Weer thuis…


Veel sneller dan verwacht
Zaterdag zien we dat we al ergens ’s nachts voor de Nederlandse kust zullen aankomen. We gaan veel sneller dan we van te voren hadden verwacht. De wind staat lekker door van achteren en we lopen continu 7 knopen en in het begin nog sneller met de stroom mee. Blijkbaar kan je dus prima in een nacht en twee dagen van Whitby naar Scheveningen varen, of als je liever ‘s-nachts vaart in één dag en twee nachten. Leuk voor als we nog eens een weekje willen zeilen…

Ze kust nog net niet de grond…
We besluiten nu eerst naar IJmuiden te varen en daar een paar uurtjes te slapen, dan kunnen we ’s ochtends rustig naar Scheveningen varen en daar om 12 uur aankomen. Als we ten zuiden van het laatste TSS bij Texel varen wordt het drukker. Het is inmiddels donker en een wirwar van lichtjes tekent zich af langs de horizon. Windmolens, boorplatforms, schepen die we ook op de AIS zien en schepen die we niet op de AIS zien. Eerst komen er drie slepers met een boorplatform op ons af. Wij verleggen onze koers wat naar het zuiden zodat ze ongehinderd ten noorden van ons langs kunnen varen. Als we daarna net ten zuiden van het verkeersvak naar het noorden willen oversteken komen er acht schepen op ons af waar we tussendoor moeten varen. De eerste drie gaan voorlangs, maar met de vierde liggen we op ‘collision course’. Hij kan makkelijk achter ons langs maar als ik hem oproep wil hij toch voorlangs en hij geeft aan bij te sturen naar stuurboord. Nou wij hebben ook een lekker gangetje en hij moet een hele omweg maken om voor ons langs te varen. Hij mist bijna de ingang van het TSS… Maar goed, dat zit er ook weer op. We varen nog een paar uur door voordat we rond twee uur bij de haveningang van IJmuiden aankomen. Na een paar dagen noord-westen wind staan er behoorlijke golven tussen de havenhoofden. We volgen netjes de lichtenlijn en na een paar minuten heen en weer geschud te zijn, zijn we erdoorheen. Vlak bij de haven strijken we de zeilen. De passantensteiger ligt helemaal vol en we meren af langszij bij een vriendelijke Belg die ook even komt kijken en een praatje komt maken. Hij wil ook langer weg met zijn schip en is zich aan het voorbereiden en vindt het -zelfs midden in de nacht- interessant om te horen waar we geweest zijn. Myrthe komt ook nog uit haar bed gekropen, ze wil weer even op Nederlandse bodem staan. Ze kust nog net niet de grond… Dan gaan we allemaal snel naar bed, morgen moeten we wel weer op tijd op zodat we om twaalf uur in Scheveningen zijn. Wat voelt het vreemd om weer in Nederland te zijn. We betrappen ons erop dat we nog steeds verbaasd en enthousiast reageren op elke Nederlandse vlag die we zien, “Hé kijk daar ligt ook een Nederlander…”.

We proberen zo langzaam mogelijk te zeilen
Zondag waait het wat harder dan voorspeld in de grib-files. We lopen weer het risico te vroeg aan te komen, en dat is natuurlijk niet leuk want misschien zijn er wel mensen die komen zwaaien. We proberen zo langzaam mogelijk te zeilen (hele nieuwe ervaring…) en zetten twee riffen in het grootzeil en drie in de rol-genua. Toch blijven we tussen de zes en zeven knopen lopen. Een ander scheepje dat met vol tuig vaart loopt ons maar nauwelijks op. We zien de vertrouwde kust van Holland. Eerst Zandvoort, dan Noordwijk en Katwijk en tenslotte Scheveningen. We krijgen een SMS-je dat Geoffrey, Tessa en Bob ons per kano tegemoet komen varen. We spreken af bij de uiterton, maar als we daar komen is er nog geen kanoër te zien dus gaan we maar even bijliggen. Als het bijna twaalf uur is varen we langzaam richting de haven en dan zien we door de verrekijker drie kleine stipjes bij het havenhoofd. Even later zijn Geoffrey, Tessa en Bob naast de boot. Wat ontzettend leuk dat ze ons zo tegemoet varen en wat fijn om ze na een jaar weer te zien! Er is iets te veel deining om koffie voor de kanoërs te serveren dus dat houden ze tegoed voor in de haven.

Bijzonder en welkom gevoel
Als we langzaam verder varen richting de haven ontwaren we een hoop vrienden en familie op de zuid-pier. Wat leuk dat al die vrienden en familie gekomen zijn. Een heel bijzonder en welkom gevoel om zo terug te komen. Dan zien we op de noord-pier ook nog mensen staan, vriendjes van Wouter en Myrthe met hun ouders en roeimaatjes van Aranka. Even later zien we op de oude pieren van de buitenhaven ook nog onze buren Eric, Saskia, Dante, Anna en Issa staan. Wat gaaf zo! We strijken onze zeilen in de eerste haven en als we door “de Pijp” varen ziet Wouter zijn beste vriend Bas op de kant staan. Uitzinnig van vreugde begint hij te roepen en te toeteren. Ook Ellen en Herbert staan hier te zwaaien. We genieten volop van deze vrolijke en welkome ontvangst. De haven is erg vol, onder andere ook vanwege Sail Amsterdam dat over drie dagen begint en omdat de staande mastroute gestremd is vanwege het ongeluk met de brug bij Alphen aan de Rijn. Gelukkig heb ik een paar dagen geleden al de havenmeester gebeld en heeft hij een box voor ons vrij gehouden zodat we niet vijf dik ingebouwd hoeven te liggen.


De boot ligt een stuk dieper
Al snel stroomt de boot vol, Inger en Wouter en Marja hebben koffie en cake meegenomen. Erg gezellig zo met zijn allen op de boot. De boot ligt een stuk dieper wat je goed kan zien aan de stootwillen die nu op het water drijven. Fijn om iedereen weer live te zien. Van Inger en Wouter krijgen we ook nog een Nederlands thuiskom pakket vol met Nederlandse lekkernijen. Iedereen super bedankt voor deze mooie thuiskomst!

Myrthe gaat mee met onze buren om te spelen en te logeren bij Anna. Wouter gaat mee met zijn grote vriend Bas en mag daar ook blijven logeren. Zo hebben wij opeens een heerlijk rustig avondje samen. We lopen langs de kade als we opeens onze naam horen. Op een terrasje zien we Harry en Jantine zitten, de vorige eigenaren van ons schip. Ze hebben net mosselen besteld en vragen of wij een hapje mee willen eten. Het is leuk ze weer te zien en ze zijn erg geïnteresseerd hoe het tijdens onze reis allemaal is gegaan. Ze hebben erg meegeleefd en vinden het na afloop leuk om nog even op hun oude schip te kijken.

Myrthe vindt ons huis maar klein…
Maandag is het een regenachtige dag. Ik huur een busje en vanaf dat moment begint het sjouwen en inpakken. ’s Ochtends halen we de boot leeg en pakken alles in tassen. Dan rijden we naar huis, een raar gevoel om na een jaar weer terug te komen in het zo vertrouwde huis. Enerzijds is er voor je gevoel heel veel gebeurd in het afgelopen jaar en anderzijds voelt alles weer zo als vanouds dat het ook wel lijkt alsof je niet weg bent geweest. Gelukkig hebben de huurders alles keurig achtergelaten. Van de buren staat er ook nog een welkoms pakket met lekkere dingen en voor de kinderen liggen er kadootjes van de buurmeisjes. Myrthe had al even in het huis gekeken en vertelt ons dat ze het huis maar klein vindt….blijkbaar is ze flink gegroeid het afgelopen jaar…

Eng om alleen zonder Myrthe te slapen
Als de bus leeg is rij ik samen met Aranka door naar de garagebox waar al onze spullen staan opgeslagen. In drie keer rijden lukt het om alle spullen weer naar de Rijn en Schiekade te verhuizen. Wat een hoop spullen hebben we toch, en ik heb niets van dat alles ook maar één minuut gemist. We nemen ons voor om weer veel weg te doen. De rest van de dag zijn we bezig met verhuizen en uitpakken. ’s Avonds weer eens pizza gegeten. ’s Avonds gaat Myrthe in haar eigen bed slapen en Wouter op de logeerkamer omdat zijn bed nog in elkaar gezet moet worden. Nadat ze en half uurtje op bed liggen komt Wouter weer naar beneden, hij vindt het eng om alleen zonder Myrthe te slapen. Even later staat Myrthe ook beneden, ze vind het ook ongezellig zo zonder Wouter. Ze vinden samen snel een oplossing, ze slepen een matras naar Myrthe haar kamer zodat ze toch bij elkaar kunnen slapen. Sinds dat moment heeft Wouter helemaal geen haast meer met het in elkaar zetten van zijn bed, sterker nog hij maakt zich zorgen dat ie dan alleen op zijn eigen kamer moet gaan slapen… Dan zijn wij ook moe en gaan met een vreemd gevoel naar bed. Nu is het wel echt helemaal voorbij.

Dinsdag gaan we verder met uitpakken en breng ik ‘s-ochtends het busje terug. ’s Middags gaan we met de trein en de bus terug naar de boot. Aranka en ik vinden het wel lekker om nog even op de boot te zijn. Op de één of andere manier is het leven op zo’n schip heel eenvoudig. Je hoeft bijvoorbeeld nooit ver van huis te zijn, want je huis vaart gewoon daar naartoe waar je moet zijn. Als je iets nodig hebt, wacht je gewoon tot je in een haven bent waar je het makkelijk kan krijgen. En sjouwen met spullen hoeft sowieso niet want daar heb je helemaal geen plaats voor. Nu we thuiskomen stapelen de actielijstjes zich alweer op. Maar goed we gaan woensdag lekker meevaren met de Sail-In Parade. Wouter, Inger en Marja, de moeder van Aranka, varen ook mee. Gezellig!

