US Virgin Islands


Tarpoenen lusten frietjes
We varen dinsdag 7 april tegen de avond weg van Saba en zetten koers naar St. Croix. Het voelt toch weer vreemd om een donkere nacht in te varen. Maar wel een goede oefening, want 25 april nadert alweer snel. Rond die datum willen we de terugreis beginnen via Bermuda en Azoren naar Europa. Geestelijk zijn we alweer druk in voorbereiding voor die overtochten en terugreis (met wachtlopen in de nacht). Maar in de tussentijd hebben we toch nog 2 volle weken om van de Maagden Eilanden te genieten.
Een deel van de Maagden Eilanden is Amerikaans en een deel is/was Engels. Wij hebben van te voren in Nederland visa voor Amerika gehaald en het is toch leuk dat we die nu dan ook echt gaan gebruiken. Wij gaan eerst twee Amerikaanse Maagden Eilanden bekijken, St. Croix en St John. St. Croix ligt het meest zuidelijk en daarna gaan we door naar St. John en de Britse Maagden Eilanden. Hopelijk zien we daar ook nog de Volonté voor zij de terugtocht aanvangen.

St. Croix is een langgerekt eiland. Het is tegenwoordig Amerikaans, maar was tot 1917 Deens, toen het samen met de andere Amerikaanse Maagden Eilanden voor 25 miljoen dollar aan de Verenigde Staten werd verkocht. Omdat de eilanden eerder ook Brits zijn geweest rijden ze hier links. We varen een heel stuk langs het eiland naar het in het noorden gelegen Christiansted. Goed opletten, want we moeten precies tussen alle koraalriffen door varen. Prettig dat we dat in het licht kunnen doen. De geul is keurig met boeien aangegeven en de kaart op de plotter blijkt weer keurig te kloppen. Bij de haven gooien we het anker uit. Als we zeker zijn dat het anker goed ligt gaan we met zijn allen met de dinghy inklaren bij de douane.
De douane mevrouw kijkt eerst of we wel een visum hebben en is “so glad that you have visa” wat ze wel vier keer herhaalt. Kennelijk komen er veel toeristen zonder visa bij de douane aan, dat wordt dan bestraft met een boete van US $500 per persoon, die de douane beambte dan mag innen. Maar wij staan met 10 minuten en ondervraging van Roelof en mij gewoon weer buiten. Dat is ook weer geregeld.

Chritiansted is een leuke plaats. Er zijn veel historische gebouwen die zijn behouden en die ook zijn gerenoveerd. Gezellig gekleurde huizen met veranda’s en relatief veel laagbouw. Aan de andere kant zijn er ook veel leegstaande huizen (for sale of to rent) en zijn er huizen die door overkomende orkanen verwoest lijken en als niet opgeruimde ruïnes in de stad staan. Later hoor ik dat 3 jaar geleden bij Christiansted de olie industrie die voor veel werkgelegenheid zorgde is gestopt. Sindsdien worstelen de bewoners kennelijk, en als je buiten het echte centrum komt ziet het er dan ook een beetje vervallen en verpauperd uit.
We eten wat in een restaurant. En daar merk je echt de Amerikaanse invloed. Ze halen je glas al bijna weg als het nog niet eens leeg is en je moet behoorlijk duidelijk zijn als je dus niet nog een glas drinken wenst “Refill?”. Ik zit dus met een tweede drankje waar ik eigenlijk helemaal geen zin in had, gelukkig drinkt Roelof het op. Het eten is overvloedig en ik ben verbaasd over de enorme hoeveelheid geraspte kaas die over mijn crunchy pita ligt. Het is bijna een heel zakje. Maar de Tarpoenen aan de waterkant weten dit Amerikaanse karakter wel te waarderen. Al het eten dat over blijft op de borden wordt aan deze grote meters lange vissen gevoerd. Met hun grote bek happen ze de frietjes uit het water. Wel geinig, maar ook een beetje gek al die Tarpoenen hier bij het restaurant.

Ik ben gelukkig geen frietje!
Donderdag 9 april staat in het teken van reparaties. Ons schip kan aan de steiger liggen in de haven van Chritiansted en ze hebben tijd om een mechanicus naar de motor te laten kijken en hebben ook ideeën om ons met de mast te helpen om het rubber tussen de mast en het dek vast te zetten. John, die de reparaties regelt komt helpen met de mast en even later komt ook iemand voor de motor. Het verloopt best vlot. En de warmte wisselaar van de motor is deels dichtgeslibd en wordt schoongemaakt. Als we de motor daarna proefdraaien komt er geen druppel meer uit. Het rubber bij de mast wordt vast gezet met twee hele grote slangenklemmen.
Als we toch in de haven liggen (voor het eerst sinds januari) wil ik de boot ook meteen spoelen met zoet water en daarna de vlieg roest weghalen. Ik ga ermee aan de slag, maar het water uit de kraan is bruin en roestig. De boot wordt er niet echt schoner van en de watertanks durf ik er al helemaal niet mee te vullen. Dat doen we wel weer met onze eigen watermaker. Terwijl ik lekker bezig ben trek ik per ongeluk mijn schoen van de steiger af met de slang. Ik ga ervan uit dat mijn verdwenen schoen dus op de bodem ligt tussen onze boot en de steiger. Ik moet even moed verzamelen om het water in te springen en mijn slipper op te duiken, onder steigers door zwemmen is niet mijn favoriete bezigheid. Ik probeer Roelof nog zo ver te krijgen maar die vindt dat ik met mijn duikbrevet dit ook best zelf moet kunnen. Uiteindelijk zak ik via het zwem trapje in het water. Het is heel helder maar hoe ik ook zoek, ik zie mijn schoen niet. Wat ik wel zien zijn twee grote Tarpoenen die op mij af komen. Ik ben dan wel geen frietje, maar wie weet lusten ze mij ook rauw!!! Binnen drie seconden sta ik dus weer op de boot, zonder schoen en ik durf er ook niet meer in.

Wouter zegt dan doodleuk “Maar, ik heb daarnet wel een schoen zien wegdrijven! Maar dat is al een hele tijd terug.”
Ik denk nee….., het is niet waar, zou mijn Teva dan drijven? En warempel aan de overkant zie ik nog net bij de steiger iets in het water drijven. Met de pikhaak ren ik er op af en gelukkig kan ik ik hem er nog uit vissen. Alhoewel hij al meermalen tijdens deze reis is gerepareerd en hij inmiddels met draadjes aan elkaar hangt, voldoet hij nog uitstekend en ben ik blij dat ik hem weer terug heb.


Een Macro zak chips!!
Vrijdag huren we een auto bij Budget. We moeten heel veel handtekeningen zetten dat we de auto zonder zand terugbrengen, dat we niet met natte kleren in de auto zullen zitten, dat we zelf de verzekering regelen etc. etc. etc. De verhuurder is ook nog erg vervelend maar de auto is verder prima. We proberen vandaag zoveel mogelijk van het eiland te zien, en het is so wie so al leuk om rond te toeren en even geen water te zien… Eerst gaan we toch even kijken bij Salt River baai, een inham met een rivier, waar heel veel bootjes verscholen liggen tussen de mangrove en het groen tegen hurricanes. Op deze plek zou Columbus op zijn tweede reis op St. Croix aan land te zijn gekomen. Daarna pakken we een binnenweg door het tropische regenwoud. Dat is een mooie route, maar helaas gaat deze over in een 4 wheel drive track, en dat ziet er toch net iets te stoer uit voor de nog zo mooie bolide zonder lakschade. Dus nemen we een andere route naar de andere kant van St. Croix naar het plaatsje Frederiksted. Het is een leuk dorpje. De verlaten rechte wegen met huizen met hier en daar een veranda doen Amerikaans en zelfs een beetje western-achtig aan.

Hierna gaan we naar het Whim museum. Dit is een oude suikerriet plantage waar het oude landhuis volledig is gerestaureerd. Van de voormalige slavenwoningen in de tuin zijn helaas alleen ruïnes over. De plantage is een groot terrein en met overblijfselen van de windmolen en de machines om het suikerriet uit te persen kan je je toch wel een voorstelling maken hoe het er hier in het verleden uit heeft gezien.

