To the Scillies wordt uiteindelijk eerst maar naar Vlieland!

 

Het was een lange tijd onduidelijk waar we naar toe zouden gaan deze vakantie.
Al maanden lang bereiden we ons voor (o.a. via de Whats-app-groep “to the Scillies”) op Plan A was om in ca. 4 dagen naar de Scillies te varen en Rob en Conny met de Agape uit te zwaaien op hun reis naar de Carieb. Helaas hebben we dit lot uit de loterij niet gewonnen (voorlopig alleen wind uit het westen). Dat is natuurlijk jammer.

Gelukkig hebben we nog van donderdag avond tot zaterdag ochtend in het kommetje bij Enkhuizen kunnen ankeren met 4 zeilschepen. De DIXBAY, Black Pearl, Agape en onze White Witch. Dat voelde precies hoe de vakantie bedoeld was en de kids spelen heerlijk samen en krijgen we alleen uit het water voor een hapje eten.

Maar zaterdag was toch echt het afscheid. Terwijl Conny nog druk met haar hoofd in de bakskisten gedoken zat om op te ruimen en overbodig materiaal op te duikelen, hebben we ze toch maar los gegooid. Zij moeten vertrekken, eerst naar Amsterdam en dan zo snel mogelijk naar het zuiden. Natuurlijk tranen, we gaan ze een jaar niet zien en het is en blijft stoer zo’n reis.
Daarna gaan wij met 3 schepen richting Harlingen. We gaan eerst op weg naar Vlieland en kijken daarvandaan wanneer we een goed weergat treffen naar ofwel Noorwegen of richting de Oostzee. Zelfs het Götakanaal is langsgekomen als idee voor plan D.

De tocht naar Harlingen is relaxed, met zon en wind van achteren. Als we de sluis door de Afsluitdijk uit varen is het nog een klein stukje tussen de drooggevallen zandbanken door. Dan komen we in Harlingen. Het ligt helemaal vol achter de brug, maar er zijn nog wel gaatjes. De DIXBAY weet een plek te vinden en wij kunnen naast ze liggen. De Black Pearl ligt vlak achter ons. Uiteraard gaan we in de avond nog even de het stadje in en een ijsje scoren. Grappige is dat ik heel vaak de havens vergeet en weer helemaal opnieuw kan beleven. Maar de ijswinkel, die herkende ik nog, met de ronddraaiende bakken met diverse smaken.

Zondag varen we naar Vlieland. We hebben schitterend weer en kunnen alles zeilen. Maar vlak bij Vlieland komt er toch een zwarte lucht aan. We halen alle zeilen weg en doen zelfs de huikjes erover. Dan blijft het mooi droog. Het is hoogwater en het stroomt hard langs de ingang van de haven. Het is dus listig sturen bij het naar binnen varen. Het ligt helemaal vol in Vlieland, reserveren doen we natuurlijk niet, maar de havenmeester weet nog wel gaatjes te vinden. We parkeren naast de Black Pearl met nog een meter ruimte voor en achter ons tussen de schepen in de boxen, aan de steiger. Het is hier heerlijk kneuterig. Kinderen zijn krabbetjes aan het vangen in het water en het is een gezellige boel van veel verschillende schepen. Helaas past de DIXBAY hier niet tussen en heeft een plak achter de grote pretpoepers gevonden. We hopen voor Idris dat zij ’s nachts de generatoren niet aan zetten. De kids zijn lekker aan het spelen en we wandelen nog even naar het dorp.

Voorlopig gaan we ons op Vlieland vermaken. Er lijkt woensdag pas een weergaatje om te vertrekken naar Noorwegen.
In de tussentijd gebeurt er van alles. We fietsen een rondje om het eiland, vermaken ons in de winkeltjes en restaurantjes, ankeren voor de vuurtoren en wadlopen naar de kant, cobben met zijn allen een lekkere barbecue en duimen dat de eerste toch van Rob en Conny op zee goed en soepel verloopt zodat de kop er voor hun af is. Enzovoort. Het is een heerlijk vakantie eiland.

 

route naar Zweden

Dinsdag (26/7) hebben we een hele relaxte dag gevaren. Met de Agape vlak achter ons konden we goed contact houden. Maar het is nog zo’n eind, dat stuk omhoog langs Denemarken. Maar we zitten in een luxe positie. Dinsdagnacht is de wind opgestoken. Hij staat vol in de rug met 15-20 knoopjes (4-5 Bft). De golven rollen weer lekker onder ons door en af en toe spurten we met een surf wel 8 knopen snelheid. Zo schiet het op.
Wel hebben we enkele kleine dingetjes die kapot zijn gegaan. De rail van de boom is stuk en de boom ligt vastgemaakt op het dek. En vorig jaar hebben we de rolfoksysteem gerepareerd. Die is een stukje korter geworden. Echter het zeil is niet korter, waardoor één van de buizen van het rolfoksysteem is losgekomen. We hebben dit provisorisch kunnen repareren, maar moeten hier in Zweden nog wel goed naar kijken. Het gaf wel te denken toen ook de sleepgenerator geen stroom wou leveren, maar gelukkig heeft onze handige schipper het losse contact gevonden. Dus die doet het weer en dat is toch wel praktisch nu het bewolkt is. Het windmolentje trekt het niet om zowel de stuurautomaat, de koelkast en de radio voor de kids allemaal van stroom te voorzien.
De Dixbay spreken we nu op de korte golf radio (SSB). Dan lijkt het wel of Idris naast ons zit. We denken dat hij ons oploopt. Gisteren liep hij 100 NM achter ons, maar dat wordt dus minder.
Deze woensdag scheuren we langs de kop van Jutland en dan gaan we het Skagerak op. We verwachten donderdagavond aan te komen in Zweden.

Honderd zeehonden en zwanen!


Honderden zwanen in Berwick upon Tweed:
We varen van Peter Head naar Berwick upon Tweed (105 mijl) gedurende de donderdagnacht en komen vrijdag ochtend 7 augustus aan om 9.00 uur in de ochtend. De nacht was prachtig met sterren en een lekker windje. Maar vlak voor Berwick upon Tweed vraag ik me af of we daar echt wel naar binnen moeten varen. In de Reeds (de zeilbijbel) staat dat je er alleen binnen kan varen met lokale kennis, omdat de zandbanken zo vaak verplaatsen. Roelof lijkt niet zo onder de indruk omdat het hoog water is. Dus wij gaan toch maar, ook al hebben we geen lokale kennis. Er staat een beschrijving in de pilot hoe je rotsen kan ontwijken en dat je vlak langs de damwand moet varen en welke bochten je moet maken om alle zandbanken te ontwijken. Als de lichtenlijn wel erg dicht langs een zandbank gaat wijken we maar een stukje uit, blijkbaar zijn de bakens nog niet aangepast na de laatste verschuivingen van de zandbanken. Mooi dat we met hoog water aankomen anders was het af en toe wel weinig water geweest onder de kiel. We komen in het bassin terecht, niet echt een haven, maar een bak met hoge wanden waar met name vissers liggen en een heleboel zwanen zwemmen. Er licht één ander Nederlands schip de “Come Di”, maar de bewoners zijn niet thuis. De havenmeester is een druk baasje en geeft aan dat we het beste aan deze andere zeilboot kunnen aanmeren. Dat doen we dan maar. De kinderen weten oud brood in de koelkast te vinden en lokken zo mogelijk alle honderd zwanen naar de boot toe. Ze knorren en grommen en het is verbazingwekkend hoe lang de meeuwen het aandurven om tussen deze sierlijke dieren proberen mee te dingen voor een paar korrels brood. Er wordt wel naar ze gehapt en als er te veel zwanen om ze heen zitten durven de meeuwen toch echt niet meer.
Als wij denken dat ons schip goed ligt met lange lijnen naar de kade, zodat we nog 4 meter omhoog en omlaag kunnen zakken gaan we direct het dorpje in op zoek naar het treinstation. Het is een klein uurtje naar Edinburgh en we zien voor zover we niet in slaap dommelen het prachtige glooiende goudkleurige landschap met halmen langs ons heen trekken.

Edingburgh:

In Edingburgh is het heel druk, want er is toevallig een international festival gaande. Er staan allemaal artiesten op straat om hun kunsten te laten zien, zodat mensen een ticket kopen voor een optreden in de middag of avond. Wij wandelen wat rond en genieten van de gezellige sfeer en de statige en oude gebouwen. Het is een leuke stad.
Omdat het al middag is en we echt het Edingburgh castle willen zien gaan we daar eerst naar toe. Voor het castle vertelt Roelof nog een verhaal over vroeger van zijn fietsvakantie. Toen is hij hier ook met zijn ouders geweest. kennelijk was er toen een groen grasveld voor het Edingburgh castle, maar dat is er helaas niet meer. Zijn vader is toen in het gras zijn trouwring verloren. Het was zo druk dat zoeken niet echt wat opleverde. En ze zijn later in de avond terug gegaan om nog eens te zoeken. Iemand van het kasteel vroeg toen “Kan ik u ergens mee helpen” en Kees legde uit dat hij zijn trouwring was verloren. En de man wees in het gras en zei: “Daar zie ik hem”. Wat een mazzel zeg, want dat moet zoeken naar een speld in een hooiberg zijn geweest.