Een schotel kibbeling waar Wouter’s hoofd nauwelijks bovenuit komt
Als we dinsdag aankomen in Scheveningen begint het net te plenzen. Het is al laat en we moeten nog wat eten en dus besluiten we vis te gaan eten bij Simonis. Aranka gaat vanuit de tram met Myrthe en Wouter direct naar Simonis en ik breng eerst nog even wat spullen naar de boot. Daarna kan ik met een leenfiets ook weer snel naar de andere kant van de haven fietsen. We zijn nog net op tijd en omdat we de laatste bestelling doen krijgen we enorme hoeveelheden vis. Zonder meer veel te veel om op te eten. Wouter zit achter een schotel kibbeling waar zijn hoofd nauwelijks bovenuit komt. We nemen wat overblijft maar mee, is ook lekker morgen tijdens de Sail-In Parade. Woensdag vertrekken we wat later dan gepland. We werden pas na acht uur wakker, blijkbaar hadden we wat slaap nodig. Er staat niet veel wind (2-3 Bft) maar als we de spinnaker zetten lopen we toch met vijf tot zes knopen naar IJmuiden. We varen op met een paar andere zeilboten die ook naar de Sail-In Parade lijken te gaan, maar die op de motor varen. Langzaam lopen we op ze uit en we halen ook andere op de motor varende zeilboten in. Toch lekker zo’n Spinnaker! Rond half één pikken we in IJmuiden Inger, Wouter en Marja op bij de jachthaven. We liggen aan lagerwal in een kommetje, mooi om eens met een loeflijn af te varen. Terwijl een aantal opvarenden nog zit te puzzelen hoe je hier nou weg moet komen draait de White Witch heel rustig bijna 180 graden tot ze mooi in de richting van de uitgang van de haven is gekeerd. Bij de sluizen is het erg rustig, we maken ons al zorgen dat de Sail-In parade al voorbij is. Alle grote tallships zijn tussen acht en twaalf uur vanochtend door de sluizen geschut die toen voor het overige verkeer gestremd waren. Maar als we voorbij het sluizencomplex zijn komen we gelukkig midden in de Sail-In parade terecht. We kijken onze ogen uit, naar de prachtige tallships. Veel schepen hebben hun zeilen op, wat het nog indrukwekkender maakt. Leuk zijn ook de schepen waar de bemanning op de zalingen staat. Inger en Wouter hebben taart meegenomen en tijdens de koffie halen we ook onze seinvlaggetjes tevoorschijn en maken een mooie pavoiseerlijn met vlaggetjes, dat ziet er feestelijk uit!

We genieten volop
We varen wat langzamer dan de grote tall-ships zodat de een na de ander voorbij komt varen. Alhoewel het wel druk is, is er voldoende ruimte om te varen en de sfeer is erg gezellig, kortom we genieten volop. Het weer werkt ook nog mee en in de loop van de middag breekt het zonnetje door. Halverwege zien we Susanne Duin van de Bruynzeelhaven waar we vorig jaar een paar maanden konden liggen. Ze nodigt ons uit om even langs te komen op de haven. Als we een paar uur later langs de Bruynzeelhaven komen meren we af in een box die nog vrij is en kletsen bij. Ze hebben onze voorbereidingen voor de reis meegemaakt en vinden het leuk om te horen hoe het gegaan is. Ook horen we nu van degene die met de Antares is meegevaren naar Suriname hoe het hun vergaan is. Leuk en gezellig weerzien. Na een uurtje gaan wij verder, hopelijk is de Oranjehaven (normaal IJ-haven) nu niet meer gesperd en kunnen we langs alle tallships varen.


Bij het station gaan Inger en Wouter van boord. Een sloepje met een paar vrolijke lui wil ze wel even aan de kant zetten. Marja blijft aan boord en vaart mee naar Lelystad waar de White Witch morgen de kant op gaat. Een vroege winterstalling, want we verwachten eigenlijk niet dat we dit jaar nog veel gaan zeilen. We hebben er wel voldoende mijlen op zitten en Myrthe en Wouter hebben nu ook wel zin in andere leuke uitstapjes.

Laatste tallships is afgemeerd
Wij varen met Marja door en moeten nog even wachten bij de Oranjehaven totdat één van de laatste tallships is afgemeerd. Bij dat wachten is het wel echt druk en is het goed dat we fenders uit hebben gehangen. Aranka moet ook nog een paar keer met de fenderbal een andere bootje afhouden, maar de sfeer is heel gemoedelijk. En dan is de Oranjehaven vrij en kunnen we in een gezellige drukte langs alle tallships varen. Indrukwekkend als je ze zo bij elkaar ziet liggen. We zien ook nog een duikboot en als we weer uit de Oranjehaven varen komt net het laatste tallship binnenvaren. Je moet het maar doen, tussen die honderden bootjes zo’n enorm schip afmeren.

In de verte zien we het vuurwerk
Het is inmiddels rond achten als we de Oranjehaven verlaten en we varen richting de Oranjesluizen. We hoorden dat het daar ’s middags heel erg druk was, maar wij kunnen nu zo de sluis invaren en ook de Schellingwouderbrug draait net als we aan komen varen. We motoren nog tot we echt op het Markermeer zijn en dan kunnen we zeilen. Het water is spiegelglad en het is opmerkelijk hoe rustig het hier is, maar een half uurtje varen van de enorme drukte in Amsterdam. Er staat maar zeven knopen wind, maar de wind komt gunstig in waardoor de schijnbare wind wat meer is en we toch vier knopen lopen. Na anderhalf uur varen we de haven bij de Blocq van Kuffeler in en gooien ons ankertje uit. Het is een prachtige avond en de kids en Marja slapen al. Samen met Aranka kletsen we nog wat na met een glas wijn. In de verte zien we het vuurwerk dat bij Sail Amsterdam wordt afgestoken, maar verder is het stil en rustig. Prachtig! Het was vandaag een drukke, maar ook ontzettend leuke dag. Zo met de Sail-In parade mee te varen voelt als een mooie afsluiting van Onze Zeilreis. Het blijft een vreemd gevoel om terug te zijn. Enerzijds is het fijn om iedereen weer te zien en weer in ons huis te wonen, maar we missen ook het lekker ongecompliceerde leventje op de boot. Het is ook voor ons tijd om maar eens naar bed te gaan. Morgen zetten we de boot op de kant en dan is het echt helemaal over en uit!

Oost-West Thuis Best II

Gisteren zijn we om drie uur vertrokken uit Whitby. Het was ook tijd om te vertrekken want het regende en het was koud. Het is in Engeland niet zulk slecht weer geweest als in Nederland, maar het was nat genoeg om weer uit te zien naar een paar dagen Nederlandse zomer!

We hadden de eerste uren flinke stroom mee en zijn daardoor goed opgeschoten. Sommige stukken liepen we wel 10 knopen. Het was wel weer een beetje bumpy, maar de chili con carne heeft alle magen aan boord goed gevuld en gestabiliseerd. In de nacht was het zigzaggen tussen de boorplatform door. Ongelofelijk zoveel als er hier staan.

Vandaag gaan de kinderen een feestje bouwen, omdat het de laatste dag varen is. Ze gaan zelf koken en hebben uiteraard alleen maar lekkere dingen in gedachten. Erg leuk.

Als alles goed blijft gaan komen we zondag 16 augustus om 12 uur ´s middag Nederlandse tijd aan in de jachthaven van Scheveningen. Tot binnenkort!

Honderd zeehonden en zwanen!


Honderden zwanen in Berwick upon Tweed:
We varen van Peter Head naar Berwick upon Tweed (105 mijl) gedurende de donderdagnacht en komen vrijdag ochtend 7 augustus aan om 9.00 uur in de ochtend. De nacht was prachtig met sterren en een lekker windje. Maar vlak voor Berwick upon Tweed vraag ik me af of we daar echt wel naar binnen moeten varen. In de Reeds (de zeilbijbel) staat dat je er alleen binnen kan varen met lokale kennis, omdat de zandbanken zo vaak verplaatsen. Roelof lijkt niet zo onder de indruk omdat het hoog water is. Dus wij gaan toch maar, ook al hebben we geen lokale kennis. Er staat een beschrijving in de pilot hoe je rotsen kan ontwijken en dat je vlak langs de damwand moet varen en welke bochten je moet maken om alle zandbanken te ontwijken. Als de lichtenlijn wel erg dicht langs een zandbank gaat wijken we maar een stukje uit, blijkbaar zijn de bakens nog niet aangepast na de laatste verschuivingen van de zandbanken. Mooi dat we met hoog water aankomen anders was het af en toe wel weinig water geweest onder de kiel. We komen in het bassin terecht, niet echt een haven, maar een bak met hoge wanden waar met name vissers liggen en een heleboel zwanen zwemmen. Er licht één ander Nederlands schip de “Come Di”, maar de bewoners zijn niet thuis. De havenmeester is een druk baasje en geeft aan dat we het beste aan deze andere zeilboot kunnen aanmeren. Dat doen we dan maar. De kinderen weten oud brood in de koelkast te vinden en lokken zo mogelijk alle honderd zwanen naar de boot toe. Ze knorren en grommen en het is verbazingwekkend hoe lang de meeuwen het aandurven om tussen deze sierlijke dieren proberen mee te dingen voor een paar korrels brood. Er wordt wel naar ze gehapt en als er te veel zwanen om ze heen zitten durven de meeuwen toch echt niet meer.
Als wij denken dat ons schip goed ligt met lange lijnen naar de kade, zodat we nog 4 meter omhoog en omlaag kunnen zakken gaan we direct het dorpje in op zoek naar het treinstation. Het is een klein uurtje naar Edinburgh en we zien voor zover we niet in slaap dommelen het prachtige glooiende goudkleurige landschap met halmen langs ons heen trekken.

Edingburgh:

In Edingburgh is het heel druk, want er is toevallig een international festival gaande. Er staan allemaal artiesten op straat om hun kunsten te laten zien, zodat mensen een ticket kopen voor een optreden in de middag of avond. Wij wandelen wat rond en genieten van de gezellige sfeer en de statige en oude gebouwen. Het is een leuke stad.
Omdat het al middag is en we echt het Edingburgh castle willen zien gaan we daar eerst naar toe. Voor het castle vertelt Roelof nog een verhaal over vroeger van zijn fietsvakantie. Toen is hij hier ook met zijn ouders geweest. kennelijk was er toen een groen grasveld voor het Edingburgh castle, maar dat is er helaas niet meer. Zijn vader is toen in het gras zijn trouwring verloren. Het was zo druk dat zoeken niet echt wat opleverde. En ze zijn later in de avond terug gegaan om nog eens te zoeken. Iemand van het kasteel vroeg toen “Kan ik u ergens mee helpen” en Kees legde uit dat hij zijn trouwring was verloren. En de man wees in het gras en zei: “Daar zie ik hem”. Wat een mazzel zeg, want dat moet zoeken naar een speld in een hooiberg zijn geweest.

We bekijken het kasteel en de kinderen spelen samen weer riddertje en prinses. Maar ze zijn heel erg onder de indruk van de kroonjuwelen, die hier liggen van de Schotse troon. Het gaat om een kroon, een scepter en een zwaard. En ze kunnen zich helemaal een voorstelling maken van hoe het kronen zou moeten gaan en hoe die juwelen al die jaren bewaard zijn gebleven, zelfs honderden jaren verborgen in een kist.
Die middag gaan we ook nog naar een internetcafé. We hebben een afspraak met juf Ineke Hoffies van de wereldschool om te skypen. Het onderdeel spreekvaardigheid kunnen we daarmee afronden en dan is de wereldschool echt klaar. De kinderen hebben ieder apart een heel erg leuk gesprek met hun juf en het is jammer dat we juf Ineke Hoffies eigenlijk niet ook een keer in het echt ontmoeten. Ze is best nauw met ons bezig geweest en ook heel erg betrokken bij onze reis; bijzonder wetende dat we alleen digitaal contact hebben gehad via mail en skype.
Daarna gaan we Edingburgh nog even in en de kinderen mogen hier een laatste kado van onze reis uitzoeken. Myrthe heeft eigenlijk vrij snel haar keuze laten vallen op een schots rokje. Maar wat heeft Wouter moeite met het maken van een keuze. Hij is bang dat hij iets verkeerds kiest. Maar hij wil al een tijd graag een doedelzak en warempel vinden we hier eentje. En hij besluit dat hij dat mee gaat nemen, om thuis in een reismuseum aan iedereen te laten zien en als herinnering aan Schotland.