Als we naar de St. George Village Botanical Garden gaan is het is al 4 uur in de middag en wij zijn ook de laatste en enige gasten op dat moment. We krijgen een route hoe we door de tuinen kunnen lopen en lopen er in een uur net voor sluitingstijd doorheen. De tuin is verrassend mooi. Er zijn veel orchideeën, een cactus gedeelte en er staan in de tuin ook nog ruïnes van een oude plantage. De tuin raakt een stukje tropisch oerwoud en ook daarvan zit een gedeelte in de route. Heel gevarieerd op die manier. Maar Wouter vind het klinkklare onzin dat we nu alweer door een tuin lopen. We hebben op Martinique, samen met de Pacific toch al een Botanische tuin gezien? Waarom dan nu ook deze weer?? Tja, we hebben de voetbal niet meegenomen, anders had Wouter lekker in de tuin kunnen voetballen.

Op de terugweg gaan we naar een enorme supermarkt. Het lijkt wel een soort Macro, met mega voorraden. Daar kunnen we weer even onze vers voorraad zuivel, vlees, groente en fruit aanvullen. Maar we kijken onze ogen uit naar de Amerikaanse mega verpakkingen van alles wat hier wordt aangeboden. De mega zak chips hadden we bijna gekocht, om te kijken hoe groot Wouter zijn ogen zouden zijn als hij deze kreeg, toch maar niet gedaan…

Snorkelparadijs
Zaterdag 11 april gaan we naar Buck Island. Dit is een prachtig klein onbewoond eiland ten noorden van St. Croix. Het schijnt een snorkel paradijsje te zijn, waar de bewoners zelf in het weekend graag verblijven. Kortom het lijkt ons heerlijk daar ook nog een nachtje te liggen. We leveren de auto weer in en gaan vervolgens in Christiansted op zoek naar iemand die ons een vergunning kan leveren om met onze eigen boot naar Buck National Parc te gaan. Alhoewel dit normaal een kleine week schijnt te duren lukt het toch in een half uurtje en nadat alles keurig wordt geregistreerd en gestempeld door de politie mogen we erheen.
Het is maar een piepklein stukje, maar we hebben tegenwind. We laveren tussen de riffen door en komen na een uurtje zeilen aan bij Buck Island. We ankeren bij het strandje aan de westzijde, lekker in de luwte. Er liggen nog best aardig wat andere boten van een soort “Valkje” tot super de luxe Motorjachten. Wij willen de fantastische snorkelplek bekijken en varen een half uur tegen de wind in met onze kleine dinghy en 2 PK motortje naar de lagoon. De lagoon ligt binnen het rif langs de zuidkant van het eiland. Het is 2-3 meter diep en een 50 meter brede strook langs het eiland. Uiteraard vaart Roelof weer niet via de boeien de lagoon in, maar steekt af tussen het rif door. Kortom dat is weer zweten als je iedere keer bij een golf weer een stuk koraal boven water ziet opduiken. Gelukkig laten we het koraal ongeschonden en wordt de dinghy niet lek geprikt.
In de lagoon zijn enkele moorings, waar we onze dinghy aanmeren. En dan snel het water in. Het is helder en omdat het ondiep is zie je de kleuren onder water heel mooi. Er staan knalgele hertengeweien, grote paarse bladeren die met de golven heen en weer wiegen (ziet er uit alsof je een blad laat drogen en alleen de nerven overhoud, maar dan in het groot en helemaal paars) en het hersenkoraal is er ook te vinden. Veel tropische vissen zien we. Wat vooral indruk maakt zijn de grote grijze vissen die boven een rots hangen. Ze zijn zeker 1,5 meter en houden hun bek wagenwijd open. Zodanig dat ik in ieder geval gepaste afstand houd. Geen idee wat het voor soort vis was. Roelof dacht een Tarpoen, maar ik weet het niet zeker. Een Barracuda was het ook niet alhoewel het model er wel op leek. Maar die gapende open bek met tanden vond ik er wel heftig uitzien.
Tegen de avond waren alle andere bootjes vertrokken en hadden we het paradijs voor onszelf. Heerlijk om daar te liggen met weer een prachtige sterrenlucht boven ons.

Alles doet het weer!
Zondag zeilen we van Buck naar St. John. St. John ligt 32 NM noordelijker, maar aan de horizon kunnen we het nog niet zien. Het is een heerlijke zeiltocht, met een lekker gevoel dat de motor, de mast en zelfs de stuurautomaat en het elektronisch kompas het allemaal weer goed doen.
In de vroege middag komen we aan de zuidkant van St John aan en varen een Little Lamshur Bay in. Het grootste deel van St. John is een National Park. Het is prachtig groen, met glooiende hellingen, veel mooie stranden en nauwelijks bebouwing. Om te voorkomen dat alle jachten die hier komen het koraal beschadigen met hun ankers en ankerketting die over de grond slepen hebben ze overal moorings geplaatst. Ideaal en prettig en de kosten zijn met 15 dollar per nacht ook nog te overzien.
De baai heeft een strandje en we zwemmen ook nog wat rond. Roelof en Wouter zien een pijlstaartrog en Myrthe een octopus. Aan land staat nog een ruïne. Roelof en ik gaan even kijken, mede om te betalen voor de mooring. Maar dat betalen lukt niet, er is geen ranger te bekennen en ook geen plek om te betalen. ’s Nachts hebben we weer een prachtige relaxte nacht met de baai helemaal voor ons alleen.

Volonté in zicht!
De volgende morgen varen we tegen de klok in om St John heen. Eerst vanuit Little Lameshur Baai aan de zuidkust van St John, naar “Huricane Hole” en daarna door naar “Leister Point” in het Noorden. Zodra we noordelijk van St. John varen met ook de Britse Maagdeneilanden om ons heen lijkt het wel of we in een soort binnenzee zeilen. De swell is er niet meer (alleen wind), het is 25 meter diep in plaats van duizend en overal om je heen glooiende bergen. Het is leuk om te zien hoe dicht alle maagdeneilanden bij elkaar liggen en leuk om overal langs en tussendoor te zeilen. Hier zie je ook veel andere zeilboten.
En dan zien we ineens de Volonté aan de overkant bij het Britse Maagden Eiland op nog geen 2 mijl van ons vandaan (we zien ze op de plotter en daarna ook met het blote oog). Maar wij mogen niet zomaar de grens over steken (eerst uit- en dan weer in-klaren) en bovendien is het al tegen vijven en wordt het snel donker dus we houden het op marifoon contact en kijken hoe we elkaar ergens de komende dagen kunnen treffen.

Even later vinden we in Waterlemon of Leinster Point nog net de laatste mooring vrij. Achter ons komt een zeilboot op de motor die hard vaart en ook zijn oog heeft laten vallen op deze laatste mooring. Als we nu eerst de zeilen laten zakken zijn we de mooring kwijt, dus we zeilen tot onder de mooring maken een opstekertje en met behulp van de motor halen we de vaart uit het schip. De andere zeilboot heeft pech en gaat op zoek naar een andere mooring plek… Als we liggen en de zeilen naar beneden hebben gehaald gaan we met de dinghy naar de kant om de ruïnes van Annaberg Sugar Mill (oude suikerriet plantage met windmolen) te bekijken. Ik meende dat er ook restaurantjes waren met internet en had alle i-pads meegenomen voor een echt gezellig Crevecoeur familie uurtje met elektronica. Had ik dat nu maar niet gedaan. Toen we met de dinghy terug voeren stond er toch nog behoorlijk wat golfslag op het stenen strandje en hopla daar had je het al, twee golven vol over me heen. Gelukkig kan zelfs mijn rugzak wel wat hebben, want op de boot blijkt alles gelukkig nog droog te zijn.
Om te betalen liggen hier een soort houten vlotjes met een vlag erboven. Daar kan je foldertjes in vinden en een formuliertje invullen en een enveloppe achter laten met het geld. Grappig hoe dat is geregeld.