We bekijken het kasteel en de kinderen spelen samen weer riddertje en prinses. Maar ze zijn heel erg onder de indruk van de kroonjuwelen, die hier liggen van de Schotse troon. Het gaat om een kroon, een scepter en een zwaard. En ze kunnen zich helemaal een voorstelling maken van hoe het kronen zou moeten gaan en hoe die juwelen al die jaren bewaard zijn gebleven, zelfs honderden jaren verborgen in een kist.
Die middag gaan we ook nog naar een internetcafé. We hebben een afspraak met juf Ineke Hoffies van de wereldschool om te skypen. Het onderdeel spreekvaardigheid kunnen we daarmee afronden en dan is de wereldschool echt klaar. De kinderen hebben ieder apart een heel erg leuk gesprek met hun juf en het is jammer dat we juf Ineke Hoffies eigenlijk niet ook een keer in het echt ontmoeten. Ze is best nauw met ons bezig geweest en ook heel erg betrokken bij onze reis; bijzonder wetende dat we alleen digitaal contact hebben gehad via mail en skype.
Daarna gaan we Edingburgh nog even in en de kinderen mogen hier een laatste kado van onze reis uitzoeken. Myrthe heeft eigenlijk vrij snel haar keuze laten vallen op een schots rokje. Maar wat heeft Wouter moeite met het maken van een keuze. Hij is bang dat hij iets verkeerds kiest. Maar hij wil al een tijd graag een doedelzak en warempel vinden we hier eentje. En hij besluit dat hij dat mee gaat nemen, om thuis in een reismuseum aan iedereen te laten zien en als herinnering aan Schotland.


Overal zeehonden, het lijkt wel de waddenzee!
Zaterdag 8 augustus leggen we in de ochtend de 15 mijl af naar Holy Island. Het is niet ver en je ziet het al liggen. Maar het is net niet bezeild en we moeten met 1 slag kruisend er naar toe varen. Bij Holy Island is een ankerplek, waar je via een geultje naar toe kan komen. We hebben flinke stroom tegen (3 knopen) en bedenken hoe we hier gaan ankeren. Ons Rockna anker houd weer in één keer goed, maar we leggen er toch ook ons tweede anker neer, zodat we als de stroomrichting draait daar op hangen en het Rockna anker niet steeds 180 graden hoeft te draaien in de bodem.

Wat een leuk plekje is dit. De zeehonden zwemmen om ons heen en op het eiland zie je een kasteel liggen op de enkele rotsen in het verder vlakke landschap. We maken dus snel de dinghy klaar en gaan eens kijken. We wandelen in het zonnetje door het graslandschap, maar helaas is het kasteel al gesloten. Maakt niet uit, dan kijken we even bij het Engelse tuintje met uitzicht op het kasteel. De kinderen vinden het heerlijk in het hoge gras en rollen en dollen er doorheen. Daarna gaan we via het dorpje terug. Naast het dorpje ligt nog een oude ruïne van St. Mary’s Chapel Belfry, waar monniken leefden.

Het grappige is dat Holy Island best toeristisch is. Echter is het een soort schiereiland, waarvan de toegangsweg alleen bij Laagwater en enkele uren daaromheen toegankelijk is. Het is er dus uiterst rustig met Hoogwater en dan zijn wij er wel en de toeristen niet!!

We kijken steeds of ons schip er nog goed bij ligt, want de stroom is gedraaid terwijl wij op de kade staan. Maar alles gaat goed en als we terug komen bij de dinghy liggen er nota bene 3 Nederlanders in het baaitje. Onder andere ook het schip, Come Di, waar wij langszij lagen in Berwick upon Tweed en Perjan en Linde nodigen ons uit om na het eten even iets te komen drinken. Nou dat doen we. Gezellig langs bij vader en dochter Moors.’s Nachts hoor je de hele tijd de zeehonden rond de boot. Het lijkt een soort huilen en klinkt bijna als het ruisen van de wind door de bomen. Alleen staan er geen bomen, maar liggen er wel veel zandplaten. Het geeft Holy Island een heel uniek sfeertje.


Wouters wilde haren zijn weg!
Zondag knipt Roelof Wouter zijn haren. Het wordt best weer kort en zo lijkt hij weer op zijn neef Tijn. Helaas doet Wouter er een dagje later nog een duitje bovenop. Hij ziet dat zijn kruin rechtovereind staat en knipt het zelf nog even wat bij!!! Nu heeft ie een gekke kale plek op zijn hoofd. Maar is zeer tevreden met het resultaat.
Verder doen we de zondag niet veel. We zijn moe van het steeds maar doorvaren (sinds we vertrokken van het eiland Mull) en zijn blij om nu even een pauze te hebben. De nacht doorvaren van 6 augustus heeft op mij ook altijd wel zo zijn effect. Daarnaast werkt het idee dat we steeds dichter bij huis komen en de reis bijna voorbij is ook wel een beetje beklemmend. Heus ik kijk echt uit om iedereen terug te zien. Maar ik begin al bijna weer actielijstjes te maken, wetende dat we een heleboel dingen moeten doen als we weer thuis zijn. Maar gelukkig weet Roelof me nog tegen te houden. Kortom een rustdag, veel lezen en we zijn Holy Island nog op geweest en hebben het castle van binnen bekeken. Dat was erg leuk, want nadat het vroeger een fort is geweest, is het een hele lange tijd bewoond geweest tot ca. 40 jaar geleden. Alles is nog geheel ingericht zoals het 40 jaar geleden is achtergelaten. Leuke stap terug in de tijd.

Regen en 30 knopen wind:
Maandag 10 augustus is een regendag en gaan we niet eens van boord. We willen vertrekken om 21.00 uur in de avond naar Whitby. We zien een mooi weergaatje om de nacht droog te varen en de 80 mijlen af te leggen met wind uit het Zuidwesten (halve wind). Echter overdag twijfelen we of het een goed weergat is, want er staan plotseling 30 knopen wind op onze ankerplek (= 7 Bft). Dat is niet voorspeld. We gaan eerst maar eens even avondeten en gelukkig zakt daarna de wind. Dan durven we wel te vertrekken.
Het was heerlijk zo’n paar dagen rust bij dit heerlijke eiland. We zullen de zeehonden en hun gehuil missen. Toen Roelof het anker ophaalde kwamen de zeehonden nog nieuwsgierig kijken en ééntje ging zelfs met het ankerbolletje spelen. Wat een leuke dieren zijn dat toch.
We varen met zonsondergang langs de Farne eilanden en daarna gaan onze wachten in. Roelof neemt zoals altijd de eerste wacht (en mazzelt met een bezoek van dolfijnen) en ik neem het heel vroeg in de ochtend over. Best lastig om te slapen, terwijl ons schip zo schuin vaart. Myrthe en ik liggen samen in het achteronder. Uiteindelijk ga ik tegen de schuine kant liggen en komt Myrthe tegen mij aan liggen. Dan vallen we eindelijk allebei in slaap. Om 3.00 uur neem ik het van Roelof over. Inmiddels zijn alle riffen uit het zeil en vaart het schip met 7 knopen op het doel af. Om 8.00 uur valt echter de wind weg. Dan is het nog maar een paar mijlen. We maken geen haast, want de brug gaat pas om 12.45 uur open. De entree van Whitby is erg leuk, het ziet er heel gezellig uit. Om 10.00 uur liggen we te wachten aan de steiger voor de brug tot die open gaat. De brug gaat alleen open met HW +/- 2 uur, omdat het een hele oude brug van meer dan 100 jaar is en verzekeren bij vaker open en dichtgaan niet lukt!

We lopen even rond in het plaatsje Whitby, doen wat boodschappen en bespreken met de havenmeester waar we kunnen liggen als we onder de brug door zijn. Een goed plekje aan de steiger. En wat leuk als we daar weer Perjan en Linde van de Come Di aantreffen. Dat is gezellig.

Een verwenavond
We bellen ook Peter en John (van het zeilschip Pilgrim) om te vertellen dat we zijn aangekomen en hun uitnodiging om te komen eten is nog steeds van kracht. Ze komen ons om 16.00 uur ophalen en we rijden naar Middlesbrough nar het huis van Peter en Cathy. Het is erg leuk om de lieve vrouw Cathy te ontmoeten van Peter. De kinderen voelen zich direct bij hen thuis en spelen met het speelgoed wat zij hebben liggen voor hun kleinkinderen. Ook rennen ze als dollen door de tuin en zitten vrijwel meteen hoog in de boom en in de boomhut. Wat een leuk dorp zo midden in het groen waar Peter en Cathy wonen.
Als John en Shirley klaar zijn met de voorbereidingen gaan we naar ze toe. Ze hadden een reparatie aan de waterleiding en badkamer en hadden de hele dag geen water gehad. Toch hadden ze het klaargespeeld om een heerlijke maaltijd voor ons allemaal te maken. Het was ontzettend gezellig en John en Sylvia verwennen ons zeer. Wat een lief echtpaar is dat en wat ondernemend nog met hun leeftijden. John had met zijn 77 jaar al indruk op ons gemaakt terwijl hij met Peter meezeilde. Maar Sylvia doet er niet voor onder, ze maakt allemaal schilderijen en speelt piano, gitaar en harp. En op Myrthe’s verzoek laat ze wat horen van de harpmuziek. Een heerlijk verwende avond, waarna John en Sylvia ons ook weer de 45 minuten naar huis/White Witch rijden in Whitby. Wat een lieverds.