Overal zeehonden, het lijkt wel de waddenzee!
Zaterdag 8 augustus leggen we in de ochtend de 15 mijl af naar Holy Island. Het is niet ver en je ziet het al liggen. Maar het is net niet bezeild en we moeten met 1 slag kruisend er naar toe varen. Bij Holy Island is een ankerplek, waar je via een geultje naar toe kan komen. We hebben flinke stroom tegen (3 knopen) en bedenken hoe we hier gaan ankeren. Ons Rockna anker houd weer in één keer goed, maar we leggen er toch ook ons tweede anker neer, zodat we als de stroomrichting draait daar op hangen en het Rockna anker niet steeds 180 graden hoeft te draaien in de bodem.

Wat een leuk plekje is dit. De zeehonden zwemmen om ons heen en op het eiland zie je een kasteel liggen op de enkele rotsen in het verder vlakke landschap. We maken dus snel de dinghy klaar en gaan eens kijken. We wandelen in het zonnetje door het graslandschap, maar helaas is het kasteel al gesloten. Maakt niet uit, dan kijken we even bij het Engelse tuintje met uitzicht op het kasteel. De kinderen vinden het heerlijk in het hoge gras en rollen en dollen er doorheen. Daarna gaan we via het dorpje terug. Naast het dorpje ligt nog een oude ruïne van St. Mary’s Chapel Belfry, waar monniken leefden.

Het grappige is dat Holy Island best toeristisch is. Echter is het een soort schiereiland, waarvan de toegangsweg alleen bij Laagwater en enkele uren daaromheen toegankelijk is. Het is er dus uiterst rustig met Hoogwater en dan zijn wij er wel en de toeristen niet!!

We kijken steeds of ons schip er nog goed bij ligt, want de stroom is gedraaid terwijl wij op de kade staan. Maar alles gaat goed en als we terug komen bij de dinghy liggen er nota bene 3 Nederlanders in het baaitje. Onder andere ook het schip, Come Di, waar wij langszij lagen in Berwick upon Tweed en Perjan en Linde nodigen ons uit om na het eten even iets te komen drinken. Nou dat doen we. Gezellig langs bij vader en dochter Moors.’s Nachts hoor je de hele tijd de zeehonden rond de boot. Het lijkt een soort huilen en klinkt bijna als het ruisen van de wind door de bomen. Alleen staan er geen bomen, maar liggen er wel veel zandplaten. Het geeft Holy Island een heel uniek sfeertje.


Wouters wilde haren zijn weg!
Zondag knipt Roelof Wouter zijn haren. Het wordt best weer kort en zo lijkt hij weer op zijn neef Tijn. Helaas doet Wouter er een dagje later nog een duitje bovenop. Hij ziet dat zijn kruin rechtovereind staat en knipt het zelf nog even wat bij!!! Nu heeft ie een gekke kale plek op zijn hoofd. Maar is zeer tevreden met het resultaat.
Verder doen we de zondag niet veel. We zijn moe van het steeds maar doorvaren (sinds we vertrokken van het eiland Mull) en zijn blij om nu even een pauze te hebben. De nacht doorvaren van 6 augustus heeft op mij ook altijd wel zo zijn effect. Daarnaast werkt het idee dat we steeds dichter bij huis komen en de reis bijna voorbij is ook wel een beetje beklemmend. Heus ik kijk echt uit om iedereen terug te zien. Maar ik begin al bijna weer actielijstjes te maken, wetende dat we een heleboel dingen moeten doen als we weer thuis zijn. Maar gelukkig weet Roelof me nog tegen te houden. Kortom een rustdag, veel lezen en we zijn Holy Island nog op geweest en hebben het castle van binnen bekeken. Dat was erg leuk, want nadat het vroeger een fort is geweest, is het een hele lange tijd bewoond geweest tot ca. 40 jaar geleden. Alles is nog geheel ingericht zoals het 40 jaar geleden is achtergelaten. Leuke stap terug in de tijd.

Regen en 30 knopen wind:
Maandag 10 augustus is een regendag en gaan we niet eens van boord. We willen vertrekken om 21.00 uur in de avond naar Whitby. We zien een mooi weergaatje om de nacht droog te varen en de 80 mijlen af te leggen met wind uit het Zuidwesten (halve wind). Echter overdag twijfelen we of het een goed weergat is, want er staan plotseling 30 knopen wind op onze ankerplek (= 7 Bft). Dat is niet voorspeld. We gaan eerst maar eens even avondeten en gelukkig zakt daarna de wind. Dan durven we wel te vertrekken.
Het was heerlijk zo’n paar dagen rust bij dit heerlijke eiland. We zullen de zeehonden en hun gehuil missen. Toen Roelof het anker ophaalde kwamen de zeehonden nog nieuwsgierig kijken en ééntje ging zelfs met het ankerbolletje spelen. Wat een leuke dieren zijn dat toch.
We varen met zonsondergang langs de Farne eilanden en daarna gaan onze wachten in. Roelof neemt zoals altijd de eerste wacht (en mazzelt met een bezoek van dolfijnen) en ik neem het heel vroeg in de ochtend over. Best lastig om te slapen, terwijl ons schip zo schuin vaart. Myrthe en ik liggen samen in het achteronder. Uiteindelijk ga ik tegen de schuine kant liggen en komt Myrthe tegen mij aan liggen. Dan vallen we eindelijk allebei in slaap. Om 3.00 uur neem ik het van Roelof over. Inmiddels zijn alle riffen uit het zeil en vaart het schip met 7 knopen op het doel af. Om 8.00 uur valt echter de wind weg. Dan is het nog maar een paar mijlen. We maken geen haast, want de brug gaat pas om 12.45 uur open. De entree van Whitby is erg leuk, het ziet er heel gezellig uit. Om 10.00 uur liggen we te wachten aan de steiger voor de brug tot die open gaat. De brug gaat alleen open met HW +/- 2 uur, omdat het een hele oude brug van meer dan 100 jaar is en verzekeren bij vaker open en dichtgaan niet lukt!

We lopen even rond in het plaatsje Whitby, doen wat boodschappen en bespreken met de havenmeester waar we kunnen liggen als we onder de brug door zijn. Een goed plekje aan de steiger. En wat leuk als we daar weer Perjan en Linde van de Come Di aantreffen. Dat is gezellig.

Een verwenavond
We bellen ook Peter en John (van het zeilschip Pilgrim) om te vertellen dat we zijn aangekomen en hun uitnodiging om te komen eten is nog steeds van kracht. Ze komen ons om 16.00 uur ophalen en we rijden naar Middlesbrough nar het huis van Peter en Cathy. Het is erg leuk om de lieve vrouw Cathy te ontmoeten van Peter. De kinderen voelen zich direct bij hen thuis en spelen met het speelgoed wat zij hebben liggen voor hun kleinkinderen. Ook rennen ze als dollen door de tuin en zitten vrijwel meteen hoog in de boom en in de boomhut. Wat een leuk dorp zo midden in het groen waar Peter en Cathy wonen.
Als John en Shirley klaar zijn met de voorbereidingen gaan we naar ze toe. Ze hadden een reparatie aan de waterleiding en badkamer en hadden de hele dag geen water gehad. Toch hadden ze het klaargespeeld om een heerlijke maaltijd voor ons allemaal te maken. Het was ontzettend gezellig en John en Sylvia verwennen ons zeer. Wat een lief echtpaar is dat en wat ondernemend nog met hun leeftijden. John had met zijn 77 jaar al indruk op ons gemaakt terwijl hij met Peter meezeilde. Maar Sylvia doet er niet voor onder, ze maakt allemaal schilderijen en speelt piano, gitaar en harp. En op Myrthe’s verzoek laat ze wat horen van de harpmuziek. Een heerlijk verwende avond, waarna John en Sylvia ons ook weer de 45 minuten naar huis/White Witch rijden in Whitby. Wat een lieverds.

Harry Potter spelen:
Woensdag 12 augustus willen we iets meer van Whitby zien. Er rijdt een stoomtrein en daar hebben we wel zin in. We nemen een retourticket naar Goathland. De kinderen vinden het geweldig met deze stoomtrein, want deze is gebruikt in de Harry Potter film. Als de conducteur is langs geweest mogen ze van ons in een lege coupe, eerste klas zitten en uiteraard spelen ze Harry Potter. We rijden door een prachtig glooiend Moors landschap met weilanden en kleine dorpjes en een rivier, waar elk jaar in november en december de zalm nog eitjes legt.
In Goathland stappen we na een uurtje uit en lopen het kleine dorpje in. Het dorpje is heel schattig en pittoresk en is ook gebruikt in een zeer geliefde televisieserie in Engeland “Heartbeat”. Het is wel toeristisch en niet meer dan een paar huizen in één straat, maar het heeft een heel gemoedelijke sfeer. Ook het perronnetje herkennen de kinderen uit Harry Potter film 1 en is schattig. En alle medewerkers die hier werken om deze stoomtrein op de rails te houden en alle toeristen iedere dag te helpen doen hun werk met veel plezier. Een traditie die de Engelsen met verve in stand houden!


Met dezelfde stoomtrein gaan we 2 uur later weer terug naar Whitby. Daar lopen we nog even rond door het plaatsje. Het is behoorlijk druk, maar dat heeft misschien ook wel te maken met het festival wat vanaf 14 augustus begint (zeilraces). Precies de dag dat wij plannen om te vertrekken. Er is ook een actieve roeiclub en ik zie de pilot-gigs over het zeewater glijden en krijg prompt heimwee naar mijn sport in Nederland.
We halen heerlijke fish and chips bij een drukke zaak die John en Sylvia hebben aanbevolen. Er zijn hier Fish & Chips zaken waaronder twee restaurants die hiermee in de prijzen zijn gevallen als beste van Engeland. En het is zo’n mooie avond dat we het meenemen en lekker achter in de kuip oppeuzelen.
Die avond komen PerJan en Linde nog even langs (en wordt er kwartet gespeeld), totdat onze kinderen zo ongedurig zijn en giechelen, springen en klieren dat ik ze het liefst in bed stop zodat de stilte terugkeert.

