Zin in ijsjes en tapas!

We zeilen nog steeds lekker (gemiddeld met 6 knopen). Afgelopen nacht viel even de wind weg (even motor aan) en was het werken, omdat de windrichting nogal veranderde. Beetje jammer is de regen die nu vrij continu valt. Dus dan is het met zeilpakken aan even buiten zeilen op orde brengen en daarna vooral binnen zitten met het deurtje dicht!

We zien onderweg weinig. Er is wel veel scheepvaart, dat zien we op de plotter en de AIS, maar deze gaan op relatief grote afstanden aan ons voorbij, dus met het blote oog zien we ze vaak helemaal niet. Het zijn vrachtschepen onderweg naar Paramaribo of richting Europa. Niet altijd staat de bestemming erbij. Maar altijd fijn te weten dat we niet alleen op deze grote plas zitten. Via mail hebben we contact met de 2 andere Duitse schepen, Namastee en Anne. Volgens hun kan je heel lekker ijsjes eten in La Coruna. Tja……
En elke avond doen we heel braaf met het Nederlandse netje mee op de SSB. Maar het is een soort roep in de ruimte, want we krijgen tot op heden geen respons. Iedereen ligt in de haven, behalve wij?!
Maar.. gisteravond…heel plotseling…yess……dolfijnen!!! Dat is altijd top om ze weer te zien.

Onze stroomvoorziening draait als een tierelier. Eigenlijk produceren we te veel, de accus zijn tot de nok toe gevuld en er is voor de kids dus voldoende stroom om films te kijken en luisterboekjes op de radio of andere electronica aan te hebben.

We houden vooralsnog gewoon koers La Coruna aan. De volgende depressie komt er aan en die gaan we voor blijven. Hoe verder we komen hoe meer zekerheid er is wat die depressie doet, of die inderdaad oplost als hij bij de golf van Biscaye aankomt. Dan kunnen we mogelijk nog naar het noorden naar Brest/Falmouth. Zo niet dan gaan we ijsjes en tapas eten….

Onze positie is op 30/06 om 06:30 utc 42-23N 16-34W, koers 70 graden. Het is nog 365 mijl naar La Coruna.

La Coruna of toch Cork?

We zijn inmiddels 3 dagen onderweg en hebben er zo’n 400 zeemijlen opzitten vanuit Terceira. We varen nog steeds 70 graden richting La Coruna (nog 500 mijl).

Op dit moment passeert de storm ten westen van ons op een paar honderden mijl afstand. We merken er tot op heden weinig van. We hebben nog steeds zonnige dagen en nachten met mooie sterrenluchten, een maan die steeds voller wordt en een relatief rustige zee. Gelukkig maar dat Maarten van de Ojala zo snel in de gaten had dat deze depressie zich tot een storm zou ontwikkelen. Want hadden we niet deze koers naar La Coruna gevaren maar direct naar Cork gekoerst, dan hadden we toch wel een puist wind van 50 knopen over ons heen gehad en golfhoogten van 6-7 meter. Niet echt ons ding!

Toch moeten we er af en toe wel even bij stil staan dat het een lekkere zee is en mooie dagen en ervan genieten. Dat lukt nu weer, maar ik heb even tijd nodig gehad om in te slingeren. Ook moest ik wennen aan het idee om onze bestemming Cork prijs te geven en naar Coruna te varen (dat is ons tot op heden nog nooit overkomen). Bovendien zitten we de hele tijd naar de weerberichten te kijken en te meten hoeveel wind we waar krijgen, dat ik vergat om te genieten. En wellicht ben ik een beetje oversteekmoe, want als deze oversteek klaar is hebben we in 2 maanden tijd vanaf Sint Maarten er 4000 zeemijlen op zitten met 2 onderbrekingen; op Bermuda (ruim een week) en in de Azoren (ruim 3 weken).
Maar nu na 3 dagen zit ik er weer helemaal in. En het idee om na de volgende depressie van 2-3 juli (die we voor kunnen blijven) toch door naar Cork te varen begint voet aan de grond te krijgen. Een slim idee van onze weergoeroe Jaap, waarbij hij wel voorspelt dat we dan 5 dagen in de regen varen. Maar daar moeten we toch weer aan gaan wennen als we richting Nederland komen. Dus die optie gaan we verder uitzoeken en doorrekenen.

De kids doen het in de tussentijd uitstekend. Ze hebben zelfs nog een luisterboekje ontdekt tussen de 200 stuks, dat ze nog niet eerder hebben geluisterd. Het is er eentje van Jubelientje en haar oma, kinderachtig dachten ze. Maar om de 5 minuten kwamen de lachsalvo’s door de boot toen ze deze beluisterden. Vandaag moeten ze weer school doen. De laatste blokken afronden van het officiele gedeelte van de wereldschool. Voor Wouter is dat nog taal en voor Myrthe nog de spelling van afgelopen jaar herhalen. Komen we weer aan land dan mogen ze het pretpakket met pappa voortzetten. Daar hebben ze veel schik in. Maar dit gaat ze vast ook wel weer lukken.

Onze positie is op 29/06 om 10:16 utc 41-39N 19-06W

Mooi weer

Vandaag heben we een heerlijke zeildag gehad. Wind 4 Bft, van achteren en lekker zonnig. We varen nog steeds in de richting van La Coruna. Morgenavond komt de eerste depressie ten westen van ons langs. Daarna kijken we wat de volgende depressie gaat doen, maar de kans is groot dat we een paar nachtjes in La Coruna doorbrengen voordat we verder gaan.

Aan bord is verder alles prima, Myrthe en WOuter vervelen zich, en het is al bijna zover dat ze verlangen naar school… Morgen maar ens de knutseldoos neerzetten.

Onze positie is op 27/06 om 22:30 utc 40-19N 23-44W

Op weg naar….

Gisteren 26 juni zijn we vertrokken voor onze laatste oversteek naar Cork. We hebben wel zitten dubben, wel of niet gaan. Er kwamen wel een paar depressies aan, maar het leek ook niet echt beter te worden in de komende week. Dus we hebben de knoop doorgehakt en zijn vertrokken samen met de Ojala richting Cork. Ook twee Duitse boten, de Anne en de Namastee, vertrokken tegelijkertijd van Terceira richting Brest. Nu je snapt het al, we zijn nog geen zes uur onderweg als de Ojala ons oproept omdat ze een weerkaartje hebben binnengehaald waarop de depressie opeens een “developping storm” is geworden en later een “gale”. Niet echt lekker, dus we hebben onze koers eerst verlegd richting Brest en nu richting La Coru zodat de depressie/storm/gale ruim ten westen van ons langs trekt.

Waar we precies gaan uitkomen, geen idee. Zal wel ergens tussen La Coru, Brest, Falmouth, Scillies en Cork zijn. Niets zo veranderlijk als het weer. We hebben onderweg nog wel contact met de duitse boten, de Namastee vaart nu ook richting La Coru. Nou de kids vinden het prima als we daar uitkomen, want ze waren net bevriend geraakt met de kinderen aan boord van de Anne en de Namastee.

