ruimt de wind en kunnen we toch nog precies de baai bij de Pitons aanlopen. Als we de motor aanzetten trilt het schip ongewoon. We proberen even zijn achteruit, maar het trillen blijft. We varen rustig de baai in en bij het strijken van de zeilen zie ik, als Aranka een stukje achteruit vaart, opeen een hele berg zeewier onder het schip vandaan komen. Dat was dus wat er in de schroef of het roer hing…

met een touwtje uit te hengelen
We hebben geluk, er is nog precies één mooring vrij. we liggen in een natuur reservaat en ankeren mag hier niet omdat je dan het koraal kan beschadigen met je anker. Ankeren kan ook nauwelijks want het is al direct vlak bij de kust zestien meter diep…. We liggen weer op een prachtig plekje en een stuk rustiger dan bij Bequia. Woensdag varen we in baai verder waar ik ga inklaren in Soufriere. Ondertussen kunnen Myrthe en Wouter gewoon doorwerken met school. Als ik ingeklaard ben varen we weer terug naar ons mooie plekje tussen de Pitons. ’s Middags zijn we een paar uur bezig om de beugel die de mast in was gevallen er weer met een touwtje uit te hengelen. Na veel geprutst lukt het en de mast zit nu weer goed vast aan het dek. Later gaan we nog snorkelen bij de rotsen. Het is prachtig, we zien prachtig koraal met paarse en groene kleuren en veel vissen, onder andere Baracuda’s.

Foto’s van onze gezamenlijke duik bij Tobago
Ik kreeg via de mail nog wat foto’s van Andre Groß met wie Aranka en ik samen gedoken hebben op Tobago bij de Coral Garden en met wie we samen twee Rif haaien hebben gezien. Hieronder wat foto’s en een filmpje van Andre van onze duik bij Tobago:



En het filmpje van de rifhaaien…

Zwemmen met schildpadden op de Tobago Cays

Zeilend tussen de riffen door lopen we de Tobago Cays aan. Je moet hier goed opletten dat je niet op een rif vaart, maar met onze plotter en het heldere water is het goed te zien waar de riffen allemaal liggen. Het water is hier super helder met wel twintig meter zicht. Wouter heeft een nieuw spel bedacht, hij bestuurt de boot met het buitenboord motortje.
Onderweg van Union Island naar de Tobago Cays zien we de eerste schildpad zwemmen. Een grote met toch zeker zo’n 40 cm lang schild. ًWe varen tussen de eilanden Petit Rameau en Petit Bateau door en ankeren vlak bij het strand van Baradel waar ook veel schildpadden zitten. De kids springen direct in het lichtblauwe water en zwemmen samen met een schildpad rond. Wat is het hier mooi. De Puff ligt er al en je ziet Frieda gewoon genietend op het voordek zitten. Het is een prachtig plaatje, de groene Puff in helder blauw water.

Mooiste ankerplekje verboden
Maar goed het goede humeur krijgt het even lastig als de autoriteiten zich melden. We liggen in een Natuurpark en daar wordt geld voor geïnd. Dat is natuurlijk prima, maar als we worden gesommeerd om ergens anders te ankeren vinden we dat minder leuk. We liggen uiteraard op het mooiste plekje helemaal keurig zoals in alle pilots de ankerplek staat aangegeven. Maar ja, de catamarans om ons heen liggen aan een duur betaalde mooring , en dan mag je niet voor hun neus gaan liggen en moet je achteraan ankeren. Ze laten nog even hun pas zien en wijzen er meerdere malen op dat we naar ze dienen te luisteren, omdat zij hier de dienst uitmaken. Als ze dan vragen of we het snappen zegt Roelof dat hij er helemaal niets van snapt en dan worden ze boos…Nou ja, uiteindelijk trekken we natuurlijk aan het kortste eind en liggen we een stukje verderop, eigenlijk ook even mooi.

Vers knapperige croissants
Als we weer voor anker liggen duiken we allemaal het water in. Daarna varen we met de zwemspullen in de dinghy naar het rif toe en binden de dinghy vast aan een mooring. Het zwemmen bij het rif lijkt wel of we in een aquarium zwemmen. Er komt weer zo’n grote schildpad langs zwemmen en verder zien we papegaaivissen en trompetvissen en andere tropische pracht waar we tussen snorkelen. Dit is echt gaaf. Wel staat er een flinke stroom vanaf de zee dus je moet oppassen dat je niet terug naar de dinghy stroomt.


De volgende ochtend is er een boatboy die baguettes en croissants verkoopt. Het kost wat, maar het smaakt zoals het hoort. Heerlijk Knapperig vers Frans brood, terwijl je van het ochtendgloren geniet in dit mooie stukje paradijs. Er zijn zwarte vogeltjes, die dit gebruik bij de jachten kennen en even langs komen. Zij genieten van de kruimeltjes. De vogeltjes zien er met hun zwarte veren niet heel bijzonder uit, echter is het geluid wat ze maken opvallend leuk en verrassend divers.

Ahhhhhhh, leguanen
De volgende dag gaan we even op het eiland vlak bij het rif kijken. Daar zitten allemaal leguanen. We ontdekken de een na de ander bij een korte wandeling. Ze klimmen ook in de struiken en zitten soms zo stil dat je ze al recht aankijkt voordat je ze in de gaten hebt. Even later zit er een heel groepje. Ik hurk om een foto te nemen vanaf een lager punt. Maar dan komen ze ineens op me af. Ik sta snel weer op. Het zint me niet helemaal, maar ja een leuke foto voor ons blog is ook belangrijk. Dus ik weer op mijn hurken, maar ik weet niet hoe snel ik me daarna uit de voeten moet maken als ik door 7 van die geribbelde en geschubde rood, groene en geel gekleurde beesten word omsingeld. Ik geef nog een gil en dan steken ze ook nog hun staart omhoog en schudden ja met hun kop. En dan ben ik ervandoor. Waarschijnlijk dachten ze dat ze iets lekkers van mij zouden krijgen, zegt Roelof.

Zwemmen tussen de schildpadden
We zwemmen en snorkelen nog langs het eiland. Er grazen schildpadden onder water en ze lijken niet eens schuw en laten je op gepaste afstand dichtbij komen als je rustig bent. Maar even later zien we een paar fikse buien aankomen en gaan we terug naar onze boot. ’s Avonds gaan we barbecueën op het strand van Petit Bateau dat achter onze boot ligt. Het is best een stukje varen in de dinghy en we beseffen dat we terug tegen de wind en in het donker moeten varen en letten op langs welke schepen we allemaal komen en laten het licht aan op onze boot. Op het strand staat een strandtentje en daar zijn ze al druk aan het barbecueën. Frieda en Leon van de Puff zijn er ook en zitten al aan een mooi gedekte tafel en het eten ziet er zalig uit. Kreeft, gebakken groente en gevulde aardappels. De kinderen krijgen kip. Het is echt heerlijk met het mooiste uitzicht dat je je kan indenken, de ondergaande zon boven de Tobago Cays. Als het even later donker wordt schieten de lampjes boven ons hoofd aan. We zitten tussen de palmbomen en het is een gezellig en bijzonder plekje om te eten. Als er wordt afgeruimd doen de mensen de afwas in de tent. Er is een opossum op de afvalrestjes afgekomen en die knabbelt alles op. In de straal licht van de zaklamp zien we hem heel goed zitten. Als we uitgegeten zijn en de kinderen klaar zijn met spelen in het zand gaan we terug. We laten de zandkastelen en zandtorens van de kinderen achter en het valt mee hoe nat we worden in de dinghy. Tegen de wind in is het een langere tocht, maar we kunnen het gelukkig goed terug vinden. Die nacht komt er nog een squall over met in de piek 40 knopen wind. Gelukkig houdt ons Rocna anker het uitstekend, maar er zijn enkele andere schepen losgeslagen van hun anker die we opnieuw zien ankeren. Ik duik gauw weer in mijn bed.

Schildpaddenexcursie
Vandaag is het woensdag en Roelof vindt dat de kinderen op schildpaddenexcursie mogen in dit paradijs. Op school doen ze ook af en toe een stranddag of excursie, dus wij nu ook. Geen schoolwerk dus, heerlijk relaxed, want na mijn verkoudheid gisteren ben ik nog niet fit om weer juf te zijn. Bij onze kinderen vraagt dat topconditie en maximum geduld. Maar vandaag niet. Frieda is 29 februari jarig,maar omdat dat er dit jaar niet is vieren wij het vandaag. Het is waarschijnlijk ook de laatste keer dat we hen zien. Zij gaan hierna verder naar het zuiden en hebben ook meer dan een jaar. Wij gaan verder naar het noorden. Maar eerst koffie bij de Puff en een leuk cadeautje achterlaten. Myrthe heeft haar best gedaan om een papieren zak in de vorm van een taart te versieren, waar je een waxine lichtje in kan branden. Altijd leuk als zij weer iets creatiefs maakt. Ook kan ik de Puff nog van binnen zien, wat een mooie boot is dat zeg, mooi afgewerkt van binnen en heel gezellig. Lekker gekletst en koffie gedronken en dan het afscheid. (Dat hebben we al een paar keer eerder gedaan, ook op La Gomera dachten we elkaar niet meer te zien en idem toen we vanuit Mindelo vertrokken, maar tot nu toe blijven onze vaarroutes elkaar kruisen, dus wie weet… We zien al heel veel schildpadden rond de Puff zwemmen die adem komen halen, maar wij gaan nog even naar het rif om te snorkelen. Nog één keer in dit prachtige ‘aquarium’ kijken. Na het snorkelen halen we het anker op en vertrekken we tegelijkertijd met de Puff. Zij varen richting Union Island en wij varen naar Mayreau. Het is maar een klein stukje en we zetten alleen de genua uit. Er waait nog een fikse regenbui over en dan ligt ons anker alweer in de volgende baai.

Rum en Chocolade op Grenada


bijbootjes rond scheuren met 15 PK motoren
Woensdag ochtend komen we met het eerste ochtendgloren aan bij Prickly Bay op Grenada na een rustige oversteek. Het is duidelijk dat we hier in het cruisers gedeelte van de Carib zijn want er liggen zeker nog honderd zeilboten aan moorings of voor anker. Dat is toch heel anders dan de circa tien schepen bij Charlotteville. Toch is het een mooie baai met voldoende ruimte. Wij zoeken een plekje dicht bij de dinghy steiger waar we ook kunnen inklaren. Handig want wij hebben maar een klein motortje op onze dinghy. We zien hier veel bijbootjes rond scheuren met 15 PK motoren, leuk voor in de ankerbaai denk ik, maar het wordt ook snel gejat en is ook erg zwaar. Maar toch kriebelt het wel al die planerende bootjes, toch ook niet iets voor ons…?

Om een uur of negen kunnen we inklaren. Officieel is dat vanaf acht uur al mogelijk maar toen was er nog niemand te bekennen. Net voordat ik naar de kant ga komt de Synergi, de Noorse boot waarmee we samen opvoeren ook binnenlopen. We hebben al even contact via de marifoon en ze komen aan een mooring vlak bij ons liggen. De kinderen moeten eerst hun school afmaken voordat ze met de Linnea en Madelen mogen spelen. Het inklaren gaat behoorlijk efficiënt via Sailclear, een website op internet waar je de info van je boot en je bemanning eenmalig kan invoeren zodat je bij het inklaren alleen de datum en de haven hoeft aan te geven. Ik kon me nog herinneren dat ik hiervoor thuis een account had aangemaakt en met wat zoeken weet ik ook weer het wachtwoord en rollen al onze gegevens zo uit de computer. Toch moet de douane ambtenaar nog een heleboel formuliertjes invullen, en als hij even later aan het andere bureau gaat zitten en immigratie officer is geworden gaat hij met diezelfde formuliertjes aan de slag en stempelt uiteindelijk onze paspoorten. Betalen moet in East Caribbean Dollars, en die heb ik niet, ik geef wat euro’s als onderpand, dat kan dan weer wel. Bijzonder vind ik ook dat ik overal langs de paspoort controle kan zonder dat Aranka en de kinderen mee hoeven…

Viking versie van de ‘atomic bomb’
Ondertussen zijn Wouter en Myrthe al goed op weg met school en nadat we ’s middag eerst gezwommen hebben gaan we met de dinghy naar de dinghy steiger aan de andere kant (NW) van de baai. Hier zit Budget Marine, een grote watersportzaak, waar we een nieuwe lamp voor het deklicht willen kopen. Het valt mee, ze hebben de lamp en zelfs ook in LED uitvoering, gaat niet zo snel kapot en gebruikt ook veel minder stroom. De prijs valt niet mee, welkom in de Carib! Maar gelukkig kunnen we hem belastingvrij krijgen, maar daarvoor moet ik wel op en neer om de inklaringspapieren te laten zien. Eerst gaan we geld halen, we krijgen een lift naar de bank.