Laatste lessen Geobas, Natuur en Bij de Tijd:
Roelof houdt het nog steeds vol om de Aardrijkskunde, Geschiedenis en Biologie van groep 6 met de kinderen door te nemen. Het is “het pretpakket” en iedere dag doen ze zeker 1,5 tot 2 uur. Doordat we zelf nu ook zo betrokken zijn bij de inhoud van deze lessen kunnen we de kinderen op de route die we varen ook in de praktijk dingen laten zien die in hun leerboeken staan. Zo hebben ze b.v. open mijnen kunnen zien en de sporen van varens. Als je niet weet wat er in hun leerboeken staat is het lastig om met de praktijk aan te sluiten, een leuk voordeeltje dus van homeschooling. Ze hebben echt bijna alles af. En wat kijken ze uit naar een laatste week echt vrij.
Maar de kinderen zijn bijna niet meer van de boot af te krijgen. Ze hebben heel veel zin om naar huis te gaan. Wouter wil niet zozeer naar huis, maar gewoon naar Bas. Myrthe is wat ingetogener, maar wat kijkt ook zij er naar uit. En dat terwijl Roelof en ik zo lang mogelijk proberen te genieten van onze omgeving en Whitby. We hebben nog één laatste dag om die te besteden en gaan in de middag dan maar samen op pad. We lopen de heuvel op en gaan naar de kerk en de ruïne van een klooster. En we leren dat op deze locatie belangrijke bestuurders van de Engelse kerk al in 600 na Christus samen kwamen en besluiten namen. Het is ook een hele mooie locatie waar het klooster staat en de kerk maakt indruk door de oude grafstenen die eromheen staan en al heel oud zijn.

Daarna lopen we over de brug en gaan naar de hele andere kant van Whitby en zien het monument van Captain Cook. In Whitby is ook een Captain Cook museum, want hij heeft vanaf zijn negende jaar hier gewoond en zijn opleiding tot schipper genoten. De schepen waarmee hij zijn drie zeilreizen heeft gemaakt, zijn in de werf van Whitby gebouwd. En zijn ontdekkingsreizen, medio 1777, naar Australië, Nieuw Zeeland en Canada hebben de geschiedenis mede gevormd. Het monument vinden wij leuk om even te zien, met prachtig uitzicht op Whitby en op zee. Maar het museum slaan we even over, dat bewaren we voor een andere keer. Whitby is echt een veel te leuk plaatsje om niet nog eens terug te komen.
We dachten de laatste avond gaan we uit eten. Maar uiteindelijk doen we boodschappen en eten gewoon aan boord. De kinderen zijn toch niet meer van de boot af te plukken. Als we terug zijn staat Wouter wel op het dek “Zijn jullie daar eindelijk weer”, “Het is wel een beetje een troep hoor binnen, want we hebben een beetje gestoeid”. Wat een understatement, maar we hebben een gezellige laatste avond aan boord in Whitby. En we hopen dat de wind vrijdag 14 augustus afneemt, naar het Noorden draait en dat wij onze reis naar Nederland kunnen aanvangen.
Lees verder

Oost-West Thuis Best!

Aan alle mooie reizen komt ook weer een eind. Enerzijds jammer, maar ook fijn om terug te gaan naar alle vrienden en familie. Wij genieten nu nog volop in Whitby, een erg leuk plaatsje aan de Oostkust van Engeland, maar we moeten zo langzamerhand gaan nadenken over de terugreis naar Scheveningen. Zoals het weer er nu uitziet willen we vrijdagmiddag 14 aug. vertrekken uit Whitby. Er staat dan een westelijke wind die ons in ongeveer twee dagen naar Scheveningen zou moeten blazen. We komen dan zondag overdag aan in Scheveningen, we zullen onze blog onderweg nog wel updaten hoe het gaat en wanneer we precies verwachten aan te komen. Tot binnenkort!

Mc Crevy en Mc Myr


Miljoenen gouden munten
Als we aankomen op Mull in Tobermory is het al laat in de middag. We zien een rijtje kleurige en vrolijke huisjes langs het water staan die er vrolijk uitzien. Volgens een de overlevering ligt hier in de modder het wrak van een Spaans oorlogsschip dat hier na een explosie gezonken is en waar nog miljoenen gouden munten aan boord moeten liggen. Er is er nog nooit een gevonden…

Als we afgemeerd zijn en de haven betaald hebben loop ik met Aranka het plaatsje in. Wouter en Myrthe hebben in analogie met het Dolfje Weerwolfje boek “Meermonster” een schotse naam verzonnen. Ze heten nu McCrevy en McMyr. McCrevy en McMyr blijven als wij een wandelingetje maken liever op de boot. Tobermory is een leuk plaatsje, we proberen een autootje te huren voor woensdag maar de autoverhuurder is al dicht, dan maar morgen ochtend proberen. We lopen langs wat toeristenwinkeltjes die een onuitputtelijke aantrekkingskracht hebben op Aranka, en doen nog een paar boodschappen bij de supermarkt. Ik moet hier vroeger toen ik de leeftijd had van McMyr ook geweest zijn toen ik samen met mijn ouders en broers door Schotland fietste, maar ik kan met dit plaatsje niet voor de geest halen, wel kan ik me nog rotsen vol met vogels herinneren en dat ik een net nieuw jack had laten liggen (maar dat kan ook op een ander eiland geweest zijn) wat toen natuurlijk een groot drama was. Ik ben benieuwd wat McCrevy en McMyr zich later van Mull herinneren.


Single lane roads
Woensdag 29 juli sta ik vroeg op om een autootje te huren. We hoorden al dat er een cruiseschip was vandaag en dat de auto´s wel eens allemaal verhuurd zouden kunnen zijn. Als ik op de steiger stap zie ik inderdaad al hele drommen toeristen die met kleine bootjes naar de kant gebracht worden. Als ik -nog net voor de drommen toeristen- bij de autoverhuurder kom zijn alle auto’s inderdaad al verhuurd. Dan maar voor donderdag want we willen Mull wel graag zien. Als ik vraag of ik de auto ook al woensdag avond kan ophalen vertelt een van de toeristen dat ze de auto al voor twaalf uur ‘s-middags weer inlevert omdat het cruiseschip om twaalf uur alweer vertrekt. Dat is pas echt een bliksem bezoek… Maar voor ons prima dan hebben we de hele middag en avond om rond te kijken.

Daarna lekker verse croissantjes gehaald bij de Co-op en nadat iedereen wakker is en ontbeten heeft doen we een paar blokken Geobas voordat we samen het plaatsje inlopen. Om twaalf uur staat de auto klaar en dan vertrekken we ook meteen. We rijden eerst richting Loch Tuath over een mooi smal weggetje. Ze hebben hier single lane roads wat betekent dat als je een tegenligger tegenkomt één van de twee moet wachten bij een passeerpunt of als er geen meer is je even achteruit moet rijden. Grappig en ook geen probleem want er rijden hier maar heel weinig auto’s. We stoppen op een paar mooie uitzichtpunten met prachtige uitzichten over ruige heuvels begroeid met gras en bomen. We ontdekken al snel dat het “rondje Mull” wel wat ver wordt en stellen ons plan bij. We rijden door naar Loch Scridain en slaan het eiland Iona dan over en rijden door naar Duart Castle een prachtig oud kasteel waarvan veel ruimtes zijn ingericht zoals ze vroeger ook waren. Kleden aan de muur en meubels. Dat geeft toch een heel ander beeld dan de grijze stenen kastelen die je normaal ziet. Zo kan ik me wel voorstellen dat het hier goed toeven moet zijn geweest. Gisteren waren we hier ook al langs gevaren. Het kasteel ligt prachtig op een punt waar verschillende Loch’s bij elkaar komen. Het valt op hoe leeg de rest van Mull nog steeds is. Ik kan me zo voorstellen hoe hier vroeger mensen van kasteel naar kasteel trokken door de bergen en het doet me denken aan het boek “Een Brief voor de Koning” wat McCrevy en McMyr als luisterboek hebben.


Heuveltje op, heuveltje af
Daarna rijden we door naar het andere kasteel van Mull, Glengorm Castle. Dit is nog privé eigendom en wordt gebruikt als hotel en trouwlocatie. We kunnen het dus niet van binnen bekijken, maar we maken er een mooie wandeling met uitzicht op de westkust van Schotland. Het is prachtig weer en met de lage zon is het een prachtig gezicht. We komen langs de Glengorm Standing Stones, grote stenen die rechtop staan in een cirkel vanuit de tijd van de eerste bewoners van Mull. McCrevy en McMyr kunnen heerlijk door het gras rennen en rennen heuveltje op heuveltje af. Daarna lopen we langs de heuvel waarop ooit Dun Ara Castle stond en waar vroeger de scheepvaart rondom Mull in de gaten werd gehouden. Er is niet veel meer van over, maar het uitzicht is prachtig. Daarna lopen we door en lopen rond het Glengorm Castle terug naar de auto. Als we weer terug zijn in Tobermory wandelen we even door het plaatsje en eten we heerlijk in een Pub. Om tien uur ’s Avonds moeten we weg, want kinderen mogen na tien uur niet meer in de pub. Goed want het is de hoogste tijd voor McCrevy en McMyr om naar bed te gaan.


Typisch Britse humor
De volgende ochtend (donderdag 30 juli) gaan wij ook weer verder naar Corpach waar het Caledonisch Kanaal begint. Via het kanaal varen we van west naar oost Schotland. Het eerste stuk kunnen we deels zeilen maar we moeten ook stukjes motoren. We zien Duart Castle nog in de verte liggen als we vanuit de Sound of Mull Loch Linnhe invaren. Bij Corran Point is een versmalling in het Loch waar het hard stroomt. Gelukkig hebben we stroom mee en spuiten we met vijf knopen stroom mee door de versmalling heen. Als we voorbij de versmalling zijn zie ik de keerstromen goed en ik zorg dat we in de hoofdstroom blijven zodat we zo lang mogelijk de stroom mee hebben. Hier draait de wind ook naar pal van achteren en ik zet de spinnaker zodat we nog een uurtje heerlijk kunnen zeilen voordat we bij Corpach aankomen. Het is dan al na vijven en de zeesluis wordt pas weer morgenochtend bediend. Er ligt al een Engels schip aan de wachtsteiger en dus moeten we langszij. Als we vragen wanneer zij weg gaan blijken zij al door het kanaal heen te zijn geweest en morgen ochtend om zes uur te vertrekken. We wisselen dan maar even van plek zodat wij aan de steiger liggen en zij langszij zodat ze ’s ochtends makkelijk kunnen wegvaren en wij nog even kunnen doorslapen. ’s Avonds drinken we nog wat samen met onze buren en genieten van de typisch Britse humor voordat we naar bed gaan.

Verse croissantjes en een stokbrood
Vrijdag ochtend sta ik om zeven uur op. Er is dan nog niemand bij de sluis maar er komt wel een Noors schip, een 49 foot Ovni, aanvaren die ik help met afmeren. Aan boord is een Noors gezin met drie kinderen. Als ik het plaatsje Corpach inloop is de supermarkt al open en ik koop verse croissantjes, een stokbrood en nog een gewoon brood. Dat hebben de Engelsen dan weer wel van de Fransen overgenomen, goede croissants en lekker vers stokbrood. Als ik terug kom is er al iemand van de sluizen en 10 minuten later kunnen we de zeesluis in. In de zeesluis gaan we nog niet veel omhoog, deze is er vooral om het eb en vloed verschil te compenseren. In ze zeesluis moeten we een half uurtje wachten want er komt nog een (ook Noors) jacht aan. Als ik betaal voor het kanaal krijgen we een forse korting omdat we ook al door het Crinan Canal zijn geweest. Er is nog voldoende tijd over, kan ik nog mooi even douchen. Er zijn hier net zo als bij de meeste sluizen keurige toiletten en douches voor als je er overnacht.