Een gewone schooldag!
di 14 april is een schooldag zoals Wouter voortaan elke dag wel wil. Een lekker ontbijt met chocolade vlokken (Jumbo uit Sint Maarten), dan een lesje rekenen, dan even zwemmen en lekker snorkelen met een rog en grappige slangetjes in het zand. Als pappa en mamma de boot naar een volgend baaitje (Trunk Bay) zeilen doe je weer een volgend les spelling. Dan weer met zijn allen snorkelen langs een prachtige koraalrif om het eilandje vlak bij de kust. Het koraal zit nog geen meter onder water en alle kleuren zijn prachtig zichtbaar op die diepte. We maken er een Biologie les van door de kinderen uit te leggen hoeveel tijd het koraal nodig heeft om te groeien en waarom het zo gevoelig is voor veranderingen in temperatuur of vervuiling van het water, enzovoort. Gelukkig zijn de kids altijd super voorzichtig en raken niets aan. Dan krijgt iedereen een lekkere lunch met noodles en een gebakken eitje. En dan zeilen paps en mams weer een stukje verder naar het plaatsje Cruz Bay. Daar klaren we onszelf en ons schip weer uit. Binnen 24 uur moeten we de Amerikaanse Virgin eilanden nu verlaten. Maar in Cruz Bay proberen we eerst nog even te ankeren en boodschappen te doen. We zijn best handig in ankeren geworden, maar ondanks die ervaring lopen we eerst aan de grond en daarna leggen we ons schip voor anker midden tussen andere boten, waar het eigenlijk niet past. Maar het past verder nergens, het is hier druk, dus het moet maar even. Met de kids doe ik snel boodschappen en haal lekkere verse melk en per ongeluk een Chinese kool van 12 dollar. Ik had niet gezien dat de prijs niet per stuk was maar per gewicht. Oeps. En dan gauw weg uit deze hectiek en chaos van Cruz Bay! We varen een stukje terug en pakken een mooring op in Caneel bay. Wouter klaagt dat hij niet kan werken als ik zeil en niet kom helpen. Maar na het zeilen heb ik alle tijd en doen we een lesje taal. Gut wat een makkelijke schooldag was dat. Verspreid over de hele dag, zonder problemen en morren. Zo wil ik ze ook wel vaker. En dan gaan we die Chinese kool eens proeven. Met kokossaus en kip en knoflook smaakt die heerlijk. Ik heb nog een halve over voor een volgende maaltijd.

Aangekomen op St. John (USVI)

Vandaag na een heerlijke dag zeilen aangekomen op St. John in Little Lameshur Bay. We kwamen vanaf Buck Island iets ten noorden van St. Croix waar we ’s avonds helemaal alleen lagen, heerlijk rustig. We liggen nu ook weer alleen in een prachtige baai. Tijdens het zwemmen zagen we een inktvis en drie roggen. Binnenkort meer…

Nederlandse Paradijsjes


Op zijn Frans
Nadat we dinsdag ochtend 31 maart vroeg ons anker in Baie de Grand Case hebben laten vallen zijn we weer terug in “Europa”. Het Franse deel St. Martin is echt Frans, meer Frans dan Sint Maarten Nederlands aan doet. Ze betalen hier met de Euro, op Sint Maarten met de US$, ze spreken hier Frans, op Sint Maarten Engels, etc. Wat dan wel weer Nederlands is, is dat je overal voor moet betalen, voor de brug, om te ankeren etc. Op St. Martin daarentegen kost inklaren zes euro en verder hoef je niets te betalen, bovendien kan je in Grand Case heerlijk eten en hebben ze hier lekker stokbrood en croissants. Als we de boot klaar hebben (huikjes over de zeilen, dinghy in het water, wifi antenne buiten hangen etc.) en goed gokken met het wachtwoord voor het wifi netwerk van het restaurantje voor ons (“guest”) kunnen we ook weer even onze mail bekijken en skypen met het thuisfront. Op Barbuda was er nauwelijks mogelijkheid om te mailen of te skypen.

’s Middags gaan we met een busje naar Marigot, de hoofdplaats van het Franse St. Martin. We klaren in, wat weer heel makkelijk op zijn Frans gaat, even wat gegevens op een computer intypen, stempeltje halen en klaar. We kunnen ons nu over heel Sint Maarten/St. Martin bewegen. Grenscontroles doen ze hier niet aan, alleen als we met ons schip naar het Nederlandse deel gaan, moeten we op St. Martin uitklaren en dan weer op Sint Maarten inklaren. Dat doen we dus maar niet…

Mast maakt raar geluid
Als we even later wat drinken in de haven aan de lagoon krijgen we een app-je van de Volonté dat zij hier ook nog liggen. Zij zouden vandaag naar St. Barth vertrekken maar dat is een dagje uitgesteld. Zij liggen aan de Nederlandse kant in de lagoon (een soort zout binnenmeer met een doorgang naar zee aan zowel de Franse als de Nederlandse kant) en komen later in de middag met hun dinghy ook nog richting Marigot. Dat is natuurlijk erg leuk! Myrthe en Wouter zijn helemaal hotel de botel en vragen om de vijf minuten waar Jesper en Thomas nu blijven. Aangezien we vannacht niet al te veel geslapen hebben tijdens de overtocht doen we rustig aan. Vannacht maakte de mast een raar geluid en de beugel waarmee de mast aan het dek vast zit was weer losgedraaid. Die hebben we maar weer vastgezet, maar het viel ons op dat de mast toch veel bleef bewegen ten opzichte van het dek. Gelukkig zit er op Sint Maarten een tuiger, dus daar moeten we ook nog even langs om advies te vragen.

Als we even later boodschappen doen in de supermarkt komen we zowaar Denise en Thomas van de Volonté tegen in de supermarkt. Eric is met Jesper in de dinghy nog op zoek naar onze boot. Dat zal niet meevallen want die ligt in een baai tien mijl verderop. Samen met Thomas loop ik naar de steiger en daar zijn Eric en Jesper ook al. Wat ontzettend leuk om ze weer te zien. De laatste keer dat we de Volonté zagen was in december in Mindelo. We gaan samen nog wat in de haven drinken en wisselen onze ervaringen en plannen uit. De kans is groot dat we elkaar ook nog wel op de Azoren en eventueel op de BVI’s tegenkomen, want zij gaan maar iets eerder aan de oversteek beginnen. Als het donker wordt gaan Denise, Eric, Thomas en Jesper snel naar de Volonté. In het donker is het gevaarlijk zonder licht te varen, er varen veel snelle speedboten.

Helaas begint het vlak nadat we afscheid hebben genomen te plenzen, en wij schuilen nog even voordat we weer een busje terug naar Grand Case nemen. We vrezen dat de Volonté-ers wel behoorlijk nat geworden zijn… Als we terug zijn in Grand Case gaan we lekker eten bij een BBQ restaurant. Je zit lekker buiten en krijgen veel en goed eten, komt goed uit want we hebben veel trek!

Magische bestemming
Woensdag brengt Wouter mij naar de kant. Ik ga een auto huren op het vliegveld. Nadat ik de verhuurder gebeld heb wordt ik keurig opgehaald en een half uurtje later ben ik met auto en al weer terug. Myrthe en Wouter zijn al goed opgeschoten met school en komen met Aranka met de dinghy naar de kant. We hebben een hoop tips gekregen wat we kunnen bekijken op St. Maarten en rijden eerst naar het Nederlandse deel, maar niet voordat we een paar stokbroden en wat lekkere Franse kaas hebben gehaald. Dat hebben ze op het Nederlandse St. Maarten natuurlijk niet… Even later rijden we over de Frans Nederlandse grens. Leuke vraag voor Triviant, grenst Nederland aan Frankrijk…, ja dus! We gaan naar Orient Beach, mooi, maar ook heel druk, dan zijn wij toch meer van de Barbuda beaches… Daarna rijden we door richting Philipsburg. We hebben Wouter en Myrthe een mini i-PAD beloofd voor de reis en hun verjaardag, maar ook verteld dat ze die pas in St. Maarten zouden krijgen waar je geen belasting betaalt. Scheelt toch weer twintig procent. Helaas is de Euro de afgelopen maanden ook zo’n dertig procent minder waard geworden, dus we hadden ze achteraf waarschijnlijk net zo goed in Suriname kunnen kopen, maar dat vertellen we Myrthe en Wouter maar niet. Anyway, sinds hun verjaardag is St. Maarten een soort magische bestemming geworden en sinds we hier zijn wordt ongeveer elk half uur gevraagd wanneer we nu naar de computer winkel gaan. Nu is het dus eindelijk zo ver! De kids zijn in een jubelstemming. Als er wordt geklierd hoef ik het woord iPAD niet eens te zeggen en ze zijn al weer muisstil. We vergelijken de prijzen in vier of vijf verschillende winkels, worden tureluurs van iPAD mini twee, drie en vier, maar vinden uiteindelijk een winkel die toch net wat goedkoper is dan de andere winkels en kopen ze dan maar. Nu komt het moeilijkste, want ze doen het nog niet, ze moeten eerst aan het Internet en dat hebben we nu even niet. We kijken nog wat rond in Philipsburg waar maar liefst drie cruiseschepen tegelijkertijd liggen afgemeerd. Dat is dan wel weer goed aangepakt, nergens in de Carib hebben we meer dan één cruiseschip gezien en hier liggen er drie…

