Over Roelof Crevecoeur

Roelof Crevecoeur, geboren in Eindhoven op 22 december 1965

White Witch in de Zilt

In het laatste Zilt magazine staat een stukje over White Witch in Schotland op een prachtig ankerplekje. Je kan het artikel groter maken door op de “vier pijltjes knop” midden onder te drukken. Ondertussen gaat het goed met de White Witch, ze staat nu in Lelystad op de kant uit te rusten en ze krijgt een nieuw fornuis (het oude was echt versleten), de rolfok installatie wordt gerepareerd, ze heeft al een mooie nieuwe gashandel (die er niet meer zoals in Antigua zomaar af kan vallen), het roer dat in Mindelo beschadigd was is ook netjes gerepareerd en de gaten in de romp van de aardplaat die er op Sint maarten vanaf was gevallen zijn ook weer netjes dicht gemaakt, kortom volgend voorjaar ligt ze er weer keurig bij.

Zie Zilt 113, pagina 130:

Weer thuis…


Veel sneller dan verwacht
Zaterdag zien we dat we al ergens ’s nachts voor de Nederlandse kust zullen aankomen. We gaan veel sneller dan we van te voren hadden verwacht. De wind staat lekker door van achteren en we lopen continu 7 knopen en in het begin nog sneller met de stroom mee. Blijkbaar kan je dus prima in een nacht en twee dagen van Whitby naar Scheveningen varen, of als je liever ‘s-nachts vaart in één dag en twee nachten. Leuk voor als we nog eens een weekje willen zeilen…

Ze kust nog net niet de grond…
We besluiten nu eerst naar IJmuiden te varen en daar een paar uurtjes te slapen, dan kunnen we ’s ochtends rustig naar Scheveningen varen en daar om 12 uur aankomen. Als we ten zuiden van het laatste TSS bij Texel varen wordt het drukker. Het is inmiddels donker en een wirwar van lichtjes tekent zich af langs de horizon. Windmolens, boorplatforms, schepen die we ook op de AIS zien en schepen die we niet op de AIS zien. Eerst komen er drie slepers met een boorplatform op ons af. Wij verleggen onze koers wat naar het zuiden zodat ze ongehinderd ten noorden van ons langs kunnen varen. Als we daarna net ten zuiden van het verkeersvak naar het noorden willen oversteken komen er acht schepen op ons af waar we tussendoor moeten varen. De eerste drie gaan voorlangs, maar met de vierde liggen we op ‘collision course’. Hij kan makkelijk achter ons langs maar als ik hem oproep wil hij toch voorlangs en hij geeft aan bij te sturen naar stuurboord. Nou wij hebben ook een lekker gangetje en hij moet een hele omweg maken om voor ons langs te varen. Hij mist bijna de ingang van het TSS… Maar goed, dat zit er ook weer op. We varen nog een paar uur door voordat we rond twee uur bij de haveningang van IJmuiden aankomen. Na een paar dagen noord-westen wind staan er behoorlijke golven tussen de havenhoofden. We volgen netjes de lichtenlijn en na een paar minuten heen en weer geschud te zijn, zijn we erdoorheen. Vlak bij de haven strijken we de zeilen. De passantensteiger ligt helemaal vol en we meren af langszij bij een vriendelijke Belg die ook even komt kijken en een praatje komt maken. Hij wil ook langer weg met zijn schip en is zich aan het voorbereiden en vindt het -zelfs midden in de nacht- interessant om te horen waar we geweest zijn. Myrthe komt ook nog uit haar bed gekropen, ze wil weer even op Nederlandse bodem staan. Ze kust nog net niet de grond… Dan gaan we allemaal snel naar bed, morgen moeten we wel weer op tijd op zodat we om twaalf uur in Scheveningen zijn. Wat voelt het vreemd om weer in Nederland te zijn. We betrappen ons erop dat we nog steeds verbaasd en enthousiast reageren op elke Nederlandse vlag die we zien, “Hé kijk daar ligt ook een Nederlander…”.

We proberen zo langzaam mogelijk te zeilen
Zondag waait het wat harder dan voorspeld in de grib-files. We lopen weer het risico te vroeg aan te komen, en dat is natuurlijk niet leuk want misschien zijn er wel mensen die komen zwaaien. We proberen zo langzaam mogelijk te zeilen (hele nieuwe ervaring…) en zetten twee riffen in het grootzeil en drie in de rol-genua. Toch blijven we tussen de zes en zeven knopen lopen. Een ander scheepje dat met vol tuig vaart loopt ons maar nauwelijks op. We zien de vertrouwde kust van Holland. Eerst Zandvoort, dan Noordwijk en Katwijk en tenslotte Scheveningen. We krijgen een SMS-je dat Geoffrey, Tessa en Bob ons per kano tegemoet komen varen. We spreken af bij de uiterton, maar als we daar komen is er nog geen kanoër te zien dus gaan we maar even bijliggen. Als het bijna twaalf uur is varen we langzaam richting de haven en dan zien we door de verrekijker drie kleine stipjes bij het havenhoofd. Even later zijn Geoffrey, Tessa en Bob naast de boot. Wat ontzettend leuk dat ze ons zo tegemoet varen en wat fijn om ze na een jaar weer te zien! Er is iets te veel deining om koffie voor de kanoërs te serveren dus dat houden ze tegoed voor in de haven.

Bijzonder en welkom gevoel
Als we langzaam verder varen richting de haven ontwaren we een hoop vrienden en familie op de zuid-pier. Wat leuk dat al die vrienden en familie gekomen zijn. Een heel bijzonder en welkom gevoel om zo terug te komen. Dan zien we op de noord-pier ook nog mensen staan, vriendjes van Wouter en Myrthe met hun ouders en roeimaatjes van Aranka. Even later zien we op de oude pieren van de buitenhaven ook nog onze buren Eric, Saskia, Dante, Anna en Issa staan. Wat gaaf zo! We strijken onze zeilen in de eerste haven en als we door “de Pijp” varen ziet Wouter zijn beste vriend Bas op de kant staan. Uitzinnig van vreugde begint hij te roepen en te toeteren. Ook Ellen en Herbert staan hier te zwaaien. We genieten volop van deze vrolijke en welkome ontvangst. De haven is erg vol, onder andere ook vanwege Sail Amsterdam dat over drie dagen begint en omdat de staande mastroute gestremd is vanwege het ongeluk met de brug bij Alphen aan de Rijn. Gelukkig heb ik een paar dagen geleden al de havenmeester gebeld en heeft hij een box voor ons vrij gehouden zodat we niet vijf dik ingebouwd hoeven te liggen.


De boot ligt een stuk dieper
Al snel stroomt de boot vol, Inger en Wouter en Marja hebben koffie en cake meegenomen. Erg gezellig zo met zijn allen op de boot. De boot ligt een stuk dieper wat je goed kan zien aan de stootwillen die nu op het water drijven. Fijn om iedereen weer live te zien. Van Inger en Wouter krijgen we ook nog een Nederlands thuiskom pakket vol met Nederlandse lekkernijen. Iedereen super bedankt voor deze mooie thuiskomst!

Myrthe gaat mee met onze buren om te spelen en te logeren bij Anna. Wouter gaat mee met zijn grote vriend Bas en mag daar ook blijven logeren. Zo hebben wij opeens een heerlijk rustig avondje samen. We lopen langs de kade als we opeens onze naam horen. Op een terrasje zien we Harry en Jantine zitten, de vorige eigenaren van ons schip. Ze hebben net mosselen besteld en vragen of wij een hapje mee willen eten. Het is leuk ze weer te zien en ze zijn erg geïnteresseerd hoe het tijdens onze reis allemaal is gegaan. Ze hebben erg meegeleefd en vinden het na afloop leuk om nog even op hun oude schip te kijken.