Daarna proberen we met een busje naar de hoofdstad van Grenada, St. George, te komen, maar na een half uur rondrijden zijn we weer terug op de plek waar onze dinghy ligt. In de bus is inmiddels iedereen boos omdat de chauffeur eerst ging eten en toen nog een boodschap ging doen. Wij vinden het ook welletjes, hebben een mooie rondrit gemaakt over dit gedeelte van het eiland en zijn nu weer terug bij onze dinghy en dus stappen we samen met een aantal andere passagiers uit de bus. Gaan we morgen wel naar St. George. Terug op de boot klim ik de mast in en hangend in het bootstoeltje lukt het om zonder iets naar beneden te laten vallen, de draadjes aan de lamp te schroeven, en jawel, ons deklicht doet het weer. Aan het eind van de middag zwem ik met Myrthe en Wouter naar de Synergi waar ik een biertje drink. Wouter en Myrthe zwemmen met Linnea en Madelen en springen op alle mogelijke manieren van de boot. Dat werkt aanstekelijk op de Noren Stig en Rune (tweeling broer) die hun Viking versie van de ‘atomic bomb’ of ons Hollands bommetje! laten zien, kortom een hoop lol.

de Amerikanen vonden het welletjes

Donderdag gaan we nadat school klaar is naar St Georges. Met dezelfde busjes, waar bij ons maximaal 9 personen in passen, maar waar hier makkelijk 20 personen in passen rijden we (nu wel direct) naar St George. We lopen door het winkelcentrum en bezoeken het Fort King George dat nu dienst doet als werkruimtes voor van allerlei. Het fort is duidelijk niet onderhouden en maakt een vervallen indruk. In het fort zien we oa een gedenksteen ter nagedachtenis aan Maurice Bishop (en een deel van zijn regering) die in 1979 via een linkse coup aan de macht kwam en een aanhanger van Castro was. Dezelfde Bishop die Bouterse in Suriname beïnvloedde, onder andere met zijn mening dat je tegenstanders, waar je niet van kan winnen, beter uit de weg kan ruimen. Enkele maanden later vonden in Paramaribo de december moorden plaats…

In Grenada was er onder Bishop zijn leiding een dictatuur waar veel mensen met een andere mening in de gevangenis werden gezet. Wel verbeterde hij de medische zorg en het onderwijs. In 1983 werd hij gevangen gezet door het leger en zijn eigen mensen. Vervolgens werd hij bevrijd door het volk en vervolgens alsnog vermoord samen met een groot deel van zijn regering door de mensen die hem eerder gevangen namen. Blijkbaar was hij ook een tegenstander geworden waar je niet van kon winnen… Anyway, de Amerikanen vonden het welletjes en dropten meer dan 500 rangers op het vliegveld dat ondanks verzet van Grenada snel in Amerikaanse handen kwam. De Amerikanen werden door het volk met open armen ontvangen en nu meer dan dertig jaar later is Grenada een onafhankelijke democratie en komt vrij welvarend op ons over.

vier enorme ijsjes…
Na het fort lopen we langs “The Carenage”, de vissershaven met daaromheen leuke oude huizen en winkeltjes in een Frans Mediterrane stijl. In een supermarkt koop ik vier enorme ijsjes die we aan de kade opeten. Daarna kijken we nog in een andere watersportzaak naar nieuwe accu’s en zwemvliezen voor Myrthe en Wouter.

De accu’s die wij hebben zijn inmiddels wel erg oud. Eéntje is nog origineel uit 1996 en de andere is ooit vervangen toen die kapot was gegaan. We merken de laatste tijd dat de accu’s steeds moeilijker vol blijven terwijl we toch voldoende zonnecellen zouden moeten hebben. We draaien dan ons generatortje maar we vermoeden dat de werkelijke capaciteit van de accu’s inmiddels veel minder is dan toen ze nieuw waren. Na lang wikken en wegen besluiten we twee nieuwe AGM accu’s te kopen die even groot zijn als de oude maar ipv 140 Ah 200 Ah zijn, dus dat scheelt sowieso al bijna 50% capaciteit. En dan maar hopen dat deze het ook echt beter doen…

niet meer te houden en staat wild te swingen
Vrijdag bestel ik de accu’s en ’s middags worden ze afgeleverd. De oude Mastervolt accu’s worden meteen meegenomen. Gelukkig doen de nieuwe accu’s het inderdaad veel beter, deze accu’s lijken sneller op te laden en minder snel leeg te lopen. Zakte met de oude accu’s de lading vaak tot onder de 60% en moest ik dan de generator aanzetten, met de nieuwe accu’s is de lading nog niet onder de 88% gedaald. Lijkt gelukkig dus een goed besluit te zijn geweest om de accu’s te vernieuwen… Ondertussen doen Myrthe en Wouter vandaag school op het land. In het restaurant zijn mooie tafels waar je lekker kan werken. Helaas is het geen succes, ze doen alles behalve werken. Aranka wordt er knettergek van. Maar na een dag lang ploeteren is het programma dan toch eindelijk klaar. ’s Avonds gaan we naar het restaurant bij de dinghy steiger waar lekker wordt gedanst. Stig blijkt dansleraar geweest te zijn en steelt met Gina de show. Even later staan we allemaal te dansen met de kinderen. Zelfs Wouter komt laat in de avond de dansvloer op, hij stond al een hele tijd te kijken maar durfde niet. Als hij eenmaal op de dansvloer staat is hij niet meer te houden en staat wild te swingen met Myrthe en Linnea totdat dat natuurlijk mis gaat. Als Wouter probeert om Linnea op te tillen zoals hij Stig dat met Gina ziet doen, is ze toch iets te zwaar voor hem en valt op de grond. Gelukkig is het niet erg maar Wouter is er erg van geschrokken. Tsja, zo gaan die dingen, als je indruk wilt maken op een meisje…

mensen zijn ontzettend vriendelijk

Zaterdag kunnen we ’s ochtends meteen op stap, het is weekend dus geen school. We willen eigenlijk naar The Grenada Chocolate Compagny, maar die blijkt in het weekend gesloten. Dan gaan we naar de Seven Sisters Falls, mooie watervallen waar je naartoe kan wandelen. Linnea en Madelen gaan met ons mee. Het lukt een lift te krijgen met ons zessen, naar de rotonde waar de busjes stoppen. Het is wel typerend voor de sfeer hier, mensen zijn ontzettend vriendelijk, en als je langs de weg staat om te liften stopt meestal de eerste auto die langs komt. Zelfs met zijn zessen nemen ze je gewoon mee. We vinden dan vrijwel direct een busje naar St. George’s. Het is duidelijk dat het voor Madelen en Linnea de eerste keer is dat ze in zo’n busje zitten en Madelen kijkt vol verbazing hoe er steeds meer mensen in het busje stappen. In St. Georges kopen we snel wat junkfood, want met hongerige kinderen wandelen lijkt ons geen goed idee. Het busje slingert de steile weg op de bergen in, langs steile hellingen met regenwoud in een prachtig palet van groene kleuren. Na een half uurtje worden we de bus uitgezet bij een pad dat naar de Seven Sisters Falls leidt.
Aan het begin moeten we een kaartje kopen en krijgen we een stok mee. De eerste kilometer is over een onverharde weg, maar dan gaan we linksaf een wandelpad op dat vrij steil naar beneden gaat. Even later zien we een goot langs het pad lopen waarmee beton naar beneden is gestort. De goot wordt weer afgebroken en werklui lopen met zware balken op hun nek de steile helling op. Beneden aangekomen vinden we een dragline en een aantal betonnen funderingen. Aan één van de werklieden vragen we wat ze hier gaan bouwen. Hij vertelt ons dat er een kabelbaan komt, nou ik ben blij dat we er nog zelf naartoe gelopen zijn. We lopen nog een stukje verder en komen dan bij de waterval die inderdaad prachtig ligt, midden in het woud. Er ligt een klein meertje onder de waterval waar we heerlijk zwemmen in fris zoet water.



een beetje te veel aan het worden is
Nadat we terug gelopen zijn komt er gelukkig snel een busje waarmee we een stukje terug rijden naar het Grand Etang Lake, een kratermeer midden op Grenada. We eten een hapje en kijken daarna in een bezoekerscentrum naar de uitleg over het meer. Na een klein stukje een berg op lopen komen we bij een prachtig uitzichtspunt. Net als we boven komen begint het te gieten, maar gelukkig is er een afdakje waar we kunnen schuilen. Het uitzicht is prachtig, je kan aan de ene kant de zee zien, aan de andere kant het meer waarbij het land heel geleidelijk over gaat in het meer via een dikke rand met waterplanten. We lopen terug en gaan naar het meer. Het pad is niet zo best en na een half uur lopen wordt het steeds glibberiger, maar het is wel prachtig door de jungle. We lopen langs het meer en het lijkt mij wel leuk om rond het meer te lopen. Voor mijn gevoel zijn we al over de helft, maar dat weet je nooit en we zien aan Linnea en Madelen dat het voor hun een beetje te veel aan het worden is. Bovendien wordt het over een uurtje donker dus stel ik toch maar voor om terug te gaan. Dit wordt door met name Linnea en Madelen met veel enthousiasme ontvangen! Als we terug lopen zien we dat we een verkeerd pad hadden genomen, nou ja het was wel mooi en leuk om door de jungle te banjeren ook al zitten onze schoenen en benen onder de modder. Gelukkig kunnen we terug bij het bezoekerscentrum onze schoenen en benen weer schoon spoelen.

de bus langs rijdt zonder te stoppen
Aangezien het al donker wordt willen we graag snel een busje terug naar St. Georges. Wij hadden afgesproken Linea en Madelen rond half zeven weer af te leveren maar dat gaat waarschijnlijk niet lukken. Zeker niet nadat de bus langs rijdt zonder te stoppen omdat hij al vol zit. Na nog een half uurtje wachten zonder dat er een volgende bus langs komt krijgen we gelukkig een lift van de restauranteigenaar waar we ’s middags wat gegeten hadden. Het is inmiddels donker geworden en ik ben erg blij dat we hier niet met vier kinderen midden in de bergen in het donker op een bus hoeven te blijven wachten (waarvan het maar hopen is dat er nog een komt…) We hebben geluk, de restauranteigenaar is erg vriendelijk en brengt ons in een keer helemaal naar onze boot zodat we daar toch nog behoorlijk op tijd aankomen en Linnea en Madelen weer bij hun ouders afleveren. Alhoewel het wel een (wat te) lange dag is geweest hebben Madelen en Linnea het toch erg leuk gevonden om een dagje mee te gaan.

die helaas naar de bodem verdwijnt
Zondag 15 februari varen we één baai verder naar het westen, True Blue Bay. Hier liggen we heerlijk rustig met nog één andere boot. Even later komt ook de Synergi. We gaan nog wat drinken op de Synergi terwijl de kinderen aan het zwemmen zijn. Linnea laat haar duikbril in het water vallen, die helaas naar de bodem verdwijnt. Ik probeer hem nog op te duiken maar ik kan geen hand voor ogen zien. De zon staat al laag en ik beloof het later nog eens te proberen. Dinsdag probeer ik het weer, maar kan ik nog steeds niets zien, het water is te troebel. Toch vind ik na vier keer proberen wonder boven wonder de duikbril op de tast terug. Mooi, weer een biertje verdiend.

omtoveren tot heerlijke chocolade
Maandag bellen we ’s ochtends naar The Grenada Chocolate Compagny waar ze nog op geheel authentieke wijze cacao bonen omtoveren tot heerlijke chocolade. De Chocolade wordt alleen vervoerd per zeilboot. Binnen de Carib met een snelle catamaran en naar Europa met de Très Hombres. Linnea, Madelen en Rune (oom van Madelen en Linnea) gaan ook mee. Na een busje naar St George nemen we daar een busje naar Grenville. Als we in Grenville aankomen biedt de chauffeur ons aan om ons voor een heel redelijke prijs door te rijden naar The Grenada Chocolate Compagny en daarna naar de River Antoine Rum Factory.

Bij The Grenada Chocolate Compagny krijgen we een rondleiding en laten ze ons zien hoe cacao bonen worden gepeld, hoe ze daarna worden gegist onder bananen bladeren en hoe ze daarna worden gedroogd. In grote bakken in de zon waar elk half uur iemand doorheen loopt om ze te keren. Daarna gaan ze in zakken naar de chocolade fabriek. We kunnen uiteraard ook chocolade proeven en kopen ook nog een voorraadje chocolade. Na de chcolade fabriek rijden we door naar de River Antoine Rum Factory. Dit is een fabriekje waar suikerriet wordt uitgeperst met een machine die wordt aangedreven door een watermolen. Daarna wordt het water uit het suikersap verdampt. Dit gebeurt door de pulp die van het suikerriet overblijft te stoken onder de bakken met suikersap. Daarna gist het gecondenseerde sap en dan wordt het gedestilleerd in een grote ketel die met hout gestookt wordt. Kortom dit werkt nog precies zo als een paar honderd jaar geleden. Echt prachtig om dit zo te zien werken en dan niet als een museum, maar gewoon als een commercieel werkend fabriekje! Uiteraard ook hier weer even proeven en een lekkere fles rumpunch meegenomen.

niet eerder zo gelukkig gezien
We vieren Myrthe’s verjaardag op woensdag 18 feb ipv vrijdag. Dan kunnen we haar verjaardag samen met Linnea en Madelen vieren en dat wil ze graag. Dinsdag gaat Aranka nog cadeautjes kopen in St George. Ondertussen probeert Wouter om de buitenboord motor te starten. Nu is dat op zich niets nieuws, want dat probeert hij zeker drie keer per week. Het is namelijk zijn grote jongensdroom om alleen in onze dinghy te varen. Ik vind dat maar niets en had eerst bedacht dat hij zijn roei-examen moest halen zodat hij ook weer terug kan komen als de motor uit valt en niet de zee op dobbert. Dat heeft hij inmiddels uitstekend onder de knie (hij roeit ook andere kinderen naar hun boot…). Toen had ik bedacht dat hij alleen met de motor kon varen als hij deze ook kon starten. Dat hielp beter want dat is hij nu al zes maanden aan het oefenen, maar vandaag lukte het! Nou toen mocht hij ook alleen door de baai varen, of beter gezegd scheuren. Want alhoewel wij een piepklein motortje hebben van 2,5 PK lukt het Wouter in zijn eentje toch om ermee te planeren en dan snoeihard door de baai te scheuren. Ik heb hem geloof ik niet eerder zo gelukkig gezien. Hij heeft het de hele dag ook over niets anders meer. Aranka vindt het uiteraard maar niets, maar ik vind het toch ook wel mooi (zolang er geen ongelukken gebeuren). Aan het eind van de middag stellen de Noren voor terug te varen naar Prickly’s Bay omdat ze het te veel vinden schommelen. Wij vinden het best, kunnen we donderdag 19 februari makkelijk uitklaren als we richting Union Island vertrekken.