Harry Potter spelen:
Woensdag 12 augustus willen we iets meer van Whitby zien. Er rijdt een stoomtrein en daar hebben we wel zin in. We nemen een retourticket naar Goathland. De kinderen vinden het geweldig met deze stoomtrein, want deze is gebruikt in de Harry Potter film. Als de conducteur is langs geweest mogen ze van ons in een lege coupe, eerste klas zitten en uiteraard spelen ze Harry Potter. We rijden door een prachtig glooiend Moors landschap met weilanden en kleine dorpjes en een rivier, waar elk jaar in november en december de zalm nog eitjes legt.
In Goathland stappen we na een uurtje uit en lopen het kleine dorpje in. Het dorpje is heel schattig en pittoresk en is ook gebruikt in een zeer geliefde televisieserie in Engeland “Heartbeat”. Het is wel toeristisch en niet meer dan een paar huizen in één straat, maar het heeft een heel gemoedelijke sfeer. Ook het perronnetje herkennen de kinderen uit Harry Potter film 1 en is schattig. En alle medewerkers die hier werken om deze stoomtrein op de rails te houden en alle toeristen iedere dag te helpen doen hun werk met veel plezier. Een traditie die de Engelsen met verve in stand houden!


Met dezelfde stoomtrein gaan we 2 uur later weer terug naar Whitby. Daar lopen we nog even rond door het plaatsje. Het is behoorlijk druk, maar dat heeft misschien ook wel te maken met het festival wat vanaf 14 augustus begint (zeilraces). Precies de dag dat wij plannen om te vertrekken. Er is ook een actieve roeiclub en ik zie de pilot-gigs over het zeewater glijden en krijg prompt heimwee naar mijn sport in Nederland.
We halen heerlijke fish and chips bij een drukke zaak die John en Sylvia hebben aanbevolen. Er zijn hier Fish & Chips zaken waaronder twee restaurants die hiermee in de prijzen zijn gevallen als beste van Engeland. En het is zo’n mooie avond dat we het meenemen en lekker achter in de kuip oppeuzelen.
Die avond komen PerJan en Linde nog even langs (en wordt er kwartet gespeeld), totdat onze kinderen zo ongedurig zijn en giechelen, springen en klieren dat ik ze het liefst in bed stop zodat de stilte terugkeert.

Laatste lessen Geobas, Natuur en Bij de Tijd:
Roelof houdt het nog steeds vol om de Aardrijkskunde, Geschiedenis en Biologie van groep 6 met de kinderen door te nemen. Het is “het pretpakket” en iedere dag doen ze zeker 1,5 tot 2 uur. Doordat we zelf nu ook zo betrokken zijn bij de inhoud van deze lessen kunnen we de kinderen op de route die we varen ook in de praktijk dingen laten zien die in hun leerboeken staan. Zo hebben ze b.v. open mijnen kunnen zien en de sporen van varens. Als je niet weet wat er in hun leerboeken staat is het lastig om met de praktijk aan te sluiten, een leuk voordeeltje dus van homeschooling. Ze hebben echt bijna alles af. En wat kijken ze uit naar een laatste week echt vrij.
Maar de kinderen zijn bijna niet meer van de boot af te krijgen. Ze hebben heel veel zin om naar huis te gaan. Wouter wil niet zozeer naar huis, maar gewoon naar Bas. Myrthe is wat ingetogener, maar wat kijkt ook zij er naar uit. En dat terwijl Roelof en ik zo lang mogelijk proberen te genieten van onze omgeving en Whitby. We hebben nog één laatste dag om die te besteden en gaan in de middag dan maar samen op pad. We lopen de heuvel op en gaan naar de kerk en de ruïne van een klooster. En we leren dat op deze locatie belangrijke bestuurders van de Engelse kerk al in 600 na Christus samen kwamen en besluiten namen. Het is ook een hele mooie locatie waar het klooster staat en de kerk maakt indruk door de oude grafstenen die eromheen staan en al heel oud zijn.

Daarna lopen we over de brug en gaan naar de hele andere kant van Whitby en zien het monument van Captain Cook. In Whitby is ook een Captain Cook museum, want hij heeft vanaf zijn negende jaar hier gewoond en zijn opleiding tot schipper genoten. De schepen waarmee hij zijn drie zeilreizen heeft gemaakt, zijn in de werf van Whitby gebouwd. En zijn ontdekkingsreizen, medio 1777, naar Australië, Nieuw Zeeland en Canada hebben de geschiedenis mede gevormd. Het monument vinden wij leuk om even te zien, met prachtig uitzicht op Whitby en op zee. Maar het museum slaan we even over, dat bewaren we voor een andere keer. Whitby is echt een veel te leuk plaatsje om niet nog eens terug te komen.
We dachten de laatste avond gaan we uit eten. Maar uiteindelijk doen we boodschappen en eten gewoon aan boord. De kinderen zijn toch niet meer van de boot af te plukken. Als we terug zijn staat Wouter wel op het dek “Zijn jullie daar eindelijk weer”, “Het is wel een beetje een troep hoor binnen, want we hebben een beetje gestoeid”. Wat een understatement, maar we hebben een gezellige laatste avond aan boord in Whitby. En we hopen dat de wind vrijdag 14 augustus afneemt, naar het Noorden draait en dat wij onze reis naar Nederland kunnen aanvangen.
Lees verder

15 sluizen en 7 bruggen in het Crinan kanaal


“The Basking Shark”
Samen met de Tequilla en drie Engelse bemanningsleden (Bob, David en Michael), waren we vrijdag 24 juli naar binnen geschut het eerste bassin van het Crinan kanaal in, bij de plaats Ardishaig. De bemanning van de Tequilla zijn erg vrolijke lui en de gezellige humor van schipper Bob spreekt ons enorm aan en we blijven dus onderling contact zoeken.
Op zaterdagochtend (25 juli) wachten we eerst tot de andere jachten uit het bassin zijn weggeschut het kanaal in en gaan daarna zelf. De kinderen helpen mee met de sluizen openen en dicht doen, want dat gaat allemaal nog op eigen kracht. Vorig jaar was alles buiten de zeesluizen (de begin en eind eindsluis) nog gewoon zelfbediening, maar we zijn wel blij dat er bij elke sluis een helpende hand is. Het zijn veelal studenten. Het is nog best wat werk, bepaald niet saai. Het Kanaal is ongeveer 10-12 meter breed en de omgeving is prachtig groen. Het kanaal is eigenlijk maar 8 mijl lang en je wordt door 15 sluizen geschut, 7 omhoog (ca. 20 meter) en 8 naar beneden.
We hebben een waanzinnig mooie dag en genieten volop van de zon en de sluizen en de omgeving. Bij Cairnsbaan maken we een wandelingetje en treffen dan in een van de vorige sluizen de Tequilla weer, die hun motorprobleem waar we ze eerder mee aan de kant zagen liggen hebben kunnen oplossen. Ze vragen waar wij gaan aanmeren. En ze stellen voor ergens bij Dunardry te gaan liggen, dan mogen we bij hun aan boord komen eten. Nou dat klinkt natuurlijk erg gezellig en aanlokkelijk en kunnen we niet laten liggen. We kijken hoe ver we komen en bij sluis 11 gaan we aan een pontoon, waar even later Tequilla langszij komt liggen. We liggen net voor het hoogste niveau t.o.v. de zee, dat is 2 sluizen verder bij Dunardry.

We mogen Bob die gaat koken niet helpen. Hij gaat wat lekkers maken. het wordt macaroni met heerlijk vlees, tomaten en kaas erover. Erg lekker.
We kletsen en lachen heel wat af en David blijkt een hele goede tekenaar te zijn. Hij gaat met de kinderen aan de slag en krijgt hun volle aandacht te pakken. Het is heel leuk hoe de kinderen samen met hem proberen om dingen te tekenen. Het raakt Myrthe ook om zo samen met zo’n goede en aardige tekenaar bezig te zijn, want de dagen daarna probeert ze meer met tekenen te oefenen en geeft aan het leuk te vinden als ze daar wat meer in zou kunnen leren in Nederland. Dat past wel bij haar en ook David was onder de indruk van Myrthes talent om met veel details een tekening zo leuk te kunnen maken.
Ze noemen zichzelf en de Tequilla “the basking shark” (reuzenhaai) als grapje, omdat ze ook 10 meter lang zijn en evenveel wegen (5 ton) en ook zo’n enorme grote mond hebben (Bob). Maar de humor van Bob is niet op papier weer te geven, zo subtiel en zo geestig en heerlijk om zo’n avond zo te lachen.