Spektakel
We rijden ook door naar Maho bay waar de vliegtuigen die gaan landen vlak overheen vliegen. Als we aankomen is het erg druk. Als we de auto parkeren snappen we waarom, er kwam net een enorm vliegtuig van Air France aan. Die hebben we helaas net gemist. De vliegtuigen landen vanuit zee over het strand op de landingsbaan. Opstijgen gaat in dezelfde richting, dus vanaf het strand richting de bergen. Even later zien we een groot vliegtuig naar de andere kant van de landingsbaan taxiën en we blijven nog even kijken wat ie daar nou gaat doen. Nou dat is duidelijk want even later draait ie om en komt met een enorm geraas en met een paar honderd kilometer per uur onze kant op gestoven. Dat is toch wel angstaanjagend, zo’n enorm gevaarte wat op je af racet. Pas aan het einde van de landingsbaan komt ie los en voor ons gevoel kunnen we hem bijna aanraken. Aranka en ik duiken allebei inéén als het gevaarte over ons heen raast. Wouter heeft als eerste alles weer op een rij. Boos roept hij “Wat een waardeloze piloot, zo laag over mensen heen vliegen, dat doe je toch niet!” Waarschijnlijk was dit vliegtuig te groot om de andere kant op op te stijgen omdat daar ook nog wat bergen liggen waar je dan over of langs moet. In ieder geval hebben wij ook weer onze portie spektakel gehad!

Als we terug naar de boot rijden, gaan we nog langs bij de tuiger FKG. We krijgen prima advies, we leren dat de beugels die het dek aan de mast verbinden ervoor zijn om de krachten van de vallen, uit de mast die naar de kuip worden geleid, op het dek op te vangen. Nu stoppen onze vallen vrijwel allemaal op de mast, dus heel essentieel zijn die beugels op ons schip nou ook weer niet. Als ik ook een filmpje laat zien van de mast die beweegt vertelt de tuiger dat er rubbers tussen de mast en het dek moeten zitten. Die zullen bij ons dus wel verdwenen zijn waardoor de mast zover heen en weer kan bewegen. Dit zal er dan ook voor gezorgd hebben dat de beugels tussen mast en dek los zijn gegaan. We moeten op de boot eerst maar eens zelf kijken hoe het zit. Indien nodig moeten we de boot de lagoon invaren naar de tuiger. ’s Avonds zijn we moe en eten een hapje op de boot. Het lukt om de iPAD’s van Myrthe een Wouter aan de praat te krijgen via de laptop die nog steeds toegang tot het internet heeft via het restaurantje waar we voor liggen. Nu moeten er nog apps op, nou dat wordt dan weer iets voor morgen.

Inkopen voor acht weken
Donderdag kijk ik eerst samen met Aranka naar de mast. Het rubber dat de mast ten opzichte van het dek moet fixeren is inderdaad helemaal losgeraakt en wil ook niet zomaar terug waar het hoort. Door de babystag wat losser te zetten en de groot schoot wat losser te zetten komt de mast wat naar achteren en nu lukt het om het rubber met een hamer weer op zijn plaats te slaan. Nu maar hopen dat het niet opnieuw los gaat, we zullen er in Nederland nog eens goed naar laten kijken maar het lijkt dat we voor nu het probleem goed opgelost hebben. Daarna gaan we naar de kant, brengen de was naar een wasserette en rijden  de Pic Paradis op. Het laatste stuk moeten we lopen om bij een mooi uitzichtpunt boven op de berg te komen. ’s Middags gaan we naar een Internet Café zodat Myrthe en Wouter apps op hun iPAD’s kunnen zetten. We hebben er een family account van gemaakt waardoor ik steeds toestemming moet geven als zij een app willen installeren. Enerzijds wel handig maar bij de twintigste app vind ik het wel mooi geweest. Bovendien moeten we weer terug om de was op te halen. We brengen de was eerst terug naar de boot om deze uit te hangen. Daarna gaan we boodschappen doen, en niet zo maar boodschappen… We slaan de voorraden in voor de oversteek terug naar Europa. Hier kan je veel krijgen en bovendien zijn de prijzen redelijk. Op de BVI’s en Bermuda is alles veel duurder dus alles wat houdbaar is kopen we voor acht weken in. Dit levert een paar uur later twee tot de nok toe afgeladen winkelwagens vol met boodschappen op. Het is nog een hele uitdaging om alles eerst in ons piepkleine huur autootje te proppen, het daarna met de dinghy naar de boot te brengen en het dan weg te stouwen. Dat laatste laten we voor morgen, we gaan eerst nog een hapje eten. Het is inmiddels tegen negenen en bij de meeste restaurantjes is de keuken al dicht. Gelukkig vinden we nog een restaurantje waar we lekker kunnen eten. We komen pas na elven terug op de boot. Vrijdag klaar ik eerst nog uit, daarna lever ik de auto weer in en de rest van de dag doen we rustig aan.

Koelvloeistof onder de vloer
We halen zaterdag 4 april om half acht ons anker op in Grand Case en vertrekken naar St. Eustatius. We kiezen ervoor om langs de oostzijde van St. Maarten te varen zodat we iets ruimere wind hebben richting St. Eustatius. We hebben een lekkere zeiltocht van ongeveer veertig mijl met 10-15 knopen wind. Halverwege check ik het rubber dat  de mast ten opzichte van het deck fixeert. Helaas is dit toch weer losgekomen, daar moet dus een betere oplossing voor komen. Het lukt wel om onderweg, zo goed en kwaad als het gaat, het rubber weer tijdelijk vast te zetten met een hamer. Aangekomen in St. Eustatius ontdekt Aranka ook nog dat er koelvloeistof onder de vloer in de bilge ligt. Als we in de bak onder de motor kijken zit daar zeker 3 liter koelvloeistof in. Als we het niveau van de koelvloeistof checken is dit nog helemaal vol. Het blijkt dat het oude probleem dat we eerder ook hadden weer terug is waarbij koelwater in het interne koelsysteem loopt waardoor dit vervolgens overloopt. Dat is erg vervelend, want zo kunnen we de motor niet goed gebruiken. We moeten kijken waar we dit laten repareren, op de Maagden eilanden of terugvaren naar St. Maarten waar meer voorzieningen zijn. We kiezen er voor om onze tocht gewoon voort te zetten, en hopen dat we de problemen van de mast en de motor op de Maagden eilanden kunnen oplossen. Wordt vervolgd.

Werd het eiland in 1776 noodlottig
Als we komen aanvaren bij St. Eustatius vallen ons de grote hoeveelheid olietanks op het eiland op. Wel zijn ze heel netjes “uit het zicht” gebouwd zodat je ze vanuit Oranjestad niet ziet liggen. Ook liggen er verschillende olietankers die aan het lossen of laden zijn via een landsteiger die de zee in is gebouwd en via een grote meerboei die een paar mijl uit de kust ligt. We kunnen ons niet voorstellen dat al deze olie voor St. Eustatius zelf bedoeld is, blijkbaar wordt hier ook veel in olie gehandeld. We meren af aan een mooring, en varen even later met de dinghy naar de haven. Daar kunnen we bij de Nederlandse Marechaussee in een tot kantoor omgebouwde zeecontainer inklaren. Het valt al meteen op dat hier Nederlandse politie auto’s rondrijden. De spreektaal is Engels, maar de meeste mensen spreken ook Nederlands wat Myrthe en Wouter leuk vinden. Als we in- en ook direct weer uitgeklaard zijn, lopen we naar Oranjestad. Oranjestad ligt deels beneden bij het strand waar ook veel ruïnes vanuit het verleden te zien zijn.