Myrthe vindt ons huis maar klein…
Maandag is het een regenachtige dag. Ik huur een busje en vanaf dat moment begint het sjouwen en inpakken. ’s Ochtends halen we de boot leeg en pakken alles in tassen. Dan rijden we naar huis, een raar gevoel om na een jaar weer terug te komen in het zo vertrouwde huis. Enerzijds is er voor je gevoel heel veel gebeurd in het afgelopen jaar en anderzijds voelt alles weer zo als vanouds dat het ook wel lijkt alsof je niet weg bent geweest. Gelukkig hebben de huurders alles keurig achtergelaten. Van de buren staat er ook nog een welkoms pakket met lekkere dingen en voor de kinderen liggen er kadootjes van de buurmeisjes. Myrthe had al even in het huis gekeken en vertelt ons dat ze het huis maar klein vindt….blijkbaar is ze flink gegroeid het afgelopen jaar…

Eng om alleen zonder Myrthe te slapen
Als de bus leeg is rij ik samen met Aranka door naar de garagebox waar al onze spullen staan opgeslagen. In drie keer rijden lukt het om alle spullen weer naar de Rijn en Schiekade te verhuizen. Wat een hoop spullen hebben we toch, en ik heb niets van dat alles ook maar één minuut gemist. We nemen ons voor om weer veel weg te doen. De rest van de dag zijn we bezig met verhuizen en uitpakken. ’s Avonds weer eens pizza gegeten. ’s Avonds gaat Myrthe in haar eigen bed slapen en Wouter op de logeerkamer omdat zijn bed nog in elkaar gezet moet worden. Nadat ze en half uurtje op bed liggen komt Wouter weer naar beneden, hij vindt het eng om alleen zonder Myrthe te slapen. Even later staat Myrthe ook beneden, ze vind het ook ongezellig zo zonder Wouter. Ze vinden samen snel een oplossing, ze slepen een matras naar Myrthe haar kamer zodat ze toch bij elkaar kunnen slapen. Sinds dat moment heeft Wouter helemaal geen haast meer met het in elkaar zetten van zijn bed, sterker nog hij maakt zich zorgen dat ie dan alleen op zijn eigen kamer moet gaan slapen… Dan zijn wij ook moe en gaan met een vreemd gevoel naar bed. Nu is het wel echt helemaal voorbij.

Dinsdag gaan we verder met uitpakken en breng ik ‘s-ochtends het busje terug. ’s Middags gaan we met de trein en de bus terug naar de boot. Aranka en ik vinden het wel lekker om nog even op de boot te zijn. Op de één of andere manier is het leven op zo’n schip heel eenvoudig. Je hoeft bijvoorbeeld nooit ver van huis te zijn, want je huis vaart gewoon daar naartoe waar je moet zijn. Als je iets nodig hebt, wacht je gewoon tot je in een haven bent waar je het makkelijk kan krijgen. En sjouwen met spullen hoeft sowieso niet want daar heb je helemaal geen plaats voor. Nu we thuiskomen stapelen de actielijstjes zich alweer op. Maar goed we gaan woensdag lekker meevaren met de Sail-In Parade. Wouter, Inger en Marja, de moeder van Aranka, varen ook mee. Gezellig!

Een schotel kibbeling waar Wouter’s hoofd nauwelijks bovenuit komt
Als we dinsdag aankomen in Scheveningen begint het net te plenzen. Het is al laat en we moeten nog wat eten en dus besluiten we vis te gaan eten bij Simonis. Aranka gaat vanuit de tram met Myrthe en Wouter direct naar Simonis en ik breng eerst nog even wat spullen naar de boot. Daarna kan ik met een leenfiets ook weer snel naar de andere kant van de haven fietsen. We zijn nog net op tijd en omdat we de laatste bestelling doen krijgen we enorme hoeveelheden vis. Zonder meer veel te veel om op te eten. Wouter zit achter een schotel kibbeling waar zijn hoofd nauwelijks bovenuit komt. We nemen wat overblijft maar mee, is ook lekker morgen tijdens de Sail-In Parade. Woensdag vertrekken we wat later dan gepland. We werden pas na acht uur wakker, blijkbaar hadden we wat slaap nodig. Er staat niet veel wind (2-3 Bft) maar als we de spinnaker zetten lopen we toch met vijf tot zes knopen naar IJmuiden. We varen op met een paar andere zeilboten die ook naar de Sail-In Parade lijken te gaan, maar die op de motor varen. Langzaam lopen we op ze uit en we halen ook andere op de motor varende zeilboten in. Toch lekker zo’n Spinnaker! Rond half één pikken we in IJmuiden Inger, Wouter en Marja op bij de jachthaven. We liggen aan lagerwal in een kommetje, mooi om eens met een loeflijn af te varen. Terwijl een aantal opvarenden nog zit te puzzelen hoe je hier nou weg moet komen draait de White Witch heel rustig bijna 180 graden tot ze mooi in de richting van de uitgang van de haven is gekeerd. Bij de sluizen is het erg rustig, we maken ons al zorgen dat de Sail-In parade al voorbij is. Alle grote tallships zijn tussen acht en twaalf uur vanochtend door de sluizen geschut die toen voor het overige verkeer gestremd waren. Maar als we voorbij het sluizencomplex zijn komen we gelukkig midden in de Sail-In parade terecht. We kijken onze ogen uit, naar de prachtige tallships. Veel schepen hebben hun zeilen op, wat het nog indrukwekkender maakt. Leuk zijn ook de schepen waar de bemanning op de zalingen staat. Inger en Wouter hebben taart meegenomen en tijdens de koffie halen we ook onze seinvlaggetjes tevoorschijn en maken een mooie pavoiseerlijn met vlaggetjes, dat ziet er feestelijk uit!

We genieten volop
We varen wat langzamer dan de grote tall-ships zodat de een na de ander voorbij komt varen. Alhoewel het wel druk is, is er voldoende ruimte om te varen en de sfeer is erg gezellig, kortom we genieten volop. Het weer werkt ook nog mee en in de loop van de middag breekt het zonnetje door. Halverwege zien we Susanne Duin van de Bruynzeelhaven waar we vorig jaar een paar maanden konden liggen. Ze nodigt ons uit om even langs te komen op de haven. Als we een paar uur later langs de Bruynzeelhaven komen meren we af in een box die nog vrij is en kletsen bij. Ze hebben onze voorbereidingen voor de reis meegemaakt en vinden het leuk om te horen hoe het gegaan is. Ook horen we nu van degene die met de Antares is meegevaren naar Suriname hoe het hun vergaan is. Leuk en gezellig weerzien. Na een uurtje gaan wij verder, hopelijk is de Oranjehaven (normaal IJ-haven) nu niet meer gesperd en kunnen we langs alle tallships varen.


Bij het station gaan Inger en Wouter van boord. Een sloepje met een paar vrolijke lui wil ze wel even aan de kant zetten. Marja blijft aan boord en vaart mee naar Lelystad waar de White Witch morgen de kant op gaat. Een vroege winterstalling, want we verwachten eigenlijk niet dat we dit jaar nog veel gaan zeilen. We hebben er wel voldoende mijlen op zitten en Myrthe en Wouter hebben nu ook wel zin in andere leuke uitstapjes.

Laatste tallships is afgemeerd
Wij varen met Marja door en moeten nog even wachten bij de Oranjehaven totdat één van de laatste tallships is afgemeerd. Bij dat wachten is het wel echt druk en is het goed dat we fenders uit hebben gehangen. Aranka moet ook nog een paar keer met de fenderbal een andere bootje afhouden, maar de sfeer is heel gemoedelijk. En dan is de Oranjehaven vrij en kunnen we in een gezellige drukte langs alle tallships varen. Indrukwekkend als je ze zo bij elkaar ziet liggen. We zien ook nog een duikboot en als we weer uit de Oranjehaven varen komt net het laatste tallship binnenvaren. Je moet het maar doen, tussen die honderden bootjes zo’n enorm schip afmeren.

In de verte zien we het vuurwerk
Het is inmiddels rond achten als we de Oranjehaven verlaten en we varen richting de Oranjesluizen. We hoorden dat het daar ’s middags heel erg druk was, maar wij kunnen nu zo de sluis invaren en ook de Schellingwouderbrug draait net als we aan komen varen. We motoren nog tot we echt op het Markermeer zijn en dan kunnen we zeilen. Het water is spiegelglad en het is opmerkelijk hoe rustig het hier is, maar een half uurtje varen van de enorme drukte in Amsterdam. Er staat maar zeven knopen wind, maar de wind komt gunstig in waardoor de schijnbare wind wat meer is en we toch vier knopen lopen. Na anderhalf uur varen we de haven bij de Blocq van Kuffeler in en gooien ons ankertje uit. Het is een prachtige avond en de kids en Marja slapen al. Samen met Aranka kletsen we nog wat na met een glas wijn. In de verte zien we het vuurwerk dat bij Sail Amsterdam wordt afgestoken, maar verder is het stil en rustig. Prachtig! Het was vandaag een drukke, maar ook ontzettend leuke dag. Zo met de Sail-In parade mee te varen voelt als een mooie afsluiting van Onze Zeilreis. Het blijft een vreemd gevoel om terug te zijn. Enerzijds is het fijn om iedereen weer te zien en weer in ons huis te wonen, maar we missen ook het lekker ongecompliceerde leventje op de boot. Het is ook voor ons tijd om maar eens naar bed te gaan. Morgen zetten we de boot op de kant en dan is het echt helemaal over en uit!