Het Nederlandse zeilschip Aquilla:
Op zondag (26 juli) gaan we, zodra de sluizen in Dunardry weer starten, mee verder het Crinan kanaal af. De route verder gaat langs een prachtig natuurreservaat , wat we over de dijk heen in de diepte zien liggen. De rivier slingert zich door het landschap en af en toe wordt het heel smal. Gelukkig is er net als we een tegenligger krijgen een extra breed stukje in de rivier waar we elkaar net kunnen passeren. Dan liggen we voor de laatste twee sluisen naar buiten. Het is een gezellig plekje en we zijn er al om 12.00 uur. Dan begint het ook te regenen, zoals voorspeld en dat maakt verder trekken heel onaantrekkelijk.
Maar we ontdekken een andere Nederlands gezin met het jacht Aquilla in het bassin en we raken heel gezellig aan de praat en blijven hangen. Joep en Rick gaan Myrthe en Wouter ophalen en ondanks het leeftijd verschil hebben ze samen wel lol. Ik bak wat pannenkoeken en het is al snel 16.00 uur, dus dan kunnen we ook echt niet meer weg. Maar samen met Bram kijken we naar de route door diverse Whirlpools die ons buiten het Crinan kanaal staan te wachten en kijken goed naar de route en gevaren die we onderweg tegen kunnen komen en bedenken wanneer vertrek gunstig is om het getij mee te hebben. Is leuk om dat samen een beetje uit te dokteren.
De kinderen zijn zo blij weer een Nederlands schip met kinderen te treffen dat ze niet schromen om het logeren meteen op te rakelen. De jongens willen eigenlijk liefst op hun eigen Aquilla slapen, maar onze kinderen mogen bij hen aan boord slapen. En ze worden ook nog voor het avondeten uitgenodigd. Stelletje bofferts, dat ze het weer voor elkaar krijgen.
In dat geval betekent dat een avondje vrij voor Roelof en mij samen en wij gaan samen uit eten bij het lokale restaurantje. We eten een heerlijke vispot en mosselen.

Puilladobhrain, de poel van otters:
Maandag (27 juli) vertrekken we met de eerste sluis en schutten samen met de Tequilla naar buiten. Dat is heel gunstig voor ons om zo snel mogelijk buiten te komen en maximaal aantal uren stroom mee te hebben op de route. We willen 20 mijl verderop naar een ankerbaai varen Puilladobhrain, de pool van otters.
We roepen snel de kinderen, die nog logeren op de Aquila, want we hebben niet verwacht dat we om 8.30 uur al met de eerste sluis mee zouden kunnen. Ze hebben het heerlijk naar hun zin gehad en allemaal lekker geslapen. Eigenlijk heel erg jammer om weer zo’n leuk ander gezin te gaan verlaten, waar we in zo korte tijd zo leuk kennis mee hebben kunnen maken.
Buiten op zee is het rustig weer. Van de voorspellingen 5 Bft met uitschieters naar 6 Bft merken we echt weinig. We hebben wind en daar zijn we allang gelukkig mee. Zo’n 10-12 knopen wind uit het Noordoosten en we moeten dus aan de wind varen. Samen met de Tequilla varen we richting Dorus Mor, de eerste whirlpool voor vandaag. Maar gelukkig blijkt deze helemaal niet spannend. Het is wel grappig dat je aan het wateropervlak wel kan zien dat er enorme stroom staat; je ziet ook eddy’s die de andere kant op stromen en paddestoelen. Maar niets verstoort onze richting of onze reis, het werkt allemaal zelfs enorm mee. Na Doris Mor varen we langs de beruchte Corrywreckan. Maar we worden er niet ingezogen, want het is rustig vandaag en wij zeilen door naar de Sound op Luing en daar stroomt het nog een tikkeltje harder. We zeilen op een gegeven moment zelfs met 10 knopen vaart doordat we meer dan 4 knopen stroom mee hebben. Echt gaaf. En het lukt zelfs om de hele route te blijven zeilen. Twee keer moeten we even om een rots te ontwijken overstag en een klein stukje oploeven, waarna we onze route gewoon steeds hoog aan de wind kunnen vervolgen. Tot we bij de Puilladobhrain zijn. De ingang zien we maar net liggen, een smalle doorgang vlak langs de kust.
Op twee hopen stenen achter elkaar is met witte verf een lichtenlijn gemaakt die je naar binnen kan volgen. Erg handig, want het is ondiep, smal en je moet de kust bakboord echt op 2 meter afstand passeren. daarachter ligt werkelijk een hele mooie ankerbaai. We varen zoals de Tequilla ons heeft geadviseerd helemaal door naar achteren, zo ver als het kan. Daar ligt ook nog een grote boei in het water. We gooien het anker uit en genieten van dit plekje. Jammer dat er nu net weer drizzle begint. Even verderop zitten 10 zeekanoërs, die net weer instappen en vertrekken met een zeehond nieuwsgierig in het kielzog. Leuk hoor om hier te zeekanoën in dit gebied. We zien even later de Tequilla binnenkomen en zij gaan lekker aan de boei/mooring liggen. Allemaal maken we de dinghy klaar, want die is hier wel handig. Onze dinghy is na het opruimen in Bermuda toch wat achteruit gegaan. Hij zit vol schimmel en heeft een lekje door het schuren in de bakskist. Dat kunnen we nog repareren, maar de motor voor de dinghy krijgen we niet meer losgedraaid. Die is kennelijk echt door erosie helemaal vastgeroest. De WD40 olie helpt om één kant los te krijgen, maar de andere weigert. Nou dan wordt het maar peddelen.

Het eerste echte avontuur van Myrthe en Wouter na 1 jaar reizen:
Even later peddelen we naar de kant en wandelen het zompige veen/moerasgebied in. Het stikt er van de kleine steekbeestjes. Maar even later vinden we het pad naar de pub even over de heuvel (0,5 mijl). Het is een leuke wandeling over het eiland Seil. In de pub werd vroeger gewisseld van kilt naar broek, omdat op het vaste land een kilt niet was toegestaan. En tegenover de pub ligt het riviertje, dat in verbinding staat met de Atlantische Oceaan. Over de rivier is een mooie brug gebouwd; “bridge over the Atlantic” genaamd. Dat is nu al de derde keer dat we de Atlantic dus oversteken en het gaat zo een stuk sneller!!!
In de pub komen we de bemanning van de Tequilla weer tegen en we leren een spel Devils legs. Zij gaan later op de boot eten, maar wij blijven in de pub en eten fish and chips. Daarna gaan we terug wandelen. Echter op de terugweg horen we iemand heel erg hard help roepen. We snappen niet waar het vandaan komt, maar het lijkt bij de schepen vandaan te komen. Wouter is helemaal ongerust en rent vooruit, bang dat er iemand verdrinkt en dat we te laat komen. We vermoeden dat een man op een schip wat er ligt heeft geroepen. Er vaart nu ook een dinghy naar toe. Wij stappen ook snel in en gaan poolshoogte nemen. In de tussentijd zien we dat de man ook nog in het water valt en aan zijn boot hangt. De andere man weet hem in de dinghy te krijgen. En als wij aankomen kunnen we helpen om de man weer aan boord te krijgen. De telefoon in zijn broekzak zal het wel niet meer doen. En als ik naast hem sta begrijp ik ook wat het probleem is, drank. De man is niet helder en de andere hulp die er nu ook bij is checkt of zijn anker wel goed ligt. Dat is niet het geval, dus ze ankeren de boot opnieuw. De eigenaar heeft wat droogs aangedaan en misschien dat de val in het koude water hem toch wat heeft ontnuchterd. De kinderen zijn helemaal onder de indruk van het gebeuren. Ook al zijn we al een jaar aan het reizen, dit is volgens hen echt hun eerste “echte avontuur” wat ze hebben beleefd.

Drizzle, Cats and Dogs, showers………………:
Het is een drizzle dag. We zwaaien de Tequilla uit bij vertrek en volgen zelf even later ook. We varen vandaag ca 30 mijl naar het eiland van Mull, naar de plaats Tobermory. Roelof is daar vroeger al eens geweest, fietsend met zijn ouders. Het lukt om kleine stukjes te zeilen, maar verder hebben we of te weinig wind of tegenwind en vooral veel regen.
Langs het eiland van Mull zien we het kasteel Duart, één van de toeristische attracties. Het ziet er groots uit, maar past geheel in het rotsachtige landschap. Ineens krijgen we via de marifoon een oproep van de Aquilla. Dat is leuk, we zien ze op de AIS en zij varen net naar de ankerbaai waar wij hebben gelegen.
In de middag komen we aan bij Tobermory. Het ziet er schattig uit met rijtjes gekleurde huisjes. Alleen de regen wil vandaag maar niet stoppen. Zelfs de Schotten zeggen dat het jaren niet zo erg is geweest in de zomer.