Onze positie is op 27 juni 10:10 utc 39-54N 25-08W

Sanjoaninas, een traditioneel feest op Terceira


Nederlanders zeilen overal
We komen vrijdag 19 juni om 20.00 uur aan in Terceira, in de jachthaven van Praia Vitória. We meren af aan de receptiesteiger, want verder is de haven vol. Die avond ondernemen we niet echt meer iets, maar kletsen gezellig wat met onze buren, ook Nederlanders. Het valt ons op dar er relatief veel Nederlandse zeilers zijn op alle plekken waar wij de afgelopen maanden zijn langsgekomen. Voor zo’n klein landje treffen wij ze toch erg vaak aan in de havens met geweldige reisverhalen.
De kinderen stuiteren deze avond nog over de steigers en gaan ook op bezoek bij de Lotus. Carla en Co voelen zich net opa en oma, maar ik ga ze toch gauw ophalen als ik ze over de hele haven heen hoor. Tijd om naar bed te gaan.

Een bloementuin onder het buurschip
Zaterdagochtend 20 juni hebben we brood nodig voor het ontbijt. Met het hele gezin gaan we een bakker zoeken en wandelen door het gezellige plaatsje heen. We vinden uiteindelijk een grote supermarkt met lekkere broodjes. Terug op de boot ontbijten we heerlijk buiten in het zonnetje. Dan komt er een box vrij in de haven waar we beter kunnen liggen, dus dat doen we direct. In de box ligt het rustiger dan aan de buitenzijde van de receptie stijger. Met de helpende handen van Co en Carla gaat dat ook supersnel en we liggen nu naast Zwitserse buren met 3 honden en een prachtige bloementuin die aan de onderzijde van hun schip is aangegroeid (soort koraaltuin, ontstaan in 3 jaar dat ze hier in de haven wonen).

Angra de Heroísmo = Unesco werelderfgoed
In de middag pakken we de bus naar Angra de Heroísmo, waar de haven ligt waar we eigenlijk naar toe hadden willen gaan, maar waar het door het feest Sanjoaninas en een Regatta helemaal vol ligt. Tijdens de busrit zien we buiten de haven de zeilrace op het water met ca. 50 boten. In Angra aangekomen drinken we eerst een kop koffie op een terrasje en proeven de gezellige sfeer. Als we naar de haven lopen is deze erg rustig nu veel schepen aan het racen zijn op het water. De haven ligt prachtig in een kom waar je de stad Angra prachtig boven een hoge muur ziet liggen. Het is wel duidelijk waarom dit plaatsje Unesco werelderfgoed is geworden.
Vooral als je de tuin bezoekt midden in het centrum blijf je foto’s maken van deze historische plaats en de prachtige uitzichten. De tuin is gemaakt op een berg, waar vroeger het eerste kasteel van Angra lag. Bovenop staat een obelisk als gedenkteken van de koning D.Pedro IV uit de 15e eeuw die in het toenmalige kasteel leefde. Ook staat er een bord met naar alle hoofdsteden van o.a. Europa een richting aanwijzer en de afstand. 2800 km naar Brussel maakt duidelijk dat we nog best een eind van huis zijn.
We proberen in Angra iets mee te krijgen van het festival Sanjoaninas. Maar we begrijpen niet helemaal hoe het programma in elkaar zit en wanneer de stieren hier door de straten rennen, jazeker je leest het goed, alhoewel we toch echt in Portugal zijn heben ze hier ook van die vreemde Spaanse gewoontes…. Het toeristenbureau is gesloten en de winkels zijn al dicht. Een politieman helpt ons en geeft aan dat de beroemde stierenrennen vandaag niet in het centrum zijn en niet bereikbaar voor ons zijn zonder auto. Dat is jammer, maar we genieten van het plaatsje, snacken wat, terwijl een klein groepje marathon renners en fietsers door de haven scheuren. Daarna nemen we de bus terug naar Praia Vitória.

Het water is super super koud!
Zondag 21 juni willen de kinderen een vrije dag, zonder auto en bezoeken van plaatsjes. Ze willen lekker zwemmen. Wij vinden het goed, want Roelof en ik hebben nog genoeg te doen aan het schip, de blog, schoolresultaten mailen naar de wereldschool en E.L.S., skypen met het thuisfront enz. Als ze daarna de hele dag op hun i-pads blijven spelen sturen we ’s middags naar het strand om te zwemmen. Met zijn tweeën gaan ze op pad en ruim een half uur later zijn ze weer terug. “Het water is super super koud!!!”
Co en Carla komen na hun uitstapjes van die dag gezellig even langs voor een wijntje en ze zijn inmiddels veel meer te weten gekomen over het festival en leuke uitstapjes op Terceira. Dankbaar nemen we alle tips in ontvangst, want die kunnen we morgen goed gebruiken als we zelf op stap gaan. Die avond eten we lekker aan boord.

Maandag 22 juni doet Roelof weer het school pretpakket met de kids dat bestaat uit topografie, geschiedenis en natuur. Wouter draait mee met het lespakket uit groep 6 van Myrthe. Omdat hij wat minder vragen krijgt verveelt hij zich af en toe. Maar ja hij steekt er toch best aardig wat van op.

Pahoehoe- en touwlava
Na school huren we een auto en gaan snel op verkenning. Omdat het een beetje regenachtig is gaan we eerst naar de noordkust naar de plaats Biscoito. Daar schijnt de zon alweer en we kijken hier bij een natuurlijk zwemparadijs tussen het vulkanisch gesteente in zee. Biscoito is ook bekend om zijn wijnen en het landschap ziet er vergelijkbaar uit als op Pico, met druivenranken op veldjes tussen muurtjes ter bescherming tegen erosie. Daarna rijden we door het prachtige groene landschap en bossen dwars over Terceira. Geweldig dat ze zich hebben gehouden aan de regel om niet boven 200 meter te bouwen, daardoor is er nog volop mooie en ongestoorde natuur.

We gaan naar de grotten, eerst Algar do Carvão en daarna Natal Caves. De eerste grot is ontdekt toen er een aantal koeien verdwenen zo’n honderd jaar geleden (ze vielen door een gat pardoes in de grot). De grotten zijn echter meer dan 3000 jaar oud en ontstaan bij een vulkaanuitbarsting, waarbij lava zich een weg naar buiten zocht. Er hangen stalachtieten en mieten, die ca 1 cm per 100 jaar groeien. De kleuren zijn prachtig en het binnenmeer is ijskoud, 5 graden celcius. De grot Natal is minder groots en ruim. Je struint echt door gangen van oud versteend lava. En de verschillende soorten lava die hier gestroomd heeft en/of gestold is heeft verschillende namen zoals touw-lava, pahoehoe lava, enz. Myrthe kan ons zowaar bijna door de grot heen gidsen, want zij heeft tijdens de spreekbeurt van Hugo in groep 5 al heel veel over lava geleerd, wat ze nu in de praktijk weet te herkennen. De kids verdwijnen op een gegeven moment ook nog een hele nauwe gang in, net een stel speleologen met hun helmen op. Roelof gaat er met zijn lange lijf ook nog achteraan en dan heb ik spijt van de witte broek die ik aan heb. Ik blijf dus bij de ingang onrustig wachten tot alles er weer heelhuids uitkomt.