Mythe krijgt haar kadootjes niet zomaar

Woensdag vieren we Myrthe’s tiende verjaardag. We hebben de boot verierd en ontbijten uitgebreid met zijn vieren. Mythe krijgt haar kadootjes niet zomaar, ze moet ze vinden met een speurtocht. Na het maken van de nodige sommen, het beantwoorden van een aardrijkskunde vraag, een rondje om de boot roeien en het het zoeken naar spelfouten heeft ze alle antwoorden goed en al haar kadootjes gevonden. Nu hebben wij dus een tiener aan boord, dat zal nog wat worden… De Noren komen op de koffie en hebben ook nog een haarband voor haar gekocht. ’s Middags zwemmen de kinderen nog en gaan wij op bezoek bij Kiki, een Nederlandse vrouw op het schip de Roses Four Children. ًWe zitten gezellig te kletsen totdat de Noren ons komen waarschuwen dat Wouter een beetje raar doet. Boze bui dus, hij was boos geworden om zich heen gaan meppen en wou toen maar alléén naar de boot zwemmen. Gelukkig had Gina hem tegengehouden en ze hielt de wild spartelende Wouter nog steeds vast toen ik eraan kwam. Hij was nog steeds boos en sprong alsnog van de steiger af toen Gina hem los liet. Nou ja, op zich goed, kon hij weer afkoelen… Heb hem toen maar uit het water gevist en toen werd hij weer rustig. ’s Avonds zijn de Noren gezellig komen eten, mooi als afscheid want wij gaan morgen naar Dragon Bay verderop op Grenada om daarna door te varen naar Union Island en zij gaan richting Curacao waar ze de boot achterlaten.

de vorm van een draak hebben
Donderdag ochtend vertrekken we rond een uur of tien richting Dragon Bay. Het is maar een paar uur varen en om twaalf uur meren we af aan een mooring. Het is een kleine baai en er is niet veel ruimte om te ankeren dus een mooring is nu wel handig. Een jongen, Mozes, helpt met het aanmeren waarbij we toch nog de pikhaak in het water laten vallen die prompt naar de bodem verdwijnt. Gelukkig hebben we er nog één en even later liggen we wel wat hobbelig alleen in de baai. Even later komen er nog twee andere zeilboten bij, maar we liggen prachtig. Het heet Dragon Bay omdat de rotsen aan de zuid-zijde van de baai de vorm van een draak hebben. Als de boot goed ligt lukt het om de pikhaak weer op te duiken. Het water is erg helder en na een beetje rondzwemmen zie ik hem zo op de bodem liggen. ’s Middag brengt Mozes ons met een roeibootje naar The Grenada Underwater Sculpture Parc waar we snorkelen en naar allerlei beelden duiken die hier op de bodem op een meter of vier diepte staan. Het is erg leuk maar het water is niet erg helder dus je moet echt wel naar beneden duiken om wat te zien. Myrthe is erg goed in het herkennen van alle beelden en Mozes helpt ook door ze aan te wijzen. Net als we weer weg gaan komt er een hele karavaan met snelle dinghy’s aan racen uit St. Georges. Mooi dat wij het parc voor ons alleen hadden. Terug varen we weer dicht langs de rotsen en de branding. Aranka vind het maar eng, maar Mozes verzekert ons dat hij dit iedere dag doet… ’s Middags eten we een hapje aan de kant in Dragon Bay.

onderwatervulkaan “Kick-em Jenny”

Vrijdagochtend gooien we om zes uur ’s ochtends de mooring los zodat we bij tijds bij Clifton op Union Island zijn en nog voor het weekend kunnen inklaren, anders moeten we “overtime” betalen en wordt het minimaal twee keer zo duur. We zeilen hoog aan de wind en kunnen het zo net bezeilen. Soms helpt de stroom ons tegen onze verwachting in mee en duwt ons naar het oosten. We varen om de onderwatervulkaan “Kick-em Jenny”. Als je daar overheen vaart en er komt net een gaswolk vrij krijg je een behoorlijke opdonder en je loopt zelfs het risico te zinken. Gelukkig is de vulkaan niet actief en we hebben er geen last van. Achter Cariacou, waar we voorbij varen, staat er nauwelijks stroom. Voorbij Cariacou kunnen we voldoende hoogte maken om Clifton op Union Island in één keer aan te lopen. Om één uur laten we ons anker vallen achter een rif, met uitzicht op open zee en de branding op het rif. Het is winderig, maar we hebben een prachtig uitzicht en we zullen hier in ieder geval voldoende stroom hebben… Voor onze boot is een soort racebaan voor kite- en windsurfers. Het is er heel ondiep, er zijn nauwelijks golven en er is veel wind. Ze schieten voorbij en de kitesurfers maken prachtige sprongen in de lucht.
op en top Carib
We hadden de Puff al op de AIS zien liggen en als we binnen varen zien we dat ook de Roque hier ligt. Frieda en Leon komen langs en het is erg leuk ze weer te zien. We hadden ze voor het laatst in Mindelo gezien. Zij zijn nu op weg naar het zuiden terwijl richting noorden gaan, toch leuk dat je elkaar dan weer tegenkomt. Het water is erg helder en Myrthe en Wouter duiken meteen het water in. Ik ga met de papieren naar de kant om in te klaren, we zijn in ieder geval ruim op tijd. Het is een op en top Carib plaatsje met fruitstalletjes, en andere leuke winkeltjes.

Zaterdag ochtend varen we eerst even langs de Roque, waar Leon net aan het surfen was. We drinken er koffie en kletsen bij. De Roque hebben we nog in Suriname gezien en bij Grenada over de marifoon gesproken toen zij net weg voeren en wij aankwamen. ’s Middags spreken we af met Frieda en Leon om te zwemmen bij het strand. Frieda heeft de surfplank van de Roque geleend en probeertook te surfen. Alhoewel het er zo makkelijk uit ziet valt dat niet mee, het lukt Frieda om een klein stukje te surfen. Als Leon en ik het ook proberen komen we minder ver…

catamaran die steeds dichterbij komt
’s Nachts komen er een paar flinke buien overzetten en neemt de wind toe tot meer dan dertig knopen. Ik ga toch maar even buiten kijken en zie dat de catamaran die voor ons is gaan liggen steeds dichterbij komt. Lag ons ankerboeitje eerst nog bij zijn achterpunt, nu ligt het al voor zijn voorpunt. Als we de catamaran met onze zaklamp goed in het licht zetten verschijnt er ook iemand aan dek, maar gelukkig neemt de wind dan al af, toch ga ik zo nu en dan even kijken of hij niet nog dichterbij komt.

Zondag maken we een wandeling naar het oude fort op Union Island waar we een prachtig uitzicht hebben over de baai. Net als we boven zijn komt er een grote hoosbui over. We bedenken dat we zijn vergeten de ramen dicht te doen… Nou ja dat zien we wel als we terug zijn. In de bui kan je echt niets meer zien, de baai, Clifton en de boten zijn in de grauwe wolk verdwenen. Als de bui over trekt zie je eerst weer de schimmen van de schepen, dan zie je de contouren van het rif, en langzaam krijgt alles weer kleur als de wolken minder worden en de zon terugkeert en het prachtige uitzicht terug is. We zijn wel doorweekt, maar in de wind en de zon droog je ook zo weer. ’s Avonds eten we samen met de Roque en de Puff. Aranka en Frieda maken een heerlijk maal en het is erg gezellig, waarbij Wouter aan Leon van de Roque gaat uitleggen hoe een zeilboot werkt en Lotte tot in details het lokale zeilnet nadoet. We hebben in ieder geval veel lol!

Maandag willen we naar de Tobago Cays vertrekken, het wordt de komende dagen rustig weer en dan kan je daar goed liggen en snorkelen. Later meer!

Tijd vliegt voorbij op Tobago


Klinkt oorlogszuchtig
We liggen op Tobago bij een dorpje Charlotteville in de Man of War Bay, vlak voor piratesbay. Dat klinkt allemaal behoorlijk oorlogszuchtig, maar niets is minder waar. Wel is hier in het verleden ook flink gevochten door verschillende Europese landen om hier de baas te kunnen spelen, uiteraard heeft Nederland daar ook zijn steentje aan bijgedragen. Het eiland is volgens Wikipedia 22 keer gewisseld van eigenaar voornamelijk door Frankrijk, Nederland en Groot-Brittannië. Bij de verschillende wisselingen van de wacht vierde de piraterij hier hoogtij, vandaar ook de naam Pirates Bay waar wij liggen.
Maar goed, nu is het een heerlijk rustige baai waar nog een stuk of tien zeilboten liggen met een schattig klein dorpje aan het eind van de baai waar een paar eethuisjes staan, maar waar de tijd ook stil heeft gestaan. Na een paar dagen begin je al heel wat mensen te herkennen. Het is er gezellig en er lopen veel rasta mannen met de één nog een fraaier kapsel dan de ander. Er wordt gevist voor de kost en er is een bakkersvrouw met heerlijk brood (na alle plakkerige witte brood van afgelopen maanden is dat een verademing). De supermarkt verkoopt niet zo heel veel, maar voldoende groente en fruit voor ons om ook af en toe op de boot te eten. Het favoriete cafeetje is dat van Jaba, waar je zelf je drankjes uit een koelkast pakt en waar elke week ook live muziek is. Heel gezellig, iedereen staat er omheen, buiten op straat lekker te luisteren of wat te dansen en wat te drinken.

Pirates Bay
Links van ons schip kijken we uit op het prachtige strand van Pirates Bay, waar we bijna elke dag wel even met de dinghy naar toe gaan om te zwemmen en te snorkelen. Het leuke van Pirates Bay is dat er helemaal geen bebouwing is, het is dus een mooi strand met daarachter het regenwoud. Wel met een mooi pad er doorheen, maar verder is het jungle. Het lijkt wel een stukje paradijs op aarde. Sowieso is het noorden van Tobago nog prachtig groen en niet aangetast door hotels of andere lelijke grote betonnen flatgebouwen. Het leven hier is dan ook ronduit genieten, en als je geniet dan vliegt de tijd voorbij. Toen we deze blog wilden schrijven wisten we ook eigenlijk niet meer precies welke dag we nu wat gedaan hebben want we zijn hier echt alle gevoel voor tijd kwijtgeraakt. Maar met de foto’s die allemaal een datum hebben konden we het toch nog een beetje terug filmen.