Neptune´s Staircase
Nadat we door de zeesluis heen zijn, varen we nog door een dubbele sluis voordat we beginnen aan “Neptune´s Staircase”, acht aaneengeschakelde sluizen waarbij er tussen twee sluizen maar een paar sluisdeuren zit. Er kan dus maar een richting tegelijkertijd door de sluizen. Neptune’s Staircase heeft acht sluizen achterelkaar. McMyr en McCrevy helpen mee door met de landvasten over de kant van de ene sluis naar de andere sluis mee te lopen en ze daar weer vast te zetten. Dat gaat prima, al moet er wel om de drie sluizen een tegen prestatie aangeboden worden. Maar met de nodige koekjes en drinken en een heus punten systeem waarmee ze een ijsje kunnen verdienen hebben we er met zijn allen een hoop lol in. Op de kant kijken een hoop toeristen die het allemaal erg interessant vinden. Vooral de Chinese toeristen zijn vermakelijk, ze willen allemaal weten wat het kost, als je dan vraagt wat ze bedoelen hebben ze geen idee, door het kanaal varen of een schip, het maakt ze niet uit als ze maar een bedrag horen.

Typisch Schots weertje
Na Neptune´s Staircase varen we door, het weer is bewolkt, maar het is droog, dus dat is al helemaal niet slecht. We varen samen met de twee Noorse boten en nog een onderhouds schip dat de sluizen onderhoudt, een vierkante bak met drie erg vrolijke Schotten erop. Om drie uur zijn we door de sluizen en de brug van Gairlochy en vinden we het wel mooi geweest. We meren af en dan begint het vrijwel direct te regenen en daar houdt het de rest van de dag ook niet meer mee op. Nou ja, typisch Schots weertje wat ons Hollanders ook niet vreemd is. De rest van de middag doen we nog een paar blokken Geobas en daarna gaan we Monopoly spelen. Helaas duurt dat altijd zo lang dat we voordat het is afgelopen alweer moeten stoppen omdat we aan dezelfde tafel ook moeten eten. Aranka kookt lekkere Chili Con Carne en ’s avonds spelen we nog een spel Monopoly totdat McCrevy het niet meer leuk vindt en we stoppen, want het is tenslotte voor de lol.

Zaterdag vertrekken we rond negen uur en we kunnen een heel stuk zeilen over Loch Lochy. Dat is lekker, bovendien is het weer ook een stuk beter dan gisteren. Er valt nog wel af en toe een buitje, maar de zon laat zich ook vaak zien en dan is het meteen lekker warm. Het is een prachtige tocht om zo over het meer te varen.

Het Caledonisch Kanaal is in totaal 60 mijl lang, maar het grootste gedeelte (38 nm) bestaat uit Lochs of meren die gevormd zijn door een gletsjer. Het hoogste punt is Loch Oich en is slechts 32 meter boven zee nivo. Bijzonder dat je dwars door Schotland heen kan, wat nou niet bepaalt vlak is, en daarvoor maar 32 meter hoeft te stijgen! Het had dus niet veel gescheeld of Noord Schotland was een eiland geweest.

Tijdens een fietsvakantie
Na Loch Lochy gaan we verder omhoog door een sluis en dan komen we na een stukje kanaal op Loch Oich waar we ook weer een heel stuk kunnen zeilen. We varen nog steeds op met de Noren die sneller motoren dan wij, maar als wij zeilen lopen we weer op ze uit. Na Loch Oich is er nog een prachtig stuk kanaal voordat we bij Fort Augustus aankomen. Hier meren we tijdelijk aan de kade totdat we met de laatste lichting van 17:00 uur mee naar beneden kunnen. Omdat er erg veel bootjes zijn, worden er twee sluizen achter elkaar gevuld, die dan het trappetje van deze keer “slechts” vijf sluizen naar beneden gaan. De eerste lichting zijn alle huurbootjes die de sluiswachter liefst apart in de sluis heeft van de privé jachten, omdat er nog wel eens wat schade ontstaat met de huurboten. Als ik kijk hoe de huurboten de sluis in varen krijg ik wel een aardig beeld van wat de sluiswachter daarmee bedoelt… In Fort Augustus is het ook weer erg toeristisch maar ook wel gezellig. Het kan goed zijn dat ik ook hier al een keer eerder ben geweest tijdens een fietsvakantie. We zijn toen ook bij Loch Ness geweest en er staat me vaag iets van bij dat we toen van dit soort sluizentrappen hebben gezien. Grappig dat we er nu zelf met ons schip doorheen varen.

Als wij de sluizentrap afdalen helpen McCrevy en McMyr weer goed mee. Onderaan de sluizen meren we af aan het begin van Loch Ness. Toen we aankwamen waren de steigers waar je aan kan meren nog vrijwel leeg, maar nu is er nog maar beperkt ruimte. Wij liggen vooraan in de sluis en nadat we uit de sluis zijn maken we een mooie 180 draai en meren zo met de kop in de wind aan bij een van de laatste vrije plekjes. Samen met Aranka gaan we diesel halen bij de pomp die hier vlakbij onze steiger ligt. Nu moeten we wel genoeg hebben om weer naar Nederland te varen. Na het eten ga ik nog een ijsje kopen met McCrevy en McMyr, dat hebben ze met al het helpen wel verdiend!

Nog een heel eind
Zondag vertrekken we vroeg en varen het beroemde Loch Ness op. Het is prachtig weer. Maar er is helaas geen wind. Halverwege Loch Ness ankeren we bij Drumnadrochit waar ook weer een oud kasteel staat. Het is lastig om een goed plekje te vinden, als we net liggen blijken we toch een beetje dicht bij de vaarroute van een veerbootje te liggen dat toeristen naar het kasteel brengt. We zoeken een ander plekje maar vinden het niet. Net als we het opgegeven hebben varen we over een ondiepte van zes meter waar we het anker laten vallen. Aranka, McCrevy en McMyr gaan het kasteel bekijken en ik doe een klusje op de boot. De buitenboord motor zit vast op de hekstoel en sinds we hem daar hebben vast gezet op Bermuda is hij er niet meer vanaf geweest. Nu zit een van de klemmen muur en muur vast. Ik demonteer de motor van de motorsteun en dan kan ik de klem los wurmen. Ik had de klem al proberen te smeren met kruipolie (WD40) maar dat hielp niet. Door de klem te verwarmen op het fornuis en de bout die er doorheen loopt met water te koelen komt er ietsje ruimte en beweging in. Ik moet dezelfde truc nog en paar keer doen, voordat ik eindelijk de bout uit de steun los krijg. Als alles schoongemaakt is en gesmeerd loopt het weer als een zonnetje zodat we de buitenboord motor een volgende keer weer kunnen gebruiken. Nu moeten Aranka, McCrevy en McMyr nog terug peddelen. ’s Middags varen we verder over Loch Ness, we kijken nog uit naar Nessie, maar we zien alleen ons eigen monster McCrevy met zijn woeste haren. Na Loch Ness varen we nog een klein stukje verder tot Lock Dochgarroch waar we nog doorheen gaan en daarna afmeren aan een steiger. Het is prachtig hier en eigenlijk zou ik nog wel een dagje willen blijven liggen. Maar het is inmiddels 2 augustus en het begin van het schooljaar komt alweer dichtbij en we moeten nog een heel eind dus we besluiten toch maar om de volgende ochtend door te varen naar Inverness en dan ’s middags met hoogwater naar buiten te gaan en door te varen naar Lossiemouth. Als ik rondloop zie ik het Oakwood Restaurant dat allerlei prijzen heeft gewonnen. Daar wil ik wel meer van weten en het lukt nog om een tafeltje te reserveren. Om acht uur gaan we erheen en we eten heerlijk. Als toetje krijgen we stijf geslagen room met frambozen en natuurlijk… whisky er doorheen, zalig!

Halve meter in de bodem zakken
Maandag moeten we ook bij tijds op om door de volgende brug te kunnen. Die draait om acht uur en dan pas weer na tien uur. We komen keurig op tijd bij de brug en kunnen zo doorvaren. Dan is het nog maar een klein stukje naar Inverness waar we in de Seaport Marina afmeren. Hier doen we een paar blokken GeoBas (aardrijkskunde). Het is leuk dat veel van wat McCrevy en Mc Myr leren we ook in het echt zien, zoals een open mijn, verschillende landschappen en kwelders. We doen boodschappen in een enorme supermarkt en maken de boot klaar om weer echt te zeilen. Om twee uur ’s middags kunnen we door de zeesluis naar buiten. We hebben goede wind schuin van achteren. Het is nog 40 mijl varen, maar we hebben geen haast. We kunnen de haven van Lossiemouth pas om 23:30 in want anders is het nog te ondiep. We varen samen op met de Pilgrim waarmee we ook al het laatste stuk door het Caledonische Kanaal opgevaren zijn. Na het eten gaan McCrevy en McMyr slapen. We schieten al lekker op maar het laatste stuk gaat het langzaam als we tegenwind en tegenstroom hebben. Omdat we toch nog niet de haven in kunnen kruisen we het laatste stukje toch maar netjes op. Om half twaalf varen we de haven in door een smalle doorgang. We meren af aan het Visitor’s Pontoon en zien al direct dat we wel zo’n halve meter in de bodem zullen zakken met laag water. We worden nog uitgenodigd op de Pelgrim bij Pete en John. John is 77 jaar oud en een oud-collega van Pete en zeilt nog vrolijk mee. Ze zijn allebei loods (geweest) en kennen alle havens aan de oostkust en geven ons nog en heleboel nuttige tips. Rond twee uur gaan we terug naar onze boot en gaan we heerlijk slapen.