Stierenrennen in Angra de Hiroísmo
Na de grotten is het opgeklaard en prachtig weer geworden. We rijden verder over Terceira en gaan naar een uitzichtspunt hoog op de berg Santa Barbara en vervolgens weer naar de kustplaats Cinco Ribeiras naar een kaasfabriek. Terwijl de kids uitgeput in de auto liggen te slape, drinken wij wat fris en eten heerlijke blokjes Terceira kaas. De kids uitgeslapen en wij met nieuwe energie gaan daarna door naar Angra do Heroísmo, want we willen nu wel graag het stierenrennen zien.

We hebben vorige keer in Angra tv beelden gezien, van allerlei incidenten, waarbij de stier ook over muurtjes klom en het publiek op de horens nam. We zijn dus gewaarschuwd. Gespannen zoeken we naar de locatie in de stad en weten deze met vriendelijke hulp van bewoners aan wie we de weg vragen te vinden. We zetten de auto weg en zoeken een plaatsje in de straat achter een muur. Alle huizen en tuintjes zijn afgezet met planken en iedereen zit erachter of loopt nog op straat te kletsen. Een mevrouw in een auto gaat nog parkeren in de straat, terwijl het echt bijna begint. En ja hoor daar horen we het eerste startschot. De stier is los. De vrouw in de auto weet nog net een binnenparkeerplaats op te rijden. Vol spanning kijken we de straat in en zien even later een jonge mooie stier, nummer 79 door de straat stuiven.
Hij zit vast aan een touw en de toreadoren (grijze broek, witte blouse en zwarte hoed) letten goed op en houden de stier in voordat hij het publiek in rent aan het einde van de straat. Een aantal waaghalzen dagen de stier steeds uit. Het kost hen een paraplu. Maar verrassend hoe men zich steeds weet te redden. Het is best spannend, zeker als de stier staat te snuiven en met zijn poot over de straat schraapt voor een volgende aanval. Maar het is ook een beetje gek dat alle mensen achter een muurtje het arme dier zitten op te jagen. Myrthe vindt dit niet eerlijk. Maar ja deze beroemde traditie op Terceira is ook wel bijzonder en gelukkig wordt er geen stier doodgemaakt. Na 20 minuten zorgen de toreadoren dat de stier weer in zijn kooi gaat en wordt met twee pistoolschoten kust veilig gegeven. Wij begrijpen Myrthe wel en hebben zo genoeg gezien en gaan er weer vandoor. Als we net weer in de auto zitten horen we het volgende enkele pistoolschot en weten we dat de volgende stier achter in de straat nu los is. Maar wij rijden naar het centrum naar het restaurant Beira Mar, aan de haven. We eten traditionele gerechten, waarbij de soep heel speciaal in een brood wordt opgediend. Heerlijk gegeten. Als we daarna nog even door Angra wandelen, valt ons op dat alle bezoekers zich verzamelen in een straat. Op de trappetjes voor een kerk nemen wij ook plaats en zien een parade van muziek korpsen e.d. langslopen. Wouter raakt met andere Nederlanders aan de praat en dat blijken de schippers van Synergie te zijn, een ander vertrekkersschip waar we al veel over hebben gehoord. Moe en voldaan gaan we terug naar de boot en vallen nu allemaal uitgeput in slaap.

Gaan we ons schip ooit weer leeg eten?
Dinsdag 23 juni nemen we afscheid van de Lotus. Zij gaan naar de haven Angra en hebben nog wat meer tijd om ook Graciosa, een ander eiland van de Azoren te bezoeken. We zwaaien ze uit. Daarna gaan wij weer eens boodschappen doen want ook onze vertrekdatum naar Ierland komt naderbij. We laden ons schip weer vol, eigenlijk best veel voor een oversteek van nog geen 2 weken. De vraag is of we ons schip ooit echt leeg kunnen eten. De kids spelen ondertussen met Lasse en Neele van het Duitse schip Anne en gaan naar het strand en hebben ook nog een verjaardagsfeest met een BBQ. Leuk hoor, behalve als ze vol zwart lavazand weer terug komen op mijn pas gepoetste boot.

De dagen daarna zitten we te puzzelen of we al kunnen vertrekken en is er regelmatig contact met de Ojala en de Duitse schepen Anne en Namastee (vooral de kinderen spelen en logeren over en weer).
Er komt nog een depressie over (met 30 knopen wind de bergen af de haven in; ca. 7 Bft) en een schip wat ankert bij het strand ligt helemaal aan lager wal en we zien hem ineens krabben en losraken. De soloschipper probeert nog weg te varen. Echter komt zijn schroef vast te zitten in de lijnen van het zwemgebied. Dat is een geluk bij een ongeluk, want daardoor waait hij niet op het strand. De pilotboot weet het schip even later weer vlot te trekken. Geen idee wat hem heeft bezield om juist die dag uit de haven te vertrekken en in het ankergebied te gaan liggen met zoveel wind!
Omdat we zo twijfelen over het weer, heb ik nog een heerlijke winkeldag met mijn dochter. Erg leuk om samen met haar in de aanbiedingen te duiken en te kijken wat we van onze gading kunnen vinden. Ik krijg leuke kleding adviezen van dochterlief. Maar Myrthe vaart er zelf ook wel bij, want uiteraard scoort zij die dag ook nieuwe sandalen en een rode jurk.
We verwachten vrijdag 26 juni de trossen los te kunnen gooien en zien een weergaatje tussen allemaal lage luchtdrukgebieden door. Dan zijn we ca. 9 dagen onderweg naar Cork in Ierland.

Atlantic Paradise: Horta, Pica en São Jorge


Onrustig door steile golven
De tocht van Flores naar Faial begint nog wat onrustig doordat er veel steile golven staan. Die zijn nog het gevolg van de depressie waarin de Sark en de Batjar zaten die gisteren in Flores zijn aangekomen. De depressie is nu voorbij maar de golven nog niet. Toch vertrekken we zaterdag 6 juni rond twaalf uur omdat we als we nog langer wachten weer te weinig wind hebben. We zetten de zeilen vol op en lopen lekker met halve wind tegen de zes knopen. In de loop van de dag nemen de golven langzaam af, maar ook de wind wordt langzaam aan minder. Hadden we in het begin nog een lekkere 13 knopen, ’s nachts neemt de wind af naar 10 knopen en de volgende dag (7 juni) nog verder. Het lukt om te zeilen tot twintig mijl voor Faial, maar dan komen we echt niet meer vooruit en starten we de motor en varen zo de laatste uurtjes op de motor naar Horta.