Oost-West Thuis Best II

Gisteren zijn we om drie uur vertrokken uit Whitby. Het was ook tijd om te vertrekken want het regende en het was koud. Het is in Engeland niet zulk slecht weer geweest als in Nederland, maar het was nat genoeg om weer uit te zien naar een paar dagen Nederlandse zomer!

We hadden de eerste uren flinke stroom mee en zijn daardoor goed opgeschoten. Sommige stukken liepen we wel 10 knopen. Het was wel weer een beetje bumpy, maar de chili con carne heeft alle magen aan boord goed gevuld en gestabiliseerd. In de nacht was het zigzaggen tussen de boorplatform door. Ongelofelijk zoveel als er hier staan.

Vandaag gaan de kinderen een feestje bouwen, omdat het de laatste dag varen is. Ze gaan zelf koken en hebben uiteraard alleen maar lekkere dingen in gedachten. Erg leuk.

Als alles goed blijft gaan komen we zondag 16 augustus om 12 uur ´s middag Nederlandse tijd aan in de jachthaven van Scheveningen. Tot binnenkort!

Oost-West Thuis Best!

Aan alle mooie reizen komt ook weer een eind. Enerzijds jammer, maar ook fijn om terug te gaan naar alle vrienden en familie. Wij genieten nu nog volop in Whitby, een erg leuk plaatsje aan de Oostkust van Engeland, maar we moeten zo langzamerhand gaan nadenken over de terugreis naar Scheveningen. Zoals het weer er nu uitziet willen we vrijdagmiddag 14 aug. vertrekken uit Whitby. Er staat dan een westelijke wind die ons in ongeveer twee dagen naar Scheveningen zou moeten blazen. We komen dan zondag overdag aan in Scheveningen, we zullen onze blog onderweg nog wel updaten hoe het gaat en wanneer we precies verwachten aan te komen. Tot binnenkort!

Mc Crevy en Mc Myr


Miljoenen gouden munten
Als we aankomen op Mull in Tobermory is het al laat in de middag. We zien een rijtje kleurige en vrolijke huisjes langs het water staan die er vrolijk uitzien. Volgens een de overlevering ligt hier in de modder het wrak van een Spaans oorlogsschip dat hier na een explosie gezonken is en waar nog miljoenen gouden munten aan boord moeten liggen. Er is er nog nooit een gevonden…

Als we afgemeerd zijn en de haven betaald hebben loop ik met Aranka het plaatsje in. Wouter en Myrthe hebben in analogie met het Dolfje Weerwolfje boek “Meermonster” een schotse naam verzonnen. Ze heten nu McCrevy en McMyr. McCrevy en McMyr blijven als wij een wandelingetje maken liever op de boot. Tobermory is een leuk plaatsje, we proberen een autootje te huren voor woensdag maar de autoverhuurder is al dicht, dan maar morgen ochtend proberen. We lopen langs wat toeristenwinkeltjes die een onuitputtelijke aantrekkingskracht hebben op Aranka, en doen nog een paar boodschappen bij de supermarkt. Ik moet hier vroeger toen ik de leeftijd had van McMyr ook geweest zijn toen ik samen met mijn ouders en broers door Schotland fietste, maar ik kan met dit plaatsje niet voor de geest halen, wel kan ik me nog rotsen vol met vogels herinneren en dat ik een net nieuw jack had laten liggen (maar dat kan ook op een ander eiland geweest zijn) wat toen natuurlijk een groot drama was. Ik ben benieuwd wat McCrevy en McMyr zich later van Mull herinneren.


Single lane roads
Woensdag 29 juli sta ik vroeg op om een autootje te huren. We hoorden al dat er een cruiseschip was vandaag en dat de auto´s wel eens allemaal verhuurd zouden kunnen zijn. Als ik op de steiger stap zie ik inderdaad al hele drommen toeristen die met kleine bootjes naar de kant gebracht worden. Als ik -nog net voor de drommen toeristen- bij de autoverhuurder kom zijn alle auto’s inderdaad al verhuurd. Dan maar voor donderdag want we willen Mull wel graag zien. Als ik vraag of ik de auto ook al woensdag avond kan ophalen vertelt een van de toeristen dat ze de auto al voor twaalf uur ‘s-middags weer inlevert omdat het cruiseschip om twaalf uur alweer vertrekt. Dat is pas echt een bliksem bezoek… Maar voor ons prima dan hebben we de hele middag en avond om rond te kijken.

Daarna lekker verse croissantjes gehaald bij de Co-op en nadat iedereen wakker is en ontbeten heeft doen we een paar blokken Geobas voordat we samen het plaatsje inlopen. Om twaalf uur staat de auto klaar en dan vertrekken we ook meteen. We rijden eerst richting Loch Tuath over een mooi smal weggetje. Ze hebben hier single lane roads wat betekent dat als je een tegenligger tegenkomt één van de twee moet wachten bij een passeerpunt of als er geen meer is je even achteruit moet rijden. Grappig en ook geen probleem want er rijden hier maar heel weinig auto’s. We stoppen op een paar mooie uitzichtpunten met prachtige uitzichten over ruige heuvels begroeid met gras en bomen. We ontdekken al snel dat het “rondje Mull” wel wat ver wordt en stellen ons plan bij. We rijden door naar Loch Scridain en slaan het eiland Iona dan over en rijden door naar Duart Castle een prachtig oud kasteel waarvan veel ruimtes zijn ingericht zoals ze vroeger ook waren. Kleden aan de muur en meubels. Dat geeft toch een heel ander beeld dan de grijze stenen kastelen die je normaal ziet. Zo kan ik me wel voorstellen dat het hier goed toeven moet zijn geweest. Gisteren waren we hier ook al langs gevaren. Het kasteel ligt prachtig op een punt waar verschillende Loch’s bij elkaar komen. Het valt op hoe leeg de rest van Mull nog steeds is. Ik kan me zo voorstellen hoe hier vroeger mensen van kasteel naar kasteel trokken door de bergen en het doet me denken aan het boek “Een Brief voor de Koning” wat McCrevy en McMyr als luisterboek hebben.


Heuveltje op, heuveltje af
Daarna rijden we door naar het andere kasteel van Mull, Glengorm Castle. Dit is nog privé eigendom en wordt gebruikt als hotel en trouwlocatie. We kunnen het dus niet van binnen bekijken, maar we maken er een mooie wandeling met uitzicht op de westkust van Schotland. Het is prachtig weer en met de lage zon is het een prachtig gezicht. We komen langs de Glengorm Standing Stones, grote stenen die rechtop staan in een cirkel vanuit de tijd van de eerste bewoners van Mull. McCrevy en McMyr kunnen heerlijk door het gras rennen en rennen heuveltje op heuveltje af. Daarna lopen we langs de heuvel waarop ooit Dun Ara Castle stond en waar vroeger de scheepvaart rondom Mull in de gaten werd gehouden. Er is niet veel meer van over, maar het uitzicht is prachtig. Daarna lopen we door en lopen rond het Glengorm Castle terug naar de auto. Als we weer terug zijn in Tobermory wandelen we even door het plaatsje en eten we heerlijk in een Pub. Om tien uur ’s Avonds moeten we weg, want kinderen mogen na tien uur niet meer in de pub. Goed want het is de hoogste tijd voor McCrevy en McMyr om naar bed te gaan.