Scarborough ooit gesticht als Nieuw Vlissingen
Vrijdag ochtend zien we de Wildeman van Coen en José op de AIS verschijnen en even later lopen ze de baai binnen en ankeren een stukje achter ons. Ze komen een bakje koffie drinken, en het is leuk om hun verhalen over de tocht en Suriname te horen. Ze zijn ook in Botopasi geweest en zijn vrij snel daarna richting Tobago vertrokken. De rest van de ochtend doen we school en aan het begin van de middag gaan we naar Charlotteville. Als we daar geld willen pinnen, blijkt de geldautomaat leeg te zijn. Het is op zich al goed nieuws dat we hier in Charlotteville uberhaubt kunnen pinnen want in de pilot van Chris Doyle stond nog dat je hier niet met een westerse bankpas terecht kon en genoeg cash geld mee moest nemen. Gelukkig las ik dat pas toen we er al waren en blijken tegenwoordig de geldautomaten alle westerse passen ook te accepteren. Maar goed de automaat is leeg en we hebben nog net genoeg geld voor de bus dus we gaan vrijdag naar de hoofdstad Scarborough van Tobago. Met een minibusje rijden we van noord naar zuid en krijgen zo een mooie indruk van het eiland. Scarborough is totaal anders dan Charlotteville, staat vol met lelijke gebouwen en is weinig bijzonder, maar ze hebben er wel een bank met gevulde geldmachine. Nog leuk te vermelden is dat Scarborough ooit gesticht werd als Nieuw Vlissingen door Zeeuwse migranten nadat Jan de Moor eerder een Nederlandse kolonie op het eiland had gesticht. We halen heerlijke roti die we opeten in een parkje waar ook de Nederlandse rol in de geschiedenis van Tobago op een bord beschreven staan. Met name de gevechten met de Fransen die we hier gevoerd hebben worden toegelicht:

Uit Wikipedia “Op 3 maart 1677 vielen de Fransen tijdens de Eerste Slag bij Tobago Lampsinsburg en de Nederlandse schepen aan. De Nederlandse bevelvoerende commandant, commandeur Jacob Binckes wist onderbemand en met grote verliezen de Fransen een strategische nederlaag te bezorgen. Maar omdat Nederlandse versterkingen te laat kwamen, werd Tobago op 6 december tijdens de Tweede Slag bij Tobago opnieuw door een nieuwe Franse vloot aangevallen en veroverd, waarbij commandeur Binckes op 12 december sneuvelde. Met de Vrede van Nijmegen (1678) kwam een definitief einde aan Nieuw Walcheren, en werd geheel Tobago Frans gebied.” Weer een stukje vaderlandse geschiedenis waar ik niets van af wist…

wordt er luid gejammerd
’s Middags lopen we nog naar het fort St. George, dat in de 18e eeuw is gebouwd door de Britten. Het is nog in goede staat en we hebben er een prachtig uitzicht op Scarborough en het eiland richting het noorden. Helaas is het museum dicht dat in het fort gevestigd is omdat de stroom het niet doet… Dat missen we dus. Als we terug lopen valt Myrthe tijdens het rennen op de weg met een bloedende voet als gevolg. Met wat water van de kaartjes verkoper bij het fort maken we het onder luid gejammer van Myrthe zo goed als het gaat weer schoon. Zeker als we er sterilon op doen wordt er luid gejammerd, ik kan me dat van vroeger toch niet zo herinneren, zal ze wel van Aranka hebben ;-)….

Na wat zoeken vinden we een busje terug en ’s Avonds eten we bij Sharon en Phebe’s, wat in de pilot goed staat aangeschreven, maar wat wij tegen vinden vallen (alles uit de frituur…). Toch zijn we heel tevreden, we hebben weer een hoop gezien en geleerd.


smalle passage met veel stroming
We komen erachter dat je op Tobago ook prachtig kan duiken, en Aranka wil ook nog graag haar duikbrevet halen. We kijken bij een paar duikscholen, ERIC (Enviromental Research Institute Charlotteville) in Charlotteville is gecombineerd met een onderzoeks instituut, dat lijkt ons erg leuk, maar ze gaan voorlopig niet duiken. In Speyside, net over de berg aan de westkant van het eiland zitten nog twee duikscholen en Aranka kiest voor Extra Divers, die komt relaxed over en met vriendelijke mensen. Aranka kan al direct de volgende dag (zondag) beginnen. Vanaf dat moment zit Aranka vier dagen in de duikcursus stress, maar ik geloof dat ze er ook erg van genoten heeft. De eerste dag maakt ze al meteen een duik in de stroming waarbij ze ook nog door een smalle passage met veel stroming heen gaat. Verder gaat ze al vroeg naar de duikschool en komt pas weer laat in de middag terug. Als ze een dagje vrij heeft zit ze in haar duikboek gedoken en lijkt ze met haar gedachten nog wel verder weg dan Speyside. In ieder geval vinden Wouter, Myrthe en ik het wel weer prima als de cursus voorbij is en ze weer terug is. Ondertussen hebben wij een programma om ’s ochtends school te doen, en als dat klaar is te gaan zwemmen bij het strand van Pirates Bay. Je kan bij Pirates Bay ook heerlijk snorkelen en je ziet allerlei mooie vissen om je heen, het is net een aquarium waar je in zwemt.

…en dat wist ik nou ook weer niet
’s Maandags krijg ik hulp van Coen die de kinderen nog een aardrijkskunde les op het strand van Pirates Bay geeft. Na een uurtje weten ze hoeveel mensen er op de wereld wonen, en dat de 85 rijkste mensen even veel hebben als de armste 3,5 miljard mensen, kijk en dat wist ik nou ook weer niet, weer wat geleerd, maar ook wel bizar toch?
’s avonds nodigt de bemanning van de Synergi, een Noorse boot, ons uit om mee te doen met een barbeque. Zij hebben ook twee kinderen, Linea is zeven en Madeline is 13. Het duurt even maar na een half uurtje is het ijs gebroken en rennen onze kinderen met Linea en Madelin in het rond. Er liggen in Man of War Bay verschillende Noorse schepen voor anker en het wordt dan ook een erg gezellige barbecue.


opent hij frontaal de aanval met zijn houten zwaard
Dinsdag ochtend vroeg zien we een prachtig zeilschip (tweemaster) binnenlopen. Wouter ziet er meteen een gevaarlijk piratenschip in en bedenkt al een aanvalsplan. Even later komt eerst Coen langs om een boormachine te lenen en als we net aan de koffie zitten vaart de kapitein van de tweemaster langs. Hij is op weg naar de kant in zijn dinghy en blijkt ook Nederlands te zijn. We bieden hem ook een kop koffie aan, maar als hij aan bord klimt zit Wouter nog steeds volledig in zijn piraten fantasie en opent hij frontaal de aanval met zijn houten zwaard op onze gast. De kapitein heet Arjan en is gelukkig goed gemutst. Het schip is de Très Hombres, een traditionele schoener van 32 meter. Het is het enige zeilende vrachtschip dat zonder motor op traditionele wijze goederen (met name rum en chocolade) vervoert. De Très Hombres ligt hier een paar dagen voor anker en Arjen nodigt ons uit om aan boord te komen kijken. Dat is natuurlijk erg leuk. Arjen vertelt met veel passie over de Très Hombres en de laatste reis waarbij ze naar Noorwegen zijn geweest om daarna via Frankrijk af te zakken en naar de Carib te varen. Ik vind het indrukwekkend om met zo’n schip vracht te vervoeren zonder motor, dat betekent ook havens in manoeuvreren op de zeilen met een schip wat deels dwars getuigd is en niet hoog aan de wind kan varen. Petje af!

Ik kijk tegen brekers op die soms bijna twee meter hoog zijn
Alhoewel Aranka vandaag geen cursus heeft, moet ze nog wel het duikboek doorspitten, dus ga ik met Myrthe en Wouter naar het strand op Pirates Bay. De Noren zouden ’s middag ook komen, maar als we bij het strand komen zien we wel grote brekers, maar verder alleen een heel klein leeg strandje. Het is springtij en hoog water, dus het strand is grotendeels verdwenen onder water. Het lukt om net achter een breker het strand op te varen maar er komt wel een flinke breker de dinghy in. Myrthe en Wouter vinden het prima want in zo’n grote branding kan je wel heel leuk spelen, alhoewel je soms behoorlijk het strand op wordt meegesleurd. Ik kijk tegen brekers op die soms bijna twee meter hoog zijn en vraag me af hoe we hier ooit weer van het strand af komen. Voordeel is wel dat we het strandje wat er nog is helemaal voor ons zelf hebben. Ik probeer nog te snorkelen, maar het water is te wild om dicht bij de rotsen en het rif te komen en door de grote golven is het ook troebel, dus je kan ook niet zo ver zien. Als na een uurtje zwemmen het strand nog kleiner wordt en de brekers nog groter vind ik het mooi geweest en gaan we terug. Ik zwem als het net even rustig is snel met de dinghy door de branding heen en klim er dan in, Myrthe en Wouter zwemmen zelf door de branding. Wouter lukt het in één keer, maar Myrthe wordt door een grote golf gepakt en belandt in een grote wasmachine en wordt weer het strand op gespoeld, de tweede keer lukt het wel en achter de branding hijs ik ze allebei aan boord.

met een echte manchet het want in als echte piraten
De volgende dag (woensdag) breng ik Aranka weer vroeg naar de kant. Ze moet vandaag haar examen doen en ook nog twee duiken, dus een vol programma. Ik werk het gebruikelijke programma af, school doen, wat overigens erg moeizaam gaat sinds de vakantie in Suriname, maar we worstelen ons er weer door heen. Met name Wouter heeft er helemaal geen zin in en gooit zeker twee keer per uur zijn “kont tegen de krib”. Ben heel benieuwd hoe dat gaat als hij weer in Leiden in de schoolbankjes zit… Maar ik heb vandaag een mooie stok achter de deur, als school klaar is kunnen we naar het strand, maar daarna ook nog op bezoek bij de Très Hombres. Dat helpt en bovendien is het woensdag dus hebben we minder werk en om twaalf uur zijn we klaar. Nadat we geluncht hebben gaan we naar het strand. De Noren zijn er ook, maar die gaan net weg. Gelukkig voor Wouter en Myrthe blijft Linea met haar grootouders nog wel even zodat ze samen kunnen spelen. Als Linea met haar grootouders ook opstapt gaan wij naar de Très Hombres, dat is erg leuk. We krijgen een uitgebreide rondleiding en zien hoe de bemanning slaapt in het vooronder, dat is vergeleken met onze boot echt spartaans! Als het er wat ruiger aan toe gaat is het ook niet dicht en loopt er water de bedden in. Ze slapen er met een man of zes in een kleine ruimte en die doet dan ook wel een beetje muf aan… De kombuis staat voor op het schip, maar daar kan het ook flink te keer gaan, lijkt me lastig koken! Ook krijgen we het ruim te zien waar al vaten met wijn liggen uit Frankrijk, maar waar nog voldoende ruimte is voor een lading rum uit Grenada. Ook is er een koelcel voor de chocolade die in Grenada wordt ingeladen. Verder wordt er door de bemanning hard geklust, want er zit veel staal op het schip en dat moet regelmatig in de verf gezet worden. Myrthe en Wouter klimmen nog met een echte manchet het want in als echte piraten.


of ik het soms direct van Jacques Cousteau heb overgenomen
Donderdag gaan we met zijn allen naar de duikschool. Aranka moet nog een laatste duik maken voor brevet, maar ik kan mee op haar laatste duik en de kinderen kunnen dan bij de bootsman op de boot blijven. Ik heb de afgelopen dagen ook nog ijverig in mijn duikboek zitten studeren, want het is sinds ik mijn brevet twee jaar geleden heb gehaald allemaal behoorlijk weggezakt. Er zijn nog twee andere duikers die mee gaan en twee duiken maken. Tijdens hun eerste duik kunnen wij dan lekker met de kinderen snorkelen. Zo gezegd zo gedaan, maar Wouter vind het maar niets, met een vreemde man die hij niet verstaat op een boot achterblijven. Het kost ons twee paar zwemvliezen die we Wouter en Myrthe beloven maar dan zijn ze ook accoord. Vast niet pedagogisch verantwoord, maar wel effectief. Uiteindelijk gaat het prima, valt Wouter in slaap terwijl wij duiken. Ik vind het erg leuk om nu samen met Aranka te kunnen duiken, en het is ook prachtig, we zwemmen midden in een prachtig aquarium. We zien onder andere een grote mureen, een schildpad en een schorpioenvis die je beter niet kan aanraken. Ik kan meteen mijn duikpak uittesten dat ik op markplaats had gekocht voor we vertrokken om eventuele visnetten uit de schroef te kunnen halen. Gelukkig heb ik het nog niet nodig gehad, dus het is de eerste keer dat ik het gebruik. De duikinstructeur vraagt nog of ik het soms direct van Jacques Cousteau heb overgenomen. Desalniettemin voldoet het prima! Aranka moet nog een paar oefeningen doen die ik maar even mee doe, goede herhaling, en verder genieten we er enorm van. Als we terug zijn boeken we voor zondag ook nog een duik. We eten nog een hapje bij de duikschool en worden netjes teruggebracht naar Charlotteville, scheelt weer een nachtelijke lift…


Dom, dom, dom…
In het weekend van zeven en acht februari gaan we op zaterdag naar de Argyle watervallen. We gaan met de bus naar Roxborough waar het pad naar de watervallen begint. Bij het begin worden we aangesproken door iemand die zich voordoet als gids, en omdat de kinderen gratis zijn en hij ons een prachtige route door de jungle heeft voorgeschoteld gaan we met hem in zee. Dom, dom, dom… We worden een auto in geloodst, dat is raar want het is maar een half uurtje lopen… Een stukje verder gaan we de auto weer uit en lopen inderdaad over een prachtig pad met mooie uitzichten en bamboe aan beide zijden van het pad. Het valt wel op dat onze gids haast heeft. Ik wordt gemaand Myrthe -die inderdaad wel erg treuzelt- toch vooral aan te sporen een beetje door te lopen. De haast wordt steeds groter, we lijken zelfs geen tijd voor een fotootje te hebben… Het pad naar de watervallen wordt ook steeds avontuurlijker waarbij ik Myrthe en Aranka maar bij de steile afstappen help, want van onze “gids” hoeven we niet veel te verwachten. Bij de watervallen geeft onze gids aan dat hij nu weer terug moet, maar dat pikken we niet en we laten hem eerst één van zijn andere prachtige routes aanwijzen. Dat leidt tot nog een klauterpartij naar beneden langs de watervallen totdat hij ons bij een mooi poeltje achterlaat. Wel met de opmerking dat we weg moeten wezen als er twee jongens van boven komen want die zijn niet te vertrouwen en beroven toeristen…, ja ja, maar heel lekker zit je dan ook weer niet.