“Me, Myself and I”
In Horta wacht de Win2Win bemanning ons al op. Altijd weer leuk als er mensen op de kade staan te zwaaien. Het is druk in de haven en bij de receptiesteiger liggen we drie dik. Alhoewel we bij vier verschillende kantoortjes langs moeten om “in te klaren” gaat het toch vrij snel. Wel erg bureaucratisch, we komen immers uit de Azoren (Flores) maar toch willen ze weer van alles van je weten…. We krijgen een prima plekje tussen twee andere schepen in en meren daarom af met de achterkant naar de steiger zodat we makkelijk van boord kunnen stappen. We krijgen hulp van Lilian en Eltjo die een lijntje aanpakken. Onze Franse buurman met een groot X-Jacht begint ’s middags te zeuren dat we onze boot niet aan zijn boot mogen vastknopen, maar aangezien we alleen een steiger achter ons hebben en tussen twee andere schepen in liggen kan het eigenlijk niet anders. Maar het is een typische Franse zeurpiet, hij blijft maar doorzeuren en uiteindelijk haal ik dan maar een vijftig meter lange lijn tevoorschijn om onze voorpunt direct naar een oog op de kade te beleggen. Blijft een raar volk die Fransen, er zitten hele aardige tussen maar je hebt toch ook een hoop van het type “Me, Myself and I”. Gelukkig zijn de Portugezen die hier wonen een heel stuk gezelliger en wel ontzettend vriendelijk. De rest van de dag kletsen we bij met de Co en Carla van de Lotus en ’s avonds eten we lekker op de Win2Win bij Lilian en Eltjo.

Wouter vindt het tijd voor een Nederlandse borrel
Maandag 8 juni hebben de kinderen vrij van school omdat ze eerder een dag in het weekend hadden doorgewerkt. Verder doe ik ’s ochtends wat klusjes zoals diesel tanken, vervangen van een harpje dat in Bermuda in het water was verdwenen en ik ga informeren naar een digitale kaart voor Ierland en Schotland, die hier helaas niet verkrijgbaar is. Ik bel met de zeilmaker om de gennaker te laten repareren. Doordat die niet goed vast zat in de halshoek zijn de bandjes kapot geschafield. ’s Avonds komt de erg vriendelijke zeilmaker langs en neemt zowel de gennaker als ons huikje mee, dat ook al begint te slijten. Woensdag wordt het weer terug gebracht, keurig gerepareerd en voor een heel wat schappelijkere prijs dan in Bermuda. Lilian wil onze vlag wel repareren, de Nederlandse vlag is nogal gerafeld en ook de Q-Flag die je moet voeren voordat je bent ingeklaard begint al behoorlijk te slijten. ’s Avonds komen ook deze weer keurig gerepareerd terug, toch handig zo’n naaimachine aan bord. Ook gaan we lekker douchen en dan is het alweer middag en komt eerst de Ojala en daarna de Batjar, de Sark en de Gemini binnenlopen. Wouter vind het wel weer tijd voor een Nederlandse borrel en maakt uitnodigen voor iedereen om te borrelen in Café Peter Sport. Het wordt weer erg gezellig en we blijven ook allemaal een hapje eten. Leuk om alle verhalen te horen, de Gemini is al vele jaren onderweg en heeft een vergelijkbare route als de Lotus afgelegd. De Sark is ook al drie jaar onderweg en heeft een prachtige tocht in het Caribisch gebied gemaakt.

“Ik ga geen school doen” bui
Dinsdag 9 juni begint Aranka met het doen van 4 wassen die we tijdens de oversteek naar de Azoren hebben opgespaard. Ik doe met Myrthe en Wouter de laatste blokken van de Wereldschool die we tijdens de oversteek nog niet af hadden gekregen. Verder nemen we nog een aantal toetsen af. Voor de rest is het programma van de Wereldschool grotendeels af en kunnen we nu dus leukere vakken zoals aardrijkskunde, natuur en geschiedenis gaan doen. Wouter heeft weer eens zijn typische “Ik ga geen school doen” bui. Gelukkig komt halverwege het school programma Lilian als ervaren rot nog even helpen met lesgeven en dan gaat het een stuk beter. ’s Avonds gaan Myrthe en Wouter op bezoek bij de Sark waar ze film mogen kijken. De volgende dag woensdag 10 juni is het een nationale feestdag (Nationale Dag van Portugal) en is alles dicht. Lilian neemt nog een aantal AVI-lees toetsen af en dan is het schoolprogramma van de wereldschool voorlopig ook weer even klaar. Verder zijn Myrthe en Wouter de hele dag onder de pannen bij Lilian op de Win2Win waar ze mogen knutselen. Lilian leert Myrthe hoe ze kan haken en Wouter knoopt een halsbandje voor zijn lievelingsknuffel. ´s Middags loop ik met Aranka Horta in en doen we boodschappen. Aan het eind van de middag worden we op de Win2Win verwacht samen met de bemanning van de Batjar. Lilian heeft voor Myrthe en Marjolein allebei een hondje gehaakt omdat ze allebei zo dol waren op het gehaakte hondje dat Lilian eerder in St. Maarten had gemaakt. Ik geloof wel dat Lilian hierdoor wat dolfijnen en walvissen heeft gemist omdat ze stug door moest werken, maar zowel Marjolein als Myrthe zijn er heel blij mee. Het hondje van Marjolein heet Horta in analogie met hun bootkat Salé en het hondje van Myrthe heet Blue dog at Sea. Sindsdien is Myrthe onafscheidelijk van haar hondje “Blue”.

Waarom zijn we eigenlijk eerst helemaal naar de Carib gevaren?
Het is opvallend hoe prettig het is om op de Azoren te zijn. De mensen zijn heel vriendelijk en hartelijk. Iedereen wil je helpen en niemand lijkt daarbij op eigen gewin uit te zijn, en dat is eigenlijk voor het eerst deze reis dart we dat zo meemaken. Ik denk dat dat ook wel komt omdat het nauwelijks toeristisch is. Op Faial zijn wel iets meer (boot) toeristen, maar het blijft heel beperkt. En dan is de omgeving ook prachtig, met ruige vulkanische rotsen op Flores, afgewisseld met een meer glooiend landschap van Faial. Kortom het is echt zalig om hier te zijn. Maarten van de Ojala vroeg zich ook al af waarom we eigenlijk eerst helemaal naar de Carib waren gevaren. In ieder geval zijn de Azoren wel DE ontdekking van deze reis, zeker een aanrader!