Island of Man & Bute


Onderweg naar Isle of Man
Van Ardglass naar Peel op Isle of Man hebben we een prachtige vaardag (zondag 19 juli). Die ncht is er een flink regenfront overgekomen, maar dat is inmiddels weg en de zon schijnt. We vertrekken met laag water en de smalle geul de haven uit is goed zichtbaar. Twee andere schepen vinden het toch wel spannend om met dit laagwater (en inmiddels springtij) de haven uit te varen en lijken te wachten tot een ander eerst gaat. Dat doen wij dus. We varen weg en verstoren een zeehond die lekker droog om een klein drooggevallen rotsje ligt gekruld.

De tocht verloopt lekker. De boot schommelt wel alle kanten op, want we moeten op twee oren varen met de wind pal van achteren. De golven komen echter van schuin opzij en de boot gaat heen en weer, heen en weer. Dat hadden we al een tijd niet meer gehad, maar heerlijk om weer echt te zeilen met een zonnetje.

Keep out of my way:
Op onze route zien we ook vrachtschepen die uit of naar het Noorderkanaal varen. We steken dus min of meer een soort scheepsroute over. Op een gegeven moment liggen we op ramkoers met een vrachtschip. We kijken de situatie aan, want echt wijken is lastig op twee oren, dan moeten we een zeil weghalen. Maar het blijft ramkoers. We roepen dan ook even later het 817 ft lange vrachtschip Yeoman Bridge op (MMSI 308919000). Op de marifoon staat ons een vriendelijke man te woord met good afternoon, yes I can see you. Vervolgens vragen we “What are your intensions to pass?”. Na enkele tellen komt er iemand anders aan de marifoon die uitbarst “I have no intensions, I will keep speed and course, keep out of my way, you are a small ship”. We zijn even perplex, dit hebben we nog niet eerder gehad. Roelof blijft de heer en antwoord “Thats a new way to interprete the international searules, but as you said, we are small and you are big. We will pass behind you, out!”. Duidelijk, dat doen we dan maar, maar een dergelijke onvriendelijkheid hebben we op zee nog niet eerder meegemaakt.

Katten zonder staart?
We zien Isle of Man al duidelijk liggen en Peel Harbour komt in de buurt. De aanloop is erg mooi, want er ligt een kasteel langs de entree. We hebben de aankomst heel goed berekend en we komen precies om 14.00 uur aan met hoogwater. Om de haven binnen te komen, moet een wandelbrug worden geopend en moet de “flap gate” open staan. Die staat alleen 2 uur voor en na hoogwater open, zodat er in de haven altijd genoeg water blijft staan, ca 2 meter diep. Het is een gezellige haven en vanaf de brug krijgen we van de havenmeester instructies waar we kunnen liggen. Mooi plekje met uitzicht op de brug en het kasteel. Nadat we zijn afgemeerd, lopen we Peel in om wat rond te kijken. Het blijkt een gezellig stadje te zijn met erg lekker ijs!


Peel is een klein stadje, met een enorme strandbaai buiten de haven. Een getijverschil van zeker 4 meter maakt dat het strand ofwel heel kort is of een heel stuk in zee steekt. We komen er achter dat de Manx kat hier vandaan komt, omdat alles wat van Isle of Man komt de naam Manx krijgt. Manx is ook de taal die hier vroeger werd gesproken, maar die nu bijna is uitgestorven. De Manx kat is eigenlijk een genetisch foutje, doorgefokt door de mensen hier, een kat zonder staart. Het is niet echt gezond, de heupen van de kat liggen iets hoger en de wervelkolom heeft dus een gekke hoek. Ze zouden veel voor moeten komen, maar uiteindelijk hebben wij alleen de knuffel manx poesjes in de toeristenwinkeltjes gezien.
In het zonnetje lopen we nog een rondje om het kasteel, wat op een soort schiereiland staat. De kids hebben zin om naar de boot te gaan. Wij wandelen en kijken nog even verder rond en komen ook langs de fabriek Moore’s Kipper Yard, waar ze vis roken. Het gaat net sluiten, maar we kunnen nog wel een stuk gerookte zalm kopen. Heerlijk.

Uitzichtpunt in de mist:
Maandag 20 juli trekken we erop uit om Isle of Man te bekijken. De kinderen hebben meegekeken in de toeristenboekjes met topattracties en willen eigenlijk het liefst pony rijden en naar een dierenpark. Wij zijn hier toch en beetje verbaasd over, omdat we het gevoel hebben afgelopen jaar door een prachtig dierenpark te zijn gereisd, waarin alle dieren vrij in hun eigen leefgebied waren zonder kooien. Het dierenpark spreekt ons dan ook niet echt aan en uiteindelijk is de attractie van een stoomtram en elektrische tram waar we allemaal voor gaan.
Met de bus reizen we eerst naar Ramsey aan de andere kant van het eiland. We kijken wat rond, maar de regen jaagt ons een café in, waar we wachten tot we met het elektrische trammetje verder kunnen reizen. Het trammetje brengt ons naar Laxey, waar we weer een bergtrammetje nemen. Het weer zit nog steeds niet mee, maar we hebben wel lol in het trammetje. Bovenop de berg (2037 ft hoog) het hoogste punt van het eiland, stappen we uit. We waaien bijna van onze Teva’s en je ziet nog geen 100 meter voor je door de dikke natte mist. Roelof wandelt nog een rondje voor een selfie, maar de kinderen duiken het hotel in en wachten tot we weer naar beneden gaan. Dat is 20 minuten later en met de andere toeristen lachen we om de situatie en rijden terug met het hetzelfde trammetje naar Laxey.


In Laxey werd vroeger in de mijnen gewerkt. Vlak bij Laxey staat het grootste waterrad ter wereld, “Lady Isabella” dat aangedreven wordt door een riviertje en gebruikt werd om de mijnen droog te pompen. We zijn er net rond sluitingstijd, en het leuke is dat de kinderen het wiel daarom mogen stoppen. Ze moeten aan een wiel draaien tot die vast zit en na nog enkele wentelingen heen en terug staat het grote waterwiel voor de nacht stil.

We vervolgens onze reis met de Elektrische tram naar Douglas. Echter moest ik eerst even van de schrik bekomen, want ik ben mijn camera kwijt. Ik kan me echter herinneren dat ik de laatste foto heb gemaakt in de tram. Dus eerst maar eens aan de conducteur vragen of ze iets hebben gevonden. Hij doet wat belletjes en in het Hotel boven op de berg is niets gevonden, maar gelukkig wel in het trammetje waarmee we naar Laxey zijn gekomen. Mijn camera ligt nu in Douglas opgeslagen en ik kan hem daar morgenochtend ophalen. Dat is super, zulke eerlijke en hulpvaardige mensen hier.
De trein heeft eigenlijk een hele mooie route langs de kust. We krijgen er echter door het weer maar beperkt iets van mee. We dommelen wat, tot hilariteit van de kinderen. Maar ja, in de trein is het warm met alle mensen en de ramen beslaan helemaal, dus dat werkt wel slaapverwekkend bij ons. In Douglas zien we net de laatste paardentram rijden en de kinderen vinden het prachtig. Dat gaan we morgen dus ook maar doen, maar nu mogen Myrthe een Wouter helpen om het paard naar zijn stal te begeleiden waar hij lekker hooi krijgt en kan uitrusten. De paarden zien er robuust uit, en worden veel gewisseld om het niet te zwaar te maken. Als ze 15 jaar dienst hebben gedaan mogen ze even verderop naar een paardentehuis, waar ze rustig verder kunnen leven en grazen tot ze overlijden. Echt Engels, maar heel diervriendelijk en leuk om te horen.
We lopen dwars door Douglas langs de inmiddels gesloten winkels en pakken een bus terug naar Peel. Dat was een leuke mooie dag, waar we van hebben genoten. We gaan terug naar de boot en eten lekkere warme hutspot. Een maaltijd die bij het klimaat van deze dag past.