Maar de watervallen zijn echt prachtig en liggen midden in de jungle met oneindig veel kleuren groen. We nemen een heerlijke frisse douche onder de waterval en zwemmen in het poeltje wat nog zes meter diep blijkt te zijn. Als we teruglopen vinden we al snel een goed pad en zo komen we bij de officiële ingang waar je ook geacht wordt een kaartje te kopen. Wij zijn door onze “gids” via een omweggetje naar de watervallen gebracht en hebben zo de entree omzeild. Daarom waren we ook de auto in geloodst, zodat ze ons niet voorbij zagen lopen…, heel goochem! Aranka is boos, maar ik vind het ook wel weer slim bedacht. Anyway we hebben een mooie wandeling gemaakt en hebben lekker gezwommen, terug krijgen we een lift en worden we in één keer tot bijna in Charlotteville gebracht. Het laatste stukje lopen we, wat een paar prachtige uitzichten oplevert van de baai waar we in liggen en waar ook de Très Hombres ligt die op het punt staat te vertrekken. ’s Avonds hebben we gereserveerd bij een restaurantje langs het strand waar we heerlijke vis eten, samen met Coen en José. Het is erg gezellig, even later komen ook de Belgen die naast ons voor anker liggen hier eten. Wouter zit al snel bij hen aan tafel en praat mee alsof hij er al jaren aan tafel zit.

twee Rif Haaien die vlak langs ons zwemmen
Zondag staan we vroeg op, om kwart voor negen zijn we met een lift bij de duikschool. We gaan samen met twee mannen die eerst naar een wrak gaan duiken. In die tijd gaan wij samen met de kinderen snorkelen, we zien weer prachtige vissen. Daarna is er pauze en kunnen we nog meer snorkelen. Dan maken Aranka en ik samen met de andere twee duikers een duik langs een prachtig koraal, het heet heel toepasselijk Coral Garden. we zien prachtig koraal, o.a. hersenkoraal van meters groot en grote “bladeren” die wuiven in de stroom. Ook zien we weer een grote groene Mureen en ook twee Rif Haaien die vlak langs ons zwemmen. Dat is leuk want die zie je niet zo vaak.
’s Middags gaan we samen met de bootsman naar Little Tobago. Dit is ooit privé eigendom geweest van Sir William Ingram die het hier zo mooi vond dat hij het eiland kocht en er jaren gewoond heeft. Hij heeft er ook de Birds of Paradise uitgezet die er tot 1963 hebben geleefd, toen de orkaan Flora een einde maakte aan deze vogelsoort op Little Tobago. Sir William Ingram heeft het eiland terug gegeven aan de Staat, met de voorwaarde dat het een natuurreservaat werd en er niemand op mocht wonen. Tot op heden is dat zo en het is een heerlijk eiland met mooie wandelpaden en prachtige uitzichten over zee. ’s Avonds worden we weer netjes terug gebracht naar Charlotteville en eten we wat aan boord.

lukt het om de pincode te achterhalen
Maandag krijgen Myrthe en Wouter nog een laatste aardrijkskundeles van Coen. Ze leren dat ze op Tobago zijn en naar Grenada gaan en wat de verschillen met thuis zijn. En waar Tobago en Grenada op de wereldkaart liggen. ’s Middags doen we boodschappen en ’s avonds eten we heerlijk bij Gail’s. Daarna is er nog live muziek bij Jaba’s, het is er druk maar ook erg gezellig. Het is een leuke mix van vissers, andere locals en zeilers. Er loopt iemand rond met een ID-kaart van een Nederlander die Clemens heet. De eigenaar heeft hem samen met zijn telefoon en een bankpas in een winkeltje laten liggen. Wij vermoeden dat hij van een bemanningslid van de Très Hombres is,die nu in Grenada ligt, aangezien hier verder weinig Nederlanders zijn geweest. Aangezien wij morgen (dinsdag) naar Grenada vertrekken nemen wij de spullen maar mee. ’s Avonds op de boot lukt het om de pincode te achterhalen en kan ik in het adresboek van zijn telefoon het nummer van Arjen (de kapitein van de Très Hombres) vinden en SMS hem dat we de spullen van Clemens gevonden hebben. Gelukkig liggen zij nog tot woensdagmiddag in Grenada en we spreken af dat Clemens woensdag ochtend naar onze ankerplek toe zal komen om zijn spullen op ter halen.


dus maar gewoon ouderwets peilen
Dinsdag halen we de was op, klaren we uit en maken we onze boot gereed om net voor het donker wordt te vertrekken. Het is wel jammer om hier te vertrekken, het is zo’n heerlijk plekje, met het prachtige strand van Pirates Bay en het gezellige plaatsje Charlotteville. Maar dat is nou eenmaal hoe het is, net als je je thuis begint te voelen is het ook weer tijd om te vertrekken. Het is geen lange afstand maar voorlopig wel de laatste nachttocht die we maken, want na Grenada zijn de afstanden korter en prima overdag te doen. Naar Grenada is het 85 mijl en we hebben 1-2 knopen stroom mee, dus het is maximaal 12 uur varen. Als we te vroeg vertrekken komen we nog in het donker aan. we varen samen met de Synergi, de Noorse boot. Zij zijn iets eerder weg, maar wij zijn sneller, en nadat we de genua over de andere boeg hebben uitgeboomd varen we ze al snel voorbij. We zien veel scheep(jes?) onderweg, maar geen van alle heeft AIS, dus maar gewoon ouderwets peilen. Gelukkig varen ze allemaal langs ons zodat we nauwelijks onze koers hoeven aan te passen. Het is verder een heerlijke rustige oversteek en we komen keurig met de dageraad aan bij Prickly Bay in het zuiden van Grenada. Het ligt er vol met moorings maar we weten toch nog een mooi ankerplekje te vinden dicht bij de dinghy steiger en dicht bij het strand.

Kabalebo en Bigi Pan

Al snel weer de volgende blog, maar dan zijn we maar weer bij als we vertrekken richting Tobago. Ons plan is nu om zondag te vertrekken. De komende dagen doen we het lekker rustig aan, kunnen we mooi voorbereiden voor de overtocht. Is toch weer zo’n 500 mijl, maar de stroom staat mee, dus als het mee zit moet het in een dag of drie tot vier wel lukken…

We gaan met een klein vliegtuigje
Nadat we terug waren uit Botopasi hebben we maandag de boot verplaatst van Domburg naar Waterland waar we ook Remco en Willem van de Tignanello tegenkomen. Willem is ooit nog onze flottielje schipper geweest in Kroatië en het is leuk ze weer te zien. Bovendien hebben ze veel tips over de Carib waar wij ons zo langzamerhand ook wat meer in moeten gaan verdiepen. Ook is Waterland voor ons wel een bijzonder punt, het is namelijk het meest zuidelijke punt dat we bereiken dus als we hier weer vertrekken is de terugreis begonnen, al voelt het gelukkig nog niet zo. Coen en Joce komen ook nog even langs want zij zijn zo goed geweest om de auto even door te rijden.

Dinsdag staan we vroeg op, we moeten de banden van de auto nog oppompen, tanken en nog wat geld wisselen en we moeten om half elf op het vliegveld zijn want dan vertrekken we samen met Howy naar Kabalebo. Howy is gisteren uit Nederland aangekomen en wij gaan de komende week samen het binnenland in. Dat was nog een oud idee van meer dan tien jaar geleden, dus toen wij naar Suriname voeren wou hij niet achter blijven. Super leuk om hier samen een week met Howy op te kunnen trekken! Howy wordt door zijn schoonmoeder die in Paramaribo woont, gebracht en het is ontzettend leuk om elkaar hier in te treffen.

We gaan met een klein vliegtuigje, en het is ongeveer een uurtje vliegen naar Kabalebo. We hebben een mooi uitzicht en zien Paramaribo onder ons verdwijnen. Het valt op hoe ver Paramaribo zich nog uitstrekt naar het westen. Daarna wordt het snel heel erg leeg. We vliegen naar het zuid westen en we komen alleen zo nu en dan een rivier tegen, en een paar keer een weg, maar verder is het bos, hier en daar een moeras en nog veel veel meer bos.

Een oude Dakota
In de jaren 60 is bij Kabalebo door de overheid een vliegveldje en een paar gebouwen neergezet om te kijken of hier bauxiet gevonden kon worden. Toen dit niet rendabel bleek is het blijven liggen totdat er door een stel avonturiers een toeristenresort is gebouwd. Kabalebo ligt echt in the middle of nowhere, het dichtstbijzijnde indianendorp ligt 150 km verderop… Het is alleen per vliegtuig bereikbaar wat betekent dat alles moet worden ingevlogen,en het is vernoemd naar de Kabalebo rivier die langs het resort stroomt. Het is er prachtig, het lijkt wel een klein paradijsje hier midden in de jungle!

We landen keurig op een grasveldje en worden warm onthaald op Kabalebo. Er staat -naar goed Surinaams gebruik- een uitgebreide lunch klaar. We hebben een prachtige hut vlak bij een zwembad, dus Myrthe en Wouter zijn meteen enthousiast! ’s Middags maken we een wandeling door de jungle samen met de gids Iwan. Howy en Iwan spreken Surinaams met elkaar waar ik in ieder geval helemaal niets van snap. Howy heeft een enorme camera bij zich waarmee hij prachtige foto’s maakt. Veel foto’s in de blog zijn dan ook van Howard want onze foto’s waren lang zo mooi niet.

Als eerste komen we een oude Dakota tegen die hier in de zestiger jaren geland is maar niet meer kon opstijgen en hier toen maar de rand van het bos is gesleept. Inmiddels heeft de jungle het vliegtuig geheel ingenomen. Wouter en Myrthe kunnen er natuurlijk leuk in klimmen. Verder is het prachtig om door de jungle te lopen en we zien weer van alles! Bij de rivier zien we grote roofvogels. Als we terug komen, varen we met een korjaal een stukje stroomopwaarts naar een stroomversnelling waar we kunnen zwemmen. Howy en de kids duiken meteen het water in, en als ik zie dat er niemand door Piranja’s wordt opgegeten spring ik er ook in. Het is heerlijk warm water in een prachtige omgeving en we vermaken ons prima. Als we terug komen bij Kabalebo hebben Wouter en Myrthe nog niet genoeg van het zwemmen en duiken we nog het zwembad in. ’s Avonds eten we uiteraard weer uitgebreid en de kilo’s die er tijdens de oversteek vanaf waren gegaan komen er net zo snel weer bij, maar dat is prima, sterken we weer wat aan voor de rest van onze reis… ’s Avonds klets ik nog tot na middernacht met Howy, het is erg gezellig om elkaar weer te zien en ook heel interessant om zijn verhalen over Suriname te horen.

De aal begint te sidderen…
De volgende dag sta ik heel vroeg op en met Wouter en Myrthe ga ik met het ochtend gloren over het vliegveldje naar de rivier. We proberen zachtjes te lopen, wat best een uitdaging is met twee kinderen, maar het maakt het wel extra spannend en Myrthe en Wouter sluipen als bos-indianen door de bosjes. Daar zien we een paar bos-konijnen en ook een roofvogel, maar het is te donker om ze goed scherp op de foto te zetten. We ontbijten om half acht en varen dan met een korjaal een stukje stroomafwaarts. Daar maken we een wandeling door de jungle naar Moi Moi toe waar een sidderaal zou moeten zitten. We wachten en proberen de sidderaal te lokken door met een takje op het water te tikken. Hoe we ook tikken, er komt geen sidderaal en na een half uurtje besluiten we weer door te lopen. Juist als we weglopen komt de sidderaal te voorschijn. Zij laat zich nu goed bekijken en zwemt gewillig achter het stokje aan totdat Wouter het te bont maakt en de aal begint te sidderen. Mooi moment om weer door te lopen anders worden we nog geëlektrocuteerd…

Na de stroomversnelling zitten vaak piranha’s
We lopen terug naar de Kabaleborivier, waar de korjaal van Kabalebo al wacht. We varen naar Kabalebo waar de lunchpakketten worden opgehaald en dan door naar een prachtig lunchplekje aan de rivier. Het kost wat moeite om Wouter weer mee te krijgen want hij vindt dat hij wel genoeg heeft gedaan voor vandaag, maar als we hem een lekkere lunch en zwemmen voorhouden wil hij toch wel mee. We lunchen bij een stroomversnelling waar we weer lekker kunnen zwemmen. Iwan leert ons dat het in een stroomversnelling veilig is om te zwemmen, vlak na de stroomversnelling (in diep water) zitten vaak piranha’s, maar in de stroomversnelling of er vlak voor is het veilig, daar stroomt het te hard en is het te ondiep. Bovendien komen ze hier vaker waardoor de piranha’s en kaaimannen hier wegblijven, toch handig om te weten… Myrthe en Wouter belagen Iwan en klimmen beurtelings op Howard, mij of Iwan, maar ze hebben in ieder geval reuze pret.