Van Co heb ik een truc geleerd
Donderdag beginnen wij dan ook maar met onze muurschildering. Van Co van de Lotus heb ik een truc geleerd om een malletje te maken van ons ontwerp. De eerste copyshop heeft al genoeg werk en kan het deze week niet meer doen, maar een tweede copyshop heeft wel tijd en print ons ontwerp op een grote lap plakplastic. Samen met Aranka snijd ik daaruit het ontwerp zodat we het als mal kunnen gebruiken. ’s Middags komt de Volonté vanuit Flores aan. Ze zijn twee dagen op Flores gebleven en zijn woensdag weer vertrokken richting Horta op Faial. Myrthe en Wouter zien we niet meer die zijn meteen met Thomas en Jesper de hort op. ’s Middags koop ik verf en begin ik met de rode en blauwe delen van een grote Nederlandse vlag op de muur te schilderen. ‘s-Avonds eten we gezellig met alle Nederlandse boten pizza op de kade.

Eigenlijk hebben we nog niet zoveel gedaan
Vrijdag 12 juni begin ik ’s ochtends met het school-pretpakket. Eerst topografie, dat nog best wel lastig is, maar daarna gewone aardrijkskunde over hoe de gemeente werkt en geschiedenis over de Romeinen. Met name de geschiedenis vinden Myrthe en Wouter erg leuk. Daarna verder met de muur schildering en het witte deel van de vlag geschilderd. Dat schoot op want van een paar aardige Fransen (zie je wel ze zijn er echt!) kreeg ik een grote pot witte verf en mocht ik hun roller gebruiken. Dat ging opeens een heel stuk sneller dan me een kwastje… Als het wit klaar is schilder ik samen met Aranka onze namen in de vlag met behulp van de malletjes. Het effect valt wel een beetje tegen want de verf loopt onder het plakplastic door, maar Aranka weet het toch weer netjes bij te werken. ’s Middags wandelen we samen door Horta terwijl Myrthe en Wouter samen met Thomas en Jesper spelen. We zijn nu al een dag of vijf in Horta en eigenlijk hebben we nog niet zoveel gedaan, de dagen schieten voorbij met kletsen en klusjes. Is ook wel lekker want sinds de overtocht hadden we op Flores niet echt de tijd om even bij te komen en bij te slapen. Maar het begint nu wel te kriebelen en we hebben wel zin om wat meer van het eiland te zien en plannen ook langzamerhand het vertrek richting São Jorge. Zaterdag voegen we de daad bij het woord, en nadat we de muurschildering weer een stukje verder hebben afgemaakt gaan we op pad. We lopen naar een baai ten zuidwesten van Horta, Porta Pim waar rond 1460 de eerste bewoners Faial zich vestigden. In 1629 gaf koning Filips III de opdracht om hier een haven aan te leggen. Veel later in het midden van de negentiende eeuw werd de baai van Porto Pim gebruikt voor de walvisvangst. Nu wordt vooral het strand gebruikt door een paar badgasten. Wij lopen langs het strand richting de “Monte da Guia” langde de oude walvisfabriek en een aquarium. Via een mooi pad lopen we naar boven waar de “Capela de da Guia” ligt. Vanaf het kerkje hebben we een prachtig uitzicht. Net als we boven komen zien we Anna en Maarten die toevallig dezelfde wandeling aan het maken zijn. Terug is er een wat steilere route door het bos die ook erg mooi is. Wouter gaat uiteraard nog een keer onderuit (brokkenpiloot) maar gelukkig valt hij niet hard. ’s Avonds nemen we afscheid van de Batjar die als eerste weer terug naar Nederland vaart. Ze krijgen nog een medaille van Thomas, Jesper, Myrthe en Wouter voor het beantwoorden van de kids quiz waarin ze onder anderen moesten aangeven hoeveel water er in de Atlantische Oceaan zit, leuke vraag toch?

Walvissen bekijken we wel vanaf onze eigen boot
Zondag 14 juni gaan we samen met Eltjo en Lilian van de Win2Win en met Elsa en Jaap van de Sark naar Pico. We nemen de ferry van kwart voor elf en bekijken op Pico eerst het plaatsje Madalena waar de ferry aankomt en dan gaan we met zijn allen in een taxi naar Lajes de Pico waar ook een klein haventje is. We bekijken het walvismuseum en kijken ook nog naar een film over walvissen bij een zaakje dat “Whale watching tours” organiseert. Wij vinden de film wel leuk, maar walvissen bekijken we wel vanaf onze eigen boot. Het is wel leuk om te zien hoe milieubewust en kleinschalig het toerisme hier is. Terug gaan we met dezelfde taxi maar rijden we een andere route dwars over het eiland. Het is ook een prachtige route met een mooi uitzicht op de top van Pico van 2351 meter hoog.

Myrthe klaagt steen en been
Als we terug zijn in Madalena willen wij nog wel en wandeling maken langs de kust. Elsa loopt nog een stuk mee, maar de rest gaat lekker wat drinken in een cafeetje. We lopen eerst het dorpje uit en vinden de wandeling niet heel bijzonder, maar dan komen we bij het wijngaardenlandschap dat ook op de Werelderfgoedlijst van UNESCO staat. De wijngaarden bestaan uit duizenden kleine rechthoekige stukjes land, die ommuurd zijn. De muren lopen parallel aan de rotskust en beschermen de wijnranken tegen de wind en het zeewater. Vanaf de 15e eeuw hebben de eerste kolonisten hier de lavabedden veranderd in boom- en wijngaarden. De Verdelhowijn die hier werd verbouwd stond bekent als zeer goede wijn totdat in de negentiende eeuw de Druifluis en Meeldauwschimmel grote delen van de wijngaarden verwoestten. Inmiddels staan de wijngaarden er weer goed bij. Dit stuk van de wandeling is prachtig, de wijnranken zijn prachtig groen en het is een prachtig gezicht tussen alle muurtjes. Wat een werk moet het geweest zijn om dit allemaal te maken. We lopen langs een oude molen en we moeten eigenlijk wel terug. We zouden om zeven uur terug zijn in Madalena om samen met de anderen een hapje te eten, maar we gokken erop dat we terug wel een lift kunnen krijgen en lopen nog een stuk verder door, door een leuk smal gangetjes tussen twee muurtjes. Als we terug proberen te liften blijken alle auto´s de verkeerde kant op te rijden, je zou bijna denken dat het één richtingverkeer is… Wouter is al eerder terug gegaan met Elsa maar Myrthe klaagt steen en been als ze het hele stuk ook weer terug moet lopen. We stappen maar even flink door -wat tot nog meer geklaag van Myrthe leidt- en we zijn uiteindelijk maar een paar minuten over zeven weer terug in Madalena waar we de anderen gelukkig makkelijk vinden in een restaurantje. We eten gezellig met zijn allen en nemen de ferry van negen uur weer terug.