Typisch Britse humor
De volgende ochtend (donderdag 30 juli) gaan wij ook weer verder naar Corpach waar het Caledonisch Kanaal begint. Via het kanaal varen we van west naar oost Schotland. Het eerste stuk kunnen we deels zeilen maar we moeten ook stukjes motoren. We zien Duart Castle nog in de verte liggen als we vanuit de Sound of Mull Loch Linnhe invaren. Bij Corran Point is een versmalling in het Loch waar het hard stroomt. Gelukkig hebben we stroom mee en spuiten we met vijf knopen stroom mee door de versmalling heen. Als we voorbij de versmalling zijn zie ik de keerstromen goed en ik zorg dat we in de hoofdstroom blijven zodat we zo lang mogelijk de stroom mee hebben. Hier draait de wind ook naar pal van achteren en ik zet de spinnaker zodat we nog een uurtje heerlijk kunnen zeilen voordat we bij Corpach aankomen. Het is dan al na vijven en de zeesluis wordt pas weer morgenochtend bediend. Er ligt al een Engels schip aan de wachtsteiger en dus moeten we langszij. Als we vragen wanneer zij weg gaan blijken zij al door het kanaal heen te zijn geweest en morgen ochtend om zes uur te vertrekken. We wisselen dan maar even van plek zodat wij aan de steiger liggen en zij langszij zodat ze ’s ochtends makkelijk kunnen wegvaren en wij nog even kunnen doorslapen. ’s Avonds drinken we nog wat samen met onze buren en genieten van de typisch Britse humor voordat we naar bed gaan.

Verse croissantjes en een stokbrood
Vrijdag ochtend sta ik om zeven uur op. Er is dan nog niemand bij de sluis maar er komt wel een Noors schip, een 49 foot Ovni, aanvaren die ik help met afmeren. Aan boord is een Noors gezin met drie kinderen. Als ik het plaatsje Corpach inloop is de supermarkt al open en ik koop verse croissantjes, een stokbrood en nog een gewoon brood. Dat hebben de Engelsen dan weer wel van de Fransen overgenomen, goede croissants en lekker vers stokbrood. Als ik terug kom is er al iemand van de sluizen en 10 minuten later kunnen we de zeesluis in. In de zeesluis gaan we nog niet veel omhoog, deze is er vooral om het eb en vloed verschil te compenseren. In ze zeesluis moeten we een half uurtje wachten want er komt nog een (ook Noors) jacht aan. Als ik betaal voor het kanaal krijgen we een forse korting omdat we ook al door het Crinan Canal zijn geweest. Er is nog voldoende tijd over, kan ik nog mooi even douchen. Er zijn hier net zo als bij de meeste sluizen keurige toiletten en douches voor als je er overnacht.

Neptune´s Staircase
Nadat we door de zeesluis heen zijn, varen we nog door een dubbele sluis voordat we beginnen aan “Neptune´s Staircase”, acht aaneengeschakelde sluizen waarbij er tussen twee sluizen maar een paar sluisdeuren zit. Er kan dus maar een richting tegelijkertijd door de sluizen. Neptune’s Staircase heeft acht sluizen achterelkaar. McMyr en McCrevy helpen mee door met de landvasten over de kant van de ene sluis naar de andere sluis mee te lopen en ze daar weer vast te zetten. Dat gaat prima, al moet er wel om de drie sluizen een tegen prestatie aangeboden worden. Maar met de nodige koekjes en drinken en een heus punten systeem waarmee ze een ijsje kunnen verdienen hebben we er met zijn allen een hoop lol in. Op de kant kijken een hoop toeristen die het allemaal erg interessant vinden. Vooral de Chinese toeristen zijn vermakelijk, ze willen allemaal weten wat het kost, als je dan vraagt wat ze bedoelen hebben ze geen idee, door het kanaal varen of een schip, het maakt ze niet uit als ze maar een bedrag horen.

Typisch Schots weertje
Na Neptune´s Staircase varen we door, het weer is bewolkt, maar het is droog, dus dat is al helemaal niet slecht. We varen samen met de twee Noorse boten en nog een onderhouds schip dat de sluizen onderhoudt, een vierkante bak met drie erg vrolijke Schotten erop. Om drie uur zijn we door de sluizen en de brug van Gairlochy en vinden we het wel mooi geweest. We meren af en dan begint het vrijwel direct te regenen en daar houdt het de rest van de dag ook niet meer mee op. Nou ja, typisch Schots weertje wat ons Hollanders ook niet vreemd is. De rest van de middag doen we nog een paar blokken Geobas en daarna gaan we Monopoly spelen. Helaas duurt dat altijd zo lang dat we voordat het is afgelopen alweer moeten stoppen omdat we aan dezelfde tafel ook moeten eten. Aranka kookt lekkere Chili Con Carne en ’s avonds spelen we nog een spel Monopoly totdat McCrevy het niet meer leuk vindt en we stoppen, want het is tenslotte voor de lol.

Zaterdag vertrekken we rond negen uur en we kunnen een heel stuk zeilen over Loch Lochy. Dat is lekker, bovendien is het weer ook een stuk beter dan gisteren. Er valt nog wel af en toe een buitje, maar de zon laat zich ook vaak zien en dan is het meteen lekker warm. Het is een prachtige tocht om zo over het meer te varen.

Het Caledonisch Kanaal is in totaal 60 mijl lang, maar het grootste gedeelte (38 nm) bestaat uit Lochs of meren die gevormd zijn door een gletsjer. Het hoogste punt is Loch Oich en is slechts 32 meter boven zee nivo. Bijzonder dat je dwars door Schotland heen kan, wat nou niet bepaalt vlak is, en daarvoor maar 32 meter hoeft te stijgen! Het had dus niet veel gescheeld of Noord Schotland was een eiland geweest.

Tijdens een fietsvakantie
Na Loch Lochy gaan we verder omhoog door een sluis en dan komen we na een stukje kanaal op Loch Oich waar we ook weer een heel stuk kunnen zeilen. We varen nog steeds op met de Noren die sneller motoren dan wij, maar als wij zeilen lopen we weer op ze uit. Na Loch Oich is er nog een prachtig stuk kanaal voordat we bij Fort Augustus aankomen. Hier meren we tijdelijk aan de kade totdat we met de laatste lichting van 17:00 uur mee naar beneden kunnen. Omdat er erg veel bootjes zijn, worden er twee sluizen achter elkaar gevuld, die dan het trappetje van deze keer “slechts” vijf sluizen naar beneden gaan. De eerste lichting zijn alle huurbootjes die de sluiswachter liefst apart in de sluis heeft van de privé jachten, omdat er nog wel eens wat schade ontstaat met de huurboten. Als ik kijk hoe de huurboten de sluis in varen krijg ik wel een aardig beeld van wat de sluiswachter daarmee bedoelt… In Fort Augustus is het ook weer erg toeristisch maar ook wel gezellig. Het kan goed zijn dat ik ook hier al een keer eerder ben geweest tijdens een fietsvakantie. We zijn toen ook bij Loch Ness geweest en er staat me vaag iets van bij dat we toen van dit soort sluizentrappen hebben gezien. Grappig dat we er nu zelf met ons schip doorheen varen.

Als wij de sluizentrap afdalen helpen McCrevy en McMyr weer goed mee. Onderaan de sluizen meren we af aan het begin van Loch Ness. Toen we aankwamen waren de steigers waar je aan kan meren nog vrijwel leeg, maar nu is er nog maar beperkt ruimte. Wij liggen vooraan in de sluis en nadat we uit de sluis zijn maken we een mooie 180 draai en meren zo met de kop in de wind aan bij een van de laatste vrije plekjes. Samen met Aranka gaan we diesel halen bij de pomp die hier vlakbij onze steiger ligt. Nu moeten we wel genoeg hebben om weer naar Nederland te varen. Na het eten ga ik nog een ijsje kopen met McCrevy en McMyr, dat hebben ze met al het helpen wel verdiend!