Op de terugtocht naar Kabalebo zien we van alles, eerst een hert langs de waterkant dat moeilijk weg kan omdat de wand naar boven heel steil is. Iwan probeert het hert nog te vangen, maar het hert vindt op tijd een plek waar het naar boven kan rennen (wel enigszins tot onze opluchting…). Daarna zien we nog een tapir langs de rivier, en verschillende vogels, zoals de zwarte arendbuizerd, de grote Amerikaanse ijsvogel, een sokoi reiger etc etc. Het is echt prachtig. Als we aankomen bij Kabalebo poseert er ook nog een black caracara die zo dicht bij zit dat ik het met mijn camera zelfs beeldvullend op de foto krijg. De kids laten zich met het golfkarretje door Amida bij het zwembad afzetten, tsja luxe went snel… ’s Avonds logeert Wouter bij Howy op de kamer, terwijl hij Howy de oren van zijn hoofd vraagt over camera’s en foto’s maken.

Het “pad” is ook slipperig en steil
Donderdag horen we bij het ontbijt dat Wouter -zoals gewoonlijk- om zeven uur ’s ochtends klaar wakker was, en dat Howard toen met hem naar de rivier is gewandeld om foto’s te maken van vogels. Voor Wouter zo te zien een prima begin van de dag! Vandaag is een wat zwaardere dag, want we gaan “Misty Mountain” opklimmen, een berg waar we op uitkijken van 500 meter hoog, op zich niet heel veel, maar we ontdekken al snel dat het lopen door de jungle een stuk zwaarder is dan over een mooi bergpad. Het is warm, en vochtig, maar het “pad” is ook slipperig en steil, maar het is een prachtige wandeling en we zien apen, prachtige paddenstoelen, en de “bospolitie”, een klein vogeltje, dat een enorm geluid kan maken. De kinderen vinden het wel zwaar maar na een uur of drie lopen zijn we boven en kunnen we lunchen met een mooi uitzicht over het oerwoud. Hier en daar hangt wel een wolk, maar het is tenslotte ook de “Misty” Mountain. Op de terugweg lopen we om de berg heen en komen we langs de “Charlie Falls”, een mooie open plek in het bos bij een waterval. Ik merk nu ook het verschil met het lopen over een gewoon pad want ik heb flink last van mijn knieën. Maar mijn schoenen zijn tenminste nog heel, Ranka daarentegen heeft losse zolen onder haar gympen, die nu met tape en draad nog net aan elkaar blijven hangen. Als we terug zijn,zijn we moe, maar desondanks duiken Wouter en Myrthe direct het zwembad weer in, onvermoeibaar…



’s Avonds krijgen we nog een mooie oorkonde, en na het eten zouden we nog naar de Ocelot’s kijken die hier ’s avonds vaak komen als ze gevoerd worden, maar we zijn zo moe dat we dat maar een dagje uitstellen. Myrthe gaat vannacht bij Howy logeren.

Madammeke ’s nachts buiten was gaan struinen
’s Nachts horen we bij ons huisje wat geschuifel en staat Myrthe opeens in ons huisje. Ze is midden in de nacht door het pikkedonker op pad gegaan omdat ze dat met Wouter had afgesproken (ze zouden stiekem van bed wisselen) en omdat ze haar knuffel wou halen. Als we vragen of ze dat niet eng vond, vertelt ze doodleuk dat ze wel een beetje de weg kwijt was geraakt en bij het dorpje waar het personeel woont terecht was gekomen, maar dat ze daarna wel de weg had gevonden. Is toch paar honderd meter lopen door het pikkedonker, waarbij ik het wel prettig vind om een lampje bij me te hebben. Ik breng Myrthe snel terug naar het hotel waar Howard slaapt, die overal doorheen is geslapen. Als ik terugloop valt me op hoe donker het is, en ben ik nog verbaasd dat Myrthe het überhaupt heeft gevonden… Howy vertelt ’s ochtends bij het ontbijt dat hij een halve hartverzakking kreeg toenhij de knuffel bij Myrthe in bed zag liggen en zich realiseerde dat madammeke ’s nachts buiten rond was gaan struinen. Maar ja, gelukkig is ook dit weer goed afgelopen…’

Een grote kaaiman…
Vandaag is de laatste dag op Kabalebo en gaan we kajakken. We overtuigen Iwan dat we wel een beetje weten hoe we een peddel moeten vasthouden en dat we beter met drie ipv twee kajaks kunnen gaan, zodat Myrthe en Wouter ook mee kunnen peddelen. De korjaal brengt ons een stuk stroomopwaarts naar Bivoua, zodat wij lekker met de stroom mee kunnen kanoën. Een kano is eigenlijk wel het meest ideale middel om hier rond te varen, het is vrijwel geruisloos en je kan in alle rust naar vogels toe varen. We zien onderweg een grote kaaiman liggen waar we vlak bij kunnen komen, en ook een paar prachtige foto’s van kunnen maken (Iwan ontdekte de kaaiman, omdat er een reiger naar zat te turen; hij wilde weten waar de reiger naar keek en ontdekte zo het dier).

De volmaakte rust wordt zo nu en dan wel wreed verstoord door Myrthe en Wouter die onder luid kabaal elkaar’s kano willen enteren, maar daarna herstelt de rust zich weer.
’s Avonds kijken we naar de ocelot (een soort kleine jaguar), die in het donker komt. Het ziet er eigenlijk wel schattig uit en het beest lijkt ook niet erg bang voor het groepje mensen dat staat te kijken en met zaklampen staat te schijnen. Omdat hij elke avond wordt gevoerd en hij de mensen van Kabalebo gewend is, lukt het nu om ook met toeristen naar de Ocelot te kijken op ca. 20 meter afstand.

Reservering niet gelukt
Zaterdag vliegen we terug in een nog kleiner vliegtuigje waar we net met zijn vijven in kunnen. We nemen afscheid van de mensen op Kabalebo, waar we heerlijk hebben kunnen genieten van de natuur, maar waar het ook heerlijk relaxed was. De piloot vertelt de kinderen wat wolken toch ontzettend leuk en bijzonder zijn en belooft dat we onderweg het raampje even open gaan doen als we in een wolk zitten. Echter zijn de kinderen tijdens het vliegen allebei door het geronk en de herrie heen in slaap gevallen en komt het daar dus niet van. We hebben weer een prachtig uitzicht over het oerwoud van Suriname en ongeveer een uurtje later landen we weer op Zorg en Hoop.

Ons plan is om vandaag direct door te rijden naar Nieuw Nickerie waar we gaan slapen in een hut op het meer Bigi Pan, wat een echt vogel paradijs schijnt te zijn. Ik had de de hut gereserveerd, maar als Howy nog even met Stefanie van Bigi Pan Adventures belt om te vragen waar we precies moeten zijn, blijkt de reservering niet helemaal gelukt. Er is geen plaats in de hut, maar gelukkig kunnen we de volgende ochtend wel worden opgehaald in Nieuw Nickerie en een dagtocht op het meer maken. We rijden in ongeveer drie uur op de bonnefooi naar Nieuw Nickerie over een behoorlijk goede weg. Daar zoeken we even (eerste hotel is vol) en vinden dan een prima hotel voor een heel schappelijke prijs.

Met een noodgang de sleephelling op

’s Ochtends worden we keurig om half acht opgehaald en een half uur later zitten we in een boot die eerst een stukje de Nickerie Rivier op vaart totdat we bij een soort “sleephelling” komen. De sleephelling zit op een dam die het water van de Nickerie rivier scheidt van het brakke water in het Natuurgebied Bigi Pan. Wij stappen uit en de bootsman vaart dan met een noodgang de sleephelling op, waarop een stalen constructie met rolletjes is gemaakt zodat de boot een heel stuk omhoog rolt. Het laatste stukje moeten wij de boot over de dam heen slepen voordat die aan de andere kant van de dam weer het water in “rolt”. We zijn nu op het Jamaer kanaal, dat naar “Bigi Pan” toe gaat. Bigi Pan is een ondiep meer met brak water waar meer dan honderd vogelsoorten voorkomen, waaronder veel trekvogels, die hier inde winter overwinteren. Op de tocht door het Jamaer kanaal zien we van alles, Reigers, Ooievaars, Arenden, bijzondere kraaien, IJsvogels en ook nog doodshoofdaapjes (oftewel meneer Nelson van Pipi Langkous). Langs het kanaal staan er allemaal mangrove bomen, de witte, rode en zwarte mangrove. Aan het einde van het kanaal is er even een doorkijkje langszij waar we bossen zien aan het meer en waar rode ibissen in de bomen zitten. Wat een bijzonder felle rode kleur hebben ze. Zodra ze wegvliegen en je ze in de blauwe lucht ziet is het bijna oranje. Ze krijgen die kleur als ze volwassen worden en voldoende rode krabbetjes hebben gegeten. Howy schiet het ene na het andere plaatje met zijn camera, maar dit is dan ook wel een walhalla om vogels te fotograferen.

“Ik kan het niet” bui
Even later komen we bij het einde van het kanaal en varen een groot meer op. Er staan een aantal huizen in op palen, waarvan er een van Stefanie is. Het huis zit nu vol met stagiaires die stage lopen in Suriname (Artsen, PABO, fysiotherapie, enz). Terwijl zij verderop op het meer een modderbad gaan nemen gaan wij met de kano’s het meer op. Howy wil nog meer foto’s maken en gaat met de stagiaires mee. Wij krijgen baka bana’s, kunnen wat drinken en gaan dan kanoën. Myrthe probeert ook om in een kano te gaan varen, maar de wind is vrij krachtig en ze heeft een typische “ik kan het niet” bui. Uiteindelijk knoop ik haar kano maar aan de mijne vast en vaar het meer op. Gelukkig fleurt Myrthe ook weer op en is het prachtig varen.
Aranka is al een stuk verder gevaren richting de flamingo’s die daar zitten. Helaas vliegen ze allemaal op als ze in de buurt komt zodat ik nog een stuk verder moet varen naar de plek waar ze weer zijn neergestreken. Als ik bij Ranka kom gaat zij al weer terug en knoop ik Myrthe aan haar kano vast zodat ik wat sneller naar de flamingo’s kan peddelen. Maar het is het meer dan waard, er zitten echt honderden flamingo’s en als ik in de buurt kom dan vliegen ze vlak over me heen, echt een prachtig gezicht. Op de terugweg ga ik nog kijken bij een paar vissers die gewoon naast de boot staan. Het water is niet diep, op de meeste plaatsen minder dan een meter. Ze vissen hier door netten op te hangen waar de vissen dan in verstrikt raken, ik vind het maar een nare manier van vissen.

Als ik terug vaar naar de lodge komt er een korjaal aan met Ranka, Wouter en Myrthe. Ze krijgen een rondleiding, en gelukkig kan ik ook mee, de kano wordt gewoon achter op de korjaal gehesen. We zien weer een heleboel vogels, en vooral veel rode ibissen die je ook heel makkelijk herkent. Achter op het meer zijn de bomen dor doordat het daar te zilt werd, maar het ziet er wel mooi spookachtig uit… Je kan via de kreken die hier lopen helemaal doorvaren tot aan de kust, wat Howy gedaan heeft samen met de bootsman waar hij mee op pad is nadat ze de stagaires in de modder hebben achter gelaten.

Tsja… dan gaan we wel een probleem hebben
Als we terug komen op de lodge is er een lekkere lunch en daarna varen we weer terug via het Jamaer kanaal naar onze auto. Als we terug rijden naar Paramaribo worden we door de politie bij een controle aangehouden. Netjes geef ik mijn paspoort en rijbewijs, maar ze willen een internationaal rijbewijs zien (wat niet meer is dan een vertaling van je Rijbewijs, maar de officiële taal in Suriname is…?, juist!). Gelukkig herinner ik me dat Howy wel een Internationaal Rijbewijs bij zich had, dat vindt oom agent ook wel OK als Howy dan maar verder rijdt. Als de agent het internationale rijbewijs controleert valt hem op dat de gelijkenis met Howy wel erg ver te zoeken is… Howy heeft het Internationale rijbewijs van zijn vrouw Jamili meegenomen. De agent probeert het nog, “Waar is deze mevrouw?” Maar hij snapt ook dat even uit Nederland komen vliegen geen optie is. “Tsja… dan gaan we wel een probleem hebben”, zegt oom agent. Howy maakt de briljante opmerking dat hij slechts een kort verblijft in Suriname heeft en dat het niet zo’n groot probleem zou moeten zijn. De agent lijkt opgelucht dat er voor dit probleem ook weer een oplossing is gevonden en we mogen doorrijden. Bij de volgende controle enkele kilometers verderop vindt de agent het Nederlandse rijbewijs overigens wel voldoende… We brengen Howy thuis bij Jamili’s moeder, nemen afscheid en rijden inmiddels in het donker terug naar Waterland waar onze boot er gelukkig nog goed bij ligt.