Myrthe en Wouter mogen voor het eerst stemmen!
Dinsdag 20 juli is het wat mooier weer. Het regent niet. Vroeg opstaan lukt ons maar niet, want de kinderen hebben in de avonden helemaal geen zin om naar bed te gaan. Ze slapen bijna nog later dan wij. Maar opstaan ho maar! Gelukkig komen ze voor een lekker croissantje wel uit bed en daarna gaan we weer verder met onze verkenning van Isle of Man.
We vinden het hier een beetje op Bermuda lijken, tenminste het is allemaal heel Engels en goed georganiseerd. Niets op aan te merken en de mensen zijn ook erg vriendelijk. We genieten ook enorm van de leuke attracties, zonder dat het nu heel erg toeristisch is. Toch mist het eiland voor ons die enorme aantrekkingskracht van de ruige groene Azoren.
Maar goed, vandaag reizen we eerst met een bus naar Castletown. Daar gaan we naar het “Old House of Keys”. Dit heeft niets met sleutels te maken maar met een oud Engels woord over keuzes. Hiervandaan heeft het parlement van Isle of Man geregeerd en bepaald welke wetten en regels hier gelden. Wij worden meegenomen in de wereld van deze adellijke mannen of rijke landheren, die zichzelf tot parlementsheren hebben benoemd en we leren hoe dit parlement gedurende 150 jaar is veranderd en voor welke keuzes ze stonden. Een bijzondere keuze waar ze voor stonden is het kiesrecht van vrouwen. In Isle of Man had de vrouw als eerste op de wereld kiesrecht, hoewel dat in de praktijk niet eerder tot uitdrukking kwam dan elders in Europa. En een huidige vraag waar Isle of Man voor staat is deelname aan Europese Unie als onafhankelijke staat. Vooralsnog staan ze hier niet positief tegenover; mede omdat ze de bemoeienis van de Engelsen bij hun verkiezingen op Isle of Man ook altijd onwenselijke vonden en vinden.
Na deze verkiezingen gaan we het kasteel Rushen bekijken, wat midden in het centrum van Castletown ligt. Het is al in 1265 gebouwd, toentertijd voor een koning, maar wordt inmiddels voor verschillende doeleinden gebruikt. Zo lezen we over enkele personen die hier opgesloten hebben gezeten in kleine ruimten met nauwelijks licht vanwege “kleine” overtredingen van de wet. Maar het leukst zijn de kamers die zijn ingericht zoals het kasteel ooit door de koning zou zijn gebruikt.

Daarna gaan we naar een Scheepvaartmuseum over “The Peggy”. The Peggy is ’s werelds oudste zeilschip, inmiddels 225 jaar oud en met ophaalbare kiel, voor toen heel bijzonder. Het schip ligt normaal in het originele boathouse in Castletown. Grappig hoe dit boothuis volledig uit zicht is gebouwd en van buitenaf kan je het zeilschip echt niet zien liggen in het dockhouse. Het schip wordt momenteel gerestaureerd, dus dat zien wij helaas niet, maar het is heel leuk om te lezen hoe het is gebouwd en waar het heeft gevaren, terwijl de kids zich verkleden.

Daarna pakken we de stoomtrein naar Douglas. Daar gaan we nog een stuk met de paardentram, waar Myrthe niet is weg te slaan bij de paarden en ook weet te bedingen dat ze samen met Wouter op de bok naast de bestuurder mag zitten. Bij het eindpunt van de paardentram is het gebouwtje waar mijn camera inderdaad ligt en die ik nu weer terug heb. Terug nemen we ook weer de paardentram, maar dan maken Myrthe en Wouter ruzie op de bok wie waar mag zitten en halen we Wouter maar terug naar achteren. Dan hebben we eigenlijk ook wel weer genoeg gezien en pakken de bus terug naar Peel. We eten een fish en chips (alweer!) en de kids rennen naar de boot en Roelof en ik maken nog een korte wandeling de berg op met uitzicht over Peel. Gelukkig zijn we net voor de regenbui weer binnen.

Zien we nog een reuzenhaai?
We hebben nog een laatste dagje op Island of Man. Voor onze volgende tocht richting Schotland door het North Channel, is het handig om vandaag al te vertrekken. Er staat wind uit het zuidwesten en dat is mooi met de stroom mee als we de tocht door dit kanaal goed plannen. De stroom kan hier heel sterk zijn en als er stroom tegen wind staat kan het ruig zijn; iets wat we dus niet uitzoeken. Komende dagen draait de wind naar het Noorden en dat is voor deze route veel ongunstiger. Helaas dus niet nog een dagje op Island of Man.
We hebben nog tot twee uur in de middag, voordat de brug en de gate van de haven open gaan, dus we kunnen nog best wat ondernemen. We gaan niet meer reizen, maar hebben nog wel zin om het kasteel hier te bekijken en het Mananan Huis. Het Mananan huis is een museum over Isle of Man dat heel interactief is en leuk voor kinderen. Ze leren er veel over de kelten, de Vikingen en het eiland of Man en dat ze in geesten geloven.
Als we vertrekken is het prachtig weer, zon en een prettig windje van schuin achter. We hopen nog de reuzenhaai hier te zien. Deze komt hier veel voor. In het begin vergiste ik me en zei dat het de walvishaai was, maar Wouter wist mij te corrigeren en uitstekend het verschil uit te leggen tussen de walvishaai (de grootste en ongevaarlijke haai, blauw met witte stippen) en de reuzenhaai (grijs tot 10 meter groot, die zijn bek wagenwijd open zet om kril uit het water te filteren en dus ook compleet ongevaarlijk is). Helaas moet het water nog rustiger zijn om dit dier te zien zwemmen met vinnen boven water. Helaas niet gezien dus.

Pitstop
We halen precies het North Channel voordat er tegenstroom komt. Net om het hoekje weten we in het donker bij Lady Bay te ankeren, in het loch richting Stranraer. Toch wel weer spannend om in het donker te ankeren, dat hebben we eigenlijk al een hele tijd niet meer gedaan. Maar we varen tot het 5 meter diep is laten het anker zakken en trekken daarna zo snel mogelijk een flesje wijn open voor een slaapmutsje!!!

Het is toch lekkerder slapen zo’n nacht voor anker in plaats van door te varen. In de ochtend worden we echter wel weer wakker geschommeld, want er varen ferry’s vlak langs en hun golven laten ons wiebelen.
Mooi tijd om het ankertje weer op te halen. Het is prachtig weer met een zonnetje en er staat een mooie zuidwesterwind. Die kan ons mooi door de Firth of Clyde heen blazen. We zien op 13 mijl al de granieten piek van Ailsa Craig liggen. Een enorme berg die de entree van de Firth of Clyde vormt en een vogelparadijs is. 30.000 vogels zouden er zitten en nestelen. Als we dichterbij komen zien we die mooie Jan van genten in groepjes vissen. Ze vliegen samen op net als dolfijnen, precies achter elkaar helemaal in lijn en laten zich dan uit de lucht vallen met een plons in het water, om iets op te duiken. We waren gewaarschuwd dat we het eiland op afstand zouden kunnen ruiken, maar we ruiken niets. Misschien waait het daarvoor te hard, want we blazen met een 5 Bft van schuin achteren met enorme snelheid over de plas.

Wouter gaat ervandoor op Bute!
We hadden van te voren niet echt een plan waar we naar toe zouden gaan. Er waren meerdere opties en we wisten natuurlijk niet hoe ver we zouden komen. Maar de wind is zo goed dat we lekker doorvaren langs de hoge bergen op het eiland Arran. Daarna besluiten we om de route om het eiland Bute mee te pakken. Dat is leuk want dan varen we een kleinere doorgang in en varen daarna tussen de groene heuvels en bergen in de richting van het haventje Rothesay. Daar aangekomen adviseert de havenmeester ons om naar de binnenhaven te gaan achter de brug. We zijn verbaasd, want we lezen in de Reeds (de zeilersbijbel) dat deze binnenhaven echt heel klein is en dat er nauwelijks manoeuvreer ruimte is. Maar goed een schip voor ons gaat ook en wij volgen onder de brug door en weten een mooi plekje te vinden. Het is een grappige, kleine binnenkom en in het zonnetje gaan Roelof en ik nog even op pad om het dorpje te bekijken. Het is gezellig, leuke sfeer, maar het lijkt wat vervallen. Zeker nu we net van het goed georganiseerde en alles tot in de puntjes op orde hebbende Isle of Mann komen valt dat wel op.

We eten lekker op de boot. Maar Wouter krijgt eerst nog een boze bui, pakt zijn tas in (T-shirt voor als het gaat regenen, i-pad voor als hij zich verveelt en een katapult voor het geval dat) en loopt weg. Hij loopt op blote voeten en kijkt niet meer om. Natuurlijk volg ik hem, ik kan toch niet zomaar een boos mannetje in het ons onbekende Schotland zomaar weg laten lopen. Maar ik loop aan de overkant, want ik ben eigenlijk wel benieuwd wat hij van plan is en ik wil hem eigenlijk zelf rustig tot bezinning laten komen. Hij wandelt een heel stuk langs de kade op zijn blote voeten, ziet ook nog de prachtige stoomboot vertrekken en langsvaren en draait zich dan ineens weer om en loopt terug. Hij vindt het mooi geweest. Ik kom later aan dan Wouter bij de boot en dan vraagt ie doodleuk: Was je ongerust??? Ja natuurlijk idioot!!! Maar hij heeft toch niet in de gaten dat ik hem ben gevolgd en vertelt alweer honderduit wat hij heeft gezien op zijn wandeling.