Nog een heel eind
Zondag vertrekken we vroeg en varen het beroemde Loch Ness op. Het is prachtig weer. Maar er is helaas geen wind. Halverwege Loch Ness ankeren we bij Drumnadrochit waar ook weer een oud kasteel staat. Het is lastig om een goed plekje te vinden, als we net liggen blijken we toch een beetje dicht bij de vaarroute van een veerbootje te liggen dat toeristen naar het kasteel brengt. We zoeken een ander plekje maar vinden het niet. Net als we het opgegeven hebben varen we over een ondiepte van zes meter waar we het anker laten vallen. Aranka, McCrevy en McMyr gaan het kasteel bekijken en ik doe een klusje op de boot. De buitenboord motor zit vast op de hekstoel en sinds we hem daar hebben vast gezet op Bermuda is hij er niet meer vanaf geweest. Nu zit een van de klemmen muur en muur vast. Ik demonteer de motor van de motorsteun en dan kan ik de klem los wurmen. Ik had de klem al proberen te smeren met kruipolie (WD40) maar dat hielp niet. Door de klem te verwarmen op het fornuis en de bout die er doorheen loopt met water te koelen komt er ietsje ruimte en beweging in. Ik moet dezelfde truc nog en paar keer doen, voordat ik eindelijk de bout uit de steun los krijg. Als alles schoongemaakt is en gesmeerd loopt het weer als een zonnetje zodat we de buitenboord motor een volgende keer weer kunnen gebruiken. Nu moeten Aranka, McCrevy en McMyr nog terug peddelen. ’s Middags varen we verder over Loch Ness, we kijken nog uit naar Nessie, maar we zien alleen ons eigen monster McCrevy met zijn woeste haren. Na Loch Ness varen we nog een klein stukje verder tot Lock Dochgarroch waar we nog doorheen gaan en daarna afmeren aan een steiger. Het is prachtig hier en eigenlijk zou ik nog wel een dagje willen blijven liggen. Maar het is inmiddels 2 augustus en het begin van het schooljaar komt alweer dichtbij en we moeten nog een heel eind dus we besluiten toch maar om de volgende ochtend door te varen naar Inverness en dan ’s middags met hoogwater naar buiten te gaan en door te varen naar Lossiemouth. Als ik rondloop zie ik het Oakwood Restaurant dat allerlei prijzen heeft gewonnen. Daar wil ik wel meer van weten en het lukt nog om een tafeltje te reserveren. Om acht uur gaan we erheen en we eten heerlijk. Als toetje krijgen we stijf geslagen room met frambozen en natuurlijk… whisky er doorheen, zalig!

Halve meter in de bodem zakken
Maandag moeten we ook bij tijds op om door de volgende brug te kunnen. Die draait om acht uur en dan pas weer na tien uur. We komen keurig op tijd bij de brug en kunnen zo doorvaren. Dan is het nog maar een klein stukje naar Inverness waar we in de Seaport Marina afmeren. Hier doen we een paar blokken GeoBas (aardrijkskunde). Het is leuk dat veel van wat McCrevy en Mc Myr leren we ook in het echt zien, zoals een open mijn, verschillende landschappen en kwelders. We doen boodschappen in een enorme supermarkt en maken de boot klaar om weer echt te zeilen. Om twee uur ’s middags kunnen we door de zeesluis naar buiten. We hebben goede wind schuin van achteren. Het is nog 40 mijl varen, maar we hebben geen haast. We kunnen de haven van Lossiemouth pas om 23:30 in want anders is het nog te ondiep. We varen samen op met de Pilgrim waarmee we ook al het laatste stuk door het Caledonische Kanaal opgevaren zijn. Na het eten gaan McCrevy en McMyr slapen. We schieten al lekker op maar het laatste stuk gaat het langzaam als we tegenwind en tegenstroom hebben. Omdat we toch nog niet de haven in kunnen kruisen we het laatste stukje toch maar netjes op. Om half twaalf varen we de haven in door een smalle doorgang. We meren af aan het Visitor’s Pontoon en zien al direct dat we wel zo’n halve meter in de bodem zullen zakken met laag water. We worden nog uitgenodigd op de Pelgrim bij Pete en John. John is 77 jaar oud en een oud-collega van Pete en zeilt nog vrolijk mee. Ze zijn allebei loods (geweest) en kennen alle havens aan de oostkust en geven ons nog en heleboel nuttige tips. Rond twee uur gaan we terug naar onze boot en gaan we heerlijk slapen.

doe maar alsof ik precies weet wat ik doe
Dinsdag ochtend doe ik eerst school met McCrevy en McMyr terwijl Aranka lekker vers brood en scones haalt. Zien we ons schip steeds hoger uit het water komen. Blijkbaar is de ondergrond toch niet zo zacht als de havenmeester denkt. De voorpunt komt zeker veertig centimeter hoger te liggen maar achter blijft de boot drijven, zodat hij voldoende stabiliteit houdt en gelukkig niet omvalt of scheef gaat liggen. Als het weer hoogwater is varen we samen met de Pilgrim uit naar White Hills, dat 25 mijl verderop naar het oosten ligt. We hebben zuiden wind en schieten lekker op. Eind van de middag varen we White Hills binnen, een erg leuk klein haventje. We hebben de fenders aan bakboord hangen en er wordt ons door de vriendelijke havenmeester een plekje in de binnenhaven aangewezen. Er is hier erg weinig ruimte en de fenders hangen verkeerd om langs de kade af te meren. Bovendien moeten we er ook nog een keer uit en komt de wind van achteren dus ik besluit toch maar te keren terwijl er eigenlijk geen plek voor is. Door de voorpunt in een zij-kanaaltje te prikken probeer ik om, tegen de wind in en tegen de schroefwerking in, de boot te keren. Ik lach vriendelijk naar de havenmeester, die enigszins bezorgd naar ons kijkt en doe maar alsof ik precies weet wat ik aan het doen ben… Gelukkig gaat alles goed en liggen we even later netjes langs de kade. Aan de kade zit The Galley Waterfront Restaurant van een Nederlandse vrouw uit IJmuiden. Dat is bijzonder en we kunnen nog samen met de bemanning van de Pilgrim een tafeltje reserveren voor half acht. Voor de rest is het al vol. Eerst wandel ik nog even met Aranka door het plaatsje met prachtige goudkleurige graanvelden op glooiende heuvels om het plaatsje heen. We hebben een mooi uitzicht over de haven en over de graanvelden. ’s Avonds eten we heerlijk samen met Pete en John van de Pilgrim. Later kijken we nog naar het weer en er staat morgen een zuiden wind. Dat betekent dat we het eerste stuk naar het oosten goed kunnen varen. Vanaf Lackie Head zullen we de wind steeds meer tegen krijgen. We kunnen dan wat verder naar het oosten de zee in steken om zo om Rattray Head heen te kruisen. Bij Rattray Head staan vervelende golven bij stroom tegen wind wat wij morgen ook hebben. We besluiten wel te gaan en vertrekken om 12 uur, 2 uur voor hoogwater als er genoeg water staat om de haven uit te varen. Het eerste stuk gaat inderdaad heerlijk snel, we lopen meer dan zeven knopen door de gunstige wind en de stroom die we mee hebben. Als we bij Lackie Head komen worden de golven langzaamaan wat ruiger. Bij Rattray Head staan brekers midden op zee, maar we zeilen er goed doorheen. Als we overstag gaan richting Peterhead is het al beter bezeild dan we dachten en zo varen we toch soepel naar Peter Head. Omdat er nog veel golven staan vragen we toestemming om de zeilen pas in het beschutte water van de commerciële haven te strijken, dat is akkoord als we het vlak voor de jachthaven doen. Even later worden we vriendelijk ontvangen door de havenmeester en liggen we netjes aan de steiger. Alhoewel we de laatste dagen flink zijn opgeschoten is het nog een flink eind naar Nederland met iets meer dan een week te gaan. We besluiten daarom een nachtje door te varen en in een keer naar Berwick upon Tweet te varen, ruim honderd mijl zuidelijker. Vandaar kunnen we ook met de trein naar Edinburgh. Het alternatief is om naar Port Edgar in Edinburgh te varen, maar dat is wel een heel stuk om. We kiezen daarom om morgen te vertrekken naar Berwick upon Tweet. ’s Avonds nodigen we de bemanning van de Pilgrim uit voor het eten. Het is erg gezellig samen. Morgen gaan zij ook verder maar zij varen waarschijnlijk geen nacht door. Wel krijgen we nog een uitnodiging om bij John thuis te komen eten als we in de buurt van Whitby komen.

Van Kerry Gold tot Guinness


Na vier dagen pal naar het noorden varen zie ik vrijdag ochtend vroeg weer land in zicht. We varen tussen Rams Head en Fort Davis door naar het beschutte binnenmeer bij de monding van de River Lee. Het is nog vroeg en we zijn ruim op tijd om met het opgaande tij de River Lee op te varen naar het centrum van Cork. Dan zijn we ook mooi op tijd voor Ellen en Herbert die dit weekend langskomen.