doe maar alsof ik precies weet wat ik doe
Dinsdag ochtend doe ik eerst school met McCrevy en McMyr terwijl Aranka lekker vers brood en scones haalt. Zien we ons schip steeds hoger uit het water komen. Blijkbaar is de ondergrond toch niet zo zacht als de havenmeester denkt. De voorpunt komt zeker veertig centimeter hoger te liggen maar achter blijft de boot drijven, zodat hij voldoende stabiliteit houdt en gelukkig niet omvalt of scheef gaat liggen. Als het weer hoogwater is varen we samen met de Pilgrim uit naar White Hills, dat 25 mijl verderop naar het oosten ligt. We hebben zuiden wind en schieten lekker op. Eind van de middag varen we White Hills binnen, een erg leuk klein haventje. We hebben de fenders aan bakboord hangen en er wordt ons door de vriendelijke havenmeester een plekje in de binnenhaven aangewezen. Er is hier erg weinig ruimte en de fenders hangen verkeerd om langs de kade af te meren. Bovendien moeten we er ook nog een keer uit en komt de wind van achteren dus ik besluit toch maar te keren terwijl er eigenlijk geen plek voor is. Door de voorpunt in een zij-kanaaltje te prikken probeer ik om, tegen de wind in en tegen de schroefwerking in, de boot te keren. Ik lach vriendelijk naar de havenmeester, die enigszins bezorgd naar ons kijkt en doe maar alsof ik precies weet wat ik aan het doen ben… Gelukkig gaat alles goed en liggen we even later netjes langs de kade. Aan de kade zit The Galley Waterfront Restaurant van een Nederlandse vrouw uit IJmuiden. Dat is bijzonder en we kunnen nog samen met de bemanning van de Pilgrim een tafeltje reserveren voor half acht. Voor de rest is het al vol. Eerst wandel ik nog even met Aranka door het plaatsje met prachtige goudkleurige graanvelden op glooiende heuvels om het plaatsje heen. We hebben een mooi uitzicht over de haven en over de graanvelden. ’s Avonds eten we heerlijk samen met Pete en John van de Pilgrim. Later kijken we nog naar het weer en er staat morgen een zuiden wind. Dat betekent dat we het eerste stuk naar het oosten goed kunnen varen. Vanaf Lackie Head zullen we de wind steeds meer tegen krijgen. We kunnen dan wat verder naar het oosten de zee in steken om zo om Rattray Head heen te kruisen. Bij Rattray Head staan vervelende golven bij stroom tegen wind wat wij morgen ook hebben. We besluiten wel te gaan en vertrekken om 12 uur, 2 uur voor hoogwater als er genoeg water staat om de haven uit te varen. Het eerste stuk gaat inderdaad heerlijk snel, we lopen meer dan zeven knopen door de gunstige wind en de stroom die we mee hebben. Als we bij Lackie Head komen worden de golven langzaamaan wat ruiger. Bij Rattray Head staan brekers midden op zee, maar we zeilen er goed doorheen. Als we overstag gaan richting Peterhead is het al beter bezeild dan we dachten en zo varen we toch soepel naar Peter Head. Omdat er nog veel golven staan vragen we toestemming om de zeilen pas in het beschutte water van de commerciële haven te strijken, dat is akkoord als we het vlak voor de jachthaven doen. Even later worden we vriendelijk ontvangen door de havenmeester en liggen we netjes aan de steiger. Alhoewel we de laatste dagen flink zijn opgeschoten is het nog een flink eind naar Nederland met iets meer dan een week te gaan. We besluiten daarom een nachtje door te varen en in een keer naar Berwick upon Tweet te varen, ruim honderd mijl zuidelijker. Vandaar kunnen we ook met de trein naar Edinburgh. Het alternatief is om naar Port Edgar in Edinburgh te varen, maar dat is wel een heel stuk om. We kiezen daarom om morgen te vertrekken naar Berwick upon Tweet. ’s Avonds nodigen we de bemanning van de Pilgrim uit voor het eten. Het is erg gezellig samen. Morgen gaan zij ook verder maar zij varen waarschijnlijk geen nacht door. Wel krijgen we nog een uitnodiging om bij John thuis te komen eten als we in de buurt van Whitby komen.

15 sluizen en 7 bruggen in het Crinan kanaal


“The Basking Shark”
Samen met de Tequilla en drie Engelse bemanningsleden (Bob, David en Michael), waren we vrijdag 24 juli naar binnen geschut het eerste bassin van het Crinan kanaal in, bij de plaats Ardishaig. De bemanning van de Tequilla zijn erg vrolijke lui en de gezellige humor van schipper Bob spreekt ons enorm aan en we blijven dus onderling contact zoeken.
Op zaterdagochtend (25 juli) wachten we eerst tot de andere jachten uit het bassin zijn weggeschut het kanaal in en gaan daarna zelf. De kinderen helpen mee met de sluizen openen en dicht doen, want dat gaat allemaal nog op eigen kracht. Vorig jaar was alles buiten de zeesluizen (de begin en eind eindsluis) nog gewoon zelfbediening, maar we zijn wel blij dat er bij elke sluis een helpende hand is. Het zijn veelal studenten. Het is nog best wat werk, bepaald niet saai. Het Kanaal is ongeveer 10-12 meter breed en de omgeving is prachtig groen. Het kanaal is eigenlijk maar 8 mijl lang en je wordt door 15 sluizen geschut, 7 omhoog (ca. 20 meter) en 8 naar beneden.
We hebben een waanzinnig mooie dag en genieten volop van de zon en de sluizen en de omgeving. Bij Cairnsbaan maken we een wandelingetje en treffen dan in een van de vorige sluizen de Tequilla weer, die hun motorprobleem waar we ze eerder mee aan de kant zagen liggen hebben kunnen oplossen. Ze vragen waar wij gaan aanmeren. En ze stellen voor ergens bij Dunardry te gaan liggen, dan mogen we bij hun aan boord komen eten. Nou dat klinkt natuurlijk erg gezellig en aanlokkelijk en kunnen we niet laten liggen. We kijken hoe ver we komen en bij sluis 11 gaan we aan een pontoon, waar even later Tequilla langszij komt liggen. We liggen net voor het hoogste niveau t.o.v. de zee, dat is 2 sluizen verder bij Dunardry.

We mogen Bob die gaat koken niet helpen. Hij gaat wat lekkers maken. het wordt macaroni met heerlijk vlees, tomaten en kaas erover. Erg lekker.
We kletsen en lachen heel wat af en David blijkt een hele goede tekenaar te zijn. Hij gaat met de kinderen aan de slag en krijgt hun volle aandacht te pakken. Het is heel leuk hoe de kinderen samen met hem proberen om dingen te tekenen. Het raakt Myrthe ook om zo samen met zo’n goede en aardige tekenaar bezig te zijn, want de dagen daarna probeert ze meer met tekenen te oefenen en geeft aan het leuk te vinden als ze daar wat meer in zou kunnen leren in Nederland. Dat past wel bij haar en ook David was onder de indruk van Myrthes talent om met veel details een tekening zo leuk te kunnen maken.
Ze noemen zichzelf en de Tequilla “the basking shark” (reuzenhaai) als grapje, omdat ze ook 10 meter lang zijn en evenveel wegen (5 ton) en ook zo’n enorme grote mond hebben (Bob). Maar de humor van Bob is niet op papier weer te geven, zo subtiel en zo geestig en heerlijk om zo’n avond zo te lachen.

Het Nederlandse zeilschip Aquilla:
Op zondag (26 juli) gaan we, zodra de sluizen in Dunardry weer starten, mee verder het Crinan kanaal af. De route verder gaat langs een prachtig natuurreservaat , wat we over de dijk heen in de diepte zien liggen. De rivier slingert zich door het landschap en af en toe wordt het heel smal. Gelukkig is er net als we een tegenligger krijgen een extra breed stukje in de rivier waar we elkaar net kunnen passeren. Dan liggen we voor de laatste twee sluisen naar buiten. Het is een gezellig plekje en we zijn er al om 12.00 uur. Dan begint het ook te regenen, zoals voorspeld en dat maakt verder trekken heel onaantrekkelijk.
Maar we ontdekken een andere Nederlands gezin met het jacht Aquilla in het bassin en we raken heel gezellig aan de praat en blijven hangen. Joep en Rick gaan Myrthe en Wouter ophalen en ondanks het leeftijd verschil hebben ze samen wel lol. Ik bak wat pannenkoeken en het is al snel 16.00 uur, dus dan kunnen we ook echt niet meer weg. Maar samen met Bram kijken we naar de route door diverse Whirlpools die ons buiten het Crinan kanaal staan te wachten en kijken goed naar de route en gevaren die we onderweg tegen kunnen komen en bedenken wanneer vertrek gunstig is om het getij mee te hebben. Is leuk om dat samen een beetje uit te dokteren.
De kinderen zijn zo blij weer een Nederlands schip met kinderen te treffen dat ze niet schromen om het logeren meteen op te rakelen. De jongens willen eigenlijk liefst op hun eigen Aquilla slapen, maar onze kinderen mogen bij hen aan boord slapen. En ze worden ook nog voor het avondeten uitgenodigd. Stelletje bofferts, dat ze het weer voor elkaar krijgen.
In dat geval betekent dat een avondje vrij voor Roelof en mij samen en wij gaan samen uit eten bij het lokale restaurantje. We eten een heerlijke vispot en mosselen.

Puilladobhrain, de poel van otters:
Maandag (27 juli) vertrekken we met de eerste sluis en schutten samen met de Tequilla naar buiten. Dat is heel gunstig voor ons om zo snel mogelijk buiten te komen en maximaal aantal uren stroom mee te hebben op de route. We willen 20 mijl verderop naar een ankerbaai varen Puilladobhrain, de pool van otters.
We roepen snel de kinderen, die nog logeren op de Aquila, want we hebben niet verwacht dat we om 8.30 uur al met de eerste sluis mee zouden kunnen. Ze hebben het heerlijk naar hun zin gehad en allemaal lekker geslapen. Eigenlijk heel erg jammer om weer zo’n leuk ander gezin te gaan verlaten, waar we in zo korte tijd zo leuk kennis mee hebben kunnen maken.
Buiten op zee is het rustig weer. Van de voorspellingen 5 Bft met uitschieters naar 6 Bft merken we echt weinig. We hebben wind en daar zijn we allang gelukkig mee. Zo’n 10-12 knopen wind uit het Noordoosten en we moeten dus aan de wind varen. Samen met de Tequilla varen we richting Dorus Mor, de eerste whirlpool voor vandaag. Maar gelukkig blijkt deze helemaal niet spannend. Het is wel grappig dat je aan het wateropervlak wel kan zien dat er enorme stroom staat; je ziet ook eddy’s die de andere kant op stromen en paddestoelen. Maar niets verstoort onze richting of onze reis, het werkt allemaal zelfs enorm mee. Na Doris Mor varen we langs de beruchte Corrywreckan. Maar we worden er niet ingezogen, want het is rustig vandaag en wij zeilen door naar de Sound op Luing en daar stroomt het nog een tikkeltje harder. We zeilen op een gegeven moment zelfs met 10 knopen vaart doordat we meer dan 4 knopen stroom mee hebben. Echt gaaf. En het lukt zelfs om de hele route te blijven zeilen. Twee keer moeten we even om een rots te ontwijken overstag en een klein stukje oploeven, waarna we onze route gewoon steeds hoog aan de wind kunnen vervolgen. Tot we bij de Puilladobhrain zijn. De ingang zien we maar net liggen, een smalle doorgang vlak langs de kust.
Op twee hopen stenen achter elkaar is met witte verf een lichtenlijn gemaakt die je naar binnen kan volgen. Erg handig, want het is ondiep, smal en je moet de kust bakboord echt op 2 meter afstand passeren. daarachter ligt werkelijk een hele mooie ankerbaai. We varen zoals de Tequilla ons heeft geadviseerd helemaal door naar achteren, zo ver als het kan. Daar ligt ook nog een grote boei in het water. We gooien het anker uit en genieten van dit plekje. Jammer dat er nu net weer drizzle begint. Even verderop zitten 10 zeekanoërs, die net weer instappen en vertrekken met een zeehond nieuwsgierig in het kielzog. Leuk hoor om hier te zeekanoën in dit gebied. We zien even later de Tequilla binnenkomen en zij gaan lekker aan de boei/mooring liggen. Allemaal maken we de dinghy klaar, want die is hier wel handig. Onze dinghy is na het opruimen in Bermuda toch wat achteruit gegaan. Hij zit vol schimmel en heeft een lekje door het schuren in de bakskist. Dat kunnen we nog repareren, maar de motor voor de dinghy krijgen we niet meer losgedraaid. Die is kennelijk echt door erosie helemaal vastgeroest. De WD40 olie helpt om één kant los te krijgen, maar de andere weigert. Nou dan wordt het maar peddelen.