De volgende dag vervolgen we in de ochtend onze route om het eiland Bute heen. Er is zuidwestenwind voorspeld van 5 Bft, maar je moet hier lokaal gewoon kijken hoe de wind staat, want hij waait door alle kanaaltjes en doorgangetjes vanuit een hele andere hoek dan voorspeld en het is absoluut minder omdat het hier heel beschut is. Het is echt een prachtige route en we hebben afwisselend zon en dan weer een klein buitje. We zien zelfs op afstand nog enkele dolfijnen en komen aan het einde van de middag aan bij het Crinan Kanaal. Zo zijn we mooi weer 130 mijl naar het Noorden opgeschoten.
We kunnen nog met de laatste schutting het Crinan kanaal in en liggen daar mooi beschut in een kommetje. Benieuwd naar wat het Kanaal ons de komende dagen te bieden heeft. In ieder geval is er een douche om over naar huis te schrijven, een goede straal en lekker warm in te stellen zoals je zelf wil. Dat is lang geleden dat ik zo lekker heb gedouched.

365 dagen op reis

Vandaag, 19 juli 2015, zijn we precies een jaar geleden vertrokken uit Scheveningen en nu dus 365 dagen onderweg. Wel even een speciaal moment voor een feestje en momentje van bezinning. We zijn allemaal nog niet eerder zo ontzettend lang van huis geweest buiten Nederland. We hebben inmiddels een droom waargemaakt en zoveel bijzondere en mooie belevenissen gehad. We hebben zoveel gezien dat we de foto’s nodig hebben om ons alles te herinneren. Maar wat zijn wij dankbaar voor dit fantastische jaar!


We hebben veel geleerd onderweg
Zoals het gebruik van de Genaker en Spinaker, het interpreteren van weer- en windberichten, het navigeren met stroom en getij maar ook het onderhouden van het schip zoals luisteren naar rare geluidjes en roest verwijderen, voorkomen van schurende vallen en zeilen, maar ook hoe de mast vast zit, hoe strak de verstaging moet staan tot en met de motor en de watermaker.

Relaxen
Wat met name verfrissend is, is dat we nu op andere manieren tegen dingen aan kijken, dan we gewend waren vanuit onze leefstijl in Nederland (deadlines, agenda, geschiedenis, natuur, sociale contacten, enz.). Dat leer je wel tussen andere culturen. Het altijd maar meer, meer, meer willen in minder tijd stond echt in schril contrast met wat we in Suriname en de Carib aantroffen; “Hoe gaat het? Relaxed!!!!”
Ook de kinderen hebben ervaren dat ze nauwelijks met hun meegenomen speelgoed spelen en dat de stokken uit een bos of de schelpen op een strand of de omgeving en natuur afdoende kunnen zijn. Het is fijn om met een overzichtelijke hoeveelheid materialen en spullen te leven en dat vooral niet uit te breiden. Nu weer in Westerse landen merken we dat de welvaart en hoeveelheid winkels, goederen en alle weelde aan groenten en fruit en nog grotere TV’s, die te verkrijgen zijn, ons overvallen en een enorme luxe zijn. Wij zijn zonder al onze luxe spullen vertrokken uit Nederland en hebben ze werkelijk geen seconde gemist en vragen ons af of we ze straks wel weer gaan gebruiken.
Ook de trots die andere culturen hebben op hun eigen (ei)land (zonder verwaandheid) en de hartelijkheid, hulpvaardigheid en openheid naar vreemden, zonder eigen gewin, is werkelijk iets waar we nog heel veel van kunnen leren. In dit opzicht waren de Azoren het toppunt. Maar zo vrolijk als de mensen op Sal waren met zo ontzettend weinig was indrukwekkend.

Activiteiten voorouders
Onze Nederlandse geschiedenis hebben we beter leren begrijpen, we hebben meer opgestoken over de slavernij en wat onze voorouders (ondernemend en reislustig) hebben ingepikt, aangericht, of ontwikkeld. We hebben nooit geweten dat de hoogste berg van Nederland op Saba ligt en dat Frankrijk aan Nederland grenst (St. Maarten) of wat de rol van Suriname is geweest in de tweede wereld oorlog (bauxiet oorlog). En wat zijn we blij dat we onze kinderen op deze manier uitgebreid hebben kunnen onderrichten in geschiedenis. En verbaasd waren we om te zien hoe de Chinezen overal in alle landen zeer georganiseerd hun eigen ‘Blokker’ hebben, met name in landen die rijk zijn aan grondstoffen.

Ook in sociaal opzicht hebben we nieuwe ervaringen.Samen leven op een relatief kleine ruimte dicht op elkaars lip vergt ook wel iets. Hoe goed we elkaar ook al kenden, we kennen elkaar nu nog beter. We kunnen beter met elkaar overweg dan voorheen, ruzies zijn minder, Wouter heeft zijn woede-aanvallen beter onder controle, de kinderen weten exact hoe ze met spanningen bij ons kunnen omgaan en hebben ons af en toe net zo’n spiegel voorgehouden over ons gedrag als wij hen!
Het zelfvertrouwen van de kinderen is toegenomen en ze durven meer dan voorheen, met name in contact zoeken met anderen en spreken van andere talen. Ook al vechten ze af en toe wel eens, ze hebben ontzettend veel lol samen en weten precies wat ze aan elkaar hebben en hoe ze samen leuke dingen kunnen doen; ook al zit je opgesloten op een schip. We hopen dat de band die Myrthe en Wouter dit jaar hebben gekregen ook later zal blijven.
Door het schoolwerk afgelopen jaar hebben wij veel meer inzicht in hoe onze kinderen in elkaar zitten, hoe ze leren en wat ze kunnen. Maar evengoed hebben we enorm respect voor leerkrachten op school en geven het stokje heel graag weer over en blijven verder alleen in de rol van ouder.
Maar wat ook zo ontzettend leuk is, zijn de in korte tijd intensieve contacten met andere vertrekkers, die we tegenkomen. De spontane BBQ’s en steigerborrels, gezelligheid, hulp en steun die we onderweg aan elkaar geven is hartverwarmend.
En wat we eigenlijk al wisten, maar met deze reis is bevestigd; wij houden van samen avonturen beleven en hopen dat onze toekomst ook nog enkele in petto heeft.

We hebben genoten van de natuur onderweg.
We zijn onder de indruk van alle bezoek en contact die dolfijnen, walvissen, Noordse Pijlstormvogels, schildpadden, papegaaiduikers, Jan van Genten, de onderwaterwereld en vissen ons hebben gebracht of de geweldige pracht in het tropisch regenwoud in Suriname. De prachtige fauna en vele kleuren groen op La Gomera. En de kinderen hebben ook gezien wat een enorme invloed wij mensen hebben op het leven van deze dieren en planten. Dat sommige dieren of planten echt in gevaar zijn en niet veel meer voorkomen heeft ze wel geraakt. En te zien hoeveel zwerfvuil en plastic er overal ligt op het strand, op straat en ook in het water is iets waar we niet trots op zijn. Wel waren we er trots op dat we zelfvoorzienend kunnen zijn qua stroom en water en heel zuinig kunnen leven. Maar dat neemt niet weg dat een lekkere douche in eigen huis straks wel weer zeer wordt gewaardeerd.

De gevaren en risico’s op zee hebben we nooit uit het oog verloren. We varen heel conservatief met soms relatief weinig zeil en hebben eigenlijk weinig gevaren met wind boven 20-25 knopen (5-6 Bft). Wel giert de adrenaline nog steeds door mijn aderen, elke keer als we ergens vertrekken, gewoon van spanning wat we onderweg over ons heen zullen krijgen. En gelukkig heeft Jaap ons bij elke oversteek vanuit Nederland ondersteund met weeranalyses over grotere gebieden dan wij zelf onderweg konden binnenhalen op de lap-top. Helaas zijn we meermalen geschrokken van wat anderen onderweg is overkomen en zijn daardoor nog meer op onze hoede. Om de Franse zesjarige levenslustige Ines treuren we nog steeds, het is zo ontzettend naar en onwerkelijk dat zij er niet meer is en we hopen dat Sophie, Claude en Hugo van de catamaran Rêves D’O na hun afschuwelijke ervaring op zee en het verlies van hun kind en zus weer een weg vinden om verder te gaan.

Door deze reis zien we ook helder wat we missen uit Nederland. Met name het contact met familie, buren, vrienden, collega’s en klasgenoten is zo ver over zee best lastig om goed te onderhouden. Het digitaal contact voelt toch echt anders dan een werkelijke knuffel of werkelijk er voor elkaar zijn op bepaalde momenten. We vinden het altijd leuk om onze verhalen op te schrijven en waarderen de leuke reacties die we krijgen. Daar genieten we van en danken we iedereen voor. Heerlijk was het om in Suriname samen met Howard te zijn en recent in Cork met Ellen en Herbert. Maar we zien er heel erg naar uit om iedereen weer live te spreken.

We krijgen nu al wel eens vragen over wat we nu het mooiste vonden onderweg. Maar dat is bijna niet te zeggen. Het is juist de diversiteit van de verschillende landen, die zo’n reis zo leuk maken. De mooie belevingen van de natuur hebben ons meermalen sprakeloos gekregen of juist kakelend enthousiast. Maar het samenzijn met het gezin was het grootste doel. Ik heb intens genoten van de spraakwatervallen die de kinderen af en toe hebben en me verbaasd over hoe groot ze al zijn geworden en de slappe lach gekregen als zij dat ook hebben of als ze proberen om Roelof de baas te worden in een gevecht. En in Roelof heb ik een schipper ontdekt waar ik grenzeloos op kan vertrouwen.