Van Justin en Trish van de Ierse zeilboot de Selkie hebben we gehoord dat je het leukst in de Cork City Marina kan liggen. Dit is een steiger vlak bij het centrum. Het alternatief is Crosshaven wat vlak bij de zee ligt, maar veel minder leuk is dan Cork zelf. Wij varen dus door naar Cork en de tocht over de River Lee is ook prachtig. We komen langs het stadje Cobh dat er bijzonder fraai uitziet met allemaal gekleurde arbeidershuisjes en een enorm hoge kerktoren ertussen. De Titanic maakte zijn laatste stop in Cobh voordat zij aan haar eerste en enige Atlantische oversteek begon. Als we verder de rivier de Lee opvaren kunnen we sommige stukjes zelfs nog zeilen. We komen langs een oud kasteeltje en langs verschillende container terminals waar echt grote schepen liggen die door hetzelfde smalle kanaaltje in de rivier zijn gekomen als waar wij nu door varen. Gelukkig komen we niet zo’n groot gevaarte tegen…

Als we rond één uur ’s middags aankomen bij de Cork ligt de steiger al vol, en gaan we langszij bij een ander schip. De Ieren die hierop varen komen uit Kilmore Quay, een haventje verderop richting Dublin. We raken met verschillende andere boten die hier liggen aan de praat en het valt op hoe vriendelijk en behulpzaam de Ieren zijn. Het maakt dat we ons hier ook snel thuis voelen. Ik ben nog op zoek naar een digitale kaart van Engeland en Ierland. In Coruña kon ik die niet krijgen. In de eerste winkel die we proberen vlak bij de haven hebben ze ook geen Navionics kaarten. Onze buurman biedt spontaan aan om ons later in de middag even naar een andere winkel te rijden waar ze deze kaart wel zouden moeten hebben. Dar is erg fijn, maar ik check toch nog even op Internet en vindt nog een Navionics dealer vlak bij de haven. Als ik erheen loop is het een soort woonhuis, dat dicht zit, maar er hangt wel een telefoonnummer op de deur. Dus maar gebeld en ja hoor, ik krijg iemand aan lijn die inderdaad Navionics kaarten verkoopt, sterker nog als ik mijn oude actieve kaart inlever krijg ik ook nog vijftig procent korting. Dat is mooi want aan een kaart van de Caraïben hebben we helaas niet meer zoveel…. De man is er over een kwartiertje, dus ik loop even terug naar de boot, haal het kaartje met de kaart van de Carieb op en als ik terug kom is de man die ik gesproken heb er ook al. Binnen is het een soort reparatie werkruimte voor elektronica. Het mannetje begint druk te bellen met Navionics. Het valt op dat alles via Engeland gaat, alle prijslijsten zijn in pond Sterling en de prijzen worden omgerekend naar euros. Na een kwartiertje krijg ik inderdaad de Navionics kaart van Engeland en Ierland mee. Dat is fijn want het vaart wel veel lekkerder met een kaart op de plotter zodat je precies ziet waar je bent. Ik bel onze buurman nog even op, dat het ritje niet meer nodig is. Wel weet hij nog een leuk restaurant in Cork.

’s Middags gaan we zwemmen bij het Clarion Hotel waar we als gasten van de Cork City Marina voordelig in mogen. En na een weekje op zee is het ook wel lekker om even te douchen en te zwemmen. Na een klein halfuurtje worden we naar de kant geroepen omdat we geen badmutsen op hebben. Gelukkig kunnen we er twee lenen zodat Myrthe en Wouter nog even door kunnen zwemmen. Al springen hun lange haren overal onder de badmuts vandaan en ligt de badmuts vaker in het water dan dat ie op hun hoofd staat. Aranka en ik vinden het wel mooi geweest en gaan even internetten, kijken naar alle mailtjes en reacties op onze site van de afgelopen week. Er is een snelle verbinding dus ik kan ook meteen de elektronische kaart die ik gekocht heb updaten, staan alle nieuwe boeitjes er ook weer op. ’s Avonds gaan we op advies van onze buurman eten bij het restaurant Marketlane waar onze buurman ook met zijn gezin zit. Was een goede tip want we eten heerlijke Ierse stoofpot. De bediening is ontzettend vriendelijk en ze kunnen ook goed met Myrthe en Wouter omgaan en regelen kleurpotloden en kleurplaten van marsmannetjes met enorme breinen waar even later druk in gekleurd wordt.

Zaterdag komen Ellen en Herbert, we verheugen ons erop! ´s Ochtends ga ik brood halen maar het valt niet mee een bakker te vinden. Uiteindelijk vind ik een bakker op de overigens beroemde English Market aan de andere kant van het centrum. Ik loop ook nog even langs de toeristeninformatie om te kijken wat je hier allemaal kan doen, als Herbert belt dat ze net geland zijn. Als ik bij de boot terugkom zie ik Ellen en Herbert al over de steiger lopen. Het is ontzettend leuk om ze na een jaar weer te zien. We worden erg door ze verwend met Stroopwafels, spelletjes, de Ruijter broodbeleg en Donald Duck pockets voor Myrthe en Wouter. Wat een leuke en geslaagde kado’s, Herbert en Ellen nogmaals bedankt!

Het is meteen als vanouds gezellig en we kletsen honderd uit om een jaar in te halen. Als we net aan de koffie zitten komt de havenmeester langs, of we even kunnen losgooien zodat een grote tweemaster die aan het begin van de steiger ligt eruit kan varen. Ook vertelt hij dat er die middag een grote zwemwedstrijd is in de rivier die eindigt vlak naast de haven, dus we hebben eersterangs uitzicht! Zo varen Herbert en Ellen ook nog een klein stukje mee op ons schip. Nadat de tweemaster is uitgevaren kunnen wij mooi op de vrijgekomen plaats liggen. Als dank voor de hulp krijgen we van de havenmeester een prachtig boek met oude Ierse schepen en een Ierse USB geheugenstick. Was niet nodig geweest maar is wel heel erg vriendelijk!

´s Middags wandelen we door het centrum dat erg levendig is. Het valt ons wel op hoe verschillend het hier is tov van de landen waar we hiervoor zijn geweest. In de Carib was je al blij als er überhaupt een kleren- of schoenenwinkel was, hier zijn er straten vol met schoenen- en klerenwinkels, echt… het houdt niet op! We kijken bij de Saint Mary and Saint Anne’s Cathedral waar je de toren in kan klimmen en zelf de klokken kan luiden. Wouter en Myrthe trakteren de buurt op een “modern” klokkenspel, ik kon er in ieder geval geen enkele melodie in ontdekken. Daarna gaan we nog naar het botermuseum. Dit gebied van Ierland “Kerry” produceert veel boter (Kerry Gold) en het museum vertelt de geschiedenis van de boterproductie. Opvallend is hoe positief en trots ze zijn op hun lidmaatschap van de EU, eens een positief geluid in plaats van alle negatieve berichten die je hierover in Nederland leest. Als we uit het museum komen willen we die boter ook wel eens echt proeven, naast het museum is een restaurantje waar ze heerlijke sandwiches hebben die inderdaad heerlijk smaken. Het moet wel de Kerry Gold zijn die er opgesmeerd is!

Terug bij de haven zien we allemaal zwemmers in het water i.v.m. het festival. Het is koud en niet iedereen draagt een surfpak. En de afstand is flink. We zien jonge mensen en oudere, gelukkig allemaal wel geoefend. Op de boot hebben we eerste rang, want daar komen ze allemaal langs naar de finish, vlakbij. Er zijn ook veel kanoërs bij die opletten of alles goed gaat met de zwemmers. De laatste heeft het zwaar, omdat er ook tegenstroom staat. Maar wat een enthousiast publiek en daarna staan ze allemaal onder de douches bij de brandweerauto. Is vast ook niet erg warm.

’s Avonds kookt Herbert samen met Wouter. Het wordt een heerlijke pastaschotel. Als Myrthe en Wouter op bed liggen gaan we nog wat drinken in een Ierse pub. Myrthe heeft ons telefoonnummer en kan bellen als er iets is, maar we horen niets. Cork is ’s avonds ook vol leven en drukte. We vinden een pub waar we nog buiten kunnen zitten en rustig kunnen bijkletsen als vanouds. Zondag ontbijten we met wentelteefjes die Herbert samen met Myrthe en Wouter maakt. Daarna doet Herbert nog ochtend gymnastiek met de kids, wat ze machtig interessant vinden. Het is vandaag prachtig weer en we maken nog een wandeling door de stad. We lopen naar het Fitgerald’s Park. Onderweg zien we nog dat een cricket wedstrijd wordt gespeeld. Erg Brits, maar erg veel snelheid zit er niet in… Gezellig om zo samen door Cork te wandelen. Als we ’s middags terugkomen bij de boot is het alweer tijd om afscheid te nemen. Herbert en Ellen stappen in een taxi richting vliegveld. Wij vonden het erg leuk en het voelt een beetje leeg dat ze weer weg zijn.