Alle kleuren groen die je je maar bedenken kan
Maandag doen we weer school-pretpakket en daarna werken Aranka en ik nog aan de muurschildering. De heks die we in de vlag schilderen hebben we ook weer uitgesneden en schilderen we met een mal op de muur. Ook nu is het resultaat niet om over naar huis te schrijven, maar Aranka maakt het wel weer mooi, die is erg goed in dit soort precieze klusjes. Aan het eind van de ochtend huur ik een auto wat weer erg gemakkelijk gaat en gaan we op weg. Eerst rijden we helemaal naar het westen naar de vuurtoren bij de vulkaan “dos Capelinhos” die in 1958 voor het laatst is uitgebarsten. Eerst als een onderzeese vulkaan, maar later was er zoveel lava en as uitgekomen dat er een stuk land van 2,4 km2 bij het eiland Faial is gekomen. Onder de vuurtoren onder de vulkaanas is een museum gebouwd over de uitbarsting van 1957-1958. Het is erg indrukwekkend, ook omdat er mooie filmbeelden van gemaakt zijn. Het landschap is hier nu wel buitenaards met alleen grijs bruine as waarop nog niets groeit. Na het museum rijden we verder over het eiland en rijden nog naar de krater van de grote vulkaan, de Caldeira, midden op het eiland van ruim 1000 meter hoog. Helaas is het bewolkt en rijden we het laatste stuk in de mist. Als we op de krater rand staan zien we eerst ook alleen maar mist maar na een tijdje klaart het heel even op en zien we door de mist heen de krater liggen. Prachtig groen met alle kleuren groen die je je maar bedenken kan. Er is een mooie wandeling over de rand van de krater maar in de potdichte mist zien we daar toch maar vanaf en dus rijden we terug naar Horta. Als we terug zijn maakt Aranka de muurschildering verder af door het gezicht van de heks te schilderen. een lastige klus maar het resultaat is prima en hij is goed zichtbaar door de kleuren van de vlag. Nou, hè hè, die is af, dat koste toch wel weer heel wat meer tijd dan we van te voren dachten. ‘s-Avonds komen Jaap en Elsa nog koffie drinken en vertellen hun verhalen over de reis van de afgelopen drie jaar. Het is erg gezellig en leuk om al hun verhalen te horen.

Andere murschilderingen van Nederlandse schepen in Horta…

de White Witch spuit vooruit
Dinsdag doen we eerst boodschappen met de auto en leveren hem daarna weer in. Het regent vandaag dus lekker dat we de muurschildering af hebben. We maken de White Witch in blue klaar voor vertrek en om één uur varen we onder luid getoeter van de Nederlandse schepen die nog in Horta liggen af richting Víla de Velas op São Jorge. Het is maar een kort stukje (25 mijl) varen en we kunnen er voor de avond zijn. De wind komt schuin van achteren. Volgens de Gribfiles zou er rond de twaalf knopen wind staan dus we zetten geen rif. Als we buiten de haven komen waait het al snel meer dan twintig knopen, maar uit een goede hoek en de White Witch spuit vooruit. We lopen eerst 6, dan zeven, dan en uiteindelijk soms meer dan negen knopen. Zo schiet het lekker op. Aranka oppert meerdere malen om toch maar een rifje te zetten, maar zolang we niet uit het roer lopen en heerlijk door het water spuiten blijf ik lekker in de kuip zitten. Als de wind dan boven de 25 knopen komt moet ik er toch aan geloven en gaat er een rif in het grootzeil en in de genua. Ik ben nog niet klaar of de wind zakt in tot 12 knopen, dus halen we het rif er weer uit, en daarna neemt de wind steeds verder af tot 0 knopen. We starten de motor, maar nog geen kwartier later waait het alweer, maar nu pal tegen. Motor uit, en kruisen maar tot 2 mijl onder São Jorge. Hier krijgen we ook de stroom tegen en dan vinden we het welletjes en varen de laatste mijlen op de motor. Als we het haventje van Víla de Velas binnenlopen staat de havenmeester José de Dias al uitbundig te zwaaien waar we moeten gaan liggen. Hij helpt ons met aanmeren en zegt dat we morgen maar moeten komen inklaren want hij gaat vanavond nog duiken. Hij is tot nu wel de vriendelijkste havenmeester die we ooit zijn tegengekomen. Wouter en Myrthe duiken meteen het water in samen met een stel Duitse kinderen van een andere boot. Deze keer is er geen sprake van verlegenheid en het water is ook ongelofelijk helder. Aranka tovert nog snel een pan nasi uit het kombuis met een paar gebakken eieren. ’s Avonds gaan we nog even langs bij de Lotus die hier al een paar dagen ligt en die ook bezoek hebben van een Nederlands stel die hier op São Jorge wonen en ook een schip in de haven hebben liggen. We krijgen de nodige tips over het eiland en kletsen door tot het donker wordt. Dan gaan we lekker slapen. ’s Nachts horen we weer de meeuwen die we ook al op Flores hoorde en die ’s nachts tegen de rotsen aan zitten en elkaar roepen met een hoop geschreeuw.

Achter op de squad
Nadat we het pretpakket voor school hebben gedaan (we zijn met geschiedenis nu in de Middeleeuwen) huren we woensdag een autootje om het eiland te bekijken. We verleggen ook nog even ons schip naar een wat rustiger plekje dat is vrijgekomen nadat er zeker zes schepen zijn vertrokken naar Terceira waar morgen het Sanjoaninas feest begint. We rijden via een mooie route naar het oosten van het eiland en zetten de auto neer bij een parkeerplaats aan het begin van wandelroute 1. Dit wandelpad loopt vanaf de bergrug met prachtige uitzichten naar beneden naar Fajã da Caldeira de Santo Christo, een heel klein plaatsje dat alleen te voet of met een squad te bereiken is. Het is een prachtige wandeling met volop hortensia’s langs de route die hier gewoon in het wild groeien. De bloemen wisselen af met grasweides waar koeien en een enkele stier graast en met prachtige uitzichten over de prachtig blauwe zee. Als we bij Fajã da Caldeira de Santo Christo zijn gaat het wandelpad over in een iets breder pad. Myrthe en Wouter beginnen al behoorlijk moe te worden en als ze na een tijdje een lift krijgen aangeboden van een squad die voorbijkomt klimmen Aranka, Myrthe en Wouter achter op de squad en leggen zo de laatste kilometers af. Kan ik ook weer even lekker doorlopen…. Als ik aankom bij het einde van de wandeling in Fajã dos Cubres staan Aranka en de kids vrolijk te wachten. De tocht op de squad was erg spectaculair geweest. Fajã dos Cubres is ook weer een piep klein plaatsje maar er zit een klein restaurantje waar we wat drinken. Ik probeer terug te liften naar de parkeerplaats waar ons autootje staat en na een kwartiertje komt er zowaar een auto langs en kan ik meerijden over een heel steile weg naar boven. Daar heb ik zo weer een volgende lift tot voorbij de hoofdstad Calheta en ook een derde lift krijg ik weer binnen een paar minuten tot aan de parkeerplaats waar onze auto staat. Snel rij ik weer terug naar Fajã dos Cubres, nu binnendoor over de bergrug. Als ik Aranka en de kids heb opgepikt rijden we door naar Fajã das Almas waar we over een ongelofelijk steil weggetje naar beneden rijden. Daar lopen we een stukje langs de kust en hebben een mooi uitzicht over de gestolde lava die hier lang geleden zo de zee in stroomde. We eten heerlijk bij restaurante Maré Viva. In het donker rijden we weer terug naar Velas. Donderdag doen we school en kijken we rond in Velas wat ook een leuk plaatsje is. Aranka gaat naar de kapper en komt twintig jaar jonger weer terug. ’s Middags komt de Win2Win ook aan en ‘s-avonds eten we samen met Co en Carla van de Lotus en met Eltjo en Lilian van de Win2Win pannenkoeken op de White Witch.