De week hierna doen we allerlei klusjes, we brengen vijf paar schoenen weg waarvan de zool heeft losgelaten, laten de gasfles vullen, doen boodschappen etc. Ook komt Coen op dinsdag langs om aardrijkskundeles aan onze kinderen te geven, wat ze erg leuk vinden en donderdag komt Howy (die een klus doet bij TeleSur) ook nog langs in een enorme PickUp. Vrijdag zijn we uitgeklaard bij de vreemdelingenpolitie. Ons “kort verblijf” zou zaterdag verlopen en je mag ook maar maximaal een dag van te voren uitklaren. Ik dacht dat handig op te lossen door te zeggen dat we zaterdag zouden vertrekken terwijl we eigenlijk pas morgen de 25-ste vertrekken. Toen Wouter dat hoorde vroeg hij “Maar Papa, we vertrekken toch pas zondag?” waarop oom vreemdelingagent vroeg wanneer wij nou eigenlijk dachten te gaan vertrekken… Nou ja, maar verhaaltje omheen gebreid en Wouter streng aangekeken dat ie zijn mond moest houden waarop Myrthe er natuurlijk nog even een schepje er bovenop deed door te vragen “Pap, had Wouter dat niet mogen vragen?” Kortom, ik voelde me weer op en top met onze kids! Uiteindelijk vond oom agent het ook te veel gedoe om ons kort verblijf voor een dag te verlengen en heeft ie ons gewoon per zaterdag de 24ste uitgeklaard, “Een dagje later vertrekken met de boot, dat gaat geen probleem zijn hoor…”. Verder heeft Aranka nog een uitgebreide blog geschreven over deze week, dus misschien komt die ook nog voor onze volgende overtocht naar Tobago waar we morgen ochtend (zondag 25 jan) naar toe vertrekken.

I Weki No uit Suriname…

De afgelopen weken hebben we het maar druk gehad met allerlei leuke dingen. Er is ook zo veel te zien en het is ook steeds weer zo totaal anders dat we niet uitgekeken raken. Van bloggen is daarom niet veel gekomen, maar dat maken we nu goed. Dit is de eerste blog, binnenkort volgt de blog over onze tripjes naar Kabalebo en Bigi Pan. Het is wel een wat lange blog geworden….

In het nieuwe jaar maken we een aantal dagtochtjes in de buurt van Paramaribo. Vrijdag gaan we richting Frederiksdorp, een oude plantage waarvan de gebouwen zijn gerestaureerd. Frederiksdorp ligt aan de Commewijne rivier. We rijden over de Wijdenboschbrug naar de andere kant van de Suriname rivier waar we ook meteen geld kunnen wisselen bij een Cambio-kantoortje tegen een aanmerkelijk betere koers dan bij een geldautomaat. Daarna rijden we door naar Fort Nieuw Amsterdam dat op de monding van de Suriname rivier en de Commewijne rivier ligt. Hier is een openlucht museum. Het is erg interessant, er staan nog een aantal oude gebouwen zoals het kruithuis, maar er wordt ook heel veel verteld over de slavernij. Wij leren hier meer over de rol van de Nederlanders in de slavernij dan we tijdens twaalf jaar onderwijs hebben geleerd. Zo wisten wij niet dat de Nederlanders de slavernij 30 jaar later afschaften dan de Engelsen en de Fransen, maar ook het afschuwelijke verhaal van het slavenschip “Leusden” dat -nadat het maanden lang voor de kust van Afrika slaven had ingenomen om zo vol mogelijk te zitten- op 1 januari 1738 verging vlak voor de kust van Suriname bij de monding van de Marowijne rivier. De luiken van het ruim waar de slaven zaten waren dichtgespijkerd omdat de bemanning bang was dat ze door de slaven zouden worden overmeesterd… 667 slaven verdronken! Lijkt mij belangrijker dan de “heldendaad” van Michiel de Ruyter waar onze geschiedenisboeken over vol geschreven zijn. Helaas denken de historici die de onderwijsboeken maken hier blijkbaar anders over en kiezen zij ervoor de dark side van onze geschiedenis angstvallig verborgen te houden…

Als we weer terug lopen naar de auto zien we bij de politiesteiger een zeilschip liggen. Nieuwsgierig naar wie hier op dit mooie plekje ligt, lopen we erheen en het blijkt de Roque te zijn. Zij hadden motorpech toen ze de Suriname rivier opvoeren en hebben toen hun anker uitgegooid. Later zijn ze door een visser naar de politiesteiger bij Nieuw Amsterdam gesleept waar ze mochten blijven liggen, mooi plekje hoor! Wij zijn er 24 december in het donker langs gevaren maar hebben ze toen niet gezien.

We rijden verder naar Frederiksdorp. Bij Mariëndorp laten we de auto staan en steken de Commewijne rivier over met een Korjaal. Het is een prachtige omgeving, vlak, nat en zonnig. Inderdaad een ideale omgeving voor landbouw, maar dat zien we hier niet. De Plantage Frederiksdorp is net zo als de andere plantages verlaten of tot toeristenoord verbouwd. Zonde van de goede landbouwgrond, als we aan de eigenaar vragen waarom hier niets verbouwd wordt zegt hij dat het moeilijk is werknemers te vinden. Daarnaast ontbreekt de infrastructuur. Ten noorden van de Commewijne rivier zijn geen wegen en er is geen brug over de Commewijne rivier. Op Frederiksdorp bekijken we de oude politiepost die helemaal is hersteld en nu als hotel wordt gebruikt. Ook bekijken we de doctorswoning en de woning van de plantage eigenaar. Hoe belangrijker de bewoner, hoe hoger het huis…, het is maar wat je belangrijk vindt. De zoon van de eigenaar vertelt hoe zijn vader de plantage in 1976 heeft gekocht toen deze helemaal vervallen was, en deze met subsidie van het Nederlands cultuurfonds heeft hersteld als toeristenoord. Maar ook over de geschiedenis van de plantage en dat hier ooit zo’n tweehonderd slaven werkten….Het komt op ons onwerkelijk over, ook omdat er niets meer over is van de slavenverblijven. We eten nog lekker bij Frederiksdorp voordat we weer terugrijden naar Domburg.

Zaterdag 3 januari gaan we op bezoek bij Dennis de Smidt, een oud-collega van Roelof, die nu in Paramaribo leiding geeft aan een callcenter. Dennis en Karin hebben drie kinderen, en het klikt meteen met Myrthe en Wouter. Het is zo gezellig dat we die avond blijven eten, terwijl de kinderen in het zwembad spelen dat ze in de tuin hebben staan.

De dag daarna op zondag gaan we naar Fort Zeelandia. Op zondag worden er rondleidingen gegeven. We hebben zware regenval, maar een ontzettend leuke dame die ons veel kan vertellen over de geschiedenis van Fort Zeelandia. Het is indrukwekkend om hier te zijn terwijl je hoort over de rol die dit fort door de jaren heen in de Surinaamse geschiedenis heeft gespeeld. Vanaf het begin van de kolonisatie, toen de indianen leefden op de plaats van het huidige Paramaribo en helemaal niets van het Westen moesten hebben, tot de slaven die hier berecht werden en de december-moorden die hier zijn volbracht, zonder dat ze ooit zijn opgelost/onderzocht. Helaas bestaat de geschiedenis van dit fort grotendeels uit gruwelijkheden, en alhoewel het er nu keurig uitziet voelt het toch ook luguber aan. ’s Middags rijden we terug naar Domburg en eten een hapje bij Huib.

Maandag gaan we vroeg op pad naar Berg en Dal. Umro heeft hier samen met Just en zijn nicht een huisje en gevraagd of we niet een dagje langs wilden komen. Eerst rijden we naar Waterland waar een pakje voor Myrthe en Wouter van hun achterneef Jan Koops ligt. Roelof’s neef Martijn heeft het opgestuurd naar het haventje in Waterland waar wij later ook onze boot willen leggen, als we het binnenland in gaan. Myrthe en Wouter zijn erg nieuwsgierig wat er in het pakje zit. Bij Waterland vinden we inderdaad het pakje bij de beheerder. In de auto vallen Myrthe en Wouter op het pakketje aan, en het zit vol met Donald Duck’s! Het pakje van Jan valt erg in de smaak en de rest van de tocht hebben we geen kind meer aan ze, ze zitten aandachtig in de Donald Duck’s lezen. Jan, bedankt!

Het is 1,5 uur rijden en we zijn verrast hoe goed de weg is naar het binnenland. Maar hij is ook nog niet zo oud; in 2010 aangelegd. We komen aan bij Berg en Dal en Umro, Just en zijn nicht zijn er al. De kinderen hebben zich erg verheugd op een zwembad, dus dat is wat zij direct willen doen. Wij kunnen ’s middags een historische wandeling maken, maar uiteraard gaan we eerst een hapje eten. Het eten komt niet zo snel en wij zijn bang dat we niet op tijd voor de wandeling komen. Maar er wordt ons beloofd dat de wandeling niet zonder ons zal vertrekken. Dat blijkt ook wel logisch want we blijken de enige deelnemers aan de wandeling te zijn. Na het eten laten we de kinderen achter bij de nicht van Umro die wel op onze kids wil passen.
We stappen in een korjaal en varen een stukje de rivier op naar een open plek, waar nagemaakte slavenhutten staan en waar een soort activiteitencentrum is. Onze gids vertelt ons over de locatie, waar vroeger een plantage was. Ze laat ons de slavenhuisjes zien en vertelt hoe de bewoners hier vroeger leefden. Ook laat ze zien waar de overledenen op de berg werden begraven. Je kan aan de graven zien of het slaven zijn, met alleen een paal in de grond (ronde bovenkant = vrouw, bovenkant pijl = man en bovenkant hartvorm = kind) of missionarissen met een grafsteen. Ook vertelt ze hoe de slavernij werd afgeschaft en hoe de slaven werden vrijgekocht door de directeur van de Surinaamse bank die een relatie had met de toenmalige eigenaresse van de plantage en daarom ook op de berg ligt begraven. De tante van deze eigenaresse had veel grond vergaard, doordat ze met verschillende gouverneurs trouwde, die vervolgens steeds op mysterieuze wijze na 2-3 jaar om het leven kwamen… De grond van deze gouverneurs werd zo haar eigendom.

Op de berg hebben we mooi uitzicht op de omgeving en op de Brownsberg. We zien nog twee spechten, goudbruin met een mooie kam op het hoofd. En we zien hommels veel groter dan we ze in Nederland kennen, een spinnenhuis/web waar de spinnen samen in wonen, termietennesten (rond) en mierennesten (langwerpig) in de bomen. Daarna lopen we samen een pad terug naar de resort. En dan drinken we nog even samen met Umro en zijn familie wat bij de resort. De kinderen vermaken zich nog steeds prima in het zwembad. ’s Avonds rijden we in het donker terug naar Domburg, gelukkig is de weg goed en komen we veilig weer bij de boot aan.
Dinsdag rijden we naar Lelydorp waar een vlindertuin is. We zien er hoe ze vlinderpoppen kweken en die dan exporteren, maar ook een grote ruimte waar het vol zit met een enorme hoeveelheid verschillende vlinders. We krijgen een rondleiding, en behalve vlinderpoppen worden er ook schildpadjes en Boa Constrictors gekweekt. Het is leuk en we zijn er uren zoet, ’s avonds eten we gezellig met Coen en Joce van de Wildeman bij Huib. Woensdag is een rommeldagje dat we gebruiken om te zoeken naar een extra gasfles, met de kids naar de Intertoys gaan -die zo ontzettend duur is dat we niets kopen- en Roelof’s rugzak wegbrengen om te laten repareren op de grote markt.

Op donderdag 8 januari om 12 uur vertrekken we op weg naar het binnenland. Roelof gaat ’s ochtends vroeg nog naar de grote markt in Paramaribo om zijn gerepareerde rugzak op te halen. Gelukkig had hij een paar fotootjes gemaakt waar het was want het was op een enorme markt ergens links, rechts en achter een deur maar hij heeft het gelukkig weer terug gevonden. En ik was bezig om spullen te verzamelen, de kinderen te laten ontbijten en de boot netjes achter te laten in Domburg voor 3 dagen (vooral was buiten ophangen om te drogen en weer binnenhalen voor de bui, en dat diverse malen herhaald).

Over de “highway” was het iets meer dan 2 uur rijden naar Atjoni, net ten zuiden van het Brokopondo stuwmeer. Daar stopt de weg gewoon aan de Suriname rivier. Wij kwamen om half drie aan en de boten naar Botopasi waren al weg. Maar we konden nog met een andere korjaal meevaren, een mooie roze die naar Pikin Slee (dorpje in de buurt van Botopasi) ging. Nadat er ook duizend kilo cement aan boord was gedragen (om in een dorp een gebouwtje voor een rijstpel machine te bouwen) vertrokken we om ongeveer half vier. Ook benzine tanks gingen mee en bagage van ons en nog een familie. De lading en bagage ging onder een groot zeildoek tegen de regen. Dat bleek later ook erg nuttig…

Het gaat razend hard met zo’n korjaal, zelfs tegen de stroom in. Verder de rivier op kwamen we steeds meer rotsen tegen en op een gegeven moment moesten we uitstappen bij een stroomversnelling. De korjaal kwam er niet overheen door het enorme gewicht van al het cement dat er mee was. Van een andere korjaal kwam er direct hulp aan, en ook een andere bootsman zwom er direct heen. Er werd met man en macht aan de korjaal getrokken om hem droog en heel over de stroomversnelling heen te krijgen.