St. Eustatius was een vrij handels eiland waar in de gouden eeuw veel handel werd gedreven in zilver, goud, wapens, suiker, tabak, katoen, maar ook in slaven. Doordat St. Eustatius neutraal was in alle oorlogen konden ook landen die met elkaar in oorlog waren hier via St. Eustatius met elkaar handelen. Zo werd er in een jaar wel 10 duizend ton suikerriet geëxporteerd terwijl er maar 300 ton op St. Eustatius was geproduceerd. Van de oude kade waar de boten aan afmeerden is niets meer over maar je ziet nog heel veel overblijfselen uit die tijd. Het moet een drukke bedoening zijn geweest met vaak meer dan honderd schepen die hier voor anker lagen en goederen die naar de wal werden gebracht. St. Eustatius werd in die tijd ook wel de Gouden Rots genoemd. Tegenwoordig wonen er nog geen drieduizend mensen op St. Eustatius.
Het neutrale karakter van St. Eustatius werd het eiland ook noodlottig. In 1776 beantwoordde het als eerste land de saluut schoten van de Andrew Doria, onder commando van de US Navy. De Engelsen die toen met het rebellerende Amerika in oorlog waren, zagen onder andere hierin aanleiding voor een oorlog tussen Engeland en Nederland. De Britse Admiraal Rodney viel binnen en nam alle schepen en bezittingen in beslag.

Het tweede deel van Oranjestad ligt boven op de klif die vrijwel loodrecht omhoog komt achter het strand. Om naar boven te lopen is er een steil pad omhoog dat het slavenpad wordt genoemd. De onvoorstelbare schaal van de slavernij wordt hier weer pijnlijk duidelijk en het is ook wel confronterend om hier omhoog te lopen. Boven op de klif bekijken we het Fort Oranje dat prachtig is gerestaureerd. Het plaatsje is gezellig en hier en daar zie je typisch Nederlandse trekjes. Wel raar dat hier zo’n leuk stukje Nederland ligt waar ik maar zo weinig van weet.

Schildpad, kreeften en een groene moreen
Zondag is het pasen. Met behulp van Wikipedia probeer ik Myrthe en Wouter bij te brengen wat voor feest dat is. Ik krijg natuurlijk allerlei vragen terug waar ik eigenlijk ook niet altijd het antwoord op weet. Zo vraagt Myrthe waarom het volk ervoor kiest om Christus te laten sterven en Barrabas de moordenaar te laten leven? Wie het weet mag het zeggen, eens kijken of er ook nog “schriftgeleerden” onze blog lezen. We gaan vroeg op pad want Aranka en ik gaan om negen uur een duik maken bij het “hangover reef” voor St. Eustatius. Myrthe en Wouter blijven bij de duikschool spelen waar ze ook wel een woordje Nederlands spreken. Het is prachtig onder water. We zien een schildpad, hele grote kreeften en een grote groene moreen, maar het mooiste vind ik het koraal dat met al zijn kleuren en bijzondere vormen een prachtig onderwater paradijs vormt. Ik neem de GoPro camera mee die ik van Aranka voor mijn verjaardag heb gekregen op een lange stok. Hiermee kan ik vissen van dichtbij filmen. Een kreeft heeft zich verstopt in een koraal pot en als ik de camera er dichtbij hou probeert de kreeft nieuwsgierig met zijn voelsprieten te ontdekken wat dit nu weer voor apparaat is. Het lijkt wel of ie ermee wil spelen. Alhoewel ik een grotere gasfles (15 liter) heb dan Aranka (12 liter) is mijn fles toch eerder leeg. Ik ga vast naar boven en na tien minuten komt Aranka ook weer boven samen met Uri, de duikinstructeur.


’s Middags gaan we samen met Myrthe en Wouter snorkelen voor het strand. We zien de oude kademuur onder water met ook weer prachtig koraal en ook heel veel vissen. Terug op de boot versiert Aranka samen met Myrthe en Wouter creatief onze paaseieren. De hardgekookte eieren worden monster, konijn, schildpad en haai met hulp van stukjes wortel, komkommer en wat mayonaise.

Onder luid geklaag
Maandag staan we weer vroeg op. We willen eerst naar de rand van de vulkaan lopen en daarna ook nog naar Saba varen. Om zeven uur zijn we al op pad en lopen door een mooi bospad omhoog onder luid geklaag van Wouter die helemaal geen zin heeft om omhoog te klimmen. Als we boven komen hebben we een prachtig uitzicht over de krater met oneindig veel kleuren groen in een nog laag staande zon. We genieten ervan als we fruit eten en zelfs Wouter moet toegeven dat dit toch wel de moeite waard was. Ondertussen scharrelt een haan bij ons rond en probeert ook van de speculaasjes mee te genieten. Grappig is ook dat op deze berg allemaal heremietkreeftjes lopen. Gewoon op het land is dat best wel gek. En we zien ook nog een kleine slang, die hier alleen op St. Eustatius voorkomt. Terug rennen de kinderen van de berg af, waardoor we om 10.00 uur alweer in het dorpje staan. Het begint nu pas echt heet te worden. Myrthe en Wouter sluiten vriendschap met een hond en vragen of hij mee mag op de boot. Het lijkt wel of de hond ook Nederlands verstaat, want die blijft daarna braaf met ons meelopen tot de dinghy. Maar we beginnen pas aan huisdieren als we weer terug zijn in ons eigen huis.

Volgens Nederlandse ingenieurs onmogelijk
’s-Middags rollen we de fok uit en varen we naar Saba. Het is maar een paar uur varen en je ziet Saba al duidelijk liggen vanaf St. Eustatius. Bij Saba zijn er twee plekken waar je aan een mooring kan liggen, ten zuiden van Saba lig je dichter bij de haven, maar ook vol in de wind die uit het zuid-oosten komt, en ten westen van Saba bij “Ladder Bay” waar je veel minder deining hebt maar wel weer ver van de haven ligt. We kiezen voor een mooring aan de west zijde. Het waait hier nog steeds hard met windstoten tot 35 knopen. Als we met de dinghy naar de kant varen hebben we het eerste stuk wind mee, maar het laatste stuk naar de haven toe komen we maar langzaam vooruit tegen de golven. Ook hier weer gewoon Nederlandse douane, maar het kantoor is dicht. Gelukkig kan de havenmeester de douane beambte bellen en tien minuten later komt ze aanrijden. In het haventje van Saba is verder weinig te beleven en we willen nog wel even in het dorpje rondkijken. De mevrouw van de douane is zo vriendelijk om ons mee te nemen naar het dorpje “The Bottom” wat ondanks zijn naam toch een paar honderd meter hoger ligt. Alhoewel het tweede paasdag is en alles dicht is, ziet het er toch erg leuk uit. Alle huizen zijn in dezelfde stijl gebouwd. Allemaal wit met rode daken, en dat midden in een prachtig groen eiland.