De haven is behoorlijk vol
‘s-Avonds maken we de boot klaar om ’s ochtends vroeg te vertrekken. We horen van José dat de haven in Angra do Heroísmo erg vol is omdat daar het Sanjoaninas feest is. We besluiten om dan direct door te varen naar Praia da Vitoría dat twaalf mijl verder ligt. De Lotus vaart daar morgen ook heen en we kunnen dus samen op varen. Vrijdag ochtend staan we om zes uur op en half zeven gooien we de trossen los. Helaas is er geen wind en moeten we het eerste stuk motoren. Niet veel later zien we ook de Lotus vertrekken die ons even later voorbij vaart. Misschien is de spoed onze schroef niet helemaal goed ingesteld want op de motor zijn we niet erg snel. Maakt ook niet zoveel uit want we zeilen meestal. Als we voorbij São Jorge zijn kunnen we heerlijk zeilen. We komen om half acht ‘s-Avonds aan in de haven van Praia de Vitoría waar Co en Carla van de Lotus ons staan op te wachten om een lijntje aan te nemen. De haven is behoorlijk vol, maar we vinden nog net een plekje aan de receptiesteiger.

Groen, ruig en vriendelijk Flores


Flores lag volledig in de wolken toen we dit eiland aanliepen. We konden het vaag ontwaren op 20 mijl afstand. Pas dichterbij gekomen zag je hoe hoog het was (900 meter) en hoe groen en ruig. De kust loopt steil omhoog, maar bevat ook kleine strandjes met zwart vulkanisch gesteente. Op de groene glooiende hellingen zien we diverse plaatsjes liggen met witte huizen en rode daken. Het eiland is niet groter dan 17 km lang en 12 km breed en heeft minder dan 4000 inwoners.


De haven van Laies is prachtig als we hem op drie juni aan lopen terwijl we het dorp tegen de glooiende helling zien liggen. Eenmaal binnen aan de steiger ontmoeten we ook de havenmeester. Wat een ontzettend vriendelijke en gemoedelijke man is dat. Omdat het een kleine haven is raken we heel makkelijk met de andere zeilers in gesprek en is de haven net een klein en heel gezellig dorpje.

We ontmoeten hier ook de boot “Selkie”, met een Ierse familie aan boord, met een meisje van 6 en een jongen van 11. Die vragen of Wouter en Myrthe zin hebben om te komen spelen. Myrthe en Wouter hebben 2 weken zo op elkaars lip gezeten, dat wij denken dat dat heel leuk is. De kinderen denken daar echter anders over en hebben in eerste instantie nog geen zin. Pas twee dagen later na enige stimulans van ons, en nog een uitnodiging van de Selkie, gaan ze samen spelen en komen helemaal enthousiast terug. Erg leuk dat het goed klikt, want de Selkie vaart net als wij richting Cork in Ierland.

De dag van aankomst rommelen we wat op de boot en in de haven, voeren ons afval af (3 kleine vuilniszakken voor 15 dagen) en proberen voor de volgende dag een auto te huren. In de avond gaan Roelof en de kids vlak bij in de snackbar een hapje eten. Het is een verrassing hoe weinig het hier kost (1 euro voor een koffie of bier en 1 euro voor een patatje). Omdat ik in de oversteek zo gewend ben om om 20.00 uur naar bed te gaan, val ik ook nu heel snel in slaap. Ik sla het avondeten dus maar even over. Wel horen we die nacht gekke geluiden buiten, het blijken meeuwen te zijn, die in de nacht terug komen en tegen de berghelling zitten. Ze maken een bijzonder geluid, net alsof ze neusfluitjes hebben (aue-aue-aue). Nog nooit eerder gehoord. En in de ochtend als de zon opkomt zijn ze alweer verdwenen en hoor je ze niet meer.

De volgende ochtend wandel ik het dorp Laies in op zoek naar de supermarkt. Wekelijks wordt er vers aangevoerd en het schip is gisteren net geweest. Mooi om wat fruit aan te vullen en een vers brood en wat zuivel. Ik heb niet eens veel nodig, want ik heb nog steeds groenten en fruit van Bermuda.
Het is leuk om de berg een stuk op te wandelen. Er staan prachtige bomen, die net in bloei staan en helemaal rood zijn en gonzen van de bijen. En de mensen hier zijn werkelijk zo ontzettend vriendelijk. Terug krijg ik ook direct een lift aangeboden en wordt ook hulp aangeboden, voor het geval ik nog was heb. Zo heb ik het nog niet eerder meegemaakt.

Als ik terug kom heeft Roelof al een auto geregeld en gaan we snel op pad. We rijden over diverse weggetjes en stoppen onderweg bij alle mooie uitzichtpunten en dorpjes. Aan de zuidkant van het eiland is ook een wandelroute die helemaal naar beneden loopt naar het strand. Het is een erg leuke route en wij lopen het fraaie stuk langs de rotsen langs de kust tot we een mooi uitzicht hebben op het strand en lopen dan weer terug naar boven.

We zien de Rocha das Bordoes, een prachtig punt in het lava gesteente wat net op een stel orgelpijpen lijkt. Dan rijden we door naar Poco da Alagoinha, een groene rots met meerdere watervallen die uitkomen in een meertje. Als je daar beneden staat en de spiegeling van de rotswand in het meertje zien en een sterntje dat nog wat probeert te vissen, wordt je daar echt stil van.

We kijken ook nog bij een hele oude watermolen, die nog steeds werkt. De dame die alles regelt laat ons onder het huis ook het molenrad zien en we krijgen zelfs nog wat maismeel mee, om pannenkoeken van te bakken. De molen dateert van 1862. Grappig dat het nog steeds functioneert.

Dan rijden we naar een dorpje Aldeia da Cuada, waar de tijd stil is blijven staan. De huizen zijn gebouwd van stenen uit het lava gehakt en het is er een bloemenweelde. Daar is ook een café en we drinken een heerlijke cappuccino.

Dan rijden we dwars door de bergen van Flores heen en komen langs enkele prachtige meren die bovenop in de krater van de oude vulkaan liggen. Het ene meer ziet er zwart uit, het andere blauw en het volgende groen. Het is niet te geloven die kleuren en de mooie uitzichten.