We hebben nog een deel van de middag en de avond en we besluiten een bus naar Kinsale te nemen, een pittoresk stadje ten westen van Cork. Het is ruim een half uur rijden naar Kinsale wat inderdaad prachtig is. Mooie gekleurde huisjes die aan het water liggen met een hoop toeristenwinkeltjes. Aranka moet zich inhouden… ’s Avonds kopen we Fish & Chips die we in een parkje opeten voordat we de bus terug nemen naar Cork.



Maandag 13 juli vertrekken we weer uit Cork. We varen vandaag de rivier af naar de Crosshaven zodat we morgen ochtend vroeg aan de tocht naar Kilmore Quay kunnen beginnen. Dat ligt 70 nm naar het oosten. De tocht langs de River Lee is weer leuk al is het weer minder goed dan op de heenreis, maar ja we zijn tenslotte in Ierland en niet meer in de Carib! Als we aankomen in Crosshaven waait het nog behoorlijk hard maar we komen toch netjes tussen de vingersteigers terecht. Het dorpje is wel aardig maar niet heel bijzonder. Er is een speeltuintje, een pub met internet en een supermarkt en een lekkere douche, dus prima om een nachtje te liggen.

Dinsdag staan we om vijf uur ’s ochtends op. Het is lekker dat het nu zomer is en de dagen zo lang zijn. Een half uur later gooien we de trossen los. We hebben pal tegenwind en het is koud. Het is mistig en het regent. Onze buurman uit Cork vertrekt ook vandaag richting Kilmore Quay, wat zijn thuishaven is. We vertrekken tegelijkertijd uit Crosshaven, maar hij geeft meer gas en we verliezen hem al snel uit het oog. Het is 65 mijl naar Kilmore Quay, naar het oosten en vlak voor de bocht aan de Ierse zuidkust. Achteraf hadden wij beter ook wat meer gas kunnen geven, in het begin kunnen we nog goed tegen de wind in motorzeilen maar als het harder gaat waaien en de zee steeds ruwer wordt gaat het ook steeds langzamer. We proberen nog stukken te kruisen maar het gaat allemaal erg langzaam en dan is 70 mijl een hele afstand. Naarmate de dag vordert wordt het steeds spannender of we nog wel op tijd in Kilmore Quay aankomen. Van onze “buurman” weten we dat er een zand drempel ligt in de ingang en we er alleen rond hoogwater in kunnen varen. Op ruim 20 mijl roep ik de haven op, en het blijkt dat we nog tot drie uur na hoogwater de haven in kunnen, dat is weer een uurtje extra. Bij Swines Head vlak voor Dunmore East moeten we besluiten wat we doen, varen we door of gaan we naar Dunmore East en daar voor anker? We besluiten door te varen en het er maar op te wagen. Als we het niet halen moeten we weer terug varen want na Kilmore Quay is er een hele tijd niets. We hebben geluk want na Swines Head draait de wind iets gunstiger en komen we in beschutter water. We zetten de motor ook nog ietsje harder en lopen dan al motor zeilend een paar knopen harder. Uiteindelijk komen we toch nog rond acht uur aan bij Kilmore Quay, een uur voordat we de haven niet meer in kunnen. De aanloop gaat via een lichtenlijn omdat je vlak langs een ondiepte vaart, St Patrick Bridge. Dit is een soort natuurlijke dam die vanaf het vaste land naar de Saltees Islands loopt. Met springtij laag water schijnen ze hier zelfs met een tractor over gereden te hebben naar Little Saltee. St. Patrick Bridge is berucht vanwege de vele schepen die erop stuk gelopen zijn. De aanloop gaat verder prima en we zijn blij dat we er zijn. We komen onze buurman tegen die er al vier uur eerder was! Hij heeft dan ook wel een wat sterkere motor. We ontmoeten ook Paul Neale, één van de vijf eigenaars van Great Saltee die net in een bootje aan komt varen. Ze adviseren ons om naar Great Saltee toe te gaan omdat er nu heel veel vogels (Jan van Genten, Puffins en Aalscholvers) zitten. Over twee weken zijn alle Puffins weer weg, dus dit is het moment om te gaan kijken. Eigenlijk hebben we geen tijd, we willen door naar Dublin en naar Isle of Man want medio augustus komt hard dichterbij en we moeten nog zo’n duizend mijl varen… ’s Avonds eten we heerlijke vers gevangen Fish & Chips.

De volgende ochtend maken we de boot klaar, maar we kunnen pas weg uit de haven van Kilmore Quay rond twee uur ’s middags wanneer het hoogwater wordt en we over de drempel kunnen om het tij mee te pakken naar Arklow, zo’n 50 nm naar het noorden. Dus we beginnen met klusjes aan de boot, ik span de verstaging aan die aan de lij-zijde slap hangt als we hoog aan de wind varen, er komt een nieuwe harp aan de onderlijkstrekker die los was gesprongen tijdens de oversteek naar Cork, de grootzeilval wordt ingekort zodat een geschavield stuk eraf kan, de genua vier wordt weer netjes opgevouwen (lag al sinds de overtocht van Coruña naar Cork opgefrommeld in de bakskist) en Aranka doet nog een was en boodschappen. Als we klaar zijn zien we een bootje vertrekken naar Great Saltee, Aranka rent er naar toe en we kunnen nog mee als we direct instappen. Ze zijn rond één uur weer terug dus dat past precies. We varen met een snelle boot met nog een aantal andere vogelaars naar het eiland en we kunnen erg dicht bij de rotsen komen waardoor we een prachtig zicht hebben op de duizenden vogels die er op het eiland zitten. Er zijn rotsen die ingenomen zijn door de puffins en weer andere rotsen zien helemaal wit van de Jan van Genten. Ook zien we een tiental zeehonden die vlak om de boot nieuwsgierig naar ons komen kijken. Wouter heeft toevallig zijn puffin t-shirt aan en wijst alle puffins aan die we op de rosten zien of die langs zwemmen of over vliegen. Myrthe en Wouter zijn laaiend enthousiast en vinden het prachtig. Ik kan me nog herinneren dat ik vroeger, toen we met mijn ouders en broers fietstochten maakten door Engeland en Schotland, ook een boottocht maakte langs een vogeleiland dat ook wit zag van de Jan van Genten, ergens in de buurt van Skye. Ik hoop dat Myrthe en Wouter zich dit later ook nog kunnen herinneren.

Als we terugkomen in de haven zien we nog een zeehond in de haven zwemmen, en dan maken we ons klaar voor vertrek. Om twee uur varen we weg, het is mooi weer en er is een klein beetje tegenwind. Omdat het hoogwater is kunnen we over St. Patrics Bridge varen. Bij Carnsore Point, de Zuid-Oost punt van Ierland, krijgen we 3 knopen stroom mee. Helaas blijft de wind om de kaap tegen staan terwijl we toch ruim negentig graden naar het noorden zijn gedraaid. Maar we kunnen motorzeilen en schieten wel op. Ondanks de tegenwind is het een mooie vaardag met een prachtige ondergaande zon en een heerlijk rustige zee. We proberen nog voor het donker aan te komen, maar dat lukt niet. Als we bij Arklow de rivier opvaren is het donker en we zien dat de rivier vol ligt met boten aan moorings. We gaan niet de marina in omdat deze te klein is voor ons schip. Er is verderop een steiger in de rivier waar we wel aan kunnen liggen maar die ziet er -voor zover we dat kunnen zien in het donker- vol uit. Er is een smal stukje water naast de steiger vrij waar we achteruit in varen omdat ik niet verwacht dat ik er nog kan keren. Een stuk verderop aan de steiger is nog net één plekje vrij waar we net in passen. We meren rond half twaalf af en gaan dan snel naar bed, over zes uur staat het tij weer mee en vertrekken we weer richting Dublin.