Het eerste echte avontuur van Myrthe en Wouter na 1 jaar reizen:
Even later peddelen we naar de kant en wandelen het zompige veen/moerasgebied in. Het stikt er van de kleine steekbeestjes. Maar even later vinden we het pad naar de pub even over de heuvel (0,5 mijl). Het is een leuke wandeling over het eiland Seil. In de pub werd vroeger gewisseld van kilt naar broek, omdat op het vaste land een kilt niet was toegestaan. En tegenover de pub ligt het riviertje, dat in verbinding staat met de Atlantische Oceaan. Over de rivier is een mooie brug gebouwd; “bridge over the Atlantic” genaamd. Dat is nu al de derde keer dat we de Atlantic dus oversteken en het gaat zo een stuk sneller!!!
In de pub komen we de bemanning van de Tequilla weer tegen en we leren een spel Devils legs. Zij gaan later op de boot eten, maar wij blijven in de pub en eten fish and chips. Daarna gaan we terug wandelen. Echter op de terugweg horen we iemand heel erg hard help roepen. We snappen niet waar het vandaan komt, maar het lijkt bij de schepen vandaan te komen. Wouter is helemaal ongerust en rent vooruit, bang dat er iemand verdrinkt en dat we te laat komen. We vermoeden dat een man op een schip wat er ligt heeft geroepen. Er vaart nu ook een dinghy naar toe. Wij stappen ook snel in en gaan poolshoogte nemen. In de tussentijd zien we dat de man ook nog in het water valt en aan zijn boot hangt. De andere man weet hem in de dinghy te krijgen. En als wij aankomen kunnen we helpen om de man weer aan boord te krijgen. De telefoon in zijn broekzak zal het wel niet meer doen. En als ik naast hem sta begrijp ik ook wat het probleem is, drank. De man is niet helder en de andere hulp die er nu ook bij is checkt of zijn anker wel goed ligt. Dat is niet het geval, dus ze ankeren de boot opnieuw. De eigenaar heeft wat droogs aangedaan en misschien dat de val in het koude water hem toch wat heeft ontnuchterd. De kinderen zijn helemaal onder de indruk van het gebeuren. Ook al zijn we al een jaar aan het reizen, dit is volgens hen echt hun eerste “echte avontuur” wat ze hebben beleefd.

Drizzle, Cats and Dogs, showers………………:
Het is een drizzle dag. We zwaaien de Tequilla uit bij vertrek en volgen zelf even later ook. We varen vandaag ca 30 mijl naar het eiland van Mull, naar de plaats Tobermory. Roelof is daar vroeger al eens geweest, fietsend met zijn ouders. Het lukt om kleine stukjes te zeilen, maar verder hebben we of te weinig wind of tegenwind en vooral veel regen.
Langs het eiland van Mull zien we het kasteel Duart, één van de toeristische attracties. Het ziet er groots uit, maar past geheel in het rotsachtige landschap. Ineens krijgen we via de marifoon een oproep van de Aquilla. Dat is leuk, we zien ze op de AIS en zij varen net naar de ankerbaai waar wij hebben gelegen.
In de middag komen we aan bij Tobermory. Het ziet er schattig uit met rijtjes gekleurde huisjes. Alleen de regen wil vandaag maar niet stoppen. Zelfs de Schotten zeggen dat het jaren niet zo erg is geweest in de zomer.

Island of Man & Bute


Onderweg naar Isle of Man
Van Ardglass naar Peel op Isle of Man hebben we een prachtige vaardag (zondag 19 juli). Die ncht is er een flink regenfront overgekomen, maar dat is inmiddels weg en de zon schijnt. We vertrekken met laag water en de smalle geul de haven uit is goed zichtbaar. Twee andere schepen vinden het toch wel spannend om met dit laagwater (en inmiddels springtij) de haven uit te varen en lijken te wachten tot een ander eerst gaat. Dat doen wij dus. We varen weg en verstoren een zeehond die lekker droog om een klein drooggevallen rotsje ligt gekruld.

De tocht verloopt lekker. De boot schommelt wel alle kanten op, want we moeten op twee oren varen met de wind pal van achteren. De golven komen echter van schuin opzij en de boot gaat heen en weer, heen en weer. Dat hadden we al een tijd niet meer gehad, maar heerlijk om weer echt te zeilen met een zonnetje.

Keep out of my way:
Op onze route zien we ook vrachtschepen die uit of naar het Noorderkanaal varen. We steken dus min of meer een soort scheepsroute over. Op een gegeven moment liggen we op ramkoers met een vrachtschip. We kijken de situatie aan, want echt wijken is lastig op twee oren, dan moeten we een zeil weghalen. Maar het blijft ramkoers. We roepen dan ook even later het 817 ft lange vrachtschip Yeoman Bridge op (MMSI 308919000). Op de marifoon staat ons een vriendelijke man te woord met good afternoon, yes I can see you. Vervolgens vragen we “What are your intensions to pass?”. Na enkele tellen komt er iemand anders aan de marifoon die uitbarst “I have no intensions, I will keep speed and course, keep out of my way, you are a small ship”. We zijn even perplex, dit hebben we nog niet eerder gehad. Roelof blijft de heer en antwoord “Thats a new way to interprete the international searules, but as you said, we are small and you are big. We will pass behind you, out!”. Duidelijk, dat doen we dan maar, maar een dergelijke onvriendelijkheid hebben we op zee nog niet eerder meegemaakt.

Katten zonder staart?
We zien Isle of Man al duidelijk liggen en Peel Harbour komt in de buurt. De aanloop is erg mooi, want er ligt een kasteel langs de entree. We hebben de aankomst heel goed berekend en we komen precies om 14.00 uur aan met hoogwater. Om de haven binnen te komen, moet een wandelbrug worden geopend en moet de “flap gate” open staan. Die staat alleen 2 uur voor en na hoogwater open, zodat er in de haven altijd genoeg water blijft staan, ca 2 meter diep. Het is een gezellige haven en vanaf de brug krijgen we van de havenmeester instructies waar we kunnen liggen. Mooi plekje met uitzicht op de brug en het kasteel. Nadat we zijn afgemeerd, lopen we Peel in om wat rond te kijken. Het blijkt een gezellig stadje te zijn met erg lekker ijs!


Peel is een klein stadje, met een enorme strandbaai buiten de haven. Een getijverschil van zeker 4 meter maakt dat het strand ofwel heel kort is of een heel stuk in zee steekt. We komen er achter dat de Manx kat hier vandaan komt, omdat alles wat van Isle of Man komt de naam Manx krijgt. Manx is ook de taal die hier vroeger werd gesproken, maar die nu bijna is uitgestorven. De Manx kat is eigenlijk een genetisch foutje, doorgefokt door de mensen hier, een kat zonder staart. Het is niet echt gezond, de heupen van de kat liggen iets hoger en de wervelkolom heeft dus een gekke hoek. Ze zouden veel voor moeten komen, maar uiteindelijk hebben wij alleen de knuffel manx poesjes in de toeristenwinkeltjes gezien.
In het zonnetje lopen we nog een rondje om het kasteel, wat op een soort schiereiland staat. De kids hebben zin om naar de boot te gaan. Wij wandelen en kijken nog even verder rond en komen ook langs de fabriek Moore’s Kipper Yard, waar ze vis roken. Het gaat net sluiten, maar we kunnen nog wel een stuk gerookte zalm kopen. Heerlijk.

Uitzichtpunt in de mist:
Maandag 20 juli trekken we erop uit om Isle of Man te bekijken. De kinderen hebben meegekeken in de toeristenboekjes met topattracties en willen eigenlijk het liefst pony rijden en naar een dierenpark. Wij zijn hier toch en beetje verbaasd over, omdat we het gevoel hebben afgelopen jaar door een prachtig dierenpark te zijn gereisd, waarin alle dieren vrij in hun eigen leefgebied waren zonder kooien. Het dierenpark spreekt ons dan ook niet echt aan en uiteindelijk is de attractie van een stoomtram en elektrische tram waar we allemaal voor gaan.
Met de bus reizen we eerst naar Ramsey aan de andere kant van het eiland. We kijken wat rond, maar de regen jaagt ons een café in, waar we wachten tot we met het elektrische trammetje verder kunnen reizen. Het trammetje brengt ons naar Laxey, waar we weer een bergtrammetje nemen. Het weer zit nog steeds niet mee, maar we hebben wel lol in het trammetje. Bovenop de berg (2037 ft hoog) het hoogste punt van het eiland, stappen we uit. We waaien bijna van onze Teva’s en je ziet nog geen 100 meter voor je door de dikke natte mist. Roelof wandelt nog een rondje voor een selfie, maar de kinderen duiken het hotel in en wachten tot we weer naar beneden gaan. Dat is 20 minuten later en met de andere toeristen lachen we om de situatie en rijden terug met het hetzelfde trammetje naar Laxey.


In Laxey werd vroeger in de mijnen gewerkt. Vlak bij Laxey staat het grootste waterrad ter wereld, “Lady Isabella” dat aangedreven wordt door een riviertje en gebruikt werd om de mijnen droog te pompen. We zijn er net rond sluitingstijd, en het leuke is dat de kinderen het wiel daarom mogen stoppen. Ze moeten aan een wiel draaien tot die vast zit en na nog enkele wentelingen heen en terug staat het grote waterwiel voor de nacht stil.

We vervolgens onze reis met de Elektrische tram naar Douglas. Echter moest ik eerst even van de schrik bekomen, want ik ben mijn camera kwijt. Ik kan me echter herinneren dat ik de laatste foto heb gemaakt in de tram. Dus eerst maar eens aan de conducteur vragen of ze iets hebben gevonden. Hij doet wat belletjes en in het Hotel boven op de berg is niets gevonden, maar gelukkig wel in het trammetje waarmee we naar Laxey zijn gekomen. Mijn camera ligt nu in Douglas opgeslagen en ik kan hem daar morgenochtend ophalen. Dat is super, zulke eerlijke en hulpvaardige mensen hier.
De trein heeft eigenlijk een hele mooie route langs de kust. We krijgen er echter door het weer maar beperkt iets van mee. We dommelen wat, tot hilariteit van de kinderen. Maar ja, in de trein is het warm met alle mensen en de ramen beslaan helemaal, dus dat werkt wel slaapverwekkend bij ons. In Douglas zien we net de laatste paardentram rijden en de kinderen vinden het prachtig. Dat gaan we morgen dus ook maar doen, maar nu mogen Myrthe een Wouter helpen om het paard naar zijn stal te begeleiden waar hij lekker hooi krijgt en kan uitrusten. De paarden zien er robuust uit, en worden veel gewisseld om het niet te zwaar te maken. Als ze 15 jaar dienst hebben gedaan mogen ze even verderop naar een paardentehuis, waar ze rustig verder kunnen leven en grazen tot ze overlijden. Echt Engels, maar heel diervriendelijk en leuk om te horen.
We lopen dwars door Douglas langs de inmiddels gesloten winkels en pakken een bus terug naar Peel. Dat was een leuke mooie dag, waar we van hebben genoten. We gaan terug naar de boot en eten lekkere warme hutspot. Een maaltijd die bij het klimaat van deze dag past.