Maar we boffen, we krijgen nog 4 bonusweken en kunnen Ierland en Schotland nog ontdekken en kennis maken met het monster van Loch Ness.
En dat na inmiddels 25 landen op 4 continenten, 46 eilanden, meer dan 12.000 Zeemijlen, 9 lange oversteken (tussen 400-1800 NM), 15 verschillende logeetjes aan boord en totaal 153 vaardagen!! En dat allemaal met onze White Witch in blue. We zijn best een beetje trots en tevreden dat dat allemaal is gelukt!

Laatste loodjes van laatste lange oversteek!

Een relatief kleine oversteek (4 dagen), maar wat hebben we een zin om aan te komen en Ellen en Herbert zaterdag te treffen.
We moeten nog 65 mijl, de laatste loodjes. We gaan in het centrum van Cork liggen, dus we moeten nog aansluitend 15 mijl de rivier opvaren. Afhankelijk van hoe laat we morgen bij de ingang van de rivier zijn kunnen we nog doorvaren of moeten we even op het tij wachten.

We hebben momenteel de wind in de rug en proberen de boot zo stabiel mogelijk te laten varen. Met de Genaker lukt dat het beste, maar af en toe staat er 15 knopen wind, dus dat is wat veel voor zo’n groot zeil. Dus die hebben we voor de nacht weer weggehaald en alles op twee oren gezet. Maar er staat een kort klein golfje swell, wat de boot doet slingeren en de zeilen klapperen.

Myrthe en Wouter lezen (boekje Pistolen Nellie, wat een titel, echt iets voor Wouter) en spelen met lego. En Wouter maakt vooral plannen om Lasse van het Duitse schip Anne echt weer op te gaan zoeken, misschien in de herfstvakantie.
In de tussentijd zitten wij al na te denken over het vervolg van onze planning en route voor de laatste 5 weken. Het is best een ommetje wat we nog gaan maken door Schotland (monster van Loch Ness opzoeken). Daarom vroegen we de kinderen of ze het heel erg zouden vinden als we iets later terug zijn in NL dan 15 augustus. Nou zeg, we kregen de wind van voren (beetje jammer tegenwind). Dus we puzzelen verder waar we langere afstanden kunnen afleggen en wat een goede selectie is van stops onderweg. Maar ja planning zegt niets, dat weten we inmiddels. De wind zal ons waaien waar die heen wil.

Positie: 9 juli 21:45 uur UTC 50-50N en 08-18W. Cork is nog ca 55 mijl.

We zijn er bijna!

We hebben nog steeds een aan de windse koers. We proberen pal Noord te varen recht op Cork af. De golven zijn lager geworden (nog iets van een meter). Helaas is nu ook de wind aan het afnemen en zakt onder de 10 knopen (< 3 Bft). De motor staat er dus ook bij, zodat we wel snelheid blijven houden. Dit heeft allemaal te maken met een klein hoge drukgebiedje wat donderdag passeert. Daarna krijgen we een lekker windje in de rug.
Momenteel varen we ongeveer ter hoogte (50 graden noorderbreedte) van de Scillies ( de afstand naar de Scillies is 70 mijl)

Het is best druk op zee. We moeten continu de plotter in de gaten houden. Dan draait er weer ergens een vissertje rond of komt er weer een grote tanker aan. Meerdere malen hebben we zo’n grote tanker toch even op de marifoon opgeroepen, om te checken wat hun intenties zijn en of ze ons wel zien. Gelukkig zien ze ons allemaal en passen steeds hun koers aan.
Maar ik snap nu veel beter wat ik in de voorbereidingen van andere vertrekkers hoorde. Hier bij Europa vraagt het zeilen meer alertheid omdat het druk is en het weer zo veranderlijk. Dat ondervinden we nu in de praktijk. Ook grappig om te bemerken dat we nu met al die oversteken en mijlen achter ons, toch een soort ervaring hebben opgebouwd en dat je daardoor situaties kan vergelijken.

Positie: 08:45 uur UTC 49-41N en 08-13W. Cork is nog ca 120 mijl.

Continentaal plat

Zohee, dat was even een nacht. Er zit een depressie in de Keltische zee die nu 8 Bft heeft en wij zitten in het staartje ervan. We hebben de wind schuin van voren en de golven dus ook. Tot 24 knopen wind hebben we gehad (6 Bft). Het was echt een lompe zee. Er kwam veel water over het dek en er hangen nu allemaal lapjes om de lekjes bij de ramen op te vangen. Ook komt er af en toe een golf van voren zo onder de buiskap door rollen; en ja als we dan het luikje niet dicht hebben geschoven komt die dus binnen. Beetje slordig wellicht, maar af en toe moeten we dus even dweilen. Verder alles prima. De wind is nu overdag afgenomen tot 15 knopen. Het heftigste is er dus wel vanaf.

Roelof heeft mijn wacht voor de helft overgenomen. “Dit is niet echt je ding” zei hij. Ik heb dus mogen ‘slapen’ tot 4.00 uur. Echt lief.

De windgenerator (Superwind) doet het super en houdt in zijn eentje de accu helemaal vol. De zonnecellen hebben in het dikke wolkendek geen functie. Maar weet je wat nou echt afzien is? Ik zit nu ook overdag buiten met zeilkleding aan en ik heb in de nacht weer koude voeten (sinds een jaar). En Roelof draait wacht als ik slaap, dus ze worden maar niet warm. Echt afzien!!!!!

Gelukkig komt Cork snel dichterbij (we varen ongeveer ter hoogte van Brest pal naar het Noorden; Brest ligt op 150 mijl afstand). We zijn over de helft en Cork is nog maar 200 zeemijl verwijdert van ons.
De Noordse Pijlstormvogel wordt nu vergezeld door de Jan van Gent. Beiden zien we graag! En er zijn weer dolle spongen van dolfijnen.
We gaan zo dadelijk echt de Atlantische Oceaan verlaten en het Engelse Kanaal langs en dan de Keltische zee in. De afgelopen 40 mijlen nam de diepte af van 3000 meter naar ca. 170 meter, het Continentaal plat. Is weer even wennen dat we midden op zee toch de dieptemeter kunnen aflezen.

School hebben we onderweg, ondanks goede intenties, toch maar even afgeblazen. De kinderen lezen wel. Maar met de deining van afgelopen dagen voelen we ons soms wel katterig en is schrijven helemaal geen optie. Ik ben allang blij als het weer lukt om een goede maaltijd te maken, zodat we niet alleen droge cream crackertjes hoeven te eten… Gelukkig na de hutspot gisteren en een gebakken eitje vandaag is iedereen tevreden!

Positie 8 juli 16:00 uur UTC 48-17N en 08-33W, nog ca 200 mijl naar Cork.

herontdekking Donald Duckjes

Het gaat goed, nog steeds bestemming Cork!!!

Gisteren hadden we prachtig zonnig weer. We hebben een stuk moeten motoren en daarna hadden we de wind ruim van achteren. Echter afgelopen nacht begon het plotseling uit een andere hoek te waaien, halve wind. Dat vaart wel snel. Het was zwaar bewolkt en miezerde en hoorde waarschijnlijk bij het koufront van een depressie die voor ons ligt en naar het Noord Oosten trekt. Tegelijkertijd voeren we door een enorm druk gebied van vrachtschepen, die van Brest richting Coruna varen of andersom. Het is een heel konvooi, maar ze gaven ons allemaal keurig voorrang, want dat hebben wij als kleinste zeilscheepje ertussen. Best gek om die enorme tankers koers te zien wijzigen om ons te laten passeren.
Inmiddels is het weer mooi weer, neemt de golfslag ietsje toe en varen we de depressie een beetje achterop met een aan de windse koers. We hebben nu 15 knopen wind (ca. 4 Bft), maar dat zal dus nog ietsje meer worden. Daarom hebben we net de kotterstag geplaatst met een Genua-4 erop. Dat is een kleinere fok. We zijn dus klaar voor wat meer wind.
Komende dag en nacht zullen we aan de wind moeten blijven varen. Is wel wat lastiger, want dan varen we een beetje scheef.

Tot gisteravond laat hebben we contact kunnen houden op de marifoon met het Duitse schip Anne. Zij zijn op weg naar Cherbourg en volgen vooralsnog eenzelfde koers. Op het SSB netje hebben we de Ojala en de Selkie (uit Ierland) gehoord. Is gezellig zo onderweg.

Myrthe en Wouter hebben in de tussentijd hun Donald Duckjes van hun achterneef Jan herontdekt. Die hebben ze in Suriname ontvangen met de post, een doos vol. Maar de verhalen zijn kennelijk prima voor een tweede ronde. Ze worden achter elkaar verslonden.

Positie 12.00 uur UTC: 45-29N en 08-44W
We varen pal naar het Noorden, Cork is nog 375 mijl.