Donderdag 16 juli vertrekken we om 6 uur in de ochtend. We hebben geen havenmeester gezien, dus ook niets kunnen betalen. Op zee hebben we de wind nog steeds tegen terwijl hij vandaag vanuit het oosten voorspeld was, blijkbaar is de wind hier lastig te voorspellen. Maar na de eerste kaap hebben we een forse stroom mee en lukt het ook nog om strak aan de wind te zeilen. Dan lopen we zelfs even 8.6 knopen als we tussen de zandbanken door varen. Zo gaat het vandaag vrij vlot en een paar uur later zitten we al weer bij de monding van de River Liffrey vlakbij Dublin. We zoeken nog even contact met een containerschip, wat wel heel dichtbij komt varen. Na onze oproep wijkt het containerschip en vaart achter ons langs. Wij varen de riviermonding van Dublin voorbij richting het schiereiland Howth ten zuiden van Dublin. Howth heeft steile rotswanden waar ook weer veel vogels zitten.

Howth heeft een gezellige jachthaven. Bij het binnenlopen moeten we goed opletten op de vaargeul die smal is. We blijven hier twee nachten want morgen (vrijdag) komt er veel wind over. Donderdag middag tanken we nog even diesel want we hebben de afgelopen dagen toch weer veel gemotord en in Ierland betaal je nog steeds geen belasting in de jachthaven voor de diesel, dus gunstig om de tank nog even goed vol te gooien voordat we naar Isle of Man gaan. ´s Avonds maken we nog een wandelingetje langs de haven en de kustweg met gezellige restaurantjes. Maar dan begint het weer te gieten, en halen we Fish & Chips, maar net als we er naar toe lopen begint het te gieten, het blijft tenslotte Ierland. Dus we keren om en halen snel fish & chips en rennen terug naar de boot. Daar is het zo koud en vochtig dat we zelfs even de kachel aan doen, dat is de eerste keer deze reis.

Vrijdag 17 juli is het voor de verandering lekker weer. We kunnen mooi een was doen en hebben heerlijk vers brood van de plaatselijke bakker. We maken een prachtige wandeling over het schiereiland Howth. Het eerste stuk lopen we langs de steile kliffen waar we ook veel vogels zien. We hebben mooi uitzicht over zee en haveningang van Dublin. Daarna gaat de wandeling binnendoor door het bos naar de andere kant van Howth waar we ook begonnen waren. Af en toe hebben we een heel kort buitje, maar dat mag geen naam hebben, zeker niet op de Ierse weerschaal.
Op de boot aangekomen kunnen we de was nog net droog binnenhalen voordat er een wat grotere plensbui aankomt. ´s Middags gaan we met de trein naar Dublin. Het station is vlakbij en de trein brengt ons in een half uurtje midden in het centrum van Dublin. Dublin is gezellig, we lopen door het centrum waar een enorme hoge paal staat, “The Spire” van 120 meter hoog. Het lijkt of The Spire tot in de wolken reikt. Daarna wandelen we naar Dublin Castle waar we alleen de buitenkant van kunnen bekijken omdat het inmiddels vijf uur is geweest. Dan begint het weer eens te plenzen en drinken we eerst een heerlijke kop koffie voordat we verder gaan naar de Christchurch Cathedral waar Myrthe en Wouter een kaarsje aansteken voor Inès. We lopen door naar het beroemde Guinness Store House dat nog wel open is. Het is een soort museum waarin van alles over Guinness wordt verteld zoals de herkomst van de 8000 liter water per dag uit de Kilmore mountains en het gebruik van speciale hop en graan, die eerst wordt geroosterd. Ook indrukwekkend is een film waarin ze laten zien hoe de vaten worden gemaakt waarin de Guiness wordt opgeslagen. Wat een handwerk is dat zeg. We krijgen het beeld dat de Guinness fabriek ook als werkgever belangrijk is geweest voor Dublin en het is leuk om dit zo mee te krijgen. We zien ook nog een film waarin ze laten zien hoe de houten vaten werden gemaakt waarin de Guiness vroeger werd vervoerd. Helemaal op de hand, een hoop werk voor zo’n vat. Aan het eind kunnen we proeven, zelfs Aranka drinkt een mini proefglaasje op. Als we aan het eind zijn komen we uit in een Café helemaal boven in het gebouw met en prachtig uitzicht over Dublin waar we met ons kaartje nog een Guinness of frisdrank kunnen krijgen.

Als we teruglopen richting het station eten we een hapje in een restaurant met Ierse gerechten (stew). Al met al is het behoorlijk laat geworden en we eten pas om 22.00 uur. Het is heerlijk, maar als het op is gaan we toch maar snel richting station want we weten eigenlijk niet precies tot hoe laat de trein terug gaat. Gelukkig komt de trein naar Howth al na 10 minuten. Terug op de boot checken we nog even het weer voor morgen. Er is een windkracht vijf tot zes voorspelt, maar wel van achteren. Morgenochtend nog even checken of het niet windkracht zeven wordt, maar anders kunnen we mooi richting Ardglass varen. Maar eerst we gaan snel even slapen.

’s Ochtends ziet het weer er nog hetzelfde uit. Er zijn wel flinke windstoten tot 30 knopen voorspeld maar ik verwacht deze niet dicht onder de kust waar wij varen. Om kwart over negen vertrekken we. We varen ten westen van de eilanden Ireland’s Eye en Lambay Island waar we een prachtig uitzicht op hebben. Dan varen we tussen de Skerries en Rockabill Lighthouse door en gaan in een rechte koers richting Ardglass. Het is een afstand van 55 mijl. Er staat een goede wind van ruim 20 knopen schuin van achteren en we schieten met 8 knopen door het water. Soms komt er zelfs een zonnetje tussen de bewolking door, kortom een heerlijke zeildag! We komen met laagwater bij Ardglass aan, het is wel even opletten bij het naar binnenvaren want het is een smalle doorgang tussen de rotsen door. Er is een erg vriendelijke havenmeester die on wijst waar we een hapje kunnen eten. Naast ons liggen nog twee andere schepen die morgen ook vertrekken richting Isle of Man. Als we door het plaatsje lopen valt ons op dat het minder vrolijk en gezellig is dan de Ierse plaatsen waar we tot nu toe waren. Het komt een beetje grauw over. Ook hebben we ontzettende moeite om de mensen te verstaan… Als we Fish & Chips kopen en willen betalen kijken ze ons vreemd aan, euro’s?? Dan valt het kwartje, we zijn terechtgekomen in Noord Ierland. Snel loop ik even naar de boot om nog wat verdwaalde ponden op te halen waarmee ik wel kan afrekenen.

Mooi weer

Vandaag heben we een heerlijke zeildag gehad. Wind 4 Bft, van achteren en lekker zonnig. We varen nog steeds in de richting van La Coruna. Morgenavond komt de eerste depressie ten westen van ons langs. Daarna kijken we wat de volgende depressie gaat doen, maar de kans is groot dat we een paar nachtjes in La Coruna doorbrengen voordat we verder gaan.

Aan bord is verder alles prima, Myrthe en WOuter vervelen zich, en het is al bijna zover dat ze verlangen naar school… Morgen maar ens de knutseldoos neerzetten.

Onze positie is op 27/06 om 22:30 utc 40-19N 23-44W

Op weg naar….

Gisteren 26 juni zijn we vertrokken voor onze laatste oversteek naar Cork. We hebben wel zitten dubben, wel of niet gaan. Er kwamen wel een paar depressies aan, maar het leek ook niet echt beter te worden in de komende week. Dus we hebben de knoop doorgehakt en zijn vertrokken samen met de Ojala richting Cork. Ook twee Duitse boten, de Anne en de Namastee, vertrokken tegelijkertijd van Terceira richting Brest. Nu je snapt het al, we zijn nog geen zes uur onderweg als de Ojala ons oproept omdat ze een weerkaartje hebben binnengehaald waarop de depressie opeens een “developping storm” is geworden en later een “gale”. Niet echt lekker, dus we hebben onze koers eerst verlegd richting Brest en nu richting La Coru zodat de depressie/storm/gale ruim ten westen van ons langs trekt.

Waar we precies gaan uitkomen, geen idee. Zal wel ergens tussen La Coru, Brest, Falmouth, Scillies en Cork zijn. Niets zo veranderlijk als het weer. We hebben onderweg nog wel contact met de duitse boten, de Namastee vaart nu ook richting La Coru. Nou de kids vinden het prima als we daar uitkomen, want ze waren net bevriend geraakt met de kinderen aan boord van de Anne en de Namastee.

Onze positie is op 27 juni 10:10 utc 39-54N 25-08W