Daarna is de dag eigenlijk al zo goed als om en is het tijd voor een hapje eten. We rijden terug naar Laies en gaan naar het restaurant, wat ons is aanbevolen door de Elida 6 (zeiljacht waarmee we op weg naar de Azoren steeds contact hadden). Het restaurant heet Casa do Rei een stukje buiten Laies. We worden heel vriendelijk ontvangen en het ziet er huiselijk gezellig uit. Voor de kinderen hebben ze zelfs een speelhoek ingericht. We eten heerlijk en alle groenten verbouwen ze zelf. Voor de kinderen is het een feestje, omdat de gastvrouw veel aandacht schenkt aan de kinderen en leuke kinderglazen gebruikt en de etensborden versiert met snoepjes. Top, aanradertje dus.

Als we daarna terug zijn in de haven is helaas het weer aan het veranderen. Een donkere wolk komt steeds verder over de berg heen onze kant op. Dat is jammer, want het is een feestavond in Laies. Er is een processie, waarbij één van de beelden uit de kerk -die langs alle kerkjes op het eiland is geweest- weer terug komt in de kerk van Laies. Het is zo’n speciale gelegenheid dat de mensen een hele loper van bloemen hebben gelegd door de hele straat. Het ziet er prachtig uit, maar helaas blaast het een beetje uit elkaar door de windvlagen onder een donkere wolk die er overwaait. En net als het beeld arriveert regent het ook nog, waardoor alle kaarsjes langs de loper uitgaan. Maar de mensen deert het niet, het is hun feestje en het is een mooie optocht. Daarna gaan ze in de kerk zingen. Een gedeelte luisteren we, maar dan laten we hen rustig met hun eigen feest. Het was al een cadeautje dat we dat een stukje mochten meemaken.

De volgende ochtend hebben we de auto nog tot 12 uur. Wij springen dus vroeg uit bed en rijden naar Santa Cruz aan de oostzijde van Flores. Daar waren we nog niet geweest. Hier was vroeger de jachthaven, maar het is zo rotsachtig en smal, en zonder steigers dat je hier nu echt niet meer wil liggen met een jacht. Maar wat bijzonder is, is het walvismuseum in de oude walvisfabriek, waar de walvisolie werd vrijgemaakt en bewaard. Het is naar om te zien hoe er op walvissen is gejaagd in het verleden. Maar het vertelt zo veel over de karakters van de mensen en hun voorouders hier. De walvisvaart was namelijk niet ongevaarlijk, vroeg veel geduld en vooral moed en was hard werken, omdat de walvissen zo stil mogelijk via roeiboten werden benaderd (terwijl het niet eens veel verdiende). De mensen hier op de Azoren en Kaapverden waren hier zo ontzettend goed in dat ze over de hele wereld beroemd werden en overal op de walvisvaart de schippers werden. Je ziet ook dat ze heel trots zijn op die periode en hun vaardigheden. Ze jaagden op potvissen, want die hebben heel veel olie in hun hoofd. Uiteraard hebben ze zo veel olie in hun hoofd, omdat ze heel diep duiken voor hun eten (1000 meter) en daar is geen licht en “kijken” de potvissen door middel van echo. De olie in hun hoofd is om de echo’s op te vangen. En zoals wij het geluid van tikken op glas kunnen onderscheiden van bijv. dat van tikken op een rots, zo herkent de potvis onder water ook de geluiden via echo.

Als de potvis onder water duikt dan komt zijn staart boven en duikt hij echt verticaal naar beneden. Hij kan wel een uur onder water blijven. Maar daarna moet hij weer lucht happen en komt hij weer boven en dat is meestal niet ver van waar hij eerst was. Je ziet dan 5 keer per minuut zo’n enorme spuit de lucht in gaan, wat verraad waar hij zich dan weer bevind. Zo werden ze vanaf land gespot en gingen de walvisvaarders er achteraan. De walvisjacht heeft in de jaren zestig zijn top gekend op de Azoren en is medio 1980 ingestort onder andere omdat de vraag naar levertraan (uit walvisolie) verdween (en uiteraard ook omdat er een verdrag is gekomen om walvissen te beschermen). Gelukkig maar, want als je ziet hoe de dieren werden geharpoeneerd en daarna met veel pijn vochten voor hun leven, is dat niet meer te verkopen. Het enige wat dan nog positief is aan de fabriek is dat werkelijk alles van de walvis van kop tot straat werd gebruikt voor zeer verschillende doeleinden. Dus geen verspilling van het dode dier. Gelukkig bieden in deze huidige tijd de walvissen, die vooral langs de Azoren zwemmen (koud diep water met veel krill) een mooie attractie voor de toeristen. Er zijn per eiland enkele bedrijven die walvis en dolfijnen tours maken. Het valt op dat het juist de kleinere bedrijfjes zijn die het belang inzien van afstand houden, met maximaal 3 boten binnen 150 meter varen en minimaal op 50 meter van een walvis en veel respect voor de dieren hebben. Zij halen tijdens hun tour ook plastic, touwen en andere troep uit het water als dat wordt gezien. En er worden tijdens dit soort tours ook biologische registraties (wetenschappelijk onderzoek) gedaan en foto’s gemaakt van de staartvin (vingerprint) en dergelijke om de migratie rond de Azoren in kaart te brengen. Het is leuk om zelf (maar ook voor de kinderen) meer over walvissen te leren. En we weten nu ook dat de vinvissen nu verder naar het Noorden trekken en we er niet veel meer zullen zien rond de Azoren (is al relatief laat om ze nog te treffen), terwijl de potvissen het hele jaar rond hier kunnen verblijven.


Tja en na het indrukwekkende walvismuseum rijden we snel terug naar de haven. We doen nog even snel snel boodschappen en dan is het alweer twaalf uur en moeten we de auto inleveren. Even later komt de Ojala binnenvaren, mooi voor de depressie en met de mast keurig vastgesjord met dyneema-lijn waar de stag is gebroken. Zo fijn om Anna en Maarten weer te zien en we hebben lekkere toast en croissants voor ze. En we horen al hun belevenissen van de oversteek.
Die dag bereiden wij ons voor om de volgende dag te vertrekken. We mogen van de Distant Shores II de pilot boeken van Schotland en Ierland overnemen. Dat is super, want die hadden we nog niet. En ze hebben nog goede tips meegegeven wat leuke plekjes zijn om te bezoeken en het Crinan kanaal waar je door kan varen.
Die avond eten we samen met Anna en Maarten bij Braia du Mar in het plaatsje Laies. Ongelofelijk lekker gegeten met 6 personen voor 50 euro. Dat is zo goedkoop vergeleken bij Bermuda, dat we het bijna niet kunnen geloven.
Die nacht klimmen we op tijd uit bed, want de Batjar komt om 02.00 uur binnen. Knap schipperswerk in het donker met de rotsen vlak bij de haveningang. Ook zij zijn blij dat ze er zijn. En de volgende ochtend komt de Sark binnen. Het wordt bijna een NL invasie. Maar fijn dat ze veilig binnen zijn en dat wij ze nog even gesproken hebben voordat wij diezelfde ochtend (6 juni) doorvaren naar Horta op het eiland Faial.