Myrthe en Wouter mogen voor het eerst stemmen!
Dinsdag 20 juli is het wat mooier weer. Het regent niet. Vroeg opstaan lukt ons maar niet, want de kinderen hebben in de avonden helemaal geen zin om naar bed te gaan. Ze slapen bijna nog later dan wij. Maar opstaan ho maar! Gelukkig komen ze voor een lekker croissantje wel uit bed en daarna gaan we weer verder met onze verkenning van Isle of Man.
We vinden het hier een beetje op Bermuda lijken, tenminste het is allemaal heel Engels en goed georganiseerd. Niets op aan te merken en de mensen zijn ook erg vriendelijk. We genieten ook enorm van de leuke attracties, zonder dat het nu heel erg toeristisch is. Toch mist het eiland voor ons die enorme aantrekkingskracht van de ruige groene Azoren.
Maar goed, vandaag reizen we eerst met een bus naar Castletown. Daar gaan we naar het “Old House of Keys”. Dit heeft niets met sleutels te maken maar met een oud Engels woord over keuzes. Hiervandaan heeft het parlement van Isle of Man geregeerd en bepaald welke wetten en regels hier gelden. Wij worden meegenomen in de wereld van deze adellijke mannen of rijke landheren, die zichzelf tot parlementsheren hebben benoemd en we leren hoe dit parlement gedurende 150 jaar is veranderd en voor welke keuzes ze stonden. Een bijzondere keuze waar ze voor stonden is het kiesrecht van vrouwen. In Isle of Man had de vrouw als eerste op de wereld kiesrecht, hoewel dat in de praktijk niet eerder tot uitdrukking kwam dan elders in Europa. En een huidige vraag waar Isle of Man voor staat is deelname aan Europese Unie als onafhankelijke staat. Vooralsnog staan ze hier niet positief tegenover; mede omdat ze de bemoeienis van de Engelsen bij hun verkiezingen op Isle of Man ook altijd onwenselijke vonden en vinden.
Na deze verkiezingen gaan we het kasteel Rushen bekijken, wat midden in het centrum van Castletown ligt. Het is al in 1265 gebouwd, toentertijd voor een koning, maar wordt inmiddels voor verschillende doeleinden gebruikt. Zo lezen we over enkele personen die hier opgesloten hebben gezeten in kleine ruimten met nauwelijks licht vanwege “kleine” overtredingen van de wet. Maar het leukst zijn de kamers die zijn ingericht zoals het kasteel ooit door de koning zou zijn gebruikt.

Daarna gaan we naar een Scheepvaartmuseum over “The Peggy”. The Peggy is ’s werelds oudste zeilschip, inmiddels 225 jaar oud en met ophaalbare kiel, voor toen heel bijzonder. Het schip ligt normaal in het originele boathouse in Castletown. Grappig hoe dit boothuis volledig uit zicht is gebouwd en van buitenaf kan je het zeilschip echt niet zien liggen in het dockhouse. Het schip wordt momenteel gerestaureerd, dus dat zien wij helaas niet, maar het is heel leuk om te lezen hoe het is gebouwd en waar het heeft gevaren, terwijl de kids zich verkleden.

Daarna pakken we de stoomtrein naar Douglas. Daar gaan we nog een stuk met de paardentram, waar Myrthe niet is weg te slaan bij de paarden en ook weet te bedingen dat ze samen met Wouter op de bok naast de bestuurder mag zitten. Bij het eindpunt van de paardentram is het gebouwtje waar mijn camera inderdaad ligt en die ik nu weer terug heb. Terug nemen we ook weer de paardentram, maar dan maken Myrthe en Wouter ruzie op de bok wie waar mag zitten en halen we Wouter maar terug naar achteren. Dan hebben we eigenlijk ook wel weer genoeg gezien en pakken de bus terug naar Peel. We eten een fish en chips (alweer!) en de kids rennen naar de boot en Roelof en ik maken nog een korte wandeling de berg op met uitzicht over Peel. Gelukkig zijn we net voor de regenbui weer binnen.

Zien we nog een reuzenhaai?
We hebben nog een laatste dagje op Island of Man. Voor onze volgende tocht richting Schotland door het North Channel, is het handig om vandaag al te vertrekken. Er staat wind uit het zuidwesten en dat is mooi met de stroom mee als we de tocht door dit kanaal goed plannen. De stroom kan hier heel sterk zijn en als er stroom tegen wind staat kan het ruig zijn; iets wat we dus niet uitzoeken. Komende dagen draait de wind naar het Noorden en dat is voor deze route veel ongunstiger. Helaas dus niet nog een dagje op Island of Man.
We hebben nog tot twee uur in de middag, voordat de brug en de gate van de haven open gaan, dus we kunnen nog best wat ondernemen. We gaan niet meer reizen, maar hebben nog wel zin om het kasteel hier te bekijken en het Mananan Huis. Het Mananan huis is een museum over Isle of Man dat heel interactief is en leuk voor kinderen. Ze leren er veel over de kelten, de Vikingen en het eiland of Man en dat ze in geesten geloven.
Als we vertrekken is het prachtig weer, zon en een prettig windje van schuin achter. We hopen nog de reuzenhaai hier te zien. Deze komt hier veel voor. In het begin vergiste ik me en zei dat het de walvishaai was, maar Wouter wist mij te corrigeren en uitstekend het verschil uit te leggen tussen de walvishaai (de grootste en ongevaarlijke haai, blauw met witte stippen) en de reuzenhaai (grijs tot 10 meter groot, die zijn bek wagenwijd open zet om kril uit het water te filteren en dus ook compleet ongevaarlijk is). Helaas moet het water nog rustiger zijn om dit dier te zien zwemmen met vinnen boven water. Helaas niet gezien dus.

Pitstop
We halen precies het North Channel voordat er tegenstroom komt. Net om het hoekje weten we in het donker bij Lady Bay te ankeren, in het loch richting Stranraer. Toch wel weer spannend om in het donker te ankeren, dat hebben we eigenlijk al een hele tijd niet meer gedaan. Maar we varen tot het 5 meter diep is laten het anker zakken en trekken daarna zo snel mogelijk een flesje wijn open voor een slaapmutsje!!!

Het is toch lekkerder slapen zo’n nacht voor anker in plaats van door te varen. In de ochtend worden we echter wel weer wakker geschommeld, want er varen ferry’s vlak langs en hun golven laten ons wiebelen.
Mooi tijd om het ankertje weer op te halen. Het is prachtig weer met een zonnetje en er staat een mooie zuidwesterwind. Die kan ons mooi door de Firth of Clyde heen blazen. We zien op 13 mijl al de granieten piek van Ailsa Craig liggen. Een enorme berg die de entree van de Firth of Clyde vormt en een vogelparadijs is. 30.000 vogels zouden er zitten en nestelen. Als we dichterbij komen zien we die mooie Jan van genten in groepjes vissen. Ze vliegen samen op net als dolfijnen, precies achter elkaar helemaal in lijn en laten zich dan uit de lucht vallen met een plons in het water, om iets op te duiken. We waren gewaarschuwd dat we het eiland op afstand zouden kunnen ruiken, maar we ruiken niets. Misschien waait het daarvoor te hard, want we blazen met een 5 Bft van schuin achteren met enorme snelheid over de plas.

Wouter gaat ervandoor op Bute!
We hadden van te voren niet echt een plan waar we naar toe zouden gaan. Er waren meerdere opties en we wisten natuurlijk niet hoe ver we zouden komen. Maar de wind is zo goed dat we lekker doorvaren langs de hoge bergen op het eiland Arran. Daarna besluiten we om de route om het eiland Bute mee te pakken. Dat is leuk want dan varen we een kleinere doorgang in en varen daarna tussen de groene heuvels en bergen in de richting van het haventje Rothesay. Daar aangekomen adviseert de havenmeester ons om naar de binnenhaven te gaan achter de brug. We zijn verbaasd, want we lezen in de Reeds (de zeilersbijbel) dat deze binnenhaven echt heel klein is en dat er nauwelijks manoeuvreer ruimte is. Maar goed een schip voor ons gaat ook en wij volgen onder de brug door en weten een mooi plekje te vinden. Het is een grappige, kleine binnenkom en in het zonnetje gaan Roelof en ik nog even op pad om het dorpje te bekijken. Het is gezellig, leuke sfeer, maar het lijkt wat vervallen. Zeker nu we net van het goed georganiseerde en alles tot in de puntjes op orde hebbende Isle of Mann komen valt dat wel op.

We eten lekker op de boot. Maar Wouter krijgt eerst nog een boze bui, pakt zijn tas in (T-shirt voor als het gaat regenen, i-pad voor als hij zich verveelt en een katapult voor het geval dat) en loopt weg. Hij loopt op blote voeten en kijkt niet meer om. Natuurlijk volg ik hem, ik kan toch niet zomaar een boos mannetje in het ons onbekende Schotland zomaar weg laten lopen. Maar ik loop aan de overkant, want ik ben eigenlijk wel benieuwd wat hij van plan is en ik wil hem eigenlijk zelf rustig tot bezinning laten komen. Hij wandelt een heel stuk langs de kade op zijn blote voeten, ziet ook nog de prachtige stoomboot vertrekken en langsvaren en draait zich dan ineens weer om en loopt terug. Hij vindt het mooi geweest. Ik kom later aan dan Wouter bij de boot en dan vraagt ie doodleuk: Was je ongerust??? Ja natuurlijk idioot!!! Maar hij heeft toch niet in de gaten dat ik hem ben gevolgd en vertelt alweer honderduit wat hij heeft gezien op zijn wandeling.

De volgende dag vervolgen we in de ochtend onze route om het eiland Bute heen. Er is zuidwestenwind voorspeld van 5 Bft, maar je moet hier lokaal gewoon kijken hoe de wind staat, want hij waait door alle kanaaltjes en doorgangetjes vanuit een hele andere hoek dan voorspeld en het is absoluut minder omdat het hier heel beschut is. Het is echt een prachtige route en we hebben afwisselend zon en dan weer een klein buitje. We zien zelfs op afstand nog enkele dolfijnen en komen aan het einde van de middag aan bij het Crinan Kanaal. Zo zijn we mooi weer 130 mijl naar het Noorden opgeschoten.
We kunnen nog met de laatste schutting het Crinan kanaal in en liggen daar mooi beschut in een kommetje. Benieuwd naar wat het Kanaal ons de komende dagen te bieden heeft. In ieder geval is er een douche om over naar huis te schrijven, een goede straal en lekker warm in te stellen zoals je zelf wil. Dat is lang geleden dat ik zo lekker heb gedouched.