En warempel, wie kom ik daar midden in Suriname, staand op een paar rotsen naast de stroomversnelling tegen: mijn collega Jetty van het LUMC. Dat was een enorme verassing. Zij was net op een tocht uit het binnenland terug naar Atjoni aan het varen en ze logeert bij haar vader in Paramaribo. Het was heel kort maar erg leuk. Het lijkt wel of we hier in Suriname meer collega’s tegen komen dan in Leiden; Hetty is voor mij de eerste maar Roelof heeft hier al 3 collega’s ontmoet. Even later krijgen we op de rivier een plensbui. Of je nou regenkleding hebt of niet, je wordt heel erg nat. Maar het is gelukkig niet koud. Verder zien we op de rivier nog een ijsvogel en springende visjes.

We varen langs diverse inheemse dorpjes waar de nazaten leven van de vroegere Marrons, weggelopen slaven, die zich diep in het oerwoud hebben verstopt. Er is veel vertier aan de waterkant, er wordt gezwommen, gewassen, de afwas gedaan, enzovoort. De Saramacaners varen zelf ook in kleine korjaals met peddels, dat is wel een stuk zwaarder dan met onze 50 pk motor. Om 18.30 uur als ik het toch wel koud begin te krijgen komen we na diverse stroomversnellingen en dorpjes aan bij Hotel Botopasi waar we heel hartelijk worden ontvangen door Haidy de eigenaar, Ian de gids en Pieter een belg die hier ook al 2 jaar als vrijwilliger helpt.

We krijgen een hut zoals Marrons die in het oerwoud ook hebben, van hout met een bladerdak (maar wel met plastic zeil in de top, want kennelijk vertrouwen ze zelf het bladerdak ook niet helemaal). Er staan 3 bedden in, twee enkele voor de kinderen en een twijfelaar voor ons. Daarachter is nog een ruimte met een toilet en een douche met water uit de rivier. We doen droge kleren aan en dan gaan we naar het hotel waar we een rondleiding krijgen en waar we heerlijk eten. Er is ook een Duits stel uit Berlijn aanwezig en we eten gezellig samen. Rijst met kip, zoute vis en kousenband en salade.

’s Avonds is er elektriciteit bij Botopasi, want dan staat de generator aan van zeven tot elf uur. Dan is er ook licht in ons huisje, daarna gaat de generator uit en is het donker tot het ochtend wordt. Als er elektriciteit is kijken we ook een film uit 1928 over hoe de Saramacaners of Marrons toen leefden, over de mislukte spoorweg en stoomtrein van de heer Lely uit de tijd dat de goudkoorts er nog was, en hoe ze brood bakken van de cassavewortel door die helemaal te raspen, te malen en te drogen, enzovoort. En ook hoe ze varen over de rivier en hoe ze vis vangen door het sap van de mangrove in de rivier te laten lopen waardoor de vissen bedwelmd raken en ze dan stroomafwaarts uit het water te pakken. Super interessant allemaal. De kinderen waren ondertussen al naar bed gegaan. Ze lagen diep in slaap toen wij naar bed gingen. Midden in de nacht horen we een enorme knal. We zitten rechtop, dat verwacht je hier niet midden in de jungle… Daarna nog acht knallen die klinken als vuurwerk. De volgende dag hoorden we dat dit de afsluiting van oud en nieuw was. Gezien het geknal dat we in Paramaribo al hebben meegemaakt, wel een passende afsluiting.

Vrijdag (9 januari) maken we na een heerlijk ontbijt met broodjes, een prachtige wandeling. Er is hier vroeger ook al groente verbouwd, maar de meeste kostgrondjes zijn weer verlaten en weer ingenomen door het oerwoud. Nu is het dus een jungle die gemiddeld zo’n 150 jaar oud is. Secundair bos noemen ze dat. Je ziet dat aan de vegetatie die ook nog op de grond staat omdat er nog best veel licht door de bomen op de grond komt. Maar er is een goed pad waar wij kunnen wandelen. Ian de gids is met ons mee en vertelt ons over hoe ze van de palmbladeren een dak bouwen, welke bladeren gebruikt kunnen worden als paraplu, hoe je lianen vrij kan maken en bewerken, zodat je ze als touw kan gebruiken en laat ons zien hoe je met de telefoonboom kan bellen. We zien ook rozen die door vrouwen worden gebruikt om te desinfecteren. En op een plek waar ze bomen hebben gekapt voor plantengroei staat een hele mooie bloem, waar heel even een kolibrie voor hangt. De prachtige blauwe vlinders (zo groot dat het wel vliegende boeken lijken) fladderen door het bos en lichten met hun fluoriserende kleuren op in het donker. Ook zien we in de modder bij een kreek nog sporen van een tapir. Maar verder is er niet veel wild te zien, want veel wild wordt hier voor gebruik in de dorpen afgeschoten.

Dan gaan we terug, want Wouter en Myrthe willen toch niet helemaal Freek worden (ook al zijn ze wel blij dat ze vandaag niet gewoon op school zitten). Wouter is inmiddels dikke maatjes met Ian geworden en mag zo nu en dan zijn kapmes vasthouden om planten door te slaan. Maar Hij moet ook zijn best doen om alles wat Ian vertelt over de jungle te onthouden want hij wordt samen met Myrthe steeds weer aan de tand gevoeld of ze wel onthouden hebben wat hij heeft verteld.Op de terugweg hebben we de paraplubladen echt nodig en komt er een stevige tropische bui over ons heen. We wandelen terug en worden door de korjaal opgepikt en terug naar het hotel gebracht. Daar krijgen we een lekkere lunch met bami, kip en komkommer.

Goed moment om Myrthe’s haar weer eens helemaal vlechtvrij te maken en te wassen. Wat een klitten zaten daarin. Misschien wil de vrouw die hier kookt er nog nieuwe vlechtjes in zetten. Echter daar komt niets meer van zodra de zoon van eigenaar Haidy met een vriend langskomt. Dan gaan de kinderen allemaal samen zwemmen, voetballen, dammen en schaken. Grappig dat ze zo met elkaar kunnen kletsen in het Nederlands hier midden in de jungle.

In de avond na het eten maken we met Ian nog een kaaimannentocht. De kaaimannen zijn ongeveer een meter lang en liggen langs de rivier. Je ziet hun ogen rood oplichten als je er met een zaklamp naar toe schijnt. Maar echt dichtbij komen we niet want dan vluchten ze het water in. Overdag zie je ze niet, dan liggen ze iets hoger in het struikgewas te rusten. Als we na 5 kaaimannen, vuurvliegjes, mist boven het water en een fraaie sterrenlucht terugkeren naar onze hut, is Wouter al in slaap gevallen en ontdekken we een huisdiertje in onze hut. We noemen hem snoepie, een lief muisje dat tussen onze spullen aan het snuffelen is.

Midden in de nacht valt er een van de latten onder de matras vandaan, wat een klap geeft dat! Maar gelukkig is het bed niet verder uit elkaar gevallen en kunnen we gewoon verder slapen. In de ochtend klopt Haidy op de deur. Hij wil afrekenen, blijkbaar heeft hij geld nodig om boodschappen te doen want hij gaat naar Paramaribo en de korjaal naar Atjoni ligt al te wachten om te vertrekken. We rekenen af voor ons totale verblijf.

Wij gaan na het ontbijt naar Pikin Slee, een Marrondorp iets hoger aan de rivier, ongeveer een kwartiertje varen. Daar zien we eerst hoe een korjaal wordt gebouwd. Deze wordt uit één stuk van een hardhouten boom gemaakt. Eerst wordt de boom uitgehakt, daarna wordt hij verhit/gebrand zodat het hout zacht wordt en ze hem wijder kunnen maken. Dan worden lange planken als zijkant samen met de knieën (half ronde spanten) tegen de uitgeholde bodem aangemaakt. Als laatste komen de stoeltjes erin. Klaar is hij 4000 SRD (1000 euro). En dan moet je voor nog eens zo’n zelfde bedrag een buitenboordmotor kopen om er mee te kunnen varen. Maar dan kan je er ook goed geld mee verdienen want een enkele reis kost zeventig SRD en er passen wel twaalf tot zestien mensen in de boot. De bootsmannen zijn hier dan ook het rijkst.

In het dorp, dat veel groter is dan we gedacht hadden (er wonen ongeveer vier duizend mensen), zien we diverse offerplaatsen, veel huisjes in oude stijl, maar vaak met golfplaten als dak ipv de oorspronkelijke dakbedekking uit het oerwoud. Er is een kunstenaar hard aan het werk om uit stukken hardhout bankjes krukjes en tafeltjes te maken. Ze zien er prachtig uit, jammer dat ik die niet mee kan nemen op de boot.

Ook zien we er een auto staan. Heel bijzonder want er is geen weg en daar kan je hier midden in de jungle niet veel meer mee dan door het dorp rondjes rijden. We vragen ons af hoe die hier gekomen is. Ian legt uit dat ze die op twee korjalen vervoeren. Je legt wat planken tussen twee korjalen en daar worden dan auto’s maar ook tractors mee vervoert. Ze doen dat alleen met hoogwater anders zijn de doorgangen in de rivier niet breed genoeg. Ongelooflijk, we vragen ons af hoeveel van die auto’s er vanaf vallen maar we hebben niks zien liggen, gaat blijkbaar dus meestal wel goed…

Dan gaan we naar het Saamaka Marron Museum van Pikin Slee. Bij de ingang staat een traditionele toegangspoort om het kwaad buiten te houden, een “Azan Pau”. Mannen lopen hier links onderdoor en vrouwen rechts. In het museum leren we hoe vrouwen en mannen gekleed gaan, als je nog niet getrouwd bent en daarna; hoe ze wonen en leven en over de regels en wetten zoals de Saramarcanen deze afspreken met de zelf gekozen Graama en Kapiten. Het is indrukwekkend hoe ze hier met toch zo veel mensen toch ook nog zo anders leven. Mannen hebben meerdere vrouwen, hoe meer vrouwen hoe meer aanzien. Voor elke vrouw moet er wel een huisje zijn en een stukje grond, een kostgrondje, om eten te verbouwen. Ongeveer een keer per week komt de man dan langs, hij wordt dan door de vrouw gewassen, krijgt te eten blijft een paar uurtjes slapen en vertrekt dan weer naar zijn eigen huisje. Verder de gebruiken over het offeren, de offerplaatsen “Faaka Pau”, en de goden. Zo moet je vooral niet iets uit het water pakken als je het voor de tweede keer opnieuw in het water hebt laten vallen. Dan wil de watergod het hebben en als je het dan opnieuw uit de rivier vist is het hommeles.

Het gekke is dan wel weer dat de winkeltjes veel westerse spullen verkopen. Zo lijkt iedereen wel een mobieltje te hebben. Er staan veel mobiele telefoonmasten en we kunnen overal bellen en internetten. Kennelijk is dat tegenwoordig belangrijker dan elektriciteit die er alleen ’s avonds is. Dus ook geen koelkasten of koud bier! Het afval verbranden ze zelf; ook weer iets minder gezien de hoeveelheid plastic van het verpakkingsmateriaal van de drankjes dat mee wordt verbrand en waarvan de as de lucht in gaat en vervolgens met de regen weer wordt opgevangen en als drinkwater wordt gebruikt! Maar aan de andere kant wonen er hier ook niet zo veel mensen…

Die middag hangen we verder lekker rond in het hotel en zwemmen de kinderen. Er komen meer gasten en we zien Reece en Anneke, die zelf ook een lodge hebben in Paramaribo en samenwerken met Conny en Haidy. ’s Avonds is het erg gezellig met zijn allen aan tafel. We kletsen wat af terwijl de kinderen in de hangmatten in slaap vallen. Gelukkig zijn ze later op de avond nog mee te bewegen naar onze hut even verderop, alhoewel Wouter er echt niet tegen kan om wakker gemaakt te worden. Dat mondt steevast uit in een stevige boze bui. Maar tegen de tijd dat we bij het huisje aankomen, met Wouter al spartelend en schreeuwend in de brandweergreep bij Roelof op de nek, is de boze bui al weer over en wacht onze huismuis Snoepie op ons. Liever Snoepie op de kamer dan de vogelspin die Pieter in zijn hotelkamer heeft. Dus wij vallen rustig in slaap.

Zondag 11 januari gaan wij weer terug naar Domburg. Na het ontbijt worden we uitgezwaaid bij Botopasie en Wouter belooft Ian dat als hij klaar is met school, hij nog een keer terug komt om ook het vak van gids te leren. Onderweg in de korjaal zie ik nog een kaaiman liggen op een strandje. De stroomversnellingen die we nu mee hebben zijn toch behoorlijk spannend voor de bootsman en de peddelaars voorin moeten af en toe even goed afduwen. Vijf uur later zijn we weer terug in Domburg. De accu’s zijn nog meer dan 90% vol, dus de zon heeft haar best gedaan. Het is een gezellig weerzien met Joce en Coen. Er is ook nog een Belgische solozeiler aangekomen. Later komen ook Retna en Akash nog langs en de kinderen spelen samen heel leuk het spel Mister X.

Morgen gaan we even wassen, bijkomen etc. en dinsdag gaan we samen met Howy richting Kabalebo voor een volgende reis naar het binnenland. Kortom we vermaken ons uitstekend in Suriname, wat zoveel verschillende gezichten heeft dat het ons blijft verassen.