Saba is een ongelofelijk steil eiland. Ook waar wij voor anker liggen komen de rotsen vrijwel loodrecht uit het water en zijn echt hoog (paar honderd meter). Voordat hier een haven werd gebouwd, was de enige mogelijkheid om hier aan land te komen een lange trap in “ladder bay” die in de rotsen in gemaakt. Alle goederen werden toen via deze trap omhoog gesjouwd. In de jaren vijftig werd door Nederlandse Ingenieurs gekeken hoe er een weg op Saba kon worden aangelegd. Volgens de Nederlanders was dit onmogelijk, maar de inwoners van Saba namen daar pgeen genoegen mee. Joseph Hassel volgde een cursus wegen bouwen en bouwde daarna samen met de inwoners van Saba met de hand een weg. Een vergelijkbaar verhaal is er over het vliegveld, ook dit was volgens Nederlandse ingenieurs onmogelijk. De inwoners van Saba hebben toen een piloot uit St. Barth gevraagd of hij dacht dat hij op een vlakke rots in het noord oosten van Saba zou kunnen landen. Hij dacht dat dit wel mogelijk moest zijn. De inwoners van Saba hebben de rots toen zo vlak mogelijk gemaakt en de piloot is er geland. Nu ligt er een vliegveld…

Terug lopen we naar de haven. De terugweg in de dinghy duurt lang en we worden echt zeiknat. We kijken wel jaloers als we een grotere dinghy planerend voorbij zien scheuren waar ook nog iedereen droog blijft. Nou ja, zo blijft er altijd wat te wensen over… ’s Avonds gaat het harder waaien en we twijfelen of we de dinsdag nog wel aan wal willen/kunnen gaan. We besluiten het toch te proberen, maar gaan niet helemaal naar de haven, maar naar de trap of “The Ladder” die wel wat vervallen is maar nog prima te beklimmen. Er staat vandaag niet zo veel deining en we tillen de dinghy op een steil kiezel strandje bij het begin van de trap. De trap heeft 483 treden (Myrthe heeft het nageteld) en komt ook weer uit bij het dorp The Bottom. Wouter vind al dat klimmen maar niks maar komt gelukkig halverwege de trap op stoom en komt toch nog vrolijk boven. We liften naar het andere plaatsje Winward en rijden met een Ier mee over “The Road that couldn’t be built”. Het is inderdaad knap om hier een weg aan te leggen, maar we hebben op La Gomera en Tobago nog wel steilere wegen gezien. Zegt waarschijnlijk meer over de Nederlandse Ingenieur’s die dachten dat het onmogelijk was hier een weg aan te leggen…


Daar zullen ze vast trots op zijn
In Winward doen we wat boodschappen, halen informatie over de wandeling naar de top van Mt. Scenery. Het is ongeveer negentig minuten wandelen wat toch wel meevalt. Desondanks klaagt Wouter weer steen en been dat hij nu al weer een berg op moet lopen, “Pap, waarom doen we dit eigenlijk?” Ook nu draait hij gelukkig weer snel bij als ik hem vertel dat hij later aan zijn kinderen kan vertellen dat hij nog op Saba aan land is gegaan op The Ladder en daarna naar het hoogste punt van Nederland is gelopen. Daar zullen ze vast trots op zijn. Daar is Wouter wel gevoelig voor en even later rent ie weer vrolijk voor ons uit. We lopen over een prachtig sprookjesachtig pad door het regenwoud. Prachtige planten met enorme bladeren, waartussen het pad omhoog kronkelt. Na een half uurtje nemen we een afslag naar Maskehorne Hill. Na tien minuten lopen hebben we een prachtig uitzicht over Windward. Hier lunchen we. Boven op de berg zien we waarschijnlijk niet al te veel, want de top van Mt. Scenery zit in de wolken. We lopen weer terug naar het pad dat naar de top van Mt. Scenery gaat en lopen omhoog. Het pad blijft prachtig (totaal bijna 1000 traptreden zijn erin verwerkt). Boven zijn twee uitzichtpunten, het op één na hoogste punt van Nederland en het aller hoogste punt van Nederland. We lopen eerst naar het op één na hoogste punt. En inderdaad veel zien we niet, we zitten midden in een wolk. Daarna lopen en klauteren we naar de echte top en staan we toch mooi op het hoogste punt van Nederland op 877 meter. Erg lang genieten van het uitzicht hoeft niet want ook hier is alles grijs. Nou ja, je kan niet alles hebben. Terug lopen we een andere route en komen we nog langs de “Ecolodge” waar we wat drinken. Dan lopen we terug naar Winward en liften terug naar The Bottom. We dalen weer af langs de The Ladder en gelukkig ligt onze dinghy nog netjes op zijn plaats. Rond een uur of vier zijn we terug bij de boot, we maken de boot klaar om te vertrekken en net voordat het donker wordt gooien we de mooring los en rollen de genua uit en zetten koers naar St. Croix. We hebben een hele rustige overtocht, er is genoeg wind en zelfs met alleen een dubbel gereefde genua lopen we nog tussen de vijf en zeven knopen voor de wind. We hebben wel een probleem met de stuurautomaat, die elk half uur een alarm geeft en dan begint te slingeren. Wel vervelend al die problemen met de boot. We moeten wel het één en ander opgelost hebben voordat we de oversteek naar de Azoren kunnen maken. Gelukkig kunnen we er nu wel mee doorvaren, we resetten steeds het kompas als de stuurautomaat een alarm geeft en dan gaat het goed. ‘s-Ochtends rond een uur of negen komen we aan in Christinasted op St. Croix, USA.

Inmiddels liggen we bij Christiansted op St. Croix. De plaarselijke haven heeft ons uitstekend geholpen. Om het rubber zijn twee grote “slangenklemmen” geplaatst die het rubber nu op zijn plaats moeten houden. Samen met een monteur hebben we de warmtewisselaar en het spruitstuk erachter losgehaald en schoongemaakt en de motor loopt weer prima zonder dat er koelvloeistof uit lekt. Het probleem met de stuur automaat is waarschijnlijk ook opgelost; door met een hand kompas de omgeving van het elektronische kompas af te tasten kwam ik erachter dat een multimeter en een zaklamp die in de buurt lagen van het kompas erg magnetisch zijn (het handkompas ging echt ale kanten op). De zaklamp en multimeter heb ik nu wat verder van  het electronische kompas opgeborgen. Zo zie je maar weer, Mr. Bean is nog niet uitgeleerd…

Andersomdag

“Nee hoor, ik sta vandaag niet op!”
22 maart 2015 is het andersomdag. Maar wat is andersomdag dan? Vandaag zijn Myrthe en Wouter de baas en moeten wij luisteren. Nou dat is prima, want naar mijn mening is dat slechts een formalisering van de feitelijke situatie…. Maar voor ons een voordeel, Aranka en ik kunnen nu natuurlijk ook gewoon niet luisteren zoals dat op gewone dagen sporadisch ook wel eens gebeurt. Dus als Wouter mij sommeert op te staan zeg ik, “Nee hoor, ik sta vandaag niet op!”, maar dat vindt Wouter niet leuk. Zo is het spel niet leuk meer.

    Myrthe heeft een hele lijst gemaakt van dingen die ze vandaag kunnen doen:

  1. Wouter gaat ons naar de stad varen en naar internet cafe (eten drinken)
  2. even rond kijken
  3. terug en zwemmen
  4. TV kijken met zijn allen
  5. het spel Magikus

Verder maken we een lekker ontbijt voor Myrthe en Wouter. We hebben eerst een hoop lol maar uiteindelijk heeft Aranka er genoeg van en krijgt ze ruzie met Myrthe. En tsja… heb je ruzie met Myrthe dan heb je ook ruzie met Wouter.

Verder is dan wij dachten
’s Avonds is er ook nog een BBQ op het strand voor alle jachten. We ontmoeten de bemanning van de Take Off, een Zweedse boot en ook nog een Duitse boot die hier met gasten rondvaart. Altijd weer leuk om de bemanning van andere boten te ontmoeten en hun verhalen en ervaringen te horen. Volgens Jorgen van de Take Off is het te ver om in een dag van Martinique naar Antigua te varen. Dat hebben wij morgen op het programma staan, dus nog maar even goed op de kaart kijken hoe ver het nu precies is… Alhoewel het gezellig is, komt de BBQ op ons ook wel erg Amerikaans over. Bovendien zijn de kinderen moe en dus gaan we niet al te laat terug naar de boot. We kijken nog even naar het weer en hoever het naar Antiqua is. Dat is inderdaad toch nog wel iets verder dan wij dachten. We besluiten dus maar vroeg te vertrekken en dan zien we wel bij Guadeloupe, dat halverwege ligt, of we de afstand in een keer kunnen overbruggen.

Dominica was absoluut een hoogtepunt van onze reis. Een prachtig groen eiland met prachtige watervallen, mooie riviertjes en vriendelijke mensen. Het is bijzonder om te zien hoe de eilanden onderling verschillen. Dominica is met zijn zeven vulkanen en hoge en steile bergen ontzettend groen doordat het er veel vaker en meer regent dan op de lagere eilanden die we hierna bezoeken. Ook komt het authentiek over, mensen leven nog van de vruchten en kruiden uit het regenwoud en zijn daar ook trots op. Vaak werd ons verteld dat de oudste vrouw ter wereld uit Dominica kwam doordat ze het lokale eten at. Het deed ons denken aan Tobago waar we ook zo van genoten hebben.

Motor die we niet meer kunnen bedienen
Maandag hebben we een heerlijke zeildag. We staan vroeg op en varen om zes uur ’s ochtend ’s weg bij Dominica. We schieten bovendien flink op en lopen soms meer dan acht knopen richting Guadeloupe. We besluiten dan ook om maar door te varen, dan komen we waarschijnlijk wel in het donker aan wat uiteraard wordt afgeraden in de Chris Doyle guide, maar tot nu toe heeft onze plotter ons nooit in de steek gelaten, dus het zal nu ook wel weer lukken. We komen na 95 mijl om iets na zevenen aan en het is inderdaad al donker. We vinden de ankerplek in English Harbour maar als we een geschikt plekje zoeken om te ankeren en ik de motor in zijn achteruit schakel houdt ik opeens de gashendel in mijn hand… Hmmm, wel wat onhandig, zo in het donker midden in een drukke ankerbaai met een motor die we niet meer kunnen bedienen. Blijkbaar moet dit het ankerplekje dan maar zijn. Ik ren naar voren, zet de ankerlier in de vrije loop en laat het anker naar beneden denderen. Het anker pakt, maar de boot vaart nog steeds vooruit en dat is nou net de verkeerde kant op als je ankert. Ik roep tegen Aranka dat ze snel de motor uit moet zetten en dan liggen we en is er weer rust. We zijn wel wat dicht op een Franse catamaran komen te liggen, dus we hangen wat stootwillen op en leggen de dinghy als super stootwil naast de boot. Gelukkig is de schipper van de catamaran een vriendelijke Fransman die als ik de gashendel omhoog hou, snapt dat we niet meer zo makkelijk ergens anders kunnen gaan liggen. ’s Nachts blijven we gelukkig goed liggen en botsen we nergens tegenop.

Wordt direct naar de Antigua-law verwezen
Dinsdag ga ik inklaren wat in tegenstelling tot wat in de gids staat vrij snel gaat. Wel moeten Myrthe en Wouter als Passagiers in plaats van als Crew geregistreerd worden. Als ik daartegen protesteer, omdat ze toch echt meehelpen met het zeilen wordt direct naar de Antigua-law verwezen. Heeft waarschijnlijk te maken met de “passenger tax”, die voor passagiers wordt geheven. Daarna ga ik op zoek naar een nieuwe gashendel. Helaas is deze er niet. Dat wat er het meest op lijkt is wel op Sint Maarten te krijgen maar niet hier. Dan maar naar de scheepswerf, misschien kunnen we de gashendel nog wel opkalefateren. De RVS schroefjes in de aluminium gasendel hebben door de elektrolytische reactie de schroefdraad in de gashendel opgelost. Op de werf koop ik schroefjes M6 schroefjes ipv de M4 schroefjes die erin zaten. Terug op de boot boor ik de gaatjes uit en tap M6 schroefdraad in de hendel. Dit gaat wel iets te gemakkelijk en het aluminium ziet er ook niet als aluminium uit maar als wit poeder… Blijkbaar is het al iets meer aan het oplossen. Maar goed, het zit ongetwijfeld veel beter dan het de afgelopen jaren heeft gezeten, dus we kunnen weer even voort. De schroefjes zet ik vast met pasta tegen de corrosie.

Nu we de motor weer in zijn achteruit kunnen zetten trekken we het anker nog even goed vast. Zo we liggen als een huis en de catamaran die te dicht bij lag is inmiddels vertrokken. En bovendien is het een prachtige baai bij English Harbour. De haven is zeer engels maar ook pittoresk, omdat de oude huizen mooi gerestaureerd zijn en nu gebruikt worden als winkeltjes, een restaurant en als havenkantoor. ’s Middags komen we de bemanning van Rêves d’Ôr tegen die net zijn aangekomen. De kinderen spelen samen en woensdag spreken we af om samen een tour te maken naar de sting ray’s aan de oost-kust, waarmee je zou kunnen zwemmen. Hadden we gehoord van een andere zeiler op Dominica.

Sting ray onder onze boot
Woensdag stappen we met de Fransen in de taxi op weg naar de sting ray’s. Als we daar aankomen blijkt het iets heel anders dan wij ons hadden voorgesteld. Het is een erg toeristische attractie waarbij ze de vissen voeren zodat ze dichtbij komen. Ook de bemanning van de Rêves d’Ôr heeft zijn bedenkingen, er zijn ook nog genoeg plaatsen waar je deze vissen wel “in het wild” kan zien en dat vinden we toch echt veel leuker. Bovendien vinden we de prijs ook een beetje te dol en dus vragen we de taxi chauffeur of hij een andere leuke baai weet waar we kunnen zwemmen. Hij brengt ons naar Moon Bay, een mooie kom met stukjes rif waar je tussen kan snorkelen. We zwemmen rond en Claude vind in de gaten van het rif ondersteboven hangend een kreeft en een kogelvis (grote vis met grote ogen en hele kleine zwemvinnetjes). Dat maakt het een leuke zwempartij. Later als we weer terug zijn bij de boot spelen de Franse kinderen nog even bij ons. We maken ons net klaar om toch nog even te zwemmen als Hugo een prachtige sting ray onder onze boot door ziet zwemmen. Hij aarzelt geen moment en springt erboven in het water. Aranka springt er achteraan en zo zwemmen zij alsnog met een stingray. Volgens Aranka is zijn staart net zo lang als zij is en is zijn lijf is zo breed als haar eigen lijf plus een uitgestoken arm. Hij vliegt/zwemt prachtig door het water. Zwart met stippels bovenop en wit van onderen. Zie je wel, je kan ze inderdaad in het wild zien, en nog wel gewoon onder je boot.

Om de riffen te ontwijken
We vinden Antigua wel een leuk eiland, maar het is ook wel erg op de (zeer) welvarende toerist ingesteld. Je ziet het ook wel in de haven waar echt enorme schepen liggen met alleen al een poetsploeg van een man of vijf… Anyway wij vinden het wel weer prima zo en besluiten dat we donderdag naar Barbuda vertrekken. We liggen ten zuiden van Antigua en we kunnen zowel ten westen als ten oosten langs Antigua varen richting Barbuda dat zo´n 40 mijl noordelijker ligt. De oostelijke route betekent eerst een mijl of acht tegen de wind en de golven inhakken, maar dan verder een prima koers naar Barbuda. De westelijke route is in het begin beschut en voor de wind, maar betekent dat we de oversteek naar Barbuda hoger aan de wind moeten varen. We kiezen voor de oostelijke route. De eerste twee uur schieten we inderdaad niet op en komen motor zeilend maar nauwelijks 3-4 knopen vooruit door de steile golven. Als we overstag gaan en zonder motor maar met de genua varen gaat het meteen een stuk beter en varen we direct meer dan zeven knopen. Het is duidelijk dat we een zeilschip hebben en geen motorboot. Als we om het eiland heen varen kunnen we een steeds ruimere koers varen en al snel lopen we met acht knopen richting Barbuda. We moeten goed opletten want er zijn veel riffen en ondieptes op de route. Zeker vlak bij Barbuda moeten we goed oppassen en staan Myrthe, Wouter en Aranka op de voorpunt om de riffen te ontwijken.

Een prachtig leeg wit strand
We zien Barbuda pas op een mijl of zes afstand. Omdat het zo laag is zie je het pas laat liggen, maar het is een prachtig gezicht. Helder blauw water, met een prachtig leeg wit strand. We ankeren voor het strand, en er liggen maar drie andere boten. Heerlijk rustig na de drukte van Martinique, Dominica en Antigua. Het straalt één en al rust uit. We zwemmen nog bij de boot en Myrthe en Wouter maken hun school af. Aan het eind van de middag ga ik nog even met Aranka naar de kant en maken we een wandeling over het strand en over een resort dat een stukje verderop ligt. Blijkbaar is dat niet de bedoeling want al snel komt er een security meneer die vertelt dat het hier privé is. Nou we hadden het toch wel gezien en het strand is toch mooier dus daar wandelen we lekker verder.

Vrijdag ochtend staan we vroeg op nu de zon nog niet zo hoog staat. We maken weer een wandeling, heen langs het strand en terug over een auto pad. Het valt ons op dat er twee resorts zijn die allebei gesloten en vervallen zijn. Vreemd want het is hier wel een prachtige locatie.
Eén ervan is de K-Club en we lezen op internet dat Robert de Niro van plan is dit resort, waar vroeger veel beroemdheden kwamen, opnieuw te openen. In de gids lezen we wel dat de inwoners van Barbuda het niet zo erg hebben op toeristische hotels en resorts. Vlak bij waar we liggen op Spanish Point had een project ontwikkelaar toestemming om een groot hotel te bouwen. De inwoners waren het er niet mee eens en hebben de bouwketen die er inmiddels stonden over de kliffen ze zee in geduwd. Er is geen hotel gekomen…

Binden we de dinghy aan het rif vast
‘s-Middags als de zon alweer iets lager staat gaan we met de dinghy naar het Rif. We binden de dinghy onder water vast aan het rif en snorkelen in prachtig helder water. We zien weer van allerlei vissen en het koraal is ook prachtig.

Dinghy klapt op de golven
Zaterdag varen we een stukje verder naar Louis Mouth bij Low Bay. Deze plek waar een hele smalle strook strand ligt tussen de zee en de lagoon is genoemd naar de orkaan Louis die hier destijds een gat naar de lagoon heeft geslagen. Het is weer een prachtige plek met een prachtig strand voor ons. We liggen hier met drie andere boten, hoe mooi kan het zijn? ’s Middags tillen we de dinghy over de strand heuvel naar de lagoon om te kijken of we naar het plaatsje Codrington kunnen varen, vernoemd naar de familie die dit eiland vanaf 1685 van Engeland geleased heeft voor één vet schaap. Maar er staat een harde wind en de dinghy klapt op de golven van de lagoon. Al snel zijn we doorweekt en staat er een flinke laag water in de dinghy. Aranka besluit als eerste dat dit toch een beetje al te dol wordt en dus keren we om en gaan lekker zwemmen op het strand. Morgen of maandag staat er minder wind en kunnen we het nog wel een keer proberen. We hebben hier geen winkels en ons brood is op, de broodbakmachine bewijst zijn goede dienst en ik bak twee broden. Het is lekker dat we eigenlijk geheel zelfvoorzienend zijn, de zonnepanelen en de windmolen leveren voldoende stroom (ook om een paar broden te bakken) en we maken drinkwater uit zeewater. We moeten alleen zo nu en dan wat boodschappen doen, maar een haven hebben we eigenlijk helemaal niet nodig. De laatste keer dat we in een haven lagen is ook al meer dan twee maanden geleden in Suriname.

Duizenden fregatvogels
Zondag ochtend gaan we op pad met George Jeffrey die ons het natuurpark met Fregatvogels laat zien. Het natuurpark ligt in het noorden van Barbuda op het rif waar het vol staat met mangroves. Vroeger was het park zuidelijker, meer in de lagoon tot in 1960 de orkaan “Donna” de mangroves daar verwoestte en de fregatvogels een ander onderkomen hebben gezocht. We varen met een noodgang over de lagoon tot we in het natuurpark zijn. Daar manoeuvreert George behendig tussen de ondieptes door en we zien echt duizenden fregatvogels die hier wonen. Blijkbaar vinden ze het gezellig met elkaar want ze zitten erg dicht op elkaar. De fregat vogels vinden hun voedsel voornamelijk op de Atlantische oceaan waar ze vooral vliegende vissen eten. Ze kunnen niet zwemmen dus ze moeten of vliegende vissen uit de lucht vangen of vissen die andere vogels gevangen hebben afpakken. Ze zijn dan ook erg behendig in het vliegen. Na de fregatvogels kijken we nog een uurtje rond in Codrington waar werkelijk helemaal niets te beleven valt. Het is ook zondag maar los van de vijf verschillende kerken waar wordt gezongen is er bijna niemand op straat en gebeurt er echt helemaal niets. Er zouden in Barbuda nog veel paarden als vervoersmiddel worden gebruikt. Blijkbaar is dat tussen 2008 toen onze gids werd geschreven en nu behoorlijk afgenomen want we zien precies één paard. Ook valt ons op dat veel huizen zijn verlaten, waarschijnlijk getroffen door een huricane want Barbuda ligt midden in de “hurricane highway”. Al met al dus niet heel bijzonder en daar hoeven we morgen dus niet opnieuw met zijn allen in de dinghy naartoe. ’s Middags maken we nog een prachtige wandeling over het eindeloos lege strand. Zeker met de laag staande zon is het een prachtig gezicht, het strand kleurt heel licht roze door kleine roze steentjes (koraal?) die tussen het zand liggen.

Na wat getier door de telefoon
Maandag ochtend ga ik met de dinghy naar Codrington om uit te klaren. Hiervoor moeten we de dinghy weer over het strand in de lagoon tillen en dan is het nog ruim een mijl varen. Aranka gaat mee om de dinghy te tillen en zwemt dan terug. In de lagoon staan wel minder golven dan zaterdag, maar omdat het ondiep is zijn ze nog steeds vrij steil. Het tweeënhalve PK motortje heeft het er maar moeilijk mee, maar ik kom gestaag vooruit. In Codrington moet ik eerst naar de haven autoriteit. Volgens de Chris Doyle guide zitten ze in het postkantoor. Als ik daar kom blijkt dat niet (meer?) zo te zijn en wordt ik weer terug verwezen naar de haven waar de toeristeninformatie zit. Daar wordt inderdaad een formuliertje ingevuld en dan moet ik volgens de dame daar naar de “Immigration”. Dat is vreemd, denk ik nog want je moet eigenlijk altijd eerst naar “Customs”. Maar goed, ze zal het wel weten dacht ik nog, niet dus! Bij immigratie wordt ik weer uiterst vriendelijk doorverwezen naar “Customs”. Customs is gewoon een woonhuis met een kamertje dat is ingericht als kantoortje. Het papieren archief van de afgelopen jaren ligt als een grote puinhoop aan de andere kant van het kantoor. Alles wat ik ook al via Internet heb ingevuld moet nog weer eens opnieuw op weer een ander formulier worden ingevuld. Maar voordeel is dat ik geen zeventig euro voor Wouter en Myrthe hoef te betalen als ‘passenger tax’, wat in Antigua duidelijk stond aangegeven. Ik hou maar wijselijk mijn mond. Weer terug naar “Immigration”, daar krijgen we stempels en wordt gevraagd door ook weer een hele vriendelijke dame of we wel de passenger tax betaald hebben. Als ik zeg dat ik niets betaald heb pakt ze boos de telefoon en belt de meneer van “customs” op. Na wat getier door de telefoon is het goed en hoef ik in ieder geval niets te betalen. Mooi, nu nog even brood kopen, weerbericht ophalen in een internet café en overtollige “East Carribean Dollars” omwisselen.

35 jaar terug in de tijd
Voor dat laatste moet ik naar de bank, en hier lijkt het wel of ik zo’n 35 jaar terug in de tijd reis. Het is er druk, ik moet wel een uur wachten. Allemaal mensen komen er met spaarbankboekjes om geld op te halen of te storten. En alles gaat nog met pen en papier, er staat wel een computer, maar ik heb het idee dat alles nog dubbel wordt bijgehouden. Maar gelukkig wisselen ze wel mijn EC-dollars om en dan kan ik weer terug. Als ik halverwege de lagoon ben roep ik de zwemploeg via de marifoon op, en als ik bij het strand aankom zie ik Aranka al met Myrthe en Wouter het water in stappen. Uiteraard lukt het Aranka weer om als ik terug ben toch nog met een stapeltje EC-dollars aan te komen die buiten de landen die ze gebruiken vrij waardeloos zijn. We vertrekken ’s avonds richting St. Martin, wat met ruime wind een nachtje varen is. Er is niet veel wind en het is een erg rustige overtocht. Dinsdag ochtend komen we rond een uur of negen aan bij Grand Case op het Franse deel van St. Martin. Hmmmm…. lekkere baguettes en croissants halen!